Besluit van 11 december 1991, houdende een reglement voor de scheepvaart op het Kanaal van Gent naar Terneuzen
De koppelingen van een duwstel moeten de hechtheid daarvan verzekeren. Ze moeten gelijkmatig gespannen worden gehouden door geschikte inrichtingen. Het koppelen en ontkoppelen moet op veilige, eenvoudige en gemakkelijke wijze kunnen geschieden.
Een duwstel mag alleen van een sleepboot gebruik maken in uitzonderlijke en plaatselijke omstandigheden en wanneer de scheepvaart daarvan geen hinder ondervindt.
Het is verboden met een duwstel of een gekoppeld samenstel sleepdienst te verrichten.
Indien aan de kop van een duwstel uitsluitend een zeeschipbak is geplaatst, dan moet deze van een kopbak zijn voorzien.
Het is verboden te varen met een gekoppeld samenstel dat uit meer dan twee schepen bestaat.
Het is verboden:
- a. meer dan één schip te slepen;
- b. een binnenschip te slepen waarvan de lengte meer dan 110 meter bedraagt;
- c. te slepen indien de afstand tussen het hek van het slepende schip en de boeg van het gesleepte binnenschip meer dan 40 meter bedraagt.
Op een sleep dienen zodanige maatregelen getroffen te zijn dat een goede communicatie tussen het slepende schip en het gesleepte schip of drijvend voorwerp is gewaarborgd.
De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van dit artikel.
Artikel 42. Verplichting tot wacht houden
Een schip dat niet varende is en dat is geladen met gevaarlijke stoffen, bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlagen 1, 2, 3 of 4, moet onder toezicht staan van een zich voortdurend aan boord bevindende ter zake kundige wachtsman.
Een ander schip dat niet varende is, moet, wanneer het geen kapitein of schipper aan boord heeft, onder toezicht staan van een persoon die zonodig snel kan ingrijpen.
Aan boord van een schip dat niet varende is en dat is uitgerust met een marifooninstallatie, moet een persoon luisterwacht houden op een door de bevoegde autoriteit aangewezen marifoonkanaal en bij het oproepen door de bevoegde autoriteit daarop antwoord geven.
De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van dit artikel.
Artikel 43. Meldingsplicht
De kapitein of schipper moet onverwijld de bevoegde autoriteit melden indien een schip
- a. aan de grond is geraakt of gezonken, of
- b. in aanraking is gekomen met een ander schip en daarbij schade van betekenis is ontstaan of zich persoonlijke ongevallen hebben voorgedaan, of
- c. een boei, baken of kunstwerk heeft aangevaren, verplaatst of beschadigd, of
- d. lading, brandstof of voorwerpen heeft verloren of dreigt te verliezen, of
- e. brand aan boord heeft, of
- f. zodanige schade heeft opgelopen dat de manoeuvreerbaarheid van het schip of de veiligheid door die schade wordt beïnvloed, of
- g. een hindernis in de vaarweg aantreft.
Wanneer er tevens gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart kan ontstaan, moet de kapitein of schipper bovendien de naderende vaart waarschuwen.
De kapitein of schipper van een schip dat behoort tot een door de bevoegde autoriteit aangewezen categorie van schepen, moet zich in de door die bevoegde autoriteit aangegeven gevallen melden. De bevoegde autoriteit kan nadere voorschriften stellen met betrekking tot de inhoud van de melding en de wijze waarop de melding plaatsvindt.
Artikel 43a. Melding gegevens
Vervallen
Artikel 43b. Invullen en overhandigen controlelijst
Vervallen
Artikel 44. Buitenboord steken van voorwerpen
Een schip mag geen voorwerpen hebben uitsteken, tenzij daarmee geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan andere schepen en aan kunstwerken kan worden veroorzaakt.
Een schip moet een anker waarvan geen gebruik wordt gemaakt geheel inhieuwen.
Artikel 45. Vrijmaken van het vaarwater
De kapitein of schipper moet de nodige maatregelen nemen om het vaarwater zo spoedig mogelijk vrij te maken, indien een schip is vastgevaren of gezonken, of indien een door een schip verloren voorwerp het vaarwater geheel of gedeeltelijk verspert of dreigt te versperren.
Het eerste lid geldt ook voor de kapitein of schipper wiens schip dreigt te zinken of onmanoeuvreerbaar wordt.
Indien vanaf een schip stoffen of voorwerpen te water raken, moet de kapitein of schipper er voor zorgen dat deze zo spoedig mogelijk worden opgeruimd.
Bij de in het eerste, tweede en derde lid gestelde verplichtingen moeten de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit worden opgevolgd.
Artikel 46. Laden en lossen
Schepen mogen alleen geladen of gelost worden op de daartoe bestemde of door de bevoegde autoriteit aangewezen plaatsen.
Artikel 47. Werkzaamheden op of aan schepen
Het is verboden herstellings-, schoonmaak-, ontgassings-, ontsmettings-of andere werkzaamheden op of aan schepen te verrichten wanneer deze gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart kunnen opleveren, tenzij die werkzaamheden plaatsvinden:
- a. met toestemming van de bevoegde autoriteit, of
- b. op een scheepswerf dan wel op of aan het terrein van een herstellingsinrichting.
Artikel 48. Diverse aktiviteiten
Behoudens vergunning van de bevoegde autoriteit is het verboden:
- a. een schip op een ligplaats te gebruiken als opslagplaats of voor het uitoefenen van een bedrijf;
- b. met een schip, al dan niet varend, goederen of diensten aan te bieden;
- c. schepen te slopen;
- d. zich met een schip te vestigen tot het houden van vast verblijf of het verlenen van huisvesting;
- e. een schip vanaf de wal te water te laten of met een schip proef te draaien.
Artikel 49. Bijzondere gebeurtenissen
Zonder vergunning van de bevoegde autoriteit is het verboden een sportevenement, een waterfeest of een vergelijkbare gebeurtenis te houden.
Artikel 50. Toestemmingen, ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen
Aan toestemmingen, ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 51. Verkeerstekens
De verkeerstekens die kunnen worden aangebracht en hun betekenis zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlagen 5 en 6.
Artikel 52. Te beschermen belangen
Toepassing van de artikelen 47, 48 en 51 kan, behalve in het belang van de veiligheid of het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer, geschieden in het belang van:
- a. het in stand houden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bereikbaarheid daarvan;
- b. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen.
Toepassing van de artikelen 47, 48 en 51 ten behoeve van een in het eerste lid genoemd belang kan mede geschieden in het belang van het voorkomen of beperken van:
- a. hinder of gevaar door het scheepvaartverkeer voor personen die zich anders dan op een schip te water bevinden;
- b. schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen.
Artikel 53. Aanwijzingen en bekendmakingen
In het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer alsmede in het belang van de instandhouding van de werken kunnen door of namens de bevoegde autoriteit verkeersaanwijzingen worden gegeven.
Onder de in het eerste lid genoemde verkeersaanwijzingen worden mede verstaan de bekendmakingen aan de scheepvaart die door de bevoegde autoriteit worden uitgevaardigd.
De bekendmakingen, bedoeld in het tweede lid, worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Kapiteins en schippers moeten aan de verkeersaanwijzingen gevolg geven en de bekendmakingen aan de scheepvaart naleven.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 54. Verplichting tot aan boord hebben van een reglement
Aan boord van elk schip, met uitzondering van een open klein schip, waarop dit reglement van toepassing is, moet een volledig bijgewerkt exemplaar van dit reglement in papieren vorm of dat via een elektronisch middel op ieder moment geraadpleegd kan worden aanwezig zijn, en dat op eerste aanvraag van een opsporingsambtenaar door deze kan worden ingezien.
Artikel 55. Strafbare feiten
Overtreding van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde bepalingen, alsmede overtreding van de aan een vergunning, ontheffing, vrijstelling of toestemming verbonden voorschriften, is een strafbaar feit.
Artikel 56. Intrekking Vaarreglement en Bijzonder reglement van politie
Het Vaarreglement, vastgesteld bij koninklijk besluit van 8 maart 1965 (Stb. 133) en het Bijzonder reglement van politie voor het Nederlandsche gedeelte van het kanaal van Gent naar Ter Neuzen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 27 januari 1912 (Stb. 16) worden ingetrokken.
Artikel 57. Wijziging Bijzonder reglement kleine vaartuigen
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 58. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 59. Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als: Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen.
Bijlage 1. Vervoer van gevaarlijke stoffen door zeeschepen
De gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, zijn:
-
- Stoffen van klasse 1, gevarengroep 1.1 en 1.5 van de International Maritime Dangerous Goods Code (IMDG-Code), indien het schip in totaal meer vervoert dan 100 kg bruto;
-
- Stoffen van klasse 1, gevarengroep 1.2, 1.3 of 1.4 of stoffen van klasse 5.2, deze laatste voor zover de verpakking overeenkomstig de IMDG-Code moet zijn voorzien van een gevaarsetiket: ontplofbaar, indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto;
-
- Stoffen van klasse 2, die overeenkomstig de IMDG-Code moeten zijn voorzien van een gevaarsetiket: giftig, indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto.
-
- Stoffen behorende tot één der gevarenklassen van de IMDG-Code, voor zover deze in bulk per tankschip worden vervoerd, ongeacht de hoeveelheid.
Bijlage 1. Vervoer van gevaarlijke stoffen door zeeschepen
De gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, zijn:
-
- Stoffen van klasse 1, gevarengroep 1.1 en 1.5 van de International Maritime Dangerous Goods Code (IMDG-Code), indien het schip in totaal meer vervoert dan 100 kg bruto;
-
- Stoffen van klasse 1, gevarengroep 1.2, 1.3 of 1.4 of stoffen van klasse 5.2, deze laatste voor zover de verpakking overeenkomstig de IMDG-Code moet zijn voorzien van een gevaarsetiket: ontplofbaar, indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto;
-
- Stoffen van klasse 2, die overeenkomstig de IMDG-Code moeten zijn voorzien van een gevaarsetiket: giftig, indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto.
-
- Stoffen behorende tot één der gevarenklassen van de IMDG-Code, voor zover deze in bulk per tankschip worden vervoerd, ongeacht de hoeveelheid.
Bijlage 2
Vervallen.
Bijlage 3
Vervallen.
Bijlage 4
Vervallen.
A.. VERBODSTEKENS
Opmerking
Opmerking
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F
B.. GEBODSTEKENS
Opmerking
Opmerking
C.. BEPERKINGSTEKENS
*) Het gebruik van twee boven elkaar geplaatste borden, lichten of vlaggen duidt een verbod van langere duur aan.
Opmerking
Opmerking
D.. AANBEVELINGSTEKENSTEKENS
Opmerking
Opmerking
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F
E.. AANWIJZINGSTEKENS
Opmerking
Opmerking
F.. BIJKOMENDE TEKENS
- Bij een vaste brug met slechts één doorvaartopening kan een geel licht boven die doorvaartopening zijn aangebracht als oriënteringslicht
Opmerking
Opmerking
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F
F.. BIJKOMENDE TEKENS
Opmerking
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F
H.. OVERIGE AANDUIDINGEN
Bijlage 6. Markering
G.. TEKENS AAN KUNSTWERKEN
Algemeen
(**) Bij een vaste brug met slechts één doorvaartopening kan een geel licht boven die doorvaartopening zijn aangebracht als oriënteringslicht
De hierna weergegeven markering van het vaarwater is gebaseerd op het uniforme Europese systeem (SIGNI), waarin een aantal elementen van het Maritieme Betonningsstelsel A (IALA) is overgenomen. Deze beide stelsels sluiten derhalve op elkaar aan, evenwel met uitzondering van de scheidingsmarkeringen (2.1.3).
1.2. De begrippen rechts en links
In verband met de nagestreefde uniformiteit van alle Europese binnenvaartreglementen is de plaats van de markeringen vermeld ten opzichte van de rechter, respectievelijk de linker oever of zijde van de vaarweg of het vaarwater. Hieronder wordt verstaan de oever of zijde gelegen rechts, respectievelijk links van een waarnemer die kijkt in de hierna aangegeven richting:
In verband met de nagestreefde uniformiteit van alle Europese binnenvaartreglementen is de plaats van de markeringen vermeld ten opzichte van de rechter, respectievelijk de linker oever of zijde van de vaarweg of het vaarwater. Hieronder wordt verstaan de oever of zijde gelegen rechts, respectievelijk links van een waarnemer die kijkt in de hierna aangegeven richting:
De hierna weergegeven markering van het vaarwater is gebaseerd op het uniforme Europese systeem (SIGNI), waarin een aantal elementen van het Maritieme Betonningsstelsel A (IALA) is overgenomen. Deze beide stelsels sluiten derhalve op elkaar aan, evenwel met uitzondering van de scheidingsmarkeringen (2.1.3).
Hiervoor is het van ouds bekende principe van de - ook in SIGNI gehandhaafde - bolvorm aangehouden.
1.2. De begrippen rechts en links
In verband met de nagestreefde uniformiteit van alle Europese binnenvaartreglementen is de plaats van de markeringen vermeld ten opzichte van de rechter, respectievelijk de linker oever of zijde van de vaarweg of het vaarwater. Hieronder wordt verstaan de oever of zijde gelegen rechts, respectievelijk links van een waarnemer die kijkt in de hierna aangegeven richting:
In gevallen die niet zonder meer duidelijk zijn wordt door de vaarwegbeheerder vastgesteld wat onder rechts en links wordt verstaan.
Opmerking
Hoewel de hiervoor vermelde richtingen tegengesteld zijn aan het in maritieme publicaties gehanteerde begrip "betonningsrichting" met de daaraan gekoppelde bakboords- en stuurboordszijde van een schip, maakt dit geen verschil uit in de positie van de stompe en de spitse markeringen.
De toegepaste betonningsvoorwerpen (licht)boei, ton, sparboei, drijfbaken, kopbaken en steekbaken geven tevens een indicatie over de belangrijkheid van een vaarwater, m.a.w. de betonningsvoorwerpen zijn groter naarmate het vaarwater belangrijker is.
De betekenis van de markering is afhankelijk van één of meer van de volgende kenmerken:
des daags: vorm, topteken en kleur,
des nachts: kleur en karakter van het licht.
De toegepaste betonningsvoorwerpen (licht)boei, ton, sparboei, drijfbaken, kopbaken en steekbaken geven tevens een indicatie over de belangrijkheid van een vaarwater, m.a.w. de betonningsvoorwerpen zijn groter naarmate het vaarwater belangrijker is.
1.3.1 Vorm en topteken
De hoofdvormen van de laterale markeringen en van de daarbij behorende toptekens zijn stomp (rechter zijde), spits (linker zijde) en bolvormig (splitsingen); alleen de bijzondere markering kan een bijzonder topteken hebben.
Lateraal gebruikte sparboeien zijn in Nederland eveneens stomp en spits van vorm.
Indien een betonningsvoorwerp niet de vereiste stompe, spitse of bolvorm heeft dan wordt die vorm aangegeven door het bijbehorende topteken (cilinder, kegel, bol).
Drijf- en kopbakens zijn altijd van een topteken voorzien, tonnen en sparboeien alleen wanneer zulks ter onderscheiding nodig wordt geacht (b.v. in een bocht, ter onderbreking van een rij éénvormige tonnen, aan het begin of het einde van een vaarwater).
Bij steekbakens wordt de stompe vorm gesuggereerd door de losse takken, de spitse door de bijeen gebonden takken, Een splitsing wordt hierbij meestal aangegeven door twee of drie steekbakens bij elkaar.
1.3.2 Kleur
Voor de laterale betonning en de oevermarkering zijn de hoofdkleuren rood aan de rechter zijde, groen aan de linker zijde en een combinatie van beide bij splitsingen.
Geel is kenmerkend voor de bijzondere markering.
Markeringsvoorwerpen kunnen zijn voorzien van retroreflecterend materiaal, waarvan de kleur overeenkomt met die van de betreffende markering.
De kleuren worden internationaal aangeduid met de Engelse afkortingen R (red), G (Green), W (white), Y (yellow) en B (black).
1.3.3 Lichten
De betekenis der lichten blijkt uit de kleur en het karakter. Bij de laterale en de oevermarkering komt de kleur overeen met die van het markeringsvoorwerp: rood aan de rechter zijde en groen aan de linker zijde; het karakter is "rustig". Een splitsing van hoofd- en nevenvaarwater toont eveneens rood of groen licht (voor het hoofdvaarwater), van vaarwaters van gelijk belang wit; het karakter is in beide gevallen snel.
Bij de bijzondere markering is het licht evenals de betonning geel, het karakter is altijd schitter of groepschitter.
Lichtkarakters
Lichten worden in grote lijnen onderscheiden in vaste lichten en periodelichten.
Een vast licht toont een ononderbroken schijnsel van gelijkmatige sterkte. Vaste lichten worden, behalve als navigatieverlichting, in beginsel gebruikt als verkeerstekens (zie bijlage 7).
Bij een periodelicht wordt het schijnsel regelmatig afgewisseld met één of meer verduisteringen. Periodelichten dienen in principe voor de markering van het vaarwater.
Onder de periode van een licht wordt verstaan de tijdsduur waarin éénmaal alle fasen van het licht worden doorlopen, derhalve de totale duur van schijnsel(s) en verduistering(en). De periode wordt aangegeven in seconden en afgekort als s.
2. LATERALE MARKERING
De karakters zijn gebaseerd op de volgende hoofdindeling;
2.1. Hoofdmarkering
1.3.4 Kentekens
Indien een markering is voorzien van een nummering dan loopt deze "van beneden naar boven", dus tegengesteld aan de onder 1.2 genoemde richtingen, op.
¹ indien aanwezig
Deze markering geeft de zijdelingse begrenzing van het vaarwater aan, dan wel de koppen van kribben, uitstekende punten van de oever, enz.
2.1.2 Linkerzijde
2.1.1 Rechterzijde
¹ indien aanwezig
² m.u.v. kop-, steek- en walbakens
2.1.2 Linkerzijde
¹ indien aanwezig
² m.u.v. kop-, steek- en walbakens
2.1.3 Splitsingen en kruisingen 3- in de Waddenzee wordt de markering toegepast volgens het Maritieme Betonningsstelsel A (IALA).
Deze markering is aangebracht op de scheiding of samenkomst van vaarwaters. De drijvende markering is altijd voorzien van een topteken ter onderscheiding van de markering veilig vaarwater (6.3).
¹ indien aanwezig
² m.u.v. kop-, steek- en walbakens
3 <> gerekend.
2.2. Aanvullende markering
² m.u.v. kop-, steek- en walbakens
3 <> gerekend.
¹ indien aanwezig
² m.u.v. kop-, steek- en walbakens
2.2.2 Linkerzijde
Op brede vaarwaters kan naast de hoofdbetonning gebruik worden gemaakt van de hierna genoemde aanvullende markering. Deze geeft dan de begrenzing aan van eveneens bruikbaar vaarwater buiten de hoofdbetonning.
2.2.1 Rechterzijde
3. Markering gevaarlijke punten en obstakels
2.2.2 Linkerzijde
4. BIJZONDERE MARKERING
2.2.3 Splitsingen en kruisingen
Zie hiervoor onderdeel 2.1.3.
Opmerking
In of nabij het vaarwater kan ter markering van gevaarlijke punten en obstakels de laterale markering als bedoeld in onderdeel 2. worden toegepast.
4. BIJZONDERE MARKERING
Deze markering is niet in de eerste plaats bestemd voor de navigatie, maar duidt een bepaald gebied of voorwerp aan, dat doorgaans is omschreven in nautische of andere daarvoor bestemde publicaties. Deze betonning wordt bijvoorbeeld toegepast ter markering van verboden gebieden, bagger-, stort- en ankerplaatsen, oefen- en visserij gebieden, voor het afbakenen van speciale gebieden zoals voor snelle motorboten, waterskiërs, zeilplanken, wedstrijden, e.d. en voor het aangeven van posities met een speciaal doel zoals kabels, instrumenten, etc.
Opmerking
De bijzondere betonning moet door de doorgaande scheepvaart, d.w.z. schepen die niet een aldus gemarkeerd gebied als bestemming hebben, aan dezelfde zijde worden gehouden als de "gewone" betonning.
- indien aanwezig
De hiervoor genoemde lichten kunnen in plaats van de dagmerken voorkomen.
5.1, 5.2.1 en 5.2.2: niet overgenomen
6. Niet overgenomen
6. Niet overgenomen
De hiervoor genoemde lichten kunnen in plaats van de dagmerken voorkomen.
7.1. Indien voorzien van lichten
5.4 Sectorlichten
7.1.1 Bakboordszijde
¹ In deze gevallen wordt ter betere ondersdcheiding van andere vaarwegmarkeringen afgeweken van het onder 1.3.3 beschreven beginsel
De ingangen van havens, zijvaarten, aftakkingen, e.d. kunnen als volgt zijn gemarkeerd (invarend gezien):
7.1. Indien voorzien van lichten
7.1.1 Bakboordszijde
¹ In deze gevallen wordt ter betere ondersdcheiding van andere vaarwegmarkeringen afgeweken van het onder 1.3.3 beschreven beginsel
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 2a
Vervallen
Hoofdstuk 2. Voorschriften betreffende de vaart
Afdeling 1. Gedrag van de schepen bij elk soort zicht
Afdeling 2. Gedrag van de schepen in zicht van elkaar
Afdeling 3. Gedrag van de schepen bij beperkt zicht
Hoofdstuk 3. Lichten en dagmerken
Hoofdstuk 4. Geluids- en lichtseinen
Hoofdstuk 5. Diverse bepalingen
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Bijlage 1. Vervoer van gevaarlijke stoffen door zeeschepen
De gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, zijn:
-
- Stoffen van klasse 1, gevarengroep 1.1 en 1.5 van de International Maritime Dangerous Goods Code (IMDG-Code), indien het schip in totaal meer vervoert dan 100 kg bruto;
-
- Stoffen van klasse 1, gevarengroep 1.2, 1.3 of 1.4 of stoffen van klasse 5.2, deze laatste voor zover de verpakking overeenkomstig de IMDG-Code moet zijn voorzien van een gevaarsetiket: ontplofbaar, indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto;
-
- Stoffen van klasse 2, die overeenkomstig de IMDG-Code moeten zijn voorzien van een gevaarsetiket: giftig, indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto.
-
- Stoffen behorende tot één der gevarenklassen van de IMDG-Code, voor zover deze in bulk per tankschip worden vervoerd, ongeacht de hoeveelheid.
A.. VERBODSTEKENS
*) Het gebruik van twee boven elkaar geplaatste borden, lichten of vlaggen duidt een verbod van langere duur aan.
A.. VERBODSTEKENS
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F
C.. BEPERKINGSTEKENS
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F
C.. BEPERKINGSTEKENS
- De maat waarmede de hoogte is verminderd kan worden vermeld op een onderbord (Zie voorbeeld bij F.3)
D.. AANBEVELINGSTEKENSTEKENS
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F
F.. BIJKOMENDE TEKENS
(*) in meters, tenzij anders vermeld.
G.. TEKENS AAN KUNSTWERKEN
(* in meters, tenzij anders vermeld.)
H.. OVERIGE AANDUIDINGEN
Bijlage 6. Markering
1.1. Principes van het systeem
Hiervoor is het van ouds bekende principe van de - ook in SIGNI gehandhaafde - bolvorm aangehouden.
Algemeen
Hoewel de hiervoor vermelde richtingen tegengesteld zijn aan het in maritieme publicaties gehanteerde begrip "betonningsrichting" met de daaraan gekoppelde bakboords- en stuurboordszijde van een schip, maakt dit geen verschil uit in de positie van de stompe en de spitse markeringen.
1.3. Markeringsvoorwerpen
Het karakter geeft een nadere specificatie van een licht; het wordt volgens internationale afspraken aangeduid met de Engelse afkorting.
2. LATERALE MARKERING
In Nederland worden voornamelijk de volgende karakters toegepast, waarbij in het algemeen geldt: hoe sneller het karakter, hoe gevaarlijker het te markeren punt.
2.1. Hoofdmarkering
¹ indien aanwezig
2.2. Aanvullende markering
¹ indien aanwezig
3. Markering gevaarlijke punten en obstakels
¹ indien aanwezig
4. BIJZONDERE MARKERING
- indien aanwezig
5. Markering loop van het water
5.2.3 Geleidelijnen
7. Markering ingang van havens en aftakkingen
5.3 Lichtenlijnen (geleidelichten)
7.1. Indien voorzien van lichten
¹ In deze gevallen wordt ter betere ondersdcheiding van andere vaarwegmarkeringen afgeweken van het onder 1.3.3 beschreven beginsel
7.2. Indien niet voorzien van lichten
7.1.2 Stuurboordszijde
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 49a. Afwijken van voorschriften door handhavingsdiensten, brandweer en schepen bestemd tot inzet bij calamiteiten
Schepen van handhavingsdiensten en brandweer, en reddingsvaartuigen betrokken bij reddingsoperaties mogen, behoudens het bepaalde in artikel 3, afwijken van de voorschriften van dit besluit voor zover dat voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk is.
Artikel 31, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op schepen van de brandweer die hulp bieden of daartoe op weg zijn en op reddingsvaartuigen die betrokken zijn bij een reddingsoperatie met toestemming van de Rijkshavenmeester Westerschelde.
Artikel 49b. Watersport
Zwemmen, onderwatersport, watersport zonder gebruik te maken van een schip, waterskiën of doen waterskiën of op soortgelijke wijze van het vaarwater gebruik maken of gebruik doen maken, varen met een waterscooter, varen met een zeilplank of varen met een door een vlieger voortbewogen plank, vinden niet plaats in het toepassingsgebied als omschreven in artikel 1, eerste lid.
De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het eerste lid.
Artikel 51a. Bescherming van verkeerstekens
Een schip gebruikt geen verkeerstekens om daaraan te meren of daaraan te verhalen, beschadigt ze niet en maakt ze niet ongeschikt voor hun bestemming.
Artikel 51b. Belading
Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien het zodanig is beladen dat het inzinkt tot over het vlak door de onderkant van de inzinkingsmerken, dan wel indien het zodanig is beladen dat het een geringer vrijboord heeft dan blijkens de afgegeven certificaten is toegestaan.
Een schip neemt niet deel aan de scheepvaart indien door de wijze van belading de stabiliteit in gevaar wordt gebracht.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, neemt een binnenschip niet deel aan de scheepvaart indien aan boord niet aanwezig zijn:
- a. het certificaat van onderzoek overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Binnenvaartwet;
- b. het stuwplan of de ladinglijst voor de actuele beladingstoestand;
- c. de stabiliteitsberekening, met inbegrip van de daarbij gebruikte berekeningsmethode en het resultaat daarvan, voor de actuele, of een vergelijkbare vorige, dan wel een standaard beladingstoestand.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Bijlage 2
Vervallen.
Bijlage 3
Vervallen.
Bijlage 4
Vervallen.
Bijlage 5. Verkeerstekens
B.. GEBODSTEKENS
E.. AANWIJZINGSTEKENS
(*) in meters, tenzij anders vermeld.
(*) Niet gemarkeerde brugopeningen kunnen op eigen risico worden gebruikt.
H.. OVERIGE AANDUIDINGEN
Bijlage 6. Markering
1.1. Principes van het systeem
1.3. Markeringsvoorwerpen
2. LATERALE MARKERING
2.1. Hoofdmarkering
2.2. Aanvullende markering
3. Markering gevaarlijke punten en obstakels
5. Markering loop van het water
Opmerking
6. Niet overgenomen
7. Markering ingang van havens en aftakkingen
¹ In deze gevallen wordt ter betere ondersdcheiding van andere vaarwegmarkeringen afgeweken van het onder 1.3.3 beschreven beginsel
7.2. Indien niet voorzien van lichten
7.2.1 Bakboordszijde
7.2.2 Stuurboordszijde
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)