Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 9 september 1992, houdende enkele rechtspositionele voorzieningen voor rampbestrijders in buitengewone omstandigheden
6 versions
· 2013-01-01
2013-01-01
Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders — arts. 2, 4, 6 y 1
Wijzigingen op 2013-01-01
@@ -24,7 +24,7 @@
- 4°. een oefening die in België of in de Bondsrepubliek Duitsland wordt gehouden ter voorbereiding op het bestrijden van een ramp of een zwaar ongeval als bedoeld onder ten derde, aan het houden waarvan Onze Minister zijn goedkeuring heeft gehecht;
- c. rampbestrijder: degene die de rampbestrijdingsdienst vervult of heeft vervuld bij een gemeentelijke of regionale brandweer, bij een basisgezondheidsdienst, bij een ambulancedienst, bij een gemeenschappelijke meldkamer, bij het Nederlandse Rode Kruis of bij een instelling, zorgaanbieder, of gezondheidsdienst als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466&artikel=33);
- c. rampbestrijder: degene die de rampbestrijdingsdienst vervult of heeft vervuld bij een gemeentelijke of regionale brandweer, bij een basisgezondheidsdienst, bij een Regionale Ambulancevoorziening, bij een gemeenschappelijke meldkamer, bij het Nederlandse Rode Kruis of bij een instelling, zorgaanbieder, of gezondheidsdienst als bedoeld in [artikel 33, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466&artikel=33);
- 1°. bij wijze van beroep
@@ -34,7 +34,7 @@
- e. geneeskundig adviseur: een door Onze Minister aangewezen geneeskundige;
- f. grondslag: de in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=V&artikel=27&z=2010-10-01&g=2010-10-01) bedoelde grondslag.
- f. grondslag: de in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=V&artikel=27&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedoelde grondslag.
2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
@@ -46,25 +46,25 @@
##### Artikel 2
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rampbestrijder mede verstaan degene, die op verzoek of op bevel van de burgemeester dan wel op verzoek van de commissaris van de Koning de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), ten eerste, vervult of heeft vervuld.
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rampbestrijder mede verstaan degene, die op verzoek of op bevel van de burgemeester dan wel op verzoek van de commissaris van de Koning de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ten eerste, vervult of heeft vervuld.
##### Artikel 3
Indien er sprake is van een ramp of een crisis, kan Onze Minister op verzoek van de burgemeester bepalen dat het deelnemen aan het bestrijden van die ramp of dat ongeval wordt aangemerkt als rampbestrijdingsdienst in de zin van [artikel 1, onder b, ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01).
Indien er sprake is van een ramp of een crisis, kan Onze Minister op verzoek van de burgemeester bepalen dat het deelnemen aan het bestrijden van die ramp of dat ongeval wordt aangemerkt als rampbestrijdingsdienst in de zin van [artikel 1, onder b, ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
##### Artikel 4
Aanspraken aan deze wet, met uitzondering van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2010-10-01&g=2010-10-01), kunnen slechts worden ontleend voor zover de in deze wet vervatte voorzieningen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling, met uitzondering van de [Algemene Bijstandswet](onbekend) (**Stb.** 1963, 284), of krachtens arbeidsovereenkomst overtreffen.
Aanspraken aan deze wet, met uitzondering van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2013-01-01&g=2013-01-01), kunnen slechts worden ontleend voor zover de in deze wet vervatte voorzieningen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling, met uitzondering van de [Algemene Bijstandswet](onbekend) (**Stb.** 1963, 284), of krachtens arbeidsovereenkomst overtreffen.
##### Artikel 5
1. Een uitkering als bedoeld in de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2010-10-01&g=2010-10-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2010-10-01&g=2010-10-01), [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&z=2010-10-01&g=2010-10-01) en [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=29&z=2010-10-01&g=2010-10-01) bedraagt per maand niet meer dan een twaalfde deel van 260 maal het in [artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=17) bedoelde bedrag, met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
2. Voor de toepassing van het eerste lid blijft de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2010-10-01&g=2010-10-01), buiten beschouwing.
1. Een uitkering als bedoeld in de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=29&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedraagt per maand niet meer dan een twaalfde deel van 260 maal het in [artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&artikel=17) bedoelde bedrag, met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
2. Voor de toepassing van het eerste lid blijft de aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2013-01-01&g=2013-01-01), buiten beschouwing.
##### Artikel 6
Een uitkering als bedoeld in de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2010-10-01&g=2010-10-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2010-10-01&g=2010-10-01) en [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&z=2010-10-01&g=2010-10-01) bedraagt per maand niet minder dan de som van de desbetreffende uitkering en de toeslag die in aanvulling daarop zou worden verleend, indien die uitkering zou zijn aangemerkt als een loondervingsuitkering in de zin van de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043) (**Stb.** 1987, 91).
Een uitkering als bedoeld in de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedraagt per maand niet minder dan de som van de desbetreffende uitkering en de toeslag die in aanvulling daarop zou worden verleend, indien die uitkering zou zijn aangemerkt als een loondervingsuitkering in de zin van de [Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043) (**Stb.** 1987, 91).
### Hoofdstuk II. Uitkering bij ziekte
@@ -78,11 +78,11 @@
2. De ziekengelduitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende 12 maanden 100% van de grondslag en daarna gedurende 6 maanden 80% van de grondslag.
3. In afwijking van het tweede lid eindigt de ziekengelduitkering met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de rampbestrijder de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
3. In afwijking van het tweede lid eindigt de ziekengelduitkering met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de rampbestrijder de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), heeft bereikt.
##### Artikel 8
Geen recht op een ziekengelduitkering als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2010-10-01&g=2010-10-01) bestaat:
Geen recht op een ziekengelduitkering als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bestaat:
- a. indien de rampbestrijder de ziekten of gebreken heeft voorgewend, althans zodanig overdreven voorgesteld, dat de verhindering tot het verrichten van zijn gewone werk niet kan worden aangenomen;
@@ -90,7 +90,7 @@
##### Artikel 9
1. Geen recht op een ziekengelduitkering als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2010-10-01&g=2010-10-01), of op verdere betaling daarvan, bestaat wanneer en voor zolang de rampbestrijder:
1. Geen recht op een ziekengelduitkering als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of op verdere betaling daarvan, bestaat wanneer en voor zolang de rampbestrijder:
- a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de geneeskundig adviseur of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
@@ -100,17 +100,17 @@
- d. voor derden of zichzelf werkzaamheden verricht, tenzij dit door de geneeskundig adviseur in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht.
2. De rampbestrijder kan aan een onderzoek vanwege de geneeskundig adviseur worden onderworpen ter beantwoording van de vraag, of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste lid, onder **b** of **c**, of in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2010-10-01&g=2010-10-01).
2. De rampbestrijder kan aan een onderzoek vanwege de geneeskundig adviseur worden onderworpen ter beantwoording van de vraag, of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste lid, onder **b** of **c**, of in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
##### Artikel 10
Indien de rampbestrijder binnen een tijdvak van 30 kalenderdagen nadat de betaling van de ziekengelduitkering, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2010-10-01&g=2010-10-01), in verband met herstel gestaakt is, wederom wegens dezelfde ziekten of gebreken verhinderd wordt zijn gewone werk te verrichten, wordt de nieuw opgetreden verhindering als een voortzetting van de vorige verhindering beschouwd en wordt de betaling van de ziekengelduitkering hervat.
Indien de rampbestrijder binnen een tijdvak van 30 kalenderdagen nadat de betaling van de ziekengelduitkering, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01), in verband met herstel gestaakt is, wederom wegens dezelfde ziekten of gebreken verhinderd wordt zijn gewone werk te verrichten, wordt de nieuw opgetreden verhindering als een voortzetting van de vorige verhindering beschouwd en wordt de betaling van de ziekengelduitkering hervat.
### Hoofdstuk III. Uitkeringen bij invaliditeit
##### Artikel 11
De rampbestrijder heeft recht op een invaliditeitsuitkering, indien hij na afloop van de periode waarin hij op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2010-10-01&g=2010-10-01) een ziekengelduitkering ontving, geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is.
De rampbestrijder heeft recht op een invaliditeitsuitkering, indien hij na afloop van de periode waarin hij op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01) een ziekengelduitkering ontving, geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is.
##### Artikel 12
@@ -137,13 +137,13 @@
##### Artikel 14
1. In afwijking van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2010-10-01&g=2010-10-01) is de invaliditeitsuitkering, indien de invaliditeitsgraad 80% of meer bedraagt en de rampbestrijder in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, welke geregeld oppassing en verzorging nodig maakt, voor de duur van zijn hulpbehoevendheid, gelijk aan 100% van de grondslag.
1. In afwijking van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is de invaliditeitsuitkering, indien de invaliditeitsgraad 80% of meer bedraagt en de rampbestrijder in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, welke geregeld oppassing en verzorging nodig maakt, voor de duur van zijn hulpbehoevendheid, gelijk aan 100% van de grondslag.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing, indien de rampbestrijder in een inrichting is opgenomen en de kosten van verblijf ten laste van een verzekering inzake ziektekosten komen.
##### Artikel 15
Op de invaliditeitsuitkering zijn de[artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2010-10-01&g=2010-10-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2010-10-01&g=2010-10-01) van overeenkomstige toepassing.
Op de invaliditeitsuitkering zijn de[artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 16
@@ -155,11 +155,11 @@
##### Artikel 18
De invaliditeitsuitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de rampbestrijder de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
De invaliditeitsuitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de rampbestrijder de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), heeft bereikt.
##### Artikel 19
1. De rampbestrijder heeft recht op een bijzondere invaliditeitsuitkering indien hij na het verstrijken van de termijn, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2010-10-01&g=2010-10-01), maar binnen 2 jaar na de beëindiging van de rampbestrijdingsdienst, door ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk algemeen invalide wordt en deze invaliditeit naar het oordeel van Onze Minister in overwegende mate haar oorzaak vindt in de rampbestrijdingsdienst.
1. De rampbestrijder heeft recht op een bijzondere invaliditeitsuitkering indien hij na het verstrijken van de termijn, bedoeld in [artikel 7, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01), maar binnen 2 jaar na de beëindiging van de rampbestrijdingsdienst, door ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk algemeen invalide wordt en deze invaliditeit naar het oordeel van Onze Minister in overwegende mate haar oorzaak vindt in de rampbestrijdingsdienst.
2. Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de bijzondere invaliditeitsuitkering.
@@ -171,7 +171,7 @@
2. Indien het overlijden binnen twee jaar na beëindiging van de rampbestrijdingsdienst plaatsvindt, bestaat eveneens recht op een weduwenuitkering indien het overlijden in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de rampbestrijdingsdienst.
3. Het recht op een weduwenuitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de weduwe de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
3. Het recht op een weduwenuitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de weduwe de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), heeft bereikt.
##### Artikel 21
@@ -187,7 +187,7 @@
##### Artikel 23
De wezenuitkering, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2010-10-01&g=2010-10-01), bedraagt:
De wezenuitkering, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedraagt:
- a. voor elk kind wiens ouder onderscheidenlijk wiens pleegouder aan het overlijden van de rampbestrijder recht op een weduwenuitkering ontleent, 10% van de grondslag;
@@ -201,9 +201,9 @@
##### Artikel 25
1. Na het overlijden van de rampbestrijder, aan wie een uitkering krachtens de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2010-10-01&g=2010-10-01) of [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2010-10-01&g=2010-10-01) is toegekend, wordt deze uitkering, voor zover niet reeds uitbetaald, tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die waarin het overlijden plaatsvond, uitbetaald aan de weduwe van de rampbestrijder van wie de rampbestrijder niet duurzaam gescheiden leefde.
2. Na het overlijden van de rampbestrijder, die op het moment van overlijden recht had op een vergoeding als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2010-10-01&g=2010-10-01) of een uitkering als bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=29&z=2010-10-01&g=2010-10-01), wordt deze vergoeding of uitkering, voor zover niet reeds uitbetaald, ter grootte van hetgeen de rampbestrijder zou hebben ontvangen, indien de rampbestrijdingsdienst voor hem tot de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin het overlijden plaatsvond, zou hebben voortgeduurd, uitbetaald aan de weduwe van de rampbestrijder van wie de rampbestrijder niet duurzaam gescheiden leefde.
1. Na het overlijden van de rampbestrijder, aan wie een uitkering krachtens de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is toegekend, wordt deze uitkering, voor zover niet reeds uitbetaald, tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die waarin het overlijden plaatsvond, uitbetaald aan de weduwe van de rampbestrijder van wie de rampbestrijder niet duurzaam gescheiden leefde.
2. Na het overlijden van de rampbestrijder, die op het moment van overlijden recht had op een vergoeding als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of een uitkering als bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=29&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wordt deze vergoeding of uitkering, voor zover niet reeds uitbetaald, ter grootte van hetgeen de rampbestrijder zou hebben ontvangen, indien de rampbestrijdingsdienst voor hem tot de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin het overlijden plaatsvond, zou hebben voortgeduurd, uitbetaald aan de weduwe van de rampbestrijder van wie de rampbestrijder niet duurzaam gescheiden leefde.
3. Bij ontstentenis van de persoon, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt de betaling aan de kinderen van de overledene, die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd of gehuwd geweest zijn.
@@ -221,7 +221,7 @@
1. Onder grondslag worden in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan de inkomsten uit of in verband met zijn gewone werk, die de rampbestrijder in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop het recht op een uitkering krachtens deze wet is ontstaan, heeft genoten.
2. Indien de rampbestrijder in het jaar, bedoeld in het eerste lid, geen inkomsten uit of in verband met zijn gewone werk heeft genoten, wordt onder grondslag verstaan twaalf maal het bedrag waarop hij op grond van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2010-10-01&g=2010-10-01), recht heeft. Ten aanzien van de rampbestrijder die minder dan tien uren rampbestrijdingsdienst heeft vervuld, wordt voor de berekening van het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, het aantal uren gesteld op 10.
2. Indien de rampbestrijder in het jaar, bedoeld in het eerste lid, geen inkomsten uit of in verband met zijn gewone werk heeft genoten, wordt onder grondslag verstaan twaalf maal het bedrag waarop hij op grond van [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2013-01-01&g=2013-01-01), recht heeft. Ten aanzien van de rampbestrijder die minder dan tien uren rampbestrijdingsdienst heeft vervuld, wordt voor de berekening van het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, het aantal uren gesteld op 10.
3. Indien de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, voortkomen uit of verband houden met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, worden onder inkomsten verstaan de winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in [artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.8).
@@ -233,13 +233,13 @@
##### Artikel 28
1. De rampbestrijder, bedoeld in [artikel 1, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), ten tweede, die de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), ten eerste, ten derde en ten vierde, en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2010-10-01&g=2010-10-01), vervult, alsmede de rampbestrijder, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2010-10-01&g=2010-10-01), die de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**, ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2010-10-01&g=2010-10-01), vervult, hebben recht op een beloning van € 13,61 per uur.
1. De rampbestrijder, bedoeld in [artikel 1, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ten tweede, die de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ten eerste, ten derde en ten vierde, en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), vervult, alsmede de rampbestrijder, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), die de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**, ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), vervult, hebben recht op een beloning van € 13,61 per uur.
2. Onze Minister past het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aan, voor zover wijzigingen in overeenkomstige vergoedingen voor het vrijwillig brandweerpersoneel daartoe aanleiding geven.
##### Artikel 29
1. De rampbestrijder, bedoeld in [artikel 1, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), ten tweede, die tijdens de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), ten eerste, ten derde en ten vierde, en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2010-10-01&g=2010-10-01), loon of inkomsten uit zijn gewone werk derft, alsmede de rampbestrijder, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2010-10-01&g=2010-10-01), die tijdens de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), ten eerste, en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2010-10-01&g=2010-10-01), loon of inkomsten uit zijn gewone werk derft, hebben onverminderd [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=5&z=2010-10-01&g=2010-10-01) recht op een uitkering met betrekking tot hetgeen zij ter zake derven die gelijk is aan:
1. De rampbestrijder, bedoeld in [artikel 1, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ten tweede, die tijdens de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ten eerste, ten derde en ten vierde, en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), loon of inkomsten uit zijn gewone werk derft, alsmede de rampbestrijder, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), die tijdens de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in [artikel 1, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ten eerste, en [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), loon of inkomsten uit zijn gewone werk derft, hebben onverminderd [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=5&z=2013-01-01&g=2013-01-01) recht op een uitkering met betrekking tot hetgeen zij ter zake derven die gelijk is aan:
- a. het bedrag van het werkelijk gederfde loon in de zin van [hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017745&hoofdstuk=3), al naar gelang zij hun gewone werk in loondienst uitoefenen of tot deze categorie gerekend kunnen worden;
@@ -247,7 +247,7 @@
- c. de werkelijk gederfde bezoldiging die zij krachtens een wettelijke regeling zouden hebben genoten, al naar gelang zij hun gewone werk krachtens een publiekrechtelijke aanstelling verrichten.
2. Indien de inkomsten van de rampbestrijder, bedoeld in het eerste lid, een wisselend karakter dragen, wordt onverminderd [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=5&z=2010-10-01&g=2010-10-01) voor de berekening van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, het dag- of maandgemiddelde van deze inkomsten over de laatste 26 weken genomen.
2. Indien de inkomsten van de rampbestrijder, bedoeld in het eerste lid, een wisselend karakter dragen, wordt onverminderd [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=5&z=2013-01-01&g=2013-01-01) voor de berekening van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, het dag- of maandgemiddelde van deze inkomsten over de laatste 26 weken genomen.
##### Artikel 30
@@ -279,11 +279,11 @@
##### Artikel 35
Alvorens Onze Minister een beslissing neemt op een aanvraag om een uitkering als bedoeld in de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2010-10-01&g=2010-10-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2010-10-01&g=2010-10-01), [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&z=2010-10-01&g=2010-10-01) of een voorziening als bedoeld in de[artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=30&z=2010-10-01&g=2010-10-01) en [31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2010-10-01&g=2010-10-01), vraagt hij zonodig het advies van de geneeskundig adviseur.
Alvorens Onze Minister een beslissing neemt op een aanvraag om een uitkering als bedoeld in de[hoofdstukken II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=II&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=III&z=2013-01-01&g=2013-01-01), [IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=IV&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of een voorziening als bedoeld in de[artikelen 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=30&z=2013-01-01&g=2013-01-01) en [31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2013-01-01&g=2013-01-01), vraagt hij zonodig het advies van de geneeskundig adviseur.
##### Artikel 36
1. Omtrent elke aanvraag, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VII&artikel=33&z=2010-10-01&g=2010-10-01), neemt Onze Minister binnen dertien weken een beslissing.
1. Omtrent elke aanvraag, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=VII&artikel=33&z=2013-01-01&g=2013-01-01), neemt Onze Minister binnen dertien weken een beslissing.
2. Onze Minister kan een beslissing ambtshalve herzien.
@@ -331,13 +331,13 @@
##### Artikel 43
In afwijking van [artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7) is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te 's-Gravenhage bevoegd.
Vervallen
### Hoofdstuk X. Slot- en overgangsbepalingen
##### Artikel 44
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet op andere dan de in [artikel 1, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2010-10-01&g=2010-10-01), bedoelde groepen van personen die de rampbestrijdingsdienst vervullen, van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Zonodig kunnen daarbij tevens aanvullende regels worden gegeven.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet op andere dan de in [artikel 1, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde groepen van personen die de rampbestrijdingsdienst vervullen, van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Zonodig kunnen daarbij tevens aanvullende regels worden gegeven.
2. De voordracht tot een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan door Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat te zamen.
@@ -351,7 +351,7 @@
##### Artikel 46a
Voorzover de grondslag, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=V&artikel=27&z=2010-10-01&g=2010-10-01), moet worden bepaald over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar, wordt voor de toepassing van het derde lid van dat artikel onder winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in [artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.8) verstaan winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Voorzover de grondslag, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005643&hoofdstuk=V&artikel=27&z=2013-01-01&g=2013-01-01), moet worden bepaald over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar, wordt voor de toepassing van het derde lid van dat artikel onder winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in [artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.8) verstaan winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
##### Artikel 47
2010-10-01
Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders — arts. 2, 4, 6 y 1
2006-01-01
Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders — arts. 2, 4, 6 y 1
2005-01-01
Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders — arts. 2, 4, 5 y 1
2004-07-01
Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders — arts. 2, 4, 5 y 1
2002-01-01
Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders — versión origin
original version
Tekst op deze datum