Regeling houdende nadere regels ten aanzien van machines
Deel 1 van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waar onder de afgifte van certificaten dient te gebeuren.
1. INLEIDING
Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor producten is door BHST TCVT opgesteld. Het betreft certificatie op het gebied van de opstellings- en periodieke keuring hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer (1) en tijdelijke personen(bouw)liften (2) voor bewoners. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld
2. DEFINITIES
1Ministerie van BZK, De Kaderstellende visie op toezicht
3. WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN
Om het maatschappelijke belang – veiligheid van het product – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de veiligheid van de opstellings- en/of periodieke keuring van een werktuig.
3.1. Beschrijving schema
Het werkveldspecifieke certificatieschema TCVT opstellings- en periodieke keuring hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners is door de BHST voorgesteld en door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld.
3.2. Actieve partijen
Binnen het kader van dit document voor aanwijzing en toezicht zijn bij de opstelling betrokken geweest:
3.3. Risicoanalyse
Het gebruik van werktuigen is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen en/of geheven kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde werktuigen is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Werktuigen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:
4. CERTIFICATIEREGLEMENT
Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedure van aanvraag, de condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van verzoeken om herziening.
4.2. Certificatieprocedure
De opdrachtgever dient bij een CKI (zie www.tcvt.nl), in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in tot het uitvoeren van de certificatieprocedure. Vervolgens verstrekt de CKI informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag.
4.3. Procedures
De CKI is door het ministerie SZW aangewezen voor het uitvoeren van de betreffende opstelling- en periodieke keuring werktuigen en heeft hiertoe een overeenkomst met TCVT gesloten.
4.3.1. Aanvraag
Door de aanvrager wordt voor een specifiek werktuig de keuring bij de CKI aangevraagd. De CKI registreert de aanvraag en voert deze in de keuringsplanning in.
4.3.2. Vaststelling tijdstip van Keuring
De CKI bevestigt de aanvraag (schriftelijk) en informeert de opdrachtgever over plaats en tijd van de keuring, met daarbij de volgende uitgangspunten:
4.3.3. Uitvoering en rapportage van de keuring
Bij de uitvoering van de keuring vinden de volgende handelingen plaats door de keurmeester:
4.4. Beslissing inzake het certificaat of de verklaring
De beslissing inzake de afgifte van het certificaat wordt genomen door een functionaris van de CKI die is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem van de CKI en de procedures conform 4.3. Aan de hand van de uitkomst van zijn keuringen zal de inspecteur/beoordelaar binnen een tussen partijen overeengekomen termijn een rapport opmaken en een advies opstellen betreffende het al dan niet afgeven van het certificaat. Dit advies wordt binnen een tussen partijen overeengekomen termijn samen met de vastgestelde resultaten van de keuring voorgelegd aan de certificatiebeslisser. Er hoeft geen separate certificatiebeslissing genomen te worden als de CKI het toezicht op de kwaliteit van het oordeel van de inspecteur op een andere wijze aantoonbaar heeft geborgd (ISO/IEC 17020).
4.5. Geldigheid certificaat Op het certificaat wordt de uiterste datum van de volgende keuring vermeld (bij toepassing van de ISO/IEC 17020).De maximale herkeuringstermijn is 6 maanden.
Een tussentijdse keuring kan op gelijke wijze worden uitgevoerd. Toelichting: een keuring is een momentopname en kent geen geldigheidstermijn.
4.6. Afhandeling bij tekortkoming
Met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet meer voldaan wordt aan deze condities, kan dit consequenties hebben voor het certificaat.
4.6.1. Afhandeling bij tekortkomingen (cat A)
Als de tekortkoming(en) direct gevaar voor de veiligheid inhoudt, zijn directe voorzieningen aan de werktuigen noodzakelijk. Vanwege de wettelijke verplichtingen van de opdrachtgever wijst de CKI direct na de keu-ring, in het rapport en/of middels een brief, de opdrachtgever (de opdrachtgever of degene die namens de opdrachtgever de keuring begeleidt) er schriftelijk op dat gebruik van het werktuig uit veiligheidsoogpunt onverantwoord is en niet is toegestaan.
4.6.2. Afhandeling bij tekortkomingen (cat B)
Als de tekortkoming(en) geen direct gevaar voor de veiligheid inhoudt, verzoekt de CKI de opdrachtgever de desbetreffende tekortkomingen zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 1 maand na de keuringsdatum, op te heffen en daaromtrent aan de instelling schriftelijk te rapporteren.
4.7. Klachten over de CKI
Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.
4.7.1. Klachten over het bedrijf of de persoon
Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.
4.7.2. Klachtenregeling
In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.
4.8. Bezwaarprocedure
Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.
4.9. Norminterpretaties
Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen.
5. TOEZICHT
De eigenaar van het product is verplicht een opstelling- en/of periodieke keuring aan te vragen. Het doel van de opstelling- en/of periodieke keuring is om de blijvende veiligheid van het product zoveel mogelijk te waarborgen. Het CCvD bepaalt in dit hoofdstuk van het certificatieschema hoe het toezicht door de CKI dient te worden ingericht.
5.1. Toegang
Indien het voor het houden van toezicht noodzakelijk is dat de CKI, de nationale accreditatie-instantie en Inspectie SZW zich toegang verschaffen tot gegevens over het product en het product zelf, wordt in deze paragraaf de toegang hiertoe geregeld. Het betreft hier de techni-sche gegevens van het werktuig en de eventuele documentatie over modificaties.
5.2. Frequentie van het toezicht
De CKI voert de opstellingskeuring uit bij elke nieuwe opstelling van het werktuig. Elke verplaatsing van het werktuig leidt tot een nieuwe opstellingskeuring.
5.3. De wijze van uitvoering van toezicht
Zie 5.2
5.4. Verslag van bevindingen
De verslaglegging bevat tenminste de onder 8.2 (opstellingskeuring) respectievelijk 8.3 (periodieke keuring) opgenoemde punten (voor zover van toepassing).
5.5. Maatregelen
Zie 4.6.
DEEL II
Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat of verklaring voor producten in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:
6. ONDERWERP VAN VERKLARING OF CERTIFICATIE
Het werkveldspecifieke certificatieschema TCVT opstellings- en/of periodieke keuring van werktuigen is door TCVT voorgesteld en door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld.
7. EISEN
Dit hoofdstuk bevat de werkveldspecifieke normen waaraan een product moet voldoen, alsmede de wijze waarop de toetsing daarvan plaatsvindt.
7.1. EISEN
Producten worden alleen in gebruik genomen wanneer deze niet de veiligheid of gezondheid van de gebruiker of andere algemene belangen in gevaar brengen, wanneer zij op juiste wijze en voor geëigende doelen worden gebruikt en onderhouden. Montage geschiedt door vakbekwame personen.
7.1.1. Eisen in de nieuwbouwfase
Niet van toepassing.
7.1.2. Eisen voor ingebruikneming
Zie hoofdstuk 8.
7.1.3. Eisen voor periodieke keuring
Zie hoofdstuk 8.
8. BEOORDELINGSFORMULIER
N.v.t.
8.2. Opstellingskeuring
Zie voor het rapport onder 8.3
8.3. Periodieke keuring
OK niet OK
8.4. Toelichting op 8.1
TCVT Certificaat van Goedkeuring: (dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een sticker welke in het lift- cq werkboek geplakt wordt):
Bijlage 2
Vervallen
Bijlage 3. behorend bij artikel 2b, Warenwetregeling Machines
Vervallen
Bijlage 4. behorend bij artikel van de Warenwetregeling Machines behorend bij artikel 2b, 2e lid
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)