Wet van 16 december 1993, tot vaststelling van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994
Afdeling 3. Bedrag van de teruggaaf
Afdeling 5. Aanvullende bepalingen
Afdeling 4. Tarief
Afdeling 5. Naheffing
Hoofdstuk IV. Personenauto's, bestelauto’s en autobussen, verbonden met een aanhangwagen
Hoofdstuk V. Motorrijtuigen in een bedrijfsvoorraad of bij een herstelbedrijf
Afdeling 1. Belastingplichtige
Afdeling 1. Belastingplichtige
Afdeling 2. Wijze van heffing
Afdeling 4. Teruggaaf
Hoofdstuk VI. Vrijstellingen
Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 23b
In afwijking van de artikelen 23 en23a bedraagt de belasting voor een motorrijtuig dat een aandrijving heeft uitsluitend op elektriciteit of waterstof een percentage van de ingevolge die artikelen verschuldigde belasting. Dat percentage is:
- –. voor het jaar 2026: 70%;
- –. voor het jaar 2027: 70%;
- –. voor het jaar 2028: 70%;
- –. voor het jaar 2029: 75%.
Voor de toepassing van het eerste lid is artikel 9, elfde tot en met dertiende lid, van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, voor zover het betrekking heeft op de meting van de CO2-uitstoot, van overeenkomstige toepassing.
Voor een personenauto met een datum eerste toelating die is gelegen voor 1 januari 2021 is voor de toepassing van het eerste lid artikel 9, elfde en twaalfde lid, van de Wet op de belastingen van personenauto’s 1992 zoals dat artikel luidde op 30 juni 2020 van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 7. Tarief autobus
HOOFDSTUK IIA. TERUGGAAF BEDRIJFSVOERTUIGENPARK
Hoofdstuk III. Autobussen
Afdeling 2. Vergunning bedrijfsvoertuigenpark
Afdeling 4. Tarief
Afdeling 5. Naheffing
Hoofdstuk IV. Personenauto's, bestelauto’s en autobussen, verbonden met een aanhangwagen
Hoofdstuk V. Motorrijtuigen in een bedrijfsvoorraad of bij een herstelbedrijf
Afdeling 2. Wijze van heffing
Afdeling 3. Aangifte
Afdeling 5. Tarief
Hoofdstuk VI. Vrijstellingen
Hoofdstuk VII. Controle
Hoofdstuk IX. Controle
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk III. Wijze van heffing
Afdeling 2. Aangifte en tijdstip van betaling
Hoofdstuk IV. Tarief
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 2. Tarief personenauto
Afdeling 3. Tarief bestelauto
Afdeling 4. Tarief motorrijwiel
Afdeling 5. Tarief vrachtauto
Afdeling 6. Tarief rijdende winkel
Artikel 25c
Voor een autobus bedraagt de belasting:
| bij een eigen massa in kilogrammen van | over een tijdvak van drie maanden | vermeerderd met | per 100 kg eigen massa boven |
|---|---|---|---|
| 1.000 of minder | € 34,69 | ||
| 1.100 tot en met 2.600 | € 39,12 | € 4,48 | 1.100 kg |
| 2.700 en meer | € 109,71 | € 1,44 | 2.700 kg |
Op verzoek bedraagt de belasting nihil voor een autobus die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het openbaar vervoer, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet personenvervoer 2000, en die is bestemd om hoofdzakelijk te worden aangedreven door een kracht die wordt ontleend aan vloeibaar gemaakt petroleumgas als bedoeld in artikel 26, zesde lid, van de Wet op de accijns of aan aardgas. De inspecteur neemt de beslissing op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Afdeling 8. Tarief buitenlands motorrijtuig
Afdeling 9. Overige bepalingen
Hoofdstuk V. Naheffing
Afdeling 4. Boetebepaling
Hoofdstuk VII. Motorrijtuigen in een bedrijfsvoorraad of bij een herstelbedrijf
Afdeling 6. Naheffing
Hoofdstuk VIII. Vrijstellingen
Hoofdstuk Xa. Overgangsrecht oudere motorrijtuigen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 84a
Voor de toepassing van dit hoofdstuk is in afwijking van artikel 10 het tijdvak een kalenderjaar.
Op verzoek bedraagt het toe te passen tarief over het tijdvak het bedrag aan belasting, genoemd in de artikelen 23, 24, 24a, 24b, 25, 25a of 25c, zoals deze artikelen luidden op 31 december voorafgaand aan het tijdvak. Het ingevolge de eerste volzin bepaalde bedrag aan belasting bedraagt, met inbegrip van de provinciale opcenten, bedoeld in artikel 222 van de Provinciewet, ten hoogste € 158,00.
Het tarief, bedoeld in het tweede lid, kan uitsluitend worden toegepast indien:
- a. het motorrijtuig vóór 1 januari 1988 voor het eerst in gebruik is genomen, maar het tijdstip van eerste ingebruikneming nog geen 40 jaar geleden is;
- b. het motorrijtuig, indien het een personenauto of bestelauto betreft, is bestemd om te worden aangedreven door een kracht die uitsluitend wordt ontleend aan benzine als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c;
- c. met het motorrijtuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt in de maanden januari, februari en december van hetzelfde tijdvak, met uitzondering van de dag waarop het motorrijtuig aan een keuring wordt onderworpen ter zake van de afgifte van een keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994;
- d. het motorrijtuig, indien het een vrachtauto of autobus betreft, niet bedrijfsmatig wordt gebruikt; en
- e. het bedrag aan belasting, bedoeld in het tweede lid, is betaald bij de aanvang van het tijdvak.
Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt aangemerkt als het doen van een aanvullende aangifte.
De betaling van het over het tijdvak verschuldigde bedrag aan belasting wordt, onder vermelding van het betalingskenmerk als aangegeven door de inspecteur, voor de toepassing van dit hoofdstuk aangemerkt als het verzoek, bedoeld in het tweede lid.
Voor een motorrijtuig waarvoor in de loop van het tijdvak een kenteken is opgegeven, vangt, voor de toepassing van dit hoofdstuk, het tijdvak aan met ingang van de dag van dagtekening van de eerste tenaamstelling van dat motorrijtuig en vervolgens telkenmale met ingang van 1 januari.
Bij wijziging van de tenaamstelling van het motorrijtuig in de loop van het tijdvak wordt de belasting door degene op wiens naam het motorrijtuig wordt gesteld, verschuldigd met ingang van het eerstvolgende tijdvak. De eerste volzin is niet van toepassing indien degene op wiens naam het motorrijtuig wordt gesteld niet of niet langer voldoet aan de bij of krachtens dit artikel gestelde voorwaarden.
Indien niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens dit artikel gestelde voorwaarden wordt dit aangemerkt als een verandering aan het motorrijtuig en doet de houder een aanvullende aangifte uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag dat niet of niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan. De aanvullende aangifte geldt:
- a. indien deze wordt gedaan door degene die bij aanvang van het tijdvak het motorrijtuig houdt, voor het lopende tijdvak;
- b. indien deze wordt gedaan door een andere houder dan als bedoeld in onderdeel a, voor de tijdvakken die aanvangen na het lopende tijdvak dat is bepaald zonder toepassing van dit hoofdstuk.
Bij constatering van het feit dat met betrekking tot een motorrijtuig waarvoor de belasting is betaald op de voet van dit artikel, niet wordt voldaan aan de bij of krachtens dit artikel gestelde voorwaarden, kan de belasting die zonder toepassing van dit artikel over het gehele kalenderjaar verschuldigd zou zijn geweest, worden nageheven met overeenkomstige toepassing van artikel 76. Artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van toepassing.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven de artikelen 11, 12, 13, 15, derde lid, 17, vierde lid, 18, 19, 20, 21, 27, 30, 33, tweede, derde en vierde lid, en 36 buiten toepassing.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit hoofdstuk.
Artikel 84b
In afwijking van artikel 15, eerste lid, wordt voor het tijdvak 2014 de betaling, bedoeld in artikel 84a, vijfde lid, gedaan vóór 1 maart 2014.
In afwijking van artikel 84a, derde lid, onderdeel c, mag in de maanden januari en februari 2014 gebruik van de weg worden gemaakt.
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 24aa
Vervallen
Afdeling 4. Tarief motorrijwiel
Afdeling 8. Tarief buitenlands motorrijtuig
Hoofdstuk V. Naheffing
Hoofdstuk VII. Motorrijtuigen in een bedrijfsvoorraad of bij een herstelbedrijf
Afdeling 5. Tarief
Afdeling 6. Naheffing
Hoofdstuk IX. Controle
Hoofdstuk X. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk Xa. Overgangsrecht oudere motorrijtuigen
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 77a
De inspecteur is bevoegd om op of aan de weg van een motorrijtuig met behulp van een technisch hulpmiddel kentekengegevens als bedoeld in het tweede lid te verwerken ten behoeve van het toezicht op en de handhaving van deze wet. De aanwezigheid van een technisch hulpmiddel wordt op duidelijke wijze kenbaar gemaakt.
Onder kentekengegevens wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: het kenteken, de locatie, de datum en het tijdstip van vastlegging en de foto-opname van het motorrijtuig.
Verdere verwerking voor het doel, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door de kentekengegevens door middel van een technisch systeem geautomatiseerd te vergelijken met andere gegevens die zijn verkregen ten behoeve van het toezicht op en de handhaving van deze wet teneinde vast te stellen of de gegevens overeenkomen.
Voor zover de gegevens na toepassing van het derde lid niet met elkaar overeenkomen, kunnen de kentekengegevens vervolgens verder worden verwerkt om de verschuldigde belasting na te heffen en eventueel voor het opleggen van een bestuurlijke boete of het vaststellen dat een strafbaar feit is begaan ingevolge de belastingwet.
De vernietiging van de kentekengegevens in het technische systeem, bedoeld in het derde lid, vindt zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen zeven werkdagen plaats.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inzet van een technisch hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, de verwerking van de kentekengegevens en de wijze waarop de kentekengegevens verder worden verwerkt.
Hoofdstuk Xa. Overgangsrecht oudere motorrijtuigen
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)