Besluit van 16 maart 1994, houdende vaststelling van regels ten aanzien van de bezoldiging van de politie

Type AMvB
Publication 2026-04-18
Laatst bijgewerkt 2026-04-21
State In force
Source BWB
artikelen 125
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Met inachtneming van het vijfde lid wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden. Als maatstaf bij de berekening van het in de eerste volzin bedoelde bedrag geldt, behoudens het hierna bepaalde, de bezoldiging welke de ambtenaar op de dag van het overlijden genoot of, indien hij op die dag aanspraak maakt op een ZW-uitkering of een WIA-uitkering en een bovenwettelijke ziekte-uitkering of een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 10, zou hebben genoten indien hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. De uitkering wordt vermeerderd met een bedrag gelijk aan driemaal dat van de vakantieuitkering over een maand, berekend op de voet van hoofdstuk 6, naar de bezoldiging die de ambtenaar in de maand van het overlijden zou hebben genoten. Indien de ambtenaar in het genot was van de operationele toelage, bedoeld in artikel 14, of van de aflopende toelage, bedoeld in artikel 15 of van een toelage op grond van artikel IV van het koninklijk besluit van 4 september 1968 tot wijziging van het Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 477) wordt het gedeelte van de in de eerste volzin bedoelde uitkering dat betrekking heeft op deze toelagen, gesteld op het bedrag dat de overleden ambtenaar in de drie kalendermaanden voorafgaand aan de dag van het overlijden aan zodanige toelagen is toegekend.

3.

Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering, bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.

4.

Ontbreken ook kinderen als bedoeld in het derde lid, dan geschiedt de uitkering, bedoeld in het tweede lid, aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de ambtenaar.

5.

Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid nalaat, kan het daartoe bedoelde bedrag door het bevoegd gezag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.

6.

Op de uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt reeds vóór zijn overlijden aan de ambtenaar uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak in mindering gebracht. Indien de ambtenaar voor zijn overlijden te veel vakantie heeft genoten, is artikel 26, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, van overeenkomstige toepassing. Het aldus verschuldigde bedrag wordt eveneens in mindering gebracht op de uitkering, bedoeld in het tweede lid.

7.

Op het bedrag, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW of op grond van artikel 74 van de WIA en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.

Artikel 46a

Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 39 in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 46 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering worden in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van artikel 35 van de ZW of op grond van artikel 74 van de WIA en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.

Artikel 46b

Vervallen

Artikel 46c

1.

Aan de ambtenaar of zijn nagelaten betrekking kan een tegemoetkoming worden verleend in de premie voor een ziektekostenverzekering volgens door Onze Minister te stellen regels.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, of zijn nagelaten betrekkingen.

Artikel 47

1.

Bij vermissing van de ambtenaar zijn, behoudens het tweede lid, de bepalingen van artikel 46 van overeenkomstige toepassing. De ambtenaar wordt daarbij geacht te zijn overleden op een door het bevoegd gezag te bepalen dag.

2.

Het tweede lid van artikel 46 is niet van toepassing indien gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg is van ongeoorloofde afwezigheid.

3.

Indien blijkt, dat de als vermist beschouwde ambtenaar in leven is, kan ter beoordeling van het bevoegd gezag de bezoldiging worden uitbetaald, tenzij gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg was van ongeoorloofde afwezigheid.

4.

Indien uit hoofde van de vermissing van de ambtenaar pensioen of enige andere uitkering, voortvloeiende uit zijn ambtelijke rechtspositie, is toegekend over het tijdvak, waarover naar het oordeel van het bevoegd gezag geen aanspraak bestaat op bezoldiging, wordt die bezoldiging verminderd met de over dat tijdvak aldus uitbetaalde bedragen.

5.

De bezoldiging waarop de ambtenaar ingevolge het derde en vierde lid aanspraak heeft, kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitbetaald.

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Artikel 48

Voor gevallen, waarin dit besluit niet of niet naar billijkheid voorziet, wordt door Onze Minister een bijzondere regeling getroffen.

Artikel 48a

Vervallen

Artikel 48b

Vervallen

Artikel 48c

De regels gesteld op grond van artikel 6, tweede lid, tweede volzin, zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel, blijven van toepassing op bezwaar- en beroepsprocedures in het kader van de toekenning van en overgang naar een functie zoals vastgelegd in het LFNP.

Artikel 49

1.

Een ambtenaar die op grond van afdeling 1, hoofdstuk 2, artikel 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993 naar een politieregio dan wel het Korps landelijke politiediensten is overgegaan en die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Politiewet 1993 aanspraken had op grond van het Bezoldigingsreglement politie 1958 en op grond van artikel VII van het Besluit van 24 juni 1992, houdende wijziging van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, het Bezoldigingsreglement politie 1958, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1984 en het Besluit overleg en medezeggenschap politie in verband met het tot stand brengen van een eenvormige rechtspositie voor alle politieambtenaren behoudt deze aanspraken.

2.

Een ambtenaar, werkzaam bij het LSOP, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de LSOP-wet aanspraken had op grond van het Bezoldigingsbesluit LSOP, behoudt deze aanspraken.

3.

Indien aan een ambtenaar, werkzaam bij het LSOP, op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de LSOP-wet een salaris was toegekend dat voorkwam in één van de salarisschalen opgenomen in een van de bijlagen van het Bezoldigingsbesluit LSOP, vindt inschaling plaats in een salarisschaal van bijlage 1 van dit besluit waarvan het maximumsalaris gelijk is aan dan wel gelegen is onmiddellijk onder het maximumsalaris van de salarisschaal volgens welke de ambtenaar werd bezoldigd voor de inwerkingtreding van de LSOP-wet.

Het salaris dat aan de ambtenaar wordt toegekend is gelijk aan dan wel gelegen onmiddellijk onder het salaris dat hem was toegekend voor de inwerkingtreding van de LSOP-wet. Indien aan de ambtenaar een salaris wordt toegekend dat is gelegen onmiddellijk onder het salaris dat hij ontving voor de inwerkingtreding van de LSOP-wet, heeft hij tot het moment dat hij in een hogere salarisschaal wordt geplaatst, aanspraak op het verschil tussen bedoelde salarissen.

Artikel 49a

1.

Op de ambtenaar die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, blijven de bepalingen uit het Besluit bezoldiging politie waarin sprake is van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing, zoals deze luidden op 28 december 2005.

2.

Op de ambtenaar die op 31 december 2006 recht had op een herplaatsingstoelage of een invaliditeitspensioen, blijven de bepalingen uit het Besluit bezoldiging politie waarin sprake is van de herplaatsingstoelage of het invaliditeitspensioen van toepassing, zoals deze luidden op 31 december 2006.

3.

Bij de toepassing van de voorgaande leden wordt in de daarin bedoelde bepalingen in plaats van «de leeftijd van 65 jaar» telkens gelezen: de AOW-gerechtigde leeftijd.

4.

Voor de ambtenaar die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en die op grond van artikel 38, tiende lid, zoals dit artikel luidde op 28 december 2005, een aanvullende uitkering ontvangt, wijzigt de hoogte van die uitkering niet indien de ambtenaar een uitkering gaat ontvangen als bedoeld in artikel 29d of een pensioen gaat ontvangen als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement, voor zover dat is ingegaan voor de AOW-gerechtigde leeftijd.

Artikel 49b

1.

Voor degene die op 30 juni 2007 met toepassing van artikel 4a van het Besluit algemene rechtspositie politie is aangesteld in tijdelijke dienst, blijft artikel 6a, zoals luidend op 30 juni 2007, van toepassing tot en met het tijdstip waarop hij hernieuwd in vaste dienst wordt aangesteld.

2.

Voor degene die op 30 juni 2007 vanwege een verplaatsing aanspraak heeft op een vergoeding als bedoeld in artikel 30a, blijft dat artikel, zoals luidend op 30 juni 2007, van toepassing voor de duur van die verplaatsing.

3.

Voor degene die op 30 juni 2007 is gedetacheerd en een functie uitoefent waaraan op grond van artikel 6 een hogere salarisschaal is verbonden, blijven de artikelen 4, 6 en 17b, zoals luidend op 30 juni 2007, van toepassing voor de duur van die detachering.

4.

Degene die in de periode van 1 juli 2007 tot 1 januari 2008 op grond van artikel 4a, zoals dat gold op 30 juni 2007, tijdelijk is aangesteld of op grond van artikel 62 is gedetacheerd ter vervulling van een hoger gewaardeerde functie dan de salarisschaal waarin hij bezoldigd is en deze functie langer dan twee jaar na aanstellen of detachering onafgebroken heeft bekleed, heeft recht op behoud van die hogere salarisschaal, bij beëindiging van de tijdelijke aanstelling of detachering.

Artikel 49c

Vervallen

Artikel 49d

Vervallen

Artikel 49e

Vervallen

Artikel 49f

1.

Voor de ambtenaar ontstaat aanspraak op de salarisschaal, toelagen, vergoedingen en uitkeringen behorende bij de functie die hem naar aanleiding van de invoering van het LFNP is toegekend, vanaf het moment van het bekendmaken van het besluit genomen op grond van de regels gesteld op grond van artikel 6, tweede lid, tweede volzin, zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel, strekkende tot toekenning van een functie die is opgenomen in het LFNP aan de ambtenaar. Deze aanspraak werkt terug tot en met het moment waarop de ambtenaar deze functie is toegekend, doch uiterlijk tot en met 1 januari 2010.

2.

Indien aan de functie, bedoeld in het eerste lid, een lagere salarisschaal is verbonden dan voor de ambtenaar gold voor toekenning van deze functie, behoudt hij zijn oude salarisschaal en salarisnummer, inclusief de verhoging tot naasthogere bedragen in deze schaal, bedoeld in artikel 9.

3.

Indien aan de functie, waarnaar de ambtenaar is overgegaan naar aanleiding van de invoering van het LFNP, geen recht is verbonden op een toelage, vergoeding of uitkering die verbonden was aan de functie van voor de invoering van het LFNP, heeft de ambtenaar aanspraak op de toelage, vergoeding en uitkering behorende bij de functie die hij vervulde voor de invoering van het LFNP tot op de dag dat het samenstel van werkzaamheden wijzigt naar aanleiding van de plaatsing in de in het eerste lid bedoelde functie dan wel naar aanleiding van de aanwijzing als herplaatsingskandidaat in het kader van de reorganisatie Politiewet 2012 als bedoeld in artikel 55ia van het Besluit algemene rechtspositie politie.

4.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de reorganisatie in verband met de inbedding van de Politieacademie in het nieuwe politiebestel, bedoeld in artikel 55ib van het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel 50

1.

De artikelen 6, eerste tot en met vierde lid en zesde tot en met dertiende lid, en 8 tot en met 10, 15 tot en met 17, 20, 27 tot en met 29, 30 en 37a tot en met 37c zijn niet van toepassing op de aspirant met dien verstande dat de artikelen 27, 27a, 27b en 28 wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming.

2.

Op de ambtenaar in opleiding zijn niet van toepassing:

  • a. de artikelen 9 tot en met 10, voor zover de betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling als ambtenaar in opleiding geen ambtenaar in de zin van dit besluit was;
  • b. artikel 12c, voor zover de betrokkene voorafgaand aan de aanstelling als ambtenaar in opleiding geen aanspraak had op de in dit artikel bedoelde toelage;
3.

In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, zijn de artikelen 27, 27a, 27b en 28 wel van toepassing op de ambtenaar in opleiding gedurende de beroepspraktijkvorming.

4.

De artikelen 6 tot en met 30 en 37a tot en met 37c zijn niet van toepassing op de vakantiewerker.

Artikel 50a

1.

De bijlagen, behorende bij dit besluit, met uitzondering van bijlage IV, alsmede de bedragen, genoemd in de artikelen 3, 3c, 14, 18, 23, 25b, 26b, tweede lid, 27, 29 en 29a worden bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie.

2.

Het bedrag genoemd in bijlage IV van dit besluit kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Artikel 50b

Dit besluit berust op artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012.

Artikel 51

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Artikel 52

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bezoldiging politie.

Bijlage Ia. bij artikel 8, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie per 1 juli 2021 (in euro per maand)

Schaal 19 € 10.690,18

BIJLAGE IB. behorende bij het Besluit bezoldiging politie bevattende de (nieuwe) vaste component per 1 januari 1997 en de (nieuwe) vaste component voor de garantieschalen

Vervallen

Bijlage I. bij artikel 8, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van 36-urige werkweek per 1 juli 2021 (in euro per maand)

Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal Schaal
bedrag in € 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
1.541,56 0 0
1.619,10 1 1
1.697,83 2 2 0
1.804,75 3 3 1 0
1.908,15 4 4 2 1
2.002,14 5 5 3 2 0 0
2.086,74 6 6 4 3 1 1 0
2.158,41 7 7 5 4 1
2.245,36 8 8 6 5 2 2
2.318,21 9 9 7 6 3 3 2
2.392,23 10 10 8 7 4
2.466,26 11 9 8 5 4 3 0
2.526,18 12 10 9 6 5
2.595,50 13 11 10 7 6 4 1 0
2.683,63 12 11 8 7 5
2.750,60 13 12 9 8 2 1
2.815,22 14 13 10 6 2
2.903,35 14 11 9 7 3 3 0
2.970,32 12 10 8 4 1
3.020,84 13 11
3.073,72 14 12 9 5 4
3.134,81 13 10 2
3.200,61 14 11 6 5
3.285,21 12 7 3
3.368,63 13 8 6
3.469,68 14 9 7 4
3.547,23 10 5 0
3.635,35 11 8
3.687,05 6 1
3.738,75 12 9
3.796,32 7 2
3.855,07 13 10
3.932,62 14 8 3
3.947,89 11
4.065,39 12 9 4
4.187,59 13 10 5 0
4.299,21 14 11 6 1
4.429,63 12 7 2
4.561,23 13 8 3 0
4.684,60 14 9 4 1
4.807,97 10 5 2
4.930,17 11 6 3 0
5.048,84 12 7 4 1
5.168,68 13 8 5 2
5.295,58 14 9 6 3 0
5.376,65 10 7 4 1
5.500,03 11 8 5 2
5.653,95 12 9 6 3 0
5.806,69 13 10 7 4 1
5.961,79 14 11 8 5 2
6.115,71 12 9 6 3 0
6.270,81 13 10 7 4 1
6.432,96 14 11 8 5 2
6.599,80 12 9 6 3 0
6.771,34 13 10 7 4 1
6.978,14 14 11 8 5 2
7.190,81 12 9 6 3
7.411,70 13 10 7 4
7.637,30 14 11 8 5
7.872,29 15 12 9 6
8.114,33 13 10 7
8.363,43 14 11 8
8.620,75 15 12 9
8.887,46 13 10
9.161,23 14 11
9.445,57 15 12
9.736,97 13
9.979,01 14
10.222,23 15

Bijlage I. bij artikel 8, eerste lid, en artikel 3a, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 januari 2024 (in euro per maand)

bedrag in € 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
1.759,11 0 0
1.842,21 1 1
1.926,57 2 2 0
2.041,15 3 3 1 0
2.151,95 4 4 2 1
2.252,68 5 5 3 2 0 0
2.343,34 6 6 4 3 1 1 0
2.420,14 7 7 5 4 1
2.513,32 8 8 6 5 2 2
2.591,38 9 9 7 6 3 3 2
2.670,71 10 10 8 7 4
2.750,03 11 9 8 5 4 3 0
2.814,24 12 10 9 6 5
2.888,53 13 11 10 7 6 4 1 0
2.982,97 12 11 8 7 5
3.054,73 13 12 9 8 2 1
3.123,99 14 13 10 6 2
3.218,42 14 11 9 7 3 3 0
3.290,19 12 10 8 4 1
3.344,33 13 11
3.400,99 14 12 9 5 4
3.466,46 13 10 2
3.536,98 14 11 6 5
3.627,63 12 7 3
3.717,03 13 8 6
3.825,31 14 9 7 4
3.908,41 10 5 0
4.002,85 11 8
4.058,25 6 1
4.113,65 12 9
4.175,34 7 2
4.238,30 13 10
4.321,40 14 8 3
4.337,77 11
4.463,68 12 9 4
4.594,63 13 10 5 0
4.714,24 14 11 6 1
4.854,00 12 7 2
4.995,03 13 8 3 0
5.127,23 14 9 4 1
5.259,44 10 5 2
5.390,39 11 6 3 0
5.517,56 12 7 4 1
5.645,98 13 8 5 2
5.781,97 14 9 6 3 0
5.868,58 10 7 4 1
6.001,05 11 8 5 2
6.166,00 12 9 6 3 0
6.329,68 13 10 7 4 1
6.495,88 14 11 8 5 2
6.660,83 12 9 6 3 0
6.827,03 13 10 7 4 1
7.000,79 14 11 8 5 2
7.179,58 12 9 6 3 0
7.363,41 13 10 7 4 1
7.585,02 14 11 8 5 2
7.812,92 12 9 6 3
8.049,63 13 10 7 4
8.291,38 14 11 8 5
8.543,20 15 12 9 6
8.802,58 13 10 7
9.069,51 14 11 8
9.345,25 15 12 9
9.631,07 13 10
9.924,44 14 11
10.229,15 15 12
10.541,41 13
10.800,79 14
11.061,42 15

Bijlage I. bij artikel 8, eerste lid, en artikel 3a, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 januari 2024 (in euro per maand)

bedrag in € 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
1.759,11 0 0
1.842,21 1 1
1.926,57 2 2 0
2.041,15 3 3 1 0
2.151,95 4 4 2 1
2.252,68 5 5 3 2 0 0
2.343,34 6 6 4 3 1 1 0
2.420,14 7 7 5 4 1
2.513,32 8 8 6 5 2 2
2.591,38 9 9 7 6 3 3 2
2.670,71 10 10 8 7 4
2.750,03 11 9 8 5 4 3 0
2.814,24 12 10 9 6 5
2.888,53 13 11 10 7 6 4 1 0
2.982,97 12 11 8 7 5
3.054,73 13 12 9 8 2 1
3.123,99 14 13 10 6 2
3.218,42 14 11 9 7 3 3 0
3.290,19 12 10 8 4 1
3.344,33 13 11
3.400,99 14 12 9 5 4
3.466,46 13 10 2
3.536,98 14 11 6 5
3.627,63 12 7 3
3.717,03 13 8 6
3.825,31 14 9 7 4
3.908,41 10 5 0
4.002,85 11 8
4.058,25 6 1
4.113,65 12 9
4.175,34 7 2
4.238,30 13 10
4.321,40 14 8 3
4.337,77 11
4.463,68 12 9 4
4.594,63 13 10 5 0
4.714,24 14 11 6 1
4.854,00 12 7 2
4.995,03 13 8 3 0
5.127,23 14 9 4 1
5.259,44 10 5 2
5.390,39 11 6 3 0
5.517,56 12 7 4 1
5.645,98 13 8 5 2
5.781,97 14 9 6 3 0
5.868,58 10 7 4 1
6.001,05 11 8 5 2
6.166,00 12 9 6 3 0
6.329,68 13 10 7 4 1
6.495,88 14 11 8 5 2
6.660,83 12 9 6 3 0
6.827,03 13 10 7 4 1
7.000,79 14 11 8 5 2
7.179,58 12 9 6 3 0
7.363,41 13 10 7 4 1
7.585,02 14 11 8 5 2
7.812,92 12 9 6 3
8.049,63 13 10 7 4
8.291,38 14 11 8 5
8.543,20 15 12 9 6
8.802,58 13 10 7
9.069,51 14 11 8
9.345,25 15 12 9
9.631,07 13 10
9.924,44 14 11
10.229,15 15 12
10.541,41 13
10.800,79 14
11.061,42 15

Bijlage I. bij artikel 8, eerste lid, en artikel 3a, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2024 (in euro per maand)

schaal
bedrag in € 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
1.952,07 0 0
2.039,32 1 1
2.127,90 2 2 0
2.248,21 3 3 1 0
2.364,55 4 4 2 1
2.470,32 5 5 3 2 0 0
2.565,50 6 6 4 3 1 1 0
2.646,15 7 7 5 4 1
2.743,98 8 8 6 5 2 2
2.825,95 9 9 7 6 3 3 2
2.909,24 10 10 8 7 4
2.992,53 11 9 8 5 4 3 0
3.059,96 12 10 9 6 5
3.137,96 13 11 10 7 6 4 1 0
3.237,11 12 11 8 7 5
3.312,47 13 12 9 8 2 1
3.385,18 14 13 10 6 2
3.484,34 14 11 9 7 3 3 0
3.559,70 12 10 8 4 1
3.616,54 13 11
3.676,04 14 12 9 5 4
3.744,79 13 10 2
3.818,82 14 11 6 5
3.914,01 12 7 3
4.007,88 13 8 6
4.121,58 14 9 7 4
4.208,83 10 5 0
4.307,99 11 8
4.366,16 6 1
4.424,33 12 9
4.489,11 7 2
4.555,21 13 10
4.642,47 14 8 3
4.659,66 11
4.791,86 12 9 4
4.929,36 13 10 5 0
5.054,96 14 11 6 1
5.201,70 12 7 2
5.349,78 13 8 3 0
5.488,59 14 9 4 1
5.627,41 10 5 2
5.764,91 11 6 3 0
5.898,43 12 7 4 1
6.033,28 13 8 5 2
6.176,07 14 9 6 3 0
6.267,29 10 7 4 1
6.406,10 11 8 5 2
6.579,30 12 9 6 3 0
6.751,17 13 10 7 4 1
6.925,68 14 11 8 5 2
7.098,87 12 9 6 3 0
7.273,38 13 10 7 4 1
7.455,83 14 11 8 5 2
7.643,56 12 9 6 3 0
7.836,58 13 10 7 4 1
8.069,27 14 11 8 5 2
8.308,56 12 9 6 3
8.557,11 13 10 7 4
8.810,95 14 11 8 5
9.075,36 15 12 9 6
9.347,70 13 10 7
9.627,98 14 11 8
9.917,52 15 12 9
10.217,63 13 10
10.525,67 14 11
10.845,61 15 12
11.173,48 13
11.445,82 14
11.719,49 15

Bijlage I. bij artikel 8, eerste lid, en artikel 3a, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 januari 2025 (in euro per maand)

schaal
bedrag in € 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
1.991,11 0 0
2.080,11 1 1
2.170,46 2 2 0
2.293,17 3 3 1 0
2.411,84 4 4 2 1
2.519,72 5 5 3 2 0 0
2.616,81 6 6 4 3 1 1 0
2.699,07 7 7 5 4 1
2.798,86 8 8 6 5 2 2
2.882,47 9 9 7 6 3 3 2
2.967,43 10 10 8 7 4
3.052,38 11 9 8 5 4 3 0
3.121,16 12 10 9 6 5
3.200,72 13 11 10 7 6 4 1 0
3.301,86 12 11 8 7 5
3.378,72 13 12 9 8 2 1
3.452,89 14 13 10 6 2
3.554,03 14 11 9 7 3 3 0
3.630,89 12 10 8 4 1
3.688,87 13 11
3.749,56 14 12 9 5 4
3.819,68 13 10 2
3.895,20 14 11 6 5
3.992,29 12 7 3
4.088,03 13 8 6
4.204,01 14 9 7 4
4.293,01 10 5 0
4.394,15 11 8
4.453,48 6 1
4.512,81 12 9
4.578,89 7 2
4.646,32 13 10
4.735,32 14 8 3
4.752,85 11
4.887,70 12 9 4
5.027,95 13 10 5 0
5.156,05 14 11 6 1
5.305,74 12 7 2
5.456,77 13 8 3 0
5.598,36 14 9 4 1
5.739,96 10 5 2
5.880,20 11 6 3 0
6.016,40 12 7 4 1
6.153,95 13 8 5 2
6.299,59 14 9 6 3 0
6.392,63 10 7 4 1
6.534,23 11 8 5 2
6.710,88 12 9 6 3 0
6.886,19 13 10 7 4 1
7.064,19 14 11 8 5 2
7.240,85 12 9 6 3 0
7.418,85 13 10 7 4 1
7.604,95 14 11 8 5 2
7.796,43 12 9 6 3 0
7.993,31 13 10 7 4 1
8.230,65 14 11 8 5 2
8.474,73 12 9 6 3
8.728,25 13 10 7 4
8.987,17 14 11 8 5
9.256,87 15 12 9 6
9.534,66 13 10 7
9.820,54 14 11 8
10.115,87 15 12 9
10.421,98 13 10
10.736,18 14 11
11.062,52 15 12
11.396,95 13
11.674,74 14
11.953,88 15

Bijlage Ia. bij artikel 8, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie per 1 januari 2025 (in euro per maand)

Schaal 19 € 12.490,94

Bijlage II. bij de artikelen 3, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, en 3a, eerste en negende lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2024 (in euro per maand)

schaal 2a de eerste 6 maanden € 2.067
van 6 tot 12 maanden € 2.144
na 12 maanden € 2.289
schaal 3a de eerste 6 maanden € 2.067
van 6 tot 12 maanden € 2.144
van 12 tot 24 maanden € 2.289
na 24 maanden € 2.486
schaal 4a de eerste 6 maanden € 2.067
van 6 tot 12 maanden € 2.144
van 12 tot 24 maanden € 2.289
van 24 tot 36 maanden € 2.566
na 36 maanden € 2.743
schaal 5a de eerste 6 maanden € 2.067
van 6 tot 12 maanden € 2.144
van 12 tot 24 maanden € 2.289
van 24 tot 36 maanden € 2.708
na 36 maanden € 2.993
schaal 6a de eerste 6 maanden € 2.067
van 6 tot 12 maanden € 2.144
van 12 tot 24 maanden € 2.289
van 24 tot 36 maanden € 2.708
na 36 maanden € 2.993

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 12g

1.

Aan de ambtenaar met een op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar pensioengevend inkomen dat zonder het bepaalde in hoofdstuk 7.4 van het Pensioenreglement het bedrag, bedoeld in artikel 18ga, eerste lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964 overschrijdt, wordt maandelijks een uitkering verstrekt.

2.

De uitkering bedraagt een twaalfde deel van de in het eerste lid bedoelde overschrijding, vermenigvuldigd met het voor dat kalenderjaar geldende percentage in de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen, genoemd in hoofdstuk 7.5 van het Pensioenreglement, voor zover het betreft het werkgeversdeel.

Hoofdstuk 3c. Te gelde maken algemene levensloopbijdrage, toelage bezwarende functie en inhaaltoelage bezwarende functie

Hoofdstuk 5. Overige toelagen

Hoofdstuk 6. Vakantie-uitkering

Hoofdstuk 7. Uitkeringen

Hoofdstuk 8. Vergoedingen in verband met extra diensten en verschoven diensten

Hoofdstuk 8a. Tijdelijke ouderenregeling

Hoofdstuk 9. Bijzondere situaties

Hoofdstuk 10. Voorzieningen in verband met ziekte

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage II. bij de artikelen 3, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, en 3a, eerste en negende lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 januari 2025 (in euro per maand)

schaal 2a de eerste 6 maanden € 2.108
van 6 tot 12 maanden € 2.187
na 12 maanden € 2.335
schaal 3a de eerste 6 maanden € 2.108
van 6 tot 12 maanden € 2.187
van 12 tot 24 maanden € 2.335
na 24 maanden € 2.536
schaal 4a de eerste 6 maanden € 2.108
van 6 tot 12 maanden € 2.187
van 12 tot 24 maanden € 2.335
van 24 tot 36 maanden € 2.617
na 36 maanden € 2.798
schaal 5a de eerste 6 maanden € 2.108
van 6 tot 12 maanden € 2.187
van 12 tot 24 maanden € 2.335
van 24 tot 36 maanden € 2.762
na 36 maanden € 3.052
schaal 6a de eerste 6 maanden € 2.108
van 6 tot 12 maanden € 2.187
van 12 tot 24 maanden € 2.335
van 24 tot 36 maanden € 2.762
na 36 maanden € 3.052

Bijlage III. bij de artikelen 3, achtste en negende lid, en 3a, zevende en achtste lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 januari 2025 (in euro per maand)

garantiebedragen (per maand) garantiebedragen (per maand)
Opleidingsniveau 2 € 2.519,72
Opleidingsniveau 3 € 2.798,86
Opleidingsniveau 4 € 3.052,38
Opleidingsniveau 5 € 3.378,72
Opleidingsniveau 6 € 3.452,89

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Hoofdstuk 8a. Tijdelijke ouderenregeling

Artikel 1a

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder de volgende opleidingsniveau verstaan:

Hoofdstuk 2. Salaris

Hoofdstuk 3. Gratificatie

Hoofdstuk 3. Gratificatie

Hoofdstuk 3b. Toelage bezwarende functies

Hoofdstuk 3c. Te gelde maken algemene levensloopbijdrage, toelage bezwarende functie en inhaaltoelage bezwarende functie

Hoofdstuk 3d. Compensatie aftopping pensioengevend inkomen

Hoofdstuk 3d. Compensatie aftopping pensioengevend inkomen

Hoofdstuk 4. Inconveniëntentoelage

Hoofdstuk 6. Vakantie-uitkering

Hoofdstuk 6. Vakantie-uitkering

Hoofdstuk 7. Uitkeringen

Hoofdstuk 8a. Tijdelijke ouderenregeling

Hoofdstuk 9. Bijzondere situaties

Hoofdstuk 10. Voorzieningen in verband met ziekte

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage IV. bij artikel 3, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urigewerkweek per 1 januari 2026 (bruto per maand)

Opleidingsniveaus 2, 3 en 4 € 1.262,34
Opleidingsniveaus 6 en 7 € 1.377,08

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3bis b

Vervallen

Hoofdstuk 2. Salaris

Hoofdstuk 3a. Bijdrage levensloopregeling

Hoofdstuk 3a. Bijdrage levensloopregeling

Hoofdstuk 3b. Toelage bezwarende functies

Hoofdstuk 5. Overige toelagen

Hoofdstuk 8. Vergoedingen in verband met extra diensten en verschoven diensten

Hoofdstuk 8a. Tijdelijke regeling vervroegd uittreden en eenmalige uitkering bij doorwerken tot de AOW-gerechtigde leeftijd

Hoofdstuk 9. Bijzondere situaties

Hoofdstuk 10. Voorzieningen in verband met ziekte

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage V. bij artikel 3, derde lid, onderdeel b, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 januari 2025 (in euro per maand)

Alle opleidingsniveaus € 1.806,70

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2a

De artikelen 2.1, eerste tot en met derde lid, en 2.3 van de Wet normering topinkomens zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar.

Hoofdstuk 2. Salaris

Hoofdstuk 4. Inconveniëntentoelage

Hoofdstuk 5. Overige toelagen

Hoofdstuk 6. Vakantie-uitkering

Hoofdstuk 7. Uitkeringen

Hoofdstuk 8. Vergoedingen in verband met extra diensten en verschoven diensten

Hoofdstuk 8a. Tijdelijke ouderenregeling

Hoofdstuk 9. Bijzondere situaties

Hoofdstuk 10. Voorzieningen in verband met ziekte

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage VI. bij artikel 3, vierde lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van een 36-urige werkweek per 1 januari 2025 (in euro per maand)

Alle opleidingsniveaus € 2.018,08

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Hoofdstuk 8a. Tijdelijke regeling vervroegd uittreden en eenmalige uitkering bij doorwerken tot de AOW-gerechtigde leeftijd

Hoofdstuk 10. Voorzieningen in verband met ziekte

Hoofdstuk 11. Overige bepalingen

Bijlage I. bij artikel 8, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie, op basis van 36-urige werkweek per 1 juli 2021 (in euro per maand)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)