Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 21 maart 1994, houdende enkele rechtspositionele voorschriften ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren
60 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 28
2023-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2022-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 28
2020-10-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 28
2020-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2020-02-15
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2020-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2019-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2019-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2018-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2018-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2017-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2017-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2016-12-31
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 28
2016-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2015-09-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2015-04-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2015-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2014-11-22
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 28
2014-10-15
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 28
2014-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2014-02-21
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2013-02-16
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2013-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2012-06-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2012-04-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2011-02-11
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 28, 28
2011-01-14
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2011-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2010-12-31
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 16, 16, 16 y 3 má
2010-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2009-12-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2009-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2009-04-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2009-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2008-12-17
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2008-12-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 3 más
2008-10-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 3 más
2008-09-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2008-04-15
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 3 más
2008-04-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 3 más
2008-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 3 más
2007-12-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2007-08-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2007-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2006-12-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9, 9
2006-04-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2006-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2005-12-29
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9, 9
Wijzigingen op 2005-12-29
@@ -36,13 +36,13 @@
- j. gewezen rechterlijk ambtenaar: rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
- k. herplaatsen: opdragen van een andere taak als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k);
- k. herplaatsen: opdragen van een andere taak als bedoeld in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k);
- l. herplaatsingstoelage: herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het pensioenreglement;
- m. invaliditeitspensioen: invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het pensioenreglement;
- n. medisch advies: advies van de deskundige persoon of de arbodienst dat ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in [artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=18) en [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van dit besluit;
- n. medisch advies: advies van de deskundige persoon of de arbodienst dat ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in [artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346&artikel=18) en [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van dit besluit;
- o. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
@@ -152,7 +152,7 @@
3. Het advies of de arbitrale uitspraak wordt gedagtekend en door ieder van de optredende leden van de Advies- en Arbitragecommissie ondertekend.
4. De voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie draagt er zorg voor dat het advies of de arbitrale uitspraak binnen vier weken nadat de kennisgeving, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2005-07-01&g=2005-09-01), is ontvangen, aan de deelnemers aan het overleg ter kennis wordt gebracht.
4. De voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie draagt er zorg voor dat het advies of de arbitrale uitspraak binnen vier weken nadat de kennisgeving, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=2¶graaf=2&artikel=7&z=2005-07-01&g=2005-12-29), is ontvangen, aan de deelnemers aan het overleg ter kennis wordt gebracht.
### Hoofdstuk 2a. Beëdiging en installatie
@@ -272,7 +272,7 @@
##### Artikel 14
1. Het medisch advies dat wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-09-01), wordt zo spoedig mogelijk aan de rechterlijk ambtenaar en de functionele autoriteit schriftelijk medegedeeld. De rechterlijk ambtenaar wordt daarbij gewezen op de in het tweede lid bedoelde mogelijkheid om een hernieuwd onderzoek te verzoeken.
1. Het medisch advies dat wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-12-29), wordt zo spoedig mogelijk aan de rechterlijk ambtenaar en de functionele autoriteit schriftelijk medegedeeld. De rechterlijk ambtenaar wordt daarbij gewezen op de in het tweede lid bedoelde mogelijkheid om een hernieuwd onderzoek te verzoeken.
2. De rechterlijk ambtenaar kan de deskundige persoon of de arbodienst binnen drie dagen na ontvangst van het medisch advies schriftelijk om een hernieuwd onderzoek verzoeken indien hij het niet eens is met het medisch advies. De deskundige persoon of de arbodienst stelt de functionele autoriteit in kennis van een ingediend verzoek als bedoeld in de vorige volzin.
@@ -290,15 +290,15 @@
##### Artikel 15
1. De leden van de commissie, bedoeld in [artikel 14, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-09-01), worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door Onze Minister.
1. De leden van de commissie, bedoeld in [artikel 14, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-12-29), worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door Onze Minister.
2. De arts die betrokken is geweest bij het opstellen van het medisch advies naar aanleiding waarvan om een hernieuwd onderzoek wordt gevraagd, heeft in de commissie geen zitting.
3. De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mede aan de rechterlijk ambtenaar, de functionele autoriteit en de behandelend arts, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-09-01).
3. De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mede aan de rechterlijk ambtenaar, de functionele autoriteit en de behandelend arts, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-12-29).
##### Artikel 16
De [artikelen 13 tot en met 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-09-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de gewezen rechterlijk ambtenaar voorzover het zijn aanspraken op basis van dit hoofdstuk betreft.
De [artikelen 13 tot en met 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-12-29) zijn van overeenkomstige toepassing op de gewezen rechterlijk ambtenaar voorzover het zijn aanspraken op basis van dit hoofdstuk betreft.
#### § 3. Aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid
@@ -322,13 +322,13 @@
- d. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte.
4. De rechterlijk ambtenaar die op grond van [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k) is herplaatst voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in [artikel 36, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-09-01), van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46i, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46i) is verstreken, heeft tot het einde van de laatstgenoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van die herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen:
4. De rechterlijk ambtenaar die op grond van [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k) is herplaatst voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in [artikel 36, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-12-29), van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46i, eerste lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46i) is verstreken, heeft tot het einde van de laatstgenoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van die herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen:
- a. het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van dit artikel, onderscheidenlijk op grond van de [WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) alsmede op grond van dit artikel, recht zou hebben gehad indien hem geen andere taak zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan zijn eigen taak met dezelfde omvang; en
- b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke taak voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage.
5. De rechterlijk ambtenaar die is herplaatst op grond van [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k), heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar, bedoeld in het vierde lid, is verstreken, indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen:
5. De rechterlijk ambtenaar die is herplaatst op grond van [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k), heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar, bedoeld in het vierde lid, is verstreken, indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen:
- a. een percentage van zijn bezoldiging, zoals die zou zijn op de dag voorafgaand aan zijn herplaatsing indien hij op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest om zijn arbeid te verrichten; en
@@ -352,7 +352,7 @@
##### Artikel 18
1. De gewezen rechterlijk ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, na zijn ontslag anders dan op grond van [artikel 36, eerste lid, onderdeel f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-09-01) of [artikel 36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36a&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46i van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46i), nog ongeschikt is om een naar aard en omvang soortgelijke taak te verrichten, heeft:
1. De gewezen rechterlijk ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, na zijn ontslag anders dan op grond van [artikel 36, eerste lid, onderdeel f,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-12-29) of [artikel 36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36a&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van dit besluit onderscheidenlijk [artikel 46i van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46i), nog ongeschikt is om een naar aard en omvang soortgelijke taak te verrichten, heeft:
- a. zolang hij ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte en voor ten hoogste het met ingang van zijn ontslag nog resterende gedeelte van het tijdvak van 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en
@@ -384,13 +384,13 @@
15 tot 25%: 18,00%.
6. Geen recht op een aanvullende uitkering als bedoeld in het derde lid heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar die recht heeft op suppletie overeenkomstig [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=7&artikel=33&z=2005-07-01&g=2005-09-01). In afwijking van de eerste volzin heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het derde lid, wel recht op een aanvullende uitkering, indien zijn recht op suppletie niet tot uitbetaling komt ingevolge [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van de in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=7&artikel=33&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van overeenkomstige toepassing verklaarde [Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007758).
6. Geen recht op een aanvullende uitkering als bedoeld in het derde lid heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar die recht heeft op suppletie overeenkomstig [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=7&artikel=33&z=2005-07-01&g=2005-12-29). In afwijking van de eerste volzin heeft de gewezen rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het derde lid, wel recht op een aanvullende uitkering, indien zijn recht op suppletie niet tot uitbetaling komt ingevolge [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=2¶graaf=1&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van de in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=7&artikel=33&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van overeenkomstige toepassing verklaarde [Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007758).
7. De gewezen rechterlijk ambtenaar aan wie op eigen verzoek ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst en artikel 1.5 van het pensioenreglement, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt.
##### Artikel 19
Indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zowel op grond van de aanstelling ter zake waarvan hij krachtens [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-09-01), [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01) of [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-09-01) aanspraken heeft als op grond van een of meer andere betrekkingen een ZW-uitkering dan wel een WAO-uitkering geniet, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder ZW-uitkering onderscheidenlijk WAO-uitkering verstaan, de ZW-uitkering onderscheidenlijk de WAO-uitkering voor zover deze, naar rato van de bezoldiging uit hoofde van die aanstelling en die andere betrekking of betrekkingen, wordt toegerekend aan die aanstelling.
Indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zowel op grond van de aanstelling ter zake waarvan hij krachtens [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-12-29), [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29) of [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-12-29) aanspraken heeft als op grond van een of meer andere betrekkingen een ZW-uitkering dan wel een WAO-uitkering geniet, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder ZW-uitkering onderscheidenlijk WAO-uitkering verstaan, de ZW-uitkering onderscheidenlijk de WAO-uitkering voor zover deze, naar rato van de bezoldiging uit hoofde van die aanstelling en die andere betrekking of betrekkingen, wordt toegerekend aan die aanstelling.
##### Artikel 20
@@ -406,7 +406,7 @@
##### Artikel 21
1. Het tijdvak gedurende welke de rechterlijk ambtenaar en de gewezen rechterlijk ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in de [artikelen 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-09-01), en [18, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), vangt aan op de eerste dag waarop:
1. Het tijdvak gedurende welke de rechterlijk ambtenaar en de gewezen rechterlijk ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in de [artikelen 17, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-12-29), en [18, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), vangt aan op de eerste dag waarop:
- a. wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is gewerkt;
@@ -420,7 +420,7 @@
3. Voor het bepalen van het einde van het in het tweede lid bedoelde tijdvak van 52 weken worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte samengeteld, indien deze perioden elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
4. Het tijdvak van 26 weken gedurende welke de rechterlijk ambtenaar en de gewezen rechterlijk ambtenaar aanspraak hebben op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in de [artikelen 17, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-09-01), en [18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), dan wel op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in de [artikelen 17, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-09-01), en [18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), vangt aan op de dag nadat het tijdvak van 52 weken is geëindigd.
4. Het tijdvak van 26 weken gedurende welke de rechterlijk ambtenaar en de gewezen rechterlijk ambtenaar aanspraak hebben op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in de [artikelen 17, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-12-29), en [18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), dan wel op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in de [artikelen 17, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-12-29), en [18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), vangt aan op de dag nadat het tijdvak van 52 weken is geëindigd.
5. Voor het bepalen van het einde van het in het vierde lid bedoelde tijdvak van 26 weken worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte samengeteld, indien deze perioden elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
@@ -440,17 +440,17 @@
##### Artikel 22
1. De doorbetaling van de bezoldiging of 80% van die bezoldiging, bedoeld in [artikel 17, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-09-01), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
- a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van [artikel 35 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-09-01)onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k) is herplaatst;
1. De doorbetaling van de bezoldiging of 80% van die bezoldiging, bedoeld in [artikel 17, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-12-29), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
- a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van [artikel 35 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-12-29)onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k) is herplaatst;
- b. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar ontslag is verleend; of
- c. met ingang van de dag volgende op die waarop de rechterlijk ambtenaar is overleden.
2. De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in [artikel 17, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-09-01), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
- a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van [artikel 35 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-09-01)onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k) is herplaatst;
2. De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in [artikel 17, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-12-29), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
- a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van [artikel 35 van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-12-29)onderscheidenlijk [artikel 46k van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46k) is herplaatst;
- b. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar ontslag is verleend;
@@ -458,7 +458,7 @@
- d. met ingang van de dag volgende op die waarop de rechterlijk ambtenaar is overleden.
3. De aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 17, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-09-01), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
3. De aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 17, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2005-07-01&g=2005-12-29), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
- a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelleden genoemde voorwaarden;
@@ -466,7 +466,7 @@
- c. met ingang van de dag volgende op die waarop de rechterlijk ambtenaar is overleden.
4. De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in [artikel 18, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
4. De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in [artikel 18, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
- a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar op grond van een aanvaarde andere betrekking van gelijke omvang aanspraak maakt op loon of bezoldiging;
@@ -474,7 +474,7 @@
- c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar is overleden.
5. De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
5. De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval:
- a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar op grond van een aanvaarde andere betrekking van gelijke omvang aanspraak maakt op loon of bezoldiging;
@@ -482,9 +482,9 @@
- c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar is overleden.
6. De aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 18, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), eindigt:
- a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar niet meer voldoet aan de in [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), genoemde voorwaarden;
6. De aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 18, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), eindigt:
- a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar niet meer voldoet aan de in [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), genoemde voorwaarden;
- b. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de gewezen rechterlijk ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
@@ -536,11 +536,11 @@
3. Onze Minister kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen dat de in het eerste lid bedoelde aanspraak niet vervalt, maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zal worden uitbetaald.
4. Voorzover Onze Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar uitbetaald, indien het oordeel, bedoeld in [artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Suwi](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30), ten gunste van de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar uitvalt of indien de in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-09-01), bedoelde commissie van drie artsen ten gunste van de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar heeft geoordeeld.
4. Voorzover Onze Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar uitbetaald, indien het oordeel, bedoeld in [artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Suwi](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30), ten gunste van de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar uitvalt of indien de in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=2&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-12-29), bedoelde commissie van drie artsen ten gunste van de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar heeft geoordeeld.
##### Artikel 24
1. De aanspraak van de rechterlijk ambtenaar en de gewezen rechterlijk ambtenaar op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, op de doorbetaling van de bezoldiging of op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging na ommekomst van het in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-09-01), bedoelde tijdvak, vervalt indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar:
1. De aanspraak van de rechterlijk ambtenaar en de gewezen rechterlijk ambtenaar op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, op de doorbetaling van de bezoldiging of op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging na ommekomst van het in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-12-29), bedoelde tijdvak, vervalt indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar:
- a. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk;
@@ -554,7 +554,7 @@
2. De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraak herleeft met ingang van het tijdstip waarop de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de desbetreffende verplichting op grond van dat lid.
3. Na het in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-09-01), bedoelde tijdvak is op de aanspraak die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, op de doorbetaling van de bezoldiging of op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging, het verplichtingen- en sanctieregime van de [WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) van overeenkomstige toepassing.
3. Na het in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=4&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-12-29), bedoelde tijdvak is op de aanspraak die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, op de doorbetaling van de bezoldiging of op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging, het verplichtingen- en sanctieregime van de [WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) van overeenkomstige toepassing.
4. Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door Onze Minister zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar aanspraak heeft.
@@ -570,7 +570,7 @@
##### Artikel 25
1. Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk met een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=27&z=2005-07-01&g=2005-09-01) betreft.
1. Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk met een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=27&z=2005-07-01&g=2005-12-29) betreft.
2. Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
@@ -578,7 +578,7 @@
4. De inkomsten die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging of op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze inkomsten tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging onderscheidenlijk op de WAO-uitkering vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, zijn volledige bezoldiging te boven gaan.
5. Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden in mindering gebracht op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), recht heeft, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. Op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), of [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-09-01) recht heeft, worden inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf in mindering gebracht, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan de datum van ontslag werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen.
5. Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden in mindering gebracht op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), recht heeft, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. Op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), of [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-12-29) recht heeft, worden inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf in mindering gebracht, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan de datum van ontslag werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen.
##### Artikel 26
@@ -594,7 +594,7 @@
6. Indien de gewezen rechterlijk ambtenaar aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het vijfde lid voldoet, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat zij daarvoor geen aanvraag heeft ingediend, wordt de financiële tegemoetkoming geacht onverminderd te zijn genoten en wordt het vijfde lid overeenkomstig toegepast.
7. Voor zolang de gewezen rechterlijk ambtenaar na beëindiging van de haar ingevolge het eerste, tweede of vierde lid toekomende uitkering nog wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van arbeid dan wel binnen een maand na deze beëindiging daartoe ongeschikt wordt, heeft zij gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van de bezoldiging overeenkomstig [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01).
7. Voor zolang de gewezen rechterlijk ambtenaar na beëindiging van de haar ingevolge het eerste, tweede of vierde lid toekomende uitkering nog wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van arbeid dan wel binnen een maand na deze beëindiging daartoe ongeschikt wordt, heeft zij gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van de bezoldiging overeenkomstig [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29).
8. Het in het zevende lid bedoelde tijdvak van 52 weken vangt aan met ingang van de eerste dag na beëindiging van de ingevolge het eerste, tweede of vierde lid aan de gewezen rechterlijk ambtenaar toekomende uitkering onderscheidenlijk de eerste dag waarop zij binnen een maand na die beëindiging ongeschikt is geworden tot het verrichten van arbeid.
@@ -630,7 +630,7 @@
##### Artikel 28
Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de [artikelen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01) en [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-09-01), wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging.
Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de [artikelen 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29) en [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-12-29), wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging.
##### Artikel 29
@@ -648,15 +648,15 @@
4. Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden aanspraak had op een WAO-uitkering vermeerderd met een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de toepassing van [artikel 18 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=18) onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden op basis van de [WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524) alsmede op basis van dit hoofdstuk aanspraak had.
5. Op het bedrag, bedoeld in [artikel 18, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=18) wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van [artikel 35 van de ZW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=35) of [artikel 53 van de WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=53) en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. [Artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-09-01) is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
5. Op het bedrag, bedoeld in [artikel 18, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=18) wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van [artikel 35 van de ZW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=35) of [artikel 53 van de WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=53) en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. [Artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-12-29) is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
##### Artikel 31
1. Na het overlijden van de gewezen rechterlijk ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01) of [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-09-01) in het genot was van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in [artikel 18 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=18) bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel uitgekeerd een bedrag, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden op grond van [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), aanspraak had op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanvulling op een WAO-uitkering, met dien verstande dat een bedrag wordt uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden zou hebben genoten indien hij op die dag in het genot zou zijn geweest van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, berekend over een tijdvak van drie maanden.
3. Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van [artikel 35 van de ZW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=35), [artikel 53 van de WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=53) of de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&artikel=6) of [11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&artikel=11) en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. [Artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-09-01) is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
1. Na het overlijden van de gewezen rechterlijk ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29) of [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2005-07-01&g=2005-12-29) in het genot was van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in [artikel 18 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=18) bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel uitgekeerd een bedrag, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden op grond van [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), aanspraak had op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanvulling op een WAO-uitkering, met dien verstande dat een bedrag wordt uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden zou hebben genoten indien hij op die dag in het genot zou zijn geweest van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, berekend over een tijdvak van drie maanden.
3. Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van [artikel 35 van de ZW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&artikel=35), [artikel 53 van de WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=53) of de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&artikel=6) of [11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011826&artikel=11) en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. [Artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-12-29) is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen.
##### Artikel 32
@@ -670,17 +670,17 @@
2. De in het eerste lid bedoelde uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het pensioenreglement, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, een samenlevingscontract sluit onderscheidenlijk een geregistreerd partnerschap aangaat, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen, het sluiten van het samenlevingscontract onderscheidenlijk het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gewezen rechterlijk ambtenaar ten aanzien van wie [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-09-01), toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreekse gevolg is van de in dat artikel bedoelde arbeidsongeschiktheid.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gewezen rechterlijk ambtenaar ten aanzien van wie [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-12-29), toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreekse gevolg is van de in dat artikel bedoelde arbeidsongeschiktheid.
#### § 7. Suppletieregeling
##### Artikel 33
De [Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007758) is op de rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2005-07-01&g=2005-09-01):
De [Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007758) is op de rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2005-07-01&g=2005-12-29):
- a. onder «Onze Minister» wordt verstaan: Onze Minister van Justitie; en
- b. onder «betrokkene» wordt verstaan: de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag is verleend op grond van [artikel 46i van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46i) dan wel de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding die is ontslagen op grond van [artikel 36, eerste lid, onderdeel f, van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-09-01), en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, met uitzondering van degene die zijn resterende verdienvermogen volledig benut in een of meer aangehouden betrekkingen.
- b. onder «betrokkene» wordt verstaan: de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag is verleend op grond van [artikel 46i van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46i) dan wel de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding die is ontslagen op grond van [artikel 36, eerste lid, onderdeel f, van dit besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-12-29), en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, met uitzondering van degene die zijn resterende verdienvermogen volledig benut in een of meer aangehouden betrekkingen.
### Hoofdstuk 4. Herplaatsing en ontslag
@@ -758,7 +758,7 @@
##### Artikel 36a
1. De rechterlijk ambtenaar, die wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, kan, in afwijking van [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-09-01), worden ontslagen indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
1. De rechterlijk ambtenaar, die wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, kan, in afwijking van [artikel 36, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-12-29), worden ontslagen indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
- a. gevolg te geven aan door de functionele autoriteit of een door de functionele autoriteit aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of mee te werken aan door de functionele autoriteit of een door de functionele autoriteit aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten;
@@ -892,15 +892,15 @@
##### Artikel 38e
1. In dit artikel wordt onder inkomen verstaan: het salaris van de rechterlijk ambtenaar na de korting overeenkomstig het [zesde lid van artikel 38d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-09-01).
2. De inkomsten die de rechterlijk ambtenaar geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, voor zover niet reeds ter hand genomen voorafgaand aan het tijdstip waarop de arbeidsduur overeenkomstig [artikel 38d, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-09-01), is teruggebracht, worden met het inkomen verrekend, tenzij de rechterlijk ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten of die vermeerdering van inkomsten dan wel een gedeelte daarvan geen verband houden met verhoogde werkzaamheid.
3. Inkomsten uit arbeid of bedrijf als bedoeld in het tweede lid die op één maand betrekking hebben of geacht kunnen worden te hebben, worden in mindering gebracht op het inkomen over die maand. De vermindering bedraagt niet meer dan het verschil tussen het inkomen van de rechterlijk ambtenaar en het salaris dat hij krachtens [artikel 8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=8) zou hebben genoten indien zijn arbeidsduur zou zijn teruggebracht met eenzelfde percentage als zijn werktijd overeenkomstig [artikel 38d, eerste respectievelijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-09-01), is teruggebracht.
1. In dit artikel wordt onder inkomen verstaan: het salaris van de rechterlijk ambtenaar na de korting overeenkomstig het [zesde lid van artikel 38d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-12-29).
2. De inkomsten die de rechterlijk ambtenaar geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, voor zover niet reeds ter hand genomen voorafgaand aan het tijdstip waarop de arbeidsduur overeenkomstig [artikel 38d, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-12-29), is teruggebracht, worden met het inkomen verrekend, tenzij de rechterlijk ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten of die vermeerdering van inkomsten dan wel een gedeelte daarvan geen verband houden met verhoogde werkzaamheid.
3. Inkomsten uit arbeid of bedrijf als bedoeld in het tweede lid die op één maand betrekking hebben of geacht kunnen worden te hebben, worden in mindering gebracht op het inkomen over die maand. De vermindering bedraagt niet meer dan het verschil tussen het inkomen van de rechterlijk ambtenaar en het salaris dat hij krachtens [artikel 8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=8) zou hebben genoten indien zijn arbeidsduur zou zijn teruggebracht met eenzelfde percentage als zijn werktijd overeenkomstig [artikel 38d, eerste respectievelijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-12-29), is teruggebracht.
4. Inkomsten uit arbeid of bedrijf, waarvoor in verband met verleend buitengewoon verlof reeds een inhouding op het salaris van de rechterlijk ambtenaar plaatsvindt of reeds een verlaging van het salaris van de rechterlijk ambtenaar geldt of ter zake waarvan de rechterlijk ambtenaar reeds storting in 's Rijks kas verricht, zijn tot het bedrag van die inhouding, verlaging of storting, geen inkomsten uit arbeid of bedrijf als bedoeld in het tweede en derde lid.
5. De rechterlijk ambtenaar is verplicht van op of na het tijdstip, waarop de werktijd overeenkomstig [artikel 38d, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-09-01), is teruggebracht, ter hand te nemen of reeds ter hand genomen arbeid of bedrijf mededeling te doen aan functionele autoriteit, onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten die hij uit die werkzaamheden zal genieten.
5. De rechterlijk ambtenaar is verplicht van op of na het tijdstip, waarop de werktijd overeenkomstig [artikel 38d, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-12-29), is teruggebracht, ter hand te nemen of reeds ter hand genomen arbeid of bedrijf mededeling te doen aan functionele autoriteit, onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten die hij uit die werkzaamheden zal genieten.
6. Indien de inkomsten niet vooraf kunnen worden vastgesteld, doet de rechterlijk ambtenaar maandelijks voorafgaand aan de salarisbetaling, opgave van de inkomsten die hij sinds de vorige opgave heeft genoten.
@@ -910,7 +910,7 @@
9. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere voorschriften geven met betrekking tot de wijze van opgave van inkomsten van de rechterlijk ambtenaar.
10. De rechterlijk ambtenaar verstrekt aan de functionele autoriteit alle inlichtingen en gegevens omtrent zijn omstandigheden die voor de uitvoering van de [artikelen 38d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-09-01) en [38e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38e&z=2005-07-01&g=2005-09-01) noodzakelijk zijn.
10. De rechterlijk ambtenaar verstrekt aan de functionele autoriteit alle inlichtingen en gegevens omtrent zijn omstandigheden die voor de uitvoering van de [artikelen 38d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38d&z=2005-07-01&g=2005-12-29) en [38e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=38e&z=2005-07-01&g=2005-12-29) noodzakelijk zijn.
##### Artikel 38f
@@ -1024,7 +1024,7 @@
##### Artikel 36b
1. Aan de rechterlijk ambtenaar kan ook op andere gronden dan de gronden, genoemd of bedoeld in de [artikelen 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-09-01) en [36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36a&z=2005-07-01&g=2005-09-01) of de krachtens [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=39&z=2005-07-01&g=2005-09-01) van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen, ontslag worden verleend. Dat ontslag wordt eervol verleend.
1. Aan de rechterlijk ambtenaar kan ook op andere gronden dan de gronden, genoemd of bedoeld in de [artikelen 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-12-29) en [36a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4&artikel=36a&z=2005-07-01&g=2005-12-29) of de krachtens [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=5&artikel=39&z=2005-07-01&g=2005-12-29) van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen, ontslag worden verleend. Dat ontslag wordt eervol verleend.
2. In geval van ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt door het tot ontslagverlening bevoegde gezag een voorziening getroffen waarbij de rechterlijk ambtenaar een uitkering wordt verleend die naar het oordeel van dat bevoegde gezag met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten.
@@ -1064,9 +1064,9 @@
##### Artikel 36f
1. Ten aanzien van de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden in de [artikelen 36g tot en met 36ac](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36g&z=2005-07-01&g=2005-09-01) uitgeoefend door het gerechtsbestuur, tenzij anders is bepaald.
2. Ten aanzien van de bij een parket werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden in de [artikelen 36g tot en met 36ab](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36g&z=2005-07-01&g=2005-09-01) uitgeoefend door Onze Minister, tenzij anders is bepaald.
1. Ten aanzien van de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden in de [artikelen 36g tot en met 36ac](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36g&z=2005-07-01&g=2005-12-29) uitgeoefend door het gerechtsbestuur, tenzij anders is bepaald.
2. Ten aanzien van de bij een parket werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden in de [artikelen 36g tot en met 36ab](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36g&z=2005-07-01&g=2005-12-29) uitgeoefend door Onze Minister, tenzij anders is bepaald.
3. De bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, worden niet uitgeoefend dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit, tenzij anders is bepaald.
@@ -1100,7 +1100,7 @@
##### Artikel 36k
1. Aan de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar wordt binnen een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf het moment dat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat, ten minste één passende functie aangeboden. Het vorenstaande laat het gestelde in [artikel 36aa, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36aa&z=2005-07-01&g=2005-09-01), onverlet.
1. Aan de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar wordt binnen een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf het moment dat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat, ten minste één passende functie aangeboden. Het vorenstaande laat het gestelde in [artikel 36aa, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36aa&z=2005-07-01&g=2005-12-29), onverlet.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan worden verkort indien:
@@ -1188,13 +1188,13 @@
##### Artikel 36w
1. De rechterlijk ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag wordt verleend op grond van [artikel 36aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36aa&z=2005-07-01&g=2005-09-01) wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan.
1. De rechterlijk ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag wordt verleend op grond van [artikel 36aa](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36aa&z=2005-07-01&g=2005-12-29) wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan.
2. Bij de bepaling van de diensttijd wordt rekening gehouden met de tijd in overheidsdienst doorgebracht overeenkomstig de bepalingen die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren.
##### Artikel 36x
In de [artikelen 36y tot en met 36ab](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36y&z=2005-07-01&g=2005-09-01) wordt onder rechterlijk ambtenaar verstaan: niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar.
In de [artikelen 36y tot en met 36ab](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36y&z=2005-07-01&g=2005-12-29) wordt onder rechterlijk ambtenaar verstaan: niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar.
##### Artikel 36y
@@ -1230,7 +1230,7 @@
3. De ontslagverlening, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, aan een gerechtsauditeur geschiedt niet dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit.
4. De [artikelen 36n tot en met 36q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36n&z=2005-07-01&g=2005-09-01), [36s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36s&z=2005-07-01&g=2005-09-01), [36t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36t&z=2005-07-01&g=2005-09-01) en [36z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36z&z=2005-07-01&g=2005-09-01) zijn op de rechterlijke ambtenaar van overeenkomstige toepassing.
4. De [artikelen 36n tot en met 36q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36n&z=2005-07-01&g=2005-12-29), [36s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36s&z=2005-07-01&g=2005-12-29), [36t](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36t&z=2005-07-01&g=2005-12-29) en [36z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=4a&artikel=36z&z=2005-07-01&g=2005-12-29) zijn op de rechterlijke ambtenaar van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 36ac
@@ -1260,7 +1260,7 @@
##### Artikel 19a
Een vrouwelijke rechterlijk ambtenaar of vrouwelijke gewezen rechterlijk ambtenaar heeft geen recht op doorbetaling van bezoldiging krachtens [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2006-04-01&g=2005-09-01) of [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2006-04-01&g=2005-09-01) gedurende de periode dat zij zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in [artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:1) geniet of op basis van [artikel 26, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2006-04-01&g=2005-09-01), haar laatstelijk genoten bezoldiging geniet.
Een vrouwelijke rechterlijk ambtenaar of vrouwelijke gewezen rechterlijk ambtenaar heeft geen recht op doorbetaling van bezoldiging krachtens [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=17&z=2006-04-01&g=2005-12-29) of [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=3&artikel=18&z=2006-04-01&g=2005-12-29) gedurende de periode dat zij zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in [artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&artikel=3:1) geniet of op basis van [artikel 26, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006530&hoofdstuk=3¶graaf=5&artikel=26&z=2006-04-01&g=2005-12-29), haar laatstelijk genoten bezoldiging geniet.
#### § 4. Verplichtingen en sancties
2005-09-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2005-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9, 9
2005-04-27
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9, 9
2005-01-12
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 2 más
2005-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9 y 3 más
2004-12-22
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2004-07-23
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9
2004-07-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 9, 9, 9, 9
2004-03-17
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
2004-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren — arts. 3, 4, 8 y 2 más
2004-01-01
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
original version
Tekst op deze datum