Wijzigingsgeschiedenis

Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994

13 versions · 2017-03-10
2017-03-10
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 38, 15
2017-01-01
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 38, 15
2015-01-01
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 2, 3, 4 y 15 más
2014-01-01
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 38, 14
2013-02-16
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 38, 14
2007-10-21
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 38, 14
2007-07-01
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 38, 14
2007-02-01
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 38, 14
2006-11-24
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 13, 1, 2 y 16 más
2005-09-01
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 6, 28, 29
2005-07-16
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 6, 28, 29
2001-11-21
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 — arts. 4, 5, 27 y 3 más

Wijzigingen op 2001-11-21

@@ -867,323 +867,3 @@
Totaal der bijlagen: …
… (plaats), … (datum)
### Hoofdstuk 2. Vereisten met betrekking tot de aanbieding van stukken ter inschrijving in de openbare registers
##### Artikel 7
1. Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden en een tekening in elektronische vorm deel uitmaakt van dat stuk, dan wordt naast het afschrift of het uittreksel van het stuk tevens een afschrift van de tekening aangeboden.
2. Het afschrift van de tekening kan tezamen met het afschrift of het uittreksel van het stuk waar de tekening deel van uitmaakt, in een elektronisch bestand worden aangeboden. Het elektronische bestand wordt voorzien van een verklaring als bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), en van een elektronische handtekening. De verklaring en de elektronische handtekening worden op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen, dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift of het uittreksel verschijnen.
3. Indien het afschrift van de tekening wordt aangeboden in een apart bestand, wordt dit bestand afzonderlijk voorzien van een verklaring als bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), en van een elektronische handtekening. De verklaring en de elektronische handtekening worden op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift verschijnt.
4. De [artikelen 5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2006-11-24&g=2006-11-24), en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2006-11-24&g=2006-11-24) zijn van overeenkomstige toepassing, voorzover daarvan in het vijfde en zesde lid niet wordt afgeweken.
5. Het afschrift van de tekening wordt, indien dit noodzakelijk is om voldoende raadpleegbaar te zijn, verdeeld over een aantal doorlopend genummerde deeltekeningen. Bij het afschrift wordt een overzichtstekening gevoegd, waarop de ligging van de deeltekeningen ten opzichte van elkaar wordt vermeld onder toevoeging van de nummers van de deeltekeningen.
6. In gevallen als bedoeld in het vijfde lid wordt de verklaring, bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), opgenomen in het afschrift van de overzichtstekening. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
7. Indien het afschrift van de tekening overeenkomstig [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=11&z=2006-11-24&g=2006-11-24) in bewaring is genomen, wordt dit afschrift niet voorzien van een verklaring als bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24). In plaats daarvan wordt de verklaring, bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), aan de voet van het afschrift of het uittreksel van het stuk waar de tekening deel van uitmaakt, uitgebreid met een verklaring, inhoudende dat het in bewaring genomen afschrift van de tekening inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de originele tekening. In de verklaring wordt eveneens het betrokken depotnummer vermeld.
##### Artikel 8
1. Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden en een ander stuk, niet zijnde een tekening, deel uitmaakt van dat stuk, dan wordt naast het afschrift of het uittreksel van dat stuk tevens een afschrift aangeboden van het stuk dat daarvan deel uitmaakt.
2. Het afschrift of het uittreksel van het in elektronische vorm ter inschrijving aangeboden stuk kan tezamen met het afschrift van het stuk dat daarvan deel uitmaakt in een elektronisch bestand worden aangeboden. Het elektronische bestand wordt voorzien van een verklaring als bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), en van een elektronische handtekening. De verklaring en de elektronische handtekening worden op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen, dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift of het uittreksel verschijnen.
3. Indien het afschrift van het stuk dat deel uitmaakt van het stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden, in een afzonderlijk bestand wordt aangeboden, wordt dit bestand afzonderlijk voorzien van een verklaring als bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), en van een elektronische handtekening. De verklaring wordt op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift verschijnt.
4. Indien het origineel van het stuk dat deel uitmaakt van het in elektronische vorm ter inschrijving aangeboden stuk, is voorzien van een elektronische handtekening, wordt in de verklaring, bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), vermeld:
- a. de naam van degene die het originele stuk heeft voorzien van een elektronische handtekening, zoals blijkt uit het bij de elektronische handtekening behorende certificaat;
- b. de identiteitscode van voornoemd certificaat, en
- c. de naam van de certificatiedienstverlener die voornoemd certificaat heeft afgegeven.
##### Artikel 9
Indien het afschrift van een tekening of een ander stuk dat deel uitmaakt dan wel deel uit zal gaan maken van een in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stuk als bedoeld in de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2006-11-24&g=2006-11-24) en [8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=8&z=2006-11-24&g=2006-11-24) overeenkomstig [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2006-11-24&g=2006-11-24) in papieren vorm in bewaring is genomen, wordt dit afschrift niet voorzien van een verklaring van eensluidendheid. In plaats daarvan wordt de verklaring, bedoeld in [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=3&z=2006-11-24&g=2006-11-24), aan de voet van het afschrift van het stuk waar de tekening of het andere stuk deel van uitmaakt uitgebreid met een verklaring, inhoudende dat het in bewaring genomen afschrift van de tekening of het stuk inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de originele tekening of het originele stuk. In de verklaring wordt tevens het betrokken depotnummer vermeld.
##### Artikel 11a
1. Indien in een ter inschrijving aangeboden stuk in elektronische vorm verklaringen zijn opgenomen van een persoon die verklaart notaris of waarnemend notaris te zijn, wordt in het verzoek tot inschrijving een bewijsstuk opgenomen, waaruit blijkt dat die persoon bevoegd is om als notaris, dan wel waarnemend notaris op te treden.
2. Het bewijsstuk is niet ouder dan twee jaar.
3. Indien het bewijsstuk wordt geleverd door middel van een specifiek attribuut in het gekwalificeerde certificaat waarop de elektronische handtekening van de notaris of de waarnemend notaris gebaseerd is, dient de certificatiedienstverlener dit attribuut te baseren op inlichtingen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.
##### Artikel 11b
1. Indien ter verkrijging van de inschrijving van een stuk in elektronische vorm door de aanbieder bewijsstukken als bedoeld in [artikel 11b, vijfde lid, derde zin, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004541&artikel=11b) worden overgelegd, kan die overlegging zowel in papieren als in elektronische vorm plaatsvinden, met dien verstande dat de overlegging van bewijsstukken in elektronische vorm slechts plaats kan vinden met inachtneming van het tweede en derde lid.
2. Indien het origineel van het bewijsstuk is voorzien van een elektronische handtekening, wordt bij het afschrift een verklaring van een certificatiedienstverlener gevoegd, inhoudende dat de elektronische handtekening op het originele stuk is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat, onder toevoeging van de volgende gegevens:
- a. de naam van degene die het originele stuk heeft voorzien van een elektronische handtekening, zoals blijkend uit het bij de elektronische handtekening behorende certificaat;
- b. de identiteitscode van voornoemd certificaat, en
- c. de naam van de certificatiedienstverlener die voornoemd certificaat heeft afgegeven.
3. Indien het origineel van het bewijsstuk is opgemaakt in papieren vorm, kan een door een notaris voor eensluidendheid gewaarmerkt elektronisch afschrift worden overgelegd. [Artikel 11a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=11a&z=2006-11-24&g=2006-11-24) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11c
1. Een hernieuwd verzoek tot inschrijving van een stuk dat oorspronkelijk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt gedaan door middel van een verzoek dat de vorm heeft van het model dat als [bijlage 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&bijlage=19&z=2006-11-24&g=2006-11-24) bij deze regeling is gevoegd.
2. Indien het hernieuwde verzoek tot inschrijving wordt gedaan in elektronische vorm, wordt dit verzoek voorzien van de elektronische handtekening van:
- a. de oorspronkelijke aanbieder, dan wel
- b. een persoon die bevoegd is tot het opmaken van het stuk waarop het hernieuwde verzoek tot inschrijving betrekking heeft.
3. Indien het hernieuwde verzoek tot inschrijving wordt gedaan in papieren vorm, vindt de hernieuwde aanbieding van tekeningen, foto’s en andere stukken die deel uitmaken van het ter inschrijving aangeboden stuk, in papieren vorm plaats tezamen met de indiening van dat verzoek.
##### Artikel 12a
Een bijhoudingsverklaring als bedoeld in [artikel 46a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004541&artikel=46a) kan uitsluitend worden ingeschreven, indien:
- a. de bijhoudingsverklaring betrekking heeft op een eerder ingeschreven stuk betreffende de overdracht van een gedeelte van een perceel of de vestiging van een beperkt recht op een gedeelte van een perceel;
- b. onduidelijk is op welk gedeelte van het betrokken perceel het eerder ingeschreven stuk betrekking heeft, en
- c. de notaris in de bijhoudingsverklaring in aanvulling op het eerder ingeschreven stuk verklaart op welk gedeelte van het betrokken perceel dit stuk betrekking heeft.
### Hoofdstuk 4. In de kadastrale registratie op te nemen gegevens
### Hoofdstuk 5. Bijwerking van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten
### Hoofdstuk 6. Inlichtingen
### Hoofdstuk 7. Vaststelling van het complexnummer van een appartementsrecht en het nummer van een kabelnet
##### Artikel 26a
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24) wordt in papieren vorm in tweevoud ingediend bij de bewaarder. Het verzoek wordt gedagtekend en door een notaris ondertekend.
2. In het verzoek tot vaststelling van het complexnummer worden de kadastrale aanduidingen van de desbetreffende onroerende zaken en de appartementsrechten, waarin deze onroerende zaken zullen worden gesplitst, vermeld. Bij het verzoek worden, voorzover [artikel 26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26b&z=2006-11-24&g=2006-11-24) niet van toepassing is, twee afschriften van de tekening, bedoeld in [artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005288&artikel=109), gevoegd. Op de tekening worden de onroerende zaken waarop de in de splitsing te betrekken appartementsrechten betrekking hebben, perceelsgewijs aangeduid door middel van hun kadastrale aanduiding.
3. Bij het verzoek tot vaststelling van het nummer van een kabelnet worden, voorzover [artikel 26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26b&z=2006-11-24&g=2006-11-24) niet van toepassing is, twee afschriften van de tekening gevoegd waarop het kabelnet is weergegeven door middel van een lijn lopend over de onroerende zaken waarin het kabelnet is of wordt aangelegd. Op de tekening worden de onroerende zaken perceelsgewijs aangeduid door middel van hun kadastrale aanduiding, wordt de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal vermeld en de richting van het noorden door middel van een pijl aangegeven.
4. Indien het afschrift van de tekening, bedoeld in het tweede en derde lid, uit meerdere bladen bestaat, wordt op elk blad vermeld de daarop afgebeelde onroerende zaken met perceelsgewijs hun kadastrale aanduiding en de dagtekening van het verzoek. Elk blad wordt voorzien van een open ruimte, bestemd voor de verklaring, bedoeld in [artikel 27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=27&z=2006-11-24&g=2006-11-24), en wordt door de notaris gewaarmerkt.
5. De notaris vermeldt in het verzoek, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24), uit hoeveel bladen het afschrift van de tekening bestaat en verklaart dat de overgelegde afschriften van de tekening onderling geheel gelijkluidend zijn.
##### Artikel 26b
Indien het afschrift van de tekening overeenkomstig [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=2&artikel=10&z=2006-11-24&g=2006-11-24) in papieren vorm in bewaring wordt gegeven, wordt een verzoek als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24) in papieren vorm ingediend. [Artikel 26a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26a&z=2006-11-24&g=2006-11-24) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek slechts één afschrift van de tekening wordt gevoegd.
##### Artikel 26c
1. Een verzoek als bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24) wordt in elektronische vorm in enkelvoud ingediend op het elektronische postadres dat daartoe is vastgesteld bij regeling van het bestuur van de Dienst. Het verzoek wordt gedagtekend en door een notaris voorzien van een elektronische handtekening die voldoet aan [artikel 7e van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004541&artikel=7e).
2. Op het verzoek tot vaststelling van het complexnummer is [artikel 26a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26a&z=2006-11-24&g=2006-11-24), van toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek een elektronisch afschrift van de tekening, bedoeld in [artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005288&artikel=109), wordt gevoegd, waarop de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal en de afmetingen van de originele afbeelding worden vermeld.
3. Op het verzoek tot vaststelling van het nummer van een kabelnet is [artikel 26a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26a&z=2006-11-24&g=2006-11-24), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek een elektronisch afschrift van de tekening wordt gevoegd.
4. Indien het afschrift van de tekening, bedoeld in het tweede en derde lid, uit meerdere deeltekeningen bestaat, worden op elke deeltekening vermeld de daarop afgebeelde onroerende zaken met perceelsgewijs hun kadastrale aanduiding en de dagtekening van het verzoek. Op elke deeltekening worden de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal en de afmetingen van de originele afbeelding vermeld.
5. De notaris verklaart in het verzoek, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24), uit hoeveel deeltekeningen het afschrift van de tekening, bedoeld in het tweede en derde lid, bestaat.
##### Artikel 27a
1. Indien het verzoek, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24), overeenkomstig [artikel 26b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26b&z=2006-11-24&g=2006-11-24) in papieren vorm is ingediend, stelt de bewaarder het complexnummer of het nummer van het kabelnet vast en voorziet het verzoek, alsmede het bij het verzoek tot inbewaringneming gevoegde afschrift van de tekening, van een gedagtekende en ondertekende verklaring waarin deze complexaanduiding of kadastrale aanduiding wordt vermeld.
2. [Artikel 27, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=27&z=2006-11-24&g=2006-11-24), is van overeenkomstige toepassing.
3. Nadat de bewaarder het complexnummer of het nummer van het kabelnet heeft vastgesteld, zendt hij een exemplaar van het verzoek, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24), voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en het bij het verzoek gevoegde afschrift van de tekening aan de notaris terug.
##### Artikel 27b
1. Indien het verzoek, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24), overeenkomstig [artikel 26c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26c&z=2006-11-24&g=2006-11-24) in elektronische vorm is ingediend, stelt de bewaarder het complexnummer of het nummer van het kabelnet vast en voorziet het verzoek en het afschrift van de tekening van een gedagtekende verklaring, waarin het complexnummer of het nummer van het kabelnet wordt vermeld. De bewaarder voorziet de verklaring van een elektronische handtekening.
2. Indien het afschrift van de tekening uit meerdere deeltekeningen bestaat, worden de overzichtstekening en alle deeltekeningen voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid.
3. Nadat de bewaarder het complexnummer of het nummer van het kabelnet heeft vastgesteld, vervaardigt hij een elektronisch afschrift van het verzoek, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=7&artikel=26&z=2006-11-24&g=2006-11-24). De bewaarder zendt het afschrift van het verzoek, voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en zijn elektronische handtekening terug aan de notaris. Een exemplaar van het verzoek en het elektronische afschrift van de tekening blijven bij de Dienst berusten.
4. De elektronische handtekening van de bewaarder, bedoeld in het eerste en derde lid, voldoet aan [artikel 7e van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004541&artikel=7e).
### Hoofdstuk 8. Inhoud en bijwerking van de registratie voor schepen
### Hoofdstuk 9. Inhoud en bijwerking van de registratie voor luchtvaartuigen
### Hoofdstuk 10. Overige en slotbepalingen
## Bijlage 8
Niet opgenomen.
## Bijlage 9
Niet opgenomen.
## Bijlage 10
Niet opgenomen.
## Bijlage 11
Niet opgenomen.
## Bijlage 12
Niet opgenomen.
## Bijlage 13
Niet opgenomen.
## Bijlage 14. als bedoeld in [artikel 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=9&artikel=38&z=2006-11-24&g=2006-11-24) van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
**Verzoek tot teboekstelling van een luchtvaartuig**
De ondergetekende(n)
wonende
woonplaats kiezende te: …
eigen(a)ar(en) van het luchtvaartuig met het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk … genaamd …
gebouwd te … in het jaar …
fabrikaat: … type: …
serienummer: …
fabrikaat motoren: …
type: … aantal: …
maximum startgewicht: …
welk luchtvaartuig:
- te boek gestaan heeft te … 1Invullen: register en teboekstellingen
- nummer heeft te boek gestaan verzoekt/verzoeken de bewaarder van het kadaster en de openbare registers te Rotterdam bovengenoemd luchtvaartuig te boek te stellen.
Hij/Zij verklaart/verklaren 2Doorhalen wat niet van toepassing is:
- a. dat het luchtvaartuig is een Nederlands luchtvaartuig in de zin der [Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267) en niet reeds te boek staat
- b. dat het luchtvaartuig niet te boek staat
- c. dat het luchtvaartuig in een verdragsregister te boek staat, doch is verkregen door toewijzing na een executie welke in Nederland heeft plaatsgevonden.
Voorts verklaart/verklaren hij/zij, dat naar zijn/haar/hun beste weten het luchtvaartuig voor teboekstelling vatbaar is.
De ondergetekende(n) verzoek/verzoeken de arrondissementsrechtbank te deze verklaring goed te keuren.
Teneinde deze goedkeuring te verkrijgen, worden bij dit verzoek overgelegd:
- 1e. het bewijs van inschrijving in het Nederlandse nationaliteitsregister,
- 2e. een door de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, waaruit het startgewicht van het luchtvaartuig blijkt,
- 3e. … 3Hier de stukken vermelden welke overgelegd moeten worden in de gevallen genoemd in [artikel 6, eerste lid, onder c, d en e, van de Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008233&artikel=6)
…, …
Totaal der bijlagen: …
**Beschikking van de rechtbank**
**...**
## Bijlage 15. als bedoeld in [artikel 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=9&artikel=38&z=2006-11-24&g=2006-11-24) van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
**Verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig**
De ondergetekende(n)
wonende …
verzoekt/verzoeken de bewaarder van het kadaster en de openbare registers te Rotterdam de teboekstelling van het luchtvaartuig met het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk …
nummer van teboekstelling: …
genaamd …
door te halen.
De mede-ondergetekende(n) 1Doorhalen, indien de bewijsstukken genoemd onder b worden overgelegd
wonende …
te wiens/wier gunste inschrijvingen of voorlopige aantekeningen betreffende het luchtvaartuig bestaan, verklaart/verklaren in de doorhaling toe te stemmen, verklaart/verklaren dat zij zijn voldaan.
Teneinde de machtiging tot deze doorhaling te verkrijgen, worden aan de arrondissementsrechtbank te … bij dit verzoek overgelegd:
- a. een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen;
- b. het/de bewijsstuk(ken) waaruit blijkt dat degene(n) te wiens/wier gunste inschrijvingen of voorlopige aantekeningen betreffende het luchtvaartuig bestaan, is/zijn voldaan 2Doorhalen, indien belanghebbenden mede hebben ondertekend.
…, …
Totaal der bijlagen: …
## Bijlage 16. als bedoeld in [artikel 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006596&hoofdstuk=9&artikel=38&z=2006-11-24&g=2006-11-24) van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
**Aangifte**
De ondergetekende(n)
wonende …
verklaart/verklaren omtrent het luchtvaartuig met het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk …
nummer van teboekstelling: …
genaamd …
- a. dat het de Nederlandse nationaliteit heeft verloren
- b. dat het heeft opgehouden als zodanig te bestaan,
- c. dat daarvan gedurende 2 maanden na het laatste vertrek geen tijding is ontvangen, en verzoekt/verzoeken de doorhaling ter teboekstelling 1Doorhalen wat niet toepasselijk is.
Teneinde de machtiging tot deze doorhaling te verkrijgen, worden aan de arrondissementsrechtbank te bij dit verzoek overgelegd:
- 1e. een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen,
- 2e. een verklaring van de directeur-hoofdinspecteur van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat dat het luchtvaartuig is afgevoerd uit het nationaliteitsregister, 2Doorhalen, indien de gevallen sub b of c zich voordoen
- 3e. 3 In te vullen de bescheiden en/of bewijsstukken, waaruit de gestelde feiten kunnen blijken
Totaal der bijlagen: …
… (plaats), … (datum)
## Bijlage 17
Niet opgenomen.
## Bijlage 18
Niet opgenomen.
## Bijlage 19
Niet opgenomen.
##### Artikel 13a
Indien in een in te schrijven stuk de kadastrale aanduiding moet worden vermeld van een onroerende zaak, die bestaat uit één of meer gedeelten van een kadastraal perceel, geschiedt zulks, naast vermelding van de kadastrale aanduiding, door een tekening naar genoegen van de bewaarder mee in te schrijven waarop de ligging van de betreffende gedeelten is weergegeven op de kadastrale kaart.
### Hoofdstuk 4. In de kadastrale registratie op te nemen gegevens
### Hoofdstuk 5. Bijwerking van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten
### Hoofdstuk 6. Inlichtingen
### Hoofdstuk 8. Inhoud en bijwerking van de registratie voor schepen
### Hoofdstuk 9. Inhoud en bijwerking van de registratie voor luchtvaartuigen
### Hoofdstuk 10. Overige en slotbepalingen
## Bijlage 19
Niet opgenomen.
2001-11-21
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
original version Tekst op deze datum