Wijzigingsgeschiedenis
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
35 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2023-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 29, 29
2022-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2021-10-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2021-04-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2021-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2020-07-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
Wijzigingen op 2020-07-01
@@ -592,584 +592,584 @@
- b. de naam en het adres van de gebruiker;
- c. BSN of RSIN van de gebruiker;
- d. de hoeveelheid kolen waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- e. de plaats van levering van de kolen;
- f. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht, en
- g. het bedrag aan kolenbelasting dat wordt teruggevraagd.
##### Artikel 8ab
1. De in [artikel 36c, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36c) bedoelde uitzondering ter zake van leveringen van elektriciteit aan degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht, is van toepassing indien degene aan wie die elektriciteit wordt geleverd een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. de hoeveelheid elektriciteit waarop de uitzondering betrekking heeft;
- e. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
3. Degene aan wie met toepassing van de uitzondering, bedoeld in [artikel 36c, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36c) elektriciteit wordt geleverd, dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen;
- b. met behulp van elektriciteitsmeters de hoeveelheid elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in [artikel 36c, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36c).
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
### Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting
### Hoofdstuk IVa. Energiebelasting
### Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater
### Hoofdstuk IV. Afvalstoffenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
##### Artikel 13
Vervallen
##### Artikel 14
1. Voor de toepassing van [artikel 47, eerste lid, onderdeel k, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij, geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.
##### Artikel 15
1. Voor de toepassing van [artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) wordt onder energiebelasting mede verstaan opslag duurzame energie, als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet opslag duurzame energie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032660&artikel=1).
2. Berekeningen voor de toepassing van [artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) worden gemaakt op basis van een kalenderjaar.
##### Artikel 16
1. [Artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50) is van toepassing indien degene aan wie het aardgas of de elektriciteit geleverd wordt, een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen aan de verbruiker verricht.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen aan de verbruiker verricht; en
- c. naam en adres van de leverancier.
3. Degene aan wie met toepassing van [artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50) aardgas of elektriciteit wordt geleverd, dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen, en
- b. de hoeveelheid aardgas onderscheidenlijk elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in [artikel 50, derde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50).
4. Wanneer degene aan wie het aardgas of de elektriciteit wordt geleverd niet langer leveringen aan de verbruiker verricht, meldt hij onmiddellijk schriftelijk aan de leverancier dat [artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50) niet langer van toepassing is ten aanzien van aan hem geleverd aardgas of aan hem geleverde elektriciteit.
##### Artikel 17
Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in [artikel 54, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=54), is [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2020-07-01&g=2020-07-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 18
Vervallen
##### Artikel 19
De verklaring, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=20), wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker; en
- c. naam en adres van de leverancier.
##### Artikel 20
1. Als tuinbouwproducten als bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60) worden aangemerkt groenten, fruit en sierteeltproducten.
2. De tarieven, genoemd in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), vinden slechts toepassing indien de leverancier per aansluiting een door de verbruiker ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat deze het aardgas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten, en waarin voorts zijn vermeld:
- a. de dagtekening;
- b. de naam en het adres van de verbruiker, en
- c. de naam en het adres van de leverancier.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op al het via de aansluiting aan de verbruiker geleverde aardgas. Indien slechts een deel van dat aardgas wordt gebruikt voor het in het tweede lid vermelde doel, wordt dit in de verklaring vermeld en wordt dat deel uitgedrukt in een percentage van het geheel.
4. Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, of in het derde lid wijzigt, geeft de verbruiker binnen zes weken een nieuwe verklaring af aan de leverancier.
5. De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien het door hem afgenomen aardgas niet langer wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. In de te ondertekenen verklaring wordt de datum van wijziging van gebruik opgenomen.
6. Onder verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), wordt verstaan het verwarmen van kassen waarin tuinbouwproducten worden gekweekt. Als verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten wordt mede aangemerkt:
- –. de verwarming van bloembollenschuren voor bloemknopbevordering en kwaliteitsbehandeling van de bloembollen;
- –. de verwarming van de grond via een buizennet voor de behandeling van bloembollen;
- –. de verwarming voor de teelt en het drogen van tuinbouwzaden;
- –. de verwarming voor het prepareren van plantuitjes met het doel de kwaliteit van consumptie-uitjes te verbeteren;
- –. de opwekking van stoom voor het ontsmetten van tuinbouwgronden;
- –. de opwekking van stoom voor het kiemvrij maken van mest die wordt gebruikt voor het kweken van champignons;
- –. de verwarming van champignoncellen;
- –. de bestrijding van nachtvorst in boomgaarden met behulp van kachels;
- –. de verwarming voor het forceren van asperges, rabarber en witlof;
- –. de verwarming voor het in cellen in bloei trekken van trekheesters;
- –. de verwarming voor het prepareren van aardbeiplanten.
##### Artikel 21
1. Voor de toepassing van [artikel 63, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=63) wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
2. Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
##### Artikel 22
De verklaring, bedoeld in [artikel 22, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=22), wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van leverancier, en
- d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
##### Artikel 23
1. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 66, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), heeft betrekking op slechts één aansluiting en wordt gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderjaar waarover teruggaaf wordt verzocht.
2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 66, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), worden ten minste de volgende gegevens vermeld:
- a. het kalenderjaar waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. de hoeveelheid kolen waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- e. de plaats van levering van de kolen;
- f. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht, en
- g. het bedrag aan kolenbelasting dat wordt teruggevraagd.
##### Artikel 8ab
1. De in [artikel 36c, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36c) bedoelde uitzondering ter zake van leveringen van elektriciteit aan degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht, is van toepassing indien degene aan wie die elektriciteit wordt geleverd een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht;
- d. naam en adres van de leverancier of leveranciers;
- e. de EAN-code van de aansluiting via welke de elektriciteit geleverd is waarop het verzoek betrekking heeft;
- f. de hoeveelheid elektriciteit die in het kalenderjaar waarover teruggaaf wordt verzocht via de aansluiting, bedoeld in onderdeel d, geleverd is, voor zover deze elektriciteit zakelijk is verbruikt en niet op grond van [artikel 64, eerste of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) van energiebelasting is vrijgesteld.
3. Bij het verzoek worden overgelegd:
- a. de factuur of facturen waaruit blijkt hoeveel energiebelasting ter zake van de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde elektriciteit in rekening is gebracht;
- b. de verklaringen, bedoeld in [artikel 66, derde en vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66).
4. Indien het verzoek langs elektronische weg wordt ingediend, worden de factuur of facturen, bedoeld in het derde lid, niet bij het verzoek overgelegd maar desgevraagd aan de inspecteur verstrekt.
5. De verklaring, bedoeld in [artikel 66, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), wordt door de verbruiker ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker.
6. De verklaringen, bedoeld in [artikel 66, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), worden door de verbruiker ondertekend en bevatten ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. de EAN-code van de aansluiting waarop de verklaringen betrekking hebben;
- d. het kalenderjaar waarop de verklaringen betrekking hebben.
7. De verbruiker richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van de teruggaafregeling, bedoeld in [artikel 66 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), van belang zijnde bedrijfshandelingen.
##### Artikel 24
1. 1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 67, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=67), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. de verbruiksperiode waarop het verzoek betrekking heeft;
- b. naam en adres van de gebruiker van de onroerende zaak;
- c. BSN of RSIN van de gebruiker van de onroerende zaak;
- d. naam en adres van de exploitant van de installatie voor blokverwarming;
- e. de hoeveelheid warmte die in de verbruiksperiode is verbruikt, en
- f. de stand van de warmtehoeveelheidsmeter aan het begin en aan het einde van de verbruiksperiode.
2. In de afrekening, bedoeld in [artikel 24, derde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=24), worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.
##### Artikel 25
1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 68, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leveranciers;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
- f. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- g. de periode van levering van aardgas en elektriciteit; en
- h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 68, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leverancier;
- e. de EAN-code van de aansluiting;
- f. de totaal verbruikte hoeveelheid elektriciteit; en
- g. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
3. De administratie van degene die een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
##### Artikel 26
1. De teruggaafregeling, bedoeld in [artikel 69, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), is van toepassing mits:
- a. de instelling verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 69, tweede lid, onderdelen a, b en d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69);
- b. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet;
- c. de instelling die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 5c, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=5c), verklaart dat aan die voorwaarden en aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 69, tweede lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), is voldaan, en de in artikel 5c, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde regelgeving desgevraagd wordt overgelegd.
2. De teruggaafregeling, bedoeld in [artikel 69, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), is van toepassing mits:
- a. de notarieel verleden statuten onderscheidenlijk verklaringen waaruit de doelstelling van de instellingen, bedoeld in [artikel 69, derde lid, onderdelen b en c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), blijkt, desgevraagd worden overgelegd;
- b. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 69, derde lid, onderdelen a en d tot en met f, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69);
- c. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet, en
- d. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, een bezettingsoverzicht overlegt van de bezettingsgraad in tijd en oppervlakte, dan wel in huuropbrengsten, van de onroerende zaak, waaruit blijkt dat de onroerende zaak hoofdzakelijk in gebruik is geweest bij meer dan één instelling die een algemeen nut beogende instelling is of die een instelling is die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 5c, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=5c), en [artikel 69, tweede lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69).
3. In de verzoeken om teruggaaf, bedoeld in [artikel 69, eerste, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leverancier;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en); en
- f. de totaal verbruikte hoeveelheden aardgas en elektriciteit.
##### Artikel 27
1. De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in de [artikelen 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) of [70a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a), is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 70 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leveranciers;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
- f. de hoeveelheid en het soort product waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- g. de periode van levering van het product; en
- h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
3. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 70a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van degene die het verzoek om teruggaaf doet;
- c. BSN of RSIN van degene die het verzoek om teruggaaf doet;
- d. naam en adres van de leveranciers;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
- f. de hoeveelheid aardgas waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- g. de periode van levering van het aardgas; en
- h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
##### Artikel 28
1. De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in [artikel 53, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=53), dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit die zijn geleverd;
- b. de opbouw van de voorschotbedragen;
- c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden aardgas en elektriciteit;
- d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- e. de belasting begrepen in eindfacturen;
- f. de belasting begrepen in facturen;
- g. het aantal aansluitingen voor aardgas en elektriciteit;
- h. de periode van aansluiting;
- i. het aantal malen dat de belastingvermindering is toegepast;
- j. de evenredige toedeling van belastingverminderingen bij afwijkende verbruiksperioden;
- k. het eigen verbruik;
- l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- m. de toepassing van [artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50);
- n. de toepassing van de tarieven, bedoeld in [artikel 59, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59);
- o. de toepassing van de tarieven, bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60);
- p. de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in [artikel 64, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64).
2. Voor de toepassing van [artikel 57 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=57) blijkt uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in [artikel 53, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=53), hoeveel aardgas en elektriciteit aan hem is geleverd.
##### Artikel 29
1. De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:
- a. de door de installatie geproduceerde hoeveelheid elektriciteit alsmede de aan het distributienet geleverde hoeveelheid elektriciteit;
- b. de verbruikte hoeveelheid fossiele brandstof en de energie-inhoud daarvan;
- c. de verbruikte hoeveelheid biomassa die als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- d. de verbruikte hoeveelheid biomassa die niet als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- e. het netto elektrisch rendement van de installatie.
2. De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&hoofdstuk=VI&artikel=14&z=2020-07-01&g=2020-07-01) van belang zijnde bedrijfshandelingen.
3. De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
##### Artikel 30
Vervallen
##### Artikel 31
Vervallen
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
##### Artikel 32
Vervallen
### Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
##### Artikel 33
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in [artikel 92, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=92), is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
##### Artikel 34
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de [Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168) en van het [Uitvoeringsbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178) waarop deze regeling berust, in werking treden.
##### Artikel 35
Deze regeling wordt aangehaald als:
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.
##### Artikel 32a
Vervallen
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 32b
Vervallen
### Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 19a
1. De aanwijzing, bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), geschiedt door de inspecteur op verzoek van de coöperatie. Voor het verzoek wordt gebruik gemaakt van een van rijkswege elektronisch beschikbaar gesteld formulier dat wordt ingediend op de op dat formulier aangegeven wijze. Het verzoek bevat een eenduidige omschrijving van het gewenste postcodegebied, bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdeel d, van de wet.
2. De coöperatie verstrekt de inspecteur desgevraagd de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.
3. De aanwijzing vindt plaats met ingang van de dagtekening zoals aangegeven op de beschikking waarbij de coöperatie wordt aangewezen. Op verzoek van de coöperatie kan de inspecteur bepalen dat de aanwijzing plaatsvindt met ingang van een andere datum, doch niet eerder dan 6 maanden voor de dagtekening van de beschikking.
4. De coöperatie komt in aanmerking voor een aanwijzing als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a) als zij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 59a, tweede lid, onderdelen b, c en e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), dan wel, indien het een vereniging van eigenaars betreft, als zij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 59a, tweede lid, onderdelen b, c en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), en [artikel 59b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59b).
5. Wanneer de coöperatie in, aan of op een onroerende zaak van een ander een productie-installatie in eigendom heeft, merkt de inspecteur de aansluiting waarmee die onroerende zaak verbonden is met een net als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=1), op verzoek van de coöperatie voor de toepassing van [artikel 59a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), aan als de aansluiting van de productie-installatie, indien:
- a. de aansluiting een totale maximale doorlaatwaarde heeft van meer dan 3x80A;
- b. de elektriciteit die door de coöperatie via die aansluiting op het net wordt ingevoed afzonderlijk wordt gemeten; en
- c. de garanties van oorsprong, bedoeld in [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), uitsluitend betrekking hebben op de met de productie-installatie opgewekte elektriciteit die via de aansluiting op het net wordt ingevoed.
6. De inspecteur beslist op het verzoek om aanwijzing bij voor bezwaar vatbare beschikking. Daarbij kan hij nadere voorwaarden aan de aanwijzing verbinden. Met betrekking tot de behandeling van het verzoek is [artikel 91, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=91) van overeenkomstige toepassing.
7. Indien de coöperatie, bedoeld in het eerste lid, eigenaar is van meerdere productie-installaties, wordt de coöperatie voor elke productie-installatie afzonderlijk aangewezen. Voor zover de coöperatie eigenaar is van verschillende productie-installaties met behulp waarmee met dezelfde hernieuwbare energiebron elektriciteit wordt opgewekt en waarvan de aansluitingen zich in hetzelfde postcodegebied bevinden, worden zij voor de toepassing van de eerste volzin als één productie-installatie aangemerkt. De inspecteur kan evenwel afwijken van de tweede volzin, indien dit wenselijk is voor een juiste toepassing van [artikel 59a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a).
8. De inspecteur vermeldt in de beschikking:
- a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de coöperatie, het nummer waaronder zij bij de Belastingdienst is geregistreerd en het nummer waaronder zij is opgenomen in het handelsregister, bedoeld in [artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=2);
- b. het adres en de EAN-code van de productie-installatie of -installaties waarop de aanwijzing van de coöperatie betrekking heeft;
- c. de hernieuwbare energiebron waarmee met behulp van deze productie-installatie of -installaties elektriciteit wordt opgewekt;
- d. het postcodegebied waarop de aanwijzing betrekking heeft.
9. De inspecteur kan de aanwijzing wijzigen of intrekken:
- a. op verzoek van de coöperatie;
- b. als de coöperatie niet meer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing;
- c. als de coöperatie de bij of krachtens de wet, het besluit of dit hoofdstuk op haar rustende verplichtingen niet nakomt.
De wijziging of intrekking van de aanwijzing geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. De inspecteur bepaalt in de beschikking het tijdstip waarop de wijziging of intrekking van de aanwijzing in werking treedt.
##### Artikel 19b
1. De coöperatie die is aangewezen als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), verstrekt een afschrift van de desbetreffende beschikking van de inspecteur aan ieder met wie zij een overeenkomst sluit als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet.
2. Indien een aangewezen coöperatie als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a) niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing, doet zij daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de inspecteur en aan ieder met wie zij een overeenkomst heeft als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet.
3. In geval van intrekking van de aanwijzing door de inspecteur als bedoeld in [artikel 19a, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&hoofdstuk=VI&artikel=19a&z=2020-07-01&g=2020-07-01), doet de coöperatie daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan ieder aan wie zij ingevolge het eerste lid een afschrift van de beschikking inhoudende de aanwijzing heeft verstrekt. Daarbij verstrekt zij een afschrift van de beschikking waarmee de aanwijzing door de inspecteur wordt ingetrokken.
4. De coöperatie die is aangewezen als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), richt haar administratie zodanig in, dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen die voor de verlaging, bedoeld in artikel 59a, eerste lid van de wet, van belang kunnen zijn.
5. De coöperatie rekent de elektriciteit, bedoeld in [artikel 59a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), die zij in een door haar vast te stellen periode van twaalf kalendermaanden heeft opgewekt, na afloop van die periode met inachtneming van [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), toe aan haar leden op basis van een vooraf geregelde verdeelsleutel.
6. De coöperatie verstrekt aan degene die de levering, bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), verricht, een opgaaf van de hoeveelheden elektriciteit die door de coöperatie zijn toegerekend aan de leden van de coöperatie die elektriciteit afnemen van die leverancier. De opgaaf vermeldt de productieperiode waarop zij betrekking heeft, en wordt gespecificeerd per lid en per aansluiting, onder vermelding van EAN-code en postcode van iedere aansluiting.
7. De coöperatie vermeldt bij de opgaaf, bedoeld in het zesde lid, of de garanties van oorsprong, bedoeld in [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), zijn geboekt op een eindverbruikersrekening van de coöperatie zelf, dan wel op een handelsaccount.
8. De coöperatie verstrekt tezamen met de opgaaf, bedoeld in het zesde lid, de verklaring, bedoeld in [artikel 21b, derde lid, onderdeel b, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b). Hierin verklaart de coöperatie dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in [artikel 59a, tweede lid, onderdelen a, b, c en e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a) en [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), dan wel, indien het een vereniging van eigenaars betreft, dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in [artikel 59 a, tweede lid, onderdelen a, b, c en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), en [artikel 59b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59b) en [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b).
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
### Hoofdstuk IX. Algemene bepaling
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
### Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 20a
1. De omstandigheid, bedoeld in [artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21c), blijkt uit de beschikking van de ontvanger waarbij hij het verzoek om uitstel van betaling afwijst omdat naar zijn oordeel:
- –. de betalingsproblemen structureel zijn en het bedrijf van de verbruiker niet voldoende levensvatbaar is; of
- –. uit door de verbruiker verstrekte gegevens blijkt dat het bedrijf van de verbruiker niet voldoende solvabel is.
2. De datum waarop de omstandigheid, bedoeld in [artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21c), zich voordoet is de datum van de dagtekening van de beschikking waarbij het verzoek om uitstel van betaling onherroepelijk is afgewezen.
3. Indien het einde van de termijn van drie maanden, bedoeld in [artikel 21c, derde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21c), niet samenvalt met het einde van een periode waarvoor de leverancier het geleverde aardgas aan de verbruiker in rekening brengt, past de leverancier het tarief, bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), naar evenredigheid toe.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
### Hoofdstuk IX. Algemene bepaling
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 20b
De verklaring, bedoeld in [artikel 21d, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21d), wordt door de verbruiker ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. de hoeveelheid elektriciteit waarop de uitzondering betrekking heeft;
- e. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
3. Degene aan wie met toepassing van de uitzondering, bedoeld in [artikel 36c, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36c) elektriciteit wordt geleverd, dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen;
- b. met behulp van elektriciteitsmeters de hoeveelheid elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in [artikel 36c, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=36c).
- d. de EAN-code van de aansluiting waarop de verklaring betrekking heeft;
- e. de verklaring dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting en dat deze oplaadinstallatie geen deel uitmaakt van een meer omvattende onroerende zaak als bedoeld in [artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007119&artikel=16).
##### Artikel 20c
De belastingvermindering, bedoeld in [artikel 63, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=63), wordt toegepast door de leverancier die leveringen verricht via het primaire allocatiepunt, bedoeld in de [Begrippencode elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037938).
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 33a
Indien een verzoek om teruggaaf langs elektronische weg wordt ingediend, worden de bij het verzoek over te leggen bescheiden niet bij het verzoek overgelegd, maar desgevraagd aan de inspecteur verstrekt.
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
### Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting
### Hoofdstuk IVa. Energiebelasting
### Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater
### Hoofdstuk IV. Afvalstoffenbelasting
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
##### Artikel 13
Vervallen
##### Artikel 14
1. Voor de toepassing van [artikel 47, eerste lid, onderdeel k, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij, geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.
##### Artikel 15
1. Voor de toepassing van [artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) wordt onder energiebelasting mede verstaan opslag duurzame energie, als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Wet opslag duurzame energie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032660&artikel=1).
2. Berekeningen voor de toepassing van [artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) worden gemaakt op basis van een kalenderjaar.
##### Artikel 16
1. [Artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50) is van toepassing indien degene aan wie het aardgas of de elektriciteit geleverd wordt, een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen aan de verbruiker verricht.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen aan de verbruiker verricht; en
- c. naam en adres van de leverancier.
3. Degene aan wie met toepassing van [artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50) aardgas of elektriciteit wordt geleverd, dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen, en
- b. de hoeveelheid aardgas onderscheidenlijk elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in [artikel 50, derde lid, onderdeel c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50).
4. Wanneer degene aan wie het aardgas of de elektriciteit wordt geleverd niet langer leveringen aan de verbruiker verricht, meldt hij onmiddellijk schriftelijk aan de leverancier dat [artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50) niet langer van toepassing is ten aanzien van aan hem geleverd aardgas of aan hem geleverde elektriciteit.
##### Artikel 17
Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in [artikel 54, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=54), is [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&hoofdstuk=VI&artikel=28&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 18
Vervallen
##### Artikel 19
De verklaring, bedoeld in [artikel 20, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=20), wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker; en
- c. naam en adres van de leverancier.
##### Artikel 20
1. Als tuinbouwproducten als bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60) worden aangemerkt groenten, fruit en sierteeltproducten.
2. De tarieven, genoemd in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), vinden slechts toepassing indien de leverancier per aansluiting een door de verbruiker ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat deze het aardgas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten, en waarin voorts zijn vermeld:
- a. de dagtekening;
- b. de naam en het adres van de verbruiker, en
- c. de naam en het adres van de leverancier.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op al het via de aansluiting aan de verbruiker geleverde aardgas. Indien slechts een deel van dat aardgas wordt gebruikt voor het in het tweede lid vermelde doel, wordt dit in de verklaring vermeld en wordt dat deel uitgedrukt in een percentage van het geheel.
4. Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, of in het derde lid wijzigt, geeft de verbruiker binnen zes weken een nieuwe verklaring af aan de leverancier.
5. De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien het door hem afgenomen aardgas niet langer wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. In de te ondertekenen verklaring wordt de datum van wijziging van gebruik opgenomen.
6. Onder verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), wordt verstaan het verwarmen van kassen waarin tuinbouwproducten worden gekweekt. Als verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten wordt mede aangemerkt:
- –. de verwarming van bloembollenschuren voor bloemknopbevordering en kwaliteitsbehandeling van de bloembollen;
- –. de verwarming van de grond via een buizennet voor de behandeling van bloembollen;
- –. de verwarming voor de teelt en het drogen van tuinbouwzaden;
- –. de verwarming voor het prepareren van plantuitjes met het doel de kwaliteit van consumptie-uitjes te verbeteren;
- –. de opwekking van stoom voor het ontsmetten van tuinbouwgronden;
- –. de opwekking van stoom voor het kiemvrij maken van mest die wordt gebruikt voor het kweken van champignons;
- –. de verwarming van champignoncellen;
- –. de bestrijding van nachtvorst in boomgaarden met behulp van kachels;
- –. de verwarming voor het forceren van asperges, rabarber en witlof;
- –. de verwarming voor het in cellen in bloei trekken van trekheesters;
- –. de verwarming voor het prepareren van aardbeiplanten.
##### Artikel 21
1. Voor de toepassing van [artikel 63, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=63) wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
2. Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
##### Artikel 22
De verklaring, bedoeld in [artikel 22, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=22), wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van leverancier, en
- d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
##### Artikel 23
1. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 66, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), heeft betrekking op slechts één aansluiting en wordt gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderjaar waarover teruggaaf wordt verzocht.
2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 66, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), worden ten minste de volgende gegevens vermeld:
- a. het kalenderjaar waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leverancier of leveranciers;
- e. de EAN-code van de aansluiting via welke de elektriciteit geleverd is waarop het verzoek betrekking heeft;
- f. de hoeveelheid elektriciteit die in het kalenderjaar waarover teruggaaf wordt verzocht via de aansluiting, bedoeld in onderdeel d, geleverd is, voor zover deze elektriciteit zakelijk is verbruikt en niet op grond van [artikel 64, eerste of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64) van energiebelasting is vrijgesteld.
3. Bij het verzoek worden overgelegd:
- a. de factuur of facturen waaruit blijkt hoeveel energiebelasting ter zake van de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde elektriciteit in rekening is gebracht;
- b. de verklaringen, bedoeld in [artikel 66, derde en vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66).
4. Indien het verzoek langs elektronische weg wordt ingediend, worden de factuur of facturen, bedoeld in het derde lid, niet bij het verzoek overgelegd maar desgevraagd aan de inspecteur verstrekt.
5. De verklaring, bedoeld in [artikel 66, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), wordt door de verbruiker ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker.
6. De verklaringen, bedoeld in [artikel 66, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), worden door de verbruiker ondertekend en bevatten ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. de EAN-code van de aansluiting waarop de verklaringen betrekking hebben;
- d. het kalenderjaar waarop de verklaringen betrekking hebben.
7. De verbruiker richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van de teruggaafregeling, bedoeld in [artikel 66 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=66), van belang zijnde bedrijfshandelingen.
##### Artikel 24
1. 1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 67, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=67), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. de verbruiksperiode waarop het verzoek betrekking heeft;
- b. naam en adres van de gebruiker van de onroerende zaak;
- c. BSN of RSIN van de gebruiker van de onroerende zaak;
- d. naam en adres van de exploitant van de installatie voor blokverwarming;
- e. de hoeveelheid warmte die in de verbruiksperiode is verbruikt, en
- f. de stand van de warmtehoeveelheidsmeter aan het begin en aan het einde van de verbruiksperiode.
2. In de afrekening, bedoeld in [artikel 24, derde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=24), worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.
##### Artikel 25
1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 68, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leveranciers;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
- f. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- g. de periode van levering van aardgas en elektriciteit; en
- h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 68, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=68), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leverancier;
- e. de EAN-code van de aansluiting;
- f. de totaal verbruikte hoeveelheid elektriciteit; en
- g. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
3. De administratie van degene die een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
##### Artikel 26
1. De teruggaafregeling, bedoeld in [artikel 69, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), is van toepassing mits:
- a. de instelling verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 69, tweede lid, onderdelen a, b en d, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69);
- b. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet;
- c. de instelling die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 5c, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=5c), verklaart dat aan die voorwaarden en aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 69, tweede lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), is voldaan, en de in artikel 5c, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde regelgeving desgevraagd wordt overgelegd.
2. De teruggaafregeling, bedoeld in [artikel 69, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), is van toepassing mits:
- a. de notarieel verleden statuten onderscheidenlijk verklaringen waaruit de doelstelling van de instellingen, bedoeld in [artikel 69, derde lid, onderdelen b en c, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), blijkt, desgevraagd worden overgelegd;
- b. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 69, derde lid, onderdelen a en d tot en met f, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69);
- c. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet, en
- d. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, een bezettingsoverzicht overlegt van de bezettingsgraad in tijd en oppervlakte, dan wel in huuropbrengsten, van de onroerende zaak, waaruit blijkt dat de onroerende zaak hoofdzakelijk in gebruik is geweest bij meer dan één instelling die een algemeen nut beogende instelling is of die een instelling is die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 5c, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=5c), en [artikel 69, tweede lid, onderdeel e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69).
3. In de verzoeken om teruggaaf, bedoeld in [artikel 69, eerste, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=69), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leverancier;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en); en
- f. de totaal verbruikte hoeveelheden aardgas en elektriciteit.
##### Artikel 27
1. De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in de [artikelen 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70) of [70a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a), is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 70 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leveranciers;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
- f. de hoeveelheid en het soort product waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- g. de periode van levering van het product; en
- h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
3. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in [artikel 70a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=70a), worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van degene die het verzoek om teruggaaf doet;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leveranciers;
- e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en);
- f. de hoeveelheid aardgas waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- g. de periode van levering van het aardgas; en
- h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
##### Artikel 28
1. De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in [artikel 53, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=53), dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit die zijn geleverd;
- b. de opbouw van de voorschotbedragen;
- c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden aardgas en elektriciteit;
- d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- e. de belasting begrepen in eindfacturen;
- f. de belasting begrepen in facturen;
- g. het aantal aansluitingen voor aardgas en elektriciteit;
- h. de periode van aansluiting;
- i. het aantal malen dat de belastingvermindering is toegepast;
- j. de evenredige toedeling van belastingverminderingen bij afwijkende verbruiksperioden;
- k. het eigen verbruik;
- l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- m. de toepassing van [artikel 50, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=50);
- n. de toepassing van de tarieven, bedoeld in [artikel 59, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59);
- o. de toepassing van de tarieven, bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60);
- p. de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in [artikel 64, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=64).
2. Voor de toepassing van [artikel 57 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=57) blijkt uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in [artikel 53, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=53), hoeveel aardgas en elektriciteit aan hem is geleverd.
##### Artikel 29
1. De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:
- a. de door de installatie geproduceerde hoeveelheid elektriciteit alsmede de aan het distributienet geleverde hoeveelheid elektriciteit;
- b. de verbruikte hoeveelheid fossiele brandstof en de energie-inhoud daarvan;
- c. de verbruikte hoeveelheid biomassa die als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- d. de verbruikte hoeveelheid biomassa die niet als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- e. het netto elektrisch rendement van de installatie.
2. De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&hoofdstuk=VI&artikel=14&z=2020-01-01&g=2020-01-01) van belang zijnde bedrijfshandelingen.
3. De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
##### Artikel 30
Vervallen
##### Artikel 31
Vervallen
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
##### Artikel 32
Vervallen
### Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
##### Artikel 33
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in [artikel 92, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=92), is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
##### Artikel 34
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de [Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168) en van het [Uitvoeringsbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178) waarop deze regeling berust, in werking treden.
##### Artikel 35
Deze regeling wordt aangehaald als:
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.
##### Artikel 32a
Vervallen
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
##### Artikel 32b
Vervallen
### Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 19a
1. De aanwijzing, bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), geschiedt door de inspecteur op verzoek van de coöperatie. Voor het verzoek wordt gebruik gemaakt van een van rijkswege elektronisch beschikbaar gesteld formulier dat wordt ingediend op de op dat formulier aangegeven wijze. Het verzoek bevat een eenduidige omschrijving van het gewenste postcodegebied, bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdeel d, van de wet.
2. De coöperatie verstrekt de inspecteur desgevraagd de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.
3. De aanwijzing vindt plaats met ingang van de dagtekening zoals aangegeven op de beschikking waarbij de coöperatie wordt aangewezen. Op verzoek van de coöperatie kan de inspecteur bepalen dat de aanwijzing plaatsvindt met ingang van een andere datum, doch niet eerder dan 6 maanden voor de dagtekening van de beschikking.
4. De coöperatie komt in aanmerking voor een aanwijzing als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a) als zij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 59a, tweede lid, onderdelen b, c en e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), dan wel, indien het een vereniging van eigenaars betreft, als zij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 59a, tweede lid, onderdelen b, c en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), en [artikel 59b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59b).
5. Wanneer de coöperatie in, aan of op een onroerende zaak van een ander een productie-installatie in eigendom heeft, merkt de inspecteur de aansluiting waarmee die onroerende zaak verbonden is met een net als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=1), op verzoek van de coöperatie voor de toepassing van [artikel 59a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), aan als de aansluiting van de productie-installatie, indien:
- a. de aansluiting een totale maximale doorlaatwaarde heeft van meer dan 3x80A;
- b. de elektriciteit die door de coöperatie via die aansluiting op het net wordt ingevoed afzonderlijk wordt gemeten; en
- c. de garanties van oorsprong, bedoeld in [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), uitsluitend betrekking hebben op de met de productie-installatie opgewekte elektriciteit die via de aansluiting op het net wordt ingevoed.
6. De inspecteur beslist op het verzoek om aanwijzing bij voor bezwaar vatbare beschikking. Daarbij kan hij nadere voorwaarden aan de aanwijzing verbinden. Met betrekking tot de behandeling van het verzoek is [artikel 91, tweede en derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=91) van overeenkomstige toepassing.
7. Indien de coöperatie, bedoeld in het eerste lid, eigenaar is van meerdere productie-installaties, wordt de coöperatie voor elke productie-installatie afzonderlijk aangewezen. Voor zover de coöperatie eigenaar is van verschillende productie-installaties met behulp waarmee met dezelfde hernieuwbare energiebron elektriciteit wordt opgewekt en waarvan de aansluitingen zich in hetzelfde postcodegebied bevinden, worden zij voor de toepassing van de eerste volzin als één productie-installatie aangemerkt. De inspecteur kan evenwel afwijken van de tweede volzin, indien dit wenselijk is voor een juiste toepassing van [artikel 59a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a).
8. De inspecteur vermeldt in de beschikking:
- a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de coöperatie, het nummer waaronder zij bij de Belastingdienst is geregistreerd en het nummer waaronder zij is opgenomen in het handelsregister, bedoeld in [artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0021777&artikel=2);
- b. het adres en de EAN-code van de productie-installatie of -installaties waarop de aanwijzing van de coöperatie betrekking heeft;
- c. de hernieuwbare energiebron waarmee met behulp van deze productie-installatie of -installaties elektriciteit wordt opgewekt;
- d. het postcodegebied waarop de aanwijzing betrekking heeft.
9. De inspecteur kan de aanwijzing wijzigen of intrekken:
- a. op verzoek van de coöperatie;
- b. als de coöperatie niet meer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing;
- c. als de coöperatie de bij of krachtens de wet, het besluit of dit hoofdstuk op haar rustende verplichtingen niet nakomt.
De wijziging of intrekking van de aanwijzing geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. De inspecteur bepaalt in de beschikking het tijdstip waarop de wijziging of intrekking van de aanwijzing in werking treedt.
##### Artikel 19b
1. De coöperatie die is aangewezen als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), verstrekt een afschrift van de desbetreffende beschikking van de inspecteur aan ieder met wie zij een overeenkomst sluit als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet.
2. Indien een aangewezen coöperatie als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a) niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing, doet zij daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de inspecteur en aan ieder met wie zij een overeenkomst heeft als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet.
3. In geval van intrekking van de aanwijzing door de inspecteur als bedoeld in [artikel 19a, negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007159&hoofdstuk=VI&artikel=19a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), doet de coöperatie daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan ieder aan wie zij ingevolge het eerste lid een afschrift van de beschikking inhoudende de aanwijzing heeft verstrekt. Daarbij verstrekt zij een afschrift van de beschikking waarmee de aanwijzing door de inspecteur wordt ingetrokken.
4. De coöperatie die is aangewezen als bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), richt haar administratie zodanig in, dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen die voor de verlaging, bedoeld in artikel 59a, eerste lid van de wet, van belang kunnen zijn.
5. De coöperatie rekent de elektriciteit, bedoeld in [artikel 59a van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), die zij in een door haar vast te stellen periode van twaalf kalendermaanden heeft opgewekt, na afloop van die periode met inachtneming van [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), toe aan haar leden op basis van een vooraf geregelde verdeelsleutel.
6. De coöperatie verstrekt aan degene die de levering, bedoeld in [artikel 59a, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), verricht, een opgaaf van de hoeveelheden elektriciteit die door de coöperatie zijn toegerekend aan de leden van de coöperatie die elektriciteit afnemen van die leverancier. De opgaaf vermeldt de productieperiode waarop zij betrekking heeft, en wordt gespecificeerd per lid en per aansluiting, onder vermelding van EAN-code en postcode van iedere aansluiting.
7. De coöperatie vermeldt bij de opgaaf, bedoeld in het zesde lid, of de garanties van oorsprong, bedoeld in [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), zijn geboekt op een eindverbruikersrekening van de coöperatie zelf, dan wel op een handelsaccount.
8. De coöperatie verstrekt tezamen met de opgaaf, bedoeld in het zesde lid, de verklaring, bedoeld in [artikel 21b, derde lid, onderdeel b, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b). Hierin verklaart de coöperatie dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in [artikel 59a, tweede lid, onderdelen a, b, c en e, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a) en [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b), dan wel, indien het een vereniging van eigenaars betreft, dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in [artikel 59 a, tweede lid, onderdelen a, b, c en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59a), en [artikel 59b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=59b) en [artikel 21b, tweede lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21b).
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
### Hoofdstuk IX. Algemene bepaling
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
### Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 20a
1. De omstandigheid, bedoeld in [artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21c), blijkt uit de beschikking van de ontvanger waarbij hij het verzoek om uitstel van betaling afwijst omdat naar zijn oordeel:
- –. de betalingsproblemen structureel zijn en het bedrijf van de verbruiker niet voldoende levensvatbaar is; of
- –. uit door de verbruiker verstrekte gegevens blijkt dat het bedrijf van de verbruiker niet voldoende solvabel is.
2. De datum waarop de omstandigheid, bedoeld in [artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21c), zich voordoet is de datum van de dagtekening van de beschikking waarbij het verzoek om uitstel van betaling onherroepelijk is afgewezen.
3. Indien het einde van de termijn van drie maanden, bedoeld in [artikel 21c, derde lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21c), niet samenvalt met het einde van een periode waarvoor de leverancier het geleverde aardgas aan de verbruiker in rekening brengt, past de leverancier het tarief, bedoeld in [artikel 60, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=60), naar evenredigheid toe.
### Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
### Hoofdstuk IX. Algemene bepaling
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 20b
De verklaring, bedoeld in [artikel 21d, eerste lid, van het besluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007178&artikel=21d), wordt door de verbruiker ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. de EAN-code van de aansluiting waarop de verklaring betrekking heeft;
- e. de verklaring dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting en dat deze oplaadinstallatie geen deel uitmaakt van een meer omvattende onroerende zaak als bedoeld in [artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007119&artikel=16).
##### Artikel 20c
De belastingvermindering, bedoeld in [artikel 63, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=63), wordt toegepast door de leverancier die leveringen verricht via het primaire allocatiepunt, bedoeld in de [Begrippencode elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037938).
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
##### Artikel 33a
Indien een verzoek om teruggaaf langs elektronische weg wordt ingediend, worden de bij het verzoek over te leggen bescheiden niet bij het verzoek overgelegd, maar desgevraagd aan de inspecteur verstrekt.
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
### Hoofdstuk V. Kolenbelasting
### Hoofdstuk VI. Energiebelasting
### Hoofdstuk X. Slotbepalingen
## Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Vervallen
2020-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2019-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2018-03-24
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2018-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2017-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2016-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2015-04-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2015-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2014-04-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2014-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2013-07-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2013-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2012-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 29, 29
2011-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2010-03-18
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 29
2010-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 29, 29
2009-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 20, 29, 29
2008-07-11
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 1, 2, 3 y 13
2008-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 32
2007-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 8
2006-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 8
2005-06-02
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 8
2005-03-18
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
2005-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 8, 8
2004-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — art. 8
2003-07-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 8, 8
2003-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — arts. 8, 8, 8, 8
2003-01-01
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag — versión origina
original version
Tekst op deze datum