Besluit van 30 mei 1996, houdende uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994 (Reglement rijbewijzen)

Type AMvB
Publication 2026-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 426
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a. het Verbond van Verzekeraars, ten behoeve van het vaststellen van rechten en plichten in het kader van de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten;
  • b. advocaten, ten behoeve van gerechtelijke procedures en de voorbereiding daarvan;
  • c. onderzoeks- en onderwijsinstellingen, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek voor zover zij aantonen dat dit onderzoek namens of in opdracht van een overheidsorgaan wordt uitgevoerd en die gegevens noodzakelijk zijn voor dat onderzoek;

Hoofdstuk VIIa. Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

§ 1. Algemeen

Artikel 156a

1.

Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR in het rijbewijzenregister geregistreerd ten behoeve van een ieder die de basiskwalificatie heeft behaald dan wel de nascholing met goed gevolg heeft voltooid.

2.

Deelcertificaten worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR afgegeven aan een ieder die een nascholingsonderdeel heeft gevolgd en de nascholing in een andere lidstaat van de Europese Unie met goed gevolg wil voltooien.

3.

In afwijking van het eerste lid worden verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing tegen overlegging van een geldige kwalificatiekaart bestuurder door de Dienst Wegverkeer in het rijbewijzenregister geregistreerd.

Artikel 156b

1.

Het voor de aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing of deelcertificaten verschuldigde tarief wordt vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister.

2.

Het in het eerste lid bedoelde tarief dient vóór de indiening van de aanvraag te zijn voldaan door overmaking op een door het CBR aangewezen bankrekening.

Artikel 156c

1.

Het CBR is verantwoordelijk voor:

  • a. het ontwikkelen van de vakbekwaamheidsexamens met inbegrip van de exameneisen;
  • b. het afnemen van de vakbekwaamheidsexamens;
  • c. het periodiek vaststellen van het raamwerk van nascholingscursussen;
  • d. het voor het verrichten van nascholing erkennen van opleidingscentra en het certificeren van nascholingscursussen die door die opleidingscentra worden aangeboden;
  • e. het uitoefenen van toezicht op de erkende opleidingscentra;
  • f. het registreren van toetsresultaten;
  • g. het registreren van gevolgde nascholingsuren;
  • h. het registreren van verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing in het rijbewijzenregister;
  • i. het uitreiken van deelcertificaten;
  • j. het ongeldig verklaren van getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing.
2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de taken, bevoegdheden en werkwijze van het CBR.

§ 2. Aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing en deelcertificaten

Artikel 156d

1.

De aanvraag van een verklaring van vakbekwaamheid, een verklaring van nascholing of een deelcertificaat geschiedt op de door het CBR vastgestelde wijze.

2.

De aanvraag van een verklaring van vakbekwaamheid dan wel een verklaring van nascholing als bedoeld in artikel 156a, derde lid, geschiedt op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze. De Dienst Wegverkeer neemt de kwalificatiekaart bestuurder in en vergewist zich van de echtheid ervan.

3.

Bij de aanvraag raadpleegt het CBR dan wel de Dienst Wegverkeer de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager.

§ 3. Stelsel van basiskwalificatie

Artikel 156e

Het stelsel van basiskwalificatie omvat:

  • a. een theorie-examen vakbekwaamheid bestaande uit drie toetsen, en
  • b. een praktijkexamen vakbekwaamheid bestaande uit drie toetsen.

§ 4. Theorie-examen vakbekwaamheid

Artikel 156f

1.

Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën C1, C, E bij C1 en E bij C kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van zeventien jaren hebben bereikt.

2.

Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën D1, D, E bij D1 en E bij D kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van zeventien jaren hebben bereikt.

Artikel 156g

Voor toelating tot het theorie-examen vakbekwaamheid zijn de voorwaarden voor toelating tot het theorie-examen voor de rijbewijscategorieën C1, C, D1 of D van overeenkomstige toepassing.

Artikel 156ga

1.

Bij het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie C1 wordt getoetst of een aanvrager beschikt over grondige kennis van de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen omtrent onderwerpen die voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, alsmede op het op juiste wijze toepassen van die kennis.

2.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C1, E bij C1, C of E bij C, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie C1 door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat theorie-examen af te leggen.

Artikel 156h

1.

Bij het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie C wordt getoetst of een aanvrager beschikt over grondige kennis van de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen omtrent onderwerpen die voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, alsmede op het op juiste wijze toepassen van die kennis.

2.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C1, E bij C1, C of E bij C, dat hetzij nog geldig is hetzij de geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat theorie-examen af te leggen.

Artikel 156ha

1.

Bij het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie D1 wordt getoetst of een aanvrager beschikt over grondige kennis van bij ministeriële regeling vastgestelde eisen omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, alsmede op het op juiste wijze toepassen van die kennis.

2.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie D1, E bij D1, D of E bij D, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie D1 door in aanvuling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat theorie-examen af te leggen.

Artikel 156i

1.

Bij het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie D wordt getoetst of een aanvrager beschikt over grondige kennis van bij ministeriële regeling vastgestelde eisen omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders alsmede op het op juiste wijze toepassen van die kennis.

2.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs voor de categorie D1, E bij D1, D of E bij D, dat hetzij nog geldig is hetzij de geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat theorie-examen af te leggen.

§ 5. Praktijkexamen vakbekwaamheid

Artikel 156j

1.

Het gedeelte van het praktijkexamen vakbekwaamheid dat niet op de openbare weg wordt afgelegd, kan worden afgelegd door personen die de leeftijd van 17 jaren hebben bereikt indien het betreft een praktijkexamen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D en E bij D.

2.

Het gedeelte van het praktijkexamen vakbekwaamheid dat op de openbare weg wordt afgelegd, kan worden afgelegd door personen die de leeftijd van 18 jaren hebben bereikt indien het betreft een praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D en E bij D.

Artikel 156k

1.

Voor toelating tot het praktijkexamen vakbekwaamheid op de openbare weg zijn de voorwaarden voor toelating voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D en E bij D van overeenkomstige toepassing.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toegang tot het praktijkexamen vakbekwaamheid.

Artikel 156ka

1.

Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C1 bestaat uit een rijproef die geïntegreerd wordt afgelegd met het praktijkexamen voor het rijbewijs C1, en uit de praktijktoetsen vakbekwaamheid 1 en 2. De praktijktoets vakbekwaamheid 1 bestaat uit een praktische test. De praktijktoets vakbekwaamheid 2 kan op een besloten terrein of een simulator worden afgelegd.

2.

De eisen voor het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C1 worden bij ministeriële regeling vastgesteld en betreffen in ieder geval:

  • a. bedrevenheid in rationeel rijden op basis van veiligheidsvoorschriften;
  • b. het kunnen toepassen van voorschriften omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders;
  • c. het op juiste en veilige wijze kunnen toepassen van kennis en vaardigheden met betrekking tot een aantal bijzondere onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
3.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C1 of C, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C1 door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat praktijkexamen af te leggen.

Artikel 156l

1.

Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C bestaat uit een rijproef die geïntegreerd wordt afgelegd met het praktijkexamen voor het rijbewijs C, en uit de praktijktoetsen vakbekwaamheid 1 en 2. De praktijktoets vakbekwaamheid 1 bestaat uit een praktische test. De praktijktoets vakbekwaamheid 2 kan op een besloten terrein of een simulator worden afgelegd.

2.

De eisen voor het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C worden bij ministeriële regeling vastgesteld en betreffen in ieder geval:

  • a. bedrevenheid in rationeel rijden op basis van veiligheidsvoorschriften;
  • b. het kunnen toepassen van voorschriften omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders;
  • c. het op juiste en veilige wijze kunnen toepassen van kennis en vaardigheden met betrekking tot een aantal bijzondere onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
3.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C1 of C, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat praktijkexamen af te leggen.

Artikel 156la

1.

Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D1 bestaat uit een rijproef die geïntegreerd wordt afgelegd met het praktijkexamen voor het rijbewijs D1, en uit de praktijktoetsen vakbekwaamheid1 en 2. De praktijktoets vakbekwaamheid 1 bestaat uit een praktische test. De praktijktoets vakbekwaamheid 2 kan op een besloten terrein of een simulator worden afgelegd.

2.

De eisen voor het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D1 worden bij ministeriële regeling vastgesteld en betreffen in ieder geval:

  • a. bedrevenheid in rationeel rijden op basis van veiligheidsvoorschriften;
  • b. het kunnen toepassen van voorschriften omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders;
  • c. het op juiste en veilige wijze kunnen toepassen van kennis en vaardigheden met betrekking tot een aantal bijzondere onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
3.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie D1 of D, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D1 door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat praktijkexamen af te leggen.

Artikel 156m

1.

Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D bestaat uit een rijproef die geïntegreerd wordt afgelegd met het praktijkexamen voor het rijbewijs D, en uit de praktijktoetsen vakbekwaamheid 1 en 2. De praktijktoets vakbekwaamheid 1 bestaat uit een praktische toets. De praktijktoets vakbekwaamheid 2 kan op een besloten terrein of een simulator worden afgelegd.

2.

De eisen voor het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D worden bij ministeriële regeling vastgesteld en betreffen in ieder geval:

  • a. bedrevenheid in rationeel rijden op basis van veiligheidsvoorschriften;
  • b. het kunnen toepassen van voorschriften omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders;
  • c. het op juiste en veilige wijze kunnen toepassen van kennis en vaardigheden met betrekking tot een aantal bijzondere onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
3.

De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie D1 of D, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat praktijkexamen af te leggen.

Artikel 156n

1.

Het CBR kan een rij-instructeur die ingevolge de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 bevoegd is tot het geven van rijonderricht en die voldoet aan de door haar opgestelde eisen, aanwijzen tot het afnemen van praktijktoetsen vakbekwaamheid 1 en 2 voor de rijbewijscategorieën C1, C, D1 en D.

2.

Een rij-instructeur als bedoeld in het eerste lid neemt de praktijktoetsen af met gebruikmaking van de exameneisen.

3.

Een rij-instructeur als bedoeld in het eerste lid meldt aan het CBR binnen de door deze vastgestelde termijn of een aanvrager voldoet aan de exameneisen.

Artikel 156o

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 156g tot en met 156n.

Artikel 156p

Op een praktijktoets vakbekwaamheid bedoeld in hoofdstuk VIIA zijn de artikelen 78, 81, 82, eerste lid, en 84 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van «rijproef» telkens wordt gelezen «praktijktoets vakbekwaamheid».

§ 6. Vrijstellingen basiskwalificatie

Artikel 156q

1.

De volgende bestuurders zijn vrijgesteld van het behalen van een getuigschrift van vakbekwaamheid:

  • a. een bestuurder die houder is van een geldig rijbewijs van één van de categorieën D1, E bij D1, D of E bij D of van een als gelijkwaardig erkend rijbewijs, mits dat rijbewijs uiterlijk op 10 september 2008 is afgegeven;
  • b. een bestuurder die houder is van een geldig rijbewijs van één van de categorieën C1, E bij C1, C of E bij C of van een als gelijkwaardig erkend rijbewijs, mits dat rijbewijs uiterlijk op 10 september 2009 is afgegeven.
2.

Een bestuurder als bedoeld in artikel 151d, tweede lid, onderdeel a, van de wet is bij het behalen van een getuigschrift van vakbekwaamheid vrijgesteld van het afleggen van bij ministeriële regeling te bepalen onderdelen van het vakbekwaamheidsexamen.

3.

Een bestuurder als bedoeld in artikel 151d, tweede lid, onderdeel b, van de wet die een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een bij ministeriële regeling daaraan gelijkwaardig verklaarde opleiding volgt, is éénmaal voor een aaneengesloten periode van maximaal drie jaar voor Nederlands grondgebied vrijgesteld van de verplichting over een getuigschrift van vakbekwaamheid te beschikken indien hij:

  • a. een door het bevoegd gezag van de opleiding gewaarmerkte verklaring kan overleggen waaruit blijkt sinds welke datum hij de opleiding volgt, en
  • b. hij door middel van een geldig bewijs van inschrijving kan aantonen dat hij nog staat ingeschreven bij de opleiding.
4.

Een bestuurder die houder is van een getuigschrift van vakbekwaamheid voor één van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde rijbewijscategorieën is vrijgesteld van de verplichting een dergelijk getuigschrift te behalen voor de overige in genoemd onderdeel vermelde rijbewijscategorieën.

5.

Een bestuurder die houder is van een getuigschrift van vakbekwaamheid voor één van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde rijbewijscategorieën is vrijgesteld van de verplichting een dergelijk getuigschrift te behalen voor de overige in genoemd onderdeel vermelde rijbewijscategorieën.

§ 7. Stelsel van nascholing

Artikel 156r

1.

Het stelsel van nascholing, bedoeld in hoofdstuk VIIA van de wet, bevat de verplichting van de bestuurder om bij een of meer erkende opleidingscentra per vijf jaren 35 uur nascholingscursussen te volgen, waarvan ten hoogste twaalf uur in de vorm van e-learning.

2.

De te kiezen nascholingscursussen worden afgestemd op de specifieke behoeften van de bestuurder en op de relevante ontwikkelingen op het gebied van technologie en regelgeving. Daarbij wordt, voor zover mogelijk, rekening gehouden met de specifieke opleidingsbehoeften van de bestuurder.

3.

De bestuurder volgt nascholingscursussen over verschillende onderwerpen. De bestuurder kan één herhalingscursus volgen over een onderwerp waarover reeds een nascholingscursus is gevolgd als een specifieke corrigerende opleiding nodig wordt geacht. Ten minste één van de door de bestuurder gevolgde nascholingscursussen betreft een praktijktraining met betrekking tot verkeersveiligheid.

Artikel 156s

1.

De nascholing bestaat uit nascholingscursussen in de vorm van klassikale lessen, praktijktrainingen of e-learning die worden aangeboden in eenheden van ten minste zeven uur, die over ten hoogste twee opeenvolgende dagen mogen worden gespreid.

2.

In de nascholingscursussen worden de onderwerpen die zijn opgenomen in bijlage I bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders uitgediept en geactualiseerd.

3.

Het raamwerk van nascholingscursussen wordt periodiek vastgesteld door het CBR, die daarbij rekening houdt met de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen voor nascholingscursussen. Er wordt in ieder geval een onderscheid naar onderwerp gemaakt tussen nascholingscursussen.

4.

Bij de nascholingscursussen kan gebruik worden gemaakt van simulatoren of hulpmiddelen op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie.

5.

Bij nascholingscursussen in de vorm van e-learning wordt gebruikgemaakt van betrouwbare gebruikersidentificatie en passende controlemiddelen.

6.

Andere door regelgeving van de Europese Unie voorgeschreven opleidingen kunnen voor ten hoogste zeven uur onderdeel uitmaken van de nascholing, met uitzondering van een specifieke opleiding inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen op grond van richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU 2008, L 260), die voor ten hoogste veertien uur meetelt, mits dat de enige andere opleiding in de zin van dit lid is die in acht wordt genomen bij de nascholing.

Artikel 156t

1.

Een bestuurder die tegen overlegging van bewijsstukken, afgegeven door bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie, ten genoegen van het CBR kan aantonen dat hij een gedeelte van de nascholing aldaar heeft gevolgd, kan het voor hem nog resterende gedeelte van de nascholing in Nederland met goed gevolg voltooien.

2.

Het CBR kan bij de toetsing van de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken de hulp van de Dienst Wegverkeer inroepen.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toekenning van de nascholing.

Artikel 156u

1.

Een erkend opleidingscentrum meldt binnen de door het CBR vastgestelde termijn voorafgaand aan de dag waarop een nascholingscursus wordt gehouden de voorgenomen cursus aan het CBR. De melding bevat de door het CBR bepaalde onderwerpen.

2.

Een erkend opleidingscentrum meldt binnen de door het CBR vastgestelde termijn aan deze het feit dat een bestuurder een nascholingsonderdeel heeft gevolgd.

Artikel 156ua

1.

Ten aanzien van nascholingscursussen die vóór de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 14 juli 2021 tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs (PbEU 2018, L 112) (Stb. 2021, 364) door een bestuurder zijn gevolgd en ingevolge artikel 156u, tweede lid, aan het CBR zijn gemeld, gelden de bij of krachtens de artikelen 156r en 156s gestelde regels zoals die op dat moment luidden.

2.

Voor de toepassing van artikel 156r, eerste lid, wordt voor een nascholingscursus die vóór de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 14 juli 2021 tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs (PbEU 2018, L 112) (Stb. 2021, 364) door een bestuurder is gevolgd en ingevolge artikel 156u, tweede lid, aan het CBR is gemeld en die e-learning bevatte, vier uur e-learning in aanmerking genomen.

3.

Voor de toepassing van de artikelen 156r, derde lid, en 156s, zesde lid, worden de nascholingscursussen die vóór de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 14 juli 2021 tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs (PbEU 2018, L 112) (Stb. 2021, 364) door een bestuurder zijn gevolgd en ingevolge artikel 156u, tweede lid, aan het CBR zijn gemeld onverminderd in aanmerking genomen.

§ 8. Vrijstellingen nascholing

Artikel 156v

Een bestuurder die houder is van een getuigschrift van nascholing voor één van de rijbewijscategorieën C, C1, D, D1, E bij C, E bij C1, E bij D of E bij D1 is vrijgesteld van de verplichting een getuigschrift van nascholing te behalen voor de overige genoemde rijbewijscategorieën.

§ 9. Erkenning opleidingscentra

Artikel 156w

1.

Het CBR kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is nascholing te organiseren.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld die aan een erkenning worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld.

Artikel 156x

1.

Een erkenning als opleidingscentrum voor het verrichten van nascholing wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door het CBR vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze instantie vastgestelde tarief verleend indien is voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.

2.

De in het eerste lid bedoelde eisen kunnen onder meer betrekking hebben op:

  • a. de certificering van de aangeboden nascholingscursussen;
  • b. de kwalificaties en werkterreinen van de nascholingsdocenten en -instructeurs;
  • c. de cursuslocaties;
  • d. het voor het praktijkgedeelte gebruikte wagenpark, en
  • e. de omvang van het aantal deelnemers per nascholingscursus.
3.

Een erkenning heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren.

4.

Een erkenning als bedoeld in het eerste lid kan door het CBR worden geschorst of ingetrokken indien:

  • a. de handelingen waarvoor de erkenning is verleend, niet meer worden verricht, of
  • b. niet meer aan de in het tweede lid bedoelde eisen wordt voldaan.
5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden vastgesteld met betrekking tot de aanvraag, schorsing en intrekking van een erkenning.

§ 10. Onderricht

Artikel 156y

1.

Degene die in het kader van hoofdstuk VIIA van de wet onderricht verricht anders dan rijonderricht bedoeld in de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993, dan wel in het kader van dat hoofdstuk betrokken is bij de training, instructie of scholing van bestuurders, voldoet aan:

  • a. de eisen die zijn opgenomen in onderdeel 5.2.3 van bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, en
  • b. de bij ministeriële regeling bepaalde eisen.
2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan het toezicht op de in het eerste lid bedoelde personen.

Artikel 156z

Indien bij een praktijkexamen vakbekwaamheid of bij een nascholingscursus gebruik wordt gemaakt van een simulator voldoet deze aan de door het CBR gestelde en door Onze Minister goedgekeurde eisen.

§ 11. Registratie van verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing

Artikel 156aa

1.

Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR de basiskwalificatie heeft behaald, registreert het CBR in het rijbewijzenregister ten behoeve van de aanvrager een verklaring van vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën waarvoor de aanvrager de basiskwalificatie heeft behaald.

2.

Nadat uit de in artikel 156u bedoelde meldingen is gebleken dat een bestuurder de nascholing met goed gevolg heeft voltooid, registreert het CBR ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzenregister een verklaring van nascholing.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit artikel bedoelde registraties en meldingen.

Artikel 156ab

1.

Een getuigschrift van vakbekwaamheid behaald voor één van de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C of E bij C wordt op het rijbewijs tevens vermeld naast alle andere van deze categorieën voor zover de desbetreffende bestuurder daarover beschikt.

2.

Een getuigschrift van vakbekwaamheid behaald voor één van de rijbewijscategorieën D1, E bij D1, D of E bij D wordt op het rijbewijs tevens vermeld naast alle andere van deze categorieën voor zover de desbetreffende bestuurder daarover beschikt.

3.

Een getuigschrift van nascholing behaald voor de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D of E bij D wordt op het rijbewijs tevens vermeld naast alle andere categorieën waarvoor de desbetreffende bestuurder over een getuigschrift van vakbekwaamheid beschikt.

§ 12. Kwalificatiekaart bestuurder

Artikel 156ac

Kwalificatiekaarten bestuurder worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief afgegeven aan een ieder die de basiskwalificatie heeft behaald dan wel de nascholing heeft afgerond en niet in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft.

Artikel 156ad

1.

De aanvraag en uitreiking van een kwalificatiekaart bestuurder geschiedt op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze.

2.

De aanvrager dient in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs voor ten minste één van de rijbewijscategorieën C, C1, D, D1, E bij C, E bij C1, E bij D of E bij D1.

3.

Bij de aanvraag raadpleegt de Dienst Wegverkeer, indien mogelijk, de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager.

Artikel 156ae

De artikelen 48b tot en met 48d en 156ab zijn van overeenkomstige toepassing op de vermelding van een getuigschrift van vakbekwaamheid onderscheidenlijk een getuigschrift van nascholing op een kwalificatiekaart bestuurder.

Artikel 156af

Een vervangende kwalificatiekaart bestuurder als bedoeld in artikel 151id van de wet wordt afgegeven voor de resterende geldigheidsduur van het op de eerder afgegeven kwalificatiekaart bestuurder vermelde getuigschrift van vakbekwaamheid of getuigschrift van nascholing.

Artikel 156ag

De Dienst Wegverkeer vernietigt de in het kader van de aanvraag overgelegde en door de uitreiking van een nieuwe of vervangende kwalificatiekaart bestuurder ongeldig geworden kwalificatiekaarten bestuurder.

§ 13. Overige bepalingen

Artikel 156ah

Voor de toepassing van hoofdstuk VIIA wordt met een geldig rijbewijs van de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D of E bij D gelijkgesteld een geldig rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland.

Artikel 156ai

Een wijziging van bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders gaat voor de toepassing van hoofdstuk VIIA gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 156aj

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten

§ 1. Algemeen

Artikel 157

Vervallen

Artikel 158

Vervallen

Artikel 159

Vervallen

§ 2. Aanvraag van bromfietscertificaten

Artikel 160

Vervallen

§ 3. Het bromfiets-examen

Artikel 161

Vervallen

§ 4. Eisen ten aanzien van de administratie met betrekking tot de afgifte van bromfietscertificaten

Artikel 162

Vervallen

Artikel 163

Vervallen

§ 5. Beveiliging

Artikel 164

Vervallen

Artikel 165

Vervallen

Artikel 166

Vervallen

Artikel 167

Vervallen

§ 6. Het register betreffende de afgifte van bromfietscertificaten

Artikel 168

Vervallen

Artikel 169

Vervallen

Artikel 170

Vervallen

Artikel 171

Vervallen

Artikel 172

Vervallen

Artikel 173

Vervallen

Hoofdstuk VIIIa. Experiment met rijbewijs B voor volledig elektrische bedrijfsauto’s tot 4.250 kg

§ 1. Algemeen

Artikel 173a

Vervallen

§ 2. Afwijkingen

Artikel 173b

Vervallen

§ 3. Gegevensverstrekking en looptijd experiment

Artikel 173c

Vervallen

Artikel 173d

Vervallen

Artikel 173e

Vervallen

Artikel 173f

Vervallen

Artikel 173g

Vervallen

Artikel 173h

Vervallen

Hoofdstuk VIIIb. Experiment begeleid rijden

§ 1. Algemeen

Artikel 173i

Vervallen

Artikel 173j

Vervallen

§ 2. Afwijkingen

Artikel 173k

Vervallen

Artikel 173l

Vervallen

Artikel 173m

Vervallen

Artikel 173n

Vervallen

Artikel 173o

Vervallen

Artikel 173p

Vervallen

Artikel 173q

Vervallen

Artikel 173r

Vervallen

Artikel 173s

Vervallen

Artikel 173t

Vervallen

§ 3. Aanvraag en afgifte van de begeleiderspas

Artikel 173u

Vervallen

Artikel 173v

Vervallen

Artikel 173w

Vervallen

Artikel 173x

Vervallen

§ 4. Verlies van geldigheid van de begeleiderspas

Artikel 173y

Vervallen

Artikel 173z

Vervallen

§ 5. Maatregelen bij rijden zonder begeleider

Artikel 173aa

Vervallen

Artikel 173bb

Vervallen

Artikel 173cc

Vervallen

Hoofdstuk VIIIc. Experiment elektronische aanvraag rijbewijzen

§ 1. Algemeen

Artikel 173dd

Vervallen

Artikel 173ee

Vervallen

Artikel 173ff

Vervallen

§ 2. Afwijkingen

Artikel 173gg

Vervallen

Artikel 173hh

Vervallen

§ 3. Digitale foto en digitaal vastgelegde handtekening

Artikel 173ii

Vervallen

Artikel 173jj

Vervallen

Artikel 173kk

Vervallen

§ 4. Erkende fotograaf

Artikel 173ll

Vervallen

Artikel 173mm

Vervallen

Artikel 173nn

Vervallen

Hoofdstuk IX. Overgangsbepalingen

Artikel 174

Aanvragen van rijbewijzen die betrekking hebben op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model, dienen:

  • a. indien de aanvrager woonachtig is in Nederland, te zijn gericht tot de Dienst Wegverkeer en te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de aanvrager woonachtig is;
  • b. indien de aanvrager niet in Nederland woonachtig is, te zijn gericht tot en te worden ingediend bij de Dienst Wegverkeer.

Artikel 175

Vervallen

Artikel 176

Vervallen

Artikel 177

Vervallen

Artikel 178

Voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel d, wordt onder een rijbewijs B mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Artikel 178a

Artikel 15 van het Reglement rijbewijzen zoals dat luidde tot 19 januari 2013, blijft van kracht ten aanzien van personen:

Artikel 179

1.

Voor de toepassing van artikel 18, tweede lid, wordt onder een rijbewijs B dat is voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde code waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijk-examen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B met de aanduiding «Automaat».

2.

Voor de toepassing van artikel 18, derde lid, wordt onder een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

3.

Voor de toepassing van artikel 18, zesde lid, onderdeel a, wordt onder een rijbewijs B dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

Artikel 179a

1.

Artikel 20 van het Reglement rijbewijzen, zoals dat luidde tot 19 januari 2013, blijft van toepassing op rijbewijzen voor de categorie A:

  • a. die zijn uitgereikt voor het in de aanhef genoemde tijdstip;
  • b. ten aanzien waarvan voor het in de aanhef genoemde tijdstip het besluit tot afgifte is genomen.
2.

Het in het eerste lid bedoelde rijbewijs geeft tevens de bevoegdheid tot het besturen van motorfietsen van de categorie A1 en A2.

3.

Aan personen ten aanzien van wie voor 19 januari 2013 een verklaring van rijvaardigheid is geregistreerd in het rijbewijzenregister die op grond van artikel 20 van het Reglement rijbewijzen zoals dat gold tot 19 januari 2013, recht zou hebben gegeven op een rijbewijs voor de categorie A dat gedurende twee jaren na de datum van afgifte slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie A, waarvan het vermogen niet meer dan 25 kW en tevens niet meer dan 0,16 kW per kg ledige massa bedraagt, wordt vanaf dat tijdstip een rijbewijs afgegeven voor de categorie A2.

4.

Aan personen aan wie voor 19 januari 2013 een rijbewijs was uitgereikt voor, dan wel het besluit tot afgifte was genomen van, de categorie A dat gedurende twee jaar na die afgifte slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie A, waarvan het vermogen niet meer is dan 25 kW en tevens niet meer dan 0,16 kW per kg ledige massa bedraagt en die na dat tijdstip, maar voordat de beperking als bedoeld in artikel 20 van het Reglement rijbewijzen zoals dat gold tot 19 januari 2013, is vervallen, een nieuw of vervangend rijbewijs aanvragen dat geldig zou zijn geweest voor de in dit lid bedoelde categorie A, wordt een rijbewijs afgegeven dat geldig is voor de categorieën A1 en A2, alsmede voor de categorie A vanaf het tijdstip waarop anders overeenkomstig artikel 20 van het Reglement rijbewijzen zoals dat gold tot 19 januari 2013, de eerder genoemde beperking zou zijn vervallen.

5.

Personen aan wie voor 19 januari 2013 een rijbewijs was uitgereikt voor de categorie A dat gedurende twee jaar na die afgifte slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie A, waarvan het vermogen niet meer is dan 25 kW en tevens niet meer dan 0,16 kW per kg ledige massa bedraagt en van wie dat rijbewijs na dat tijdstip, maar voordat de beperking als bedoeld in artikel 20 van het Reglement rijbewijzen zoals dat gold tot 19 januari 2013, is vervallen, het rijbewijs ongeldig is verklaard of geworden, leggen om weer in het bezit te komen van een rijbewijs het praktijkexamen af op een motorrijwiel van de categorie A2. Aan hen wordt, als is voldaan aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 voorgeschreven voorwaarden, een rijbewijs afgegeven dat de bevoegdheid geeft voor de rijbewijscategorieën A2 en A1.

Artikel 179b

Examenvoertuigen voor de categorie A, die op 31 december 2013 voldoen aan de eisen aan een examenvoertuig van deze categorie zoals die golden tot dat tijdstip, kunnen tot uiterlijk 31 december 2018 als zodanig worden gebruikt.

Artikel 180

1.

De artikelen 25aa, 103a, 145a, 148a en 152a blijven van toepassing op aanvragen tot afgifte van een verklaring van geschiktheid die zijn ontvangen voor de datum waarop deze artikelen zijn vervallen.

2.

Artikel 145, tweede lid, blijft van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in artikel 145a, ook na de datum met ingang waarvan artikel 145a is vervallen.

Artikel 181

Vervallen

Artikel 182

Vervallen

Artikel 183

1.

Voor de toepassing van de artikelen 35, aanhef en onderdeel a, 36 en 38 tot en met 43, wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

2.

Voor de toepassing van artikel 35, onderdeel b, onder III, wordt onder een rijbewijs waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op of na de dag waarop hij de leeftijd van 75 jaren bereikt, mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op of na de dag waarop hij de leeftijd van 75 jaren bereikt.

3.

Voor de toepassing van de artikelen 44, derde lid, artikel 46, derde en zesde lid, 107 en 108 wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of door omwisseling tegen een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland.

Artikel 184

1.

Voor de toepassing van de artikelen 36, 43 en 59, derde lid, wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

2.

Voor de toepassing van artikel 59, eerste lid, onderdeel e, wordt onder een aan de aanvrager afgegeven rijbewijs B dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs B dat hetzij nog geldig is, hetzij na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

Artikel 185

Voor de toepassing van de artikelen 45, eerste lid, onderdeel b onder II, 47, eerste lid, onderdeel c onder II, en 48, eerste lid, onderdeel c onder II, worden in het overgelegde rijbewijs omschreven eisen ten aanzien van de inrichting van het voertuig en de eis dat de aanvrager corrigerende lenzen draagt, niet aangemerkt als beperkende aantekeningen die niet zijn aangeduid met de geharmoniseerde codes van de Europese Unie.

Artikel 185a

Vervallen

Artikel 185b

Vervallen

Artikel 185c

Vervallen

Artikel 185d

Vervallen

Artikel 185e

Vervallen

Artikel 185f

Vervallen

Artikel 185g

Vervallen

Artikel 186

1.

Voor de toepassing van artikel 67, derde lid, wordt onder een rijbewijs B, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

2.

Voor de toepassing van artikel 67, vierde lid, wordt onder een rijbewijs voor het trekkende motorrijtuig, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs voor het trekkende motorrijtuig, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Artikel 187

Voor de toepassing van de artikelen 67, onderdeel b, 67a, eerste lid, onderdeel b, 67c, eerste lid, onderdeel b, 67d, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, 67e, eerste lid, onderdeel c, en vierde lid, onderdeel b, 67f, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, onderdeel b, 67g, eerste lid, onderdeel c, en vierde lid, onderdeel b, 67h, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, onderdeel b, wordt onder een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Artikel 188

Vervallen

Artikel 189

Vervallen

Artikel 190

Vervallen

Artikel 191

Voor de toepassing van de artikelen 145 tot en met 152 wordt onder rijbewijzen mede verstaan rijbewijzen als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder 3e, van de Wegenverkeerswet.

Artikel 192

Vervallen

Artikel 193

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs in verband met het verstrijken van de geldigheidsduur van een voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat geldig is voor de rijbewijscategorie A wordt, indien de aanvrager ten behoeve van het besturen van een motorrijtuig op drie wielen, waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg, belang heeft bij afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie B, tegen overlegging van dat eerder afgegeven rijbewijs en een vóór 1 juni 1996 op zijn naam gesteld kentekenbewijs dat is afgegeven voor een motorrijtuig als hier bedoeld, een rijbewijs afgegeven voor de rijbewijscategorieën A en B, dat voor wat betreft de rijbewijscategorie B slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen op drie wielen, waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Artikel 194

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en waarin de aanduiding «Automatische gangwissel of koppeling», al dan niet in combinatie met de aanduiding «Tot één jaar na datum van afgifte beperkt geldig» is geplaatst, wordt een rijbewijs afgegeven zonder die beperkende aanduiding of aanduidingen.

Artikel 195

1.

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en waarin vermeldingen of beperkende aantekeningen zijn aangebracht, wordt een rijbewijs afgegeven waarin die vermeldingen of beperkende aantekeningen zijn aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

2.

Indien het op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden overgelegd omdat het verloren is geraakt of teniet is gegaan, neemt degene die een rijbewijs afgeeft de in het rijbewijzenregister opgenomen vermeldingen of beperkende aantekeningen in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering over in het af te geven rijbewijs.

Artikel 196

Indien de aanvrager van een rijbewijs in het bezit is van:

  • a. een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs C met de aanduiding «Automaat», dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model, en hij ter verkrijging van een rijbewijs D een verklaring van rijvaardigheid overlegt waaruit blijkt dat hij het praktijkexamen heeft afgelegd met een motorrijtuig met automatische schakeling,
  • b. een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs D met de aanduiding «Automaat», dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model, en hij ter verkrijging van een rijbewijs C een verklaring van rijvaardigheid overlegt waaruit blijkt dat hij het praktijkexamen heeft afgelegd met een motorrijtuig met automatische schakeling,
  • c. een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs C dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model, en hij ter verkrijging van een rijbewijs D een verklaring van rijvaardigheid overlegt waaruit blijkt dat hij het praktijkexamen heeft afgelegd met een motorrijtuig met automatische schakeling, dan wel
  • d. een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs D dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model, en hij ter verkrijging van een rijbewijs C een verklaring van rijvaardigheid overlegt waaruit blijkt dat hij het praktijkexamen heeft afgelegd met een motorrijtuig met automatische schakeling,

wordt een rijbewijs afgegeven voor het besturen van de betrokken, in het van toepassing zijnde onderdeel a, b, c of d bedoelde categorieën van motorrijtuigen, zonder dat voor één van die categorieën een beperking tot motorrijtuigen met automatische schakeling geldt.

Artikel 197

1.

Met ingang van de datum waarop de bevoegdheid van een Nederlands-Antilliaans bestuursorgaan tot afgifte van rijbewijzen is overgegaan op een bestuursorgaan van Curaςao of Sint Maarten, worden voor de toepassing van het Reglement rijbewijzen, rijbewijzen die op grond van die bevoegdheid vóór het tijdstip van transitie zijn afgegeven door het bevoegde gezag op de Nederlandse Antillen, gelijkgesteld met rijbewijzen die vanaf het tijdstip van transitie zijn afgegeven door het daartoe bevoegde gezag op Curaςao of Sint Maarten.

2.

Onder tijdstip van transitie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het tijdstip waarop artikel I van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Artikel 197a

1.

De aanvraag tot omwisseling van het certificaat van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 9.36 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, zoals dat gold tot het tijdstip van inwerkingtreding van dewet van 3 december 2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid (T-rijbewijs; Stb. 2015, 10), in een rijbewijs voor de categorie T geschiedt op de wijze zoals bepaald in dit artikel.

2.

Voor de in het eerste lid bedoelde aanvraag dient ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzenregister te zijn geregistreerd:

  • a. een verklaring van de Dienst Wegverkeer dat aan de aanvrager een certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid is afgegeven;
  • b. een verklaring van geschiktheid voor de rijbewijscategorie T.
3.

Een verzoek tot registratie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt door de aanvrager ingediend bij de Dienst Wegverkeer. Bij deze aanvraag worden meegestuurd:

  • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier volgens een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model,
  • b. het originele eerder aan de aanvrager afgegeven certificaat van vakbekwaamheid, en
4.

De Dienst Wegverkeer stelt aan de hand van de volgende criteria vast of er sprake is van een origineel certificaat als bedoeld in het derde lid, onderdeel b:

  • a. indien het een certificaat van vakbekwaamheid betreft, afgegeven met ingang van 1 januari 1995, moet dit zijn geregistreerd bij Aequor;
  • b. indien het een certificaat van vakbekwaamheid betreft, afgegeven voor 1 januari 1995, betreft het een certificaat van vakbekwaamheid van een bij de Dienst Wegverkeer bekend model.
5.

Indien het in het derde lid, onderdeel b, bedoelde certificaat niet kan worden overgelegd, bewijst de aanvrager, in aanvulling op de in dat onderdeel opgenomen eis, op naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer overtuigende wijze dat aan hem een dergelijk certificaat is afgegeven.

6.

Indien het certificaat van vakbekwaamheid is afgegeven voor 1 januari 1995 en niet behoort tot een van de bij de Dienst Wegverkeer bekende modellen, bewijst de aanvrager op andere, naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer overtuigende, wijze dat aan hem een dergelijk certificaat is afgegeven.

7.

Aanvragen worden afgewezen, indien de aanvrager naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet overtuigend heeft aangetoond dat aan hem een certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid is afgegeven.

8.

De Dienst Wegverkeer plaatst een registratie in het rijbewijzenregister indien naar het oordeel van die dienst overtuigend is vastgesteld dat het een origineel certificaat van vakbekwaamheid betreft.

9.

Op de aanvraag van een verklaring van geschiktheid als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn de artikelen 97 tot en met 104 van overeenkomstige toepassing.

10.

Nadat is voldaan aan het tweede lid zijn op de aanvraag van een rijbewijs voor de categorie T, bedoeld in het eerste lid, de artikelen 27, 29, 32, 33, eerste lid, onderdelen a, b, subonderdelen I en III, c en d, en tweede lid, en 34, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 197b

1.

Bij de aanvraag tot afgifte van een rijbewijs voor de categorieën B en T, bedoeld in artikel V, tweede lid, van de wet van 3 december 2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid (T-rijbewijs; Stb. 2015, 10) door een houder van een rijbewijs voor de categorie B dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van genoemde wet nog geldig is of waarvan de geldigheid is verlopen door het verstrijken van de geldigheidsduur, worden op het af te geven rijbewijs de beperkende coderingen die zijn geregistreerd ten aanzien van de categorie B eveneens vermeld op het rijbewijs ten aanzien de categorie T.

2.

Indien op het in het eerste lid bedoelde rijbewijs B de beperkende codering is vermeld die aangeeft dat het examen voor de rijbewijscategorie is afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, wordt op het af te geven rijbewijs deze codering niet overgenomen ten aanzien van de categorie T.

3.

Indien op basis van de aanvraag tot afgifte van een rijbewijs voor de categorieën B en T, bedoeld in artikel V, tweede lid, van de in de eerste lid bedoelde wet het rijbewijs voor de categorie B wordt afgegeven voor een beperkte geldigheidsduur, wordt ook de categorie T afgegeven voor dezelfde beperkte geldigheidsduur.

Hoofdstuk X. Strafbepaling

Artikel 198

Overtreding van de artikelen 2, vijfde lid, en 49d, is een strafbaar feit.

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Artikel 199

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 200

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement rijbewijzen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)