Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)
- c. de snelheid waarmee de last verticaal wordt verplaatst, de hoeksnelheid waarmee de giek wordt gedraaid en de snelheid waarmee de vlucht wordt gewijzigd, niet hoger zijn dan één kwart van de snelheid van de hijskraan waarvoor deze is ontworpen; en
- d. de windsnelheid, gemeten aan het hoogste punt van het hijswerktuig, niet meer bedraagt dan 13,8 m/s en evenmin hoger is dan de windsnelheden die voor het hijswerktuig in normaalbedrijf toelaatbaar zijn.
Bij toepassing van het tweede lid geldt ten aanzien van de betrokken personen dat:
- a. zij bij de werkzaamheden beschikken over een doeltreffend communicatiemiddel; en
- b. er doeltreffende voorzieningen zijn getroffen om hen bij gevaar te kunnen evacueren.
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 1. Bestuursdwang
§ 1. Afstemming
§ 2. Jeugdige werknemers
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2. Vervoer
§ 2. Vervoer
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 9.5b. Verplichting van degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of de exclusieve economische zone
Degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone is verplicht de toezichthouder bij de uitoefening van zijn bevoegdheden te vervoeren naar door de toezichthouder aan te duiden plaatsen waar deze arbeid wordt verricht, mits dat vervoer plaatsvindt tussen 07.00 en 20.00 uur.
Indien sprake is van arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een ziekenhuisopname of bij het verrichten van arbeid ernstig gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of zelfstandigen vindt het vervoer op aanwijzing van de daartoe aangewezen toezichthouder plaats tussen 00.00 uur en 24.00 uur.
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
Afdeling 3
§ 3. Thuiswerkers
§ 1
§ 1
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1.5f. Verzoek tot afgifte van een certificaat
Een certificaat als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, wordt door Onze Minister of, indien Onze Minister een certificerende instelling heeft aangewezen, deze instelling, op verzoek afgegeven indien is voldaan aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen.
Bij ministeriële regeling kunnen, zo nodig uitgesplitst naar werkveld, nadere regels worden gesteld met betrekking tot het afgeven van een certificaat als bedoeld in het eerste lid en de eisen waaraan voldaan moet worden om het certificaat te behouden.
De kosten van het afgeven van een certificaat zijn voor rekening van de verzoeker tot afgifte van het certificaat.
Afdeling 2. Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming
Afdeling 3. Onderwijs
Afdeling 4. Burgerlijke openbare dienst
Afdeling 2. Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming
Afdeling 5. Vervoer
Afdeling 7. Defensie
Afdeling 8. Jeugdigen
Afdeling 7. Defensie
Afdeling 9. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid
Afdeling 10. Plaatsonafhankelijke arbeid
Afdeling 10. Plaatsonafhankelijke arbeid
§ 1. Definities
§ 2. Arbodiensten en deskundigen
Afdeling 3. Arbodiensten en deskundigen
Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 1. Algemene voorschriften
§ 2. Thuiswerkers
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 2. Thuiswerkers
§ 1. Vervoer
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
Afdeling 3
Artikel 4.34
Vervallen
Afdeling 3
Afdeling 3
§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Afdeling 8. Fosforlucifers
Afdeling 1. Fysieke belasting
§ 2. Thuiswerkers
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem
§ 1. Afstemming
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering
Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2. Jeugdige werknemers
§ 3. Thuiswerkers
§ 3. Thuiswerkers
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6.12a. Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. richtlijn: richtlijn nr. 2006/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische agentia (kunstmatige optische straling) (19e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PbEU 2006, L 114);
- b. optische straling: elektromagnetische straling in het golflengtegebied tussen 100 nm en 1 mm, waarbij het spectrum van de optische straling wordt ingedeeld in ultraviolette straling, zichtbare straling en infrarode straling;
- c. ultraviolette straling: optische straling in het golflengtegebied tussen 100 nm en 400 nm, waarbij het ultraviolette gebied wordt ingedeeld in UVA (315 nm – 400 nm), UVB (280 nm – 315 nm) en UVC (100 nm – 280 nm);
- d. zichtbare straling: optische straling in het golflengtegebied tussen 380 nm en 780 nm;
- e. infrarode straling: optische straling in het golflengtegebied tussen 780 nm en 1 mm, waarbij het infrarode gebied wordt ingedeeld in IRA (780 nm – 1400 nm), IRB (1400 nm – 3000 nm) en IRC (3000 nm – 1 mm);
- f. kunstmatige optische straling: optische straling die niet afkomstig is van natuurlijke bronnen;
- g. laser: apparaat dat in staat is om elektromagnetische straling in het golflengtegebied van optische straling te produceren of te versterken, hoofdzakelijk via gecontroleerde gestimuleerde emissie;
- h. laserstraling: optische straling afkomstig van een laser;
- i. niet-coherente straling: optische straling die geen laserstraling is;
- j. grenswaarden: grenzen voor de blootstelling aan optische straling, die direct gebaseerd zijn op bewezen gezondheidseffecten en biologische overwegingen;
- k. bestralingssterkte (E) of vermogensdichtheid: het invallend vermogen aan straling per eenheid van oppervlakte uitgedrukt in watts per vierkante meter (Wm-2);
- l. bestralingsdosis (H): de tijdsintegraal van de bestralingssterkte uitgedrukt in joules per vierkante meter (Jm-2);
- m. radiantie (L): de stralingsstroom of het vermogen per eenheid van ruimtehoek uitgedrukt in watts per vierkante meter per steradiaal (Wm-2sr-1);
- n. niveau: de combinatie van bestralingssterkte, stralingsblootstelling en radiantie waaraan een werknemer is blootgesteld.
Artikel 6.12b. Toepassingsgebied
Deze afdeling is van toepassing op arbeid waarbij de werknemer wordt of kan worden blootgesteld aan kunstmatige optische straling in zodanig mate dat dit een gevaar voor de gezondheid en veiligheid kan opleveren door het optreden van negatieve effecten op de ogen of de huid.
Artikel 6.12c. Grenswaarden voor blootstelling
Bij de uitvoering van de voorschriften van deze afdeling gelden de volgende grenswaarden:
- a. de grenswaarden voor blootstelling aan incoherente straling, anders dan die welke worden uitgestraald door natuurlijke bronnen van optische straling, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn;
- b. de grenswaarden voor blootstelling aan laserstraling, bedoeld in bijlage II bij de richtlijn.
Artikel 6.12d. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen, meten en berekenen
In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden de niveaus van de optische straling waaraan de werknemers waarschijnlijk zullen worden blootgesteld, beoordeeld en, indien nodig, gemeten of berekend.
De beoordeling, meting of berekening, bedoeld in het eerste lid, geschieden volgens de normen van de Internationale Elektrotechnische Commissie met betrekking tot laserstraling en de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor Verlichtingskunde en de Europese Commissie voor Normalisatie met betrekking tot incoherente straling.
In blootstellingssituaties die niet door de normen en de aanbevelingen, bedoeld in het tweede lid, worden bestreken, geschiedt de beoordeling, meting of berekening overeenkomstig de bij ministeriële regeling aan te wijzen normen met een wetenschappelijke grondslag.
In de blootstellingssituaties, bedoeld in het tweede en derde lid, mag bij de beoordeling rekening worden gehouden met door de producent van de arbeidsmiddelen opgegeven informatie, wanneer die arbeidsmiddelen onder een toepasselijke communautaire richtlijn vallen.
De beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste lid, worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende frequentie uitgevoerd door de deskundigen, bedoeld in artikel 13 van de wet, of de deskundigen of arbodiensten, bedoeld in de artikelen 14 en 14a van de wet, en in ieder geval opnieuw uitgevoerd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of wanneer de resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 6.12g, dit nodig maken.
De resultaten van de op grond van dit artikel uitgevoerde beoordelingen, metingen en berekeningen worden in passende vorm geregistreerd en bewaard, zodat latere raadpleging mogelijk is.
De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de wijze van beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste lid.
De resultaten, bedoeld in het zesde lid, worden voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers.
Bij de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
- a. het niveau, de golflengtegebieden en de duur van de blootstelling aan kunstmatige bronnen van optische straling;
- b. de grenswaarden;
- c. mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers die tot een bijzonder gevoelige risicogroep behoren;
- d. mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers van de interactie op de arbeidsplaats tussen optische straling en fotosensibiliserende chemicaliën;
- e. mogelijke indirecte effecten zoals tijdelijke blindheid, ontploffing, of brand;
- f. het bestaan van vervangende arbeidsmiddelen die ontworpen zijn om de niveaus van blootstelling aan kunstmatige optische straling te verminderen;
- g. de door de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in artikel 6.12g, verkregen relevante informatie, met inbegrip van gepubliceerde informatie, voor zover dat mogelijk is;
- h. de blootstelling aan verscheidene bronnen van kunstmatige optische straling;
- i. een classificatie die wordt toegepast op lasers die worden gedefinieerd conform de desbetreffende norm van de Internationale Elektrotechnische Commissie, alsook soortgelijke classificaties met betrekking tot kunstmatige bronnen die soortgelijke schade kunnen toebrengen als lasers van de klasse 3B of 4; en
- j. de door de producent van bronnen van optische straling en aanverwante arbeidsmiddelen opgegeven informatie in overeenstemming met de toepasselijke communautaire richtlijnen.
De risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in het eerste lid, wordt adequaat gedocumenteerd en vermeldt de ingevolge de artikelen 6.12e en 6.12f genomen maatregelen.
Artikel 6.12e. Maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling
Er worden zodanige technische of organisatorische maatregelen genomen dat de risico’s van blootstelling aan kunstmatige optische straling worden weggenomen of tot een minimum beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de technische vooruitgang en de mogelijkheid om maatregelen te nemen om het risico aan de bron te beheersen.
Indien uit de beoordeling of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid,blijkt dat het op enigerlei wijze mogelijk is dat de grenswaarden overschreden worden, worden in het kader van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet, technische of organisatorische maatregelen vastgesteld en uitgevoerd om overschrijding van de grenswaarden te voorkomen, met inachtneming van in ieder geval:
- a. alternatieve werkmethoden die het risico van optische straling verminderen;
- b. de keuze van arbeidsmiddelen die minder optische straling uitzenden, rekening houdend met het te verrichten werk;
- c. technische maatregelen om de emissie van optische straling te beperken, waar nodig ook door het gebruik van vergrendeling, afscherming of soortgelijke mechanismen ter bescherming van de gezondheid en veiligheid;
- d. passende onderhoudsprogramma’s voor de arbeidsmiddelen, de arbeidsplaats en de systemen op de arbeidsplaats;
- e. het ontwerp en de indeling van de arbeidsplaats;
- f. de beperking van de duur en het niveau van de blootstelling;
- g. de beschikbaarheid van passende persoonlijke beschermingsmiddelen;
- h. de aanwijzingen van de fabrikant van de arbeidsmiddelen wanneer deze onder een desbetreffende communautaire richtlijn vallen.
Arbeidsplaatsen waar werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan niveaus van optische straling uit kunstmatige bronnen die de grenswaarden overschrijden, worden duidelijk aangegeven door middel van passende signaleringen. Indien dit technisch uitvoerbaar is en indien het risico bestaat dat de grenswaarden worden overschreden, worden de arbeidsplaatsen afgebakend en wordt de toegang ertoe beperkt.
Werknemers worden niet blootgesteld aan kunstmatige optische straling boven de grenswaarden. Indien de grenswaarden toch worden overschreden:
- a. neemt de werkgever onmiddellijk maatregelen om de blootstelling terug te brengen tot onder de grenswaarden;
- b. gaat de werkgever na waarom de grenswaarden zijn overschreden;
- c. past de werkgever de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan om te voorkomen dat de grenswaarden opnieuw worden overschreden.
De maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, worden afgestemd op de behoeften van werknemers die tot een bijzonder gevoelige risicogroep behoren.
De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de maatregelen die worden genomen ingevolge dit artikel.
Artikel 6.12f. Voorlichting en onderricht
Aan werknemers die worden blootgesteld aan risico’s in verband met kunstmatige optische straling, wordt alle in verband met de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, noodzakelijke voorlichting en onderricht gegeven.
In ieder geval wordt voorlichting en onderricht gegeven over:
- a. maatregelen die ingevolge deze afdeling zijn genomen;
- b. de grenswaarden voor blootstelling en de gerelateerde potentiële gevaren;
- c. de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, samen met een toelichting bij de betekenis en de potentiële gevaren ervan;
- d. de wijze waarop schadelijke effecten van de blootstelling voor de gezondheid worden opgespoord en gemeld;
- e. de omstandigheden waarin werknemers recht hebben op arbeidsgezondheidskundig onderzoek;
- f. veilige werkmethoden om de risico's van blootstelling tot een minimum te beperken; en
- g. goed gebruik van passende persoonlijke beschermingsmiddelen.
Artikel 6.12g. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Indien een werknemer is blootgesteld aan optische straling boven de grenswaarden wordt hij, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Dit onderzoek wordt ook aangeboden wanneer wordt geconstateerd dat de werknemer aan een herkenbare ziekte lijdt of schadelijke effecten voor zijn gezondheid ondervindt die door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of een arbodienst worden aangemerkt als het resultaat van blootstelling aan kunstmatige optische straling op het werk.
In beide gevallen, wanneer de grenswaarden worden overschreden of schadelijke gevolgen voor de gezondheid, met inbegrip van ziekte, worden vastgesteld:
- a. wordt de werknemer door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst geïnformeerd over het resultaat dat hem persoonlijk betreft. Hij ontvangt met name informatie en advies over het arbeidsgezondheidskundig onderzoek na het einde van de blootstelling.
- b. wordt de werkgever geïnformeerd over significante bevindingen van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek,
- c. is het de taak van de werkgever:
- 1°. de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, opnieuw uit te voeren;
- 2°. de door hem op grond van artikel 6.12e genomen maatregelen opnieuw te bezien;
- 3°. het advies van de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst in aanmerking te nemen bij de uitvoering van de maatregelen die vereist zijn om het risico te elimineren of te verminderen overeenkomstig artikel 6.12e;
- 4°. te voorzien in voortgezet arbeidsgezondheidskundig onderzoek en te zorgen voor een evaluatie van de gezondheidstoestand van alle andere werknemers die op overeenkomstige wijze zijn blootgesteld aan optische straling. In die gevallen kan de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst voorstellen dat de aan optische straling blootgestelde personen aan een medisch onderzoek worden onderworpen.
Van iedere werknemer die een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid heeft ondergaan, wordt een individueel medisch dossier opgesteld, dat regelmatig wordt bijgewerkt. De medische dossiers bevatten een samenvatting van de resultaten van het uitgevoerde arbeidsgezondheidskundig onderzoek. De medische dossiers worden in geschikte vorm bewaard, zodat zij later kunnen worden geraadpleegd.
De werkgever neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst toegang heeft tot de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid.
Iedere werknemer heeft recht op inzage in en afschrift van de hem betreffende resultaten.
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 4b. Elektromagnetische velden
§ 2. Justitiële inrichtingen
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 1. Afstemming
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 3
Afdeling 3
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
§ 1. Afstemming
Afdeling 1. Aanduiding normadressaten van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde verplichtingen
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering
§ 2. Overtredingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 2. Algemene bepalingen inzake certificaten
Artikel 1.5g. De weigering, schorsing, wijziging of intrekking van een certificaat
De afgifte van een certificaat wordt geweigerd indien:
- a. de verzoeker niet heeft voldaan aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen; of
- b. ten hoogste twaalf maanden voorafgaand aan de datum van het verzoek tot afgifte van het certificaat, sprake was van een weigering tot het afgeven van eenzelfde certificaat dan wel van een intrekking van eenzelfde certificaat en de weigering of intrekking is geschied op grond van aan de verzoeker toe te rekenen feiten of omstandigheden.
Het verzoek wordt in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, eerst in behandeling genomen nadat twaalf maanden, te rekenen vanaf de dag na de datum van de weigering respectievelijk van de intrekking, zijn verstreken.
Een certificaat kan worden geschorst, ten nadele van de certificaathouder worden gewijzigd of ingetrokken:
- a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister of, indien Onze Minister een certificerende instelling heeft aangewezen, deze instelling, bij de afgifte van het certificaat redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan hij respectievelijk zij het certificaat niet of alleen met beperkingen of voorschriften, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet, zou hebben gegeven;
- b. op grond van door de certificaathouder verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten en omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan de certificaathouder bekend was of kon zijn;
- c. indien de certificaathouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen of zijn wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt; of
- d. indien de certificaathouder met zijn werkzaamheden, voor zover die door het certificaat worden gereguleerd, of door de wijze waarop hij de werkzaamheden verricht, ernstig gevaar veroorzaakt of kan veroorzaken voor personen.
Artikel 1.5h. Buitenlandse getuigschriften en kwalificaties van vakbekwaamheid
Onze Minister of, indien Onze Minister een certificerende instelling heeft aangewezen, de certificerende instelling, verstrekt op aanvraag een certificaat van vakbekwaamheid aan een persoon die een migrerende beroepsbeoefenaar is als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, indien op grond van die wet is aangetoond dat deze persoon over gelijkwaardige kwalificaties beschikt als de houder van een krachtens dit besluit verstrekt certificaat van vakbekwaamheid. De artikelen 1.5f en 1.5g zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.5i. Periodieke controle van de certificaathouder
Vervallen
Afdeling 2. Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming
Afdeling 3. Onderwijs
Afdeling 6. Justitiële inrichtingen
Afdeling 4. Burgerlijke openbare dienst
Afdeling 8. Jeugdigen
Artikel 1.42a. Voorlichting
De werkgever zorgt voor doeltreffende voorlichting over de risico’s van de arbeid tijdens zwangerschap en lactatie en de maatregelen die zijn genomen om de risico’s te voorkomen. De voorlichting vindt plaats binnen twee weken nadat de zwangere werknemer of werknemer tijdens de lactatie aan de werkgever heeft gemeld zwanger te zijn dan wel werkzaam te zijn tijdens de lactatie.
Afdeling 10. Plaatsonafhankelijke arbeid
Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid
Afdeling 1. Melding beroepsziekten
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen
Afdeling 3. Arbodiensten en deskundigen
§ 1. Definities
§ 2. Arbodiensten en deskundigen
§ 2. Arbodiensten en deskundigen
Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 1. Algemene voorschriften
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 1. Vervoer
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 1. Vervoer
§ 2a. Explosieve atmosferen
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Artikel 4.1d. Beperking van blootstelling; werkpleketikettering
In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt in het kader van artikel 3 van de wet de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen voorkomen of geminimaliseerd door op de verpakking van de gevaarlijke stof opvallend en goed leesbaar te vermelden:
- a. de officiële naam van de gevaarlijke stof en de relevante gevaarlijke bestanddelen; en
- b. de gevarenpictogrammen, signaalwoorden en gevaarsaanduidingen als bedoeld in EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.
In afwijking van het eerste lid hoeven op laboratoriumhulpmiddelen die worden gebruikt voor kortdurende handelingen of met steeds wisselende chemicaliën niet steeds alle verplichte aanduidingen te zijn aangebracht, indien er toereikende alternatieve maatregelen zijn genomen, met name op het gebied van voorlichting of opleiding, die hetzelfde beschermingsniveau als bedoeld in het eerste lid garanderen.
Bij de verpakking en sluiting van gevaarlijke stoffen worden de volgende voorschriften in acht genomen:
- a. de verpakking is zodanig ontworpen en uitgevoerd dat verlies van de inhoud wordt voorkomen, behalve als andere meer specifieke veiligheidsvoorzieningen zijn voorgeschreven;
- b. het materiaal van de verpakking en sluiting mag niet door de inhoud kunnen worden beschadigd of daarmee een gevaarlijke verbinding kunnen vormen;
- c. de verpakking en sluiting zijn in alle onderdelen zo stevig en sterk dat zij niet losraken en afdoende bestand zijn tegen elke normale behandeling; en
- d. verpakking die voorzien is van een herbruikbare sluiting is zodanig ontworpen dat de verpakking herhaalde malen opnieuw kan worden gesloten zonder verlies van inhoud.
De verpakking en sluiting van gevaarlijke stoffen wordt vermoed te voldoen aan de hiervoor genoemde voorschriften indien ze voldoen aan de betreffende, bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of de Wet luchtvaart gestelde, eisen voor vervoer van gevaarlijke goederen door de lucht, over zee, over de weg, per spoor of over de binnenwateren.
In het geval van opslag van gevaarlijke stoffen in grotere hoeveelheden in speciale opslagruimten wordt aan het eerste lid voldaan als de verplichte aanduidingen voor meerdere identieke verpakkingen door middel van één etiketafdruk opvallend en goed leesbaar zijn aangebracht. De aanduidingen zijn zodanig aangebracht dat voor elke afzonderlijk opgeslagen verpakking te allen tijde ter plekke duidelijk is dat de aanduidingen van toepassing zijn. Als gevaarlijke stoffen uitsluitend voor de handel zijn opgeslagen, kan worden volstaan met het aanbrengen van de bij aflevering in Nederland wettelijk verplichte aanduidingen.
In geval van vervoer en laden en lossen van gevaarlijke stoffen wordt aan het eerste lid voldaan als de vervoerders en de laders en lossers tijdens hun werkzaamheden ter plekke beschikken over de gegevens die op grond van het eerste lid op het etiket zouden moeten worden vermeld.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of de Wet luchtvaart van toepassing zijn.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste, tweede of vierde lid.
§ 1. Onderwijs
§ 1. Onderwijs
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Definities en toepasselijkheid
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
§ 9. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
§ 9. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
Artikel 5.13a. Fysieke belasting
Het is een zwangere werknemer en een werknemer tijdens de lactatie verboden om:
- a. dagelijks meer dan eenmaal per uur te hurken, knielen, bukken of staande voetpedalen te bedienen tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap;
- b. meer te tillen dan 10 kilogram in één handeling gedurende de hele zwangerschap en in de periode tot drie maanden na de bevalling;
- c. meer dan 10 keer per dag gewichten van meer dan 5 kilogram te tillen vanaf de twintigste week van de zwangerschap; of
- d. meer dan 5 keer per dag gewichten van meer dan 5 kilogram te tillen vanaf de dertigste week van de zwangerschap.
§ 2. Jeugdigen
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Afdeling 2. Verlichting
Artikel 6.29b. Schadelijke trillingen
Het is een zwangere werknemer verboden om op de arbeidsplaats:
- a. te worden blootgesteld aan lichaamstrillingen of schokken met een versnelling van meer dan 0.25 m/s2; of
- b. in direct contact te komen met een ultrasonore trillingsbron met een frequentie boven de 20 kHz waarbij de blootstelling hoger is dan 110 dB per tertsband.
Artikel 6.29c. Schadelijk geluid
Het is een zwangere werknemer verboden om op de arbeidsplaats te worden blootgesteld aan equivalente geluidsniveaus boven de 80 dB(A) en piekgeluiden boven de 112 Pa.
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 4b. Elektromagnetische velden
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 1. Strafbare feiten
§ 2. Vervoer
Afdeling 1. Aanduiding normadressaten van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde verplichtingen
§ 2. Overtredingen
§ 1. Bestuursdwang en preventieve stillegging van werk
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1.47. Toepasselijkheid hoofdstuk 5
Op plaatsonafhankelijke arbeid zijn van overeenkomstige toepassing de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk 5.
Indien de werknemer plaatsonafhankelijke arbeid verricht in de eigen woning, dan wordt door de werkgever, tenzij de werknemer daar reeds uit eigen hoofde over beschikt, een werkplek als bedoeld in artikelen 5.4 en 5.12 ter beschikking gesteld.
Artikel 1.48. Toepasselijkheid hoofdstuk 6
Indien de werknemer plaatsonafhankelijke arbeid verricht in de eigen woning, dan worden door de werkgever, tenzij de werknemer daar reeds uit eigen hoofde over beschikt, voorzieningen voor kunstverlichting als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, ter beschikking gesteld.
Artikel 1.49. Toepasselijkheid hoofdstuk 7
Op plaatsonafhankelijke arbeid zijn van overeenkomstige toepassing de afdelingen 1, 2 en 3 van hoofdstuk 7.
De voor de arbeid benodigde arbeidsmiddelen zijn, voor zover zij gevaar voor personen opleveren, voorzien van een doelmatige afscherming.
De voor de arbeid benodigde arbeidsmiddelen met een besturingssysteem zijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de persoon die het arbeidsmiddel bedient, voorzien van een zodanige inrichting dat het arbeidsmiddel afzonderlijk, veilig en met zekerheid kan worden stilgezet en niet dan opzettelijk weer in beweging kan worden gebracht.
De benodigde arbeidsmiddelen worden op de juiste wijze onderhouden en zo nodig gerepareerd.
Aan de voor de arbeid benodigde arbeidsmiddelen met een besturingssysteem die gevaren van elektrische aard met zich brengen, zijn doeltreffende beveiligingen aangebracht, waarvan de werking zoveel mogelijk onafhankelijk is van degene die dat arbeidsmiddel bedient.
Indien het in verband met het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid door de werknemer in een woning noodzakelijk is dat elektrische apparatuur wordt aangesloten of anderszins leidingen of kabels worden aangelegd, dan gebeurt dat op een juiste wijze opdat de werknemer daarvan veilig gebruik kan maken.
Artikel 1.50. Toepasselijkheid hoofdstuk 8
Op plaatsonafhankelijke arbeid is van overeenkomstige toepassing afdeling 1 van hoofdstuk 8.
Artikel 1.51. Beschikbaarheid gegevens
In geval van het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid zijn van de werknemer bij de werkgever gegevens beschikbaar omtrent naam, adres en woonplaats alsmede van de werkzaamheden die door hem worden verricht en van de stoffen, hulpmiddelen en werktuigen die daarbij worden gebruikt.
Artikel 1.52. Voorraad
In geval van het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid is het niet toegestaan de werknemer een grotere hoeveelheid aan grondstoffen, halffabricaten of gerede producten in voorraad te geven of te laten houden dan voor de arbeid noodzakelijk is.
Artikel 1.53. Melding arbeidsongevallen
Indien een werknemer bij het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, overkomt doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de werkgever.
Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid
Afdeling 1. Elektronische melding
Artikel 2.1a. Gegevens beroepsziekten
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de mededeling van een beroepsziekte, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet worden verstrekt.
Afdeling 1. Elektronische melding
Afdeling 3. Arbodiensten en deskundigen
§ 1. Definities
§ 1. Definities
§ 1. Definities
Afdeling 5. Bouwproces
Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen
§ 1. Vervoer
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 2b. Voor de gezondheid schadelijke atmosferen
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations
Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Onderwijs
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 3d. Winningsindustrieën voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen
§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling
§ 6. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.32
Vervallen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Afdeling 8. Fosforlucifers
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
§ 6. Toezicht
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 2. Verlichting
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 1. Persoonlijke beschermingsmiddelen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering
Afdeling 4. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 3. Thuiswerkers
Afdeling 1. Aanduiding normadressaten van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde verplichtingen
§ 2. Vervoer
§ 3. Thuiswerkers
§ 1. Strafbare feiten
§ 1. Bestuursdwang en preventieve stillegging van werk
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 9.1a. Verplichtingen van de scheepsbeheerder
De scheepsbeheerder is jegens zeevarenden die geen werkgever hebben, verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden die op grond van de wet en bij of krachtens dit besluit zijn vastgesteld voor een werkgever.
Artikel 9.3a. Verplichtingen van de zeevarende
Een zeevarende die geen werknemer is, is verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden die op grond van de wet en bij of krachtens dit besluit zijn vastgesteld voor een werknemer.
Artikel 9.10a. Stillegging van werk in verband met recidive
Na een herhaling van een overtreding of soortgelijke overtreding wordt een waarschuwing gegeven als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, van de wet en indien een herhaling van die of een soortgelijke overtreding is geconstateerd als bedoeld in dat artikel van de wet, wordt een bevel opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode worden stilgelegd dan wel niet mogen aanvangen.
Indien een ernstige overtreding is geconstateerd, wordt in afwijking van het eerste lid, een waarschuwing als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, van de wet gegeven bij de eerste overtreding en wordt, indien opnieuw dezelfde of een soortgelijke overtreding is geconstateerd die eveneens ernstig is, een bevel opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode worden stilgelegd dan wel niet mogen aanvangen.
Als een ernstige overtreding als bedoeld in het tweede lid wordt aangemerkt:
- a. een overtreding waarbij de werkgever of de zelfstandige willens en wetens handelingen verricht of nalaat in strijd met de wet of de daarop berustende bepalingen waardoor een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden dat de dood tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad;
- b. een handelen of nalaten in strijd met de volgende artikelen:
- 1°. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.54d, eerste lid, 4.58, 4.59, eerste en tweede lid, 4.60, eerste en derde lid, 4.61, tweede lid, 4.61a, eerste en derde lid, 4.61b, eerste lid, 4.105, 4.108 en 4.109;
- 2°. van hoofdstuk 6: de artikelen 6:27, 6.29 en 6.29a.
Indien de aard van de overtreding of de met de overtreding samenhangende omstandigheden dan wel de gevolgen van een stillegging van de werkzaamheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van een waarschuwing als bedoeld in het eerste en tweede lid en kan worden afgezien van een bevel als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Een waarschuwing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet gegeven en een bevel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet opgelegd indien het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete voor de overtreding, bedoeld in het eerste en tweede lid, op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van de wet lager is dan een bij ministeriële regeling vast te stellen hoogte van het boetenormbedrag.
Artikel 9.10b. Aanduiding ernstige overtredingen
Ernstige overtredingen in de zin van artikel 34, zesde en negende lid, van de wet zijn de overtredingen, genoemd in artikel 9.10a, derde lid.
Artikel 9.10c. Aanduiding soortgelijke overtreding
De soortgelijke verplichtingen en verboden, bedoeld in artikel 34, vijfde en zevende lid, van de wet en de soortgelijke overtredingen, bedoeld in artikel 9.10a, eerste en tweede lid, worden bij ministeriële regeling aangewezen.
§ 1. Strafbare feiten
Afdeling 2. Strafbare feiten en overtredingen
§ 1. Strafbare feiten
§ 1. Strafbare feiten
§ 1. Strafbare feiten
§ 2. Vrijstelling of ontheffing
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1.5ha. Taaleis bij gereglementeerde beroepen
De persoon die arbeid verricht in een bij of krachtens dit besluit gereglementeerd beroep beheerst de Nederlandse taal op het niveau dat, gegeven de concrete omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht nodig is om de werkzaamheden op een verantwoorde wijze uit te oefenen en hij:
- a. voorschriften en aanwijzingen op bij of krachtens dit besluit vereiste etiketten van stoffen, arbeidsmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen kan begrijpen en uitvoeren;
- b. de bij of krachtens dit besluit gestelde regels en gegeven werkinstructies en aanwijzingen voor de toepassing van en de omgang met stoffen, arbeidsmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen kan begrijpen en uitvoeren; en
- c. in verband met de veiligheid en gezondheid van werknemers en andere personen, die werknemers en personen kan begrijpen en door hen kan worden begrepen.
Aan de in eerste lid genoemde eis inzake taalbeheersing wordt tevens voldaan wanneer duidelijk is dat de persoon die arbeid verricht in een bij of krachtens dit besluit gereglementeerd beroep en de andere werknemers en personen die bij zijn arbeid zijn betrokken, onderling kunnen communiceren in een andere voor hen begrijpelijke gemeenschappelijke taal op een zodanige wijze dat de werkzaamheden op een verantwoorde wijze kunnen worden uitgeoefend waardoor aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan.
Afdeling 3. Onderwijs
Afdeling 7. Defensie
Afdeling 7. Defensie
Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid
Afdeling 10. Plaatsonafhankelijke arbeid
Afdeling 1a. Melding beroepsziekten
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen
Afdeling 3. Arbodiensten en deskundigen
§ 1. Definities
§ 3. Uitzonderingen
Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 2. Thuiswerkers
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 1. Vervoer
§ 3. Voorzieningen in noodsituaties
§ 5. Ontspanningsruimten en andere voorzieningen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3d. Winningsindustrieën voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen
§ 2. Vervoer
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
§ 4. Maatregelen bij specifieke omstandigheden
§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Artikel 4.33
Vervallen
Afdeling 3
Afdeling 3
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 6. Certificatie
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
Afdeling 8. Fosforlucifers
Afdeling 8. Fosforlucifers
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 4. Thuiswerkers
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
§ 3. Thuiswerkers
Afdeling 4. Straling
§ 3. Diverse bepalingen
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 1. Afstemming
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 1. Persoonlijke beschermingsmiddelen
§ 3. Thuiswerkers
§ 1
Afdeling 3
§ 2. Vrijstelling of ontheffing
Afdeling 1. Aanduiding normadressaten van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde verplichtingen
§ 1. Intrekking regelgeving
§ 1. Bestuursdwang en preventieve stillegging van werk
§ 1. Strafbare feiten
§ 3. Eis tot naleving
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.53b. Aanvullende maatregelen
Indien, gelet op de aard van de werkzaamheden, overschrijding van de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, tweede lid, kan worden verwacht ondanks preventieve technische maatregelen ter beperking van de asbestconcentratie in de lucht, neemt de werkgever, doeltreffende maatregelen ter bescherming van de betrokken werknemers.
Artikel 4.53c. Eindbeoordeling
In afwijking van artikel 4.51a, tweede lid, betreft de eindbeoordeling een visuele inspectie gevolgd door een eindmeting, teneinde vast te stellen of de concentratie van asbestvezels in de lucht gezamenlijk lager is dan 2.000 vezels per kubieke meter.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. uitsluitend sprake is van verwijdering van kleine losliggende oppervlakken onbeschadigd product waarvoor geen bewerkingen nodig zijn; of
- b. uit de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, blijkt dat de concentratie van de amfibole asbestvezels actinoliet, amosiet, anthofylliet, tremoliet en crocidoliet in de lucht waaraan werknemers in verband met de arbeid kunnen worden blootgesteld, beperkt is.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid.
§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
§ 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai
Afdeling 4. Straling
§ 3. Diverse bepalingen
§ 2. Justitiële inrichtingen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
§ 2. Jeugdige werknemers
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering
Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering
§ 1
Afdeling 3. Bestuursrechtelijke bepalingen
§ 1. Intrekking regelgeving
§ 1. Strafbare feiten
§ 4. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 4. Maatregelen bij specifieke omstandigheden
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Artikel 4.34
Vervallen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 2. Beeldschermwerk
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Afdeling 3. Lawaai
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 2. Algemene voorschriften
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 5. Thuiswerkers
Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem
§ 1. Afstemming
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 1. Afstemming
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 3. Bestuursrechtelijke bepalingen
§ 1. Bestuursdwang en preventieve stillegging van werk
Afdeling 3a. Openbaarmaking inspectiegegevens
Afdeling 4. Overgangs- en slotbepalingen
§ 1. Intrekking regelgeving
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 1. Algemeen
Artikel 6.12h. Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. actieniveaus: niveaus van elektromagnetische velden buiten het lichaam, vastgesteld om eenvoudiger te kunnen aantonen dat de relevante grenswaarden in acht zijn genomen, of, in voorkomend geval, om de maatregelen, bedoeld in deze afdeling, te nemen;
- b. directe biofysische effecten: effecten op het menselijk lichaam rechtstreeks veroorzaakt door de aanwezigheid ervan in een elektromagnetisch veld, waaronder:
- 1°. thermische effecten, zoals opwarming van weefsel door absorptie van energie van elektromagnetische velden in het weefsel;
- 2°. niet-thermische effecten, zoals stimulering van spieren, zenuwen of zintuigen; en
- 3°. elektrische stromen in extremiteiten;
- c. elektromagnetische velden: statische elektrische, statische magnetische en tijdsafhankelijke elektrische, magnetische en elektromagnetische velden met frequenties tot 300 GHz;
- d. grenswaarden: grenswaarden voor de blootstelling, uitgedrukt in grootheden die de fysische effecten karakteriseren die door elektromagnetische velden in het lichaam worden geïnduceerd;
- e. grenswaarden voor effecten op de gezondheid: grenswaarden bij overschrijding waarvan werknemers effecten kunnen ondervinden die schadelijk zijn voor de gezondheid, zoals opwarming of stimulering van de zenuwen en het spierweefsel;
- f. grenswaarden voor effecten op de zintuigen: grenswaarden bij overschrijding waarvan werknemers voorbijgaande verstoringen van de zintuiglijke waarneming en geringe wijzigingen in de hersenfuncties kunnen ondervinden;
- g. indirecte effecten: effecten veroorzaakt door de aanwezigheid van een object in een elektromagnetisch veld, die een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid kunnen opleveren, waaronder:
- 1°. interferentie met medische elektronische apparatuur en hulpmiddelen, waaronder pacemakers en andere implantaten of op het lichaam gedragen medische hulpmiddelen;
- 2°. het risico op projectielwerking van ferromagnetische voorwerpen in statische magnetische velden;
- 3°. het in werking stellen van elektrische ontstekingen;
- 4°. brand en explosies als gevolg van de ontbranding van brandbare materialen door vonken als gevolg van geïnduceerde velden, contactstromen of vonkontladingen; en
- 5°. contactstromen;
- h. MRI: magnetic resonance imaging;
- i. richtlijn: richtlijn nr. 2013/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 juni 2013 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG en tot intrekking van Richtlijn 2004/40/EG (PbEU 2004, L 159) (PbEU 2013, L 179).
Artikel 6.12i. Toepassingsgebied
Deze afdeling is van toepassing op arbeid waarbij de door elektromagnetische velden veroorzaakte bekende directe biofysische effecten en indirecte effecten risico’s voor de gezondheid en veiligheid van werknemers kunnen opleveren.
Deze afdeling is niet van toepassing op:
- a. veronderstelde effecten op de lange termijn; of
- b. risico’s die verbonden zijn aan het contact met stroomvoerende geleiders.
Daar waar in deze afdeling sprake is van bijlage II of III bij de richtlijn geschiedt de naleving daarvan met inachtneming van de natuurkundige grootheden met betrekking tot de blootstelling aan elektromagnetische velden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn.
Artikel 6.12j. Grenswaarden voor blootstelling en actieniveaus
Er wordt voor gezorgd dat de blootstelling van werknemers aan elektromagnetische velden beperkt blijft tot de grenswaarden voor effecten op de gezondheid en de grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlagen II en III bij de richtlijn.
Aan de hand van de procedures, bedoeld in artikel 6.12k, wordt vastgesteld of de grenswaarden voor effecten op de gezondheid en de grenswaarden voor effecten op de zintuigen in acht worden genomen.
Indien de blootstelling van de werknemers aan elektromagnetische velden de grenswaarden, bedoeld in het eerste lid, overschrijdt, worden onverwijld maatregelen genomen als bedoeld in artikel 6.12l, negende lid.
De grenswaarden voor effecten op de gezondheid en de grenswaarden voor effecten op de zintuigen zijn in acht genomen, indien wordt aangetoond dat de actieniveaus, bedoeld in bijlagen II en III bij de richtlijn, niet worden overschreden.
Indien de blootstelling van werknemers de actieniveaus, bedoeld in het vierde lid, overschrijdt, worden maatregelen als bedoeld in artikel 6.12l, tweede en derde lid, genomen, tenzij uit de verrichte beoordeling, bedoeld in artikel 6.12k, eerste tot en met derde lid, blijkt dat de van toepassing zijnde grenswaarden niet zijn overschreden en dat veiligheidsrisico’s kunnen worden uitgesloten.
In afwijking van het vierde lid mag de blootstelling van werknemers hoger zijn dan:
- a. de lage actieniveaus voor elektrische velden, bedoeld in bijlage II, tabel B1, bij de richtlijn, mits:
- 1°. grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A3, bij de richtlijn, niet worden overschreden; of
- 2°. aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- i. de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A2, bij de richtlijn, worden niet overschreden;
- ii. overmatige vonkontladingen en de contactstromen, bedoeld in bijlage II, tabel B3, bij de richtlijn, worden voorkomen met behulp van maatregelen als bedoeld in artikel 6.12l, zevende lid; en
- iii. aan de werknemers is informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, is verstrekt;
- b. de lage actieniveaus voor magnetische velden, bedoeld in bijlage II, tabel B2, bij de richtlijn, mits:
- 1°. de grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A3, bij de richtlijn, niet worden overschreden; of
- 2°. aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- i. de grenswaarden voor effecten op de zintuigen worden slechts tijdelijk overschreden;
- ii. de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A2, bij de richtlijn, worden niet overschreden;
- iii. bij het optreden van symptomen van voorbijgaande aard, worden indien nodig, de risicobeoordeling en de maatregelen bijgewerkt, bedoeld in artikel 6.12l, tiende lid; en
- iv. aan de werknemers is informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, verstrekt.
In afwijking van het eerste lid en indien daar gegronde redenen voor zijn mag de blootstelling van werknemers hoger zijn dan:
- a. de grenswaarden voor de effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A1, bij de richtlijn, mits:
- 1°. zij slechts tijdelijk worden overschreden;
- 2°. de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A1, bij de richtlijn, niet worden overschreden;
- 3°. maatregelen als bedoeld in artikel 6.12l, achtste lid, zijn genomen;
- 4°. bij het optreden van symptomen van voorbijgaande aard, indien nodig, de risicobeoordeling en de maatregelen, bedoeld in artikel 6.12l, tiende lid, worden bijgewerkt; en
- 5°. aan de werknemers informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, is verstrekt;
- b. de grenswaarden voor effecten op de zintuigen, bedoeld in bijlage II, tabel A3 en bijlage III, tabel A2, bij de richtlijn, mits:
- 1°. zij slechts tijdelijk worden overschreden;
- 2°. de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, bedoeld in bijlage II, tabel A2 en bijlage III, tabel A1 en A3, bij de richtlijn, niet worden overschreden;
- 3°. bij het optreden van symptomen van voorbijgaande aard, indien nodig de risicobeoordeling en de maatregelen, bedoeld in artikel 6.12l, tiende lid, worden bijgewerkt; en
- 4°. aan de werknemers informatie als bedoeld in artikel 6.12m, tweede lid, onder f, is verstrekt.
Artikel 6.12k. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen, meten en berekenen
In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden alle risico’s waaraan werknemers kunnen worden blootgesteld als gevolg van elektromagnetische velden op de arbeidsplaats beoordeeld en indien nodig worden de niveaus van deze elektromagnetische velden gemeten of berekend.
Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt onder meer rekening gehouden met de in artikel 14 van de richtlijn genoemde praktische handleidingen en andere bij ministeriële regeling aan te wijzen normen en aanbevelingen met een wetenschappelijke grondslag.
Indien op grond van de in het tweede lid genoemde bronnen niet kan worden vastgesteld of de grenswaarden, bedoeld in artikel 6.12j, in acht worden genomen, wordt de blootstelling beoordeeld aan de hand van metingen of berekeningen.
De beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende frequentie uitgevoerd door de deskundigen, bedoeld in de artikel 13 van de wet, of de deskundigen of arbodiensten, bedoeld in de artikelen 14 en 14a van de wet, en in ieder geval opnieuw uitgevoerd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of wanneer de resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 6.12n, dit nodig maken.
De resultaten van de op grond van dit artikel uitgevoerde beoordelingen, metingen en berekeningen worden in een passende vorm geregistreerd en bewaard, zodat latere raadpleging mogelijk is.
De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers, wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de wijze van beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste en derde lid.
De resultaten, bedoeld in het vijfde lid, worden voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers.
In het geval er sprake is van een voor derden toegankelijke arbeidsplaats, kan bij het opstellen van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in het eerste lid, gebruik worden gemaakt van een reeds bestaande beoordeling op basis van Aanbeveling nr. 1999/519/EG (PbEG 1999, L 59) betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz – 300 GHz mits:
- a. de in de Aanbeveling genoemde beperkingen voor de werknemers in acht zijn genomen; en
- b. de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van werknemers worden uitgesloten.
Aan de in het achtste lid genoemde voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan indien de gebruikte apparatuur voldoet aan de van toepassing zijnde EU-regelgeving en op de beoogde wijze wordt gebruikt.
Bij de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)