Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)
Op mijnbouwinstallaties worden branddetectie- en brandbeschermingssystemen, inrichtingen voor brandblussing of branddoving en alarmsystemen afgeschermd tegen ongelukken en wel op zodanige wijze dat hun functies in noodgevallen operationeel blijven. Zo nodig worden dergelijke systemen in dubbele uitvoering aangebracht.
Artikel 3.37v. Noodplan
Er wordt een noodplan opgesteld voor het geval dat iemand overboord valt of de arbeidsplaats moet worden geëvacueerd.
Het noodplan, dat is gebaseerd op het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, voorziet in het gebruik van bijstandsboten en helicopters en bevat criteria voor de capaciteit en de reactietijd daarvan. De vereiste reactietijd wordt in het veiligheids- en gezondheidsdocument van elke installatie vermeld.
Bij het opstellen of wijzigen van het noodplan wordt, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg gevoerd met de belanghebbende werknemers. Over het noodplan en wijzigingen daarop wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers en zelfstandigen, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk, in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.
De werkgever zorgt ervoor dat desgewenst kennis kunnen nemen van het noodplan:
- a. de in het bedrijf werkzame werknemers en zelfstandigen;
- b. de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet;
- c. de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet;
- d. de deskundigen, genoemd in artikel 13, tweede lid, van de wet;
- e. de deskundigen en arbodiensten, genoemd in de artikelen 14, eerste lid, en 14a, tweede lid, van de wet.
Een afschrift van het noodplan wordt gezonden aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, aan de belanghebbende werknemers en de toezichthouder.
De bijstandsboten zijn doelmatig ontworpen en uitgerust en voldoen aan de eisen in verband met evacuatie en redding.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met derde lid.
Artikel 3.37w. Verblijfsaccommodatie
In aanvulling op artikel 3.21 wordt, wanneer de aard, de omvang en de duur van de werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie zulks vereisen, de nodige verblijfsaccommodatie ter beschikking gesteld.
Leidingen die in geval van lekkage direct gevaar voor de gezondheid kunnen opleveren worden buiten de accommodatie en de hiermee in verbinding staande gangen gehouden. Deze accommodatie:
- a. is afdoende beschermd tegen de gevolgen van explosies, binnendringen van rook en gas en het uitbreken en de verbreiding van brand, zoals omschreven in het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42;
- b. is beschermd tegen weersomstandigheden en tegen geluids- en stankhinder en ontwikkeling van rookgassen uit andere ruimten, welke gevaarlijk voor de gezondheid kunnen zijn;
- c. staat niet in rechtstreekse verbinding met besloten ruimten, waarin machines, ketels, tanks, drukvaten en dergelijke zijn opgesteld;
- d. is afgescheiden van elke werkplek en ligt buiten gevarenzones;
- e. staat, voorzover het een slaapverblijf betreft, niet in rechtstreekse verbinding met ontspanningsruimten, noch met ruimten voor het bereiden en bewaren van voedsel.
De verblijfsaccommodatie is voorzien van voldoende bedden of kooien, rekening houdend met het aantal werknemers dat naar verwachting in de installatie zal slapen. In een slaapverblijf bevinden zich ten hoogste twee slaapplaatsen.
Elke verblijfsaccommodatie beschikt over voldoende plaats voor het opbergen van kleding.
Artikel 3.37x. Kookgelegenheid
Vervallen
Artikel 3.37y. Veiligheid en stabiliteit
Tijdens de plaatsing van een mijnbouwinstallatie worden alle noodzakelijke maatregelen genomen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te waarborgen.
Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 5. Ontspanningsruimten en andere voorzieningen
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens
§ 3. Justitiële inrichtingen
§ 3. Justitiële inrichtingen
§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
§ 2. Vervoer
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations
§ 4. Jeugdigen
§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
§ 2. Vervoer
§ 3. Justitiële inrichtingen
Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.33
Vervallen
Artikel 4.34
Vervallen
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie
§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling
§ 6. Bijzondere bepalingen inzake crocidoliet en crocidoliethoudende producten
§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 6A. Vluchtige organische stoffen
Afdeling 3
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 9. Biologische agentia
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 6. Certificatie
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 6. Certificatie
§ 5. De ondernemingsraad
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Afdeling 9. Biologische agentia
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
§ 2. Jeugdigen
§ 2. Justitiële inrichtingen
§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
§ 4. Thuiswerkers
§ 4. Thuiswerkers
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
§ 3. Thuiswerkers
§ 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai
§ 2. Justitiële inrichtingen
Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Algemeen
§ 2. Verplichtingen
§ 2. Verplichtingen
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
§ 3. Jeugdigen
§ 4. Zwangere werknemers
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
§ 3. Jeugdigen
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 6. Onderwijs
§ 1. Afstemming
Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem
§ 1. Afstemming
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.5a. Toepasselijkheid
Deze paragraaf is niet van toepassing op:
- a. gebieden die direct gebruikt worden voor en gedurende de medische behandeling van patiënten;
- b. het gebruik van gastoestellen die vallen onder het Warenwetbesluit gastoestellen 2018;
- c. de vervaardiging, de bewerking, het gebruik, de opslag en het transport van springstoffen of chemisch instabiele stoffen;
- d. de winningsindustrie in dagbouw, de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen;
- e. het gebruik van vervoermiddelen over land, over het water en door de lucht, met uitzondering van de voertuigen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar zich een explosieve atmosfeer kan voordoen.
Artikel 3.5b. Samenwerking en coördinatie
Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van de wet worden aangewezen de werkzaamheden verricht op arbeidsplaatsen waar explosieve atmosferen heersen of kunnen optreden.
In aanvulling op artikel 19, tweede lid, van de wet coördineert de werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid.
Artikel 3.5c. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie; explosieveiligheidsdocument
De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico's die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.
Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
- a. de waarschijnlijkheid van het voorkomen en het voortduren van explosieve atmosferen;
- b. de waarschijnlijkheid dat ontstekingsbronnen, elektrostatische ontladingen daaronder begrepen, aanwezig zijn, actief worden en daadwerkelijk ontsteken;
- c. de aanwezige installaties, de gebruikte stoffen, de processen en hun mogelijke wisselwerkingen;
- d. de omvang van de te verwachten gevolgen.
Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden tevens ruimten in aanmerking genomen die via openingen verbonden zijn of kunnen worden verbonden met ruimten waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen.
In het explosieveiligheidsdocument zijn ten minste vermeld:
- a. een identificatie en beoordeling van de explosierisico's;
- b. de wijze waarop de arbeidsplaatsen en de arbeidsmiddelen, met inbegrip van de alarminstallaties, met de vereiste aandacht voor de veiligheid zijn ontworpen, worden gebruikt of bediend en onderhouden;
- c. welke gebieden zijn ingedeeld in zones als bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid;
- d. de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de maatregelen, bedoeld in de artikelen 3.5d, 3.5e en 3.5f;
- e. indien op arbeidsplaatsen als bedoeld in artikel 3.5b, eerste lid, meerdere werkgevers arbeid doen verrichten, de wijze waarop voldaan is aan artikel 19, tweede lid, van de wet en het doel, de maatregelen en de wijze van uitvoering van de coördinatie, bedoeld in artikel 3.5b, tweede lid.
Artikel 3.5d. Algemene preventieve maatregelen
Doeltreffende maatregelen zijn genomen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer op de arbeidsplaats te voorkomen.
Indien het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer, gezien de aard van het werk niet mogelijk is, worden in de hieronder aangegeven volgorde de volgende maatregelen genomen:
- a. de ontsteking van explosieve atmosferen wordt voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met elektrostatische ontladingen die van werknemers of de arbeidsplaats als ladingsdrager of ladingsproducent kunnen uitgaan;
- b. de schadelijke gevolgen van een explosie worden beperkt.
In aanvulling op de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de mogelijkheid tot uitbreiding van een explosie beperkt.
Indien werknemers of anderen door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen, wordt, in aanvulling op het eerste tot en met het derde lid, de arbeidsplaats zodanig ingericht dat veilig kan worden gewerkt en wordt er op de arbeid passend toezicht, met inbegrip van het gebruik van passende technische middelen, uitgeoefend. De inhoud en de mate van het toezicht is afhankelijk van de uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, gebleken gevaren.
Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).
Gevarenzones worden gemarkeerd door middel van waarschuwingsborden die voldoen aan de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8.
Artikel 3.5e. Maatregelen in gevarenzones
In de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot de installaties in gebieden zonder explosiegevaar die vereist zijn voor of bijdragen tot het explosieveilig gebruik van installaties die zich op plaatsen bevinden waar explosiegevaar heerst, worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:
- a. vrijkomende gassen, dampen, nevels of brandbaar stof die explosiegevaar kunnen doen ontstaan, worden op passende wijze afgevoerd en onschadelijk gemaakt;
- b. indien een explosieve atmosfeer meerdere soorten ontvlambare of brandbare gassen, dampen, nevels of stoffen bevat, wordt bij de veiligheidsmaatregelen uitgegaan van het grootste mogelijke risico op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid;
- c. installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar is verbonden;
- d. onderdeel c is van overeenkomstige toepassing op arbeidsmiddelen en de verbindingsstukken ervan die geen apparaten en beveiligingssystemen zijn als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016, indien hun opneming in de installaties aanleiding kan geven tot ontstekingsgevaar;
- e. voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen aanvullende eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de apparatencategorie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en toegepast volgens de navolgende principes:
- 1°. gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;
- 2°. gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;
- 3°. gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur;
- f. de nodige maatregelen worden getroffen ter voorkoming van verwisseling van installatiemateriaal;
- g. in gebieden waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan wordt aan werknemers werkkleding ter beschikking gesteld die voldoet aan afdeling 1 van hoofdstuk 8 en die door de werknemers bij de arbeid steeds wordt gedragen;
- h. indien een toestand ontstaat waarin een explosie zich kan gaan voordoen, worden werknemers waar nodig optisch of akoestisch gewaarschuwd en teruggetrokken;
- i. voor de eerste inbedrijfstelling van een arbeidsplaats en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, arbeidsmiddelen of het arbeidsproces waarbij explosieve atmosferen kunnen voorkomen, wordt de explosieveiligheid van de gehele installatie gecontroleerd door een ter zake deskundig persoon.
Artikel 3.5f. Bijzondere maatregelen
Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, hiertoe de noodzaak is gebleken, worden in aanvulling op artikel 3.5e de volgende maatregelen genomen:
- a. schriftelijke instructies worden verstrekt met betrekking tot de uitvoering van de arbeid;
- b. voor de aanvang van arbeid dat gevaar kan opleveren, wordt toestemming verleend door een daartoe bevoegde persoon om deze arbeid te verrichten;
- c. apparaten en beveiligingssystemen worden, wanneer stroomuitval extra gevaren teweeg kan brengen, onafhankelijk van de rest van de installatie, bij stroomuitval in een veilige bedrijfstoestand gehandhaafd;
- d. automatisch gestuurde apparaten en beveiligingssystemen die van de voorziene bedrijfsomstandigheden afwijken, worden zonder gevaar manueel uitgeschakeld. Deze ingrepen worden door bevoegde werknemers uitgevoerd;
- e. indien de noodstopinrichtingen in werking worden gesteld, wordt de opgeslagen energie zo snel en zo veilig mogelijk afgevoerd of geïsoleerd, zodat zij niet langer een bron van gevaar vormt;
- f. vluchtmiddelen worden beschikbaar en gebruiksklaar gehouden zodat werknemers de gevaarlijke gebieden snel en veilig kunnen verlaten.
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 1. Vervoer
§ 2. Thuiswerkers
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
§ 2. Vervoer
§ 3. Justitiële inrichtingen
§ 4. Jeugdigen
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Vervoer
§ 1. Onderwijs
§ 1. Onderwijs
§ 3. Justitiële inrichtingen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen
§ 1. Onderwijs
Afdeling 3
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.33
Vervallen
Artikel 4.34
Vervallen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 3
§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie
§ 4. Maatregelen bij specifieke omstandigheden
§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens
§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 3
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 6. Certificatie
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 6. Certificatie
Afdeling 9. Biologische agentia
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
§ 6. Toezicht
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 9. Biologische agentia
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 6. Toezicht
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 1. Fysieke belasting
§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
§ 1. Algemeen
§ 1. Vervoer
§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 2. Beeldschermwerk
Afdeling 2. Beeldschermwerk
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
Afdeling 3. Lawaai
§ 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 2. Voorschriften met betrekking tot kunstmatige optische straling
§ 2. Verplichtingen
Afdeling 4b. Elektromagnetische velden
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 4. Zwangere werknemers
§ 3. Diverse bepalingen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 5. Werken onder overdruk
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
§ 5. Thuiswerkers
§ 5. Thuiswerkers
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 1. Vervoer
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Afdeling 3
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 1. Afstemming
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 2.3a. Toepasselijkheid vervoergebonden inrichtingen
In dit artikel wordt verstaan onder opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van die stoffen en de overbrenging daarvan naar of van een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en de betrokken gevaarlijke stoffen in hun oorspronkelijke verpakking blijven.
Ten aanzien van een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en bestemd is voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten, waarin gevaarlijke stoffen krachtens omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezig mogen zijn, kan voor de toepassing van deze afdeling de berekening van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 2.3, achterwege blijven.
Artikel 2.3b. Uitzonderingen toepassingsgebied
Deze afdeling is:
- a. met uitzondering van artikel 2.5f, niet van toepassing op lagedrempelinrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015;
- b. niet van toepassing op bedrijven en inrichtingen waarop het Besluit opslag- en transportbedrijven van toepassing is;
- c. niet van toepassing op arbeid verricht in de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen.
De artikelen 2.5a, eerste en tweede lid, en 2.5d, eerste lid, onder a, zijn niet van toepassing op hogedrempelinrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015.
Artikel 2.5a. Nadere voorschriften betreffende veiligheidsbeheerssysteem
Voor het uitvoeren van het beleid, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, is een veiligheidsbeheerssysteem aanwezig. Het veiligheidsbeheerssysteem is afgestemd op de gevaren, de industriële werkzaamheden en de complexiteit van de organisatie in de inrichting en is gebaseerd op de evaluatie van de risico's. In het veiligheidsbeheerssysteem is dat gedeelte van het algemene beheerssysteem opgenomen waaronder de organisatorische structuur, verantwoordelijkheden, gebruiken, procedures, procedés en hulpmiddelen die het mogelijk maken het beleid, bedoeld in de eerste zin, vast te stellen en uit te voeren.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het veiligheidsbeheerssysteem.
Artikel 2.5b. Intern noodplan
Ten behoeve van de planning voor noodsituaties en de externe communicatie ter zake wanneer zich een zwaar ongeval voordoet, wordt door de werkgever schriftelijk een intern noodplan opgesteld dat wordt gebaseerd op de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, de getroffen maatregelen, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, en het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a.
Bij het opstellen of wijzigen van het intern noodplan wordt, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg gevoerd met de belanghebbende werknemers. Over het intern noodplan en de wijziging daarvan wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot opdracht of aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.
Het intern noodplan wordt zo vaak als nodig en tenminste eenmaal per drie jaar beproefd, geëvalueerd en indien nodig gewijzigd. Daarbij houdt de werkgever rekening met in de het bedrijf of de inrichting toegepaste werk- en productiemethoden en de bij de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet, aangebrachte veranderingen van technische of organisatorische aard en veranderingen in het veiligheidsinzicht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kunnen hebben. De resultaten van de beproeving en evaluatie worden schriftelijk vastgelegd door de werkgever.
De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet, de deskundigen en arbodiensten, bedoeld in de artikelen 13, 14 en 14a van de wet, alsmede de werknemers van andere werkgevers, de zelfstandigen en werkgevers die de arbeid zelf verrichten, bedoeld in artikel 16, zevende lid, van de wet, die mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn, desgewenst kennis kunnen nemen van het intern noodplan.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die in het intern noodplan worden opgenomen, en de beproeving en evaluatie van het intern noodplan.
Artikel 2.5c. Wijzigingen en periodieke evaluatie
In geval van wijziging van een installatie, de opzet of organisatie van het bedrijf of de inrichting, een proces dan wel de aard of fysische vorm van of de hoeveelheden gevaarlijke stoffen, die belangrijke gevolgen kan hebben voor de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen, werkt de werkgever, indien hij dat niet reeds ter voldoening aan voorschriften bij of krachtens dit besluit heeft gedaan, zo nodig bij:
- a. het beleid, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, en het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a;
- b. de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder a, en de beschrijving, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder b;
- c. de getroffen maatregelen, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, en het intern noodplan, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid.
Onverminderd het eerste lid, wordt de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder a, zo vaak als nodig en tenminste eenmaal per vijf jaar geëvalueerd.
Artikel 2.5d. Deskundige bijstand
In aanvulling op artikel 14, eerste lid, van de wet laat de werkgever zich bij de volgende taken bijstaan door een deskundige als bedoeld in artikel 2.7:
- a. het opstellen en schriftelijk vastleggen van het beleid, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid;
- b. het opstellen en schriftelijk vastleggen van de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder a, waaronder begrepen het toetsen ervan;
- c. het opstellen en schriftelijk vastleggen van de beschrijving, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder b;
- d. het opstellen en implementeren van het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a;
- e. het opstellen en schriftelijk vastleggen van het intern noodplan, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, waaronder begrepen het toetsen ervan; en
- f. het doorvoeren van de wijzigingen, bedoeld in artikel 2.5c, waaronder begrepen, voor zover van toepassing, het toetsen ervan.
Onder de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, wordt mede begrepen het adviseren over de uitvoering ervan.
Artikel 2.5e. In het bedrijf of inrichting werkzame andere werkgevers en zelfstandigen
De werkgever, die het bedrijf of inrichting, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.4, eerste lid, exploiteert, de werkgever, niet zijnde werkgever die het bedrijf of inrichting, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.4, eerste lid, exploiteert, wiens werknemers in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn, en de in het bedrijf of de inrichting werkzame zelfstandige en werkgever die de arbeid zelf verricht, geven onverminderd hun eigen verantwoordelijkheid gezamenlijk en in overleg uitvoering aan het bepaalde bij of krachtens deze afdeling met betrekking tot de bescherming van de veiligheid en gezondheid van de in het bedrijf of de inrichting werkzame werknemers, zelfstandige en werkgever die de arbeid zelf verricht.
Artikel 2.5f. Naburige bedrijven of inrichtingen
Indien een zwaar ongeval gevolgen kan hebben voor de veiligheid of gezondheid van werknemers in naburige bedrijven of inrichtingen, verstrekt de werkgever uit eigen beweging aan de betreffende bedrijven of inrichtingen op passende wijze algemene gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het risico voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers in het naburige bedrijf of inrichting.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 2.5g. Bedrijven of inrichtingen op bedrijventerrein
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder bedrijventerrein: een ruimtelijk aaneengesloten of functioneel verbonden terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door vestigingen ten behoeve van handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie.
Indien zich meer bedrijven of inrichtingen, waarop deze afdeling van toepassing is, op hetzelfde bedrijventerrein bevinden, wisselen de daarvoor verantwoordelijke werkgevers gegevens uit die noodzakelijk zijn om rekening te kunnen houden met de aard en omvang van het risico van een zwaar ongeval, ten behoeve van het beleid voor zware ongevallen, het veiligheidsbeheerssysteem en het intern noodplan.
De werkgevers, bedoeld in het tweede lid, werken samen met het oog op de voorlichting aan naburige bedrijven en inrichtingen, indien zij dat niet reeds ter voldoening aan artikel 2.5f doen, en het publiek.
Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.
Artikel 2.5h. Melding aan toezichthouder algemeen
De werkgever, op wiens bedrijf of inrichting deze afdeling van toepassing is, meldt dit zo spoedig mogelijk aan de toezichthouder onder verstrekking van de volgende gegevens:
- a. de statutaire naam, het door de Kamer van Koophandel toegekende uniek nummer en vestigingsnummer aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet en het volledige adres van de werkgever en, indien deze anders zijn, de naam en het adres van het bedrijf of de inrichting waarop de afdeling van toepassing is;
- b. de naam en functie van de met de feitelijke leiding van het bedrijf of de inrichting belaste persoon;
- c. de naam van de deskundige die medewerking verleent bij de taken, bedoeld in artikel 2.5d, eerste lid;
- d. de installatie of installaties en de locatie waar deze zich bevindt of bevinden;
- e. de informatie die nodig is om de gevaarlijke stoffen en categorie van stoffen die in het bedrijf of de inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn, te identificeren;
- f. een lijst met de hoeveelheden, aard en fysische vorm van de gevaarlijke stoffen, die voorkomen in het bedrijf of de inrichting en die zijn vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid;
- g. de activiteiten die in het bedrijf of de inrichting worden uitgeoefend; en
- h. informatie over de onmiddellijke omgeving van het bedrijf of de inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken.
De werkgever doet zo spoedig mogelijk een nieuwe melding als bedoeld in het eerste lid:
- a. in geval van wijziging van een gegeven, genoemd in het eerste lid;
- b. indien in het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of in de werking van het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan een verandering van technische of organisatorische aard wordt aangebracht die voor de risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen belangrijke gevolgen kan hebben;
- c. indien hij van oordeel is dat deze afdeling niet meer van toepassing is op het bedrijf of de inrichting; of
- d. in geval van definitieve sluiting van het bedrijf of de inrichting of de ontmanteling ervan.
In geval van een melding als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c of d, blijft deze afdeling nog dertig dagen na de dag van ontvangst van de melding door de toezichthouder van toepassing op het bedrijf of de inrichting.
Afdeling 1. Elektronische melding
Afdeling 4. Bedrijfshulpverlening
Afdeling 5. Bouwproces
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Algemene verplichtingen inzake bouwplaatsen en verplichtingen in verband met het ontwerp van een bouwwerk
§ 3. Verplichtingen in verband met de totstandbrenging van een bouwwerk
Afdeling 5. Bouwproces
Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting
Afdeling 5. Bouwproces
Afdeling 5. Bouwproces
§ 2. Thuiswerkers
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 3. Voorzieningen in noodsituaties
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw
§ 2. Vervoer
§ 3. Justitiële inrichtingen
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
§ 4. Jeugdigen
§ 3. Justitiële inrichtingen
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations
§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.33
Vervallen
Artikel 4.32
Vervallen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 6. Bijzondere bepalingen inzake crocidoliet en crocidoliethoudende producten
§ 1. Definities en toepasselijkheid
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 6. Certificatie
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
§ 5. De ondernemingsraad
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 2. Verlichting
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 5. De ondernemingsraad
§ 2. Jeugdigen
Afdeling 2. Verlichting
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 2. Verlichting
Afdeling 2. Beeldschermwerk
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
§ 3. Thuiswerkers
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
Afdeling 3. Lawaai
Afdeling 3a. Trillingen
§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen
§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen
Afdeling 5. Werken onder overdruk
Afdeling 5. Werken onder overdruk
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
§ 1. Vervoer
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 4. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 4. Zwangere werknemers
§ 5. Thuiswerkers
§ 6. Onderwijs
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
Afdeling 1. Verplichtingen van werkgever, thuiswerkgever, werknemer, thuiswerker, zelfstandige, meewerkende werkgever, degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn, opdrachtgever, ontwerpende partij, uitvoerende partij en lifteigenaar of -beheerder
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 1. Afstemming
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.37c. Toepasselijkheid
Deze afdeling is van toepassing op werkzaamheden met betrekking tot asbest of asbesthoudende producten indien de concentratie asbest hoger is dan honderd milligram per kilogram droge stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van het Productenbesluit asbest.
Artikel 4.45a. Aanvullende voorlichting
Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar voor blootstelling aan asbeststof bestaat, wordt doeltreffende voorlichting gegeven over:
- a. mogelijke gevaren voor de gezondheid van blootstelling aan asbeststof; en
- b. de noodzaak van het toezicht op het asbestgehalte in de lucht en de daarvoor geldende grenswaarden.
§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 8. Fosforlucifers
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 3. Geluid
§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 3a. Trillingen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen
§ 3. Thuiswerkers
§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 3. Lawaai
Afdeling 3a. Trillingen
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 6. Onderwijs
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
Afdeling 4. Overgangs- en slotbepalingen
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
§ 2. Overtredingen
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 1. Definities
§ 2. Arbodiensten en deskundigen
Artikel 2.14a. Taken deskundigen
Bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt bijstand verleend door een deskundige die in het bezit is van tenminste een van de certificaten, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
Bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van de wet wordt bijstand verleend door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
Ten aanzien van de deskundigen en bedrijfsartsen zijn de artikelen 2.9, 2.11 en 2.12 van overeenkomstige toepassing.
§ 3. Uitzonderingen
Artikel 2.14b. Uitzondering bijstand risico-inventarisatie en -evaluatie
Bij de toepassing van artikel 14, twaalfde lid, van de wet wordt buiten beschouwing gelaten de tijdsduur van arbeid verricht door een directeur-grootaandeelhouder onderscheidenlijk de persoon van directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder.
Het model, bedoeld in artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
Het instrument, bedoeld in artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet:
- a. is opgesteld met betrokkenheid van werkgevers- en werknemersverenigingen op ten minste brancheniveau;
- b. is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet;
- c. is door de betrokken werkgevers- en werknemersverenigingen gezamenlijk aangemeld; en
- d. heeft na aanmelding een geldingsduur van ten hoogste drie jaar.
De werkgever houdt bij het gebruikmaken van het model of het instrument rekening met de specifieke omstandigheden in het bedrijf of de inrichting.
Artikel 2.14c. Uitzondering bijstand ziekteverzuim
De verplichting een deskundige of een arbodienst in te schakelen bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de wet geldt niet ten aanzien van de werkgever die uitsluitend:
- a. personen onder zijn gezag arbeid laat verrichten zonder arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling;
- b. personen arbeid laat verrichten op incidentele oproep, jegens wie na afloop van de oproep geen loondoorbetalingsplicht bij ziekte op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bestaat.
Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting
Afdeling 5. Bouwproces
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Algemene verplichtingen inzake bouwplaatsen en verplichtingen in verband met het ontwerp van een bouwwerk
§ 3. Verplichtingen in verband met de totstandbrenging van een bouwwerk
Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 8. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw
Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Onderwijs
§ 2. Vervoer
§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
§ 1. Onderwijs
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
§ 2. Vervoer
§ 4. Jeugdigen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Zorgplicht, maatregelen en nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.33
Vervallen
Artikel 4.32
Vervallen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische stoffen en kankerverwekkende of mutagene processen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 8. Fosforlucifers
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 9. Biologische agentia
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 5. De ondernemingsraad
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 1. Fysieke belasting
§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés
Afdeling 3. Lawaai
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 2. Beeldschermwerk
§ 1. Vervoer
§ 2. Justitiële inrichtingen
§ 1. Vervoer
§ 3. Thuiswerkers
§ 6. Onderwijs
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
§ 3. Jeugdigen
§ 2. Verplichtingen
Afdeling 5. Werken onder overdruk
§ 5. Thuiswerkers
§ 6. Onderwijs
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
§ 3. Jeugdigen
§ 2. Justitiële inrichtingen
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
Afdeling 3
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
§ 1. Afstemming
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
§ 2. Eis tot naleving
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6.11a. Definities, grenswaarden en actiewaarden
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. richtlijn: richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (PbEG 2002, L 177);
- b. hand-armtrillingen: mechanische trillingen die, wanneer zij op het hand-armsysteem van de mens worden overgebracht, risico's voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers inhouden, met name vaat-, bot- of gewrichts-, zenuw- of spieraandoeningen;
- c. lichaamstrillingen: mechanische trillingen die, wanneer zij op het lichaam in zijn geheel worden overgebracht, risico's voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers inhouden, met name aandoeningen van de lage rug en beschadigingen van de wervelkolom.
Voor de hand-armtrillingen wordt:
- a. de grenswaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 5m/s2;
- b. de actiewaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 2,5m/s2.
Voor lichaamstrillingen wordt:
- a. de grenswaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 1,15 m/s2;
- b. de actiewaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 0,5 m/s2.
§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Artikel 6.11b. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen en meten
In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden de niveaus van de mechanische trillingen waaraan de werknemer wordt blootgesteld, beoordeeld en indien nodig gemeten.
De beoordeling en de meting worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende tussenpozen uitgevoerd.
De beoordeling en de meting vinden plaats voor hand-armtrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel A en voor lichaamstrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel B van de bijlage bij de richtlijn.
De resultaten van de meting worden in een passende vorm bewaard zodat latere raadpleging mogelijk is.
Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:
- a. het niveau, de aard en de duur van de blootstelling, met inbegrip van eventuele blootstelling aan periodieke trillingen of herhaalde schokken;
- b. de vastgelegde grenswaarden en actiewaarden voor de blootstelling, bedoeld in artikel 6.11a, tweede en derde lid;
- c. mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers met een verhoogd risico;
- d. mogelijke indirecte gevolgen voor de veiligheid van werknemers die worden veroorzaakt door de wisselwerking tussen mechanische trillingen en de arbeidsplaats of andere arbeidsmiddelen;
- e. de informatie die door fabrikanten van de arbeidsmiddelen is verstrekt;
- f. het bestaan van vervangend materieel dat ontworpen is om de niveaus van blootstelling aan mechanische trillingen te verminderen;
- g. voortzetting van de blootstelling aan lichaamstrillingen buiten normale werktijd onder verantwoordelijkheid van de werkgever;
- h. bijzondere arbeidsomstandigheden, zoals het werken bij lage temperaturen;
- i. door de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in artikel 6.11e, verkregen relevante informatie, met inbegrip van gepubliceerde informatie, voorzover dat mogelijk is.
De beoordeling wordt regelmatig herzien, in ieder geval indien gewijzigde omstandigheden of resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld artikel 6.11e, hiertoe aanleiding geven.
Artikel 6.11c. Voorkomen of beperken van schadelijke trillingen
Indien de actiewaarden, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, worden of kunnen worden overschreden, wordt, met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, en in het daarbij behorende plan van aanpak aandacht besteed aan:
- a. alternatieve werkmethoden die de noodzaak van blootstelling aan mechanische trillingen verminderen;
- b. de keuze van de juiste arbeidsmiddelen, ergonomisch goed ontworpen en zo weinig mogelijk trillingen veroorzakend, rekening houdend met het te verrichten werk;
- c. de verstrekking van hulpmiddelen om het risico van gezondheidsschade ten gevolge van trillingen te voorkomen;
- d. passende onderhoudsprogramma's voor de arbeidsmiddelen, de arbeidsplaats en de systemen op de arbeidsplaats;
- e. het ontwerp en de indeling van de arbeidsplaats;
- f. een adequate voorlichting en opleiding van de werknemers, opdat zij de arbeidsmiddelen veilig en juist gebruiken, zodanig dat de blootstelling aan mechanische trillingen zo gering mogelijk is;
- g. beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling;
- h. passende werkschema's met voldoende rustpauzes;
- i. het verschaffen van kleding die de blootgestelde werknemers beschermt tegen kou en vocht.
Werknemers worden niet blootgesteld aan trillingen boven de grenswaarde voor blootstelling, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a.
Indien de grenswaarde toch wordt overschreden:
- a. worden onverwijld maatregelen getroffen om de blootstelling terug te brengen tot onder de grenswaarde voor blootstelling;
- b. wordt de oorzaak van de overschrijding van de grenswaarde onderzocht;
- c. worden de beschermings- en preventiemaatregelen aangepast om te voorkomen dat de grenswaarde opnieuw wordt overschreden.
De werkgever stemt de maatregelen af op de behoeften van werknemers met een verhoogd risico.
Artikel 6.11d. Voorlichting en onderricht
Aan werknemers die aan risico’s in verband met mechanische trillingen op het werk worden blootgesteld, worden doeltreffende voorlichting en doeltreffend onderricht gegeven over:
- a. maatregelen die zijn genomen om de risico's in verband met mechanische trillingen weg te nemen of tot een minimum te beperken;
- b. de grenswaarden en actiewaarden voor blootstelling;
- c. de resultaten van de overeenkomstig artikel 6.11b verrichte beoordelingen en metingen van mechanische trillingen en de gezondheidsschade die de gebruikte arbeidsmiddelen kunnen veroorzaken;
- d. het nut van en de methode voor het opsporen en melden van symptomen van gezondheidsschade;
- e. de omstandigheden waarin werknemers recht hebben op arbeidsgezondheidskundig onderzoek;
- f. veilige werkmethoden om de blootstelling aan mechanische trillingen tot een minimum te beperken.
Artikel 6.11e. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek inzake trillingen
Iedere werknemer die voor de eerste keer wordt belast met werkzaamheden die blijkens de beoordeling, bedoeld in artikel 6.11b, eerste lid, gevaren kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid, wordt in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om vóór de aanvang van de werkzaamheden een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
Indien bij een werknemer een aandoening wordt geconstateerd die het gevolg zou kunnen zijn van blootstelling aan mechanische trillingen, worden werknemers, die op soortgelijke wijze zijn blootgesteld aan mechanische trillingen, tussentijds in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
Op verzoek van de werkgever of de betrokken werknemer wordt het arbeidsgezondheidskundig onderzoek opnieuw uitgevoerd. De resultaten van het hernieuwde onderzoek treden in de plaats van het daaraan voorafgaande.
Wanneer bij een werknemer als gevolg van blootstelling aan mechanische trillingen een aantoonbare ziekte of een schadelijke invloed op de gezondheid is vastgesteld, wordt hij door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst, geïnformeerd over de wijze waarop hij na beëindiging van de blootstelling in de gelegenheid wordt gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
§ 3. Thuiswerkers
§ 1. Vervoer
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 3a. Trillingen
Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling
Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling
§ 6. Onderwijs
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
§ 3. Jeugdigen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
§ 1. Afstemming
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Artikel 9.17a. Ontheffing voorschriften met betrekking tot trillingen
Ontheffing van artikel 6.11c, tweede lid, kan uitsluitend worden verleend indien:
- a. de blootstelling gewoonlijk onder de actiewaarden, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, blijft;
- b. de overschrijding incidenteel van aard is;
- c. de gemiddelde blootstelling over een periode van 40 uur onder de grenswaarde voor blootstelling blijft;
- d. er bewijzen zijn dat de risico's van het blootstellingspatroon geringer zijn dan de risico's van blootstelling aan de grenswaarde voor blootstelling;
- e. de hieruit voortvloeiende risico’s tot een minimum beperkt worden;
- f. de betrokken werknemers en de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers vooraf over de aard en inhoud van de aanvraag tot ontheffing geraadpleegd zijn, en
- g. de betrokken werknemers onder verscherpt gezondheidstoezicht staan.
Artikel 9.17b. Vrijstelling zeeschepen en luchtvaartuigen
Voor zeeschepen en luchtvaartuigen kan vrijstelling van artikel 6.11c, tweede lid, worden verleend, voorzover het betreft de grenswaarde, bedoeld in artikel 6.11a, derde lid, onderdeel a, indien:
- a. het gezien de stand van de techniek en de specifieke kenmerken van de arbeidsplaats, ondanks de uitvoering van technische en/of organisatorische maatregelen, niet mogelijk is om te voldoen aan de grenswaarde voor blootstelling aan lichaamstrillingen;
- b. de hieruit voortvloeiende risico’s tot een minimum beperkt worden, en
- c. de betrokken werknemers onder verscherpt gezondheidstoezicht staan.
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)