Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)

Type AMvB
Publication 2026-04-09
State In force
Source BWB
artikelen 1317
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op mijnbouwinstallaties worden branddetectie- en brandbeschermingssystemen, inrichtingen voor brandblussing of branddoving en alarmsystemen afgeschermd tegen ongelukken en wel op zodanige wijze dat hun functies in noodgevallen operationeel blijven. Zo nodig worden dergelijke systemen in dubbele uitvoering aangebracht.

Artikel 3.37v. Noodplan

1.

Er wordt een noodplan opgesteld voor het geval dat iemand overboord valt of de arbeidsplaats moet worden geëvacueerd.

2.

Het noodplan, dat is gebaseerd op het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, voorziet in het gebruik van bijstandsboten en helicopters en bevat criteria voor de capaciteit en de reactietijd daarvan. De vereiste reactietijd wordt in het veiligheids- en gezondheidsdocument van elke installatie vermeld.

3.

Bij het opstellen of wijzigen van het noodplan wordt, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg gevoerd met de belanghebbende werknemers. Over het noodplan en wijzigingen daarop wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers en zelfstandigen, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk, in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.

4.

De werkgever zorgt ervoor dat desgewenst kennis kunnen nemen van het noodplan:

5.

Een afschrift van het noodplan wordt gezonden aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, aan de belanghebbende werknemers en de toezichthouder.

6.

De bijstandsboten zijn doelmatig ontworpen en uitgerust en voldoen aan de eisen in verband met evacuatie en redding.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met derde lid.

Artikel 3.37w. Verblijfsaccommodatie

1.

In aanvulling op artikel 3.21 wordt, wanneer de aard, de omvang en de duur van de werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie zulks vereisen, de nodige verblijfsaccommodatie ter beschikking gesteld.

2.

Leidingen die in geval van lekkage direct gevaar voor de gezondheid kunnen opleveren worden buiten de accommodatie en de hiermee in verbinding staande gangen gehouden. Deze accommodatie:

3.

De verblijfsaccommodatie is voorzien van voldoende bedden of kooien, rekening houdend met het aantal werknemers dat naar verwachting in de installatie zal slapen. In een slaapverblijf bevinden zich ten hoogste twee slaapplaatsen.

4.

Elke verblijfsaccommodatie beschikt over voldoende plaats voor het opbergen van kleding.

Artikel 3.37x. Kookgelegenheid

Vervallen

Artikel 3.37y. Veiligheid en stabiliteit

Tijdens de plaatsing van een mijnbouwinstallatie worden alle noodzakelijke maatregelen genomen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te waarborgen.

Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 5. Ontspanningsruimten en andere voorzieningen

Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens

§ 3. Justitiële inrichtingen

§ 3. Justitiële inrichtingen

§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

§ 2. Vervoer

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations

§ 4. Jeugdigen

§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 2. Vervoer

§ 3. Justitiële inrichtingen

Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Artikel 4.32

Vervallen

Artikel 4.33

Vervallen

Artikel 4.34

Vervallen

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie

§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling

§ 6. Bijzondere bepalingen inzake crocidoliet en crocidoliethoudende producten

§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 6A. Vluchtige organische stoffen

Afdeling 3

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 9. Biologische agentia

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Verbodsbepalingen

§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 6. Certificatie

§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

§ 6. Certificatie

§ 5. De ondernemingsraad

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

Afdeling 9. Biologische agentia

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

§ 2. Jeugdigen

§ 2. Justitiële inrichtingen

§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 4. Thuiswerkers

§ 4. Thuiswerkers

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 3. Thuiswerkers

§ 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai

§ 2. Justitiële inrichtingen

Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 1. Algemeen

§ 2. Verplichtingen

§ 2. Verplichtingen

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

§ 3. Jeugdigen

§ 4. Zwangere werknemers

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

§ 3. Jeugdigen

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 6. Onderwijs

§ 1. Afstemming

Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem

§ 1. Afstemming

§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen

§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.5a. Toepasselijkheid

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

Artikel 3.5b. Samenwerking en coördinatie

1.

Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van de wet worden aangewezen de werkzaamheden verricht op arbeidsplaatsen waar explosieve atmosferen heersen of kunnen optreden.

2.

In aanvulling op artikel 19, tweede lid, van de wet coördineert de werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid.

Artikel 3.5c. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie; explosieveiligheidsdocument

1.

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico's die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

2.

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:

3.

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden tevens ruimten in aanmerking genomen die via openingen verbonden zijn of kunnen worden verbonden met ruimten waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen.

4.

In het explosieveiligheidsdocument zijn ten minste vermeld:

Artikel 3.5d. Algemene preventieve maatregelen

1.

Doeltreffende maatregelen zijn genomen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer op de arbeidsplaats te voorkomen.

2.

Indien het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer, gezien de aard van het werk niet mogelijk is, worden in de hieronder aangegeven volgorde de volgende maatregelen genomen:

3.

In aanvulling op de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de mogelijkheid tot uitbreiding van een explosie beperkt.

4.

Indien werknemers of anderen door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen, wordt, in aanvulling op het eerste tot en met het derde lid, de arbeidsplaats zodanig ingericht dat veilig kan worden gewerkt en wordt er op de arbeid passend toezicht, met inbegrip van het gebruik van passende technische middelen, uitgeoefend. De inhoud en de mate van het toezicht is afhankelijk van de uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, gebleken gevaren.

5.

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).

6.

Gevarenzones worden gemarkeerd door middel van waarschuwingsborden die voldoen aan de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8.

Artikel 3.5e. Maatregelen in gevarenzones

In de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot de installaties in gebieden zonder explosiegevaar die vereist zijn voor of bijdragen tot het explosieveilig gebruik van installaties die zich op plaatsen bevinden waar explosiegevaar heerst, worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:

Artikel 3.5f. Bijzondere maatregelen

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, hiertoe de noodzaak is gebleken, worden in aanvulling op artikel 3.5e de volgende maatregelen genomen:

§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever

§ 1. Vervoer

§ 2. Thuiswerkers

Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

§ 2. Vervoer

§ 3. Justitiële inrichtingen

§ 4. Jeugdigen

Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Vervoer

§ 1. Onderwijs

§ 1. Onderwijs

§ 3. Justitiële inrichtingen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen

§ 1. Onderwijs

Afdeling 3

Artikel 4.32

Vervallen

Artikel 4.33

Vervallen

Artikel 4.34

Vervallen

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 3

§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie

§ 4. Maatregelen bij specifieke omstandigheden

§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens

§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 3

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 6. Certificatie

§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 6. Certificatie

Afdeling 9. Biologische agentia

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

§ 6. Toezicht

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

Afdeling 9. Biologische agentia

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 6. Toezicht

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 1. Fysieke belasting

§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 1. Algemeen

§ 1. Vervoer

§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 2. Beeldschermwerk

Afdeling 2. Beeldschermwerk

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

Afdeling 3. Lawaai

§ 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 2. Voorschriften met betrekking tot kunstmatige optische straling

§ 2. Verplichtingen

Afdeling 4b. Elektromagnetische velden

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 4. Zwangere werknemers

§ 3. Diverse bepalingen

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 5. Werken onder overdruk

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

§ 5. Thuiswerkers

§ 5. Thuiswerkers

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 1. Vervoer

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Afdeling 3

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

§ 1. Afstemming

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.3a. Toepasselijkheid vervoergebonden inrichtingen

1.

In dit artikel wordt verstaan onder opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van die stoffen en de overbrenging daarvan naar of van een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en de betrokken gevaarlijke stoffen in hun oorspronkelijke verpakking blijven.

2.

Ten aanzien van een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en bestemd is voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten, waarin gevaarlijke stoffen krachtens omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezig mogen zijn, kan voor de toepassing van deze afdeling de berekening van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 2.3, achterwege blijven.

Artikel 2.3b. Uitzonderingen toepassingsgebied

1.

Deze afdeling is:

Artikel 2.5a. Nadere voorschriften betreffende veiligheidsbeheerssysteem

1.

Voor het uitvoeren van het beleid, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, is een veiligheidsbeheerssysteem aanwezig. Het veiligheidsbeheerssysteem is afgestemd op de gevaren, de industriële werkzaamheden en de complexiteit van de organisatie in de inrichting en is gebaseerd op de evaluatie van de risico's. In het veiligheidsbeheerssysteem is dat gedeelte van het algemene beheerssysteem opgenomen waaronder de organisatorische structuur, verantwoordelijkheden, gebruiken, procedures, procedés en hulpmiddelen die het mogelijk maken het beleid, bedoeld in de eerste zin, vast te stellen en uit te voeren.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het veiligheidsbeheerssysteem.

Artikel 2.5b. Intern noodplan

1.

Ten behoeve van de planning voor noodsituaties en de externe communicatie ter zake wanneer zich een zwaar ongeval voordoet, wordt door de werkgever schriftelijk een intern noodplan opgesteld dat wordt gebaseerd op de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, de getroffen maatregelen, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, en het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a.

2.

Bij het opstellen of wijzigen van het intern noodplan wordt, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg gevoerd met de belanghebbende werknemers. Over het intern noodplan en de wijziging daarvan wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot opdracht of aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.

3.

Het intern noodplan wordt zo vaak als nodig en tenminste eenmaal per drie jaar beproefd, geëvalueerd en indien nodig gewijzigd. Daarbij houdt de werkgever rekening met in de het bedrijf of de inrichting toegepaste werk- en productiemethoden en de bij de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet, aangebrachte veranderingen van technische of organisatorische aard en veranderingen in het veiligheidsinzicht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kunnen hebben. De resultaten van de beproeving en evaluatie worden schriftelijk vastgelegd door de werkgever.

4.

De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet, de deskundigen en arbodiensten, bedoeld in de artikelen 13, 14 en 14a van de wet, alsmede de werknemers van andere werkgevers, de zelfstandigen en werkgevers die de arbeid zelf verrichten, bedoeld in artikel 16, zevende lid, van de wet, die mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn, desgewenst kennis kunnen nemen van het intern noodplan.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die in het intern noodplan worden opgenomen, en de beproeving en evaluatie van het intern noodplan.

Artikel 2.5c. Wijzigingen en periodieke evaluatie

1.

In geval van wijziging van een installatie, de opzet of organisatie van het bedrijf of de inrichting, een proces dan wel de aard of fysische vorm van of de hoeveelheden gevaarlijke stoffen, die belangrijke gevolgen kan hebben voor de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen, werkt de werkgever, indien hij dat niet reeds ter voldoening aan voorschriften bij of krachtens dit besluit heeft gedaan, zo nodig bij:

2.

Onverminderd het eerste lid, wordt de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder a, zo vaak als nodig en tenminste eenmaal per vijf jaar geëvalueerd.

Artikel 2.5d. Deskundige bijstand

1.

In aanvulling op artikel 14, eerste lid, van de wet laat de werkgever zich bij de volgende taken bijstaan door een deskundige als bedoeld in artikel 2.7:

2.

Onder de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, wordt mede begrepen het adviseren over de uitvoering ervan.

Artikel 2.5e. In het bedrijf of inrichting werkzame andere werkgevers en zelfstandigen

De werkgever, die het bedrijf of inrichting, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.4, eerste lid, exploiteert, de werkgever, niet zijnde werkgever die het bedrijf of inrichting, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.4, eerste lid, exploiteert, wiens werknemers in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn, en de in het bedrijf of de inrichting werkzame zelfstandige en werkgever die de arbeid zelf verricht, geven onverminderd hun eigen verantwoordelijkheid gezamenlijk en in overleg uitvoering aan het bepaalde bij of krachtens deze afdeling met betrekking tot de bescherming van de veiligheid en gezondheid van de in het bedrijf of de inrichting werkzame werknemers, zelfstandige en werkgever die de arbeid zelf verricht.

Artikel 2.5f. Naburige bedrijven of inrichtingen

1.

Indien een zwaar ongeval gevolgen kan hebben voor de veiligheid of gezondheid van werknemers in naburige bedrijven of inrichtingen, verstrekt de werkgever uit eigen beweging aan de betreffende bedrijven of inrichtingen op passende wijze algemene gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het risico voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers in het naburige bedrijf of inrichting.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Artikel 2.5g. Bedrijven of inrichtingen op bedrijventerrein

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder bedrijventerrein: een ruimtelijk aaneengesloten of functioneel verbonden terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door vestigingen ten behoeve van handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie.

2.

Indien zich meer bedrijven of inrichtingen, waarop deze afdeling van toepassing is, op hetzelfde bedrijventerrein bevinden, wisselen de daarvoor verantwoordelijke werkgevers gegevens uit die noodzakelijk zijn om rekening te kunnen houden met de aard en omvang van het risico van een zwaar ongeval, ten behoeve van het beleid voor zware ongevallen, het veiligheidsbeheerssysteem en het intern noodplan.

3.

De werkgevers, bedoeld in het tweede lid, werken samen met het oog op de voorlichting aan naburige bedrijven en inrichtingen, indien zij dat niet reeds ter voldoening aan artikel 2.5f doen, en het publiek.

4.

Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.

Artikel 2.5h. Melding aan toezichthouder algemeen

1.

De werkgever, op wiens bedrijf of inrichting deze afdeling van toepassing is, meldt dit zo spoedig mogelijk aan de toezichthouder onder verstrekking van de volgende gegevens:

2.

De werkgever doet zo spoedig mogelijk een nieuwe melding als bedoeld in het eerste lid:

3.

In geval van een melding als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c of d, blijft deze afdeling nog dertig dagen na de dag van ontvangst van de melding door de toezichthouder van toepassing op het bedrijf of de inrichting.

Afdeling 1. Elektronische melding

Afdeling 4. Bedrijfshulpverlening

Afdeling 5. Bouwproces

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Algemene verplichtingen inzake bouwplaatsen en verplichtingen in verband met het ontwerp van een bouwwerk

§ 3. Verplichtingen in verband met de totstandbrenging van een bouwwerk

Afdeling 5. Bouwproces

Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting

Afdeling 5. Bouwproces

Afdeling 5. Bouwproces

§ 2. Thuiswerkers

Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen

Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever

§ 3. Voorzieningen in noodsituaties

§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw

§ 2. Vervoer

§ 3. Justitiële inrichtingen

Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen

§ 4. Jeugdigen

§ 3. Justitiële inrichtingen

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations

§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen

Artikel 4.32

Vervallen

Artikel 4.33

Vervallen

Artikel 4.32

Vervallen

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Verbodsbepalingen

§ 6. Bijzondere bepalingen inzake crocidoliet en crocidoliethoudende producten

§ 1. Definities en toepasselijkheid

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 6. Certificatie

§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht

§ 5. De ondernemingsraad

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 2. Verlichting

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 5. De ondernemingsraad

§ 2. Jeugdigen

Afdeling 2. Verlichting

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 2. Verlichting

Afdeling 2. Beeldschermwerk

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

§ 3. Thuiswerkers

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

Afdeling 3. Lawaai

Afdeling 3a. Trillingen

§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen

§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen

Afdeling 5. Werken onder overdruk

Afdeling 5. Werken onder overdruk

§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte

§ 1. Vervoer

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 4. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 4. Zwangere werknemers

§ 5. Thuiswerkers

§ 6. Onderwijs

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

Afdeling 1. Verplichtingen van werkgever, thuiswerkgever, werknemer, thuiswerker, zelfstandige, meewerkende werkgever, degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn, opdrachtgever, ontwerpende partij, uitvoerende partij en lifteigenaar of -beheerder

§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen

§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

§ 1. Afstemming

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.37c. Toepasselijkheid

Deze afdeling is van toepassing op werkzaamheden met betrekking tot asbest of asbesthoudende producten indien de concentratie asbest hoger is dan honderd milligram per kilogram droge stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van het Productenbesluit asbest.

Artikel 4.45a. Aanvullende voorlichting

Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar voor blootstelling aan asbeststof bestaat, wordt doeltreffende voorlichting gegeven over:

§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 8. Fosforlucifers

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 3. Geluid

§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés

Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 3a. Trillingen

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen

§ 3. Thuiswerkers

§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 3. Lawaai

Afdeling 3a. Trillingen

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 6. Onderwijs

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem

§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen

Afdeling 4. Overgangs- en slotbepalingen

§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte

§ 2. Overtredingen

§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 1. Definities

§ 2. Arbodiensten en deskundigen

Artikel 2.14a. Taken deskundigen

1.

Bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt bijstand verleend door een deskundige die in het bezit is van tenminste een van de certificaten, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

2.

Bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van de wet wordt bijstand verleend door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

3.

Ten aanzien van de deskundigen en bedrijfsartsen zijn de artikelen 2.9, 2.11 en 2.12 van overeenkomstige toepassing.

§ 3. Uitzonderingen

Artikel 2.14b. Uitzondering bijstand risico-inventarisatie en -evaluatie

1.

Bij de toepassing van artikel 14, twaalfde lid, van de wet wordt buiten beschouwing gelaten de tijdsduur van arbeid verricht door een directeur-grootaandeelhouder onderscheidenlijk de persoon van directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder.

2.

Het model, bedoeld in artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

4.

De werkgever houdt bij het gebruikmaken van het model of het instrument rekening met de specifieke omstandigheden in het bedrijf of de inrichting.

Artikel 2.14c. Uitzondering bijstand ziekteverzuim

De verplichting een deskundige of een arbodienst in te schakelen bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de wet geldt niet ten aanzien van de werkgever die uitsluitend:

Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting

Afdeling 5. Bouwproces

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Algemene verplichtingen inzake bouwplaatsen en verplichtingen in verband met het ontwerp van een bouwwerk

§ 3. Verplichtingen in verband met de totstandbrenging van een bouwwerk

Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 8. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen

Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever

Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw

Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 1. Onderwijs

§ 2. Vervoer

§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia

§ 1. Onderwijs

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen

§ 2. Vervoer

§ 4. Jeugdigen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Zorgplicht, maatregelen en nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie

Artikel 4.32

Vervallen

Artikel 4.33

Vervallen

Artikel 4.32

Vervallen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische stoffen en kankerverwekkende of mutagene processen

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 8. Fosforlucifers

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 9. Biologische agentia

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 5. De ondernemingsraad

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 1. Fysieke belasting

§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés

Afdeling 3. Lawaai

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 2. Beeldschermwerk

§ 1. Vervoer

§ 2. Justitiële inrichtingen

§ 1. Vervoer

§ 3. Thuiswerkers

§ 6. Onderwijs

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

§ 3. Jeugdigen

§ 2. Verplichtingen

Afdeling 5. Werken onder overdruk

§ 5. Thuiswerkers

§ 6. Onderwijs

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

§ 3. Jeugdigen

§ 2. Justitiële inrichtingen

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

Afdeling 3

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

§ 1. Afstemming

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats

§ 2. Eis tot naleving

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 6.11a. Definities, grenswaarden en actiewaarden

1.

In deze afdeling wordt verstaan onder:

2.

Voor de hand-armtrillingen wordt:

3.

Voor lichaamstrillingen wordt:

§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Artikel 6.11b. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen en meten

1.

In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden de niveaus van de mechanische trillingen waaraan de werknemer wordt blootgesteld, beoordeeld en indien nodig gemeten.

2.

De beoordeling en de meting worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende tussenpozen uitgevoerd.

3.

De beoordeling en de meting vinden plaats voor hand-armtrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel A en voor lichaamstrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel B van de bijlage bij de richtlijn.

4.

De resultaten van de meting worden in een passende vorm bewaard zodat latere raadpleging mogelijk is.

5.

Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:

6.

De beoordeling wordt regelmatig herzien, in ieder geval indien gewijzigde omstandigheden of resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld artikel 6.11e, hiertoe aanleiding geven.

Artikel 6.11c. Voorkomen of beperken van schadelijke trillingen

1.

Indien de actiewaarden, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, worden of kunnen worden overschreden, wordt, met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, en in het daarbij behorende plan van aanpak aandacht besteed aan:

2.

Werknemers worden niet blootgesteld aan trillingen boven de grenswaarde voor blootstelling, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a.

3.

Indien de grenswaarde toch wordt overschreden:

4.

De werkgever stemt de maatregelen af op de behoeften van werknemers met een verhoogd risico.

Artikel 6.11d. Voorlichting en onderricht

Aan werknemers die aan risico’s in verband met mechanische trillingen op het werk worden blootgesteld, worden doeltreffende voorlichting en doeltreffend onderricht gegeven over:

Artikel 6.11e. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek inzake trillingen

1.

Iedere werknemer die voor de eerste keer wordt belast met werkzaamheden die blijkens de beoordeling, bedoeld in artikel 6.11b, eerste lid, gevaren kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid, wordt in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om vóór de aanvang van de werkzaamheden een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

2.

Indien bij een werknemer een aandoening wordt geconstateerd die het gevolg zou kunnen zijn van blootstelling aan mechanische trillingen, worden werknemers, die op soortgelijke wijze zijn blootgesteld aan mechanische trillingen, tussentijds in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

3.

Op verzoek van de werkgever of de betrokken werknemer wordt het arbeidsgezondheidskundig onderzoek opnieuw uitgevoerd. De resultaten van het hernieuwde onderzoek treden in de plaats van het daaraan voorafgaande.

4.

Wanneer bij een werknemer als gevolg van blootstelling aan mechanische trillingen een aantoonbare ziekte of een schadelijke invloed op de gezondheid is vastgesteld, wordt hij door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst, geïnformeerd over de wijze waarop hij na beëindiging van de blootstelling in de gelegenheid wordt gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

§ 3. Thuiswerkers

§ 1. Vervoer

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 3a. Trillingen

Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling

Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling

§ 6. Onderwijs

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

§ 3. Jeugdigen

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

§ 1. Afstemming

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Artikel 9.17a. Ontheffing voorschriften met betrekking tot trillingen

Ontheffing van artikel 6.11c, tweede lid, kan uitsluitend worden verleend indien:

Artikel 9.17b. Vrijstelling zeeschepen en luchtvaartuigen

Voor zeeschepen en luchtvaartuigen kan vrijstelling van artikel 6.11c, tweede lid, worden verleend, voorzover het betreft de grenswaarde, bedoeld in artikel 6.11a, derde lid, onderdeel a, indien:

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)