Wet van 24 april 1997, houdende verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid en een uitkeringsregeling in verband met bevalling voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen)
Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van dertien weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
Artikel 34. Melding tijdens zwangerschap
Vervallen
§ 1. Melding
Artikel 35. Toekenning arbeidsongeschiktheidsuitkering
De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt op aanvraag toegekend.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de verzekerde schriftelijk in kennis van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag uiterlijk vier maanden voor de datum waarop het in artikel 7, tweede lid, genoemde tijdvak van 52 weken eindigt.
Het tweede lid is niet van toepassing, indien de verzekerde de melding, bedoeld in artikel 33, eerste lid, niet of niet tijdig heeft gedaan. Indien de verzekerde deze melding niet tijdig heeft gedaan, geldt de in het tweede lid bedoelde verplichting voor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk drie maanden nadat de verzekerde de melding heeft gedaan.
De verzekerde die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van de uitkering, doet zijn aanvraag binnen negen maanden na aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid.
Onverminderd hetgeen in deze wet terzake van herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is bepaald wordt ten aanzien van personen die na 1 juli 1954 zijn geboren, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald tijdstip door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bezien of er in verband met wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het tijdstip kan voor verschillende groepen van personen verschillend worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de eerste zin niet van toepassing is op bepaalde groepen van personen.
Ten aanzien van personen die na 1 juli 1954 maar voor 2 juli 1959 zijn geboren en die voor 22 februari 2007 op grond van het vijfde lid zijn herbeoordeeld, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bezien of er per 22 februari 2007 in verband met een wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening, heropening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. De eerste zin is niet van toepassing op personen die op 22 februari 2007 reeds in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse zijn ingedeeld.
Op grond van de beoordeling, bedoeld in het zesde lid, wordt de mate van arbeidsongeschiktheid van de persoon, bedoeld in het zesde lid, die niet heeft verzocht om een nieuwe medische beoordeling, niet lager vastgesteld dan de mate van arbeidsongeschiktheid die voor die persoon gold op 21 februari 2007.
Een aanvraag is tijdig ingediend, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, niet heeft gedaan dan wel indien bij een latere kennisgeving dan bedoeld in het tweede lid de aanvraag wordt ingediend binnen vier weken nadat deze kennisgeving is ontvangen.
Indien de toepassing van het vierde lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de uitkering ambtshalve toe te kennen.
Artikel 36. Ingangsdatum uitkering
De arbeidsongeschiktheidsuitkering gaat in op de dag, met ingang waarvan de betrokkene aan de vereisten voor het recht op toekenning van die uitkering voldoet.
In afwijking van het eerste lid kan de uitkering niet vroeger ingaan dan een jaar voor de dag, waarop de aanvraag om toekenning dan wel voortzetting van de uitkering werd ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voor bijzondere gevallen van de eerste zin afwijken.
Toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt niet plaats, indien deze zou ingaan op of na de in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, bedoelde dag.
Artikel 37. Herziening en heropening op aanvraag of ambtshalve
Herziening dan wel heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt op aanvraag of ambtshalve plaats.
Artikel 38. Ingangsdatum herziening en heropening uitkering
De herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering gaat in op de dag, waarop de verzekerde op grond van deze wet voor een hogere of lagere uitkering in aanmerking komt.
Met betrekking tot de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, die een verhoging van die uitkering tot gevolg heeft, alsmede met betrekking tot de heropening van de uitkering is artikel 36, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
De herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter zake van afneming van de arbeidsongeschiktheid gaat in op de dag, aangegeven in de daartoe strekkende beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Indien de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze herziening niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding.
De heropening van de uitkering, bedoeld in artikel 21, gaat in op de dag, met ingang waarvan de betrokkene weer arbeidsongeschikt is geworden.
Heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt niet plaats, indien deze zou ingaan op of na de in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, bedoelde dag.
Artikel 39. Toekenning uitkering in verband met bevalling
Vervallen
Artikel 40. Toekenning vakantie-uitkering
De vakantie-uitkering wordt ambtshalve of, ingeval artikel 60, eerste lid, tweede zin, toepassing vindt, op aanvraag door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toegekend.
Artikel 41. Oproep en onderzoek door of namens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt de verzekerde oproepen of doen oproepen en op een door of vanwege het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bepalen plaats ondervragen of doen ondervragen in verband met de aanspraak op of het genot van arbeidsongeschiktheidsuitkering of de toekenning of verstrekking van een reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk 3A.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde personen op een door of namens hem te bepalen plaats door een of meer daartoe door hem aangewezen deskundigen doen onderzoeken.
De daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangewezen deskundige kan, ook zonder opdracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de in het eerste lid bedoelde personen oproepen, ondervragen, doen oproepen, doen ondervragen en onderzoeken of doen onderzoeken door een of meer door hem daartoe aangewezen deskundigen.
Artikel 42. Vergoeding kosten en tijdverlies
Opgeroepenen en, indien hun toestand geleide nodig maakt, mede hun geleiders, worden reiskosten, verblijfkosten en tijdverlies vergoed in de gevallen en volgens regels die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden vastgesteld.
Artikel 43. Voorschriften van medische of administratieve aard
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de personen, bedoeld in artikel 41, eerste lid, voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voorschrijven dat de personen, bedoeld in artikel 41, eerste lid, zich laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 44. Controlevoorschriften
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan controlevoorschriften vaststellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.
§ 3. Maatregelen en bestuurlijke boeten
Artikel 45. Gevolgen weigeren onderzoek
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk, indien een verzekerde als bedoeld in artikel 41, eerste lid, na tijdig te zijn opgeroepen niet is verschenen of heeft geweigerd:
- a. vragen te beantwoorden die zijn gesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige;
- b. zich te laten onderzoeken door de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daartoe aangewezen deskundige; of
- c. te voldoen aan het voorschrift, gegeven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige, om zich ter observatie te doen opnemen of te verblijven in een aangewezen inrichting.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig het eerste lid bij toeneming van de arbeidsongeschiktheid, voor zover deze toeneming kennelijk is voortgekomen uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan het niet voldoen aan de oproeping of de weigering plaatsvond.
Artikel 46. Gevolgen niet-naleving voorschriften
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig artikel 45, indien de verzekerde:
- a. de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige krachtens artikel 43 in het belang van een behandeling of genezing of tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegeven voorschriften zonder deugdelijke grond niet opvolgt;
- b. zich niet, zolang als het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige te kennen heeft gegeven dit noodzakelijk te achten, onder geneeskundige behandeling stelt of indien hij de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt;
- c. zich schuldig maakt aan gedragingen, waardoor zijn genezing wordt belemmerd of nalaat voldoende mee te werken om aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te verkrijgen;
- d. de controlevoorschriften, bedoeld in artikel 44, of de verplichting, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen of de verplichting, bedoeld in artikel 70, niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen;
- e. zijn arbeidsongeschiktheid opzettelijk heeft veroorzaakt;
- f. zich niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in artikel 35, vierde lid;
- g. zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid;
- h. indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de re-integratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet;
- i. indien de belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in de re-integratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of in het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet niet of niet behoorlijk is nagekomen;
- j. indien de belanghebbende die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn reïntegratieverplichtingen niet naleeft, de reden daarvan niet onmiddellijk aan het reïntegratiebedrijf heeft medegedeeld;
- k. zich niet onthoudt van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.
Artikel 47. Afstemming maatregel op ernst gedraging
Een maatregel als bedoeld in artikel 45 of 46 wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging kan worden verweten. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 70, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan het voorschrift, bedoeld in artikel 35, vierde lid, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting of het zich niet houden aan het voorschrift plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 48 wordt opgelegd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 48. Bestuurlijke boete bij niet-nakoming inlichtingenverplichting
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 70. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 70, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 70, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 70, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen.
Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 70, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 70, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 70, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 70 van deze wet of 12 van de Toeslagenwet, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering of toeslag is verleend.
In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd.
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijzigen.
Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 65a, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het dertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid.
Artikel 49. Voorschriften rond voorgenomen boete-oplegging
Vervallen
Artikel 50. Nadere regels tenuitvoerlegging bestuurlijke boete
Vervallen
Artikel 51. Niet-oplegging van boete
Vervallen
Artikel 52. Termijnstelling van boete
Vervallen
Artikel 53. Afwijking 8:69 Awb
Vervallen
Artikel 54. Invordering bestuurlijke boete
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in artikel 48, vijfde lid, met een uitkering op grond van deze wet, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, die de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt.
Onverminderd het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft.
De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaanden wet, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan de persoon aan wie de boete is opgelegd.
Zolang de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in artikel 48, negende lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
- a. is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
- b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.
Afdeling 3. De betaling van de uitkering
Artikel 55. Betaalbaarstelling
De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaalbaar gesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De betaling geschiedt als regel in tijdvakken van een maand.
Onverminderd het tweede lid, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op of schorst het de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat:
- a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
- b. recht op een lagere uitkering bestaat;
- c. de verzekerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 45, 46 of 70 niet of niet behoorlijk is nagekomen.
Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd.
Wanneer de verzekerde, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, een ander machtigt om de uitkering in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstijdvak, aanvangende na de dag waarop de machtiging wordt ingediend, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening onderscheidenlijk de mededeling.
Indien een reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon aan wie een uitkering is toegekend onvoldoende medewerking verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling van de uitkering aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 55a. Opschorting en hervatting betaalbaarstelling
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op indien de persoon aan wie de uitkering is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.
De betaling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt hervat indien de betrokkene daartoe een aanvraag indient en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is gebleken dat hij feitelijk buiten Nederland woont of verblijf houdt.
Artikel 56. Inhouding vereveningsbijdrage
Vervallen
Artikel 57. Betaling aan instellingen
Indien de verzekerde aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg en op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan de verzekerde zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
Indien aan degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en hij op grond van die wet hiervoor een bijdrage is verschuldigd, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd die uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan de verzekerde, aan wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, dat voor de gemeente de bijdrage int.
Indien de verzekerde, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de desbetreffende inrichting of van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden inwilligen.
Indien het eerste of tweede lid toepassing vindt, heeft de in het derde lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dat niet aan de in het eerste of tweede lid genoemde instantie wordt uitbetaald.
Een herziening van de uitkering op grond van het eerste of tweede lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
Artikel 58. Inkomsten uit arbeid tijdens uitkering
Indien de verzekerde, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet doordat hij arbeid is gaan verrichten, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar niet aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:
- a. niet betaald, indien het inkomen zodanig is, dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of
- b. indien onderdeel a niet van toepassing is, betaald tot een bedrag ter grootte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld, indien die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, zou zijn.
Na afloop van het in de aanhef genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel 2, vierde lid.
Indien degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in dienstbetrekking arbeid als bedoeld in het eerste lid verricht of heeft verricht, wordt het loon geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan.
Het in het eerste lid, aanhef, genoemde tijdvak van vijf jaar vangt aan op de eerste dag waarop het eerste lid, onderdeel a of b, is toegepast. Indien diegene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en ten aanzien van wie het eerste lid, onderdeel a of b, is toegepast andere arbeid gaat verrichten, dan vangt een nieuw tijdvak als bedoeld in het eerste lid aan op de eerste dag dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege het verrichten van die andere arbeid wordt vastgesteld door toepassing van het eerste lid, onderdeel a of b.
Indien op de laatste dag van het in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar inkomen wordt genoten, maar geen arbeid wordt verricht, wordt dit tijdvak verlengd tot en met de laatste dag waarop dat inkomen wordt genoten.
Indien degene, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet, dat bestaat uit loon ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, is het eerste lid voor onbeperkte duur van toepassing.
Onze Minister kan bepalen dat het eerste lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van bepaalde groepen personen.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder inkomen en loon als bedoeld in dit artikel wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
Bij de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in het eerste lid, kan loon niet meer dan eenmaal in aanmerking worden genomen.
Artikel 59. Samenloop met Wet WIA-uitkeringen
Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid een herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen 12 tot en met 17 plaatsvindt of een anticumulatie als bedoeld in artikel 58 is of wordt beëindigd en een recht ontstaat op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen uit hoofde van een dienstbetrekking die is aangevangen na het intreden van arbeidsongeschiktheid op grond waarvan een recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen overtreft, en in geval van een herziening in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die uitkeringen recht bestaat, voorzover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is berekend.
Het eerste lid is niet van toepassing op de persoon die een uitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering van de verzekerde op wie artikel 58 van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkering nadat bedoeld artikel toepassing heeft gevonden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld:
- a. met betrekking tot het eerste lid;
- b. ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met de in het eerste lid bedoelde uitkeringen in situaties waarin deze leden niet of onvoldoende voorzien.
Artikel 60. Betaling van vakantie-uitkering
De betaling van de vakantie-uitkering vindt eenmaal per jaar plaats in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei eindigt, in de desbetreffende maand. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de vakantie-uitkering op een ander tijdstip betalen, mits die betaling plaatsvindt over een of meer voorliggende maanden waarover reeds recht op vakantie-uitkering bestaat.
De artikelen 55, 57 en 61 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vakantie-uitkering, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald.
Artikel 61. Overlijdensuitkering
Na het overlijden van de verzekerde, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, wordt met ingang van de dag na het overlijden, de uitkering in de vorm van een overlijdensuitkering betaald:
- a. aan de langstlevende van de echtgenoten;
- b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
- c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde.
De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering over één maand, doch niet over de zaterdagen en de zondagen, berekend naar de hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de verzekerde.
In verband met het overlijden van de verzekerde aan wie een uitkering is toegekend, is artikel 19, eerste lid, onderdeel a niet van toepassing.
De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op aanvraag aan de rechthebbende of rechthebbenden, bedoeld in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald.
De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens betaald.
Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat over na het overlijden gelegen dagen reeds is betaald.
Artikel 62. Verjaringstermijn
Uitkeringen op grond van deze wet die niet in ontvangst zijn genomen of zijn ingevorderd binnen twee jaren na de dag van betaalbaarstelling, worden niet meer betaald.
Artikel 63. Terugvordering
De uitkering, de loonsuppletie, bedoeld in artikel 67a, de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 67b, en de voorziening, bedoeld in artikel 67c die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 18 onverschuldigd is verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
De uitkering die onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de werkgever teruggevorderd, indien de werkgever de uitkering op grond van artikel 629, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in mindering heeft kunnen brengen op het loon.
In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd:
- a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
- b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
- c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
- d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
De in het derde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 70.
De in het derde lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
- a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en
- b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 70.
Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
De persoon van wie of de instelling waarvan wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
Artikel 64. Invordering bij dwangbevel
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 63, eerste en tweede lid, invorderen bij dwangbevel.
Artikel 54 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
Artikel 65. Nadere regelgeving
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald;
- b. de aanvraag van loonsuppletie als bedoeld in artikel 67a, van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 67b, de termijn waarbinnen die aanvraag wordt ingediend, alsmede de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden, en de aanvraag van een voorziening als bedoeld in artikel 67c.
Artikel 66. Onvervreemdbaarheid van verstrekkingen
Onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding en belening zijn:
- a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
- b. de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 10;
- c. de vakantie-uitkering;
- d. de loonsuppletie, bedoeld in artikel 67a;
- e. de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 67b.
Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
Elk beding, strijdig met dit artikel, is nietig.
Artikel 67. Niet voor beslag vatbare verstrekkingen
Niet vatbaar voor beslag zijn:
- a. de verhoging, bedoeld in artikel 10; en
- b. de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 61.
Hoofdstuk 4. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
Artikel 68. Samenloop aanspraken
Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid, houdt de rechter rekening met de aanspraken, die hij op grond van deze wet heeft.
Artikel 69. Regresrecht
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft voor de op grond van deze wet gemaakte kosten verhaal op de persoon die in verband met het veroorzaken van arbeidsongeschiktheid jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden.
Overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in plaats van het bedrag van de periodieke verstrekkingen de contante waarde daarvan vorderen.
De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.
Hoofdstuk 4. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
Artikel 70. Verplichting tot verstrekken van inlichtingen
De verzekerde, diens wettelijke vertegenwoordiger alsmede de instelling, bedoeld in artikel 57, waaraan arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of op het bedrag van de uitkering, dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
Op de verzekerde die aanspraak maakt op of recht heeft op vakantie-uitkering alsmede op diens wettelijke vertegenwoordiger, rusten overeenkomstige verplichtingen als omschreven in het eerste lid.
De verzekerde aan wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk 3A is verstrekt of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen, alsmede diens wettelijk vertegenwoordiger, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het reïntegratie-instrument.
Hoofdstuk 6. Financiering
Artikel 71. Financiering
Vervallen
Artikel 72. Maatstaf voor premieheffing
Vervallen
Artikel 72a. Middeling van premie-inkomen over 3 jaar
Vervallen
Artikel 73. Franchise en tarief
Vervallen
Artikel 74. Gemiddeld premiepercentage
Vervallen
Artikel 75. Heffing en invordering van premie
Vervallen
Artikel 76. Rijksbijdragen
Vervallen
Artikel 77. Nadere regels
Vervallen
Artikel 78. Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen
Vervallen
Artikel 79. Bedragen ten gunste van Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen
Vervallen
Artikel 80. Uitgaven ten laste van Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen
Vervallen
Hoofdstuk 4. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
Artikel 81. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
De verzekerde, bedoeld in artikel 3, is verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
In de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering wordt, behoudens de uitvoering die op grond van enig artikel van deze wet aan een ander is opgedragen, voorzien door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 82. De uitvoeringsinstelling
Vervallen
Artikel 83. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij samenloop
Vervallen
Artikel 84. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij herziening
Vervallen
Artikel 85. Werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling bij toekenning binnen vijf jaar na intrekking of niet-toekenning
Vervallen
Artikel 86. Werkzaamheden verricht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij heropening
De heropende arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beschouwd als een voortzetting van de ingetrokken uitkering. Voor de toepassing van de artikelen 14, tweede lid, 15, eerste lid, onderdeel c, en 16 wordt daarbij met herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid gelijkgesteld intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Artikel 87. Verlening subsidies
Vervallen
Artikel 88
Vervallen
Hoofdstuk 8. Gemoedsbezwaren
Artikel 89. Ontheffing wegens gemoedsbezwaren
Vervallen
Artikel 90. Heffing van premievervangende inkomstenbelasting
Vervallen
Artikel 91. Belasting beschouwd als premie voor bepaalde wetten
Vervallen
Artikel 92. Premie ten laste van het Rijk
Vervallen
Artikel 93. Nadere regels
Vervallen
HOOFDSTUK 9. BEPALINGEN IN VERBAND MET DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT EN HET BEROEP IN CASSATIE
Artikel 94. Begrip belanghebbende
Vervallen
Artikel 95. Beslistermijn
Indien in verband met het geven van een beschikking een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beschikking niet binnen de redelijke termijn, bedoeld in artikel 4:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 95a. Bijzondere beslistermijnen
Een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet wordt gegeven binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
Artikel 96. Beslistermijn Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij bezwaarschrift
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is binnen een en twintig weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Indien in verband met het geven van een beslissing op bezwaar een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beslissing op bezwaar niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn gegeven kan worden, wordt de beslissing, in afwijking van artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, verdaagd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verdaging schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 97. Medische bezwaarschriftprocedure
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Artikel 98. Beroep in cassatie
Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 3 tot en met 6 en de op die artikelen berustende bepalingen.
Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
Hoofdstuk 7. Uitvoering
Artikel 99. Strafbepaling
Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 99a. Strafbepaling inzake artikel 70
Vervallen
Artikel 99b. Strafbepaling inzake valse opgave/opzettelijke verzwijging
Vervallen
Artikel 99c. Strafbepaling inzake opzettelijke opgave in strijd met waarheid
Vervallen
Artikel 100. Verval van recht tot strafvordering
Vervallen
Artikel 101. Overtredingen
De in artikel 99 bedoelde strafbare feiten worden als overtredingen beschouwd.
Hoofdstuk 8. Gemoedsbezwaren
Artikel 102. Buiten toepassingverklaring van Algemene termijnenwet
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de tijdvakken van vier weken, genoemd in de artikelen 7, derde en vierde lid, 13, vierde lid, 14, 15, eerste lid, 16, 20 en 21.
Artikel 103. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 104. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 102a. Overgangsrecht Wet beperking export uitkeringen
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 101a. Overgangsrecht in verband met de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding van de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten worden geacht te zijn toegekend voor onbepaalde tijd.
Hoofdstuk 8. Gemoedsbezwaren
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 54a. Verrekening bestuurlijke boete bij recidive
Vervallen
Afdeling 3. De betaling van de uitkering
Artikel 59a. Samenloop met andere uitkeringen
Indien terzake van arbeidsongeschiktheid recht bestaat op:
- a. zowel herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen 12 tot en met 17 als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uit hoofde van een dienstbetrekking die is aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan recht is ontstaan op eerstbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering; of
- b. zowel toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 20 als toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uit hoofde van een dienstbetrekking die is aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, werd toegekend dan wel tijdens of na de wachttijd, bedoeld in onderdeel b van dat lid; wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voorzover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft. In de situatie, bedoeld onder a, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering in ieder geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
Indien terzake van arbeidsongeschiktheid recht bestaat op:
- a. zowel herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met de artikelen 36 tot en met 40 van die wet als toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit hoofde van werkzaamheden als verzekerde die zijn aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan recht is ontstaan op eerstbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering; of
- b. zowel toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 43a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit hoofde van werkzaamheden als verzekerde die zijn aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 43a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, werd toegekend dan wel tijdens of na de wachttijd, bedoeld in onderdeel b van dat lid; wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voorzover deze de herziene of toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is berekend.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de persoon die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering, bedoeld in hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van de verzekerde op wie artikel 58, onderscheidenlijk artikel 44 of 65 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkeringen nadat bedoelde artikelen toepassing hebben gevonden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld:
- a. met betrekking tot het eerste tot en met derde lid;
- b. ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met de in het eerste tot en met derde lid bedoelde uitkeringen in situaties waarin deze leden niet of onvoldoende voorzien;
- c. ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet met uitkering op grond van andere wetten.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met uitkering op grond van de sociale wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, een vergelijkbare regeling ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of van een andere Mogendheid.
Hoofdstuk 3A. Reïntegratie-instrumenten
Hoofdstuk 5. Het verstrekken van inlichtingen
Hoofdstuk 3A. Reïntegratie-instrumenten
Hoofdstuk 3B. Tegemoetkoming arbeidsongeschikten
Hoofdstuk 8. Gemoedsbezwaren
Hoofdstuk 7. Uitvoering
Artikel 95b. Afzien van horen belanghebbende
Vervallen
Artikel 98a. Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht
Vervallen
Hoofdstuk 8. Gemoedsbezwaren
Hoofdstuk 8. Gemoedsbezwaren
Hoofdstuk 9. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
Hoofdstuk 9. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 101b. Overgangsrecht in verband met de Wet beperking export uitkeringen
De artikelen 7a, 19a, en 21a, zijn niet van toepassing op de persoon die:
- a). op 31 december 1999 op grond van de artikelen 7 dan wel 22 recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag niet in Nederland woont, en
- b). op 19 december 2005 dit recht op uitkering uitsluitend nog heeft op grond van artikel 2 van de wet van 9 december 2004, houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag Nr. 118 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122 en Trb. 1964, 23) (Stb. 2004, 715).
Het eerste lid blijft van toepassing zolang deze persoon blijft wonen in hetzelfde land als het land waar hij op 19 december 2005 woonde en blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 67a. Loonsuppletie
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in dienstbetrekking aanvaardt of verricht op aanvraag loonsuppletie toekennen, indien het loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit.
De loonsuppletie wordt verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is toegekend.
Als perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid worden eveneens aangemerkt, perioden waarin een uitkering op grond van de Ziektewet of op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg wordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is geëindigd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)