Wet van 25 juni 1997 tot vaststelling van een Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en overige verpleegden strafrechtstoepassing en daarmede verband houdende wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en de Beginselenwet gevangeniswezen (Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden)
De ter beschikking gestelde ontvangt onverwijld, schriftelijk en voor zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling omtrent elke beslissing als bedoeld in artikel 53, tweede lid.
Betrokkene wordt, voor zover van toepassing, in de mededeling gewezen op de mogelijkheid van bemiddeling, beklag of beroep en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan alsmede op de mogelijkheid van het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie om hangende de uitspraak op het klaagschrift de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen.
Indien ter zake van de beslissing de machtiging van Onze Minister vereist is, wordt aan de mededeling een afschrift daarvan gehecht.
HOOFDSTUK XIII. BEMIDDELING
Artikel 55
De verpleegde heeft het recht zich, mondeling of schriftelijk, tot de commissie van toezicht te wenden met het verzoek te bemiddelen ter zake van een grief omtrent de wijze waarop het hoofd van de instelling zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen of een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht betracht. Een gedraging van een personeelslid of medewerker van de instelling jegens de verpleegde wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een gedraging van het hoofd van de instelling aangemerkt.
Indien de grief een beslissing betreft waartegen beklag openstaat, dient dit verzoek uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend.
De commissie van toezicht streeft ernaar binnen vier weken een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. Zij kan de bemiddeling geheel of ten dele aan de maandcommissaris of een ander uit haar midden aangewezen lid opdragen.
De commissie van toezicht stelt de verpleegde en het hoofd van de instelling in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, hun standpunt mondeling toe te lichten. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de commissie van toezicht zorg voor de bijstand van een tolk.
Zij sluit de bemiddeling af met een mededeling van haar bevindingen aan het hoofd van de instelling en de verpleegde. In de gevallen, bedoeld in artikel 56, wordt de verpleegde gewezen op de mogelijkheid van beklag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan.
Indien het hoofd van de instelling of de verpleegde hierom verzoekt, wordt hem zo spoedig mogelijk een gedagtekend afschrift van de mededeling toegezonden of uitgereikt. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de commissie van toezicht zorg voor een vertaling van de mededeling.
HOOFDSTUK XII. INFORMATIE EN HOORPLICHT
Artikel 56
Een verpleegde kan bij de beklagcommissie beklag doen over de volgende door het hoofd van de instelling genomen beslissingen:
- a. de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in artikel 49;
- b. de plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg als bedoeld in artikel 32, eerste en tweede lid;
- c. een beslissing die een beperking inhoudt van het contact met de buitenwereld als bedoeld in hoofdstuk VII;
- d. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de instelling onder te brengen als bedoeld in artikel 47, eerste en vierde lid;
- e. enige andere beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt behoudens het gestelde in artikel 57.
Een verpleegde kan bij de beklagcommissie beklag doen over de volgende door het hoofd van de instelling genomen beslissing tot:
- a. de intrekking van verlof als bedoeld in artikel 50, derde lid, indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
- b. tegen de intrekking van het proefverlof als bedoeld in artikel 51, derde lid.
Een beslissing van een personeelslid of medewerker van de instelling wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een beslissing van het hoofd van de instelling aangemerkt.
Tegen de wijze waarop het hoofd van de instelling een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht betracht staat geen beklag open.
Met een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt gelijk gesteld een weigering om te beslissen. Het nemen van een beslissing wordt geacht te zijn geweigerd, indien niet binnen de wettelijke of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn een beslissing is genomen.
Het hoofd van de instelling draagt zorg dat een verpleegde die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld.
Artikel 57
Tegen een beslissing tot beperking van de bewegingsvrijheid als bedoeld in artikel 33 staat beklag open nadat deze een week heeft geduurd.
Tegen een beslissing tot separatie en de duur van de separatie staat beklag open nadat de separatie een dag heeft geduurd.
Tegen een beslissing tot afzondering en de duur van de afzondering staat beklag open, nadat de afzondering twee dagen heeft geduurd.
De dag waarop een beslissing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is genomen blijft buiten beschouwing.
Tegen de beslissing tot verlenging van de separatie of afzondering op de voet van het bepaalde in artikel 34, vierde lid, staat beklag open.
Tegen de beslissing tot het toepassen van cameraobservatie op grond van artikel 34a, eerste lid, staat beklag open.
Artikel 58
De verpleegde doet beklag door de indiening van een klaagschrift bij de secretaris van de beklagcommissie van de instelling waar de beslissing waarover hij klaagt is genomen.
De indiening van het klaagschrift kan door tussenkomst van het hoofd van de instelling waar de verpleegde verblijft geschieden. Het hoofd van de instelling draagt in dat geval zorg dat het klaagschrift, of, indien het klaagschrift zich in een gesloten envelop bevindt de envelop, van een dagtekening wordt voorzien.
Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. Indien de verpleegde omtrent de beslissing waarover hij klaagt geen verzoek tot bemiddeling heeft gedaan, vermeldt hij de redenen hiervoor in het klaagschrift.
Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur
Het klaagschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen worden ingediend. Als dag waarop het klaagschrift is ingediend, geldt die van de ontvangst door de secretaris dan wel de dagtekening, bedoeld in het tweede lid. Een na afloop van deze termijn ingediend klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de verpleegde in verzuim is geweest.
Ingeval de verpleegde een verzoek tot bemiddeling inzake de bestreden beslissing heeft gedaan, dan moet, in afwijking van het bepaalde in het vijfde lid, het klaagschrift worden ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde de schriftelijke mededeling van de bevindingen van de commissie van toezicht heeft ontvangen.
Artikel 59
Het klaagschrift wordt behandeld door een door de commissie van toezicht uit haar midden benoemde beklagcommissie, bestaande uit drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. Een lid van de commissie van toezicht neemt geen deel aan de behandeling van het klaagschrift, indien hij heeft bemiddeld ter zake van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft of daarmede op enige andere wijze bemoeienis heeft gehad.
Onze Minister kan, bij private instellingen met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid van de Wet forensische zorg op voordracht van het bestuur, leden van andere commissies van toezicht aanwijzen die van een beklagcommissie deel uit kunnen maken.
De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beklagcommissie kan, indien hij het beklag van eenvoudige aard, dan wel kennelijk niet ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, als enkelvoudig lid van de beklagcommissie het klaagschrift afdoen, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beklagcommissie toekomen.
De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid als bedoeld in het derde lid, kan de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beklagcommissie.
De behandeling van het klaagschrift vindt niet in het openbaar plaats, behoudens ingeval de beklagcommissie van oordeel is dat de niet openbare behandeling niet verenigbaar is met enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag.
Artikel 60
De secretaris van de beklagcommissie zendt het hoofd van de instelling een afschrift van het klaagschrift toe. Het hoofd van de instelling geeft dienaangaande zo spoedig mogelijk schriftelijk de nodige inlichtingen aan de beklagcommissie, tenzij hij van oordeel is dat het klaagschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Hij voegt daaraan de opmerkingen toe waartoe het klaagschrift hem overigens aanleiding geeft. Aan de klager geeft de secretaris van de beklagcommissie schriftelijk kennis van de inhoud van deze inlichtingen en opmerkingen.
Indien de commissie van toezicht omtrent de beslissing waarover wordt geklaagd heeft bemiddeld en zij haar bevindingen schriftelijk aan de klager en het hoofd van de instelling heeft medegedeeld, voegt de secretaris van de beklagcommissie de bevindingen bij de processtukken.
Artikel 61
De beklagcommissie stelt de klager en het hoofd van de instelling in de gelegenheid omtrent het klaagschrift mondeling opmerkingen te maken, tenzij zij het beklag aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.
De klager en het hoofd van de instelling kunnen de voorzitter van de beklagcommissie de vragen opgeven die zij aan elkaar gesteld wensen te zien.
De beklagcommissie kan het hoofd van de instelling en de klager buiten elkaars aanwezigheid horen. In dat geval worden zij in de gelegenheid gesteld vooraf de vragen op te geven die zij gesteld wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de beklagcommissie aan de klager onderscheidenlijk het hoofd van de instelling mondeling medegedeeld.
De beklagcommissie kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijk inlichtingen inwinnen. Indien mondeling inlichtingen worden ingewonnen zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 62
De klager heeft het recht zich te doen bijstaan door een rechtsbijstandverlener of een andere vertrouwenspersoon, die daartoe van de beklagcommissie toestemming heeft gekregen. Indien aan de klager een advocaat is toegevoegd, geschieden diens beloning en de vergoeding van de door hem gemaakte kosten volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de voorzitter zorg voor de bijstand van een tolk. De beloning van de tolk en de vergoeding van de door de tolk gemaakte kosten geschieden volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
Tijdens de beklagprocedure staat de beklagcommissie aan de klager op diens verzoek toe van de gedingstukken kennis te nemen.
Indien de klager elders verblijft kunnen de opmerkingen als bedoeld in artikel 61, eerste lid, op verzoek van de beklagcommissie ten overstaan van een lid van een andere beklagcommissie worden gemaakt.
Van het horen van de betrokkenen maakt de secretaris een schriftelijk verslag, dat door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in het verslag vermeld.
Artikel 63
De voorzitter van de beklagcommissie kan de behandeling van het klaagschrift voor bepaalde of onbepaalde tijd uitstellen, indien hij van oordeel is dat het klaagschrift zich leent voor bemiddeling of indien de bemiddelingsprocedure nog niet is afgesloten. In het eerste geval stelt de voorzitter een afschrift van het klaagschrift ter hand aan de maandcommissaris of aan een ander lid van de commissie van toezicht met het verzoek om te bemiddelen. Artikel 55 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 64
Hangende de uitspraak op het klaagschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van de klager, na het hoofd van de instelling te hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk schorsen.
De voorzitter doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de instelling en de klager.
Artikel 65
De beklagcommissie doet zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de datum waarop het klaagschrift is ontvangen of, bij toepassing van artikel 63, te rekenen vanaf de datum waarop de bemiddeling is afgesloten, uitspraak. In bijzondere omstandigheden kan de beklagcommissie deze termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van deze verlenging wordt aan het hoofd van de instelling en de klager mededeling gedaan.
De uitspraak is met redenen omkleed en gedagtekend. Aan de uitspraak is een verslag van de door de beklagcommissie gehoorde personen gehecht. Zij wordt door de voorzitter, alsmede door de secretaris ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld. Aan de klager en het hoofd van de instelling wordt onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak van de beklagcommissie toegezonden of uitgereikt. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend.
De uitspraak vermeldt de mogelijkheid van het instellen van beroep bij de beroepscommissie en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan alsmede de mogelijkheid van het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie om hangende de uitspraak op het beroepschrift de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie geheel of gedeeltelijk te schorsen.
Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst en in de instelling niet op andere wijze in een vertaling kan worden voorzien, draagt de voorzitter van de beklagcommissie zorg voor een vertaling van de uitspraak en de mededeling als bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschieden volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
De voorzitter van de beklagcommissie kan de uitspraak ook mondeling mededelen aan de klager en het hoofd van de instelling. Deze worden daarbij gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de beroepscommissie, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan, alsmede op de mogelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitspraak als bedoeld in artikel 67, zesde lid. Als dag van de uitspraak geldt de dag van het doen van deze mededeling. Indien mondeling uitspraak wordt gedaan, wordt de uitspraak op het klaagschrift aangetekend.
Indien het vijfde lid toepassing heeft gevonden en beroep wordt ingesteld als voorzien in artikel 67, eerste lid, vindt uitwerking van de uitspraak van de beklagcommissie plaats op de wijze als bedoeld in het tweede lid. De secretaris van de beklagcommissie zendt een afschrift van deze uitspraak toe aan het hoofd van de instelling, de klager en de beroepscommissie.
De secretaris zendt van alle uitspraken van de beklagcommissie een afschrift naar Onze Minister. Een ieder heeft recht op kennisneming van deze uitspraken en het ontvangen van een afschrift daarvan. Onze Minister draagt zorg dat dit afschrift geen gegevens bevat waaruit de identiteit van de verpleegde kan worden afgeleid. Met betrekking tot de kosten van het ontvangen van een afschrift is het bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Artikel 66
De uitspraak van de beklagcommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke:
- a. niet-ontvankelijkverklaring van het beklag;
- b. ongegrondverklaring van het beklag;
- c. gegrondverklaring van het beklag.
Indien de beklagcommissie van oordeel is dat de beslissing waarover is geklaagd:
- a. in strijd is met een in de instelling geldend wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag dan wel
- b. bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, waaronder de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden, onredelijk of onbillijk moet worden geacht, verklaart zij het beklag gegrond en vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk.
Bij toepassing van het bepaalde in het tweede lid kan de beklagcommissie:
- a. het hoofd van de instelling opdragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak;
- b. bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing;
- c. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.
Bij toepassing van het bepaalde in het derde lid, onder a, kan de beklagcommissie in haar uitspraak een termijn stellen.
De beklagcommissie kan bepalen dat de uitspraak geheel of gedeeltelijk buiten werking blijft totdat deze onherroepelijk is geworden.
Indien het bepaalde in het tweede lid toepassing vindt, worden de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door het hoofd van de instelling ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de beklagcommissie.
Voor zover de in het zesde lid bedoelde gevolgen niet meer ongedaan te maken zijn, bepaalt de beklagcommissie, na het hoofd van de instelling te hebben gehoord, of enige tegemoetkoming aan de klager geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast.
HOOFDSTUK XV. BEROEP TEGEN DE UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE
Artikel 67
Tegen de uitspraak van de beklagcommissie, kunnen het hoofd van de instelling en de klager beroep instellen bij de beroepscommissie door het indienen van een beroepschrift. Het met redenen omklede beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak bij de secretaris van de beroepscommissie worden ingediend.
Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van tenminste drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beroepscommissie die een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht is, kan het beroepschrift enkelvoudig afdoen indien hij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beroepscommissie toekomen.
De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid, bedoeld in het derde lid, kan de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beroepscommissie.
Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 56, vijfde lid, 58, tweede, vierde en vijfde lid, tweede en derde volzin, 59, vijfde lid, 60, eerste lid, 61 en 62, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat:
- a. het hoofd van de instelling en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld omtrent het beroepschrift schriftelijk opmerkingen te maken;
- b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepscommissie worden gemaakt;
- c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, het hoofd van de instelling en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.
De indiening van het beroepschrift schorst de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie niet, behalve voor zover deze de vaststelling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 66, zevende lid, inhoudt. Hangende de uitspraak op het beroepschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van degene die beroep heeft ingesteld en gehoord de andere betrokkene in de procedure de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de instelling en de klager.
Artikel 68
De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak.
De uitspraak van de beroepscommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke:
- a. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep;
- b. bevestiging van de uitspraak van de beklagcommissie, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden;
- c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie.
Indien het bepaalde in het tweede lid, onder c, toepassing vindt, doet de beroepscommissie hetgeen de beklagcommissie had behoren te doen.
Ten aanzien van de uitspraak van de beroepscommissie zijn de artikelen 65, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid, en 66, met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK XVI. BEROEP TEGEN BESLISSINGEN WAARTEGEN GEEN BEKLAG OPENSTAAT
Artikel 69
Een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde kan beroep instellen tegen:
- a. de plaatsing of overplaatsing overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6.1, eerste lid, 6.5 en 6.7 van de Wet forensische zorg;
- b. de verlenging van de termijnen, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, en artikel, 6.5, vierde lid, van de Wet forensische zorg;
- c. de intrekking van de machtiging door Onze Minister als bedoeld in de artikelen 50 en 51;
- d. de beslissing van het hoofd van de private instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, inzake intrekking van verlof als bedoeld in artikel 50, derde lid, indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
- e. de beslissing van het hoofd van de private instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, inzake de intrekking van het proefverlof als bedoeld in artikel 51, derde lid;
- f. enige andere door Onze Minister genomen beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt;
- g. een beslissing als bedoeld in het eerste lid van artikel 16c.
Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van drie leden of buitengewone leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
Artikel 56, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Met betrekking tot de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 56, vijfde lid, 58, tweede lid, derde lid, met uitzondering van de tweede volzin, vierde en vijfde lid, 59, vijfde lid, 60, eerste lid, 61, 62, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 64 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie kan bepalen dat:
- a. omtrent het beroepschrift uitsluitend schriftelijk opmerkingen kunnen worden gemaakt;
- b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie worden gemaakt;
- c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.
De commissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak. Met betrekking tot de uitspraak zijn de artikelen 65, tweede en vierde lid, en zevende lid, met uitzondering van de eerste volzin, en 66, met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK XV. BEROEP TEGEN DE UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE
Artikel 70
Het hoofd van de instelling draagt zorg dat uit en door de verpleegden een verpleegdenraad kan worden gekozen.
De verpleegdenraad heeft tot taak met het hoofd van de instelling in overleg te treden over alle algemene onderwerpen betreffende het leef- en woonklimaat van de instelling. Zowel de raad als het hoofd van de instelling kunnen deze onderwerpen in dat overleg aan de orde stellen.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de verpleegdenraad.
Artikel 71
De in de hoofdstukken XII tot en met XVI aan de ter beschikking gestelde of de verpleegde toekomende rechten kunnen, behoudens ingeval de beklag- of beroepscommissie of commissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van oordeel is dat zwaarwegende belangen van betrokkene zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door:
- a. de curator, indien betrokkene onder curatele is gesteld;
- b. de mentor, indien ten behoeve van betrokkene een mentorschap is ingesteld;
- c. de ouders of voogd, indien betrokkene minderjarig is.
Het hoofd van de instelling draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt.
HOOFDSTUK XVI. BEROEP TEGEN BESLISSINGEN WAARTEGEN GEEN BEKLAG OPENSTAAT
Artikel 72
Vervallen
HOOFDSTUK XVII. MEDEZEGGENSCHAP EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 73
Vervallen
Artikel 74
Vervallen
Artikel 75
Vervallen
Artikel 76
Vervallen
Artikel 77
Vervallen
HOOFDSTUK XVII. MEDEZEGGENSCHAP EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 78
Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 79
Wijzigt de Beginselenwet gevangeniswezen.
Artikel 80
Wijzigt de Wet ziekenhuisvoorzieningen.
Artikel 81
Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet.
Artikel 82
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
Artikel 83
Vervallen
Artikel 84
De regels vastgesteld krachtens artikel 37c van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel gold vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te zijn vastgesteld krachtens de toepasselijke bepalingen van deze wet.
Artikel 85
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 86
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop de artikelen 12 en 74, onderdeel K, in werking treden.
Artikel 87
Deze wet kan worden aangehaald als: Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7a
Vervallen
Paragraaf 3. Toezicht
HOOFDSTUK III. PLAATSING EN OVERPLAATSING
HOOFDSTUK IV. VERPLEGING, BEHANDELING EN EVALUATIE
HOOFDSTUK V. CONTROLE EN GEWELDGEBRUIK
HOOFDSTUK VI. BEWEGINGSVRIJHEID BINNEN DE INRICHTING
Artikel 34a
Het hoofd van de instelling kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de verpleegde noodzakelijk is, bepalen dat de verpleegde die in afzondering of separatie verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.
Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater onderscheidenlijk een aan de inrichting verbonden arts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint het hoofd van de instelling het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
HOOFDSTUK VII. CONTACT MET DE BUITENWERELD
HOOFDSTUK VIII. VERZORGING, ACTIVITEITEN, WERKZAAMHEDEN EN ARBEID
Paragraaf 1. Verzorging en activiteiten
Paragraaf 2. Werkzaamheden en arbeid
HOOFDSTUK X. DISCIPLINAIRE STRAFFEN
HOOFDSTUK X. DISCIPLINAIRE STRAFFEN
HOOFDSTUK XI. VERLOF EN PROEFVERLOF
HOOFDSTUK XIV. BEKLAG
HOOFDSTUK XV. BEROEP TEGEN DE UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE
HOOFDSTUK XVII. MEDEZEGGENSCHAP EN VERTEGENWOORDIGING
HOOFDSTUK XVa. Beroep inzake vervoer
HOOFDSTUK XIX. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 16a
Behandeling van de verpleegde vindt slechts plaats:
- a. voor zover deze is voorzien in het behandelingsplan
- b. indien het overleg over het behandelingsplan als bedoeld in artikel 16, eerste of vierde lid, tot overeenstemming heeft geleid, en
- c. indien de verpleegde of -indien van toepassing- de in artikel 16, vierde lid, bedoelde persoon zich niet tegen behandeling verzet.
Artikel 16b
Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 16a, onderdelen b en c, kan als uiterste middel niettemin behandeling plaatsvinden:
- a. voor zover aannemelijk is dat zonder die behandeling het gevaar dat de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap de verpleegde doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen, of
- b. indien het hoofd van de instelling daartoe een besluit heeft genomen en dit naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap de verpleegde binnen de instelling doet veroorzaken, af te wenden.
Artikel 16c
Behandeling overeenkomstig artikel 16b, onder a, vindt plaats na een schriftelijke beslissing van het hoofd van de instelling waarin wordt vermeld voor welke termijn zij geldt.
Ten behoeve van de in het eerste lid genoemde beslissing dient te worden overgelegd een verklaring van de behandelend psychiater alsmede een verklaring van een psychiater die de verpleegde met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht maar niet bij diens behandeling betrokken was. Uit deze verklaringen dient te blijken dat de persoon op wie de verklaring betrekking heeft, een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap heeft en dat een geval als bedoeld in artikel 16b, onder a, zich voordoet. De verklaringen moeten met redenen zijn omkleed en ondertekend.
De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt gemeld aan de voorzitter van de Commissie van Toezicht. De voorzitter van de Commissie van Toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris.
De termijn als bedoeld in het eerste lid is zo kort mogelijk, maar niet langer dan drie maanden, gerekend vanaf de dag waarop de beslissing tot stand komt. Het hoofd van de instelling doet onverwijld een afschrift van de beslissing toekomen aan de verpleegde of de persoon als bedoeld in artikel 16, vierde lid.
Indien na afloop van de termijn als bedoeld in het eerste lid, voortzetting van de behandeling overeenkomstig artikel 16b, onder a, nodig is, geschiedt dit slechts krachtens een schriftelijke beslissing van het hoofd van de instelling. Het bepaalde in de voorgaande volzin is eveneens van toepassing indien binnen zes maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het vierde lid, opnieuw behandeling overeenkomstig artikel 16b, onder a, nodig is. Het hoofd van de instelling geeft in zijn beslissing aan waarom van een behandeling alsnog het beoogde effect wordt verwacht. Op zodanige beslissingen is het vierde lid, eerste volzin van toepassing.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste, tweede, vierde en vijfde lid alsmede omtrent de toepassing van artikel 16b, onder b.
Deze in het zesde lid bedoelde regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de behandeling alsmede de taak van de behandelend arts. Tevens kunnen categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen worden aangewezen die niet mogen worden toegepast bij een behandeling als bedoeld in artikel 16b. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts ten aanzien van daarbij aangegeven categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop tot toepassing daarvan moet worden besloten.
HOOFDSTUK V. CONTROLE EN GEWELDGEBRUIK
HOOFDSTUK VI. BEWEGINGSVRIJHEID BINNEN DE INRICHTING
HOOFDSTUK VII. CONTACT MET DE BUITENWERELD
HOOFDSTUK VIII. VERZORGING, ACTIVITEITEN, WERKZAAMHEDEN EN ARBEID
Paragraaf 1. Verzorging en activiteiten
Paragraaf 2. Werkzaamheden en arbeid
HOOFDSTUK XII. INFORMATIE EN HOORPLICHT
HOOFDSTUK XIII. BEMIDDELING
HOOFDSTUK XIV. BEKLAG
HOOFDSTUK XVIII. BIJZONDERE BEPALING TEN AANZIEN VAN MET HUN INSTEMMING OPGENOMEN VERPLEEGDEN
HOOFDSTUK XVIIIA. SUBSIDIËRING VAN JUSTITIËLE PARTICULIERE INRICHTINGEN
HOOFDSTUK XVIIIA. SUBSIDIËRING VAN JUSTITIËLE PARTICULIERE INRICHTINGEN
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7b
Vervallen
Paragraaf 3. Toezicht
HOOFDSTUK III. Vervoer
HOOFDSTUK IV. VERPLEGING, BEHANDELING EN EVALUATIE
HOOFDSTUK V. CONTROLE EN GEWELDGEBRUIK
HOOFDSTUK VIII. VERZORGING, ACTIVITEITEN, WERKZAAMHEDEN EN ARBEID
Paragraaf 1. Verzorging en activiteiten
Paragraaf 2. Werkzaamheden en arbeid
HOOFDSTUK IX. ONDERBRENGING VAN EEN KIND IN DE INRICHTING
HOOFDSTUK XI. VERLOF EN PROEFVERLOF
HOOFDSTUK XIII. BEMIDDELING
HOOFDSTUK XIV. BEKLAG
HOOFDSTUK XIVa. Beklag inzake vervoer
HOOFDSTUK XV. BEROEP TEGEN DE UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE
HOOFDSTUK XVII. MEDEZEGGENSCHAP EN VERTEGENWOORDIGING
HOOFDSTUK XVI. BEROEP TEGEN BESLISSINGEN WAARTEGEN GEEN BEKLAG OPENSTAAT
HOOFDSTUK XIX. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 66a
Een verpleegde kan bij de beklagcommissie van de commissie van toezicht voor het vervoer, bedoeld in artikel 15b, beklag doen over de beslissingen, bedoeld in artikel 23, tweede lid en artikel 30, derde lid, voor zover de beslissing is genomen ten behoeve van het vervoer van de verpleegde.
Het hoofd van de inrichting waar de verpleegde verblijft, draagt zorg dat een verpleegde die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld.
De artikelen 58 tot en met 62 en 65 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder het hoofd van de inrichting in de artikelen 60, 61 en 65 steeds wordt verstaan Onze Minister.
Artikel 66b
Artikel 66, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien het beklag geheel of gedeeltelijk gegrond wordt geacht, bepaalt de beklagcommissie of enige tegemoetkoming aan de verpleegde geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast.
Artikel 68a
Tegen de uitspraak van de beklagcommissie bedoeld in hoofdstuk XIVA kunnen Onze Minister en de verpleegde beroep instellen. Hoofdstuk XV is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 67, vierde lid, tweede en derde volzin.
HOOFDSTUK XVIII. BIJZONDERE BEPALING TEN AANZIEN VAN MET HUN INSTEMMING OPGENOMEN VERPLEEGDEN
HOOFDSTUK XIX. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)