Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 25 juni 1997 tot vaststelling van een Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en overige verpleegden strafrechtstoepassing en daarmede verband houdende wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en de Beginselenwet gevangeniswezen (Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden)
20 versions
· 2025-07-01
2025-07-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — art. 86
2023-10-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — art. 86
2021-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
2020-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — art. 86
2019-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — art. 86
2018-08-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2018-07-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2017-03-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2015-07-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2015-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2014-01-06
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2013-07-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
2013-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
2011-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2010-10-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2010-09-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2005-07-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
Wijzigingen op 2005-07-01
@@ -24,7 +24,7 @@
- f. justitiële particuliere inrichting: een inrichting als bedoeld in [artikel 90quinquies, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=90), in samenhang met [artikel 37d, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37d);
- g. hoofd van de inrichting: het hoofd van de inrichting, waarin de verpleegde is opgenomen, alsmede diens vervanger als bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=6&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- g. hoofd van de inrichting: het hoofd van de inrichting, waarin de verpleegde is opgenomen, alsmede diens vervanger als bedoeld in [artikel 6, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=6&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- h. hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden: het hoofd van de inrichting als bedoeld onder **g** of, ingeval een ter beschikking gestelde in een particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, is opgenomen, het hoofd van die inrichting alsmede de voor de behandeling van de ter beschikking gestelde verantwoordelijke persoon;
@@ -40,13 +40,13 @@
- n. Raad: de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming;
- o. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in [artikel 67, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&artikel=67&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- p. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=10&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- o. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in [artikel 67, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&artikel=67&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- p. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=3&artikel=10&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- q. uitspraak: een door een beklag- of beroepscommissie naar aanleiding van een door een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde ingediend klaag- of beroepschrift genomen beslissing;
- r. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in [artikel 59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=59&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- r. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in [artikel 59, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=59&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- s. bestuur: het bestuur van de rechtspersoon die een justitiële particuliere inrichting beheert;
@@ -58,19 +58,19 @@
- u. behandeling: het samenstel van handelingen, gericht op een dusdanige vermindering van de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen dat het doen terugkeren van de verpleegde in de maatschappij verantwoord is;
- v. verplegings- en behandelingsplan: een plan als bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=16&z=2005-02-01&g=2005-02-01), zoals dat ten aanzien van een verpleegde wordt toegepast;
- w. verpleegdedossier: een dossier als bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=19&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- x. evaluatieverslag: een verslag als bedoeld in [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=18&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- y. persoonlijke verblijfsruimte: de verblijfsruimte als bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=16&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- v. verplegings- en behandelingsplan: een plan als bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=16&z=2005-07-01&g=2005-07-01), zoals dat ten aanzien van een verpleegde wordt toegepast;
- w. verpleegdedossier: een dossier als bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- x. evaluatieverslag: een verslag als bedoeld in [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- y. persoonlijke verblijfsruimte: de verblijfsruimte als bedoeld in [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IV&artikel=16&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- z. afzondering: het insluiten van een verpleegde in een gangbare woon- of verblijfsruimte, de persoonlijke verblijfsruimte daaronder begrepen, in afwijking van de in de inrichting geldende regels;
- aa. separatie: het insluiten van een verpleegde in een speciale voor separatie bestemde verblijfsruimte;
- bb. huisregels: regels als bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=7&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
- bb. huisregels: regels als bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=7&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
### HOOFDSTUK II. DOELSTELLING, BESTEMMING EN BEHEER, TOEZICHT
@@ -128,7 +128,7 @@
1. Onze Minister wijst de inrichtingen aan welke bestemd zijn voor rijksinrichting.
2. Het opperbeheer van de rijksinrichtingen berust bij Onze Minister, die dienaangaande bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels stelt. Onze Minister kan mandaat verlenen inzake de uitvoering van het opperbeheer alsmede betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende overige bevoegdheden aan het hoofd van de Dienst Justitiële lnrichtingen.
2. Het opperbeheer van de rijksinrichtingen berust bij Onze Minister. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende de uitvoering hiervan. Onze Minister kan mandaat verlenen betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften aan het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen.
3. Het beheer van een rijksinrichting berust bij het hoofd van de inrichting, die als zodanig door Onze Minister wordt aangewezen.
@@ -144,23 +144,23 @@
4. Voor zover in deze wet niet anders wordt bepaald, zijn aan het hoofd van de inrichting voorbehouden:
- a. de beslissingen met betrekking tot plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling van intensieve zorg als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. de separatie of de verlenging van de separatie als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- c. een beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam als bedoeld in [de artikelen 25 tot en met 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- d. de beslissingen met betrekking tot de onderbrenging van een kind in de inrichting als bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IX&artikel=47&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- e. de beslissingen met betrekking tot disciplinaire straffen als bedoeld in [de artikelen 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-02-01&g=2005-02-01) en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
- a. de beslissingen met betrekking tot plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling van intensieve zorg als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. de separatie of de verlenging van de separatie als bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. een beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam als bedoeld in [de artikelen 25 tot en met 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- d. de beslissingen met betrekking tot de onderbrenging van een kind in de inrichting als bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IX&artikel=47&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- e. de beslissingen met betrekking tot disciplinaire straffen als bedoeld in [de artikelen 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
5. Aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zijn voorbehouden:
- a. de voorlopige overplaatsing als bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. de beslissingen met betrekking tot het verlof en proefverlof als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-02-01&g=2005-02-01), onderscheidenlijk [artikel 51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- c. de hoorplicht als bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=53&z=2005-02-01&g=2005-02-01) en de mededelingsplicht als bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=54&z=2005-02-01&g=2005-02-01), voor zover het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden de desbetreffende beslissing zelf neemt onderscheidenlijk heeft genomen.
- a. de voorlopige overplaatsing als bedoeld in [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. de beslissingen met betrekking tot het verlof en proefverlof als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), onderscheidenlijk [artikel 51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. de hoorplicht als bedoeld in [artikel 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=53&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en de mededelingsplicht als bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=54&z=2005-07-01&g=2005-07-01), voor zover het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden de desbetreffende beslissing zelf neemt onderscheidenlijk heeft genomen.
#### Paragraaf 3. Toezicht
@@ -168,13 +168,13 @@
1. Onze Minister houdt toezicht op de verpleging van personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een particuliere inrichting plaatsvindt.
2. De door Onze Minister aangewezen ambtenaren hebben daartoe te allen tijde toegang tot die inrichtingen. Hun worden daarbij alle ter zake dienende inlichtingen verstrekt. Zij zijn, onder verplichting van geheimhouding tegenover derden en voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op personen als bedoeld in het eerste lid betrekking hebbende stukken in te zien.
2. De door Onze Minister aangewezen ambtenaren worden daartoe alle ter zake dienende inlichtingen verstrekt en hebben te allen tijde toegang tot een zodanige inrichting. Zij zijn, onder verplichting van geheimhouding tegenover derden en voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op personen als bedoeld in het eerste lid betrekking hebbende stukken in te zien.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het houden van aantekeningen als bedoeld in [artikel 509**o**, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=509o) en het aantekenen van andere belangrijke voorvallen in inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden in een register, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
##### Artikel 9
De Raad behandelt beroepschriften ingevolge de [hoofdstukken XV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&z=2005-02-01&g=2005-02-01) en [XVI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVI&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
De Raad behandelt beroepschriften ingevolge de [hoofdstukken XV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [XVI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVI&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 10
@@ -186,7 +186,7 @@
- b. kennis te nemen van de door verpleegden naar voren gebrachte grieven en zonodig ter zake tussen een verpleegde en het hoofd van de inrichting te bemiddelen;
- c. zorg te dragen voor de behandeling van klaagschriften ingevolge het bepaalde in [hoofdstuk XIV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- c. zorg te dragen voor de behandeling van klaagschriften ingevolge het bepaalde in [hoofdstuk XIV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- d. aan Onze Minister, de Raad en het bestuur advies en inlichtingen te geven omtrent het onder **a** gestelde.
@@ -200,7 +200,7 @@
##### Artikel 11
1. De plaatsing van ter beschikking gestelden in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geschiedt op last van Onze Minister.
1. De plaatsing van ter beschikking gestelden in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geschiedt op last van Onze Minister. De inrichting is verplicht de betrokkene op te nemen.
2. Bij de plaatsing worden in ieder geval in de overwegingen betrokken:
@@ -212,11 +212,13 @@
4. In verband met de in het tweede lid, onder **a**, genoemde eisen kan Onze Minister bij de plaatsing of overplaatsing voorwaarden stellen waaraan de verpleging van de ter beschikking gestelde dient te voldoen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de plaatsing en overplaatsing, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk derde lid, en de wijze waarop het vervoer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde plaatsvindt.
##### Artikel 12
1. De plaatsing van een ter beschikking gestelde geschiedt voordat de termijn van terbeschikkingstelling zes maanden heeft gelopen.
2. Indien Onze Minister, rekening houdende met de in [artikel 11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2005-02-01&g=2005-02-01), genoemde eisen, van oordeel is dat de plaatsing niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn mogelijk is, kan hij deze termijn telkens met drie maanden verlengen.
2. Indien Onze Minister, rekening houdende met de in [artikel 11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2005-07-01&g=2005-07-01), genoemde eisen, van oordeel is dat de plaatsing niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn mogelijk is, kan hij deze termijn telkens met drie maanden verlengen.
3. Met een beslissing tot verlenging als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld de weigering om binnen de in het eerste lid genoemde termijn te beslissen.
@@ -286,7 +288,7 @@
- f. opname- en ontslaggegevens;
- g. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in [artikel 49, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
- g. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in [artikel 49, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de eisen waaraan het verpleegdedossier ten minste moet voldoen, de gegevens die daarin moeten worden vastgelegd, de termijn gedurende welke het verpleegdedossier moet worden bewaard, de wijze waarop het verpleegdedossier moet worden beheerd, bewaard en, na afloop van de bewaartermijn, vernietigd, alsmede de overdracht van gegevens in geval van een overplaatsing van de verpleegde.
@@ -312,7 +314,7 @@
1. Het recht van de verpleegde op onaantastbaarheid van zijn lichaam, de van zijn lichaam afgescheiden stoffen, zijn kleding en zijn persoonlijke verblijfsruimte kan overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk worden beperkt.
2. Het recht van de ter beschikking gestelde op onaantastbaarheid van zijn lichaam kan overeenkomstig het bepaalde in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=30&z=2005-02-01&g=2005-02-01) worden beperkt.
2. Het recht van de ter beschikking gestelde op onaantastbaarheid van zijn lichaam kan overeenkomstig het bepaalde in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=30&z=2005-07-01&g=2005-07-01) worden beperkt.
##### Artikel 22
@@ -342,21 +344,21 @@
2. Het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft kan bij dringende noodzakelijkheid een beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen.
3. Indien bij het onderzoek in het lichaam voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de verpleegde mogen zijn, en deze voorwerpen door de arts of verpleegkundige uit het lichaam kunnen worden verwijderd, is het hoofd van de inrichting bevoegd deze in beslag te nemen. [Artikel 23, vierde lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-02-01&g=2005-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien bij het onderzoek in het lichaam voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de verpleegde mogen zijn, en deze voorwerpen door de arts of verpleegkundige uit het lichaam kunnen worden verwijderd, is het hoofd van de inrichting bevoegd deze in beslag te nemen. [Artikel 23, vierde lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 26
1. Het hoofd van de inrichting kan een verpleegde verplichten te gedogen dat ten aanzien van hem een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van de verpleegde of van anderen. De handeling wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.
2. [Artikel 25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2005-02-01&g=2005-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de geneeskundige handeling, alsmede de taak van de verantwoordelijke arts indien de geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voortvloeiend uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde. De algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
1. Het hoofd van de inrichting kan een verpleegde verplichten te gedogen dat ten aanzien van hem een bepaalde geneeskundige handeling wordt verricht, indien die handeling naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is ter afwending van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van de verpleegde of van anderen. De handeling wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.
2. [Artikel 25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid. Deze regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de geneeskundige handeling, alsmede de taak van de verantwoordelijke arts indien de geneeskundige handeling volstrekt noodzakelijk is ter afwending van gevaar voortvloeiend uit de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde. De algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het **Staatsblad** waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
##### Artikel 27
1. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat een verpleegde tijdens de separatie door bevestiging van mechanische middelen aan zijn lichaam voor een periode van ten hoogste vierentwintig uren in zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt, indien die beperking noodzakelijk is ter afwending van een van de verpleegde uitgaand ernstig gevaar voor diens gezondheid of veiligheid of die van anderen. Het hoofd van de inrichting stelt de arts of diens plaatsvervanger en de commissie van toezicht van de bevestiging onverwijld in kennis.
2. In geval van toepassing van [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-02-01&g=2005-02-01), kan het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft bij dringende noodzakelijkheid een beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen. Het hoofd van de inrichting, de arts of diens plaatsvervanger en de commissie van toezicht worden hiervan onverwijld in kennis gesteld.
2. In geval van toepassing van [artikel 34, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01), kan het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft bij dringende noodzakelijkheid een beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen. Het hoofd van de inrichting, de arts of diens plaatsvervanger en de commissie van toezicht worden hiervan onverwijld in kennis gesteld.
3. Het hoofd van de inrichting kan de bevestiging van mechanische middelen aan het lichaam van de verpleegde telkens met ten hoogste vierentwintig uren verlengen. De beslissing tot verlenging wordt genomen na overleg met een aan de inrichting verbonden arts.
@@ -382,9 +384,9 @@
- a. indien dit onderzoek plaatsvindt in het kader van het algemeen toezicht op de aanwezigheid van verboden voorwerpen in de persoonlijke verblijfsruimten van verpleegden;
- b. indien dit anderszins noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
2. [Artikel 23, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-02-01&g=2005-02-01), eerste en laatste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
- b. indien dit anderszins noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. [Artikel 23, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01), eerste en laatste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Het hoofd van de inrichting is bevoegd de persoonlijke verblijfsruimte van een verpleegde te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen waarop vermoedelijk celmateriaal van de verpleegde aanwezig is en deze voorwerpen in beslag te nemen, indien de officier van justitie hem op grond van [artikel 6, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017212&artikel=6) een opdracht tot het in beslag nemen van deze voorwerpen heeft gegeven.
@@ -412,7 +414,7 @@
1. De bewegingsvrijheid van verpleegden binnen de inrichting kan zowel per afdeling als per verpleegde verschillen.
2. Een verpleegde heeft, behoudens in geval van toepassing van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-02-01&g=2005-02-01) of [49, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-02-01&g=2005-02-01), het recht in totaal tenminste vier uren per dag samen met een of meer medeverpleegden door te brengen.
2. Een verpleegde heeft, behoudens in geval van toepassing van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01) of [49, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-07-01&g=2005-07-01), het recht in totaal tenminste vier uren per dag samen met een of meer medeverpleegden door te brengen.
3. De plaatsing op en overplaatsing naar een afdeling geschieden door het hoofd van de inrichting met inachtneming van de volgende belangen:
@@ -440,11 +442,11 @@
##### Artikel 33
Indien de bewegingsvrijheid waarop de verpleegde op grond van de bij of krachtens deze wet gestelde regels recht heeft, niet is beperkt tot de afdeling waar hij verblijft, kan het hoofd van de inrichting zodanige beperking niettemin telkens voor een periode van ten hoogste vier weken opleggen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
Indien de bewegingsvrijheid waarop de verpleegde op grond van de bij of krachtens deze wet gestelde regels recht heeft, niet is beperkt tot de afdeling waar hij verblijft, kan het hoofd van de inrichting zodanige beperking niettemin telkens voor een periode van ten hoogste vier weken opleggen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
##### Artikel 34
1. Het hoofd van de inrichting is bevoegd een verpleegde af te zonderen of te separeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
1. Het hoofd van de inrichting is bevoegd een verpleegde af te zonderen of te separeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Een ononderbroken verblijf in afzondering of separatie duurt ten hoogste vier weken, behoudens verlenging overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid.
@@ -454,11 +456,9 @@
5. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat, ingeval de separatie langer dan vierentwintig uren duurt, een aan de inrichting verbonden arts en de commissie van toezicht onverwijld hiervan in kennis worden gesteld.
6. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat de verpleegde, indien deze hierom verzoekt en een ongestoord verloop van de verpleging zich hiertegen niet verzet, wordt afgezonderd.
7. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat in geval van afzondering of separatie het nodige contact tussen personeelsleden of medewerkers en verpleegde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de verpleegde wordt afgestemd.
8. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toepassing van de afzondering of separatie. Deze regels betreffen in elk geval de rechten die tijdens de afzondering of separatie aan de verpleegde toekomen.
6. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat in geval van afzondering of separatie het nodige contact tussen personeelsleden of medewerkers en verpleegde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de verpleegde wordt afgestemd.
7. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toepassing van de afzondering of separatie. Deze regels betreffen in elk geval de rechten die tijdens de afzondering of separatie aan de verpleegde toekomen.
### HOOFDSTUK VII. CONTACT MET DE BUITENWERELD
@@ -466,7 +466,7 @@
1. De verpleegde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid te stellen beperkingen, het recht brieven en stukken per post te verzenden en te ontvangen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij het hoofd van de inrichting anders bepaalt, voor rekening van de verpleegde.
2. Het hoofd van de inrichting is bevoegd enveloppen of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor verpleegden op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Het openen geschiedt, voor zover mogelijk, in aanwezigheid van de betrokken verpleegde. Ten aanzien van de in [artikel 4, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2005-02-01&g=2005-02-01), genoemde verpleegden geldt deze bevoegdheid slechts indien de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage hiertoe de last heeft gegeven.
2. Het hoofd van de inrichting is bevoegd enveloppen of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor verpleegden op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Het openen geschiedt, voor zover mogelijk, in aanwezigheid van de betrokken verpleegde. Ten aanzien van de in [artikel 4, eerste lid, onder g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), genoemde verpleegden geldt deze bevoegdheid slechts indien de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage hiertoe de last heeft gegeven.
3. Het hoofd van de inrichting is bevoegd op de inhoud van brieven of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor de verpleegde telkens voor een periode van ten hoogste vier weken toezicht uit te oefenen, indien dit noodzakelijk is met het oog op één van de volgende belangen:
@@ -488,7 +488,7 @@
##### Artikel 36
1. Het bepaalde in [artikel 35, derde tot en met het vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-02-01&g=2005-02-01), is niet van toepassing op brieven, door de verpleegde gericht aan of afkomstig van:
1. Het bepaalde in [artikel 35, derde tot en met het vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is niet van toepassing op brieven, door de verpleegde gericht aan of afkomstig van:
- a. leden van het Koninklijk Huis;
@@ -524,25 +524,25 @@
2. Het hoofd van de inrichting kan het aantal tegelijk tot de verpleegde toe te laten personen beperken, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
3. Het hoofd van de inrichting kan de toelating tot de verpleegde van bezoek of van een bepaalde persoon of bepaalde personen telkens voor een periode van ten hoogste vier weken weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
4. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-02-01&g=2005-02-01). Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het gesprek tussen een bezoeker en de verpleegde. Tevoren wordt aan de verpleegde mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht.
3. Het hoofd van de inrichting kan de toelating tot de verpleegde van bezoek of van een bepaalde persoon of bepaalde personen telkens voor een periode van ten hoogste vier weken weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
4. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01). Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het gesprek tussen een bezoeker en de verpleegde. Tevoren wordt aan de verpleegde mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht.
5. Iedere bezoeker dient zich bij binnenkomst op deugdelijke wijze te legitimeren. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat een bezoeker aan zijn kleding wordt onderzocht op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Dit onderzoek kan ook betrekking hebben op door de bezoeker meegebrachte voorwerpen. Het hoofd van de inrichting is bevoegd dergelijke voorwerpen gedurende de duur van het bezoek onder zich te nemen tegen afgifte van een bewijs van ontvangst dan wel aan een opsporingsambtenaar ter hand te stellen met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
6. Het hoofd van de inrichting kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de inrichting doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
7. De in [artikel 36, eerste lid, onder g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=36&z=2005-02-01&g=2005-02-01), genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de verpleegde. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de verpleegde op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Tijdens het bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de verpleegde onderhouden, behoudens ingeval van de verpleegde een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker.
6. Het hoofd van de inrichting kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de inrichting doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
7. De in [artikel 36, eerste lid, onder g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-07-01), genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de verpleegde. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de verpleegde op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Tijdens het bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de verpleegde onderhouden, behoudens ingeval van de verpleegde een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker.
##### Artikel 38
1. De verpleegde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid te stellen beperkingen, het recht tenminste eenmaal per week gedurende tien minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting. In de huisregels worden de tijden en plaatsen alsmede het voor het gesprek of de gesprekken te gebruiken toestel aangewezen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij het hoofd van de inrichting anders bepaalt, voor rekening van de verpleegde.
2. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat op de door of met een verpleegde te voeren telefoongesprek of telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de verpleegde een telefoongesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-02-01&g=2005-02-01). [Artikel 37, vierde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2005-02-01&g=2005-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het hoofd van de inrichting kan het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek telkens voor een periode van ten hoogste vier weken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
4. De verpleegde heeft het recht met de in [artikel 36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=36&z=2005-02-01&g=2005-02-01), genoemde personen en instanties telefoongesprekken te voeren op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Op deze gesprekken wordt geen ander toezicht uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de persoon of instantie met wie de verpleegde een telefoongesprek voert of wenst te voeren vast te stellen.
2. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat op de door of met een verpleegde te voeren telefoongesprek of telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de verpleegde een telefoongesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01). [Artikel 37, vierde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bewaren en verstrekken van opgenomen telefoongesprekken
3. Het hoofd van de inrichting kan het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek telkens voor een periode van ten hoogste vier weken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
4. De verpleegde heeft het recht met de in [artikel 36, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=36&z=2005-07-01&g=2005-07-01), genoemde personen en instanties telefoongesprekken te voeren op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Op deze gesprekken wordt geen ander toezicht uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de persoon of instantie met wie de verpleegde een telefoongesprek voert of wenst te voeren vast te stellen.
##### Artikel 39
@@ -576,7 +576,7 @@
- a. persoonlijk contact te onderhouden met de geestelijke verzorger van de godsdienst of levensovertuiging van zijn keuze, die aan de inrichting is verbonden;
- b. contact te onderhouden met andere dan de onder **a** genoemde geestelijke verzorgers volgens het bepaalde in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. contact te onderhouden met andere dan de onder **a** genoemde geestelijke verzorgers volgens het bepaalde in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. in de inrichting te houden godsdienstige en levensbeschouwelijke bijeenkomsten van zijn keuze bij te wonen, tenzij het hoofd van de inrichting dit verbiedt in verband met de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
@@ -600,7 +600,7 @@
- a. de verstrekking van de door een aan de inrichting verbonden arts voorgeschreven medicijnen en diëten;
- b. de behandeling van de verpleegde op aanwijzing van een aan de inrichting verbonden arts voor zover deze niet kan worden aangemerkt als een behandeling, bedoeld in [artikel 1, onder u](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. de behandeling van de verpleegde op aanwijzing van een aan de inrichting verbonden arts voor zover deze niet kan worden aangemerkt als een behandeling, bedoeld in [artikel 1, onder u](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. de overbrenging van de verpleegde naar een ziekenhuis dan wel andere instelling, indien de onder **b** bedoelde behandeling aldaar plaatsvindt.
@@ -640,11 +640,11 @@
4. Het hoofd van de inrichting is bevoegd aan de verpleegde toebehorende voorwerpen voor diens rekening te laten onderzoeken ten einde vast te stellen of de toelating of het bezit daarvan ingevolge het bepaalde in het tweede of derde lid kan worden toegestaan dan wel is verboden.
5. [Artikel 23, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-02-01&g=2005-02-01), eerste en laatste volzin is van overeenkomstige toepassing.
5. [Artikel 23, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2005-07-01&g=2005-07-01), eerste en laatste volzin is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 45
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het beheer van het eigen geld van de verpleegde, waaronder begrepen de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en het arbeidsloon als bedoeld in [artikel 46, tweede, onderscheidenlijk derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VIII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-02-01&g=2005-02-01), en de besteding daarvan door verpleegden, alsmede het zak- en kleedgeld.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het beheer van het eigen geld van de verpleegde, waaronder begrepen de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en het arbeidsloon als bedoeld in [artikel 46, tweede, onderscheidenlijk derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VIII¶graaf=2&artikel=46&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en de besteding daarvan door verpleegden, alsmede het zak- en kleedgeld.
#### Paragraaf 2. Werkzaamheden en arbeid
@@ -652,13 +652,13 @@
1. De verpleegde is niet verplicht binnen de inrichting werkzaamheden te verrichten, behoudens:
- a. voor zover dit voortvloeit uit een aan de uitbreiding van zijn bewegingsvrijheid verbonden voorwaarde als bedoeld in [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2005-02-01&g=2005-02-01), of
- a. voor zover dit voortvloeit uit een aan de uitbreiding van zijn bewegingsvrijheid verbonden voorwaarde als bedoeld in [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2005-07-01&g=2005-07-01), of
- b. deze werkzaamheden van huishoudelijke aard zijn en betrekking hebben op de ruimten waar zij verblijven, de persoonlijke verblijfsruimte daaronder begrepen.
2. Voor het verrichten van werkzaamheden, met uitzondering van de in het eerste lid, onder **b**, omschreven werkzaamheden, heeft de verpleegde recht op een door Onze Minister vast te stellen vergoeding. Deze vergoeding wordt bij de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614) buiten beschouwing gelaten.
3. De verpleegde is niet verplicht buiten de inrichting arbeid te verrichten, behoudens voor zover dit voortvloeit uit een aan het verlof of het proefverlof verbonden voorwaarde als bedoeld in [artikel 50, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-02-01&g=2005-02-01), onderscheidenlijk [artikel 51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-02-01&g=2005-02-01). Indien de verpleegde buiten de inrichting arbeid verricht, blijft het door hem verdiende arbeidsloon zijn eigendom, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614).
3. De verpleegde is niet verplicht buiten de inrichting arbeid te verrichten, behoudens voor zover dit voortvloeit uit een aan het verlof of het proefverlof verbonden voorwaarde als bedoeld in [artikel 50, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), onderscheidenlijk [artikel 51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-07-01&g=2005-07-01). Indien de verpleegde buiten de inrichting arbeid verricht, blijft het door hem verdiende arbeidsloon zijn eigendom, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de [Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002614).
### HOOFDSTUK IX. ONDERBRENGING VAN EEN KIND IN DE INRICHTING
@@ -684,510 +684,562 @@
7. De kosten van de verzorging van het kind komen alleen voor rekening van het Rijk, voor zover de verpleegde zelf niet in die kosten kan voorzien.
### HOOFDSTUK IX. ONDERBRENGING VAN EEN KIND IN DE INRICHTING
##### Artikel 48
1. Indien een personeelslid of medewerker van de inrichting constateert dat een verpleegde betrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met een ongestoord verloop van de verpleging en hij voornemens is daarover aan het hoofd van de inrichting schriftelijk verslag te doen, deelt hij dit de verpleegde mede.
2. Het hoofd van de inrichting beslist over het opleggen van een disciplinaire straf zo spoedig mogelijk nadat hem verslag is gedaan.
3. Indien het hoofd van de inrichting of zijn vervanger feiten als bedoeld in het eerste lid, constateert, blijft het eerste lid buiten toepassing.
##### Artikel 49
1. Het hoofd van de inrichting kan wegens het begaan van feiten als bedoeld in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-07-01&g=2005-07-01), een of meer van de volgende disciplinaire straffen opleggen:
- a. afzondering in de persoonlijke verblijfsruimte, gedurende het gehele etmaal of bepaalde uren daarvan, voor ten hoogste twee weken;
- b. beperking van de bewegingsvrijheid tot de afdeling, waar de verpleegde verblijft, voor ten hoogste twee weken;
- c. geldboete tot een door Onze Minister te bepalen maximum;
- d. ontzegging van bezoek van een bepaalde persoon of van bepaalde personen voor ten hoogste twee weken, indien het feit plaatsvond in verband met bezoek van die persoon of personen;
- e. uitsluiting van deelname aan een of meer gemeenschappelijke activiteiten of werkzaamheden voor ten hoogste twee weken, indien het feit plaatsvond in verband met die gemeenschappelijke activiteit of werkzaamheid.
2. Het hoofd van de inrichting bepaalt bij de oplegging van een geldboete tevens door welke andere straf de boete zal worden vervangen, ingeval deze niet binnen de daartoe door hem gestelde termijn is betaald.
3. Het hoofd van de inrichting kan voor feiten als bedoeld in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-07-01&g=2005-07-01), meer dan één straf opleggen, met dien verstande dat de in het eerste lid onder a en e genoemde straffen slechts kunnen worden opgelegd voor zover zij te zamen niet langer duren dan twee weken.
4. De oplegging van een straf laat onverlet de mogelijkheid voor het hoofd van de inrichting om ter zake van de door de verpleegde toegebrachte schade aan eigendommen van de inrichting of personeelsleden of medewerkers dan wel van medeverpleegden met de verpleegde een regeling te treffen.
5. Indien een straf is opgelegd wordt deze onverwijld ten uitvoer gelegd. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat een straf niet of slechts ten dele ten uitvoer wordt gelegd.
6. Geen straf kan worden opgelegd indien de verpleegde voor het begaan van een feit als bedoeld in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-07-01&g=2005-07-01), niet verantwoordelijk kan worden gesteld.
7. Van elke strafoplegging dan wel wijziging daarvan houdt het hoofd van de inrichting aantekening. Indien een straf ingevolge [hoofdstuk XIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIII&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [XIV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&z=2005-07-01&g=2005-07-01) of [XV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&z=2005-07-01&g=2005-07-01) geheel of ten dele wordt herzien, houdt het hoofd van de inrichting hiervan aantekening.
### HOOFDSTUK XI. VERLOF EN PROEFVERLOF
##### Artikel 50
1. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem tijdelijk de inrichting te doen verlaten, kan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde verlof verlenen zich al dan niet onder toezicht buiten de inrichting te begeven. Verlof kan omvatten een verblijf geheel buiten de inrichting.
2. Als algemene voorwaarde geldt dat de ter beschikking gestelde zich niet aan enig misdrijf zal schuldig maken. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan aan het verlof bijzondere voorwaarden, het gedrag van de ter beschikking gestelde betreffende, verbinden. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich dient te gedragen overeenkomstig de door de toezichthouder gegeven aanwijzingen.
3. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan het verlof intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen of indien de ter beschikking gestelde een bepaalde voorwaarde niet nakomt.
4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verpleegden die niet ter beschikking zijn gesteld.
5. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
- a. indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen;
- b. indien hij terzake van een misdrijf moet terecht staan;
- c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.
6. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop het vervoer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde ten behoeve van het bijwonen van een gerechtelijke procedure, bedoeld in het vijfde lid, plaatsvindt.
7. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat tijdens het verlaten van de inrichting toezicht wordt uitgeoefend.
##### Artikel 51
1. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem bij wijze van proef in de maatschappij te doen terugkeren, kan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde proefverlof verlenen.
2. [Artikel 50, tweede lid, eerste en tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing. De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich voor het verkrijgen van hulp en steun wendt tot een in de machtiging van Onze Minister aangewezen instelling, die aan bepaalde, bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, voldoet.
3. De ter beschikking gestelde aan wie proefverlof is verleend, geniet, behoudens de verplichtingen die voortvloeien uit hem opgelegde voorwaarden, vrijheid van beweging. Artikel 50, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het verlof en het proefverlof nadere regels gesteld.
### HOOFDSTUK XII. INFORMATIE EN HOORPLICHT
##### Artikel 52
1. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat de verpleegde bij binnenkomst in de inrichting, schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, op de hoogte wordt gesteld van zijn bij of krachtens deze wet gestelde rechten en plichten.
2. De verpleegde wordt hierbij in het bijzonder gewezen op diens bevoegdheid:
- a. een verzoek tot bemiddeling in te dienen overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk XIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIII&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. een klaag- of beroepschrift in te dienen overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken XIV tot en met XVI.
3. Een verpleegde vreemdeling wordt bij binnenkomst in de inrichting geïnformeerd over zijn recht de consulaire vertegenwoordiger van zijn land van zijn vrijheidsbeneming op de hoogte te laten stellen.
##### Artikel 53
1. De verpleegde wordt, zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, gehoord althans daartoe in de gelegenheid gesteld alvorens een beslissing wordt genomen omtrent:
- a. de plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling van intensieve zorg als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. een beperking van de bewegingsvrijheid als bedoeld in [de artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2005-07-01&g=2005-07-01) of [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. een beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam als bedoeld in [artikelen 25 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- d. de beslissingen met betrekking tot de onderbrenging van een kind in de inrichting als bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IX&artikel=47&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- e. de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- f. de observatie door middel van een camera, bedoeld in [artikel 34a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34a&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. De ter beschikking gestelde wordt, zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, gehoord althans daartoe in de gelegenheid gesteld alvorens een beslissing wordt genomen omtrent:
- a. de beslissingen met betrekking tot de plaatsing of overplaatsing overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. de intrekking van een verlof of proefverlof als bedoeld in onderscheidenlijk [de artikelen 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
3. Zo nodig geschiedt het horen van betrokkene met bijstand van een tolk. Van het horen van betrokkene wordt aantekening gehouden.
4. Het horen van betrokkene kan achterwege blijven, indien:
- a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
- b. de gemoedstoestand van betrokkene daaraan in de weg staat.
##### Artikel 54
1. De verpleegde ontvangt onverwijld, schriftelijk en voor zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling betreffende:
- a. elke beslissing als bedoeld in [artikel 53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=53&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. de weigering van verzending of uitreiking van een brief of ander poststuk dan wel van bijgesloten voorwerpen als bedoeld in [artikel 35, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. de weigering van de toelating tot de verpleegde van bezoek of een bepaalde bezoeker als bedoeld in [artikel 37, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- d. de weigering van het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek als bedoeld in [artikel 38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=38&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- e. het verbod van een contact met een vertegenwoordiger van de media als bedoeld in [artikel 39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=39&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. De ter beschikking gestelde ontvangt onverwijld, schriftelijk en voor zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling omtrent elke beslissing als bedoeld in [artikel 53, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=53&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
3. Betrokkene wordt, voor zover van toepassing, in de mededeling gewezen op de mogelijkheid van bemiddeling, beklag of beroep en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan alsmede op de mogelijkheid van het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie om hangende de uitspraak op het klaagschrift de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen.
4. Indien ter zake van de beslissing de machtiging van Onze Minister vereist is, wordt aan de mededeling een afschrift daarvan gehecht.
### HOOFDSTUK XIII. BEMIDDELING
##### Artikel 55
1. De verpleegde heeft het recht zich, mondeling of schriftelijk, tot de commissie van toezicht te wenden met het verzoek te bemiddelen ter zake van een grief omtrent de wijze waarop het hoofd van de inrichting zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen of een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht betracht. Een gedraging van een personeelslid of medewerker van de inrichting jegens de verpleegde wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een gedraging van het hoofd van de inrichting aangemerkt.
2. Indien de grief een beslissing betreft waartegen beklag openstaat, dient dit verzoek uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend.
3. De commissie van toezicht streeft ernaar binnen vier weken een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. Zij kan de bemiddeling geheel of ten dele aan de maandcommissaris of een ander uit haar midden aangewezen lid opdragen.
4. De commissie van toezicht stelt de verpleegde en het hoofd van de inrichting in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, hun standpunt mondeling toe te lichten. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de commissie van toezicht zorg voor de bijstand van een tolk.
5. Zij sluit de bemiddeling af met een mededeling van haar bevindingen aan het hoofd van de inrichting en de verpleegde. In de gevallen, bedoeld in [artikel 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt de verpleegde gewezen op de mogelijkheid van beklag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan.
6. Indien het hoofd van de inrichting of de verpleegde hierom verzoekt, wordt hem zo spoedig mogelijk een gedagtekend afschrift van de mededeling toegezonden of uitgereikt. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de commissie van toezicht zorg voor een vertaling van de mededeling.
### HOOFDSTUK XIII. BEMIDDELING
##### Artikel 56
1. Een verpleegde kan bij de beklagcommissie beklag doen over de volgende door het hoofd van de inrichting genomen beslissingen:
- a. de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. de plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg als bedoeld in [artikel 32, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- c. een beslissing die een beperking inhoudt van het contact met de buitenwereld als bedoeld in [hoofdstuk VII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- d. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen als bedoeld in [artikel 47, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IX&artikel=47&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- e. enige andere beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt behoudens het gestelde in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=57&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
2. Een verpleegde kan bij de beklagcommissie beklag doen over de volgende door het hoofd van de inrichting genomen beslissing tot:
- a. de intrekking van verlof als bedoeld in [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
- b. tegen de intrekking van het proefverlof als bedoeld in [artikel 51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-07-01&g=2005-07-01).
3. Een beslissing van een personeelslid of medewerker van de inrichting wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een beslissing van het hoofd van de inrichting aangemerkt.
4. Tegen de wijze waarop het hoofd van de inrichting een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht betracht staat geen beklag open.
5. Met een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt gelijk gesteld een weigering om te beslissen. Het nemen van een beslissing wordt geacht te zijn geweigerd, indien niet binnen de wettelijke of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn een beslissing is genomen.
6. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat een verpleegde die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld.
##### Artikel 57
1. Tegen een beslissing tot beperking van de bewegingsvrijheid als bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2005-07-01&g=2005-07-01) staat beklag open nadat deze een week heeft geduurd.
2. Tegen een beslissing tot separatie en de duur van de separatie staat beklag open nadat de separatie een dag heeft geduurd.
3. Tegen een beslissing tot afzondering en de duur van de afzondering staat beklag open, nadat de afzondering twee dagen heeft geduurd.
4. De dag waarop een beslissing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is genomen blijft buiten beschouwing.
5. Tegen de beslissing tot verlenging van de separatie of afzondering op de voet van het bepaalde in [artikel 34, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-07-01&g=2005-07-01), staat beklag open.
6. Tegen de beslissing tot het toepassen van cameraobservatie op grond van [artikel 34a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34a&z=2005-07-01&g=2005-07-01), staat beklag open.
##### Artikel 58
1. De verpleegde doet beklag door de indiening van een klaagschrift bij de secretaris van de beklagcommissie van de inrichting waar de beslissing waarover hij klaagt is genomen.
2. De indiening van het klaagschrift kan door tussenkomst van het hoofd van de inrichting waar de verpleegde verblijft geschieden. Het hoofd van de inrichting draagt in dat geval zorg dat het klaagschrift, of, indien het klaagschrift zich in een gesloten envelop bevindt de envelop, van een dagtekening wordt voorzien.
3. Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. Indien de verpleegde omtrent de beslissing waarover hij klaagt geen verzoek tot bemiddeling heeft gedaan, vermeldt hij de redenen hiervoor in het klaagschrift.
4. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur
5. Het klaagschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen worden ingediend. Als dag waarop het klaagschrift is ingediend, geldt die van de ontvangst door de secretaris dan wel de dagtekening, bedoeld in het tweede lid. Een na afloop van deze termijn ingediend klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de verpleegde in verzuim is geweest.
6. Ingeval de verpleegde een verzoek tot bemiddeling inzake de bestreden beslissing heeft gedaan, dan moet, in afwijking van het bepaalde in het vijfde lid, het klaagschrift worden ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde de schriftelijke mededeling van de bevindingen van de commissie van toezicht heeft ontvangen.
##### Artikel 59
1. Het klaagschrift wordt behandeld door een door de commissie van toezicht uit haar midden benoemde beklagcommissie, bestaande uit drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. Een lid van de commissie van toezicht neemt geen deel aan de behandeling van het klaagschrift, indien hij heeft bemiddeld ter zake van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft of daarmede op enige andere wijze bemoeienis heeft gehad.
2. Onze Minister kan, bij justitiële particuliere inrichtingen op voordracht van het bestuur, leden van andere commissies van toezicht aanwijzen die van een beklagcommissie deel uit kunnen maken.
3. De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beklagcommissie kan, indien hij het beklag van eenvoudige aard, dan wel kennelijk niet ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, als enkelvoudig lid van de beklagcommissie het klaagschrift afdoen, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beklagcommissie toekomen.
4. De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid als bedoeld in het derde lid, kan de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beklagcommissie.
5. De behandeling van het klaagschrift vindt niet in het openbaar plaats, behoudens ingeval de beklagcommissie van oordeel is dat de niet openbare behandeling niet verenigbaar is met enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag.
##### Artikel 60
1. De secretaris van de beklagcommissie zendt het hoofd van de inrichting een afschrift van het klaagschrift toe. Het hoofd van de inrichting geeft dienaangaande zo spoedig mogelijk schriftelijk de nodige inlichtingen aan de beklagcommissie, tenzij hij van oordeel is dat het klaagschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Hij voegt daaraan de opmerkingen toe waartoe het klaagschrift hem overigens aanleiding geeft. Aan de klager geeft de secretaris van de beklagcommissie schriftelijk kennis van de inhoud van deze inlichtingen en opmerkingen.
2. Indien de commissie van toezicht omtrent de beslissing waarover wordt geklaagd heeft bemiddeld en zij haar bevindingen schriftelijk aan de klager en het hoofd van de inrichting heeft medegedeeld, voegt de secretaris van de beklagcommissie de bevindingen bij de processtukken.
##### Artikel 61
1. De beklagcommissie stelt de klager en het hoofd van de inrichting in de gelegenheid omtrent het klaagschrift mondeling opmerkingen te maken, tenzij zij het beklag aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.
2. De klager en het hoofd van de inrichting kunnen de voorzitter van de beklagcommissie de vragen opgeven die zij aan elkaar gesteld wensen te zien.
3. De beklagcommissie kan het hoofd van de inrichting en de klager buiten elkaars aanwezigheid horen. In dat geval worden zij in de gelegenheid gesteld vooraf de vragen op te geven die zij gesteld wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de beklagcommissie aan de klager onderscheidenlijk het hoofd van de inrichting mondeling medegedeeld.
4. De beklagcommissie kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijk inlichtingen inwinnen. Indien mondeling inlichtingen worden ingewonnen zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 62
1. De klager heeft het recht zich te doen bijstaan door een rechtsbijstandverlener of een andere vertrouwenspersoon, die daartoe van de beklagcommissie toestemming heeft gekregen. Indien aan de klager een advocaat is toegevoegd, geschieden diens beloning en de vergoeding van de door hem gemaakte kosten volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
2. Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de voorzitter zorg voor de bijstand van een tolk. De beloning van de tolk en de vergoeding van de door de tolk gemaakte kosten geschieden volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
3. Tijdens de beklagprocedure staat de beklagcommissie aan de klager op diens verzoek toe van de gedingstukken kennis te nemen.
4. Indien de klager elders verblijft kunnen de opmerkingen als bedoeld in [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=61&z=2005-07-01&g=2005-07-01), op verzoek van de beklagcommissie ten overstaan van een lid van een andere beklagcommissie worden gemaakt.
5. Van het horen van de betrokkenen maakt de secretaris een schriftelijk verslag, dat door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in het verslag vermeld.
##### Artikel 63
De voorzitter van de beklagcommissie kan de behandeling van het klaagschrift voor bepaalde of onbepaalde tijd uitstellen, indien hij van oordeel is dat het klaagschrift zich leent voor bemiddeling of indien de bemiddelingsprocedure nog niet is afgesloten. In het eerste geval stelt de voorzitter een afschrift van het klaagschrift ter hand aan de maandcommissaris of aan een ander lid van de commissie van toezicht met het verzoek om te bemiddelen. Artikel 55 is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 64
1. Hangende de uitspraak op het klaagschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van de klager, na het hoofd van de inrichting te hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk schorsen.
2. De voorzitter doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de inrichting en de klager.
##### Artikel 65
1. De beklagcommissie doet zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de datum waarop het klaagschrift is ontvangen of, bij toepassing van [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=63&z=2005-07-01&g=2005-07-01), te rekenen vanaf de datum waarop de bemiddeling is afgesloten, uitspraak. In bijzondere omstandigheden kan de beklagcommissie deze termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van deze verlenging wordt aan het hoofd van de inrichting en de klager mededeling gedaan.
2. De uitspraak is met redenen omkleed en gedagtekend. Aan de uitspraak is een verslag van de door de beklagcommissie gehoorde personen gehecht. Zij wordt door de voorzitter, alsmede door de secretaris ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld. Aan de klager en het hoofd van de inrichting wordt onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak van de beklagcommissie toegezonden of uitgereikt. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend.
3. De uitspraak vermeldt de mogelijkheid van het instellen van beroep bij de beroepscommissie en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan alsmede de mogelijkheid van het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie om hangende de uitspraak op het beroepschrift de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie geheel of gedeeltelijk te schorsen.
4. Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst en in de inrichting niet op andere wijze in een vertaling kan worden voorzien, draagt de voorzitter van de beklagcommissie zorg voor een vertaling van de uitspraak en de mededeling als bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschieden volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
5. De voorzitter van de beklagcommissie kan de uitspraak ook mondeling mededelen aan de klager en het hoofd van de inrichting. Deze worden daarbij gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de beroepscommissie, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan, alsmede op de mogelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitspraak als bedoeld in [artikel 67, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&artikel=67&z=2005-07-01&g=2005-07-01). Als dag van de uitspraak geldt de dag van het doen van deze mededeling. Indien mondeling uitspraak wordt gedaan, wordt de uitspraak op het klaagschrift aangetekend.
6. Indien het vijfde lid toepassing heeft gevonden en beroep wordt ingesteld als voorzien in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&artikel=67&z=2005-07-01&g=2005-07-01), vindt uitwerking van de uitspraak van de beklagcommissie plaats op de wijze als bedoeld in het tweede lid. De secretaris van de beklagcommissie zendt een afschrift van deze uitspraak toe aan het hoofd van de inrichting, de klager en de beroepscommissie.
7. De secretaris zendt van alle uitspraken van de beklagcommissie een afschrift naar Onze Minister. Een ieder heeft recht op kennisneming van deze uitspraken en het ontvangen van een afschrift daarvan. Onze Minister draagt zorg dat dit afschrift geen gegevens bevat waaruit de identiteit van de verpleegde kan worden afgeleid. Met betrekking tot de kosten van het ontvangen van een afschrift is het bij of krachtens de [Wet tarieven in strafzaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002406) bepaalde van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 66
1. De uitspraak van de beklagcommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke:
- a. niet-ontvankelijkverklaring van het beklag;
- b. ongegrondverklaring van het beklag;
- c. gegrondverklaring van het beklag.
2. Indien de beklagcommissie van oordeel is dat de beslissing waarover is geklaagd:
- a. in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag dan wel
- b. bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht, verklaart zij het beklag gegrond en vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk.
3. Bij toepassing van het bepaalde in het tweede lid kan de beklagcommissie:
- a. het hoofd van de inrichting opdragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak;
- b. bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing;
- c. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.
4. Bij toepassing van het bepaalde in het derde lid, onder **a**, kan de beklagcommissie in haar uitspraak een termijn stellen.
5. De beklagcommissie kan bepalen dat de uitspraak geheel of gedeeltelijk buiten werking blijft totdat deze onherroepelijk is geworden.
6. Indien het bepaalde in het tweede lid toepassing vindt, worden de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door het hoofd van de inrichting ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de beklagcommissie.
7. Voor zover de in het zesde lid bedoelde gevolgen niet meer ongedaan te maken zijn, bepaalt de beklagcommissie, na het hoofd van de inrichting te hebben gehoord, of enige tegemoetkoming aan de klager geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast.
### HOOFDSTUK XV. BEROEP TEGEN DE UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE
##### Artikel 67
1. Tegen de uitspraak van de beklagcommissie, kunnen het hoofd van de inrichting en de klager beroep instellen bij de beroepscommissie door het indienen van een beroepschrift. Het met redenen omklede beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak bij de secretaris van de beroepscommissie worden ingediend.
2. Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van tenminste drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
3. Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn [de artikelen 56, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [58, tweede, vierde en vijfde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=58&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [59, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=59&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=60&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=61&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [62, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=62&z=2005-07-01&g=2005-07-01), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat:
- a. het hoofd van de inrichting en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld omtrent het beroepschrift schriftelijk opmerkingen te maken;
- b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepscommissie worden gemaakt;
- c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, het hoofd van de inrichting en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.
4. De indiening van het beroepschrift schorst de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie niet, behalve voor zover deze de vaststelling van een tegemoetkoming als bedoeld in [artikel 66, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=66&z=2005-07-01&g=2005-07-01), inhoudt. Hangende de uitspraak op het beroepschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van degene die beroep heeft ingesteld en gehoord de andere betrokkene in de procedure de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de inrichting en de klager.
##### Artikel 68
1. De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak.
2. De uitspraak van de beroepscommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke:
- a. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep;
- b. bevestiging van de uitspraak van de beklagcommissie, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden;
- c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie.
3. Indien het bepaalde in het tweede lid, onder **c**, toepassing vindt, doet de beroepscommissie hetgeen de beklagcommissie had behoren te doen.
4. Ten aanzien van de uitspraak van de beroepscommissie zijn de [artikelen 65, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=65&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [66, met uitzondering van het vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=66&z=2005-07-01&g=2005-07-01), van overeenkomstige toepassing.
### HOOFDSTUK XVI. BEROEP TEGEN BESLISSINGEN WAARTEGEN GEEN BEKLAG OPENSTAAT
##### Artikel 69
1. Een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde kan beroep instellen tegen:
- a. de plaatsing of overplaatsing overeenkomstig het bepaalde in [de artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- b. de verlenging van de termijnen, bedoeld in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2005-07-01&g=2005-07-01), onderscheidenlijk 13, tweede lid;
- c. de intrekking van de machtiging door Onze Minister als bedoeld in [de artikelen 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- d. de beslissing van het hoofd van de particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, inzake intrekking van verlof als bedoeld in [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-07-01&g=2005-07-01), indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
- e. de beslissing van het hoofd van de particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, inzake de intrekking van het proefverlof als bedoeld in [artikel 51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
- f. enige andere door Onze Minister genomen beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt.
2. Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
3. [Artikel 56, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-07-01&g=2005-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot de behandeling van het beroepschrift zijn [de artikelen 56, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [58, tweede lid, derde lid, met uitzondering van de tweede volzin, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=58&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [59, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=59&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=60&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=61&z=2005-07-01&g=2005-07-01), [62, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=62&z=2005-07-01&g=2005-07-01), en [64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=64&z=2005-07-01&g=2005-07-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie kan bepalen dat:
- a. omtrent het beroepschrift uitsluitend schriftelijk opmerkingen kunnen worden gemaakt;
- b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie worden gemaakt;
- c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.
5. De commissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak. Met betrekking tot de uitspraak zijn [de artikelen 65, tweede en vierde lid, en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=65&z=2005-07-01&g=2005-07-01), met uitzondering van de eerste volzin, en 66, met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
### HOOFDSTUK XVI. BEROEP TEGEN BESLISSINGEN WAARTEGEN GEEN BEKLAG OPENSTAAT
##### Artikel 70
1. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat uit en door de verpleegden een verpleegdenraad kan worden gekozen.
2. De verpleegdenraad heeft tot taak met het hoofd van de inrichting in overleg te treden over alle algemene onderwerpen betreffende het leef- en woonklimaat van de inrichting. Zowel de raad als het hoofd van de inrichting kunnen deze onderwerpen in dat overleg aan de orde stellen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de verpleegdenraad.
##### Artikel 71
1. De in de [hoofdstukken XII tot en met XVI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&z=2005-07-01&g=2005-07-01) aan de ter beschikking gestelde of de verpleegde toekomende rechten kunnen, behoudens ingeval de beklag- of beroepscommissie of commissie als bedoeld in [artikel 69, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVI&artikel=69&z=2005-07-01&g=2005-07-01), van oordeel is dat zwaarwegende belangen van betrokkene zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door:
- a. de curator, indien betrokkene onder curatele is gesteld;
- b. de mentor, indien ten behoeve van betrokkene een mentorschap is ingesteld;
- c. de ouders of voogd, indien betrokkene minderjarig is.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt.
### HOOFDSTUK XVIII. BIJZONDERE BEPALING TEN AANZIEN VAN MET HUN INSTEMMING OPGENOMEN VERPLEEGDEN
##### Artikel 72
1. Het hoofd van de inrichting kan het verblijf van een verpleegde als bedoeld in [artikel 4 onder d, e of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), beëindigen, indien zich één van de volgende omstandigheden voordoet:
- a. de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde is zodanig verminderd dat het, mede gelet op de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen, verantwoord is hem in de maatschappij te doen terugkeren;
- b. de voortzetting van het verblijf in de inrichting van de verpleegde levert gevaar op voor de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting of de behandeling van andere verpleegden;
- c. het belang van de verpleegde brengt mee dat zijn behandeling elders wordt voortgezet;
- d. de behandeling van de verpleegde geeft onvoldoende resultaten te zien.
2. Het hoofd van de inrichting beëindigt het verblijf van een verpleegde als bedoeld in het eerste lid onverwijld indien deze daarom verzoekt.
### HOOFDSTUK XVIII. BIJZONDERE BEPALING TEN AANZIEN VAN MET HUN INSTEMMING OPGENOMEN VERPLEEGDEN
##### Artikel 73
1. Onze Minister verstrekt aan de rechtspersoon die een justitiële particuliere inrichting beheert een subsidie voor de kosten van de exploitatie van de inrichting.
2. De subsidie wordt per boekjaar verstrekt.
3. [Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.8) is van toepassing.
4. Onze Minister kan voorschotten op de in het eerste lid bedoelde subsidie verlenen.
##### Artikel 74
1. Omtrent de verstrekking van de subsidie, bedoeld in [artikel 73, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVIIIA&artikel=73&z=2005-07-01&g=2005-07-01), sluit Onze Minister namens de Staat een overeenkomst met de rechtspersoon die de justitiële particuliere inrichting beheert.
2. Met betrekking tot de subsidie, bedoeld in [artikel 73, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVIIIA&artikel=73&z=2005-07-01&g=2005-07-01), kan hetgeen ingevolge [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald, in afwijking van die titel worden bepaald bij de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 75
De overeenkomst regelt in ieder geval:
- a. welke gegevens Onze Minister met het oog op het opstellen van de begroting van de inrichting verstrekt aan de rechtspersoon die de inrichting beheert, alsmede op welk tijdstip deze gegevens uiterlijk worden verstrekt;
- b. welke termijn bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;
- c. de bij de aanvraag tot subsidieverlening, onderscheidenlijk de aanvraag tot subsidievaststelling over te leggen gegevens of bescheiden;
- d. op welke wijze het bedrag van de subsidie wordt bepaald;
- e. op welke wijze het bedrag van de voorschotten wordt bepaald en op welke tijdstippen deze worden betaald;
- f. aan welke eisen de begroting, het financiële verslag en het activiteitenverslag moeten voldoen;
- g. voor welke handelingen de rechtspersoon die de inrichting beheert de toestemming van Onze Minister behoeft;
- h. in welke gevallen de rechtspersoon die de inrichting beheert een vergoeding voor vermogensvorming als bedoeld in [artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:41) verschuldigd is, alsmede op welke wijze deze vergoeding wordt berekend;
- i. het vormen van een egalisatiereserve door de rechtspersoon die de inrichting beheert, en
- j. het door de rechtspersoon die de inrichting beheert verstrekken van gegevens ten behoeve van het door Onze Minister ten aanzien van de strafrechtstoepassing te voeren beleid.
##### Artikel 76
1. Onze Minister kan de overeenkomst opzeggen met ingang van het tijdstip waarop de aanwijzing als justitiële particuliere inrichting eindigt.
2. De overeenkomst kan voorts worden opgezegd met inachtneming van de in de overeenkomst bepaalde termijn, of, bij het ontbreken van zulk een termijn, met inachtneming van een redelijke termijn.
##### Artikel 77
1. Naast een subsidie in de exploitatiekosten kan Onze Minister aan de rechtspersoon die een particuliere justitiële inrichting beheert subsidie verstrekken voor:
- a. bouwprojecten;
- b. bijzondere projecten.
2. Onze Minister kan voorschotten op de in het eerste lid bedoelde subsidies verlenen.
### HOOFDSTUK XIX. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
##### Artikel 78
Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.
##### Artikel 79
Wijzigt de Beginselenwet gevangeniswezen.
##### Artikel 80
Wijzigt de Wet ziekenhuisvoorzieningen.
##### Artikel 81
Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet.
##### Artikel 82
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
##### Artikel 83
Vervallen
##### Artikel 84
De regels vastgesteld krachtens [artikel 37**c** van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37c), zoals dit artikel gold vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te zijn vastgesteld krachtens de toepasselijke bepalingen van deze wet.
##### Artikel 85
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
##### Artikel 86
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop [de artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [74, onderdeel K](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVIIIA&artikel=74&z=2005-07-01&g=2005-07-01), in werking treden.
##### Artikel 87
Deze wet kan worden aangehaald als: Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7a
1. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden meldt ongeoorloofde afwezigheid en andere bijzondere voorvallen aan Onze Minister.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding.
#### Paragraaf 3. Toezicht
### HOOFDSTUK III. PLAATSING EN OVERPLAATSING
### HOOFDSTUK IV. VERPLEGING, BEHANDELING EN EVALUATIE
### HOOFDSTUK V. CONTROLE EN GEWELDGEBRUIK
### HOOFDSTUK VI. BEWEGINGSVRIJHEID BINNEN DE INRICHTING
##### Artikel 34a
1. Het hoofd van de inrichting kan, indien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand van de verpleegde noodzakelijk is, bepalen dat de verpleegde die in afzondering of separatie verblijft, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.
2. Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies in van de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater onderscheidenlijk een aan de inrichting verbonden arts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint het hoofd van de inrichting het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
### HOOFDSTUK VII. CONTACT MET DE BUITENWERELD
### HOOFDSTUK VIII. VERZORGING, ACTIVITEITEN, WERKZAAMHEDEN EN ARBEID
#### Paragraaf 1. Verzorging en activiteiten
#### Paragraaf 2. Werkzaamheden en arbeid
### HOOFDSTUK X. DISCIPLINAIRE STRAFFEN
##### Artikel 48
1. Indien een personeelslid of medewerker van de inrichting constateert dat een verpleegde betrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met een ongestoord verloop van de verpleging en hij voornemens is daarover aan het hoofd van de inrichting schriftelijk verslag te doen, deelt hij dit de verpleegde mede.
2. Het hoofd van de inrichting beslist over het opleggen van een disciplinaire straf zo spoedig mogelijk nadat hem verslag is gedaan.
3. Indien het hoofd van de inrichting of zijn vervanger feiten als bedoeld in het eerste lid, constateert, blijft het eerste lid buiten toepassing.
##### Artikel 49
1. Het hoofd van de inrichting kan wegens het begaan van feiten als bedoeld in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-02-01&g=2005-02-01), een of meer van de volgende disciplinaire straffen opleggen:
- a. afzondering in de persoonlijke verblijfsruimte, gedurende het gehele etmaal of bepaalde uren daarvan, voor ten hoogste twee weken;
- b. beperking van de bewegingsvrijheid tot de afdeling, waar de verpleegde verblijft, voor ten hoogste twee weken;
- c. geldboete tot een door Onze Minister te bepalen maximum;
- d. ontzegging van bezoek van een bepaalde persoon of van bepaalde personen voor ten hoogste twee weken, indien het feit plaatsvond in verband met bezoek van die persoon of personen;
- e. uitsluiting van deelname aan een of meer gemeenschappelijke activiteiten of werkzaamheden voor ten hoogste twee weken, indien het feit plaatsvond in verband met die gemeenschappelijke activiteit of werkzaamheid.
2. Het hoofd van de inrichting bepaalt bij de oplegging van een geldboete tevens door welke andere straf de boete zal worden vervangen, ingeval deze niet binnen de daartoe door hem gestelde termijn is betaald.
3. Het hoofd van de inrichting kan voor feiten als bedoeld in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-02-01&g=2005-02-01), meer dan één straf opleggen, met dien verstande dat de in het eerste lid onder a en e genoemde straffen slechts kunnen worden opgelegd voor zover zij te zamen niet langer duren dan twee weken.
4. De oplegging van een straf laat onverlet de mogelijkheid voor het hoofd van de inrichting om ter zake van de door de verpleegde toegebrachte schade aan eigendommen van de inrichting of personeelsleden of medewerkers dan wel van medeverpleegden met de verpleegde een regeling te treffen.
5. Indien een straf is opgelegd wordt deze onverwijld ten uitvoer gelegd. Het hoofd van de inrichting kan bepalen dat een straf niet of slechts ten dele ten uitvoer wordt gelegd.
6. Geen straf kan worden opgelegd indien de verpleegde voor het begaan van een feit als bedoeld in [artikel 48, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=48&z=2005-02-01&g=2005-02-01), niet verantwoordelijk kan worden gesteld.
7. Van elke strafoplegging dan wel wijziging daarvan houdt het hoofd van de inrichting aantekening. Indien een straf ingevolge [hoofdstuk XIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIII&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [XIV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&z=2005-02-01&g=2005-02-01) of [XV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&z=2005-02-01&g=2005-02-01) geheel of ten dele wordt herzien, houdt het hoofd van de inrichting hiervan aantekening.
### HOOFDSTUK XI. VERLOF EN PROEFVERLOF
##### Artikel 50
1. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem tijdelijk de inrichting te doen verlaten, kan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde verlof verlenen zich al dan niet onder toezicht buiten de inrichting te begeven. Een verlof dat geheel buiten de inrichting wordt doorgebracht kan worden verleend voor een periode van ten hoogste drie maanden.
2. Als algemene voorwaarde geldt dat de ter beschikking gestelde zich niet aan enig misdrijf zal schuldig maken. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan aan het verlof bijzondere voorwaarden, het gedrag van de ter beschikking gestelde betreffende, verbinden. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich dient te gedragen overeenkomstig de door de toezichthouder gegeven aanwijzingen.
3. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan het verlof intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen of indien de ter beschikking gestelde een bepaalde voorwaarde niet nakomt.
4. Indien het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden van oordeel is dat een ter beschikking gestelde, aan wie een verlof als bedoeld in de laatste volzin van het eerste lid is verleend nog niet voor proefverlof als bedoeld in [artikel 51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-02-01&g=2005-02-01) in aanmerking komt, kan hij de periode van dit verlof, met machtiging van Onze Minister, éénmaal met ten hoogste drie maanden verlengen.
5. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verpleegden die niet ter beschikking zijn gesteld.
6. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden stelt de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde in de gelegenheid de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:
- a. indien hij krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen;
- b. indien hij terzake van een misdrijf moet terecht staan;
- c. indien hij bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.
7. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden kan bepalen dat tijdens het verlaten van de inrichting toezicht wordt uitgeoefend.
##### Artikel 51
1. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem bij wijze van proef in de maatschappij te doen terugkeren, kan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, met machtiging van Onze Minister, de ter beschikking gestelde proefverlof verlenen.
2. [Artikel 50, tweede lid, eerste en tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-02-01&g=2005-02-01), is van overeenkomstige toepassing. De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden dat de ter beschikking gestelde zich voor het verkrijgen van hulp en steun wendt tot een in de machtiging van Onze Minister aangewezen instelling, die aan bepaalde, bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, voldoet.
3. De ter beschikking gestelde aan wie proefverlof is verleend, geniet, behoudens de verplichtingen die voortvloeien uit hem opgelegde voorwaarden, vrijheid van beweging. Artikel 50, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het verlof en het proefverlof nadere regels gesteld.
### HOOFDSTUK XII. INFORMATIE EN HOORPLICHT
##### Artikel 52
1. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat de verpleegde bij binnenkomst in de inrichting, schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, op de hoogte wordt gesteld van zijn bij of krachtens deze wet gestelde rechten en plichten.
2. De verpleegde wordt hierbij in het bijzonder gewezen op diens bevoegdheid:
- a. een verzoek tot bemiddeling in te dienen overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk XIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIII&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. een klaag- of beroepschrift in te dienen overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken XIV tot en met XVI.
3. Een verpleegde vreemdeling wordt bij binnenkomst in de inrichting geïnformeerd over zijn recht de consulaire vertegenwoordiger van zijn land van zijn vrijheidsbeneming op de hoogte te laten stellen.
##### Artikel 53
1. De verpleegde wordt, zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, gehoord althans daartoe in de gelegenheid gesteld alvorens een beslissing wordt genomen omtrent:
- a. de plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling van intensieve zorg als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. een beperking van de bewegingsvrijheid als bedoeld in [de artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2005-02-01&g=2005-02-01) of [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- c. een beperking van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam als bedoeld in [artikelen 25 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=V&artikel=25&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- d. de beslissingen met betrekking tot de onderbrenging van een kind in de inrichting als bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IX&artikel=47&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- e. de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
2. De ter beschikking gestelde wordt, zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, gehoord althans daartoe in de gelegenheid gesteld alvorens een beslissing wordt genomen omtrent:
- a. de beslissingen met betrekking tot de plaatsing of overplaatsing overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. de intrekking van een verlof of proefverlof als bedoeld in onderscheidenlijk [de artikelen 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-02-01&g=2005-02-01), en [51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
3. Zo nodig geschiedt het horen van betrokkene met bijstand van een tolk. Van het horen van betrokkene wordt aantekening gehouden.
4. Het horen van betrokkene kan achterwege blijven, indien:
- a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
- b. de gemoedstoestand van betrokkene daaraan in de weg staat.
##### Artikel 54
1. De verpleegde ontvangt onverwijld, schriftelijk en voor zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling betreffende:
- a. elke beslissing als bedoeld in [artikel 53, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=53&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. de weigering van verzending of uitreiking van een brief of ander poststuk dan wel van bijgesloten voorwerpen als bedoeld in [artikel 35, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=35&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- c. de weigering van de toelating tot de verpleegde van bezoek of een bepaalde bezoeker als bedoeld in [artikel 37, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- d. de weigering van het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek als bedoeld in [artikel 38, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=38&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- e. het verbod van een contact met een vertegenwoordiger van de media als bedoeld in [artikel 39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&artikel=39&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
2. De ter beschikking gestelde ontvangt onverwijld, schriftelijk en voor zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling omtrent elke beslissing als bedoeld in [artikel 53, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&artikel=53&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
3. Betrokkene wordt, voor zover van toepassing, in de mededeling gewezen op de mogelijkheid van bemiddeling, beklag of beroep en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan alsmede op de mogelijkheid van het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie om hangende de uitspraak op het klaagschrift de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen.
4. Indien ter zake van de beslissing de machtiging van Onze Minister vereist is, wordt aan de mededeling een afschrift daarvan gehecht.
### HOOFDSTUK XIII. BEMIDDELING
##### Artikel 55
1. De verpleegde heeft het recht zich, mondeling of schriftelijk, tot de commissie van toezicht te wenden met het verzoek te bemiddelen ter zake van een grief omtrent de wijze waarop het hoofd van de inrichting zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen of een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht betracht. Een gedraging van een personeelslid of medewerker van de inrichting jegens de verpleegde wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een gedraging van het hoofd van de inrichting aangemerkt.
2. Indien de grief een beslissing betreft waartegen beklag openstaat, dient dit verzoek uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend.
3. De commissie van toezicht streeft ernaar binnen vier weken een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te bereiken. Zij kan de bemiddeling geheel of ten dele aan de maandcommissaris of een ander uit haar midden aangewezen lid opdragen.
4. De commissie van toezicht stelt de verpleegde en het hoofd van de inrichting in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, hun standpunt mondeling toe te lichten. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de commissie van toezicht zorg voor de bijstand van een tolk.
5. Zij sluit de bemiddeling af met een mededeling van haar bevindingen aan het hoofd van de inrichting en de verpleegde. In de gevallen, bedoeld in [artikel 56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-02-01&g=2005-02-01), wordt de verpleegde gewezen op de mogelijkheid van beklag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan.
6. Indien het hoofd van de inrichting of de verpleegde hierom verzoekt, wordt hem zo spoedig mogelijk een gedagtekend afschrift van de mededeling toegezonden of uitgereikt. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de commissie van toezicht zorg voor een vertaling van de mededeling.
### HOOFDSTUK XIV. BEKLAG
##### Artikel 56
1. Een verpleegde kan bij de beklagcommissie beklag doen over de volgende door het hoofd van de inrichting genomen beslissingen:
- a. de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=X&artikel=49&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. de plaatsing of voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg als bedoeld in [artikel 32, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- c. een beslissing die een beperking inhoudt van het contact met de buitenwereld als bedoeld in [hoofdstuk VII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VII&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- d. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen als bedoeld in [artikel 47, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=IX&artikel=47&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- e. enige andere beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt behoudens het gestelde in [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=57&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
2. Een verpleegde kan bij de beklagcommissie beklag doen over de volgende door het hoofd van de inrichting genomen beslissing tot:
- a. de intrekking van verlof als bedoeld in [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-02-01&g=2005-02-01), indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
- b. tegen de intrekking van het proefverlof als bedoeld in [artikel 51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-02-01&g=2005-02-01).
3. Een beslissing van een personeelslid of medewerker van de inrichting wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een beslissing van het hoofd van de inrichting aangemerkt.
4. Tegen de wijze waarop het hoofd van de inrichting een bij of krachtens deze wet gestelde zorgplicht betracht staat geen beklag open.
5. Met een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt gelijk gesteld een weigering om te beslissen. Het nemen van een beslissing wordt geacht te zijn geweigerd, indien niet binnen de wettelijke of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn een beslissing is genomen.
6. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat een verpleegde die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld.
##### Artikel 57
1. Tegen een beslissing tot beperking van de bewegingsvrijheid als bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2005-02-01&g=2005-02-01) staat beklag open nadat deze een week heeft geduurd.
2. Tegen een beslissing tot separatie staat beklag open nadat de separatie een dag heeft geduurd.
3. Tegen een beslissing tot afzondering staat beklag open, nadat de afzondering twee dagen heeft geduurd.
4. De dag waarop een beslissing als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is genomen blijft buiten beschouwing.
5. Tegen de beslissing tot verlenging van de separatie of afzondering op de voet van het bepaalde in [artikel 34, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=VI&artikel=34&z=2005-02-01&g=2005-02-01), staat beklag open.
##### Artikel 58
1. De verpleegde doet beklag door de indiening van een klaagschrift bij de secretaris van de beklagcommissie van de inrichting waar de beslissing waarover hij klaagt is genomen.
2. De indiening van het klaagschrift kan door tussenkomst van het hoofd van de inrichting waar de verpleegde verblijft geschieden. Het hoofd van de inrichting draagt in dat geval zorg dat het klaagschrift, of, indien het klaagschrift zich in een gesloten envelop bevindt de envelop, van een dagtekening wordt voorzien.
3. Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. Indien de verpleegde omtrent de beslissing waarover hij klaagt geen verzoek tot bemiddeling heeft gedaan, vermeldt hij de redenen hiervoor in het klaagschrift.
4. Indien de verpleegde de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur
5. Het klaagschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen worden ingediend. Als dag waarop het klaagschrift is ingediend, geldt die van de ontvangst door de secretaris dan wel de dagtekening, bedoeld in het tweede lid. Een na afloop van deze termijn ingediend klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de verpleegde in verzuim is geweest.
6. Ingeval de verpleegde een verzoek tot bemiddeling inzake de bestreden beslissing heeft gedaan, dan moet, in afwijking van het bepaalde in het vijfde lid, het klaagschrift worden ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de verpleegde de schriftelijke mededeling van de bevindingen van de commissie van toezicht heeft ontvangen.
##### Artikel 59
1. Het klaagschrift wordt behandeld door een door de commissie van toezicht uit haar midden benoemde beklagcommissie, bestaande uit drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. Een lid van de commissie van toezicht neemt geen deel aan de behandeling van het klaagschrift, indien hij heeft bemiddeld ter zake van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft of daarmede op enige andere wijze bemoeienis heeft gehad.
2. Onze Minister kan, bij justitiële particuliere inrichtingen op voordracht van het bestuur, leden van andere commissies van toezicht aanwijzen die van een beklagcommissie deel uit kunnen maken.
3. De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beklagcommissie kan, indien hij het beklag van eenvoudige aard, dan wel kennelijk niet ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, als enkelvoudig lid van de beklagcommissie het klaagschrift afdoen, met dien verstande dat hij tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beklagcommissie toekomen.
4. De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid als bedoeld in het derde lid, kan de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beklagcommissie.
5. De behandeling van het klaagschrift vindt niet in het openbaar plaats, behoudens ingeval de beklagcommissie van oordeel is dat de niet openbare behandeling niet verenigbaar is met enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag.
##### Artikel 60
1. De secretaris van de beklagcommissie zendt het hoofd van de inrichting een afschrift van het klaagschrift toe. Het hoofd van de inrichting geeft dienaangaande zo spoedig mogelijk schriftelijk de nodige inlichtingen aan de beklagcommissie, tenzij hij van oordeel is dat het klaagschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Hij voegt daaraan de opmerkingen toe waartoe het klaagschrift hem overigens aanleiding geeft. Aan de klager geeft de secretaris van de beklagcommissie schriftelijk kennis van de inhoud van deze inlichtingen en opmerkingen.
2. Indien de commissie van toezicht omtrent de beslissing waarover wordt geklaagd heeft bemiddeld en zij haar bevindingen schriftelijk aan de klager en het hoofd van de inrichting heeft medegedeeld, voegt de secretaris van de beklagcommissie de bevindingen bij de processtukken.
##### Artikel 61
1. De beklagcommissie stelt de klager en het hoofd van de inrichting in de gelegenheid omtrent het klaagschrift mondeling opmerkingen te maken, tenzij zij het beklag aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.
2. De klager en het hoofd van de inrichting kunnen de voorzitter van de beklagcommissie de vragen opgeven die zij aan elkaar gesteld wensen te zien.
3. De beklagcommissie kan het hoofd van de inrichting en de klager buiten elkaars aanwezigheid horen. In dat geval worden zij in de gelegenheid gesteld vooraf de vragen op te geven die zij gesteld wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de beklagcommissie aan de klager onderscheidenlijk het hoofd van de inrichting mondeling medegedeeld.
4. De beklagcommissie kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijk inlichtingen inwinnen. Indien mondeling inlichtingen worden ingewonnen zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 62
1. De klager heeft het recht zich te doen bijstaan door een rechtsbijstandverlener of een andere vertrouwenspersoon, die daartoe van de beklagcommissie toestemming heeft gekregen. Indien aan de klager een advocaat is toegevoegd, geschieden diens beloning en de vergoeding van de door hem gemaakte kosten volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
2. Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de voorzitter zorg voor de bijstand van een tolk. De beloning van de tolk en de vergoeding van de door de tolk gemaakte kosten geschieden volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
3. Tijdens de beklagprocedure staat de beklagcommissie aan de klager op diens verzoek toe van de gedingstukken kennis te nemen.
4. Indien de klager elders verblijft kunnen de opmerkingen als bedoeld in [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=61&z=2005-02-01&g=2005-02-01), op verzoek van de beklagcommissie ten overstaan van een lid van een andere beklagcommissie worden gemaakt.
5. Van het horen van de betrokkenen maakt de secretaris een schriftelijk verslag, dat door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in het verslag vermeld.
##### Artikel 63
De voorzitter van de beklagcommissie kan de behandeling van het klaagschrift voor bepaalde of onbepaalde tijd uitstellen, indien hij van oordeel is dat het klaagschrift zich leent voor bemiddeling of indien de bemiddelingsprocedure nog niet is afgesloten. In het eerste geval stelt de voorzitter een afschrift van het klaagschrift ter hand aan de maandcommissaris of aan een ander lid van de commissie van toezicht met het verzoek om te bemiddelen. Artikel 55 is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 64
1. Hangende de uitspraak op het klaagschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van de klager, na het hoofd van de inrichting te hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk schorsen.
2. De voorzitter doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de inrichting en de klager.
##### Artikel 65
1. De beklagcommissie doet zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de datum waarop het klaagschrift is ontvangen of, bij toepassing van [artikel 63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=63&z=2005-02-01&g=2005-02-01), te rekenen vanaf de datum waarop de bemiddeling is afgesloten, uitspraak. In bijzondere omstandigheden kan de beklagcommissie deze termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van deze verlenging wordt aan het hoofd van de inrichting en de klager mededeling gedaan.
2. De uitspraak is met redenen omkleed en gedagtekend. Aan de uitspraak is een verslag van de door de beklagcommissie gehoorde personen gehecht. Zij wordt door de voorzitter, alsmede door de secretaris ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld. Aan de klager en het hoofd van de inrichting wordt onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak van de beklagcommissie toegezonden of uitgereikt. De datum van die toezending of uitreiking wordt op dit afschrift aangetekend.
3. De uitspraak vermeldt de mogelijkheid van het instellen van beroep bij de beroepscommissie en de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan alsmede de mogelijkheid van het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie om hangende de uitspraak op het beroepschrift de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie geheel of gedeeltelijk te schorsen.
4. Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst en in de inrichting niet op andere wijze in een vertaling kan worden voorzien, draagt de voorzitter van de beklagcommissie zorg voor een vertaling van de uitspraak en de mededeling als bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschieden volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur.
5. De voorzitter van de beklagcommissie kan de uitspraak ook mondeling mededelen aan de klager en het hoofd van de inrichting. Deze worden daarbij gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de beroepscommissie, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan, alsmede op de mogelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitspraak als bedoeld in [artikel 67, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&artikel=67&z=2005-02-01&g=2005-02-01). Als dag van de uitspraak geldt de dag van het doen van deze mededeling. Indien mondeling uitspraak wordt gedaan, wordt de uitspraak op het klaagschrift aangetekend.
6. Indien het vijfde lid toepassing heeft gevonden en beroep wordt ingesteld als voorzien in [artikel 67, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XV&artikel=67&z=2005-02-01&g=2005-02-01), vindt uitwerking van de uitspraak van de beklagcommissie plaats op de wijze als bedoeld in het tweede lid. De secretaris van de beklagcommissie zendt een afschrift van deze uitspraak toe aan het hoofd van de inrichting, de klager en de beroepscommissie.
7. De secretaris zendt van alle uitspraken van de beklagcommissie een afschrift naar Onze Minister. Een ieder heeft recht op kennisneming van deze uitspraken en het ontvangen van een afschrift daarvan. Onze Minister draagt zorg dat dit afschrift geen gegevens bevat waaruit de identiteit van de verpleegde kan worden afgeleid. Met betrekking tot de kosten van het ontvangen van een afschrift is het bij of krachtens de [Wet tarieven in strafzaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002406) bepaalde van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 66
1. De uitspraak van de beklagcommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke:
- a. niet-ontvankelijkverklaring van het beklag;
- b. ongegrondverklaring van het beklag;
- c. gegrondverklaring van het beklag.
2. Indien de beklagcommissie van oordeel is dat de beslissing waarover is geklaagd:
- a. in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag dan wel
- b. bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht, verklaart zij het beklag gegrond en vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk.
3. Bij toepassing van het bepaalde in het tweede lid kan de beklagcommissie:
- a. het hoofd van de inrichting opdragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak;
- b. bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing;
- c. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.
4. Bij toepassing van het bepaalde in het derde lid, onder **a**, kan de beklagcommissie in haar uitspraak een termijn stellen.
5. De beklagcommissie kan bepalen dat de uitspraak geheel of gedeeltelijk buiten werking blijft totdat deze onherroepelijk is geworden.
6. Indien het bepaalde in het tweede lid toepassing vindt, worden de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door het hoofd van de inrichting ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de beklagcommissie.
7. Voor zover de in het zesde lid bedoelde gevolgen niet meer ongedaan te maken zijn, bepaalt de beklagcommissie, na het hoofd van de inrichting te hebben gehoord, of enige tegemoetkoming aan de klager geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast.
### HOOFDSTUK XV. BEROEP TEGEN DE UITSPRAAK VAN DE BEKLAGCOMMISSIE
##### Artikel 67
1. Tegen de uitspraak van de beklagcommissie, kunnen het hoofd van de inrichting en de klager beroep instellen bij de beroepscommissie door het indienen van een beroepschrift. Het met redenen omklede beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak onderscheidenlijk na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak bij de secretaris van de beroepscommissie worden ingediend.
2. Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van tenminste drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
3. Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn [de artikelen 56, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [58, tweede, vierde en vijfde lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=58&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [59, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=59&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=60&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=61&z=2005-02-01&g=2005-02-01) en [62, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=62&z=2005-02-01&g=2005-02-01), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat:
- a. het hoofd van de inrichting en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld omtrent het beroepschrift schriftelijk opmerkingen te maken;
- b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepscommissie worden gemaakt;
- c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, het hoofd van de inrichting en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.
4. De indiening van het beroepschrift schorst de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie niet, behalve voor zover deze de vaststelling van een tegemoetkoming als bedoeld in [artikel 66, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=66&z=2005-02-01&g=2005-02-01), inhoudt. Hangende de uitspraak op het beroepschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van degene die beroep heeft ingesteld en gehoord de andere betrokkene in de procedure de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan het hoofd van de inrichting en de klager.
##### Artikel 68
1. De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak.
2. De uitspraak van de beroepscommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke:
- a. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep;
- b. bevestiging van de uitspraak van de beklagcommissie, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden;
- c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie.
3. Indien het bepaalde in het tweede lid, onder **c**, toepassing vindt, doet de beroepscommissie hetgeen de beklagcommissie had behoren te doen.
4. Ten aanzien van de uitspraak van de beroepscommissie zijn [de artikelen 65, tweede, vierde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=65&z=2005-02-01&g=2005-02-01), en [66, met uitzondering van het vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=66&z=2005-02-01&g=2005-02-01), van overeenkomstige toepassing.
### HOOFDSTUK XVI. BEROEP TEGEN BESLISSINGEN WAARTEGEN GEEN BEKLAG OPENSTAAT
##### Artikel 69
1. Een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde kan beroep instellen tegen:
- a. de plaatsing of overplaatsing overeenkomstig het bepaalde in [de artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2005-02-01&g=2005-02-01) en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- b. de verlenging van de termijnen, bedoeld in [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2005-02-01&g=2005-02-01), onderscheidenlijk 13, tweede lid;
- c. de intrekking van de machtiging door Onze Minister als bedoeld in [de artikelen 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-02-01&g=2005-02-01) en [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- d. de beslissing van het hoofd van de particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, inzake intrekking van verlof als bedoeld in [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=50&z=2005-02-01&g=2005-02-01), indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd;
- e. de beslissing van het hoofd van de particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, inzake de intrekking van het proefverlof als bedoeld in [artikel 51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XI&artikel=51&z=2005-02-01&g=2005-02-01);
- f. enige andere door Onze Minister genomen beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt.
2. Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.
3. [Artikel 56, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-02-01&g=2005-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot de behandeling van het beroepschrift zijn [de artikelen 56, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=56&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [58, tweede lid, derde lid, met uitzondering van de tweede volzin, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=58&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [59, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=59&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=60&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=61&z=2005-02-01&g=2005-02-01), [62, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=62&z=2005-02-01&g=2005-02-01), en [64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=64&z=2005-02-01&g=2005-02-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie kan bepalen dat:
- a. omtrent het beroepschrift uitsluitend schriftelijk opmerkingen kunnen worden gemaakt;
- b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie worden gemaakt;
- c. ingeval bij een ander persoon mondeling inlichtingen worden ingewonnen, betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk de vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien.
5. De commissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak. Met betrekking tot de uitspraak zijn [de artikelen 65, tweede en vierde lid, en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XIV&artikel=65&z=2005-02-01&g=2005-02-01), met uitzondering van de eerste volzin, en 66, met uitzondering van het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
### HOOFDSTUK XVII. MEDEZEGGENSCHAP EN VERTEGENWOORDIGING
##### Artikel 70
1. Het hoofd van de inrichting draagt zorg dat uit en door de verpleegden een verpleegdenraad kan worden gekozen.
2. De verpleegdenraad heeft tot taak met het hoofd van de inrichting in overleg te treden over alle algemene onderwerpen betreffende het leef- en woonklimaat van de inrichting. Zowel de raad als het hoofd van de inrichting kunnen deze onderwerpen in dat overleg aan de orde stellen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de verpleegdenraad.
##### Artikel 71
1. De in de [hoofdstukken XII tot en met XVI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XII&z=2005-02-01&g=2005-02-01) aan de ter beschikking gestelde of de verpleegde toekomende rechten kunnen, behoudens ingeval de beklag- of beroepscommissie of commissie als bedoeld in [artikel 69, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVI&artikel=69&z=2005-02-01&g=2005-02-01), van oordeel is dat zwaarwegende belangen van betrokkene zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door:
- a. de curator, indien betrokkene onder curatele is gesteld;
- b. de mentor, indien ten behoeve van betrokkene een mentorschap is ingesteld;
- c. de ouders of voogd, indien betrokkene minderjarig is.
2. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt.
### HOOFDSTUK XVIII. BIJZONDERE BEPALING TEN AANZIEN VAN MET HUN INSTEMMING OPGENOMEN VERPLEEGDEN
##### Artikel 72
1. Het hoofd van de inrichting kan het verblijf van een verpleegde als bedoeld in [artikel 4 onder d, e of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=II¶graaf=2&artikel=4&z=2005-02-01&g=2005-02-01), beëindigen, indien zich één van de volgende omstandigheden voordoet:
- a. de stoornis van de geestvermogens van de verpleegde is zodanig verminderd dat het, mede gelet op de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen, verantwoord is hem in de maatschappij te doen terugkeren;
- b. de voortzetting van het verblijf in de inrichting van de verpleegde levert gevaar op voor de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting of de behandeling van andere verpleegden;
- c. het belang van de verpleegde brengt mee dat zijn behandeling elders wordt voortgezet;
- d. de behandeling van de verpleegde geeft onvoldoende resultaten te zien.
2. Het hoofd van de inrichting beëindigt het verblijf van een verpleegde als bedoeld in het eerste lid onverwijld indien deze daarom verzoekt.
### HOOFDSTUK XVIIIA. SUBSIDIËRING VAN JUSTITIËLE PARTICULIERE INRICHTINGEN
##### Artikel 73
1. Onze Minister verstrekt aan de rechtspersoon die een justitiële particuliere inrichting beheert een subsidie voor de kosten van de exploitatie van de inrichting.
2. De subsidie wordt per boekjaar verstrekt.
3. [Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.8) is van toepassing.
4. Onze Minister kan voorschotten op de in het eerste lid bedoelde subsidie verlenen.
##### Artikel 74
1. Omtrent de verstrekking van de subsidie, bedoeld in [artikel 73, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVIIIA&artikel=73&z=2005-02-01&g=2005-02-01), sluit Onze Minister namens de Staat een overeenkomst met de rechtspersoon die de justitiële particuliere inrichting beheert.
2. Met betrekking tot de subsidie, bedoeld in [artikel 73, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVIIIA&artikel=73&z=2005-02-01&g=2005-02-01), kan hetgeen ingevolge [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald, in afwijking van die titel worden bepaald bij de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 75
De overeenkomst regelt in ieder geval:
- a. welke gegevens Onze Minister met het oog op het opstellen van de begroting van de inrichting verstrekt aan de rechtspersoon die de inrichting beheert, alsmede op welk tijdstip deze gegevens uiterlijk worden verstrekt;
- b. welke termijn bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;
- c. de bij de aanvraag tot subsidieverlening, onderscheidenlijk de aanvraag tot subsidievaststelling over te leggen gegevens of bescheiden;
- d. op welke wijze het bedrag van de subsidie wordt bepaald;
- e. op welke wijze het bedrag van de voorschotten wordt bepaald en op welke tijdstippen deze worden betaald;
- f. aan welke eisen de begroting, het financiële verslag en het activiteitenverslag moeten voldoen;
- g. voor welke handelingen de rechtspersoon die de inrichting beheert de toestemming van Onze Minister behoeft;
- h. in welke gevallen de rechtspersoon die de inrichting beheert een vergoeding voor vermogensvorming als bedoeld in [artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:41) verschuldigd is, alsmede op welke wijze deze vergoeding wordt berekend;
- i. het vormen van een egalisatiereserve door de rechtspersoon die de inrichting beheert, en
- j. het door de rechtspersoon die de inrichting beheert verstrekken van gegevens ten behoeve van het door Onze Minister ten aanzien van de strafrechtstoepassing te voeren beleid.
##### Artikel 76
1. Onze Minister kan de overeenkomst opzeggen met ingang van het tijdstip waarop de aanwijzing als justitiële particuliere inrichting eindigt.
2. De overeenkomst kan voorts worden opgezegd met inachtneming van de in de overeenkomst bepaalde termijn, of, bij het ontbreken van zulk een termijn, met inachtneming van een redelijke termijn.
##### Artikel 77
1. Naast een subsidie in de exploitatiekosten kan Onze Minister aan de rechtspersoon die een particuliere justitiële inrichting beheert subsidie verstrekken voor:
- a. bouwprojecten;
- b. bijzondere projecten.
2. Onze Minister kan voorschotten op de in het eerste lid bedoelde subsidies verlenen.
### HOOFDSTUK XIX. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
##### Artikel 78
Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.
##### Artikel 79
Wijzigt de Beginselenwet gevangeniswezen.
##### Artikel 80
Wijzigt de Wet ziekenhuisvoorzieningen.
##### Artikel 81
Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet.
##### Artikel 82
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
##### Artikel 83
Vervallen
##### Artikel 84
De regels vastgesteld krachtens [artikel 37**c** van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37c), zoals dit artikel gold vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te zijn vastgesteld krachtens de toepasselijke bepalingen van deze wet.
##### Artikel 85
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
##### Artikel 86
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop [de artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2005-02-01&g=2005-02-01) en [74, onderdeel K](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008765&hoofdstuk=XVIIIA&artikel=74&z=2005-02-01&g=2005-02-01), in werking treden.
##### Artikel 87
Deze wet kan worden aangehaald als: Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2005-02-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 74, 86
2002-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — arts. 5, 73, 74 y
2002-01-01
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden — versión origina
original version
Tekst op deze datum