Besluit van 14 februari 1998, houdende nadere regels inzake de arbeids- en rusttijden in of op voertuigen, aan boord van vaartuigen en voor loodsen (Arbeidstijdenbesluit vervoer)

Type AMvB
Publication 2025-09-16
State In force
Source BWB
artikelen 365
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a. Indien de duur van een single-pilot-operatie meer dan 1 uur bedraagt, zal de helft van de single-pilot-vliegtijd in mindering worden gebracht op de volgens artikel 4.8:5, eerste lid, toegestane limiet; deze vermindering zal maximaal 2 uur bedragen.
  • b. in geval van een sling-operatie wordt op de maximum vliegtijd tweemaal de tijdsduur van deze operatie in mindering gebracht.
  • c. in geval van een hoist-operatie wordt iedere z.g. hoist-cycle gerekend als één landing.
3.

Indien de ongecorrigeerde vliegtijd minder dan 5 uur bedraagt, mogen de in dit artikel voorgeschreven correcties achterwege blijven.

VIII. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel A ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

2.

Alle in onder 1. genoemde uren grondtijd worden als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

Bijlage H

Tabel I

Aantal landingen bij dag Reduktie Gecorr. max. vliegtijd
0-25 0 09.00 uur
26-30 15 min 08.45 uur
31-35 30 min 08.30 uur
36-40 45 min 08.15 uur
41-45 01.00 uur 08.00 uur
46-50 01.30 uur 07.30 uur
51-55 02.00 uur 07.00 uur
56-60 02.30 uur 06.30 uur
meer dan 60 03.00 uur 06.00 uur

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.5:9a

De werkgever deelt de arbeid van een lid van het cockpitpersoneel zodanig in, dat een lid van het cockpitpersoneel, onverminderd zijn aanspraak op vakantiedagen maar met inbegrip van eventuele rusttijd, ten minste 7 dagen in elke kalendermaand en ten minste 96 dagen in elk kalenderjaar op de standplaats heeft, welke vrij zijn van vliegwerktijd en reservetijd. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder «dag»: een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur lokale tijd.

Begrippen vlieguren, vliegtijd, verkeersvlucht, rondvlucht en luchtarbeid

§ 4.4. Registratie

Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet

§ 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Registratie

§ 4.5. Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91

Onverwachte opdrachten

§ 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel helikopters

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

§ 5.1. Algemene bepalingen

Gelijkstelling met vliegwerktijd

§ 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk

Maximale werktijd en maximale vliegtijd

§ 5.2. Toepasselijkheid van de wet

Aantal landingen

§ 5.5. Rusttijden

Toepasselijkheid voor schepen op binnenwateren

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 5.2. Toepasselijkheid van de wet

Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet

§ 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk

Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet

§ 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk

Toepasselijkheid van de paragraaf

§ 6.4. Algemene verplichtingen

Semi-continuvaart

§ 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet

§ 6.6. Arbeids- en rusttijden zeeschepen in havensleepdienst

Registratie

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

§ 6.6. Arbeids- en rusttijden zeeschepen in havensleepdienst

Pauze

Oefeningen

Afwijkingen

Hoofdstuk 8. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

§ 6.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

§ 6A.1. Algemene bepalingen

BIJLAGE A

I. Correctie voor landingen

I. Correctie voor landingen

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

BIJLAGE B

Voorbeelden voor het gebruik van Tabel C

BIJLAGE D

Na (binnen) dagen Minima Norm
1 – 18
2 16 36
3 36 54
4 48 72
5 70 90
6 84 108
7 103 126
8 122 144
9 141 162
10 160 180
11 179 198
12 198 216
13 222 234
14 246 252
15 270 270
  • a. Op de eerste dag dat de rusttijd minder dan 18 uur bedraagt, vangt een periode van maximaal 15 dagen aan, waarin het totaal aantal uren genoten rusttijd na een aantal dagen gerekend vanaf het begin van de periode, ten minste dient te voldoen aan de in de kolom «minima» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • b. De periode eindigt wanneer, gerekend vanaf het begin van de periode, de gemiddelde rusttijd per dag ten minste 18 uur bedraagt. In dat geval zal het totaal aantal uren rusttijd ten minste voldoen aan de in de kolom «norm» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • c. Een volgende periode als bedoeld onder a. kan niet eerder aanvangen dan nadat aan het onder b. gestelde is voldaan.

BIJLAGE C

De normale minimum rusttijd, die voorafgaat aan een vliegwerktijd wordt bepaald door de lengte van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd zoals aangegeven in de volgende tabel.

Voorafgaande gecorr. vliegwerktijd Normale minimum rust
0 uur t/m 11 uur 29 min. 11 uur
11 uur 30 min. t/m 12 uur 29 min. 12 uur
12 uur 30 min. t/m 13 uur 29 min. 13 uur
13 uur 30 min. t/m 14 uur 29 min. 14 uur
14 uur 30 min. t/m 15 uur 29 min. 15 uur
15 uur 30 min. en meer 16 uur

I. Correctie voor landingen

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

III. Correctie voor overige verzwaarde omstandigheden

BIJLAGE F

2.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd, volgende op een bekorte rust, dient de vliegwerktijd voor de tweede en elk daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

3.

Voor cockpitpersoneel, mits ten minste een eerste als een tweede bestuurder omvattend, van vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa van 5700 kg geldt voor zover de landingen plaatsvinden onder zichtweersomstandigheden in afwijking van het gestelde in de voorgaande leden van deze bijlage, een correctie van 30 minuten per landing, toe te passen na de derde landing in de betreffende vliegwerktijd tot een maximum van zes uren.

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

BIJLAGE G. Maximum vliegwerktijden

I. De maximum vliegwerktijd is afhankelijk van het aanvangstijdstip van de vliegwerktijd, uitgedrukt in lokale tijd, en wordt vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom I.

II. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. in een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden na de eerste drie uren van de reservetijd dan wordt behoudens het gestelde in lid 3 van dit artikel de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom II.

III. Indien de oproep tot aanmelding plaatsvindt in een reservetijd en de aanmelding dient plaats te vinden meer dan 8 uren na die oproep, onder gelijktijdige opheffing van de reserveverplichting, dan wordt de maximum vliegwerktijd bepaald volgens tabel G, Kolom I.

IV. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. voor de aanvang van een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden binnen 8 uren na afloop van die reservetijd, dan wordt de opdracht geacht te zijn ontvangen op het tijdstip direct voorafgaande aan het einde van de reservetijd; voor het bepalen van de maximum vliegwerktijd is tabel G, Kolom II van toepassing.

Tabel G

Aanmeldtijdstip Max. vlwt (geen reserve) Na 3 uur reserve
Aanmeldtijdstip I II
00.00-02.59 uur 10.00 uur 8 uur
03.00-03.59 uur 10.30 uur 8 uur
04.00-04.59 uur 11.00 uur 10 uur
05.00-05.59 uur 10.30 uur 11 uur
06.00-12.59 uur 12.00 uur 12 uur
13.00-14.59 uur 11.30 uur 11 uur
15.00-16.59 uur 11.00 uur 10 uur
17.00-18.59 uur 10.30 uur 9 uur
19.00-23.59 uur 10.00 uur 8 uur

Maximum vliegwerktijden over een langere periode

V. Op de eerste dag, dat een vliegwerktijd meer dan 6 uur bedraagt, dan wel een reservetijd of een combinatie van vliegwerktijd en reservetijd meer dan 7 uur bedraagt, vangt een periode aan van maximaal 15 dagen, waarin het totaal aantal uren vliegwerktijd en het totaal aantal uren vliegwerktijd plus reservetijd op geen enkele dag de waarde in tabel H, kolom «maximum vliegwerktijd» resp. «vliegwerktijd plus reservetijd», behorende bij die dag, overschrijdt.

VI. De onder V genoemde periode eindigt op die dag, dat gerekend vanaf het begin van die periode, het totaal van de vliegwerktijd en het totaal van de vliegwerktijd plus reservetijd gelijk is aan, dan wel minder is dan de bij die dag vermelde normwaarden.

Tabel H

Na (binnen) Max. vlwtijd Norm. vlwtijd Max. vlwt + reservetijd Norm. vlwtijd + reservetijd
1 12*Indien bekorte rust wordt toegepast ingevolge artikel 4.8:9, uit te breiden tot 15.29 uur. 6 24 7
2 24 12 34 14
3 36 18 39 21
4 44 24 52 28
5 50 30 55 35
6 60 36 66 42
7 65 42 72 49
8 70 48 78 56
9 75 54 84 63
10 80 60 90 70
11 85 66 96 77
12 90 72 105 84
13 90 78 105 91
14 90 84 105 98
15 90 90 105 105

VII. Verzwarende omstandigheden

1.

Bij het uitvoeren van een vliegwerktijd worden de volgende omstandigheden als verzwarend voor de werkzaamheden van het cockpitpersoneel aangemerkt:

  • –. de «single-pilot»-operaties;
  • –. de «sling»-operaties;
  • –. de «hoist»-operaties.
2.

Indien de onder 1. genoemde omstandigheden zich voordoen, worden de volgende correcties te worden toegepast:

  • a. Indien de duur van een single-pilot-operatie meer dan 1 uur bedraagt, zal de helft van de single-pilot-vliegtijd in mindering worden gebracht op de volgens artikel 4.8:5, eerste lid, toegestane limiet; deze vermindering zal maximaal 2 uur bedragen.
  • b. in geval van een sling-operatie wordt op de maximum vliegtijd tweemaal de tijdsduur van deze operatie in mindering gebracht.
  • c. in geval van een hoist-operatie wordt iedere z.g. hoist-cycle gerekend als één landing.
3.

Indien de ongecorrigeerde vliegtijd minder dan 5 uur bedraagt, mogen de in dit artikel voorgeschreven correcties achterwege blijven.

VIII. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel A ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

2.

Alle in onder 1. genoemde uren grondtijd worden als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

BIJLAGE A

Vervallen

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Overige begrippen

§ 4.2. Toepassingsgebied van de wet

Begrippen in § 4.5 Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91

Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet

Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet

§ 4.4. Registratie

Bewaartermijn

§ 4.5. Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91

Toepasselijkheid van de paragraaf

§ 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel helikopters

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

§ 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel hefschroefvliegtuigen

Maximum vliegwerktijd

§ 4.9. Ontheffing

Aantal landingen

§ 5.4. Registratie

Planning

§ 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 5.2. Toepasselijkheid van de wet

Berekening rusttijden in geval van gedeeltelijke niet-toepasselijkheid van dit hoofdstuk tijdens onderbreking van de vaart

§ 6.2. Toepassingsgebied van de wet

Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet

§ 5.5. Arbeids- en rusttijden

Berekening rusttijden in geval van gedeeltelijke niet-toepasselijkheid van dit hoofdstuk tijdens onderbreking van de vaart

§ 6.2. Toepassingsgebied van de wet

Continuvaart

§ 6.5. Arbeids- en rusttijden

§ 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 6.5. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

§ 7.1. Algemene bepaling

Consignatie

Afwijkingen

Toepasselijkheid van deze paragraaf

§ 6.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 6A. Zeevisserij

§ 6A.1. Algemene bepalingen

BIJLAGE A

BIJLAGE B

Voorbeelden voor het gebruik van Tabel C

BIJLAGE D

Na (binnen) dagen Minima Norm
1 – 18
2 16 36
3 36 54
4 48 72
5 70 90
6 84 108
7 103 126
8 122 144
9 141 162
10 160 180
11 179 198
12 198 216
13 222 234
14 246 252
15 270 270
  • a. Op de eerste dag dat de rusttijd minder dan 18 uur bedraagt, vangt een periode van maximaal 15 dagen aan, waarin het totaal aantal uren genoten rusttijd na een aantal dagen gerekend vanaf het begin van de periode, ten minste dient te voldoen aan de in de kolom «minima» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • b. De periode eindigt wanneer, gerekend vanaf het begin van de periode, de gemiddelde rusttijd per dag ten minste 18 uur bedraagt. In dat geval zal het totaal aantal uren rusttijd ten minste voldoen aan de in de kolom «norm» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • c. Een volgende periode als bedoeld onder a. kan niet eerder aanvangen dan nadat aan het onder b. gestelde is voldaan.

BIJLAGE C

De normale minimum rusttijd, die voorafgaat aan een vliegwerktijd wordt bepaald door de lengte van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd zoals aangegeven in de volgende tabel.

Voorafgaande gecorr. vliegwerktijd Normale minimum rust
0 uur t/m 11 uur 29 min. 11 uur
11 uur 30 min. t/m 12 uur 29 min. 12 uur
12 uur 30 min. t/m 13 uur 29 min. 13 uur
13 uur 30 min. t/m 14 uur 29 min. 14 uur
14 uur 30 min. t/m 15 uur 29 min. 15 uur
15 uur 30 min. en meer 16 uur

I. Correctie voor landingen

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

III. Correctie voor overige verzwaarde omstandigheden

BIJLAGE F

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens bijlage B, ten hoogste twee en een half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens bijlage B, ten hoogste twee en een half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

Tabel D. maximum gecorrigeerde vliegwerktijd (geen reservetijd)

BIJLAGE B

Vervallen

BIJLAGE C

Vervallen

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.5:11

Indien een lid van het cockpitpersoneel geen opdracht tot het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot het uitvoeren van een verkeersvlucht behoeft te verwachten en de werkgever onverwacht een opdracht geeft tot het verrichten van deze werkzaamheden en deze werkzaamheden dienen aan te vangen binnen 10 uren nadat dit aan het lid van het cockpitpersoneel is medegedeeld, behoeft hij deze opdracht slechts te aanvaarden voor zover deze een door hem zelf te bepalen tijdsduur binnen de grenzen van dit besluit niet overschrijdt.

§ 4.6. Arbeids-, rust en reservetijden cabinepersoneel vleugelvliegtuigen van verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten

Toepasselijkheid op arbeid aan boord van luchtvaartuigen

Arbeidstijd, rusttijd en reservetijd

Artikel 4.6:5

Vervallen

§ 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten

Rusttijden

§ 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel hefschroefvliegtuigen

Arbeids- en rusttijden

§ 4.9. Ontheffing

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

§ 5.1. Algemene bepalingen

§ 5.1. Algemene bepalingen

Reservetijd

§ 4.9. Ontheffing

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 5.5. Arbeids- en rusttijden

Toepasselijkheid voor schepen op binnenwateren

§ 5.4. Registratie

Toepasselijkheid van de paragraaf

§ 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Semi-continuvaart

§ 6.4. Algemene verplichtingen

Jeugdige bemanningsleden

§ 6.1. Algemene bepalingen

Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

§ 7.1. Algemene bepaling

Oefeningen

Toepasselijkheid van deze paragraaf

Wekelijkse onafgebroken rusttijd zeevarenden van 18 jaar of ouder

Hoofdstuk 8. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Strafbaarstelling loodsen

Hoofdstuk 6A. Zeevisserij

Citeertitel

BIJLAGE A

III. Correctie van andere verzwarende omstandigheden

Voorbeelden voor het gebruik van Tabel C

BIJLAGE E

I. Correctie voor landingen

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

III. Correctie voor overige verzwaarde omstandigheden

2.

Alle onder 1. genoemde uren grondtijd worden bij toepassing van de overige in dit Hoofdstuk Luchtvaart gestelde bepalingen volledig als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

III. Correctie van andere verzwarende omstandigheden

BIJLAGE D

Vervallen

BIJLAGE E

Vervallen

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Nadere uitvoeringsregels

Artikel 2.5:7
1.

In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 561/2006 niet van toepassing is.

2.

In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.

3.

De werknemer die vervoer anders dan taxivervoer verricht, verricht in elke periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid.

4.

De werknemer die taxivervoer verricht, verricht ten hoogste:

  • a. 60 uren arbeid per week;
  • b. 12 uren arbeid per dienst; en
  • c. gemiddeld 48 uren arbeid per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken.
5.

Van het derde en vierde lid kan met inachtneming van het zesde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig.

6.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.

§ 2.7. Overige bepalingen

Rijtijd

Hoofdstuk 3. Railvervoer

§ 3.2. Arbeids- en rusttijden

Afwijkingen arbeid in nachtdienst

Hoofdstuk 4. Luchtvaart

§ 4.1. Algemene bepalingen

Overige begrippen

§ 3.1. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Aanwijzing autoriteiten

§ 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Bijrijder

§ 3.1. Algemene bepalingen

Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 3.2. Registratie

§ 4.2. Toepassingsgebied van de wet

§ 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten

Totale rusttijd over langere periode

§ 4.6. Arbeids-, rust en reservetijden cabinepersoneel vleugelvliegtuigen van verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten

Aantal landingen

§ 4.10. Afwijkingen

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

Artikel 5.1:2
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de periode waarop de arbeid van het bemanningslid zich beperkt tot de aanwezigheid op het schip, zonder dat hij zijn taken uitoefent, eveneens als rusttijd.

2.

In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de perioden waarin het bemanningslid niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze perioden niet vooraf bekend is.

§ 4.9. Ontheffing

Bekorte rust

Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet

Artikel 5.4:2. Registratie arbeidstijden

Onverminderd artikel 5.4:1, eerste lid, wordt van een bemanningslid dat werknemer is de dagelijkse arbeidstijd geregistreerd op een door de werkgever te bepalen wijze.

§ 4.10. Afwijkingen

Artikel 5.5:7
1.

De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat het jeugdige bemanningslid:

  • a. bij exploitatiewijzen A1 en A2 in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in het vierde lid bedoelde pauze ten minste 16 uren bedraagt, waarvan ten minste 12 uren ononderbroken;
  • b. bij exploitatiewijze B in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in het vierde lid bedoelde pauze ten minste 16 uren bedraagt, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken.
2.

De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat het jeugdige bemanningslid:

  • a. hetzij een wekelijkse rusttijd heeft van ten minste 2 dagen, waarin de zondag is begrepen;
  • b. hetzij een wekelijkse ononderbroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren, waarin de zondag is begrepen;
  • c. hetzij, ingeval van een reis van meer dan 5 dagen, in elke periode van 10 weken een ononderbroken rusttijd heeft van ten minste 16 dagen.
3.

De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat het jeugdige bemanningslid tussen 22.00 uur en 06.00 uur, dan wel tussen 23.00 en 07.00 uur slechts arbeid verricht indien dit in het kader van de opleiding noodzakelijk is.

4.

De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat het jeugdige bemanningslid een pauze van ten minste 30 minuten heeft ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan vier en een half uur.

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 6.1. Algemene bepalingen

Begrippen zeeschip, havensleepdienst en pleziervaartuig

Begrippen scheepsbeheerder, kapitein en zeevarende

Begrip rusttijd

§ 6.2. Toepassingsgebied van de wet

Toepasselijkheid op arbeid aan boord van zeeschepen

Uitsluiting van de toepasselijkheid van het hoofdstuk

Hoofdstuk 6A. Zeevisserij

Artikel 6A.1:1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • b. scheepsbeheerder: de natuurlijke of rechtspersoon die vanuit een vestiging in Nederland van een visserijonderneming de dagelijkse leiding heeft over het beheer van een vissersvaartuig;
  • c. schipper: de gezagvoerder van een vissersvaartuig;
  • e. jeugdige visser: de visser van 16 of 17 jaar;
  • f. rusttijd: een periode van ten minste een uur waarin geen arbeid wordt verricht.

Dagelijkse rusttijd zeevarenden van 18 jaar of ouder

Artikel 6A.1:2
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de periode waarin door de visser, die werknemer is, of de visser die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn, samen met werknemers op hetzelfde vissersvaartuig arbeid verricht, door omstandigheden inherent aan de visserij, geen arbeid kan worden verricht hoewel hij volgens zijn werkrooster arbeid zou moeten verrichten, als rusttijd.

2.

In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de perioden waarin de visser, bedoeld in het eerste lid, niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze perioden niet vooraf bekend is.

Arbeidstijd van zeevarenden van 18 jaar of ouder

Artikel 6A.1:3

Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen uitsluitend van toepassing op arbeid, verricht door schippers en vissers aan boord van vissersvaartuigen.

Jeugdige zeevarenden

Artikel 6A.1:4
1.

De schipper die vissers aan boord heeft die werknemer zijn, zorgt ervoor dat aan boord van het vissersvaartuig op een voor alle vissers toegankelijke plaats een werkrooster is opgehangen, waarin zijn arbeidspatroon en dat van alle aan boord zijnde vissers alsmede de wettelijk voorgeschreven arbeids- en rusttijden worden vermeld.

2.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een model worden vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster.

Artikel 6A.2:1

In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een vissersvaartuig.

Gelijkstelling met rusttijd

Artikel 6A.2:2
1.

De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn rusttijd en die van de vissers van 18 jaar of ouder ten minste 10 uren bedraagt in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van de rusttijd.

2.

De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de rusttijd van de vissers wordt verdeeld in niet meer dan twee perioden, waarvan één periode een onafgebroken rusttijd van ten minste 6 uren omvat. In dat geval wordt de periode van 24 uren, bedoeld in het eerste lid, berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust bedraagt niet meer dan 14 uren.

3.

De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn rusttijd en die van de vissers van 18 jaar of ouder tenminste 77 uren bedraagt in elke periode van 7 dagen.

Verplichtingen van de scheepsbeheerder

Artikel 6A.2:3

De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn gemiddelde wekelijkse arbeidstijd en die van de vissers van 18 jaar of ouder ten hoogste 48 uren bedraagt, gerekend over een periode van 52 achtereenvolgende weken.

Ontheffing

Artikel 6A.2:4
1.

De schipper organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige visser:

  • a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht;
  • b. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen;
  • c. per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht;
  • d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdsruimte van 7 maal 24 uren;
  • e. op zondag in beginsel geen arbeid verricht.
2.

De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige visser een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur.

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige visser:

  • a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 12 uren arbeid verrichten indien hij uit hoofde van de wachtindeling gedurende die uren feitelijk wacht loopt;
  • b. arbeid verrichten tussen 00.00 en 5.00 uur indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is.

Begrippen

Artikel 6A.2:5

De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van een visser telkens na ten hoogste 6 uren wordt afgewisseld door een pauze.

Begrippen

Artikel 6A.2:6

De schipper organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodanig dat zij zo min mogelijk inbreuk maken op de rusttijden en geen oververmoeidheid veroorzaken.

Gelijkstelling met rusttijd

Artikel 6A.2:7
1.

De schipper kan afwijken en kan een visser verplichten af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het vissersvaartuig, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood.

2.

Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de schipper ervoor dat de visser die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt.

§ 6A.3. Overige bepalingen

Werkrooster

Artikel 6A.3:1
1.

De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat de schipper en de vissers aan boord van het vissersvaartuig:

  • a. regelmatig voldoende lange rustperioden krijgen om hun veiligheid en gezondheid te waarborgen; en
  • b. geen arbeid verrichten in strijd met dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen.
2.

De scheepsbeheerder verschaft de schipper de nodige middelen en gegevens die deze nodig heeft om aan de hem in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen opgelegde verplichtingen te voldoen.

Werkrooster

Artikel 6A.3:2
1.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan:

  • a. vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:2, onder voorwaarden die zoveel mogelijk een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden, onder andere door het toekennen van compenserende rusttijden;
2.

De scheepsbeheerder en de schipper leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na.

3.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:3.

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

§ 7.1. Algemene bepaling

Uitbreiding toepasselijkheid van deze paragraaf

§ 7.2. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Jeugdige schepelingen

Pauze

§ 7.1. Algemene bepaling

Pauze

Hoofdstuk 8. Beboetbare feiten en daarmee samenhangende bepalingen

§ 6A.3. Overige bepalingen

§ 7.1. Algemene bepaling

§ 7.1. Algemene bepaling

§ 7.1. Algemene bepaling

Artikel 8:3A. Overtredingen binnenvaart

Het niet naleven van de artikelen 5.4:1, 5.4:2, 5.5:2 tot en met 5.5:5a, 5.5:5b, tweede lid, 5.5:6 en 5.5:7 is een overtreding.

Beboetbaarstelling wegvervoer

§ 7.3. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Inwerkingtreding

Citeertitel

I. Correctie voor landingen

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

III. Correctie van andere verzwarende omstandigheden

1.

Indien bij een rusttijd van elf uren of minder de tijd, benodigd om na het officiële afmeldingstijdstip de plaats van de passende accommodatie waar de rust wordt genoten te bereiken, of indien de tijd, benodigd om van de plaats waar de rust wordt genoten het luchtvaartterrein van vertrek te bereiken (aanmelding), meer dan 30 minuten bedraagt, wordt dit als verzwarende omstandigheid aangemerkt en wordt in overeenstemming met het gestelde onder 2. een verantwoorde correctie op de rusttijd of op de volgende vliegwerktijd toegepast.

1.

Indien bij een rusttijd van elf uren of minder de tijd, benodigd om na het officiële afmeldingstijdstip de plaats van de passende accommodatie waar de rust wordt genoten te bereiken, of indien de tijd, benodigd om van de plaats waar de rust wordt genoten het luchtvaartterrein van vertrek te bereiken (aanmelding), meer dan 30 minuten bedraagt, wordt dit als verzwarende omstandigheid aangemerkt en wordt in overeenstemming met het gestelde onder 2. een verantwoorde correctie op de rusttijd of op de volgende vliegwerktijd toegepast.

I. Voorzover het gestelde onder II, III en IV en het bepaalde in artikel 4.5:5, tweede lid niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld:

I. Voorzover het gestelde onder II, III en IV en het bepaalde in artikel 4.5:5, tweede lid niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld:

II. In het geval, behoudens het gestelde onder IV, dat een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

dan wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld:

III. Na een bekorte rust wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel C, met dien verstande dat in het geval dat zowel voor als na de bekorte rust de mogelijkheid tot aflossen aanwezig is en over een daartoe geschikte, buiten de cockpit gelegen zitplaats dan wel een rustgelegenheid kan worden beschikt, de tabelwaarden met drie uren dienen te worden verhoogd.

IV. In het geval dat – na een bekorte rust – een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

dan wordt de maximale vliegwerktijd bepaald zoals aangegeven in tabel C, noot 2.

Voorbeelden voor het gebruik van Tabel C

2.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd, volgende op een bekorte rust, dient de vliegwerktijd voor de tweede en elk daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

3.

Voor cockpitpersoneel, mits ten minste een eerste als een tweede bestuurder omvattend, van vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa van 5700 kg geldt voor zover de landingen plaatsvinden onder zichtweersomstandigheden in afwijking van het gestelde in de voorgaande leden van deze bijlage, een correctie van 30 minuten per landing, toe te passen na de derde landing in de betreffende vliegwerktijd tot een maximum van zes uren.

In de eerste kolom onder «Gecorrigeerde vliegwerktijd vóór de bekorte rust» zoeken we op 10.50 uur (d.i. 10.30–11.29). De aanmeldingstijd na de bekorte rust staat daarachter in kolom 2 (d.i. tussen 04.01–08.00). Trek nu een denkbeeldige lijn naar rechts. Vervolgens vinden we onder «Lengte Bekorte Rust» het getal 8¼ (8.15 uur). In deze kolom gaan we naar beneden tot het snijpunt met de denkbeeldige horizontale lijn en vinden daarbij het getal 5. De toegestane maximum gecorrigeerde vliegwerktijd bedraagt dus 5 uur.

BIJLAGE C

Vervallen

BIJLAGE D

Vervallen

BIJLAGE E

Vervallen

I. Correctie voor landingen

1.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd dient de vliegwerktijd voor de vierde en elke daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

2.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd, volgende op een bekorte rust, dient de vliegwerktijd voor de tweede en elk daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

I. Voorzover het gestelde onder II, III en IV en het bepaalde in artikel 4.5:5, tweede lid niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld:

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens bijlage B, ten hoogste twee en een half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

2.

Alle onder 1. genoemde uren grondtijd worden bij toepassing van de overige in dit Hoofdstuk Luchtvaart gestelde bepalingen volledig als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

III. Correctie van andere verzwarende omstandigheden

1.

Indien bij een rusttijd van elf uren of minder de tijd, benodigd om na het officiële afmeldingstijdstip de plaats van de passende accommodatie waar de rust wordt genoten te bereiken, of indien de tijd, benodigd om van de plaats waar de rust wordt genoten het luchtvaartterrein van vertrek te bereiken (aanmelding), meer dan 30 minuten bedraagt, wordt dit als verzwarende omstandigheid aangemerkt en wordt in overeenstemming met het gestelde onder 2. een verantwoorde correctie op de rusttijd of op de volgende vliegwerktijd toegepast.

2.

Indien zich andere dan in deze bijlage genoemde verzwarende omstandigheden bij de vluchtuitvoering voordoen, dient de maatschappij of de gezagvoerder na overleg met overige leden van het cockpitpersoneel een verantwoorde correctie op de vliegwerktijd toe te passen.

BIJLAGE B

I. Voorzover het gestelde onder II, III en IV en het bepaalde in artikel 4.5:5, tweede lid niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld:

II. In het geval, behoudens het gestelde onder IV, dat een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

dan wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld:

III. Na een bekorte rust wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel C, met dien verstande dat in het geval dat zowel voor als na de bekorte rust de mogelijkheid tot aflossen aanwezig is en over een daartoe geschikte, buiten de cockpit gelegen zitplaats dan wel een rustgelegenheid kan worden beschikt, de tabelwaarden met drie uren dienen te worden verhoogd.

IV. In het geval dat – na een bekorte rust – een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

dan wordt de maximale vliegwerktijd bepaald zoals aangegeven in tabel C, noot 2.

V. Indien de onafgebroken rust wordt genoten op een daartoe geschikte zitplaats, wordt daaronder verstaan een zitplaats ten minste gelijkwaardig aan een passagiersstoel, waarbij de hinder door passagiers en overige storende invloeden zo veel mogelijk moet worden beperkt.

1.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd dient de vliegwerktijd voor de vierde en elke daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

1.

De gecorrigeerde vliegwerktijd bedraagt 10.50 uur. De daaropvolgende rust wordt bekort tot 08.15 uur. De aanmeldingstijd wordt ten gevolge daarvan 07.15 uur. Hoeveel bedraagt nu de toegestane maximum gecorrigeerde vliegwerktijd?

In de eerste kolom onder «Gecorrigeerde vliegwerktijd vóór de bekorte rust» zoeken we op 10.50 uur (d.i. 10.30–11.29). De aanmeldingstijd na de bekorte rust staat daarachter in kolom 2 (d.i. tussen 04.01–08.00). Trek nu een denkbeeldige lijn naar rechts. Vervolgens vinden we onder «Lengte Bekorte Rust» het getal 8¼ (8.15 uur). In deze kolom gaan we naar beneden tot het snijpunt met de denkbeeldige horizontale lijn en vinden daarbij het getal 5. De toegestane maximum gecorrigeerde vliegwerktijd bedraagt dus 5 uur.

Tabel D. maximum gecorrigeerde vliegwerktijd (geen reservetijd)

BIJLAGE C

De normale minimum rusttijd, die voorafgaat aan een vliegwerktijd wordt bepaald door de lengte van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd zoals aangegeven in de volgende tabel.

Voorafgaande gecorr. vliegwerktijd Normale minimum rust
0 uur t/m 11 uur 29 min. 11 uur
11 uur 30 min. t/m 12 uur 29 min. 12 uur
12 uur 30 min. t/m 13 uur 29 min. 13 uur
13 uur 30 min. t/m 14 uur 29 min. 14 uur
14 uur 30 min. t/m 15 uur 29 min. 15 uur
15 uur 30 min. en meer 16 uur

BIJLAGE D

Na (binnen) dagen Minima Norm
1 – 18
2 16 36
3 36 54
4 48 72
5 70 90
6 84 108
7 103 126
8 122 144
9 141 162
10 160 180
11 179 198
12 198 216
13 222 234
14 246 252
15 270 270
  • a. Op de eerste dag dat de rusttijd minder dan 18 uur bedraagt, vangt een periode van maximaal 15 dagen aan, waarin het totaal aantal uren genoten rusttijd na een aantal dagen gerekend vanaf het begin van de periode, ten minste dient te voldoen aan de in de kolom «minima» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • b. De periode eindigt wanneer, gerekend vanaf het begin van de periode, de gemiddelde rusttijd per dag ten minste 18 uur bedraagt. In dat geval zal het totaal aantal uren rusttijd ten minste voldoen aan de in de kolom «norm» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • c. Een volgende periode als bedoeld onder a. kan niet eerder aanvangen dan nadat aan het onder b. gestelde is voldaan.

BIJLAGE E

Bijlage I

Aantal landingen

Nacht Dag
25 10
24 12
23 14
22 16
21 18
20 20
19 22
18 24
17 26
16 28
15 30
14 32
13 34
12 36
11 38
10 40
9 42
8 44
7 46
6 48
0-5 onbeperkt

T.g.v. een oneven aantal landingen bij daglicht wordt van het naasthogere even aantal landingen uitgegaan.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 7.3. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

§ 7.3. Arbeids- en rusttijden

Beboetbaarstelling zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij

I. Correctie voor landingen

2.

Indien zich andere dan in deze bijlage genoemde verzwarende omstandigheden bij de vluchtuitvoering voordoen, dient de maatschappij of de gezagvoerder na overleg met overige leden van het cockpitpersoneel een verantwoorde correctie op de vliegwerktijd toe te passen.

1.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd dient de vliegwerktijd voor de vierde en elke daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

Voorbeelden voor het gebruik van Tabel C

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens bijlage B, ten hoogste twee en een half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

BIJLAGE F

Vervallen

I. Correctie voor landingen

3.

Voor cockpitpersoneel, mits ten minste een eerste als een tweede bestuurder omvattend, van vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa van 5700 kg geldt voor zover de landingen plaatsvinden onder zichtweersomstandigheden in afwijking van het gestelde in de voorgaande leden van deze bijlage, een correctie van 30 minuten per landing, toe te passen na de derde landing in de betreffende vliegwerktijd tot een maximum van zes uren.

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

IV. In het geval dat – na een bekorte rust – een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

III. Correctie voor overige verzwaarde omstandigheden

2.

Indien zich andere verzwaarde omstandigheden bij de vluchtuitvoering voordoen, dient de maatschappij of gezagvoerder na overleg met de overige leden van het boordpersoneel een verantwoorde correctie op de vliegwerktijd toe te passen.

BIJLAGE F

2.

De gecorrigeerde vliegwerktijd bedraagt 10.50 uur. De benodigde vliegwerktijd inclusief een verantwoorde planningsmarge bedraagt na de bekorte rust 10 uur. Hoe lang moet de bekorte rust zijn? In de eerste kolom onder «Gecorrigeerde vliegwerktijd voor bekorte rust» zoeken we op 10.50 uur (d.i. 10.30–11.29). We gaan naar rechts en vinden, afhankelijk van de aanmeldingstijd na de bekorte rust, het getal 10. Indien het aanmeldingstijdstip valt tussen 08.01–13.00 uur dan bedraagt, naar boven gaande, de lengte van de bekorte rust 9¼ uur. Indien het aanmeldingstijdstip valt tussen 19.01–04.00 uur dan bedraagt, naar boven gaande, de lengte van de bekorte rust 9¾ uur. In de overblijvende aanmeldingsperioden vinden we, naar boven gaande, voor de lengte van de bekorte rust 9½ uur.

Tabel D. maximum gecorrigeerde vliegwerktijd (geen reservetijd)

Bijlage J. Maximale vliegwerktijd na bekorte rust

Vliegwerktijd vóór bekorte rust Aanmeldingstijdenna bekorte rust(LT) van - t/m Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust
8.00 8.30 9.00 9.30 10.00 10.30 11.00 11.30 12.00
00.00-
06.29 1 = 0600-1259 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 = 1300-1659 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00 11.00
0400-0559
111 = 1700-0259 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00 10.00
06.30-
07.29 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00
111 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00
07.30-8.29 1 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00
11 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00
111 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00
08.30-
09.29 1 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00
11 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00
111 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00
09.30-
10.29 1 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00
11 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
111 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
10.30-
11.29 1 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
11 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
111 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
meer dan 1 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
11.29 11 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
111 0.00 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Geldigheidsduur tachograafkaart

Artikel 2.4:7
1.

Een bestuurderskaart en een bedrijfskaart hebben een geldigheidsduur van 5 jaar.

2.

Een werkplaatskaart heeft een geldigheidsduur van 1 jaar.

Gebruik bestuurderskaart

Artikel 2.4:8

De werkgever, de werknemer en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, die als bestuurder rijden op een vrachtauto of bus, die is voorzien van een controleapparaat, handelen overeenkomstig:

  • a. de artikelen 27, onderscheidenlijk 29, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 165/2014; of
  • b. de artikelen 4, onderscheidenlijk 8, vijfde lid, van deel b, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst.

Gebruik werkplaatskaart

Artikel 2.4:9

De houder van een werkplaatskaart handelt overeenkomstig de artikelen 22, tweede lid, derde lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, en 23 van verordening (EU) nr. 165/2014.

Gebruik bedrijfskaart

Artikel 2.4:10

De werkgever en de persoon bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet gebruikt een bedrijfskaart om de registratie van gegevens met betrekking tot de in artikel 4:3, eerste lid, van de wet neergelegde verplichting in het controleapparaat in te stellen en de in het controleapparaat geregistreerde gegevens te kunnen onttrekken.

Vervanging tachograafkaart

Artikel 2.4:11
1.

Een bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart verliest zijn geldigheid in ieder geval door intrekking of schorsing en door het verstrijken van de geldigheidsduur.

2.

Een binnen de geldigheidsduur verloren, gestolen, defect geraakte of beschadigde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart wordt vervangen door een vervangende kaart voor de resterende termijn van geldigheid.

3.

De houder meldt verlies of diefstal van zijn bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Uitvoeringsregels

Artikel 2.4:12

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over:

  • a. de gronden voor goedkeuring, weigering, intrekking of schorsing van een model tachograafkaart;
  • b. het voor goedkeuring van een model tachograafkaart benodigde certificaat;
  • c. de geldigheid en de gronden van verlening, weigering, intrekking of schorsing van tachograafkaarten;
  • d. de aanvraag van tachograafkaarten en model tachograafkaarten, de beslistermijn op de aanvraag en de aan de behandeling van een aanvraag verbonden kosten alsmede over de afgifte van tachograafkaarten;
  • e. de wijze van melden en inleveren in geval van verloren, gestolen, defecte of beschadigde tachograafkaarten;
  • f. de wijze waarop een tachograafkaart of een controleapparaat wordt gebruikt;
  • g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleapparaat opgeslagen gegevens.

Nadere uitvoeringsregels

Artikel 2.4:13
1.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EU) nr. 165/2014 noodzakelijk zijn.

2.

Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, eerste lid, tweede alinea, 3, eerste lid, 22, eerste, vierde en vijfde lid, 23, eerste lid, 26, lid 7 bis, 27, 29, tweede lid, 32, eerste tot en met vierde lid, 33, eerste en tweede lid, 34, behoudens het derde lid, onder b, tweede alinea, 35, 36, eerste en tweede lid, 37, eerste lid, eerste volzin en tweede lid van verordening (EU) nr. 165/2014.

3.

Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 12, tweede volzin van verordening (EG) nr. 561/2006 na.

4.

Voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het AETR-verdrag.

5.

Voor zover van toepassing, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen:

  • a. 3, 6, behoudens het derde lid, onder b, tweede alinea, 7, 8, tweede lid, 9, 10, eerste en tweede lid, en 11, van deel b, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst; en
  • b. 3, 14, eerste en tweede lid, 15, eerste en tweede lid, en 16, eerste en tweede lid, van deel c, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst.
6.

Voor zover van toepassing, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 8, tweede lid, derde volzin, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst na.

Aanwijzing autoriteiten

Artikel 2.4:14

Vervallen

§ 2.5. Arbeids- en rusttijden

Maatwerkregister

Rusttijd

Arbeid op zondag

Rijtijd

Arbeid in nachtdienst

Arbeid in nachtdienst ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is

Afwijkingen arbeid in nachtdienst

§ 2.6. Vrijstellingen

§ 2.7. Overige bepalingen

Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 niet van toepassing is

Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing is

Beschikbaarheid

Bijrijder

Hoofdstuk 3. Railvervoer

§ 3.2. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk 4. Luchtvaart

§ 4.1. Algemene bepalingen

Begrip boordpersoneel

Begrippen vliegwerktijd, reservetijd, rusttijd, grondtijd en rustgelegenheid

§ 3.3. Arbeids- en rusttijden

Dagelijkse rusttijd

Wekelijkse onafgebroken rusttijd

§ 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 4.1. Algemene bepalingen

Begrip boordpersoneel

Begrip boordpersoneel

§ 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten

Onverwachte opdrachten

Arbeids- en rusttijden

§ 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel hefschroefvliegtuigen

§ 4.10. Afwijkingen

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

§ 4.10. Afwijkingen

§ 5.1. Algemene bepalingen

Gelijkstelling met rusttijd

Bewaartermijn arbeidstijdenregistratie

Begrippen zeeschip, havensleepdienst en pleziervaartuig

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 6.2. Toepassingsgebied van de wet

Begrip rusttijd

§ 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 6.4. Algemene verplichtingen

§ 6.5. Arbeids- en rusttijden

Bewaartermijn

Toepasselijkheid van deze paragraaf

Zeevarenden van 18 jaar en ouder

§ 6.7. Overige bepalingen

Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 6A.2. Arbeids- en rusttijden

Oefeningen

Schepelingen van 18 jaar of ouder

Maximale wekelijkse arbeidstijd

Oefeningen

§ 6A.3. Overige bepalingen

Oefeningen

Afwijkingen

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

§ 7.3. Arbeids- en rusttijden

Toepasselijkheid van de paragraaf

Begrippen registerloods, loodsen op afstand en week

Begrippen registerloods, loodsen op afstand en week

§ 7.2. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Toepasselijkheid op registerloodsen

Hoofdstuk 8. Beboetbare feiten en daarmee samenhangende bepalingen

Overtredingen wegvervoer

Overtredingen spoorvervoer

Overtredingen luchtvaart

Overtredingen zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij

Overtredingen loodsen

Overtredingen zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij

Artikel 8:6

De gevallen waarin een toezichthouder bevoegd is afgifte van een bestuurderskaart te vorderen zijn die genoemd in artikel 26, zevende lid, van verordening (EU) nr. 165/2014.

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Inwerkingtreding

Citeertitel

BIJLAGE A

Vervallen

I. Correctie voor landingen

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

2.

Alle onder 1. genoemde uren grondtijd worden bij toepassing van de overige in dit Hoofdstuk Luchtvaart gestelde bepalingen volledig als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

Bijlage I

Aantal landingen

Nacht Dag
25 10
24 12
23 14
22 16
21 18
20 20
19 22
18 24
17 26
16 28
15 30
14 32
13 34
12 36
11 38
10 40
9 42
8 44
7 46
6 48
0-5 onbeperkt

T.g.v. een oneven aantal landingen bij daglicht wordt van het naasthogere even aantal landingen uitgegaan.

Voorbeelden voor het gebruik van Tabel C

BIJLAGE C

De normale minimum rusttijd, die voorafgaat aan een vliegwerktijd wordt bepaald door de lengte van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd zoals aangegeven in de volgende tabel.

Voorafgaande gecorr. vliegwerktijd Normale minimum rust
0 uur t/m 11 uur 29 min. 11 uur
11 uur 30 min. t/m 12 uur 29 min. 12 uur
12 uur 30 min. t/m 13 uur 29 min. 13 uur
13 uur 30 min. t/m 14 uur 29 min. 14 uur
14 uur 30 min. t/m 15 uur 29 min. 15 uur
15 uur 30 min. en meer 16 uur

BIJLAGE D

Na (binnen) dagen Minima Norm
1 – 18
2 16 36
3 36 54
4 48 72
5 70 90
6 84 108
7 103 126
8 122 144
9 141 162
10 160 180
11 179 198
12 198 216
13 222 234
14 246 252
15 270 270
  • a. Op de eerste dag dat de rusttijd minder dan 18 uur bedraagt, vangt een periode van maximaal 15 dagen aan, waarin het totaal aantal uren genoten rusttijd na een aantal dagen gerekend vanaf het begin van de periode, ten minste dient te voldoen aan de in de kolom «minima» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • b. De periode eindigt wanneer, gerekend vanaf het begin van de periode, de gemiddelde rusttijd per dag ten minste 18 uur bedraagt. In dat geval zal het totaal aantal uren rusttijd ten minste voldoen aan de in de kolom «norm» van de in de tabel aangegeven waarden.
  • c. Een volgende periode als bedoeld onder a. kan niet eerder aanvangen dan nadat aan het onder b. gestelde is voldaan.

BIJLAGE E

I. Correctie voor landingen

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

Uitsluitend tijdens de vluchtuitvoering is het bovenstaande ook van toepassing bij gebruik van Bijlage F IIIb en Bijlage F IVb.

2.

Alle uren grondtijd als bedoeld onder 1 worden bij toepassing van de overige bepalingen uit het hoofdstuk Luchtvaart volledig als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

I. Correctie voor landingen

1.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd dient de vliegwerktijd voor de vierde en elke daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

2.

Voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd, volgende op een bekorte rust, dient de vliegwerktijd voor de tweede en elke daarop volgende landing te worden verlengd met 45 minuten per landing.

BIJLAGE F

1.

Van een grondtijd langer dan 2½ uur kunnen, zowel bij de planning als bij de uitvoering, voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd in verband met de toetsing aan het geldende maximum volgens bijlage F IIIa, IVa, VIa en VIb ten hoogste 2½ uren buiten beschouwing worden gelaten, voorzover het lid van het cabinepersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden heeft verricht voor zijn maatschappij en waarbij ten minste 2½ uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

Uitsluitend tijdens de vluchtuitvoering is het bovenstaande ook van toepassing bij gebruik van Bijlage F IIIb en Bijlage F IVb.

2.

Alle uren grondtijd als bedoeld onder 1 worden bij toepassing van de overige bepalingen uit het hoofdstuk Luchtvaart volledig als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

V. Indien tijdens de uitvoering van een vlucht blijkt, dat de vliegwerktijd meer zal bedragen dan de geplande maximale vliegwerktijd ingevolge artikel 4.6:3, tweede lid, onderdelen a en b, en indien, door de aanwezigheid van een verzwaarde cockpitbemanning, de mogelijkheid bestaat de vlucht tot boven dit maximum voort te zetten, dan is zulks toegestaan, mits aan het cabinepersoneel een onafgebroken rust wordt gegeven, die ten minste gelijk is aan de verwachte overschrijding van genoemd maximum; deze rust dient te worden genoten op een wijze die identiek is aan die van het cockpitpersoneel.

1.

Indien bij een rusttijd van 11 uren of minder de tijd, benodigd om na het officiële afmeldingstijdstip de passende accomodatie te bereiken, of indien de tijd, benodigd om van de passende accommodatie het luchtvaartterrein van vertrek te bereiken (aanmelding), meer dan 30 minuten bedraagt, kan dit als verzwaarde omstandigheid worden aangemerkt en kan in overeenstemming met het gestelde onder 2. een verantwoorde correctie op de rusttijd of de volgende vliegwerktijd worden toegepast.

2.

Indien zich andere verzwaarde omstandigheden bij de vluchtuitvoering voordoen, dient de maatschappij of gezagvoerder na overleg met de overige leden van het boordpersoneel een verantwoorde correctie op de vliegwerktijd toe te passen.

VI.

I. Indien een cockpitbemanning een vliegwerktijd aanvangt op dezelfde luchthaven als het cabinepersoneel, en dit cabinepersoneel de vliegwerktijd uitvoert gezamenlijk met genoemde cockpitbemanning, dan geldt voor het bepalen van de maximale gecorrigeerde vliegwerktijd als aanmeldingstijdstip voor het cabinepersoneel het aanmeldingstijdstip van genoemde cockpitbemanning.

II. Bij verschillen in aanmeldings- en afmeldingstijdstippen van kajuit- en cockpitpersoneel zal de som der verschillen in aanmeldings- en afmeldingstijdstip niet gelden als vliegwerktijd tot een maximum van 1 uur.

Tabel D. maximum gecorrigeerde vliegwerktijd (geen reservetijd)

BIJLAGE G. Maximum vliegwerktijden

I. De maximum vliegwerktijd is afhankelijk van het aanvangstijdstip van de vliegwerktijd, uitgedrukt in lokale tijd, en wordt vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom I.

II. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. in een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden na de eerste drie uren van de reservetijd dan wordt behoudens het gestelde in lid 3 van dit artikel de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom II.

III. Indien de oproep tot aanmelding plaatsvindt in een reservetijd en de aanmelding dient plaats te vinden meer dan 8 uren na die oproep, onder gelijktijdige opheffing van de reserveverplichting, dan wordt de maximum vliegwerktijd bepaald volgens tabel G, Kolom I.

IV. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. voor de aanvang van een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden binnen 8 uren na afloop van die reservetijd, dan wordt de opdracht geacht te zijn ontvangen op het tijdstip direct voorafgaande aan het einde van de reservetijd; voor het bepalen van de maximum vliegwerktijd is tabel G, Kolom II van toepassing.

Tabel G

Aanmeldtijdstip Max. vlwt (geen reserve) Na 3 uur reserve
Aanmeldtijdstip I II
00.00-02.59 uur 10.00 uur 8 uur
03.00-03.59 uur 10.30 uur 8 uur
04.00-04.59 uur 11.00 uur 10 uur
05.00-05.59 uur 10.30 uur 11 uur
06.00-12.59 uur 12.00 uur 12 uur
13.00-14.59 uur 11.30 uur 11 uur
15.00-16.59 uur 11.00 uur 10 uur
17.00-18.59 uur 10.30 uur 9 uur
19.00-23.59 uur 10.00 uur 8 uur

Maximum vliegwerktijden over een langere periode

V. Op de eerste dag, dat een vliegwerktijd meer dan 6 uur bedraagt, dan wel een reservetijd of een combinatie van vliegwerktijd en reservetijd meer dan 7 uur bedraagt, vangt een periode aan van maximaal 15 dagen, waarin het totaal aantal uren vliegwerktijd en het totaal aantal uren vliegwerktijd plus reservetijd op geen enkele dag de waarde in tabel H, kolom «maximum vliegwerktijd» resp. «vliegwerktijd plus reservetijd», behorende bij die dag, overschrijdt.

VI. De onder V genoemde periode eindigt op die dag, dat gerekend vanaf het begin van die periode, het totaal van de vliegwerktijd en het totaal van de vliegwerktijd plus reservetijd gelijk is aan, dan wel minder is dan de bij die dag vermelde normwaarden.

Tabel H

Na (binnen) Max. vlwtijd Norm. vlwtijd Max. vlwt + reservetijd Norm. vlwtijd + reservetijd
1 12*Indien bekorte rust wordt toegepast ingevolge artikel 4.8:9, uit te breiden tot 15.29 uur. 6 24 7
2 24 12 34 14
3 36 18 39 21
4 44 24 52 28
5 50 30 55 35
6 60 36 66 42
7 65 42 72 49
8 70 48 78 56
9 75 54 84 63
10 80 60 90 70
11 85 66 96 77
12 90 72 105 84
13 90 78 105 91
14 90 84 105 98
15 90 90 105 105

VII. Verzwarende omstandigheden

1.

Bij het uitvoeren van een vliegwerktijd worden de volgende omstandigheden als verzwarend voor de werkzaamheden van het cockpitpersoneel aangemerkt:

  • –. de «single-pilot»-operaties;
  • –. de «sling»-operaties;
  • –. de «hoist»-operaties.
2.

Indien de onder 1. genoemde omstandigheden zich voordoen, worden de volgende correcties te worden toegepast:

  • a. Indien de duur van een single-pilot-operatie meer dan 1 uur bedraagt, zal de helft van de single-pilot-vliegtijd in mindering worden gebracht op de volgens artikel 4.8:5, eerste lid, toegestane limiet; deze vermindering zal maximaal 2 uur bedragen.
  • b. in geval van een sling-operatie wordt op de maximum vliegtijd tweemaal de tijdsduur van deze operatie in mindering gebracht.
  • c. in geval van een hoist-operatie wordt iedere z.g. hoist-cycle gerekend als één landing.
3.

Indien de ongecorrigeerde vliegtijd minder dan 5 uur bedraagt, mogen de in dit artikel voorgeschreven correcties achterwege blijven.

VIII. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel A ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

2.

Alle in onder 1. genoemde uren grondtijd worden als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

Bijlage H

Tabel I

Aantal landingen bij dag Reduktie Gecorr. max. vliegtijd
0-25 0 09.00 uur
26-30 15 min 08.45 uur
31-35 30 min 08.30 uur
36-40 45 min 08.15 uur
41-45 01.00 uur 08.00 uur
46-50 01.30 uur 07.30 uur
51-55 02.00 uur 07.00 uur
56-60 02.30 uur 06.30 uur
meer dan 60 03.00 uur 06.00 uur

Bijlage I

Aantal landingen

Nacht Dag
25 10
24 12
23 14
22 16
21 18
20 20
19 22
18 24
17 26
16 28
15 30
14 32
13 34
12 36
11 38
10 40
9 42
8 44
7 46
6 48
0-5 onbeperkt

T.g.v. een oneven aantal landingen bij daglicht wordt van het naasthogere even aantal landingen uitgegaan.

Bijlage J. Maximale vliegwerktijd na bekorte rust

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)