Regeling houdende vaststelling van het model huisregels voor de penitentiaire inrichtingen, met uitzondering van de Extra Beveiligde inrichting te Vught
(door wie, hoe en bij wie bezwaren tegen de voorgenomen beslissing tot a-dwangbehandeling kunnen worden aangevoerd, bezoek maandcommissaris, gelegenheid te worden gehoord, bijvoorbeeld als volgt:
‘Uiterlijk drie dagen vóór het nemen van een beslissing tot a-dwangbehandeling, stelt de directeur de voorzitter van de commissie van toezicht, uw raadsman en eventuele wettelijk vertegenwoordigers, in de gelegenheid om bezwaren tegen de voorgenomen a-dwangbehandeling kenbaar te maken. U wordt bezocht door de maand-commissaris en de directeur stelt u in de gelegenheid te worden gehoord.’)
(afschrift beslissing directeur, met daarin opgenomen eventueel aangevoerde bezwaren, maximale duur a-dwangbehandeling, bijvoorbeeld als volgt:
‘De directeur verstrekt u onverwijld een afschrift van de beslissing tot a-dwangbehandeling, waarin onder meer staat vermeld voor welke termijn zij geldt (niet langer dan drie maanden), en welke bezwaren daartegen zijn aangevoerd.’)
De a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:
- –. de voorzitter van de commissie van toezicht;
- –. de raadsman;
- –. uw wettelijke vertegenwoordigers;
- –. de Minister;
- –. de commissie van toezicht en
- –. de bevoegde inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de a-dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de a-dwangbehandeling.
Voortzetting a-dwangbehandeling(artikel 46e, vijfde lid, jo. artikel 46d, onder a, van de Penitentiaire beginselenwet)
De directeur kan binnen zes maanden na afloop van de a-dwangbehandeling schriftelijk beslissen tot voortzetting van de a-dwangbehandeling.
(afschrift beslissing directeur, maximale duur voortzetting a-dwangbehandeling, bijvoorbeeld als volgt:
‘De directeur verstrekt u onverwijld een afschrift van de beslissing tot voortzetting van de a-dwangbehandeling, waarin onder meer staat vermeld voor welke termijn zij geldt (niet langer dan drie maanden).’)
De voortzetting van de a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:
- –. de Minister;
- –. de commissie van toezicht en
- –. de bevoegde inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot voortzetting van de a-dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de a-dwangbehandeling.
Ad. 3 B-dwangbehandeling(artikel 46d, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet)
De directeur kan beslissen dat ten aanzien van u een b-dwangbehandeling wordt toegepast, indien dit naar het oordeel van een arts volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat binnen de inrichting door een stoornis van uw geestvermogens wordt veroorzaakt af te wenden. Wat hier onder gevaar wordt verstaan, staat omschreven in paragraaf 4.2.
De b-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij aanvang gemeld aan:
- –. de commissie van toezicht;
- –. de Minister en
- –. de bevoegde inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
Deze personen ontvangen een afschrift van de beslissing tot de b-dwangbehandeling en worden op de hoogte gesteld van de beëindiging van de b-dwangbehandeling.
(Maximale duur en mogelijkheid tot voortzetting van de b-dwangbehandeling)
(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragraaf 12.2, onder e, inzake het instellen van rechtstreeks beroep tegen de beslissing tot a-dwangbehandeling)
(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragrafen 12.1 en 12.2, onder a, inzake het doen van beklag en het instellen van beroep naar aanleiding van de beslissingen omtrent b-dwangbehandeling en voortzetting van een a-dwangbehandeling.)
(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragrafen 12.1 en 12.2, onder a, inzake het doen van beklag en het instellen van beroep naar aanleiding van de beslissing omtrent een gedwongen geneeskundige handeling)
(verwijzen naar hoofdstuk 12, paragraaf 12.2 onder f (nieuw) inzake het instellen van beroep tegen medisch handelen)
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De directeur kan bepalen dat u tijdens de afzondering door bevestiging van mechanische middelen aan uw lichaam voor een periode van ten hoogste 24 uur in uw bewegingsvrijheid wordt beperkt, indien die beperking noodzakelijk is ter afwending van een van u uitgaand ernstig gevaar voor uw gezondheid of de veiligheid van anderen dan uzelf.
De directeur stelt onverwijld de arts of diens vervanger en de commissie van toezicht van de bevestiging in kennis.
De directeur kan de beslissing tot bevestiging van mechanische middelen aan uw lichaam telkens met ten hoogste 24 uur verlengen. De beslissing tot verlenging wordt genomen na overleg met de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger.
Nadere regelgeving
- •. Ministeriële regeling; Mechanische middelen
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De directeur is bevoegd tegen u geweld te gebruiken dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen:
- a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
- b. de uitvoering van een door de directeur genomen beslissing;
- c. ter voorkoming dat u zich aan het op u uitgeoefende toezicht onttrekt;
- d. de uitvoering van een ingevolge het Wetboek van Strafvordering of de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden door de officier van justitie of de rechter-commissaris genomen beslissing, alsmede de uitvoering van artikel 258a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Naast de directeur is de selectiefunctionaris of een daartoe door hem aangewezen ambtenaar of medewerker bevoegd tegen u geweld te gebruiken of vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden met het oog op een van de volgende belangen:
- a. de uitvoering van een door hem genomen beslissing;
- b. ter voorkoming dat u zich aan het op u uitgeoefende toezicht onttrekt.
Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan de directeur dan wel de selectiefunctionaris toekomen.
Nadere regelgeving
- •. Ministeriële regeling; Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De directeur is bevoegd aan u bevelen te geven voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
- a. de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting;
- b. een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.
De directeur kan diverse ordemaatregelen opleggen. Een uitdrukkelijke wettelijke voorziening is getroffen ten aanzien van twee ordemaatregelen, die regelmatig voorkomen: de uitsluiting van activiteiten en de plaatsing in afzondering. Het pakket van ordemaatregelen dat de directeur ter beschikking staat is echter groter.
Ordemaatregelen mogen nooit langer duren dan strikt noodzakelijk.
Voor het opleggen van een ordemaatregel is niet vereist dat u zich schuldig heeft gemaakt aan feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.
U bent verplicht de aan u gegeven bevelen onverwijld op te volgen.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De directeur kan u uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten:
- a. indien dit in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is;
- b. indien dit ter bescherming van u noodzakelijk is;
- c. in geval van ziekmelding of ziekte van u;
- d. indien u hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en uitvoerbaar oordeelt.
De uitsluiting van deelname aan een of meer activiteiten op de gronden genoemd onder a of b, duurt ten hoogste twee weken. De directeur kan deze uitsluiting telkens voor ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak tot uitsluiting nog bestaat.
Indien onverwijlde tenuitvoerlegging van de uitsluiting, bedoeld onder a of b, geboden is, kan een ambtenaar of medewerker u uitsluiten van deelname aan een of meer activiteiten, voor een periode van ten hoogste vijftien uren.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De directeur is bevoegd u in afzondering te plaatsen:
- a. indien dit in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is;
- b. indien dit ter bescherming van u noodzakelijk is;
- c. in geval van ziekmelding of ziekte van u;
- d. indien u hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en uitvoerbaar oordeelt.
De afzondering wordt ten uitvoer gelegd in een afzonderingscel of in een andere verblijfsruimte. Gedurende het verblijf in afzondering neemt u niet deel aan activiteiten, voor zover de directeur niet anders bepaalt en behoudens het dagelijks verblijf in de buitenlucht. De directeur kan contact met de buitenwereld gedurende het verblijf in de afzonderingscel beperken of uitsluiten.
De afzondering op de gronden genoemd onder a of b, duurt ten hoogste twee weken.
De directeur kan de afzondering op de gronden genoemd onder a of b, telkens voor ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak tot afzondering nog bestaat.
Indien onverwijlde tenuitvoerlegging van de afzondering op de gronden vermeld onder a of b, geboden is, kan een ambtenaar of medewerker u voor een periode van ten hoogste vijftien uren in afzondering plaatsen. De directeur wordt van deze plaatsing onverwijld op de hoogte gesteld.
De directeur draagt zorg dat, ingeval de afzondering langer dan vierentwintig uren duurt en ten uitvoer wordt gelegd in een afzonderingscel, de commissie van toezicht en de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger terstond hiervan in kennis worden gesteld.
Het is mogelijk dat u de tenuitvoerlegging van de afzondering in een andere inrichting of op een andere afdeling moet ondergaan.
Nadere regelgeving
- •. Ministeriële regeling; Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
Indien u betrokken bent bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming kan de directeur besluiten u een disciplinaire straf op te leggen.
Ook gedragingen door u gepleegd buiten de inrichting kunnen voor een disciplinaire afdoening in aanmerking komen.
Indien een ambtenaar of medewerker constateert dat u betrokken bent bij feiten als voornoemd en hij voornemens is daarover aan de directeur een schriftelijk rapport uit te brengen, deelt hij u dit mede. De directeur beslist over het opleggen van een disciplinaire straf zo spoedig mogelijk nadat hem dit rapport is uitgebracht.
Indien de directeur de feiten als voornoemd constateert hoeft er geen schriftelijk rapport te worden opgemaakt.
Een straf kan worden opgelegd dan wel ten uitvoer gelegd in een andere inrichting of afdeling dan waar het feit is begaan.
De directeur houdt aantekening:
- –. van elke strafoplegging dan wel wijziging daarvan;
- –. indien een straf geheel of ten dele wordt herzien.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De directeur kan de navolgende disciplinaire straffen opleggen:
- a. opsluiting in een strafcel dan wel een andere verblijfsruimte voor ten hoogste twee weken;
- b. ontzegging van bezoek voor ten hoogste vier weken, indien het feit plaatsvond in verband met bezoek van die persoon of personen;
- c. uitsluiting van deelname aan een of meer bepaalde activiteiten voor ten hoogste twee weken;
- d. weigering, intrekking of beperking van het eerstvolgende verlof;
- e. geldboete tot een bedrag van ten hoogste tweemaal het in de inrichting of afdeling geldende weekloon.
De directeur bepaalt bij de oplegging van een geldboete tevens door welke andere straf deze zal worden vervangen, ingeval de boete niet binnen de daartoe door hem gestelde termijn is betaald.
De directeur kan meer dan één straf opleggen, met dien verstande dat de straffen genoemd onder a en c slechts kunnen worden opgelegd voor zover zij tezamen niet langer duren dan twee weken.
De oplegging van een straf laat onverlet de mogelijkheid voor de directeur om ter zake van de door u toegebrachte schade met u een regeling te treffen. De hoogte van de regeling is niet aan een wettelijk maximum verbonden.
Geen straf kan worden opgelegd, indien u voor het begaan van het feit of de feiten niet verantwoordelijk kunt worden gesteld.
Indien een straf is opgelegd wordt deze onverwijld ten uitvoer gelegd. De directeur kan bepalen dat een straf niet of slechts ten dele ten uitvoer wordt gelegd.
Ad. a Opsluiting in een strafcel dan wel een andere verblijfsruimte
Indien aan u de disciplinaire straf van opsluiting is opgelegd bent u uitgesloten van het deelnemen aan activiteiten, voor zover de directeur niet anders bepaalt en behoudens het dagelijks verblijf in de buitenlucht.
De directeur kan het contact met de buitenwereld gedurende het verblijf in de strafcel beperken of uitsluiten.
De directeur draagt zorg dat, ingeval de opsluiting in een strafcel ten uitvoer wordt gelegd en langer dan vierentwintig uren duurt, de commissie van toezicht en de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger terstond hiervan in kennis worden gesteld.
Ad. e Geldboete
Met weekloon wordt bedoeld het standaardloon inclusief de normale prestatietoeslagen maar exclusief eventuele toeslagen voor weekeindwerkzaamheden, zoals in de huisdienst.
Nadere regelgeving
- •. Ministeriële regeling; Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
Een straf kan geheel of ten dele voorwaardelijk worden opgelegd. De proeftijd bedraagt ten hoogste drie maanden vanaf het moment van strafoplegging.
De directeur stelt in elk geval als voorwaarde dat u zich onthoudt van het plegen van feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. De directeur kan daarnaast andere voorwaarden stellen aan uw gedrag. De opgelegde voorwaarden worden u schriftelijk medegedeeld.
Bij het overtreden van een voorwaarde binnen de proeftijd kan de directeur bepalen dat de opgelegde voorwaardelijke straf geheel of ten dele ten uitvoer wordt gelegd.
De directeur kan een onvoorwaardelijke straf geheel of ten dele omzetten in een voorwaardelijke straf.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
Indien u schade toebrengt aan rijkseigendommen kunnen de kosten daarvan op u worden verhaald.
Indien er bij het veroorzaken van de schade sprake was van moedwilligheid of achteloosheid kan de directeur ter zake van de door u toegebrachte schade een regeling met u treffen. Het verhaal van de schade is niet aan een maximum gebonden. Met uw toestemming kan de directeur besluiten de schade te verhalen middels uw saldo op uw rekening-courant. De uitvoering van de met u getroffen schaderegeling wordt bij een eventuele overplaatsing overgenomen door de betreffende inrichting.
De mogelijkheid tot het treffen van een regeling laat onverlet de mogelijkheid voor de directeur om aangifte te doen van het door u gepleegde feit bij de daarvoor in aanmerking komende opsporingsinstanties.
Naast voornoemde wegen staat het de directeur eveneens vrij te besluiten een civielrechtelijke procedure tegen u te starten. Dit betekent dat hij u schriftelijk aansprakelijk stelt en bij niet-betaling het kantongerecht of de arrondissementsrechtbank wordt ingeschakeld. De directeur kan aan de president van de rechtbank verlof vragen tot het leggen van conservatoir beslag op bijvoorbeeld uw roerende goederen, waaronder begrepen uw vorderingen. Op deze manier kunnen ook in bewaring genomen bezittingen en uw eigen geld bij de schadevergoeding worden betrokken.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepaling na, aan de directeur)
Kosten door het Rijk betaald als gevolg van door u aan u zelf moedwillig toegebracht lichamelijk letsel kunnen op u worden verhaald.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
U bent zelf aansprakelijk voor alle voorwerpen die u bij u of met u draagt of in uw verblijfsruimte heeft geplaatst.
De directeur kan u toestemming verlenen voorwerpen, waarvan het bezit niet is verboden, in uw verblijfsruimte te plaatsen dan wel bij u te hebben. De directeur kan aan de toestemming voorwaarden verbinden die kunnen betreffen het gebruik van en de aansprakelijkheid voor deze voorwerpen. Buiten het geval van opzet of roekeloosheid is de aansprakelijkheid van de Staat voor deze voorwerpen in ieder geval beperkt tot € 500,– per voorwerp, inclusief eventuele gevolgschade.
U dient op deugdelijke wijze te kunnen aantonen dat u schade heeft ondervonden en u bent verplicht dit onmiddellijk na constatering te melden aan .... (in te vullen door de directeur)
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)
Aan iedere inrichting dan wel afdeling is een Commissie van Toezicht verbonden.
De Commissie van Toezicht draagt zorg voor onder andere de afhandeling van klaagschriften.
De Commissie van Toezicht stelt zich door persoonlijk contact met de gedetineerden regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Hiertoe treedt een van haar leden bij toerbeurt op als maandcommissaris.
(de maandcommissaris houdt ten minste eenmaal per maand in de inrichting of afdeling spreekuur)
(problemen, klachten ed. voorleggen aan CvT)
(spreekuur maandcommissaris)
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De beklagcommissie bestaat uit drie leden van de Commissie van Toezicht en een secretaris. U kunt bij de beklagcommissie een grief indienen over de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens u heeft gedragen of een bij of krachtens de Penitentiaire beginselenwet gestelde zorgplicht heeft betracht, zie paragraaf 12.
U kunt bij de beklagcommissie beklag doen over een u betreffende door of namens de directeur genomen beslissing, zie hoofdstuk 12.
De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beklagcommissie kan, indien hij het beklag van eenvoudige aard, dan wel kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, uw klaagschrift enkelvoudig afdoen.
De beklagcommissie kan, indien zij uw klacht gegrond acht, onder meer de beslissing van de directeur geheel of gedeeltelijk vernietigen, de directeur opdragen een nieuwe beslissing te nemen of bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
Bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming kunt u beroep instellen tegen onder andere de uitspraak van de beklagcommissie of tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts.
Zie hoofdstuk 12.2.
(Aan de directeur)
(Op de navolgende bepalingen en het onderwerp na, aan de directeur)
U heeft het recht om bij de selectiefunctionaris een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot:
- a. plaatsing in dan wel overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling;
- b. deelname aan een penitentiair programma.
ad. a.
U kunt bij de selectiefunctionaris alleen een verzoekschrift indienen tot plaatsing of overplaatsing naar een andere inrichting dan wel een afdeling met een bijzondere bestemming (externe differentiatie).
(hoe en bij wie indienen verzoekschrift; kan door tussenkomst directeur)
De selectiefunctionaris stelt u in de gelegenheid uw verzoekschrift schriftelijk of mondeling toe te lichten, tenzij hij het verzoekschrift aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.
De selectiefunctionaris stelt u binnen zes weken schriftelijk, gemotiveerd en zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal op de hoogte van zijn beslissing.
Indien u het niet eens bent met zijn beslissing kunt u hiertegen beroep instellen (zie hoofdstuk 12.2). De selectiefunctionaris wijst u op de mogelijkheid van het instellen van beroep, de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden.
Indien uw verzoekschrift is afgewezen, kunt u zes maanden na deze afwijzing opnieuw een dergelijk verzoekschrift indienen.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen en het onderwerp na, aan de directeur)
U heeft het recht om een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing (van de selectiefunctionaris):
- a. tot plaatsing in of overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling;
- b. tot beëindiging van uw deelname aan een penitentiair programma.
ad. a.
U kunt bij de selectiefunctionaris alleen een bezwaarschrift indienen tegen zijn beslissing tot plaatsing of overplaatsing naar een andere inrichting dan wel een afdeling met een bijzondere bestemming (externe differentiatie).
U dient het bezwaarschrift uiterlijk op de zevende dag na die waarop u kennis heeft gekregen van de beslissing waartegen u bezwaar heeft in te dienen. Indien u uw bezwaarschrift niet op tijd indient wordt u niet-ontvankelijk verklaard. Dit houdt in dat de selectiefunctionaris uw bezwaarschrift niet in behandeling neemt. Slechts wanneer redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat u het bezwaarschrift niet eerder had kunnen indienen wordt van deze termijn afgeweken.
(hoe en bij wie indienen bezwaarschrift; kan door tussenkomst directeur)
De selectiefunctionaris stelt u in de gelegenheid uw bezwaarschrift schriftelijk of mondeling toe te lichten, tenzij hij het bezwaarschrift bij voorbaat kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.
De selectiefunctionaris stelt u binnen zes weken schriftelijk, gemotiveerd en zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal op de hoogte van zijn beslissing.
Indien u het niet eens bent met zijn beslissing kunt u hiertegen beroep in stellen (zie hoofdstuk 12.2). De selectiefunctionaris wijst u op de mogelijkheid van het instellen van beroep, de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden.
Indien u voorafgaande aan de beslissing van de selectiefunctionaris in de gelegenheid bent gesteld uw bezwaren tegen de voorgenomen beslissing kenbaar te maken, kunt u tegen de beslissing van de selectiefunctionaris direct beroep instellen. Het indienen van een bezwaarschrift bij de selectiefunctionaris blijft dan achterwege (zie hoofdstuk 12.2).
Nadere regelgeving
U kunt een verzoek tot bemiddeling indienen bij de commissie van toezicht indien:
- –. u het niet eens bent met de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens u heeft gedragen;
- –. u meent dat de directeur een zorgplicht jegens u niet heeft betracht;
- –. u het niet eens bent met een door of namens de directeur genomen beslissing die u betreft.
Als de grief een beslissing betreft waartegen beklag openstaat, dient dit verzoek tot bemiddeling uiterlijk op de zevende dag nadat u kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend.
De commissie van toezicht streeft ernaar binnen vier weken een voor u en de directeur aanvaardbare oplossing te bereiken. De commissie van toezicht stelt u en de directeur in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, de standpunten mondeling toe te lichten. Indien u de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de commissie van toezicht zorg voor de bijstand van een tolk.
De commissie van toezicht legt de resultaten van de bemiddeling neer in een schriftelijke mededeling en zendt dan wel reikt deze uit aan u en de directeur. Indien u de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de commissie van toezicht zorg voor een vertaling van de mededeling.
Indien u bemiddeling heeft gevraagd van een beklagwaardige beslissing van de directeur, dient u uiterlijk op de zevende dag nadat u kennis heeft gekregen van resultaten van de commissie van toezicht beklag in te dienen.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)
U kunt beklag doen bij de beklagcommissie indien u het niet eens bent met een door of namens de directeur genomen beslissing die u betreft. Indien u zich niet wilt beklagen over een door of namens de directeur genomen beslissing dan kunt u uw klacht voorleggen aan de maandcommissaris (zie 10.1).
In het klaagschrift aan de beklagcommissie dient u zo nauwkeurig mogelijk te vermelden over welke beslissing u klaagt en de redenen waarom u klaagt.
U dient het klaagschrift uiterlijk op de zevende dag na die waarop u kennis heeft gekregen van de beslissing waarover u klaagt in te dienen. Indien u uw klaagschrift niet op tijd indient wordt u niet-ontvankelijk verklaard. Dit houdt in dat de beklagcommissie uw klaagschrift niet in behandeling neemt. Slechts wanneer redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat u het klaagschrift niet eerder had kunnen indienen wordt van deze termijn afgeweken.
(hoe en bij wie indienen klaagschrift; kan door tussenkomst directeur)
Schorsing
U kunt de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming verzoeken om, hangende de uitspraak op uw klaagschrift, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop uw klaagschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk te schorsen.
(hoe en bij wie indienen schorsingsverzoek)
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)
U kunt beroep instellen:
- a. tegen de uitspraak van de beklagcommissie;
- b. tegen de beslissing van de selectiefunctionaris op het bezwaar- of verzoekschrift (zie hoofdstuk 12) voor zover dit betreft een gehele of gedeeltelijke ongegrondverklaring dan wel afwijzing van uw verzoekschrift;
- c. tegen de beslissing van de selectiefunctionaris, nadat u in de gelegenheid bent gesteld uw bezwaren tegen de voorgenomen en u betreffende beslissing van de selectiefunctionaris kenbaar te maken;
- d. tegen een u betreffende, door de minister genomen, beslissing aangaande verlof en strafonderbreking;
- e. tegen de beslissing van de directeur tot het verrichten van een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 46d, onder a. van de Penitentiaire Beginselenwet (a-dwangbehandeling), nadat u in de gelegenheid bent gesteld uw bezwaren tegen de voorgenomen beslissing van de directeur kenbaar te maken (zie paragraaf 6.6);
- f. tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts.
De behandeling van het beroepschrift geschiedt door een beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming.
Ad a. Beroep tegen de uitspraak van de beklagcommissie
Tegen de uitspraak van de beklagcommissie kunt u of kan de directeur beroep instellen door het indienen van een met redenen omkleed beroepschrift.
Het beroepschrift dient uiterlijk op de zevende dag na die waarop u mondeling of schriftelijk kennis heeft gekregen van de uitspraak van de beklagcommissie te worden ingediend.
(hoe en bij wie indienen)
Schorsing
Degene die het beroep heeft ingesteld (u of de directeur) kan de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming verzoeken om, hangende de uitspraak op het beroepschrift, de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie geheel of gedeeltelijk te schorsen.
(hoe en bij wie indienen schorsingsverzoek)
Nadere regelgeving
Ad b, c, d, e. Beroep inzake plaatsing, overplaatsing, deelname aan een penitentiair programma, verlof en strafonderbreking, en een a-dwangbehandeling
U kunt beroep instellen door het indienen van een met redenen omkleed beroepschrift.
Het beroepschrift dient uiterlijk op de zevende dag na die waarop u kennis heeft gekregen van de beslissingen waartegen u beroep instelt te worden ingediend. Indien u het beroepschrift niet op tijd indient wordt u niet-ontvankelijk verklaard. Dat wil zeggen dat de beroepscommissie uw beroepschrift niet in behandeling neemt. Alleen indien redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat u het beroepschrift niet eerder had kunnen indienen wordt van deze termijn afgeweken.
(hoe en bij wie indienen; kan door tussenkomst directeur)
Schorsing
U kunt de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming verzoeken om, hangende de uitspraak op het beroepschrift, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop het beroepschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk te schorsen.
(hoe en bij wie indienen schorsingsverzoek)
Nadere regelgeving
Ad f. Beroep tegen medisch handelen
U kunt een met redenen omkleed beroepschrift indienen tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts, de verpleegkundige dan wel andere hulpverleners die door de inrichtingsarts bij de zorg aan u waren betrokken, de tandarts en de psychiater.
Voordat u een beroepschrift kunt indienen bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming dient u uiterlijk op de veertiende dag nadat het medisch handelen waartegen de klacht zich richt heeft plaatsgevonden uw klacht in bij het hoofd zorg. Het hoofd zorg of het plaatsvervangend hoofd zorg nodigt u binnen 3 weken uit voor een bemiddelingsgesprek. Dit gesprek kan verschillende uitkomsten voor uw klacht hebben, namelijk:
- –. u trekt uw klacht in omdat u tevreden bent over de afhandeling van uw klacht door het (plv.) hoofd zorg;
- –. uw klacht gaat rechtstreeks naar de commissie van toezicht indien deze van organisatorische aard is;
- –. u wilt geen gebruik maken van voorbemiddeling door het (plv.) hoofd zorg. U kunt dit duidelijk maken tijdens uw gesprek. De klacht wordt daarna verzonden aan de medisch adviseur of tandheelkundig adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
- –. u wilt de klacht doorzetten naar de medisch adviseur of tandheelkundig adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Indien u geen gebruik wilt maken van voorbemiddeling door het (plv.) hoofd zorg of uw klacht wilt doorzetten wordt uw klacht door de medisch adviseur of tandheelkundig adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid behandeld.
De medisch adviseur of tandheelkundig adviseur streeft er naar binnen 4 weken na ontvangst van uw klacht een bemiddelingsadvies uitbrengen. De medisch adviseur of tandheelkundig adviseur overlegt dit advies aan u, de arts of de verpleegkundige of de andere hulpverlener die bij de zorg aan u was betrokken en de directeur. De directeur ontvangt slechts een conclusie van het advies waarbij uw medische informatie niet wordt overlegd.
Pas indien u het niet eens bent met het advies van de medisch adviseur of tandheelkundig adviseur kunt u een met redenen omkleed beroepschrift indienen bij de RSJ. Het beroepschrift dient uiterlijk binnen 7 dagen na de ontvangst van het advies van de medisch adviseur of tandheelkundig adviseur te worden ingediend.
(hoe en bij wie indienen beroepschrift; kan door tussenkomst directeur)
Nadere regelgeving
(Op de navolgende onderwerpen en bepalingen na, aan de directeur)
Op uw afdeling en in de bibliotheek liggen deze huisregels ter inzage. Op uw verzoek wordt u onverwijld een exemplaar ter inzage verstrekt.
Naast deze huisregels heeft u recht op inzage in de Penitentiaire beginselenwet, de memorie van toelichting op de Penitentiaire beginselenwet, de Penitentiaire maatregel, de nota van toelichting op de Penitentiaire maatregel, de ministeriële regelingen en de hiertoe door de minister aangewezen circulaires.
(waar aanwezig; in ieder geval in de bibliotheek )
(mogelijkheid tot lenen van de Penitentiaire beginselenwet, memorie van toelichting op de Penitentiaire beginselenwet, Penitentiaire maatregel, nota van toelichting op de Penitentiaire maatregel; op verzoek / onverwijld / in elk geval voor min. twee weken met mogelijkheid van verlenging tot zolang de gedetineerde daarover wil beschikken)
(inzage- en leenmogelijkheden voor niet-Nederlandstalige)
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
De directeur stelt u in de gelegenheid te worden gehoord, zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal, alvorens hij op grond van de van de Penitentiaire beginselenwet beslist over:
- a. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen (bedoeld in artikel 12);
- b. de uitsluiting van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk tweede lid);
- c. de plaatsing in afzondering en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 24, eerste lid, op grond van artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 24, derde lid, en de toepassing van artikel 25);
- d. de beperking en de intrekking van verlof (bedoeld in artikel 26, derde lid);
- e. het onderzoek in het lichaam (bedoeld in artikel 31);
- f. het gedogen van een geneeskundige handeling (bedoeld in artikel 32);
- g. het verrichten van een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 46d, onder a (a-dwangbehandeling en de voortzetting van de a-dwangbehandeling) of als bedoeld in artikel 46d, onder b (b-dwangbehandeling);
- h. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 33, eerste onderscheidenlijk derde lid);
- i. de observatie door middel van een camera en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 34a, eerste onderscheidenlijk derde lid);
- j. de observatie door middel van een camera (bedoeld in de artikelen 24a, eerste lid, en 51a, eerste lid);
- k. de oplegging van een disciplinaire straf (bedoeld in artikel 51, en toepassing van de artikelen 52 en 53, derde lid).
In de gevallen genoemd onder b, c, d, e, f en h kan het horen achterwege blijven indien de vereiste spoed zich daartegen verzet dan wel indien uw gemoedstoestand daaraan in de weg staat. Indien de noodzaak daartoe is blijven bestaan wordt u zodra mogelijk alsnog gehoord.
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
U ontvangt van de directeur onverwijld, schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor u begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling aangaande zijn beslissing op grond van de van de Penitentiaire beginselenwet inzake:
- a. de weigering of intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen (bedoeld in artikel 12)
- b. de uitsluiting van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk tweede lid);
- c. de plaatsing in afzondering en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 24, eerste lid, op grond van artikel 23, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 24, derde lid, en de toepassing van artikel 25);
- d. de beperking en de intrekking van verlof (bedoeld in artikel 26, derde lid);
- e. het onderzoek in het lichaam (bedoeld in artikel 31);
- f. het gedogen van een geneeskundige handeling (bedoeld in artikel 32);
- g. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 33, eerste onderscheidenlijk derde lid);
- h. de observatie door middel van een camera en de verlenging daarvan (bedoeld in artikel 34a, eerste onderscheidenlijk derde lid);
- i. de observatie door middel van een camera (bedoeld in de artikelen 24a, eerste lid, en 51a, eerste lid);
- j. de oplegging van een disciplinaire straf (bedoeld in artikel 51, en toepassing van de artikelen 52 en 53, derde lid
- k. de weigering van verzending of uitreiking van een brief of ander poststuk dan wel van bijgesloten voorwerpen (bedoeld in artikel 36, vierde lid);
- l. de weigering van de toelating tot de gedetineerde van een bepaald persoon of bepaalde personen (bedoeld in artikel 38, derde lid);
- m. het verbod van het voeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoon gesprekken (bedoeld in artikel 39, derde lid);
- n. de weigering van een contact met een vertegenwoordiger van de media (bedoeld in artikel 40, eerste lid).
In de gevallen, genoemd onder k, l, m en n kan de mededeling achterwege blijven, indien de beslissing van de directeur strekt ter uitvoering van een beperking die aan u is opgelegd ingevolge de artikelen 62a en 76 van het Wetboek van Strafvordering.
De directeur wijst u in de mededeling op de mogelijkheid van het instellen van beklag, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit dient te geschieden, alsmede op de mogelijkheid tot het doen van een verzoek aan de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming om hangende de uitspraak op het klaagschrift de tenuitvoerlegging van de beslissing geheel of gedeeltelijk te schorsen.
Nadere regelgeving
(op het navolgende onderwerp na aan de directeur)
(recht op inzage, verwijzing naar recht op kennisneming ingevolge artikel 18 en artikel 51b van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en weigeringsgronden uit artikel 21 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens )
Nadere regelgeving
- •.
(Op de navolgende bepalingen en het onderwerp na, aan de directeur)
Indien u een gedetineerde vreemdeling bent, is het navolgende voor u van belang.
In bepaalde gevallen is het mogelijk om uw straf of strafrestant in uw eigen land te ondergaan. De gevallen waarin dit mogelijk is staan omschreven in de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS) en de wet Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS).
Om u enige informatie te geven over de vraag wanneer u in aanmerking kunt komen voor overbrenging naar uw eigen land en onder welke voorwaarden is er een informatiefolder opgesteld. Deze folder is te verkrijgen in de Nederlandse, Franse, Duitse, Engelse, Spaanse, Turkse, Portugese en Italiaanse taal. Voorts is er een folder beschikbaar ten behoeve van de burgers van Hong Kong. In deze folder is een formulier opgenomen dat u kunt sturen naar de Nederlandse Minister van Veiligheid en Justitie en waarop u kunt aangeven dat u in aanmerking wenst te komen voor overbrenging.
(waar te verkrijgen informatiefolder WETS/WOTS, in elk geval een inzage-exemplaar van elke vertaling in de bibliotheek)
Nadere regelgeving
In bepaalde gevallen kunt u in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling. De periode van voorwaardelijke invrijheidstelling is maximaal twee jaar. U komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling in aanmerking indien u een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen van meer dan één jaar, en u al een bepaald gedeelte van de straf heeft ondergaan.
Indien u een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen van meer dan één jaar en korter dan twee jaar, dan komt u in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling wanneer:
- –. uw vrijheidsbeneming ten minste een jaar heeft geduurd en
- –. er al een derde deel van de straf die u nog uit moet zitten is ondergaan.
Indien u een tijdelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen van meer dan twee jaar, dan komt u in aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidstelling wanneer u twee derde van uw straf heeft ondergaan. Met dien verstande dat de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend niet langer kan zijn dan twee jaar.
Het openbaar ministerie beslist over het toekennen van voorwaardelijke invrijheidstelling. Bij de afweging of u in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling worden de volgende aspecten betrokken:
- −. de mate waarin en de wijze waarop u tijdens detentie door uw gedrag heeft laten zien dat u geschikt bent om terug te keren in de samenleving;
- −. de mogelijkheden om de risico’s die verbonden zijn aan een invrijheidstelling te beperken en te beheersen;
- −. de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen en de door uw geleverde inspanning om de schade te vergoeden die is veroorzaakt door uw strafbare feit.
De directeur van de inrichting en de reclassering adviseren over de beslissing om aan u voorwaardelijke invrijheidstelling te verlenen.
Het openbaar ministerie kan ook besluiten de beslissing over het verlenen van een voorwaardelijke invrijheidstelling uit te stellen.
Indien er geen voorwaardelijke invrijheidstelling aan u wordt verleend, dan kunt u (nog) twee keer verzoeken om alsnog voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. Dit kan ten minste zes maanden na een afwijzing.
De verleende voorwaardelijke invrijheidstelling kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen als er – ernstige – redenen zijn dat u een algemene voorwaarde of (bepaalde) bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. Tegen een dergelijk besluit kunt u bezwaar indienen.
U kunt dus een bezwaarschrift indienen tegen:
- –. de beslissing om geen voorwaardelijke invrijheidstelling te verlenen;
- –. de beslissing tot uitstel van een voorwaardelijke invrijheidstelling;
- –. de beslissing tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling.
Het bezwaarschrift moet zijn ingediend binnen twee weken nadat u kennis heeft genomen van bovenstaande beslissingen. Dit kunt u doen bij de rechtbank die u in eerste aanleg de vrijheidsstraf heeft opgelegd. Indien u meerdere vrijheidsstraffen achter elkaar ondergaat, moet u bij de rechtbank zijn die u de hoogste vrijheidsstraf heeft opgelegd.
Nadere regelgeving
Wetboek van Strafvordering; artikel 6:2:6 e.v.
Indien u in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling krijgt u een of meerdere voorwaarden en een proeftijd opgelegd. Zo mag u tijdens uw proeftijd niet opnieuw een strafbaar feit plegen. Doet u dat wel, dan kan de voorwaardelijke vrijlating worden herroepen.
Naast de algemene voorwaarde zijn er bijzondere voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde die door het openbaar ministerie kunnen worden opgelegd. Deze worden afgestemd op uw persoon, het gepleegde strafbare feit en de kans dat u zich niet aan deze voorwaarden zult aanhouden (recidivekans).
De volgende bijzondere voorwaarden zijn mogelijk:
- •. Vrijheidsbeperkende voorwaarden, zoals een meldingsplicht, contactverbod, locatieverbod, drugs- of alcoholverbod of een verbod vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten, een beperking van het recht om Nederland te verlaten, vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade of het treffen van een regeling voor het betalen van de schadevergoeding in termijnen dan wel de plicht te verhuizen uit een bepaald gebied;
- •. Gedragsbeïnvloedende voorwaarden, zoals deelname aan een training.
- •. Voorwaarden gericht op zorg, zoals een behandeling bij een instelling van geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg.
Indien u een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf van meer dan één jaar opgelegd heeft gekregen kunt u alleen onder voorwaarden vervroegd worden vrijgelaten. De algemene voorwaarde daarbij is dat u tijdens uw proeftijd niet opnieuw een strafbaar feit mag plegen. Er kan u ook een bijzondere voorwaarde worden opgelegd, bijvoorbeeld een alcoholverbod of het volgen van een gedragsinterventie of behandeling. Indien u de voorwaarden niet naleeft, kan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden herroepen. U moet dan alsnog de rest van uw straf of een deel daarvan uitzitten.
Het Openbaar Ministerie beslist of aan uw voorwaardelijke invrijheidstelling bijzondere voorwaarden worden verbonden. Het Openbaar Ministerie wordt daarbij geadviseerd door de directeur en de reclassering.
Het Openbaar Ministerie kan ook besluiten een vordering tot uitstel, afstel of intrekking (herroeping) van de invrijheidstelling voor te leggen aan de rechter. De rechter neemt daarover een beslissing. Ook bepaalt de rechter of een voorwaardelijke invrijheidstelling (deels) ingetrokken wordt als de voorwaardelijk in vrijheid gestelde een voorwaarde niet heeft nageleefd.
Er zijn situaties waarin u niet in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Dit is onder meer het geval indien:
- –. u zich aan de tenuitvoerlegging van uw straf onttrekt of een poging hiertoe doet;
- –. u zich na aanvang van de tenuitvoerlegging van uw straf ernstig heeft misdragen
- –. er bij u nog sprake is van een recidiverisico
- –. u niet bereid bent de voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling na te leven;
Nadere regelgeving
(Op de navolgende bepalingen na, aan de directeur)
U kunt de Koning door middel van een zogenaamd gratieverzoek verzoeken om vermindering, verandering of kwijtschelding van een aan u in Nederland onherroepelijk opgelegde straf of maatregel, met uitzondering van een onvoorwaardelijke geldboete tot en met een bedrag van € 340,–.
In bepaalde gevallen kan gratie ook worden verzocht voor straffen die niet in Nederland zijn opgelegd.
Gratie vragen heeft alleen zin wanneer er na de uitspraak van het definitieve vonnis of arrest nieuwe omstandigheden naar voren zijn gekomen die zo belangrijk zijn dat de rechter op grond daarvan misschien tot een andere beslissing zou zijn gekomen of wanneer met de tenuitvoerlegging van de straf geen redelijk doel meer wordt gediend.
Nadere regelgeving
- •. Gratiewet
Voor de toepassing van deze huisregels wordt verstaan onder:
- a. inrichting: een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Penitentiaire beginselenwet;
- b. afdeling: een afdeling van een inrichting als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Penitentiaire beginselenwet;
- c. directeur: de persoon, bedoeld in artikel 3, derde lid van de Penitentiaire beginselen wet, alsmede diens vervanger of vervangers, bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Penitentiaire beginselenwet;
- d. gedetineerde: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een inrichting plaatsvindt;
- e. ambtenaar of medewerker: een persoon die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
- f. selectiefunctionaris: een persoon belast met de plaatsing en overplaatsing van gedetineerden;
- g. reclasseringswerker: een reclasseringswerker als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995;
- h. rechtsbijstandverlener: de advocaat of de medewerker van de stichting, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand;
- i. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Penitentiaire beginselenwet;
- j. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 62, eerste lid van de Penitentiaire beginselenwet;
- k. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid van de Penitentiaire beginselenwet;
- l. verblijfsruimte: de aan een gedetineerde door de directeur ingevolge artikel 16, tweede lid van de Penitentiaire beginselenwet, toegewezen ruimte;
- m. penitentiair programma: een programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet;
- n. regime: het samenstel van de verzorging en activiteiten, bedoeld in hoofdstuk VIII van de Penitentiaire beginselenwet, en de regels die gelden voor gedetineerden in een inrichting of afdeling;
- o. activiteiten: activiteiten als bedoeld in hoofdstuk VIII van de Penitentiaire beginselenwet;
- p. vrijheidsstraf: gevangenisstraf, (vervangende) hechtenis, militaire detentie en (vervangende) jeugddetentie;
- q. vrijheidsbenemende maatregel: voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring, gijzeling, terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging en vrijheidsbeneming die op andere dan de onder p, genoemde gronden plaatsvindt;
- r. strafrestant: het gedeelte van een opgelegde vrijheidsstraf dan wel van het samenstel van dergelijke straffen dat nog moet worden ondergaan, waarbij wordt uitgegaan van de toepassing van de vervroegde invrijheidstelling volgens de daarvoor geldende wettelijke regeling;
- s. reclassering: de stichting alsmede een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, onderscheidenlijk onder c, van de Reclasseringsregeling 1995;
- t. geprivilegieerd contact: contacten met; a. leden van het Koninklijk Huis; b. de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, leden daarvan, de Nederlandse leden van het Europees Parlement of een commissie uit een van beide parlementen; c. Onze Minister; d. justitiële autoriteiten; e. de Nationale Ombudsman; f. de geneeskundig inspecteurs van de volksgezondheid; g. de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming of leden daarvan; h. de commissie van toezicht of een beklagcommissie, of leden daarvan; i. uw rechtsbijstandverlener; j. uw reclasseringswerker; k. andere door de Minister of de directeur aan te wijzen personen of instanties;
- u. consulair ambtenaar: de consulair ambtenaar als bedoeld in artikel 1 onder d van het verdrag van Wenen van 24 april 1963.
Voor u liggen de aanvullende huisregels van [PI naam], voor de Beperkt beveiligde afdeling voor extramurale arbeid [BBA].
In de BBA huisregels zijn uw rechten en plichten gegroepeerd per onderwerp opgenomen. Het gaat hierbij alleen om de regels die specifiek gelden voor de BBA. De algemene huisregels van de inrichting zijn ook van toepassing ten aanzien van de BBA voor zover hiervan in deze regeling niet wordt afgeweken. Voor een aantal van deze onderwerpen geldt dat niet alle van belang zijnde regelgeving is opgenomen maar alleen de voor u belangrijkste bepalingen. Zoveel mogelijk is per onderwerp aangegeven waar u desgewenst meer regelgeving over het onderwerp kunt vinden.
De directeur is bevoegd om, als dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting of een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, aan u opdrachten te geven. U bent verplicht deze opdrachten op te volgen.
Ambtenaren en medewerkers zijn door de directeur gemachtigd tot de uitoefening van de hem bij of krachtens de wet gegeven bevoegdheden en de naleving van zijn zorgplichten.
Indien u in vrijheid wordt gesteld zal een door de directeur getekend bewijs van ontslag aan u worden uitgereikt.
Aan het hoofd van deze inrichting staat de vestigingsdirecteur. Deze heeft de algehele leiding over PI [naam].
Nadere regelgeving:
Daar waar deze huisregels voor de BBA niet voorzien wordt u verwezen naar de algemene huisregels van de PI [naam].
Daar waar de huisregels niet voorzien wordt u verwezen naar de Penitentiaire beginselenwet.
Daar waar onduidelijkheden zijn zal de directeur een beslissing nemen.
Adres:
Telefoon:
Telefoon:
Email:
De Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) heeft als doel om u via een persoonsgerichte en trajectmatige aanpak re-integratieverlof in de vorm van werk buiten de inrichting, eventueel in combinatie met opleiding/zorg, te faciliteren in de regio. Daarmee krijgt u een betere uitgangspositie op een betaalde baan na detentie.
U dient de vrijheden die gekoppeld zijn aan het toekennen van re-integratieverlof voor extramurale arbeid aan te kunnen om in aanmerking te komen voor plaatsing in een BBA. Het afwegingskader hiervoor is uw gedrag tijdens detentie, de risicobeoordeling en de slachtofferbelangen. Voor een nadere toelichting zie de algemene huisregels en het Informatieblad Beperkt beveiligde afdeling voor gedetineerden.
Bij binnenkomst op de BBA wordt u op een tweepersoonskamer geplaatst. De inventaris van uw kamer mag niet worden verplaatst. Er wordt verwacht dat uw kamer voldoet aan de hygiënevoorschriften zoals deze gesteld worden door het personeel. Voor het ophangen van papieren, kaarten, enz. dient u het daarvoor bestemde prikbord te gebruiken en niet de muren.
U dient gekleed van en naar de doucheruimte te gaan.
U bent zelf verantwoordelijk voor uw eigendommen, de inrichting is niet aansprakelijk bij verlies, diefstal of schade.
Bij ontslag of overplaatsing dient u de kamer schoon achter te laten en wordt de kamerinventaris gecontroleerd.
Alle bewoners van BBA zijn verantwoordelijk voor de hygiëne van de algemene ruimtes. Middels een corveelijst is inzichtelijk wie welke taken moet uitvoeren.
Maaltijden worden indien mogelijk gezamenlijk genuttigd in de daarvoor bestemde huiskamer.
Na gebruik dient u de douches, toiletten, keuken en het kookgerei weer schoon achter te laten.
U krijgt een mentor en een senior casemanager toegewezen. Zij begeleiden u met uw re-integratiedoelen. Tijdens uw verblijf dient u alle relevante kwesties te bespreken met uw mentor en/of uw senior casemanager.
Tijdens de avond- en nachturen (22.00 u. t/m 07.00 u.) bent u verplicht om op uw kamer te verblijven, m.u.v. toiletbezoek. Met afwijkende werktijden wordt rekening gehouden. U dient tijdens deze nachtelijke uren geen overlast (geluid) te veroorzaken.
(nader in te vullen door de inrichtingen)
Bij uw binnenkomst op de BBA, wordt u als nieuwe inkomst aangemeld. Dit gaat door middel van een overplaatsing vanuit een andere inrichting.
Ook tijdens uw re-integratieverlof, welke in uw D&R-plan aangegeven is, wordt u door middel van de biometrie uit- en ingeschreven.
U bent gerechtigd één (1) mobiele telefoon in uw bezit te hebben. Wordt dit aantal overschreden dan zal de inrichting hiervan aangifte doen bij de politie en wordt u overgeplaatst naar een normaal beveiligde inrichting. Uitzondering hierop is een door de werkgever verstrekte werktelefoon. Wanneer hier sprake van is, dient u dit kenbaar te maken bij het personeel. Tijdens gemeenschappelijke activiteiten is het gebruik van uw mobiele telefoon *niet* toegestaan.
Op 1 november 2019 is de Wet strafbaarstelling binnenbrengen verboden voorwerpen in justitiële inrichtingen (contrabande) in werking getreden. Daarmee is het binnenbrengen van digitale informatiedragers en gereedschappen verboden. Het gaat hier om voorwerpen die buiten de inrichting zijn togestaan maar binnen de inrichting niet vanwege de orde en veiligheid. Ook is het verboden om wapens en drugs binnen te brengen in de inrichting.
U dient bij het personeel de gegevens van deze apparaten door te geven. Pas als alle gegevens zijn verwerkt kunnen deze worden ingevoerd.
Het is niet toegestaan in en rond de BBA te fotograferen en/of te filmen. Wanneer het personeel dit waarneemt, wordt er te allen tijde rapport opgemaakt. Beeldbellen is alleen toegestaan in uw verblijfsruimte.
Als u de BBA verlaat volgens de gemaakte afspraken, dan geeft u dit minimaal 5 minuten van tevoren aan en levert u uw sleutel in bij de personeelswacht.
Wanneer u tijdens uw verblijf in de BBA ziek bent en niet in staat bent om te werken, uw opleiding te volgen of anderszins niet aan de dagbesteding deel kunt nemen, dient u de gehele dag, inclusief de avonduren in de BBA te verblijven, met uitzondering van een bezoek aan een arts. Uitzonderingen hierop worden bepaald i.o.m. het dienstdoende personeel.
U dient zich ruim, in ieder geval voor 07:30 uur, voor aanvang werktijd ziek te melden bij uw mentor, senior casemanager en uw werkgever.
Frequent verzuim kan gevolgen hebben voor uw verblijf op de BBA.
- •. Indien u zich voor de 2e maal ziek meldt zal de mentor met u in gesprek gaan.
- •. Een 3e ziekmelding heeft tot gevolg dat het afdelingshoofd met u in gesprek gaat, welke gevolg kan hebben voor uw verdere verblijf binnen de BBA.
Wanneer u tijdens uw BBA-periode langdurig ziek bent (2 weken of langer), wordt u overplaatst naar een normaal beveiligde inrichting. Bij herstel kunt een (spoed) aanvraag doen voor overplaatsing naar de BBA, u wordt dan op de wachtlijst geplaatst voor terugkeer naar de BBA.
Voorafgaand aan plaatsing in de BBA zijn er met u afspraken gemaakt over de invulling van de rechtenactiviteiten (deels buiten de BBA) en dagbesteding (minimaal 32 uur maximaal 40 uur conform de arbeidstijdenwet). Deze afspraken zijn vastgelegd in een deelnameverklaring en worden opgenomen in uw D&R-plan. Dit D&R-plan voert u uit wanneer u in de BBA verblijft. Dit is ook het uitgangspunt voor uw detentie en re-integratietraject binnen de BBA.
Tijdens uw BBA-periode werkt u, volgt u een opleiding of vervult u een voor u passende dag invulling. Dit is voorafgaand aan uw plaatsing vastgelegd in uw D&R-plan. Tussen uw werkgever en DJI wordt, in afstemming met uw senior casemanager, een 'Overeenkomst Organisatie-DJI' opgemaakt, waarin zaken vermeld staan als personalia, vergoeding, arbeidstijden, enz. Het is niet toegestaan dat u buiten dat contract om met de werkgever onderhandelt of afspraken maakt over beloning of andere arbeidsvoorwaarden. Alle contacten met uw werkgever betreffende overwerk, ziekte, ander verzuim en dergelijke lopen via de senior casemanager van de BBA.
Tijdens een verblijf op de BBA is het de bedoeling dat u minimaal 32 uur en maximaal 40 uur (conform de arbeidstijdenwet) per week werkt. Omdat het een leer-/werkomgeving is, is overwerken alleen toegestaan als dit bijdraagt aan uw re-integratiedoelen en na afstemming en akkoord van uw senior casemanager. Daarnaast mogen uw overige re-integratiedoelen of corveetaken niet in het gedrang komen.
Uw wekelijkse vergoeding in de BBA bedraagt 300% van het basisuurloon en wordt gestort op uw privébankrekening. De hoogte van uw zakgeld is afhankelijk van het aantal uren dat u werkt. Een vergoeding in de reiskosten wordt opgenomen in de overeenkomst met de werkgever en wordt ook op uw privébankrekening gestort.
Verdient u meer dan de 300% van het basisuurloon bij uw werkgever, dan wordt het meerdere op uw (spaar)rekeningcourant gestort. Dit geld wordt ingezet ten behoeve van re-integratiedoelen op de vijf basisvoorwaarden en het sociaal netwerk. Zo dient u een betalingsregeling te hebben getroffen als u openstaande boetes en/of openstaande schulden heeft. De hoogte van de betalingsregeling kan worden aangepast als u meer vergoeding ontvangt ten tijde de betalingsregeling in eerste instantie is vastgesteld.
Indien u tijdens uw BBA-periode uw baan kwijtraakt door ongewenst gedrag op de werkplek, wordt u direct uit de BBA geplaatst. Indien u uw baan kwijtraakt door overmacht, heeft u maximaal 2 weken om een nieuwe werkgever te vinden. Als dit niet lukt wordt u overgeplaatst naar een normaal beveiligde inrichting. Wanneer er de mogelijkheid is om in de tussentijd vrijwilligerswerk te kunnen doen, dient u hieraan mee te werken.
Het personeel van de BBA zal controleren op uw aanwezigheid op de werkplek bij de werkgever. Het is niet toegestaan om binnen de werktijden uw werkplek te verlaten zonder toestemming van het BBA personeel. Indien u zonder toestemming niet aanwezig bent op de werkplek zal er te allen tijde rapport worden opgemaakt.
Nadere regelgeving
Om uw plaats van tewerkstelling te bereiken, kunt u;
- −. gebruik maken van een dienstfiets of eigen fiets;
- −. gebruik maken van het openbaar vervoer (bus en trein);
- −. gebruik maken van uw eigen auto.
- −. U reist via de kortste weg van de inrichting naar de plaats van bestemming. Dit geheel op eigen kosten en risico.
- −. De reiskosten die uw werkgever vergoedt, zijn opgenomen in de overeenkomst Organisatie-DJI, en worden door DJI aan u uitbetaald.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)