Wet van 3 april 1999, houdende wettelijke regeling van het notarisambt, mede ter vervanging van de Wet van 9 juli 1842, Stb. 20, op het Notarisambt en de Wet van 31 maart 1847, Stb. 12, houdende vaststelling van het tarief betreffende het honorarium der notarissen en verschotten (Wet op het notarisambt)

Type Wet
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 173
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De artikelen 2:1, tweede en derde lid, en 2:2 en de hoofdstukken 3, 4, en 9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de wettelijke werkzaamheden en de werkzaamheden die de notaris in samenhang daarmee pleegt te verrichten en op de weigering deze te verrichten.

Titel IV. De stage, de registratie van de werktijd en de beroepsopleiding van de kandidaat-notaris

Titel IV. De stage, de registratie van de werktijd en de beroepsopleiding van de kandidaat-notaris

Titel VI. De kosten van de ambtelijke werkzaamheden

Titel VII. De notariële archieven

Titel VIII. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 2. Het bestuur van de KNB

Afdeling 3. De ledenraad

Afdeling 2. Het bestuur van de KNB

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 2. Het bestuur van de KNB

Afdeling 4. De algemene ledenvergadering

Titel IX. Het toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen en de tuchtrechtspraak, alsmede het financiële toezicht

Afdeling 5. De ringen

Afdeling 6. De geldmiddelen van de KNB

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 20a

Notariële akten die uiterste wilsbeschikkingen inhouden, bevatten geen andere rechtshandelingen.

Titel IV. De stage, de registratie van de werktijd en de beroepsopleiding van de kandidaat-notaris

Titel V. De akten, minuten, grossen en afschriften

Artikel 49a

De erflater kan bij uiterste wilsbeschikking bepalen dat de in artikel 49, eerste lid, bedoelde afschriften, uittreksels en grossen van zijn uiterste wil niet mogen worden uitgegeven noch inzage in zijn uiterste wil mag worden verleend, voor zijn lijk is begraven of verbrand, met dien verstande dat zodanig uitstel niet meer mag bedragen dan vijf dagen na het overlijden van de erflater.

Artikel 49b

1.

De notaris geeft van tot zijn protocol behorende verklaringen van erfrecht desverlangd afschriften uit aan degenen die daarbij belang hebben in verband met een rechtsverhouding waarin zij tot de erflater stonden. Eveneens geeft de notaris van tot zijn protocol behorende notariële akten, houdende uiterste wilsbeschikkingen, desverlangd uittreksels uit aan personen als bedoeld in de eerste zin, doch alleen voor wat betreft dat gedeelte van de akte dat betrekking heeft op feiten als bedoeld in artikel 188 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

2.

Artikel 49a is van overeenkomstige toepassing.

Titel VII. De notariële archieven

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 2. Het bestuur van de KNB

Afdeling 3. De ledenraad

Afdeling 5. De ringen

Afdeling 6. De geldmiddelen van de KNB

Titel IX. Het toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen en de tuchtrechtspraak, alsmede het financiële toezicht

Afdeling 1. Het toezicht en de tuchtrechtspraak

Afdeling 6a. Fonds

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 12a

Vervallen

Titel III. De uitoefening van het notarisambt

Artikel 29a

De notarispraktijk wordt voor rekening en risico van de vervangen notaris voortgezet:

Artikel 30a

1.

Een gedefungeerde notaris verkrijgt, indien hij dit wenst, de hoedanigheid van kandidaat-notaris gedurende een jaar na zijn ontslag. Als hij tot waarnemer wordt benoemd is artikel 30 niet van toepassing. Een notaris die voor of na zijn defungeren tot vaste waarnemer is benoemd is één jaar na zijn defungeren van rechtswege uit deze functie ontslagen.

2.

Na de beëindiging van de notariële werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, behoudt de kandidaat-notaris, indien hij dit wenst, gedurende een jaar de hoedanigheid van kandidaat-notaris. Indien hij voor of na de beëindiging van zijn notariële werkzaamheden tot vaste waarnemer is benoemd is hij één jaar na die beëindiging van rechtswege uit deze functie ontslagen. Hetzelfde geldt voor de toegevoegd notaris, indien deze na de beëindiging van zijn toevoeging niet werkzaam is geweest als kandidaat-notaris.

3.

Indien de gedefungeerde notaris of de gewezen toegevoegd notaris of kandidaat-notaris ambtshalve benoemd is tot waarnemer, behoudt hij de hoedanigheid van kandidaat-notaris gedurende één jaar na het einde van de laatste waarnemingsperiode.

4.

De gedefungeerde notaris, de gewezen toegevoegd notaris of kandidaat-notaris of de ambtshalve benoemde waarnemer die gedurende een jaar waarnemingsbevoegd wil blijven, geeft binnen een week na defungeren of de beëindiging van de notariële werkzaamheden of de waarneming, kennis aan de KNB dat hij de hoedanigheid van kandidaat-notaris wenst te verkrijgen onderscheidenlijk wenst te behouden. De KNB zendt de gedefungeerde notaris of de gewezen toegevoegd notaris of kandidaat-notaris een bewijs van ontvangst van de kennisgeving.

Titel IV. De stage, de registratie van de werktijd en de beroepsopleiding van de kandidaat-notaris

Titel V. De akten, minuten, grossen en afschriften

Titel VI. De kosten van de ambtelijke werkzaamheden

Titel VI. De kosten van de ambtelijke werkzaamheden

Titel VA. De elektronische notariële akte

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 2. Het bestuur van de KNB

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 4. De algemene ledenvergadering

Titel IX. Het toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen en de tuchtrechtspraak, alsmede het financiële toezicht

Afdeling 6. De geldmiddelen van de KNB

Afdeling 2. Het financiële toezicht

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 45a

1.

De artikelen 19, 20, 40 tot en met 42, en 45 zijn van overeenkomstige toepassing op een bijhoudingsverklaring als bedoeld in artikel 46a van de Kadasterwet.

2.

De notaris zendt een afschrift van de bijhoudingsverklaring, bedoeld in het eerste lid, aan partijen, nadat hij op de oorspronkelijke akte een aantekening heeft gesteld van het opmaken van die bijhoudingsverklaring onder vermelding van de datum ervan.

Titel VI. De kosten van de ambtelijke werkzaamheden

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 2. Het bestuur van de KNB

Afdeling 4. De algemene ledenvergadering

Afdeling 5. De ringen

Afdeling 6. De geldmiddelen van de KNB

Afdeling 5. De ringen

Titel IX. Het toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen en de tuchtrechtspraak, alsmede het financiële toezicht

Afdeling 4. De algemene ledenvergadering

Afdeling 2. Het financiële toezicht

Titel IXa. Het Notarieel Pensioenfonds

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 113a

1.

De notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen nemen deel in een door Onze Minister aan te wijzen pensioenfonds.

2.

De Pensioenwet is, met uitzondering van de artikelen 7 en 9, van overeenkomstige toepassing op de notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen.

3.

De KNB draagt de notarissen, toegevoegd notarissen of kandidaat-notarissen voor die in het bestuur van het pensioenfonds zitting hebben. De notarisleden worden aangemerkt als vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen en de toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen als vertegenwoordigers van werknemersverenigingen in de zin van de artikelen 100 en 102 van de Pensioenwet.

4.

De artikelen 4 tot en met 7 en 17 tot en met 21, 25 en 39a van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 zijn van overeenkomstige toepassing op de verplichte deelneming in het pensioenfonds van de notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen.

5.

Voor de toepassing vanartikel 17 van de Pensioenwet geldt ten aanzien van notarissen dat onder loon mede wordt begrepen de gerealiseerde omzet, de gerealiseerde winst of het gerealiseerde inkomen.

Artikel 113b

Vervallen

Artikel 113c

Vervallen

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 25a

Bij regeling van Onze Minister kan aan notarissen de plicht worden opgelegd tot het doen van een melding aan het Bureau indien er zich, in de regeling nader aan te duiden, gebeurtenissen voordoen die aanmerkelijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor de financiële positie van een notaris.

Artikel 25b

1.

Indien de continuïteit van de praktijk van een notaris vanwege de wijze van bedrijfsvoering in gevaar dreigt te komen, kan door de voorzitter van de kamer voor het notariaat, ambtshalve naar aanleiding van een klacht dan wel op verzoek van de KNB of het Bureau, na verhoor of behoorlijke oproeping van de notaris, voor een periode van maximaal een jaar een stille bewindvoerder worden benoemd. Artikel 27, eerste lid, tweede tot en met vierde volzin, tweede lid en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

De stille bewindvoerder geeft de notaris advies en begeleiding bij zijn bedrijfsvoering en is tevens bevoegd om daaromtrent bindende aanwijzingen aan de notaris te geven.

3.

Bij de benoeming wordt een honorarium vastgesteld dat ten laste komt van de notaris.

4.

De kamer voor het notariaat of haar voorzitter kan instructies geven aan de bewindvoerder met betrekking tot de bewindvoering.

5.

De kamer voor het notariaat of haar voorzitter kan de bewindvoering te allen tijde opschorten of beëindigen.

Titel V. De akten, minuten, grossen en afschriften

Titel VII. De notariële archieven

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Artikel 61a

1.

De KNB is verantwoordelijk voor het uitvoeren van kwaliteitstoetsen bij haar leden, die worden verricht door deskundigen die zijn aangewezen door het bestuur van de KNB.

2.

Op het verrichten van de kwaliteitstoetsen en de krachtens het eerste lid aangewezen personen, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:14, 5:15, eerste en derde lid, 5:16, 5:17, 5:18 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

3.

Het bestuur van de KNB is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde deskundigen.

4.

Bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming kunnen worden verwerkt door de krachtens het eerste lid aangewezen deskundigen, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de doelmatige en doeltreffende uitvoering van kwaliteitstoetsen.

5.

Ten behoeve van het verrichten van de kwaliteitstoetsen door de aangewezen personen, bedoeld in het eerste lid, zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de aangewezen personen niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.

5.

Bij verordening worden nadere regels gesteld betreffende het verrichten van de kwaliteitstoetsen.

Afdeling 4. De algemene ledenvergadering

Afdeling 6. De geldmiddelen van de KNB

Afdeling 6. De geldmiddelen van de KNB

Titel IX. Het toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen en de tuchtrechtspraak, alsmede het financiële toezicht

Afdeling 7. De verordeningen en andere besluiten van de KNB

Artikel 99a

1.

De voorzitter van de kamer voor het notariaat kan naar aanleiding van een klacht een vooronderzoek gelasten naar een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris, na afloop waarvan verslag wordt uitgebracht aan de kamer. Het Bureau ontvangt een afschrift van het verslag en alle daarbij behorende stukken.

2.

De voorzitter kan het verrichten van het vooronderzoek opdragen aan de plaatsvervangend voorzitter, een of meer leden of plaatsvervangende leden van de kamer, aan de secretaris of plaatsvervangend secretaris, alsmede aan personen die werkzaam zijn bij het Bureau of andere deskundigen.

3.

De voorzitter bepaalt de omvang van het vooronderzoek. Het vooronderzoek kan zich mede uitstrekken tot andere dan de in de klacht vermelde feiten. De voorzitter van de kamer kan de vooronderzoeker aanwijzingen geven.

4.

Op het vooronderzoek en de in het tweede lid bedoelde personen zijn artikel 111a, tweede lid, alsmede de artikelen 5:13 tot en met 5:18 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

5.

Het bestuur van de KNB is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het in het eerste lid bedoelde vooronderzoek en de in het tweede lid bedoelde personen.

6.

Ten behoeve van het verrichten van het vooronderzoek door de aangewezen personen, bedoeld in het tweede lid, zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de aangewezen personen niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.

7.

Bij het verrichten van vooronderzoek wordt een afschrift van de last tot het verrichten van het onderzoek zo mogelijk aan de betrokken notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris getoond.

8.

De vooronderzoeker stelt de klager en de betrokken notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris in de gelegenheid te worden gehoord.

9.

De betrokkene is niet verplicht ten behoeve van het vooronderzoek verklaringen omtrent zijn onderzochte handelen of nalaten af te leggen. Voor het horen wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.

10.

Indien de klacht is ingediend door het Bureau, wordt het vooronderzoek niet opgedragen aan degenen die betrokken waren bij de uitoefening van het toezicht dat aanleiding gaf tot de indiening van de klacht.

11.

De plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid van de kamer dat vooronderzoek in een zaak heeft verricht, neemt op straffe van nietigheid van de beslissing van de kamer geen deel aan de behandeling van die zaak door de kamer.

12.

De voorzitter kan het vooronderzoek te allen tijde opschorten of beëindigen.

Artikel 103a

1.

De geldboete, bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdeel c, bedraagt ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

2.

De beslissing tot oplegging van de geldboete bevat de termijn waarbinnen en de wijze waarop het bedrag moet worden betaald. Op verzoek van de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris kan de voorzitter van de kamer voor het notariaat de termijn verlengen.

3.

Het bedrag van de opgelegde boete komt ten bate van de Staat. Het bedrag van de opgelegde geldboete wordt in mindering gebracht op de in artikel 87 bedoelde kosten die samenhangen met tuchtrechtspraak.

4.

Wordt de geldboete niet voldaan binnen de termijn, krachtens het tweede lid gesteld, dan kan de kamer, na de betrokken notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris in de gelegenheid te hebben gesteld daarover te worden gehoord, ambtshalve beslissen een of meer tuchtrechtelijke maatregelen op te leggen als bedoeld in artikel 103, eerste lid, of de maatregel als bedoeld in artikel 103, derde lid, laatste deelzin.

Afdeling 2. Het financiële toezicht

Artikel 111a

1.

De bij besluit van het bestuur van het Bureau aangewezen personen die werkzaam zijn bij het Bureau, zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Van dat besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

2.

In aanvulling op artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht is een toezichthouder als bedoeld in het eerste lid, bevoegd om inzage te vorderen in persoonlijke gegevens en bescheiden, voorzover deze betrekking hebben op de persoonlijke financiële administratie van de notaris.

3.

Ten behoeve van de uitoefening van het toezicht door de aangewezen personen, bedoeld in het eerste lid, zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de aangewezen personen niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.

Artikel 111b

1.

Indien het Bureau bij de uitoefening van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die naar zijn oordeel voldoende grond opleveren voor het opleggen van een tuchtmaatregel, kan het een klacht indienen, tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid .

2.

Het Bureau kan voor de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 24, eerste tot en met vierde lid, en 25a, de overtreder een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom opleggen.

3.

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de geldboete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

4.

Een bestuurlijke boete wordt niet opgelegd indien tegen de overtreder jegens dezelfde gedraging een klacht is ingediend.

5.

Het bedrag van de opgelegde bestuurlijke boete en de verbeurde last onder dwangsom wordt in mindering gebracht op de in artikel 87, bedoelde kosten die samenhangen met het toezicht.

Artikel 111c

De ambtenaren van de rijksbelastingdienst doen van hetgeen hen bij de uitvoering van hun taak betreffende de persoon of de zaken van een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris blijkt of hun meegedeeld wordt, terstond mededeling aan het Bureau, indien het een handelen of nalaten betreft dat, gelet op artikel 93, eerste lid, aanleiding kan zijn voor de indiening van een klacht.

Titel IXa. Het Notarieel Pensioenfonds

Titel IXa. Het Notarieel Pensioenfonds

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 30b

1.

Een notaris kan, met goedkeuring van Onze Minister, een kandidaat-notaris aanwijzen als een aan hem toegevoegd notaris. Het aantal toegevoegd notarissen per notaris bedraagt ten hoogste drie.

2.

De toegevoegd notaris is bevoegd om namens, onder verantwoordelijkheid en toezicht van de notaris handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 2, eerste lid. De notaris beschikt over een exclusieve instructiebevoegdheid ten aanzien van de notariële werkzaamheden van de toegevoegd notaris.

3.

De toegevoegd notaris is vaste waarnemer als bedoeld in artikel 29, tweede lid, teneinde de notaris te vervangen in de in artikel 28, onderdelen a en b, bedoelde gevallen.

4.

In geval van waarneming neemt de waarnemer de toevoeging waar, tenzij de toegevoegd notaris zelf als waarnemer optreedt.

5.

De toegevoegd notaris gebruikt een zegel dat gelijk is aan het zegel van de notaris, bedoeld in artikel 51, met dien verstande dat hierop tevens zijn eigen naam en hoedanigheid zijn vermeld. De door de toegevoegd notaris opgemaakte minuten behoren tot het protocol van de notaris.

6.

Tot het voeren van de titel toegevoegd notaris is uitsluitend bevoegd hij die overeenkomstig het eerste lid als zodanig is aangewezen en wiens toevoeging niet is beëindigd of opgeschort.

Artikel 30c

1.

Een kandidaat-notaris komt in aanmerking voor toevoeging aan een notaris indien hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b, onder 4°, en indien wordt voldaan aan de voorwaarden die volgen uit artikel 30b, tweede lid.

2.

Het verzoek om goedkeuring van de toevoeging wordt ingediend door de notaris en de kandidaat-notaris gezamenlijk. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bij het verzoek over te leggen bewijsstukken tevens betrekking hebben op de vervulling van de voorwaarden die volgen uit artikel 30b, tweede lid, en dat het advies van de Commissie toegang notariaat tevens ziet op de vraag of aan deze voorwaarden wordt voldaan. Aan de goedkeuring kunnen nadere voorwaarden worden verbonden.

3.

De toegevoegd notaris die aan een notaris wordt toegevoegd, legt, indien dit nog niet eerder heeft plaatsgevonden, in verband met de aanvaarding van zijn toevoeging de eed af voor de rechtbank in het arrondissement waarin de kamer voor het notariaat is gevestigd waaronder de notaris aan wie hij wordt toegevoegd ressorteert. Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, en artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30d

1.

De toevoeging eindigt van rechtswege door:

  • a. opzegging dan wel het eindigen van de arbeidsovereenkomst van de toegevoegd notaris of schorsing in zijn werkzaamheden door zijn werkgever;
  • b. ontzetting uit het ambt, ontslag of overlijden van de notaris;
  • c. onherroepelijke oplegging aan de notaris van een ontzegging van de bevoegdheid tot het aanwijzen van een toegevoegd notaris als bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdeel d;
  • d. onherroepelijke oplegging aan de toegevoegd notaris van een ontzegging in de bevoegdheid om als toegevoegd notaris op te treden als bedoeld in artikel 103, derde lid;
  • e. benoeming van de toegevoegd notaris tot notaris.
2.

Indien de toevoeging op grond van het eerste lid, onderdelen b of c, is geëindigd, kan de voorzitter van kamer voor het notariaat bij de benoeming van een waarnemer als bedoeld in artikel 29, tweede lid, de desbetreffende kandidaat-notaris met diens instemming aanwijzen als aan de waarnemer toegevoegd notaris, voor de duur van de waarneming.

3.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c, wordt de toevoeging opgeschort met het ingaan van de schorsing van de notaris in de uitoefening van het ambt. De opschorting eindigt met de benoeming van een waarnemer dan wel door beëindiging van de schorsing.

4.

Onze Minister kan de toevoeging intrekken:

  • a. op verzoek van de toegevoegd notaris;
5.

Indien er zich feiten of omstandigheden voordoen die ingevolge het eerste lid leiden tot beëindiging van de toevoeging van rechtswege, of ingevolge het vierde lid grond kunnen vormen voor intrekking van de toevoeging, doen de notaris en de toegevoegd notaris daarvan onverwijld mededeling aan de KNB en Onze Minister.

Titel IV. De stage, de registratie van de werktijd en de beroepsopleiding van de kandidaat-notaris

Titel V. De akten, minuten, grossen en afschriften

Titel VI. De kosten van de ambtelijke werkzaamheden

Titel VII. De notariële archieven

Titel VIII. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 2. Het bestuur van de KNB

Afdeling 3. De ledenraad

Afdeling 7. De verordeningen en andere besluiten van de KNB

Titel IX. De tuchtrechtspraak en het toezicht

Afdeling 1. De tuchtrechtspraak

Afdeling 2. Het toezicht

Titel IXa. Het Notarieel Pensioenfonds

Titel IXa. Het pensioen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 49c

1.

De notaris geeft desverlangd van de tot zijn protocol behorende Europese erfrechtverklaringen, bedoeld in artikel 188a van Boek 4 Burgerlijk Wetboek, gewaarmerkte afschriften af.

2.

Artikel 49a is van overeenkomstige toepassing.

Titel VIII. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie

Afdeling 1. De organisatie van de KNB

Afdeling 3. De ledenraad

Afdeling 6a. Fonds

Titel IX. De tuchtrechtspraak en het toezicht

Afdeling 1. De tuchtrechtspraak

Afdeling 2. Het toezicht

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 94a

1.

De kamers voor het notariaat stellen jaarlijks een jaarverslag op alsmede een begroting van de in het daaropvolgende jaar te verwachten inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de bij of krachtens deze wet opgedragen taken en daaruit voortvloeiende werkzaamheden op het terrein van de tuchtrechtspraak. De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.

2.

Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar waarmee Onze Minister heeft ingestemd.

3.

De kamers voor het notariaat zenden de begroting voor een door Onze Minister te bepalen tijdstip voorafgaande aan het begrotingsjaar ter instemming aan Onze Minister.

4.

Onze Minister stemt niet in met de begroting dan nadat de KNB is gehoord. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ingeval van gebleken strijdigheid wordt instemming niet onthouden dan nadat de kamers voor het notariaat in de gelegenheid zijn gesteld de begroting aan te passen, binnen een door Onze Minister te stellen redelijke termijn.

5.

Wanneer Onze Minister niet met de begroting heeft ingestemd vóór 1 januari van het jaar waarop deze betrekking heeft, kunnen de kamers voor het notariaat, in het belang van een juiste uitvoering van hun taak, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste drie twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen in de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.

6.

Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doen de kamers voor het notariaat daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak en de verwachte omvang van de verschillen.

7.

De kamers voor het notariaat zenden het jaarverslag voor een door Onze Minister te bepalen tijdstip aan Onze Minister.

8.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting en de inhoud van het jaarverslag.

Artikel 103b

1.

Indien een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en een maatregel wordt opgelegd als bedoeld in artikel 103, eerste lid, kan de uitspraak tevens inhouden een veroordeling van de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris in:

  • a. de kosten die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken; en
  • b. de overige kosten die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt.
2.

Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing voor zover de klacht is ingediend door Onze Minister, het Bureau of de KNB.

3.

De beslissing tot veroordeling in de kosten, bedoeld in het eerste lid, bevat het bedrag, de termijn waarbinnen en de wijze waarop het bedrag moet worden betaald. Op verzoek van de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris kan de voorzitter van de kamer voor het notariaat de termijn verlengen.

4.

In geval van een veroordeling in de kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ten behoeve van de klager een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de klager zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane eigen bijdrage. De rechtsbijstandverlener doet aan de raad voor rechtsbijstand opgave van een kostenvergoeding door de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris. In geval ten behoeve van de klager geen toevoeging is verleend, worden de kosten betaald aan de klager.

5.

Worden de kosten niet vergoed binnen de krachtens het derde lid gestelde termijn, dan kan de kamer voor het notariaat, na de betrokken notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris in de gelegenheid te hebben gesteld daarover te worden gehoord, ambtshalve beslissen een of meer tuchtrechtelijke maatregelen op te leggen als bedoeld in de artikelen 103, eerste lid, of de maatregel als bedoeld in artikel 103, derde lid.

6.

De vergoeding van kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt in mindering gebracht op de in artikel 87 bedoelde kosten die samenhangen met tuchtrechtspraak.

Artikel 103c

1.

De beslissing tot het opleggen van een geldboete of een proceskostenveroordeling levert een executoriale titel op, die met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de tenuitvoerlegging van de beslissing, bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 2. Het toezicht

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 88a

1.

Het bestuur van de KNB richt een fonds in voor de vergoeding van kosten die verband houden met een overname als bedoeld in artikel 15 of waarneming als bedoeld in artikel 29a. Uit dit fonds worden in ieder geval kosten vergoed die in redelijkheid niet ten laste behoren te komen van de waarnemer of de notaris die het protocol toegewezen heeft gekregen en noodzakelijk zijn voor een goede ambtsuitoefening met betrekking tot het protocol, waarvoor de waargenomen onderscheidenlijk gewezen notaris geen verhaal biedt. Uit het fonds worden voorts tekorten op bijzondere rekeningen als bedoeld in artikel 25 vergoed.

2.

Ter financiering van het fonds kan het bestuur van de KNB een bijdrage aan de leden van de KNB opleggen.

3.

Het bestuur van de KNB stelt een reglement op met de werkwijze van het fonds en de voorwaarden waaronder uitkeringen uit het fonds plaatsvinden. In dit reglement wordt in ieder geval bepaald dat het fonds altijd over voldoende middelen moet beschikken om aan de gestelde doelen te kunnen voldoen. Bij de inrichting van het fonds draagt het bestuur van de KNB er zorg voor dat de werkwijze van het fonds voor de leden van de KNB controleerbaar is.

Titel IX. De tuchtrechtspraak en het toezicht

Afdeling 2. Het toezicht

Titel IXa. Het pensioen

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Titel VII. De notariële archieven

Titel VIII. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie

Afdeling 6a. Fonds

Afdeling 5. De ringen

Titel IX. De tuchtrechtspraak en het toezicht

Afdeling 2. Het toezicht

Titel IXa. Het pensioen

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 53a

Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • eidas-verordening: verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257);
  • elektronisch identificatiemiddel:
  • a. een elektronisch identificatiemiddel dat is uitgegeven op grond van een stelsel voor elektronische identificatiemiddelen met betrouwbaarheidsniveau hoog als bedoeld in artikel 8, tweede lid onderdeel c, van de eidas-verordening; of
  • b. een elektronisch identificatiemiddel dat is uitgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van een stelsel voor elektronische identificatiemiddelen met betrouwbaarheidsniveau hoog als bedoeld in artikel 8, tweede lid onderdeel c, van de eidas-verordening, en dat ten behoeve van de grensoverschrijdende authenticatie is erkend overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van de eidas-verordening;
  • elektronische notariële akte: de notariële akte, bedoeld in artikel 53b;
  • richtlijn 2017/1132/EU: richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (PbEU 2017, L 169);
  • richtlijn 2019/1151/EU: richtlijn (EU) 2019/1151 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht (PbEU 2019, L 186);
  • systeem voor gegevensverwerking: het systeem voor gegevensverwerking, bedoeld in artikel 53d.

Artikel 53b

Deze titel is van toepassing op de notariële akte van oprichting van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 175, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien de vennootschap wordt opgericht bij elektronische notariële akte als bedoeld in artikel 175a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 53c

1.

Het bestuur van de KNB wijst een model aan als bedoeld in artikel 13 nonies van richtlijn 2017/1132/EU in ten minste een officiële taal van de Unie die zoveel mogelijk grensoverschrijdende gebruikers grotendeels begrijpen.

2.

Het model, bedoeld in het eerste lid, wordt ter beschikking gesteld door middel van een openbaar toegankelijk door de KNB beheerd informatieportaal.

Artikel 53d

1.

De notaris is aangesloten op een door de KNB beheerd systeem voor gegevensverwerking.

2.

Het systeem voor gegevensverwerking heeft tot doel de totstandkoming van een elektronische notariële akte mogelijk te maken.

3.

Binnen het systeem voor gegevensverwerking worden persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor een goede uitvoering van deze wet en op deze wet berustende bepalingen.

4.

Het systeem voor gegevensverwerking biedt in ieder geval de mogelijkheid tot:

  • a. het ondertekenen van de elektronische notariële akte;
  • b. de identificatie van partijen, getuigen, tolken en gevolmachtigden door middel van een elektronisch identificatiemiddel en de verificatie van hun identiteit;
  • c. het tot stand brengen van een directe beeld- en geluidverbinding tussen de verschijnende personen, getuigen en de notaris, die een natuurgetrouwe weergave biedt van wat zich op dat moment afspeelt in de ruimtes waarin de verschijnende personen, getuigen en de notaris zich bevinden;
  • e. het online betalen door middel van een online betaaldienst die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13 sexies van richtlijn 2017/1131/EU;
  • f. het verzamelen van de gegevens, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van richtlijn 2019/1151/EU.
5.

Het systeem voor gegevensverwerking:

  • a. is betrouwbaar;
  • b. is beveiligd tegen onbevoegd gebruik;
  • c. voldoet aan de meest recente internationale en nationale standaarden; en
  • d. stelt de partijen, getuigen, tolken en gevolmachtigden en de notaris in staat te voldoen aan de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de elektronische notariële akte en de totstandkoming hiervan.
6.

Bij verordening worden nadere regels gesteld ten aanzien van het systeem voor gegevensverwerking, in ieder geval ten aanzien van de vereisten, bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 53e

1.

De ondertekening, bedoeld in artikel 37, tweede lid, eerste volzin, van een elektronische notariële akte vindt plaats via het systeem voor gegevensverwerking door het gebruik van een elektronische handtekening.

2.

Bij verordening worden nadere regels gesteld ten aanzien van de elektronische handtekening, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 53f

1.

Een volmacht tot medewerking aan een elektronische notariële akte wordt ten overstaan van de notaris die de elektronische notariële akte passeert, via het systeem voor gegevensverwerking verleend aan een onder diens verantwoordelijkheid werkzame persoon. De artikelen 53e en 53g zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

De elektronische volmacht waaraan verschijnende personen hun bevoegdheid ontlenen als bedoeld in het eerste lid wordt aan de akte gekoppeld.

Artikel 53g

1.

In afwijking van artikel 39, eerste lid, tweede volzin, stelt de notaris de identiteit van de personen die voor hem verschijnen vast aan de hand van een elektronisch identificatiemiddel via het systeem voor gegevensverwerking. Personen en getuigen kunnen aan de notaris verschijnen door het gebruik van een directe beeld- en geluidverbinding als bedoeld in artikel 53d, vierde lid, onderdeel c.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de notaris in een individueel geval om de fysieke aanwezigheid van de partijen bij de akte verzoekt omdat hij redenen heeft om te vermoeden dat identiteitsfraude is gepleegd met het oog op de verificatie van de identiteit, en dit gerechtvaardigd is vanwege redenen van algemeen belang, namelijk het voorkomen van identiteitsmisbruik of – wijziging als bedoeld in artikel 13ter, vierde lid, van richtlijn 2017/1131/EU.

3.

Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing indien de notaris in een individueel geval om de fysieke aanwezigheid van de partijen bij de akte verzoekt omdat hij redenen heeft om te vermoeden dat de regels inzake handelingsbekwaamheid en vertegenwoordigingsbevoegdheid niet worden nageleefd, en dit gerechtvaardigd is vanwege redenen van algemeen belang, namelijk het waarborgen van de regels inzake de handelingsbekwaamheid van partijen en hun bevoegdheid om een vennootschap te vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 13 octies, achtste lid, van richtlijn 2017/1131/EU.

Artikel 53h

1.

De plaats waar de elektronische notariële akte is verleden, bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel e, is de plaats op het grondgebied van Nederland waar de notaris voor wie de elektronische notariële akte wordt verleden zich bevindt.

2.

De vermelding van het tijdstip van de ondertekening van de akte door de notaris, bedoeld in artikel 40, derde lid, vindt plaats door het gebruik van een gekwalificeerde elektronische tijdstempel als bedoeld in artikel 3, onderdeel 34, van de eidas-verordening.

Artikel 53i

1.

In afwijking van artikel 41, tweede lid, wordt de inhoud van de elektronische notariële akte, van de elektronische volmacht, bedoeld in artikel 53f, eerste lid, en van overige elektronische bijlagen, duurzaam gesteld in een bij verordening aan te wijzen documentstandaard, die de betrouwbaarheid, de uitleesbaarheid en de beschikbaarheid van de inhoud waarborgt en voldoet aan de meest recente nationale of internationale standaarden. De aanwijzing vindt ten minste iedere vijf jaar plaats.

2.

Indien conversie van de inhoud van een verleden elektronische notariële akte, van een verleende elektronische volmacht, bedoeld in artikel 53f, eerste lid, en van overige elektronische bijlagen naar een andere documentstandaard noodzakelijk is om de duurzaamheid hiervan te waarborgen vindt conversie hiervan plaats naar een bij verordening aan te wijzen andere documentstandaard. Bij verordening worden regels gesteld over de wijze waarop deze conversie plaatsvindt. Na conversie is de elektronische notariële akte waarvan de inhoud is gesteld in de daartoe aangewezen documentstandaard de minuut van deze elektronische notariële akte.

3.

In afwijking van artikel 12, eerste en tweede lid, bewaart de notaris minuten van elektronische notariële akten die tot zijn protocol behoren, elektronische volmachten bedoeld in artikel 53f, eerste lid, en overige elektronische bijlagen bij de KNB. De KNB heeft geen inzage in de in de eerste volzin bedoelde minuten van elektronische notariële akten, elektronische volmachten en overige elektronische bijlagen.

4.

In afwijking van artikel 12, derde lid, worden bij verordening nadere regels gesteld ten aanzien van het bij de KNB bewaren van minuten van elektronische notariële akten, elektronische volmachten, bedoeld in artikel 53f, eerste lid, en overige elektronische bijlagen, alsmede regels met betrekking tot de wijze waarop de toegang van de notaris tot zijn protocol is gewaarborgd.

Artikel 53j

1.

Artikel 43, derde lid, tweede volzin en vierde lid, derde volzin en artikel 45, eerste lid zijn niet van toepassing op de elektronische notariële akte.

2.

Ten aanzien van artikel 43, vierde lid, vijfde volzin, geldt dat met het aanbrengen van het uur en de minuut van die ondertekening wordt gelezen het aanbrengen van het gekwalificeerde elektronische tijdstempel als bedoeld in artikel 53h, tweede lid.

3.

Artikel 45, tweede lid, is van toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van de tweede volzin de notaris niet een aantekening op de oorspronkelijke akte stelt, maar een aantekening aan de oorspronkelijke akte koppelt onder vermelding van datum en repertoriumnummer van dit proces-verbaal.

4.

Artikel 52, tweede en derde lid, is niet van toepassing op de elektronische handtekening, bedoeld in artikel 53e, eerste lid.

Artikel 53k

Onverminderd artikel 55, eerste lid, worden de vergoedingen voor de oprichting van een besloten vennootschap langs elektronische weg als bedoeld in artikel 175a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van artikel 13 quinquies van richtlijn 2017/1132/EU, op niet discriminerende wijze toegepast.

Titel VI. De kosten van de ambtelijke werkzaamheden

Titel VII. De notariële archieven

Titel VIII. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie

Afdeling 7. De verordeningen en andere besluiten van de KNB

Titel IX. De tuchtrechtspraak en het toezicht

Afdeling 1. De tuchtrechtspraak

Afdeling 2. Het toezicht

Titel IXa. Het pensioen

Titel X. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)