Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

Type Circulaire
Publication 2026-08-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-14
State In force
Source BWB
artikelen 31
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

In artikel 3:40 Awb is vastgelegd dat een besluit pas in werking treedt als het bekendgemaakt is. Deze hoofdregel geldt ook hier. Dat betekent dat de beslissing wordt genomen met inachtneming van het nieuwe materiële recht, dus de inhoudelijke toets vindt aan de hand van de Vw plaats. Dit geldt zowel voor aanvragen in eerste aanleg die op of na 1 april 2001 zijn ontvangen als voor aanvragen in eerste aanleg die per 1 april 2001 reeds waren ontvangen, waarop nog niet is beslist.

Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt voor de inwerkingtreding van de wet, kan op grond van het oude recht beroep worden ingesteld. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud), die is verricht voor inwerkingtreding van de wet. Dit is bepaald in artikel 119, eerste lid, Vw. Dit artikel moet in samenhang met het eerste lid van artikel 118 Vw worden bezien.

Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.

Onder artikel 119, eerste lid, Vw vallen de situaties waarin geen bezwaar kan worden gemaakt op grond van artikel 29 Vw (oud) en anderzijds de gevallen waarin een beslissing op een bezwaarschrift bekend is gemaakt voor de inwerkingtreding. In beide gevallen kan beroep worden ingesteld op grond van het oude recht.

In het derde lid is bepaald dat voor een beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van het oude recht ook de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn over de hoogte van het griffierecht. Zie artikel 33f Vw (oud).

Het beroep op de rechtbank tegen een besluit of handeling op grond van de Vw (oud) dat is bekendgemaakt of verricht voor inwerkingtreding van de Vw, of tegen een op bezwaar genomen beslissing, heeft geen opschortende werking (artikel 119, tweede lid, Vw).

Artikel 4 – zakgeld

In artikel 120 Vw is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in artikel 84 Vw slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast (artikel 117 Vw).

Toelichting

In artikel 118, tweede lid, Vw is vastgelegd dat op de behandeling van een dergelijk bezwaarschrift de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn. Het betreft dan artikel 29 en volgende Vw (oud). Dat betekent ook dat bijvoorbeeld de ACVZ moet worden ingeschakeld indien dat volgens artikel 31, tweede lid, Vw (oud) verplicht is.

Toelichting

Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.

Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt voor de inwerkingtreding van de wet, kan op grond van het oude recht beroep worden ingesteld. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud), die is verricht voor inwerkingtreding van de wet. Dit is bepaald in artikel 119, eerste lid, Vw. Dit artikel moet in samenhang met het eerste lid van artikel 118 Vw worden bezien.

Artikel 7 – geschillenclausule

Onder artikel 119, eerste lid, Vw vallen de situaties waarin geen bezwaar kan worden gemaakt op grond van artikel 29 Vw (oud) en anderzijds de gevallen waarin een beslissing op een bezwaarschrift bekend is gemaakt voor de inwerkingtreding. In beide gevallen kan beroep worden ingesteld op grond van het oude recht.

In het derde lid is bepaald dat voor een beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van het oude recht ook de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn over de hoogte van het griffierecht. Zie artikel 33f Vw (oud).

Het beroep op de rechtbank tegen een besluit of handeling op grond van de Vw (oud) dat is bekendgemaakt of verricht voor inwerkingtreding van de Vw, of tegen een op bezwaar genomen beslissing, heeft geen opschortende werking (artikel 119, tweede lid, Vw).

Contractpartij Au pair,

Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum

Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden

Vervallen

Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten

Vervallen

Model M6

Model M7

Model M8. Gereserveerd

Model M9. Gereserveerd

Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)

Vervallen

Model M11

Vervallen

Model M12

Vervallen

Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000

Model M14. Passagierslijst luchtvaart

Vervallen

Model M15. Bemanningslijst luchtvaart

Vervallen

Model M16. Garantverklaring zeelieden

Vervallen

Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen

Model M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)

Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000

Vreemdelingennummer Vreemdelingennummer
:.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer
:.....
Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer
:.....
Piketadvocaat Piketadvocaat
:..... Telefoon:.....

Ondergetekende, ..... naam of verbalisantennummer)

( ) ambtenaar der Koninklijke Marechaussee, belast met de grensbewaking;

( ) ambtenaar van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond;

( ) directeur van een grenslogies, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,

overwegende dat, aan overwegende dat, aan
achternaam .....
voorna(a)m(en) .....
geboortedatum .....
geboorteplaats .....
geboorteland .....
nationaliteit .....
geslacht man/ vrouw
burgerlijke staat .....
tezamen met ..... (aantal) kinderen jonger dan zestien jaar

de toegang tot Nederland is geweigerd op grond van:

( ) artikel 13 juncto artikel 5 van de Verordening (EG) Nummer 562/2006 van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (voor onderdanen van derde landen – kort verblijf)

( ) artikel 3 van de Vreemdelingenwet 2000 (voor onderdanen van derde landen – lang verblijf)

( ) artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 of 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (voor personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer of onderdanen van België en Luxemburg)

(eventueel hieronder overige gegevens vermelden)

.....

.....

.....

wordt aan betrokkene(n) op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 6, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 de verplichting opgelegd zich op te houden in:

..... (ruimte of plaats)

Deze beschikking is door mij onmiddellijk aan de vreemdeling uitgereikt.

Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van deze aanwijzing medegedeeld had,

( ) in de Nederlandse taal, welke door de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,

( ) in de ..... taal, welke door mij verbalisant en de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,

( ) door middel van de (telefonische/in persoon) tolk (naam) ..... van het tolkencentrum in de ..... taal,

verklaarde hij/zij deze beschikking te begrijpen.

Plaats ..... Datum .....

de ambtenaar belast met de grensbewaking / de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,

.....

(handtekening van de ambtenaar)

Beroep tegen deze maatregel kan schriftelijk worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken, Postbus 1621, 2003 BR, Haarlem.

Na indiening van een eerste beroep (of eerste kennisgeving van de Immigratie- en Naturalisatiedienst) zult u – indien de maatregel niet voor die tijd opgeheven is – (uiterlijk) op de 35e dag na aanvang van de vrijheidsontneming door een rechtbank gehoord worden. De oproep om op de zitting te verschijnen ontvangt u op het moment dat u naar de rechtbank vervoerd zal worden.

Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden

Model M21

Vervallen

Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs

Vervallen

Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden

Vervallen

Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave

Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland

Vervallen

Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking

Vervallen

Model M26. Bewustverklaring kort verblijf

Vervallen

Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten

Vervallen

Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten

Vervallen

Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij

Vervallen

Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij

Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens

Vervallen

Model M32-M34. Gereserveerd

Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv

Vervallen

Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv

Vervallen

Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning

Vervallen

Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

Vervallen

Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd

Vervallen

Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)

Vervallen

Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

Vervallen

Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar

Vervallen

Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd

Vervallen

Model M35-I

Vervallen

Model M35-J

Vervallen

Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd

Vervallen

Model M35-K

Vervallen

Model M36. Afspraakbevestiging

Vervallen

Model M37. Antecedentenverklaring

Vervallen

Model M38. TBC-formulier

Vervallen

Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens

Vervallen

Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek

Vervallen

Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum

Vervallen

Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie

Vervallen

Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek

Vervallen

Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling

Vervallen

Model M40. Vragenlijst China

Vervallen

Model M41. Verklaring burgerlijke staat

Vervallen

Model M42. Relatieverklaring

Vervallen

Model M43. Bewustverklaring studie

Vervallen

Model M44. Bewustverklaring Au Pair

Vervallen

Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin

Vervallen

Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar

Vervallen

Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden

Model M46-A. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens

Model M46-B. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens

Model M46-C. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens

Model M46-D. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens

Model M47. Garantverklaring

Vervallen

Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)

Vervallen

Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie

Vervallen

Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties

Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring

Vervallen

Model M50. Checklist mvv-vereiste

Vervallen

Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom

Vervallen

Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom

Vervallen

Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen

Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning

Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005

Model M47. Garantverklaring

Vervallen

Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)

Vervallen

Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie

Vervallen

Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties

Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring

Vervallen

Model M50. Checklist mvv-vereiste

Vervallen

Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom

Vervallen

Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom

Vervallen

Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen

Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning

Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005

Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag

Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag

Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening

Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb

Vervallen

Model M133-B. Antwoordformulier

Vervallen

Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb

Vervallen

Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb

Vervallen

Model M134. Verrekeningsstaat

Vervallen

Model M135. Declaratie kosten verwijdering

Vervallen

Model M136. Opgave van ingenomen gelden

Vervallen

Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom

Vervallen

Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet

Vervallen

Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf

Model M140. De verklaring van de werkgever

Vervallen

De vreemdeling moet het grondgebied van de lidstaten na de afwijzende beschikking verlaten, als tegen de afwijzende beschikking geen rechtsmiddelen meer open staan of die niet in Nederland mogen worden afgewacht.

In deze paragraaf wordt de raadpleging door de andere lidstaat besproken, als na het invoeren van een signalering door deze andere lidstaat blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.

Landelijke Eenheid

Postbus 100

Een verzoek tot het wissen van een door Nederland opgenomen signalering inzake terugkeer of met het oog weigering van toegang en verblijf moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd.

Er dient te zijn vastgesteld dat een vreemdeling niet (meer) rechtmatig in Nederland verblijft. Specifiek voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning hebben ingediend geldt het volgende. Bij een afwijzing, een buitenbehandelingstelling, het intrekken of het niet verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning wordt vastgesteld dat er geen sprake (meer) is van rechtmatig verblijf. Dan wordt aan de voorwaarde voor element a voldaan. Tenzij er nog een andere aanvraagprocedure in eerste aanleg loopt waarvan de uitkomst in Nederland mag worden afgewacht. In dat geval wordt (nog) niet aan de voorwaarde voldaan en kan er (nog) geen terugkeerbesluit worden genomen.

In een terugkeerbesluit benoemt de IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie een of meerdere landen van terugkeer. Als het gestelde herkomstland niet aannemelijk is, benoemt de IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie zowel dat herkomstland als de landen waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze landen van terugkeer kunnen zijn.

De IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt een aanvullend terugkeerbesluit als:

De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een inreisverbod hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van model M107-A.

De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.

Als de vreemdeling wel een terugkeerbesluit heeft gekregen, begeleidt DTenV niet in het vertrek naar de andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland die aan de vreemdeling een verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft verleend. In dat geval zet DTenV in op vertrek naar het land zoals genoemd in het terugkeerbesluit.

De IND onthoudt een vertrektermijn als een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel kennelijk ongegrond is.

De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel waar met toepassing van artikel 30a, eerste lid, artikel 30c of artikel 31 Vw op wordt beslist in de volgende situaties of de vertrektermijn wordt verkort of onthouden op grond van artikel 62, tweede lid, onder a, Vw:

De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:

Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:

Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met artikel 65, eerste lid, Vw, niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met DTenV. DTenV dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.

De Korpschef of de Commandant KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag verder geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en een eventuele eenmalige financiële bijdrage op de luchthaven van vertrek. Hiervoor tekent de vreemdeling een vertrekverklaring van de IOM. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.

In artikel 23a en 23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen.

De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt:

De bewijslast dat de vreemdeling geen toegang zal hebben tot de vereiste medische zorg rust op de vreemdeling.

Aan het vereiste om middels documenten de identiteit en nationaliteit aan te tonen wordt niet voorbijgegaan om de enkele reden dat de vreemdeling in Nederland een medische behandeling ondergaat.

Om te beoordelen of de medische zorg niet toegankelijk is voor de vreemdeling worden bewijsstukken gevraagd die inzicht geven in de kosten van de medische behandeling in relatie tot het inkomen van de vreemdeling. Ook gaat het om bewijsstukken over de afstand tussen de woonplaats van de vreemdeling en de zorginstelling (in het land van herkomst) en eventueel diens reismogelijkheden in relatie tot de medische klachten.

Om in aanmerking te komen voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanwege door BMA noodzakelijk geachte mantelzorg moet de vreemdeling aantonen dat:

7.2. De aanvraagprocedure

De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw wil indienen, maakt daarvoor gebruik van het formulier ‘Aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.

7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure

Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw.

7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg

De IND toetst op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve tijdens de eerste asielprocedure of een vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. De IND neemt medische omstandigheden mee, die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel tot uiting komen.

7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure

Bij een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel geldt de ambtshalve toets niet.

7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure

De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:

7.2.5. Herstel verzuim

De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling aan, welke gegevens ontbreken. De eerder ingestuurde medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen. Als deze medische stukken ouder zijn geworden dan drie maanden dan moet de vreemdeling zorgen voor een actualisering van de medische stukken en deze naar de IND zenden.

7.2.6. Raadplegen BMA

De IND past de ambtshalve toets ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning. De IND toetst in dat geval uitsluitend ambtshalve als de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.

7.4. Bijzondere procedures

De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw met als ingangsdatum de datum van de aanvraag om uitstel van vertrek door de vreemdeling.

7.2.4. Bewijsmiddelen

Na afloop van het uitstel van vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit. Er is geen nieuw besluit nodig.

7.2.5. Herstel verzuim

Van een vreemdeling wordt verwacht dat hij:

7.3.2. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van (definitieve) besluitvorming

De IND stelt vast of de vreemdeling alle bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc).

7.2.6. Raadplegen BMA

De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt.

7.4.4. Verzoek toepassing artikel 64 Vw van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie

7.3.2.3. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw

7.3.2.4.2. Overdracht in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening

7.3.2.5.2. Overdracht in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening

7.3.2.6.1. Algemeen

7.3.2.6.2. Overdracht in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening

7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een inreisverbod

7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring

De IND past artikel 64 niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd.

7.5. Rechtsmiddelen

De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. DTenV beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. DTenV brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.

8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming

De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder b, Vw gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.

9. Verhaal van kosten van uitzetting

De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:

8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming

De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.

10. Vreemdelingen in de strafrechtketen

Als een land een formeel uitleverings- of overleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleverings- of overleveringsprocedure is afgerond.

7.4.4. Verzoek toepassing artikel 64 Vw van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie

Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleverings- of overleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant KMar.

8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming

De vreemdelingenketen moet contact opnemen met DTenV voor informatie over:

A4. Het inreisverbod, de ongewenstverklaring en het besluit tot signalering

Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, Vw, is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, b, c en d, Vw, voor zover sprake is van een werkelijke, actuele, voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.

8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming

De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:

11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname

In paragraaf A2/12.10 Vc wordt de raadplegingsprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. Een vreemdeling met internationale bescherming in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland kan geen terugkeerbesluit uitgevaardigd krijgen en daarom kan hem ook geen inreisverbod worden opgelegd. Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc.

2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod

De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar in geval de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan 90 dagen is overschreden.

2.4. Procedurele aspecten

Ingevolge artikel 6.5a, zesde lid, Vb vaardigt de IND een inreisverbod uit voor de duur van twintig jaar als de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of als zwaarwegende belangen nopen tot een duur van meer dan tien jaar.

2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod

In artikel 66a, vijfde lid, Vw wordt bepaald dat als een beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, bekend wordt gemaakt door toezending, hiervan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.

2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost

De ambtenaar belast met de grensbewaking handelt bij de uitreiking van het voornemen als volgt:

3.1. Gronden voor ongewenstverklaring

Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toepassing. Zie hiervoor paragraaf A2/12 Vc.

2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod

Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.6.2 Vc.

2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod

Overeenkomstig artikel 6.5, vierde lid, Vb heft de IND het inreisverbod – in afwijking van artikel 6.5, tweede en derde lid, Vb – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.

2.4.2. Bekendmaking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod

Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij:

2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost

De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in artikel 6.5a, zesde lid, Vb uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.

2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod

Naar aanleiding van de raadplegingsprocedure genoemd in paragraaf A2/12.10 Vc heft de IND ambtshalve het lichte inreisverbod op, als:

6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw

De IND beoordeelt bij de opheffing van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt opgelegd.

2.5.6. Van rechtswege vervallen

Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in artikel 8 Vw.

3. Ongewenstverklaring

Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.

3.6.2. De vorm en inhoud van de aanvraag

De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in artikel 37a WvSr ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.

2.5.6. Van rechtswege vervallen

Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid', zie paragraaf B1/4.4 Vc.

2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en artikel 4:8 Awb in ieder geval in de volgende situaties:

3.4. Bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring

Bij de toepassing van artikel 6.6, tweede lid, Vb weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.

3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring

In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.

3.6.2. De vorm en inhoud van de aanvraag

Een vreemdeling heeft een inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen.

3.8.1. Vorm van de aanvraag

Als de IND aan de vreemdeling de hiervoor genoemde verblijfsvergunning verleent, heft de IND de ongewenstverklaring op.

3.6.2. De vorm en inhoud van de aanvraag

Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:

3.8.2. Inhoud van de aanvraag

De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:

3.8.3. Beoordeling van de aanvraag

De IND kan in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring inwilligen:

3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid

Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of een bestuursrechtelijke zaak, waaronder begrepen een vreemdelingrechtelijke zaak kan, worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.

4.5. Bekendmaking besluit tot signalering

De IND heft een ongewenstverklaring van een vreemdeling die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid slechts tijdelijk op als aannemelijk is dat de nationale veiligheid niet in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland. Deze voorwaarde geldt in aanvulling op de voorwaarden a, b en c uit paragraaf A4/3.8.3 Vc.

3.8.2. Inhoud van de aanvraag

De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling.

3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring

De IND beoordeelt een aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring primair aan de hand van de afspraken tussen Nederland en het tribunaal, zoals bijvoorbeeld vervat in een zetelverdrag of een andere overeenkomst.

3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland

De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de handelingen zoals beschreven in paragraaf A2/12.4.3 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod is paragraaf A4/2 Vc van overeenkomstige toepassing.

3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid

Er gelden aanvullende beleidsregels voor de ongewenstverklaring van:

3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring

In aanvulling op artikel 8.22 Vb geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:

4.1. Algemeen

Voor de signalering van de vreemdeling vanwege het besluit tot signalering wordt verwezen naar paragraaf A2/12 Vc en als er ook een terugkeerbesluit in combinatie met een inreisverbod is opgelegd wordt verwezen naar paragraaf naar A2/12.6 Vc.

4.2.1. Duur signalering bij signalering in E&S

De duur van het besluit tot signalering begint te lopen op het moment dat de vreemdeling, die in het SIS gesignaleerd staat, het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein heeft verlaten.

3.8.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek

De IND telt de duur dat de vreemdeling buiten Nederland (maar binnen het grondgebied van de lidstaten) heeft verbleven gedurende de signalering in E&S, mee.

4.3. Opheffing van het besluit tot signalering

De IND gaat over tot opheffing van het besluit tot signalering als dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland

De IND gaat niet over tot opheffing van het besluit tot signalering op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het besluit tot signalering zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.

A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het besluit tot signalering nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het besluit tot signalering.

4.5. Bekendmaking besluit tot signalering

De IND kan het besluit tot signalering zowel uitreiken als toezenden.

A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

De duur van het besluit tot signalering begint te lopen op het moment dat de vreemdeling, die in het SIS gesignaleerd staat, het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein heeft verlaten.

1. Inleiding

De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een besluit tot signalering dat aan een vreemdeling is opgelegd, omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, overeenkomstig artikel 6.5a, zesde lid, Vb, uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het besluit tot signalering, en:

2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen

De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.

A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Op grond van artikel 5.15 Vb wordt vreemdelingenbewaring bij niet-begeleide minderjarigen, nog meer dan bij volwassenen, alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur.

1. Inleiding

Als een van deze situaties zich voordoet, is de duur van de vreemdelingenbewaring van de niet-begeleide minderjarige gebonden aan de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor volwassen vreemdelingen gelden. Als de niet-begeleide minderjarige in vreemdelingenbewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 Vw en er is sprake van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de niet-begeleide minderjarige ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, moet worden beoordeeld of een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw kan worden opgelegd. In dat geval gelden de wettelijke termijnen genoemd in dat artikel. Zodra de niet-begeleide minderjarige opnieuw verwijderbaar is geworden, wordt beoordeeld of aansluitend een maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vw kan worden opgelegd. De onder c bedoelde termijn vangt op dat moment opnieuw aan.

2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen en vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw

Het opleggen van vreemdelingenbewaring aan een niet-begeleide minderjarige op grond van artikel 59a of 59b,Vw kan enkel plaatsvinden wanneer dit in het belang van de minderjarige is en de minderjarige door de bewaring wordt beschermd. De niet-begeleide minderjarige vreemdeling wordt in ieder geval door de bewaring beschermd indien:

2.4.3. Gezinnen met minderjarigen

Vreemdelingenbewaring van een gezin met minderjarigen op grond van artikel 59, eerste lid, artikel 59, tweede lid, artikel 59a kan slechts worden opgelegd als sprake is van de volgende omstandigheden.

2.4.2.1. Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, Vw

Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 of artikel 59a Vw kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:

2.4.3.2. Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, Vw

De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV heft de vreemdelingenbewaring als bedoeld in artikel 59b Vw op als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is afgewezen en de behandeling van het beroep in Nederland afgewacht mag worden.

2.4.5. Plaatsing van niet-begeleide minderjarigen en gezinnen met minderjarigen in vreemdelingenbewaring

Vreemdelingenbewaring van een gezin met minderjarigen op grond van artikel 59, eerste lid, artikel 59, tweede lid, artikel 59a kan slechts worden opgelegd als sprake is van de volgende omstandigheden.

3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw

Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351) en er een onderduikrisico aanwezig is of de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of de openbare orde, wordt een (nieuwe) vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een onderduikrisico of een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.

5.5. Procesbeschikbaarheidslocatie (pbl)

Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder 2, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven dan wel zolang de vreemdeling op grond van artikel 68, vijfde lid, onderdeel d Procedureverordening niet wordt verwijderd. Dat betreft de volgende situaties:

6.5. Bijstand van een advocaat

Het geval waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij een volgend verzoek als bedoeld in artikel 55 Procedureverordening.

5.7. Specifieke regels voor vervoer naar vbl, pbl en htl

Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening.

5.1. Algemeen en procedure

Het opleggen van vreemdelingenbewaring aan een niet-begeleide minderjarige op grond van artikel 6 of 6a,Vw kan enkel plaatsvinden wanneer dit in het belang van de minderjarige is en de minderjarige door de bewaring wordt beschermd. De niet-begeleide minderjarige vreemdeling wordt in ieder geval door de bewaring beschermd indien:

6.4. Gehoor

Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen nadat de onder het kopje Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, plaats te vinden. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19B (zie ook paragraaf C2/2 Vc).

5.3. Vrijheidsbeperkende locatie (vbl)

Gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indienen, krijgen in beginsel geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid of artikel 6a Vw opgelegd. Dit geldt ook voor niet-begeleide minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.

5.1. Algemeen en procedure

De vreemdeling wordt voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw gehoord. Dit gehoor wordt vastgelegd in het model M108B. De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het model M108A.

6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie

De maatregel kan ieder deel van Nederland aanwijzen en is niet beperkt tot locaties waar opvang wordt geboden door het COA. Bij de bepaling van de plaats komt groot gewicht toe aan de mate waarin ter plaatse toezicht kan worden gehouden op de naleving van de maatregel. De maatregel kan ook een plaats aanwijzen die geldt als een verbod voor de vreemdelingen zich daar te bevinden.

5.2. Gereserveerd

Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van artikel 56 Vw in een gl opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

5.5. Procesbeschikbaarheidslocatie (pbl)

Voor vreemdelingen in de asielprocedure en met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw, met uitzondering van onderdelen b, d en e Vw, geldt dat een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw kan worden opgelegd en de vreemdeling geplaatst kan worden op de pbl. Dit is mogelijk wanneer de vreemdeling meerdere malen overlast heeft veroorzaakt met middelgrote of 1 incident met grote impact zoals opgenomen in het maatregelenbeleid van het COA. Het kan hier gaan om incidenten in de opvang, maar ook om incidenten die buiten de opvang hebben plaatsgevonden. Daarnaast is pbl-plaatsing mogelijk bij vergelijkbare incidenten die zich buiten de opvanglocatie hebben voorgedaan.

5.6. Handhavings- en toezichtlocatie (htl)

De redenen die aanleiding waren gedurende het rechtmatig verblijf om een maatregel op te leggen, rechtvaardigen het voorduren van de vrijheidsbeperkende maatregel gedurende het terugkeerproces. Dat geldt ook voor de vreemdeling die in afwachting is van de feitelijke overdracht naar een verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Asiel- en migratiebeheerverordening.

5.2. Gereserveerd

Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59, eerste lid, onderdeel a en b, Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat:

1. Inleiding

Als de AMbV-claimant in vreemdelingenbewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen de termijn die geldt op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening (artikel 5.6, tweede lid, onder m, Vb), duurt de vreemdelingenbewaring niet langer dan veertien dagen.

6.1. Algemene voorwaarden voor vreemdelingenbewaring

Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, Vb, is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.

6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming

Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in vreemdelingenbewaring worden gesteld, indien:

9. Verhaal van kosten van uitzetting

Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, Vb zich voordoen.

9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling

In het geval de vreemdeling na afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 68, derde lid Procedureverordening niet het recht heeft om op grondgebied te blijven, maar een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder h, onder 2, Vw. Het is dan mogelijk om de vreemdeling (opnieuw) in vreemdelingenbewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw indien aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.

6.5. Bijstand van een advocaat

De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in vreemdelingenbewaring wordt gesteld, als het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor wordt vervolgens zo spoedig mogelijk na tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring gehouden.

6.6. Bijstand van een advocaat

De vreemdeling kan aansluitend op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in vreemdelingenbewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV indien aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. De vreemdeling dient te worden gehoord voordat hij (opnieuw) in vreemdelingenbewaring wordt gesteld.

6.9. De duur

Indien sprake is van een vreemdelingenbewaring die is opgelegd ter uitvoering van een terugkeerbesluit moeten voor de berekening van de termijnen ook eerdere periodes van vreemdelingenbewaring in aanmerking worden genomen, indien deze ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit waren opgelegd.

6.6. Bijstand van een advocaat

De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet afschriften maken van de beschikking waarbij de vreemdelingenbewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:

6.8. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond

De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:

6.14. Beëindiging vrijheidsontneming

DTenV stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de vreemdelingenbewaring zijn, of de vreemdelingenbewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.

6.15. Beëindiging vrijheidsontneming

Als tijdens de vreemdelingenbewaring bekend wordt dat een strafrechtelijk vonnis of arrest nog niet ten uitvoer is gelegd, wordt voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de Dienst Terugkeer en Vertrek of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het CJIB over de executie van het vonnis.

6.15. Beëindiging vrijheidsontneming

Als er geen grond voor vreemdelingenbewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV de vreemdelingenbewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het model M113.

A6. Registratie en identificatie

Als de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste of tweede lid, Vw of artikel 59a Vw van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de vreemdelingenbewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV.

6. Procedurele aspecten

De IND stuurt onverwijld na bekendmaking van het besluit tot het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel of het besluit tot verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel een kennisgeving aan de rechtbank. Deze kennisgeving geldt als beroep tegen het besluit tot oplegging dan wel verlenging van de vrijheidsontnemende maatregel.

6.12. Plaatsing in een justitiële inrichting

Screening op het grondgebied wordt uitgevoerd door de IND.

6.3.2. Voorbereiding

De screening aan de buitengrens wordt uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee op Schiphol waarmee zij als screeningsautoriteit in de zin van artikel 2 lid 10 van de Screeningsverordening zijn aangewezen. Vreemdelingen die zich gemeld hebben aan de andere buitengrenzen en niet voldoen aan de toegangsvoorwaarden, zullen middels gecontroleerd vervoer overgebracht worden naar Schiphol om aldaar gescreend te worden. Hiertoe wordt een vrijheidsontnemende maatregel in de zin van artikel 6 lid 1 en 2 Vw opgelegd.

2.1. Algemeen

Voor screening op het grondgebied geldt bovendien dat deze achterwege mag blijven als de vreemdeling op grond van een bilaterale overeenkomst of samenwerkingskader onmiddellijke kan worden overgedragen aan een andere lidstaat, die dan verantwoordelijk wordt voor de screening.

2. Screening aan de buitengrens

Op de screeningslocatie op het grondgebied start de screeningsprocedure als beschreven in paragraaf 4.

2. Screening aan de buitengrens

Wanneer een vreemdeling in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen en bij de KMar of de Nationale Politie (AVIM) een asielwens uit, kan de KMar of AVIM de vreemdeling ophouden op grond van artikel 50 Vw 2000 ten behoeve van de vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke status of als dat noodzakelijk is voor de screening op het grondgebied. Als blijkt dat de vreemdeling niet eerder gescreend is, of na de eerdere screening het EU-grondgebied heeft verlaten, wordt de vreemdeling per gecontroleerd vervoer overgebracht naar de locatie van de screeningsautoriteit op het grondgebied. Het proces als beschreven in paragraaf A6/4 Vc in combinatie met paragraaf C1/2.2 Vc.

6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking

Indien de Screeningsverordening van toepassing blijkt, vallen de stappen van de screening onder A6/5.2 en A6/5.3 Vc binnen de OVA-fase.

2.3. De vreemdeling die niet in de asielgrensprocedure opgenomen kan worden

De vreemdeling maakt gedurende de OVA-fase voor delen van het proces gebruik van een selfservice applicatie indien de vreemdeling daartoe in staat is. Indien noodzakelijk schakelt de IND een (telefonische) tolkendienst in. De vreemdeling verstrekt op verzoek van de IND informatie, zoals bedoeld in artikel 9 Screeningsverordening, over de volgende aspecten:

6.8. Signalering in verband met het inreisverbod

De IND kan ook informatie opvragen bij de vreemdeling ter voorbereiding van de asielprocedure, als voor of tijdens de screeningsprocedure blijkt dat de vreemdeling een verzoek tot internationale bescherming wil indienen (zie artikel 26 Asielprocedureverordening). Dit betreft informatie met betrekking tot:

6.8. Signalering in verband met het inreisverbod

Indien de vreemdeling aangeeft af te willen zien van de indiening van de asielaanvraag volgt de procedure als beschreven in C1 Vc. Als de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld, wordt de vreemdeling doorverwezen naar de passende vervolgprocedure. Het zal daarbij met name gaan om een verwijzing naar de DTenV ten behoeve van de terugkeerprocedure.

4.3.1. Algemeen

Signalen van kwetsbaarheid, medische behoeften, veiligheidsrisico’s of andere relevante signalen kunnen gedurende de hele OVA-fase zowel door de vreemdeling worden gemeld als door elke medewerker worden opgemerkt en geregistreerd in interne aantekeningen, en indien vereist worden gedeeld binnen de keten.

7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod

Indien de vreemdeling aangeeft af te willen zien van de indiening van de asielaanvraag volgt de procedure als beschreven in C1 Vc. Als de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld, wordt de vreemdeling doorverwezen naar de passende vervolgprocedure. Het zal daarbij met name gaan om een verwijzing naar de DTenV ten behoeve van de terugkeerprocedure.

7.1. Algemeen

De IND beoordeelt gedurende de OVA-fase of de vreemdeling bijzondere waarborgen behoeft in de OVA-fase. De IND gebruikt hierbij verklaringen van de vreemdeling zelf en observaties die de IND registreert gedurende de OVA-fase. In de triage wordt besloten welke waarborgen de vreemdeling behoeft gedurende de asielprocedure en of er nader onderzoek moet plaatsvinden ten aanzien van kwetsbaarheid. Signalen van kwetsbaarheid kunnen gedurende de hele OVA-fase maar ook daarna door de vreemdeling worden gemeld en door elke medewerker worden opgemerkt en geregistreerd.

4.3.1. Algemeen

In dit kader voert de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) bij binnenkomst op de screeningslocatie een veiligheidsfouillering van het lichaam en de bagage van de vreemdeling uit. Daarnaast doet de IND op basis van de afgenomen biometrie van de vreemdeling een bevraging op nationale en internationale systemen (artikel 15 lid 2/3/4). De IND stelt de vreemdeling ook enkele vragen die betrekking hebben op nationale veiligheid, 1F-gedragingen en openbare orde schendingen.

4.3.4. Voorlopige medische controle en beoordeling kwetsbaarheid

De IND beoordeelt gedurende de OVA-fase of de vreemdeling bijzondere waarborgen behoeft in de OVA-fase. De IND gebruikt hierbij verklaringen van de vreemdeling zelf en observaties die de IND registreert gedurende de OVA-fase. In de triage wordt besloten welke waarborgen de vreemdeling behoeft gedurende de asielprocedure en of er nader onderzoek moet plaatsvinden ten aanzien van kwetsbaarheid. Signalen van kwetsbaarheid kunnen gedurende de hele OVA-fase maar ook daarna door de vreemdeling worden gemeld en door elke medewerker worden opgemerkt en geregistreerd.

4.3.2. Identificatie en verificatie van de identiteit van de vreemdeling en registratie van biometrische gegevens

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)