Wet van 26 april 2001, houdende intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)
Indien een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a tot en met c, en 2.10, niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in artikel 9.4, tweede lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van de hoofdstukken 3 en 4 die ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
Artikel 9.9. Niet verstrekken van inlichtingen
Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in artikel 9.4, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.
Artikel 9.10. Overtreding van een bepaling krachtens deze wet
Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voorzover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 1 maand of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 9.11. Overtreding
De in de artikelen 9.9 en 9.10 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Hoofdstuk 10. Onderwijs bedoeld in voorheen Hoofdstuk IV WTS
Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
Artikel 10.1. Reikwijdte
Vervallen
Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
Artikel 10.2. Voortgezet onderwijs en vavo
Vervallen
Artikel 10.3. Lerarenopleiding in tekortvakken
Vervallen
Artikel 10.4. Geen aanspraak
Vervallen
Paragraaf 10.3. Inkomen
Artikel 10.5. Grensbedrag toetsingsinkomen
Vervallen
Artikel 10.6. Toetsingsinkomen
Vervallen
Paragraaf 10.2. Onderwijssoorten
Artikel 10.7. Samenstelling tegemoetkoming
Vervallen
Artikel 10.8. Toekenning tegemoetkoming
Vervallen
Artikel 10.9. Toekenningsperiode, studieperiode
Vervallen
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Artikel 11.1. Wijziging van bedragen
Per 1 januari van ieder kalenderjaar wijzigt Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 2.23, tweede lid, 4.3, 4.6, 5.4 en 5.10, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaven, genoemd in de artikelen 4.3, 4.6 en 5.10, alsmede de bedragen, genoemd in die artikelen, worden gewijzigd.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 11.2. Titel 4.2 Awb niet van toepassing
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet.
Artikel 11.3. Vervreemding, verpanding, belening en beslag
Tegemoetkoming is niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening en beslag, waaronder begrepen beslag ingevolge faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
Elk beding, strijdig met dit artikel, is nietig.
Artikel 11.4. Hardheidsclausule
Onze Minister kan voor bepaalde gevallen de wet en de daarop berustende bepalingen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Artikel 12.1. Afwijking van artikel 1.1
Vervallen
Artikel 12.2. Artikelen 1.1, 2.6, 2.21 en 3.1
Wijzigt deze wet.
Artikel 12.3. Afwijking van artikel 1.5
Artikel 1.5 is niet van toepassing op scholieren die voor 1 augustus volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, een basistoelage als bedoeld in artikel 4.3 of als bedoeld in artikel 26 van de Wet tegemoetkoming studiekosten ontvingen.
Artikel 12.4. Afwijking van artikel 2.22a
Voor een scholier of vavo-student als bedoeld in hoofdstuk 4 die reeds voor de inwerkingtreding van artikel 2.22a tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ontving en wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 2.22a rechtens was ontnomen wordt voor de toepassing van dat artikel als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel 2.22a en eindigt de aanspraak op basistoelage voor uitwonenden in afwijking van artikel 2.22a, eerste lid, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden heeft geduurd.
Artikel 12.5. Afwijking van de artikelen 2.24, 2.29 en 10.6 in verband met de Wet inkomstenbelasting 2001
Vervallen
Artikel 12.6. Artikelen 3.3, 3.4, 3.5 en 4.6
Vervallen
Artikel 12.7. Afwijking van artikel 3.5
Vervallen
Artikel 12.8. Afwijking van artikel 4.3
Vervallen
Artikel 12.9. Afwijking van artikel 4.6
Vervallen
Artikel 12.10. Tijdelijke afwijking van artikel 11.1
Vervallen
Artikel 12.11. Afwijking in verband met de Aanpassingswet AWIR
Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2005–2006 zijn de bepalingen die golden voor de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2006–2007 zijn de bepalingen, opgenomen in hoofdstuk 1, afdeling C, artikel IV, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2007–2008 zijn de bepalingen, opgenomen in hoofdstuk 1, afdeling C, artikel V, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
Op besluiten met betrekking tot tegemoetkomingen voor het school- of studiejaar 2008–2009 en volgende zijn de bepalingen, opgenomen in hoofdstuk 1, afdeling C, artikel VI, van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van toepassing.
Artikel 12.12. Afwijking in verband met de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
In afwijking van artikel III van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht is de Algemene wet bestuursrecht zoals die geldt na inwerkingtreding van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht van toepassing op alle betalingen op grond van de Wet tegemoetkomingen onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Artikel 12.13. Aanspraken en verplichtingen op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten
Aanvragen op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten worden van rechtswege omgezet in een aanvraag op grond van deze wet.
Tegemoetkoming die op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten is toegekend, wordt van rechtswege omgezet in tegemoetkoming op grond van deze wet.
Verplichtingen die op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten bestaan, worden van rechtswege omgezet in verplichtingen op grond van deze wet.
Artikel 12.14. Overgangsbepaling bezwaar en beroep
Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet tegemoetkoming studiekosten, ingesteld voor 1 augustus 2001, of tegen een besluit van voor deze datum ingesteld op of na deze datum, blijven de op 31 juli 2001 geldende voorschriften van toepassing.
Op bezwaar en beroep tegen een besluit ingevolge de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dat is genomen voor 1 januari 2010, blijven de op 31 december 2009 geldende voorschriften van toepassing.
Artikel 12.15. Vervallen van hoofdstuk 10
Vervallen
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Artikel 13.1. Algemene bijstandswet
Wijzigt de Algemene bijstandswet.
Artikel 13.2. Algemene Kinderbijslagwet
Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.
Artikel 13.3. Derde tranche algemene wet bestuursrecht
Wijzigt de Derde tranche algemene wet bestuursrecht.
Artikel 13.4. Les- en cursusgeldwet
Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.
Artikel 13.5. Les- en cursusgeldwet
Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.
Artikel 13.6. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Artikel 13.7. Wet educatie en beroepsonderwijs
Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 13.8. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Artikel 13.9. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
Artikel 13.10. Wet inkomstenbelasting 2001
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 13.11. Wet inschakeling werkzoekenden
Wijzigt de Wet inschakeling werkzoekenden.
Artikel 13.12. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 13.13. Wet op het voortgezet onderwijs
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
Artikel 13.14. Wet studiefinanciering 2000
Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.
Artikel 13.15. Wet van 13 december 2000, Stb. 2001, 67
Wijzigt de Wet van 13 december 2000 tot wijziging van enige wetten teneinde de aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een ingezetene, Stb. 2001, 67.
Artikel 13.16. Wet van 29 mei 1991, Stb. 283
Wijzigt de Wet van 29 mei 1991 houdende wijziging van de Wet op de studiefinanciering onder meer in verband met verlaging van het maximum van de rentedragende lening in het eerste jaar van studie in het HO, het direct berekenen van marktconforme rente bij opname van studieleningen en wijziging van de bijverdienregeling (heroriëntering studiefinanciering III), Stb. 283.
Artikel 13.17. Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank
Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Artikel 14.1. Intrekking wet tegemoetkoming studiekosten
De Wet tegemoetkoming studiekosten wordt ingetrokken.
Artikel 14.2. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op 1 augustus 2001, met uitzondering van:
- a. artikel 1.5 dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
- b. artikel 13.5 dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2002, en
- c. de artikelen 13.12 en 13.14, onderdelen A, G en I, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en terugwerken tot en met 1 september 2000.
Artikel 14.3. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.3a. Afwijking van artikel 2.11
In afwijking van artikel 2.11, komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 mede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in artikel 18.64 WHW, voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, WHW is verleend.
In afwijking van artikel 2.11 komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge afdeling 5.1 mede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar aan een aangewezen instelling als bedoeld in de artikelen 6.9 of 16.14 WHW, zoals die artikelen luidden op 31 augustus 2010.
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.8. AWIR van toepassing
Op deze wet zijn de volgende artikelen van de AWIR van toepassing:
- a. artikel 6,
- b. artikel 7, eerste lid, met dien verstande dat voor de toepassing van hoofdstuk 4 voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
Hoofdstuk 2. Werkingssfeer
Paragraaf 2.1. Algemeen
Paragraaf 2.2. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 3
Paragraaf 2.3. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 4
Paragraaf 2.4. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 5
Paragraaf 2.5. Aanspraak
Paragraaf 2.6. Overige bepalingen
Paragraaf 2.7. Inkomen
Hoofdstuk 3. Leerlingen tot 18 jaar in voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
Paragraaf 3.1. Reikwijdte
Paragraaf 3.1. Reikwijdte
Paragraaf 3.3. Toekenning
Hoofdstuk 4. Leerlingen van 18 jaar en ouder in voortgezet onderwijs en vavo
Paragraaf 4.1. Reikwijdte
Paragraaf 4.1. Reikwijdte
Paragraaf 4.3. Toekenning
Paragraaf 4.4. Langdurige afwezigheid
Hoofdstuk 5. Leraren alsmede leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Afdeling 5.1. Leraren
Paragraaf 5.1.1. Reikwijdte
Paragraaf 5.1.1. Reikwijdte
Paragraaf 5.1.2. Tegemoetkoming
Afdeling 5.2. Leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Paragraaf 5.1.3. Toekenning
Paragraaf 5.2.1. Reikwijdte
Paragraaf 5.2.2. Tegemoetkoming
Hoofdstuk 6. Opbouw en terugbetaling studieschuld
Hoofdstuk 6. Opbouw en terugbetaling studieschuld
Hoofdstuk 7. Herziening
Hoofdstuk 8. Uitbetaling, verrekening en invordering
Paragraaf 9.1. Toezicht
Paragraaf 9.2. Verstrekken van inlichtingen
Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
Hoofdstuk 10. Onderwijs bedoeld in voorheen Hoofdstuk IV WTS
Paragraaf 10.1. Algemene bepaling
Paragraaf 10.2. Onderwijssoorten
Paragraaf 10.1. Algemene bepaling
Paragraaf 10.4. Tegemoetkoming
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Hoofdstuk 12. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.4a. Afwijking van artikel 2.23
Vervallen
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.22a. Rechtens ontnomen vrijheid
Een scholier of een vavo-student als bedoeld in hoofdstuk 4 die voor ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming tenminste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op een basistoelage voor een thuiswonende leerling.
Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen van personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt.
Paragraaf 2.7. Inkomen
Hoofdstuk 3. Leerlingen tot 18 jaar in niet bekostigd voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
Paragraaf 3.2. Tegemoetkoming
Paragraaf 3.3. Toekenning
Hoofdstuk 4. Leerlingen van 18 jaar en ouder in voortgezet onderwijs en vavo
Paragraaf 4.2. Tegemoetkoming
Paragraaf 4.3. Toekenning
Paragraaf 4.4. Langdurige afwezigheid
Hoofdstuk 5. Leraren alsmede leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Afdeling 5.1. Leraren
Paragraaf 5.1.2. Tegemoetkoming
Paragraaf 5.1.3. Toekenning
Afdeling 5.2. Leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Paragraaf 5.2.2. Tegemoetkoming
Paragraaf 5.2.3. Toekenning
Hoofdstuk 6. Opbouw en terugbetaling studieschuld
Hoofdstuk 7. Herziening
Hoofdstuk 8. Uitbetaling, verrekening en invordering
Hoofdstuk 9. Toezicht en sancties
Paragraaf 9.1. Toezicht
Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
Hoofdstuk 10. Onderwijs bedoeld in voorheen Hoofdstuk IV WTS
Paragraaf 10.2. Onderwijssoorten
Paragraaf 10.3. Inkomen
Paragraaf 10.3. Inkomen
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.12*. Overgangsbepaling in verband met Wet op het kindgebonden budget
Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, deelnemer of deelnemer vavo op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009.
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.22b. Geen aanspraak uitreiziger
Een leerling of ho-student heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij een uitreiziger is.
Onze Minister kan besluiten dat een leerling of ho-student een uitreiziger is indien het betreft een persoon ten aanzien van wie uit een melding van de door de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan Onze Minister, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat de leerling of ho-student zich buiten het land Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.
In het besluit van Onze Minister dat een leerling of ho-student een uitreiziger is, wordt vermeld vanaf welk moment een leerling of ho-student als uitreiziger is aangemerkt.
Paragraaf 2.7. Inkomen
Hoofdstuk 3. Leerlingen tot 18 jaar in niet bekostigd voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
Paragraaf 3.2. Tegemoetkoming
Paragraaf 3.3. Toekenning
Hoofdstuk 4. Leerlingen van 18 jaar en ouder in voortgezet onderwijs en vavo
Paragraaf 4.2. Tegemoetkoming
Paragraaf 4.3. Toekenning
Paragraaf 4.4. Langdurige afwezigheid
Hoofdstuk 5. Leraren alsmede leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Afdeling 5.1. Leraren
Paragraaf 5.1.1. Reikwijdte
Paragraaf 5.1.3. Toekenning
Afdeling 5.2. Leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Paragraaf 5.2.1. Reikwijdte
Paragraaf 5.2.3. Toekenning
Hoofdstuk 6. Opbouw en terugbetaling studieschuld
Hoofdstuk 7. Herziening
Artikel 7.1a. Herziening van rechtswege
Indien een leerling of ho-student op grond van artikel 2.22b geen aanspraak meer heeft op een tegemoetkoming wordt de beschikking waarbij de tegemoetkoming is toegekend van rechtswege herzien.
Hoofdstuk 9. Toezicht en sancties
Paragraaf 9.1. Toezicht
Artikel 9.5a. Verwerking van gegevens voor de toepassing van artikel 2.22b
Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens die hij ontvangt of bezit ten behoeve van de toepassing van artikel 2.22b.
Bij de verwerking van gegevens op grond van het eerste lid kunnen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming worden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van artikel 2.22b.
Ten behoeve van de toepassing van artikel 2.22b verstrekt Onze Minister uitsluitend het gegeven of een persoon een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt.
Artikel 1.7 is voor de gegevensverwerking, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing voor een persoon die een tegemoetkoming heeft aangevraagd.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld over:
- a. op welke wijze de gegevensverwerking bedoeld in dit artikel, plaatsvindt;
- b. op welke wijze door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;
- c. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, alsmede hoe daarop wordt toegezien.
Hoofdstuk 10. Onderwijs bedoeld in voorheen Hoofdstuk IV WTS
Paragraaf 10.1. Algemene bepaling
Paragraaf 10.4. Tegemoetkoming
Hoofdstuk 12. Overgangsbepalingen
Artikel 12.12*. Overgangsbepaling in verband met Wet op het kindgebonden budget
Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, deelnemer of deelnemer vavo op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009.
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.12a. Overgangsbepaling in verband met Wet op het kindgebonden budget
Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, de student als bedoeld in de WEB of de vavo-student op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009.
Artikel 4.3a. Verhoogde basistoelage in het schooljaar 2023–2024
In het schooljaar 2023–2024 wordt het bedrag van de basistoelage voor uitwonende leerlingen, genoemd in artikel 4.3, verhoogd met € 164,30.
Artikel 4.3b. Grondslag voor tijdelijke verhoging basistoelage
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bedrag van de basistoelage, genoemd in artikel 4.3, in schooljaren na het schooljaar 2023–2024 wordt verhoogd met een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Paragraaf 4.4. Langdurige afwezigheid
Hoofdstuk 5. Leraren alsmede leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Afdeling 5.1. Leraren
Afdeling 5.2. Leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
Paragraaf 5.2.3. Toekenning
Hoofdstuk 8. Uitbetaling, verrekening en invordering
Hoofdstuk 9. Toezicht en sancties
Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
Hoofdstuk 10. Onderwijs bedoeld in voorheen Hoofdstuk IV WTS
Paragraaf 10.3. Inkomen
Paragraaf 10.4. Tegemoetkoming
Hoofdstuk 12. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)