Wet van 16 november 2001 tot vaststelling van regels voor het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin (Wet arbeid en zorg)

Type Wet
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 214
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 4. Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

§ 1. Verlofvormen

Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

Artikel 4:1

1.

De werknemer heeft recht op verlof met behoud van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens:

  • a. onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking van de arbeid vergen;
  • b. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden;
  • c. een door wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting, waarvan de vervulling niet in zijn vrije tijd kon plaatsvinden;
  • d. de uitoefening van het actief kiesrecht.
2.

Onder zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden worden in ieder geval begrepen:

  • a. de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;
  • b. het overlijden en de lijkbezorging van een van zijn huisgenoten of een van zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad van de zijlijn;
  • c. spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijze niet buiten werktijd om te plannen arts- of ziekenhuisbezoek door de werknemer of de noodzakelijke begeleiding daarbij van de personen, bedoeld in artikel 5:1;
  • d. noodzakelijke verzorging op de eerste ziektedag van de personen, bedoeld in artikel 5:1.

Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

Artikel 4:2. Geboorteverlof

1.

Na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont of degene van wie de werknemer het kind erkent, heeft de werknemer gedurende een tijdvak van vier weken, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, recht op geboorteverlof met behoud van loon van eenmaal de arbeidsduur per week.

2.

Indien de arbeidsovereenkomst of de publiekrechtelijke aanstelling wordt beëindigd voordat het geboorteverlof volledig is genoten, heeft de werknemer, indien hij een nieuwe arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling aangaat, tegenover de nieuwe werkgever aanspraak op het verlof dat nog niet is opgenomen, met inachtneming van dit hoofdstuk.

3.

Indien de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling wordt beëindigd, is de werkgever verplicht aan de werknemer, op diens verzoek, een verklaring uit te reiken waaruit blijkt op hoeveel geboorteverlof de werknemer aanspraak heeft.

§ 2. Melding en informatie

Kraamverlof

Artikel 4:3

1.

De werknemer meldt vooraf aan de werkgever dat hij het verlof, bedoeld in artikel 4:1, opneemt onder opgave van de reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt de werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan de werkgever onder opgave van de reden.

2.

De werknemer meldt het voornemen om het verlof, bedoeld in de artikelen 4:2 of 4:2a, op te nemen ten minste vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk of elektronisch aan de werkgever onder opgave van de periode, het aantal gehele weken waarvoor hij verlof opneemt, of als de arbeidsduur over een ander tijdvak is overeengekomen waarover hij verlof opneemt over dat tijdvak, en de spreiding daarvan over de week of het anderszins overeengekomen tijdvak. Indien het niet mogelijk is de melding van het verlof tijdig te doen, meldt de werknemer het voornemen om het verlof op te nemen zo spoedig mogelijk aan de werkgever.

3.

De tijdstippen van ingang en einde van het in de artikelen 4:2 en 4:2a bedoelde verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling en ten aanzien van het verlof, bedoeld in artikel 4:2a, eveneens van het einde van het bevallingsverlof.

4.

De werkgever kan, na overleg met de werknemer, de door de werknemer gewenste wijze van invulling van het in artikel 4:2a bedoelde verlof op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang wijzigen tot twee weken voor het tijdstip van ingang van het verlof.

5.

Indien toepassing wordt gegeven aan de artikelen 4:2, tweede lid, of 4:2a, derde lid, zijn het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.

6.

Het verlof van de militaire ambtenaar vangt niet aan of eindigt in ieder geval zodra de werkgever aan hem kenbaar maakt dat hij tegen het opnemen van het verlof onderscheidenlijk de voortzetting daarvan een zodanig zwaarwegend dienstbelang heeft, dat het belang van de militaire ambtenaar daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Toepassing van de eerste zin laat het recht op het geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2, en vervolgens het recht op het aanvullend geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2a, onverlet. De werkgever kan daarbij een tijdvak van maximaal negen maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, toepassen.

Informatieverplichting

Artikel 4:4

De werkgever kan achteraf van de werknemer verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft kunnen verrichten wegens een van de redenen genoemd in de artikelen 4:1, 4:2 of 4:2a.

§ 2. Melding en informatie

Artikel 4:5

1.

Indien de werknemer op grond van enige wettelijk voorgeschreven verzekering of krachtens enige verzekering of uit enig fonds waarin de deelneming is overeengekomen bij of voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling, een geldelijke uitkering toekomt, wordt het loon verminderd met het bedrag van die uitkering.

2.

Het loon wordt verminderd met het bedrag van de door de werkgever vergoede onkosten die de werknemer door het niet verrichten van zijn arbeid heeft bespaard.

§ 4. Nadere voorschriften

Informatieverplichting

Artikel 4:6

1.

Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegens het verlof, bedoeld in artikel 4:1, kunnen slechts indien in een voorkomend geval de werknemer ermee instemt worden aangemerkt als vakantie, met dien verstande dat de werknemer ten minste recht houdt op het wettelijk minimum aan vakantie-aanspraken.

2.

Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegens het verlof, bedoeld in de artikelen 4:2 of 4:2a, kunnen niet worden aangemerkt als vakantie.

§ 3. Loonvoorschriften

Informatieverplichting

Artikel 4:7

1.

Van artikel 4:1, voor wat betreft de loonbetaling, en de artikelen 4:4 tot en met 4:6 kan uitsluitend ten nadele van de werknemer worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of terzake geen bepaling bevat, indien de werkgever terzake schriftelijke overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, met dien verstande dat de werknemer bij afwijking van artikel 4:6 ten minste recht houdt op het wettelijke minimum aan vakantie-aanspraken.

2.

Van de artikelen 4:2 tot en met 4:3 kan niet ten nadele van een werknemer worden afgeweken.

Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof

§ 5. Mate van gebondenheid

Recht met afwijkingsmogelijkheden

Artikel 5:1

1.

De werknemer heeft recht op verlof voor de noodzakelijke verzorging in verband met ziekte van een persoon als bedoeld in het tweede lid.

2.

Onder een persoon als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:

  • a. de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;
  • b. een kind tot wie de werknemer als ouder in een familierechtelijke betrekking staat;
  • c. een kind van de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;
  • d. een pleegkind dat blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als de werknemer en dat hij als pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verzorgt;
  • e. een bloedverwant in de eerste of tweede graad;
  • f. degene die, zonder dat er sprake is van een arbeidsrelatie, deel uitmaakt van de huishouding van de werknemer; of
  • g. degene met wie de werknemer anderszins een sociale relatie heeft, voor zover de te verlenen verzorging rechtstreeks voortvloeit uit die relatie en redelijkerwijs door de werknemer moet worden verleend.

Recht met afwijkingsmogelijkheden

Artikel 5:2

Het verlof bedraagt in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week. De periode van 12 maanden gaat in op de eerste dag waarop het verlof wordt genoten.

§ 1. Verlofvorm

Kortdurend zorgverlof

Artikel 5:3

De werknemer meldt vooraf aan de werkgever dat hij het verlof, bedoeld in artikel 5:1 opneemt onder opgave van de reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt de werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan de werkgever onder opgave van de reden. Bij die melding geeft de werknemer ook de omvang, de wijze van opneming en de vermoedelijke duur van het verlof aan.

Kortdurend zorgverlof

Artikel 5:4

1.

Het verlof gaat in op het tijdstip waarop de werknemer het opnemen ervan meldt aan de werkgever.

2.

Het verlof vangt niet aan of eindigt in ieder geval zodra de werkgever aan de werknemer kenbaar maakt dat hij tegen het opnemen van het verlof onderscheidenlijk de voortzetting daarvan een zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

3.

Een werkgever die nadat een melding door de werknemer, niet zijnde een militaire ambtenaar, hem bereikt heeft en naar aanleiding daarvan geen beroep doet op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, kan dit nadien evenmin.

Duur verlof

Artikel 5:5

De werkgever kan achteraf van de werknemer verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft verricht in verband met de noodzakelijke verzorging van een persoon als bedoeld in artikel 5:1.

§ 2. Melding en informatie

Meldingsverplichting

Artikel 5:6

1.

Voorzover het loon niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, behoudt de werknemer, die anders dan op grond van een publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht, gedurende het verlof, bedoeld in artikel 5:1, recht op 70% van het loon, maar ten minste op het voor hem geldende wettelijke minimumloon.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de werknemer, die arbeid verricht op grond van een publiekrechtelijke aanstelling.

Ingang verlof/zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

Artikel 5:7

1.

Indien de werknemer op grond van enige wettelijk voorgeschreven verzekering of krachtens enige verzekering of uit enig fonds waarin de deelneming is overeengekomen bij of voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling, een geldelijke uitkering toekomt, wordt het loon verminderd met het bedrag van die uitkering.

2.

Het loon wordt verminderd met het bedrag van de door de werkgever vergoede onkosten die de werknemer door het niet verrichten van zijn arbeid heeft bespaard.

§ 3. Loonvoorschriften

Loondoorbetaling

Artikel 5:8

Indien zowel de in artikel 4:1 als de in artikel 5:1 gestelde voorwaarden worden vervuld, eindigt het in artikel 4:1 bedoelde verlof na één dag.

Loondoorbetaling

Artikel 5:9

De werknemer heeft recht op verlof zonder behoud van loon voor:

  • b. de noodzakelijke verzorging van een persoon als bedoeld in artikel 5:1, tweede lid, die ziek of hulpbehoevend is.

§ 4. Nadere voorschriften

Samenloop

Artikel 5:10

Het verlof bedraagt in elke periode van twaalf achtereenvolgende maanden ten hoogste zesmaal de arbeidsduur per week. De periode van twaalf maanden gaat in op de eerste dag waarop het verlof wordt genoten.

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

§ 1. Verlofvorm

Langdurend zorgverlof

Artikel 6:1

1.

De werknemer die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind, heeft recht op verlof zonder behoud van loon. Indien de werknemer met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen recht op verlof.

2.

De werknemer die blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen, heeft recht op verlof zonder behoud van loon. Indien de werknemer met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen recht op verlof. In alle andere gevallen waarin de in de eerste volzin gestelde voorwaarden voor meer dan één kind met ingang van hetzelfde tijdstip worden vervuld, bestaat er slechts recht op één keer verlof.

Samenloop

Artikel 6:2

1.

Het aantal uren verlof waarop de werknemer ten hoogste recht heeft bedraagt zesentwintig maal de arbeidsduur per week.

2.

Indien de arbeidsverhouding wordt beëindigd voordat het verlof volledig is genoten, heeft de werknemer, indien hij een nieuwe arbeidsverhouding aangaat, tegenover de nieuwe werkgever aanspraak op het resterende deel van het verlof met inachtneming van dit hoofdstuk. De werkgever is in dat geval verplicht aan de werknemer, op diens verzoek, een verklaring uit te reiken waaruit blijkt op hoeveel verlof de werknemer nog aanspraak heeft.

Omvang verlof

Artikel 6:3

1.

Een werknemer als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, heeft gedurende de periode dat het kind de leeftijd van een jaar nog niet heeft bereikt recht op uitkering over een periode van ten hoogste negen maal de arbeidsduur per week, waarin hij het verlof, bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, geniet. Indien de werknemer verlof als bedoeld in artikel 6:1, tweede lid, geniet in verband met een geadopteerd kind of een pleegkind, bestaat het recht op uitkering in afwijking van de vorige zin gedurende het eerste jaar na de dag van de feitelijke opneming ter adoptie of als pleegkind en voor zover het kind de leeftijd van acht jaren nog niet heeft bereikt.

2.

Indien de werknemer met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan of indien de werknemer met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen recht op uitkering. Indien de werknemer met het oog op een pleegkind met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen bestaat er slechts recht op één keer een uitkering.

3.

De uitkering bedraagt per dag 70% van het dagloon van de werknemer, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, doch ten hoogste 70% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag.

4.

Het dagloon, bedoeld in het derde lid, wordt berekend aan de hand van 1/261 deel van het loon, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, dat de werknemer in de periode van een jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak, waarin het recht op de uitkering is ontstaan, verdiende op grond van de arbeidsovereenkomst of de publiekrechtelijke aanstelling waaruit dat recht is ontstaan.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de vaststelling en de herziening van het dagloon nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld, onder meer over de vaststelling en de herziening van het dagloon wanneer de werknemer korter dan een jaar heeft gewerkt bij zijn werkgever.

6.

Op een op grond van dit artikel vastgesteld dagloon is artikel 16 van de Ziektewet van overeenkomstige toepassing.

7.

Een werknemer wiens arbeidsverhouding niet wordt beschouwd als dienstbetrekking op grond van artikel 6 van de Ziektewet en die uitsluitend om die reden niet wordt aangemerkt als werknemer in de zin van die wet, heeft recht op een uitkering als bedoeld in het eerste of tweede lid. De uitkering bedraagt naar rato van de overeengekomen arbeidsduur per week 70% van het loon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, indien zijn recht op uitkering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig het derde tot en met zesde lid. Bij de berekening van de uitkering wordt uitgegaan van een arbeidsduur van 36 uren per week.

8.

Een uitkering als bedoeld in dit artikel wordt niet uitbetaald als over dezelfde periode recht bestaat op een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling dan wel adoptie of pleegzorg als bedoeld in hoofdstuk 3 of een uitkering in verband met aanvullend geboorteverlof als bedoeld in hoofdstuk 4.

Langdurend zorgverlof

Artikel 6:4

Geen recht op verlof als bedoeld in artikel 6:1 bestaat na de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren heeft bereikt.

§ 2. Melding

Ingang van het verlof

Artikel 6:5

1.

De werknemer meldt het voornemen om verlof op te nemen ten minste twee maanden voor het tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk aan de werkgever onder opgave van de periode, het aantal uren verlof per week of als de arbeidsduur over een ander tijdvak is overeengekomen over dat tijdvak en de spreiding daarvan over de week of het anderszins overeengekomen tijdvak.

2.

De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging.

3.

De werkgever kan, tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof, en na overleg met de werknemer, de door de werknemer gewenste wijze van invulling van het verlof gedurende een redelijke termijn wijzigen op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, met dien verstande dat de werknemer in ieder geval in staat wordt gesteld het verlof binnen de in de artikelen 6:3, eerste lid, en 6:4, gestelde termijnen op te nemen. De werkgever motiveert een wijziging schriftelijk.

Verzoek, zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

Artikel 6:6

1.

De werkgever stemt in met een verzoek van de werknemer om het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten als gevolg van het opnemen van het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, het verlof, bedoeld in artikel 3:1a, eerste lid of vierde lid, of het adoptieverlof, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort. Verlof dat niet wordt opgenomen voor de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren bereikt vervalt. De werkgever hoeft aan het verzoek niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na het verzoek.

2.

De werkgever stemt in met een verzoek van de werknemer om het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten als gevolg van onvoorziene omstandigheden, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet. Indien de werkgever instemt met het verzoek wordt het recht op verlof opgeschort. Verlof dat niet wordt opgenomen voor de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren bereikt vervalt. De werkgever hoeft aan het verzoek niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na het verzoek. Indien de werkgever het verzoek weigert, motiveert hij dit schriftelijk binnen een redelijke termijn na de indiening van het verzoek.

§ 3. Samenloop

Compensatie met vakantie-aanspraken

Artikel 6:7

Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegens het verlof, bedoeld in artikel 6:1, kunnen niet worden aangemerkt als vakantie.

Compensatie met vakantie-aanspraken

Omvang, duur en invulling verlof

Artikel 6:8

Van de artikelen 6:4, 6:5, tweede lid en 6:6, tweede lid, met uitzondering van de laatste zin, kan uitsluitend ten nadele van de werknemer worden afgeweken bij collectieve regeling.

Ouderschapsverlof

Artikel 6:9

Behoudens artikel 6:8 kan van dit hoofdstuk niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

Hoofdstuk 7. Loopbaanonderbreking

Afdeling 1. Algemene bepalingen

§ 2. Melding

Artikel 7:1

Vervallen

§ 1. Verlofvorm

Artikel 7:2

Vervallen

Nadere voorschriften vervanging

Artikel 7:3

Vervallen

§ 2. Melding

Artikel 7:4

Vervallen

Afdeling 2. Financiële tegemoetkoming

§ 4. Mate van gebondenheid

Artikel 7:5

Vervallen

§ 3. Nadere voorschriften

Leeftijd kind

Artikel 7:6

Vervallen

Compensatie met vakantie-aanspraken

Artikel 7:7

Vervallen

Recht met afwijkingsmogelijkheden

Artikel 7:8

Vervallen

Dwingend recht

Artikel 7:9

Vervallen

Compensatie met vakantie-aanspraken

Artikel 7:10

Vervallen

Herziening of intrekking

Artikel 7:11

Vervallen

Terugvordering

Artikel 7:12

Vervallen

Onvervreemdbaarheid

Artikel 7:13

Vervallen

Toekenning en hoogte financiële tegemoetkoming

Artikel 7:14

Vervallen

Mate van gebondenheid

Overgangsrecht in verband met wijziging samenloop met loonkostensubsidie Participatiewet

Artikel 7:15

Vervallen

Evaluatiebepaling

Artikel 7:16

Vervallen

Artikel 7:17

Vervallen

Artikel 7:18

Vervallen

Artikel 7:19

Vervallen

Artikel 7:20

Vervallen

Artikel 7:21

Vervallen

Artikel 7:22

Vervallen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Inwerkingtreding

Artikel 8:1

Onze Minister zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Citeertitel

Artikel 8:2

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

§ 3. Informatieverplichting

Artikel 8:3

Deze wet wordt aangehaald als: Wet arbeid en zorg.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 3. Slotbepalingen

De uitbetaling van de uitkering

Hoofdstuk 4. Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

§ 1. Verlofvormen

Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

§ 1. Verlofvormen

Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

§ 2. Melding en informatie

Meldingsverplichting

§ 2. Melding en informatie

Meldingsverplichting

Hoofdstuk 5. Kortdurend zorgverlof

§ 4. Nadere voorschriften

Intrekking of wijziging melding aanvullend geboorteverlof

§ 4. Nadere voorschriften

Compensatie met vakantie-aanspraken

§ 2. Melding en informatie

Meldingsverplichting

§ 4. Nadere voorschriften

Informatieverplichting

§ 5. Mate van gebondenheid

Informatieverplichting

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

§ 4. Nadere voorschriften

Samenloop

§ 2. Verlening, ingang en einde van verlof, informatie

Verzoek, zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

§ 3. Samenloop

Compensatie met vakantie-aanspraken

Compensatie met vakantie-aanspraken

Einde van het verlof

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

Afdeling 1. Algemene bepalingen

§ 1. Verlofvorm

Afdeling 2. Financiële tegemoetkoming

§ 2. Melding

Aanvraag en verstrekking van de uitkering tijdens een gedeelte van het ouderschapsverlof

Recht op deelname

Verhoging uitkering ouderschapsverlof

Evaluatiebepaling

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Evaluatiebepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Werkingsduur, regeling bestuursorgaan of regeling met ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging

Artikel 1:5

Voor de toepassing van de artikelen 4:7 en 5:16 geldt een afwijkende regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of een afwijkende regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad, of bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, voor vijf jaren vanaf het tijdstip waarop die regeling ingaat, indien geen termijn van ten hoogste vijf jaren is bepaald. Indien geen termijn is bepaald gaat bij wijziging van de regeling waarvan de in de eerste zin bedoelde afwijking deel uitmaakt binnen het in die zin bedoelde tijdvak, ten aanzien van de afwijking een nieuw tijdvak in op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging.

Gereserveerd

Hoofdstuk 3. Zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg

Afdeling 1. Het recht op verlof in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg

§ 1. Verlofvorm

Adoptieverlof

§ 2. Melding

Meldingsverplichting

§ 3. Nadere voorschriften

Compensatie met vakantie-aanspraken

§ 4. Mate van gebondenheid

Afdeling 2. Uitkering in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg

§ 1. De werknemer en de gelijkgestelde

Financiering

§ 2. De zelfstandige en de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst

Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof

§ 3. Loonvoorschriften

Recht met afwijkingsmogelijkheden

§ 5. Mate van gebondenheid

Recht met afwijkingsmogelijkheden

Duur verlof

§ 3. Loonvoorschriften

Duur verlof

§ 3. Loonvoorschriften

Ingang verlof/zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

Afdeling 2. Langdurend zorgverlof

§ 1. Verlofvorm

Langdurend zorgverlof

Artikel 5:11

1.

De werknemer dient het verzoek om verlof ten minste twee weken voor het beoogde tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk in bij de werkgever onder opgave van de reden, de persoon die verzorging behoeft, het tijdstip van ingang, de omvang, de voorgenomen duur van het verlof en de spreiding van de uren over de week of het anderszins overeengekomen tijdvak.

2.

De werknemer verstrekt desgevraagd aan de werkgever schriftelijk aanvullende informatie waarover hij redelijkerwijs en op korte termijn kan beschikken teneinde aannemelijk te maken dat is voldaan aan de op grond van artikel 5:9 geldende voorwaarden. De werkgever doet een schriftelijk verzoek tot het verstrekken van aanvullende informatie binnen een week nadat het verzoek om verlof bij hem is ingediend.

3.

De werkgever willigt het verzoek om verlof van de werknemer in, tenzij hij tegen het opnemen van het verlof een zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

4.

Een werkgever die geen beroep doet op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, kan dit nadien evenmin, tenzij het een militaire ambtenaar betreft.

5.

Indien de werkgever overweegt het verzoek om verlof niet of niet geheel in te willigen, pleegt hij overleg met de werknemer over diens verzoek. De beslissing op het verzoek om verlof wordt door de werkgever schriftelijk aan de werknemer medegedeeld. Indien de werkgever het verzoek niet of niet geheel inwilligt, wordt dit onder opgave van redenen aan de werknemer medegedeeld.

6.

Indien de werkgever niet een week voor het beoogde tijdstip van ingang van het verlof de beslissing op het verzoek schriftelijk heeft medegedeeld aan de werknemer, gaat het verlof in overeenkomstig het verzoek van de werknemer. Zolang de werknemer niet heeft voldaan aan een verzoek van de werkgever om informatie als bedoeld in het tweede lid, wordt de in de eerste volzin bedoelde periode verlengd met het aantal dagen dat de werknemer niet heeft voldaan aan het verzoek van de werkgever.

Omvang verlof

Artikel 5:12

1.

Het verlof bedoeld in artikel 5:9 gaat niet in voordat ten minste twee weken zijn verstreken nadat de werknemer het verzoek om verlof bedoeld in artikel 5:11 heeft ingediend.

2.

In afwijking van het eerste lid kan het verlof op verzoek van de werknemer ingaan op een eerder tijdstip indien de werkgever daarmee instemt.

Verzoek, zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

Artikel 5:13

1.

Het verlof eindigt met het verstrijken van de duur waarvoor het verlof is verleend.

2.

Indien voor het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde verlofduur de persoon ten behoeve van wiens verzorging het verlof is verleend overlijdt, dan wel niet langer niet langer in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 5:9, eindigt het verlof met ingang van de dag na die waarop deze omstandigheid zich heeft voorgedaan.

§ 3. Samenloop

Artikel 5:14

Indien het verzoek om langdurend zorgverlof wordt ingewilligd, kan het daaraan voorafgaand kortdurend zorgverlof bedoeld in artikel 5:1 op verzoek van de werknemer en met inachtneming van artikel 5:12, tweede lid, geheel of gedeeltelijk worden aangemerkt als langdurend zorgverlof.

Afdeling 3. Nadere voorschriften

§ 2. Verlening, ingang en einde van verlof, informatie

Artikel 5:15

Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegens het verlof, bedoeld in artikel 5:1 of artikel 5:9, kunnen niet worden aangemerkt als vakantie.

§ 3. Samenloop

Artikel 5:16

Van dit hoofdstuk kan uitsluitend ten nadele van de werknemer worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen collectieve arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of terzake geen bepaling bevat, indien de werkgever terzake schriftelijke overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging met dien verstande dat de werknemer bij afwijking van artikel 5:2 in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden ten minste recht houdt op eenmaal de arbeidsduur per week en bij afwijking van artikel 5:15 ten minste recht houdt op het wettelijke minimum aan vakantie-aanspraken.

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

Compensatie met vakantie-aanspraken

Ouderschapsverlof

Omvang, duur en invulling verlof

Ouderschapsverlof

Ouderschapsverlof

§ 2. Melding

Omvang verlof

Diensttijd

Meldingsverplichting

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

Afdeling 1. Algemene bepalingen

§ 4. Mate van gebondenheid

§ 4*. Overgangsrecht

§ 5. Overgangsrecht

§ 4. Mate van gebondenheid

Afdeling 2. Financiële tegemoetkoming

Recht op deelname

§ 5. Slot- en overgangsrecht

Voorwaarden voor toekenning

Voorwaarden bij palliatief verlof

Duur financiële tegemoetkoming

Voortijdige beëindiging financiële tegemoetkoming

Geen voortijdige beëindiging financiële tegemoetkoming bij voortijdige beëindiging vervanging

Herziening of intrekking

Terugvordering

Onvervreemdbaarheid

Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen

§ 4. Boete

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Evaluatiebepaling

Inwerkingtreding

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 4. Mate van gebondenheid

Recht op deelname

§ 3. Nadere voorschriften

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

Begrippen

Begrippen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Financiering

Uitkering terzake van vervanging

Recht op uitkering voor de zelfstandige, de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst en de partner, bedoeld in artikel 3:1a, tweede lid

Aanvraag van uitkering

Uitkering terzake van vervanging

Aanvraag van uitkering

De hoogte van de uitkering

De hoogte van de uitkering terzake van vervanging

§ 3. Slotbepalingen

Controlevoorschriften

Controlevoorschriften

Samenloop

Hoofdstuk 4. Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

§ 1. Verlofvormen

Samenloop

Overgangsrecht zelfstandigen en beroepsbeoefenaren op arbeidsovereenkomst

§ 2. Melding en informatie

Meldingsverplichting

Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

§ 2. Melding en informatie

§ 4. Nadere voorschriften

Informatieverplichting

§ 3. Loonvoorschriften

Recht met afwijkingsmogelijkheden

Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof

Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof

Afdeling 2. Langdurend zorgverlof

§ 4. Nadere voorschriften

Nadere loonvoorschriften

Loondoorbetaling

Afdeling 3. Nadere voorschriften

Compensatie met vakantie-aanspraken

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

Ouderschapsverlof

Omvang verlof

Ouderschapsverlof

§ 2. Melding

Omvang verlof

§ 2. Melding

Meldingsverplichting

Intrekking of wijziging melding

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

§ 2. Melding

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

§ 5. Overgangsrecht

Begrippen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 6:1a. Bescherming tegen benadeling

De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte het recht op verlof, bedoeld in artikel 6:1, geldend maakt of ter zake bijstand heeft verleend.

Artikel 3:14a. Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1.

Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2.

Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

3.

De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4.

Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

De hoogte van de uitkering

§ 2. De zelfstandige en de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst

Omvang verlof

Leeftijd kind

Recht op en hoogte van de uitkering tijdens een gedeelte van het ouderschapsverlof

§ 3. Nadere voorschriften

Compensatie met vakantie-aanspraken

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 3:1a. Overgang bevallingsverlof

1.

Indien op de dag van de bevalling dan wel tijdens het bevallingsverlof de vrouwelijke werknemer overlijdt en een akte van geboorte van haar kind is opgemaakt heeft haar partner, indien deze werknemer is als bedoeld in artikel 3:6, recht op het resterende bevallingsverlof met behoud van loon.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als partner aangemerkt degene die:

  • a. ten tijde van het overlijden van de moeder met haar was gehuwd of een geregistreerd partnerschap was aangegaan; of
  • b. het kind heeft erkend.
3.

De duur van het resterende bevallingsverlof wordt berekend overeenkomstig artikel 3:1, derde en vijfde lid. Artikel 3:1, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op het opnemen van het resterende bevallingsverlof, met dien verstande dat in plaats van «vrouwelijke werknemer» telkens wordt gelezen: partner.

4.

De partner, die werknemer is als bedoeld in artikel 3:6, heeft ook recht op verlof met behoud van loon, indien de moeder van het kind een gelijkgestelde was als bedoeld in artikel 3:6, een zelfstandige of een beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of geen recht had op bevallingsverlof of een uitkering als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3.

5.

De werkgever kan het op grond van het eerste of vierde lid voldane loon binnen zes weken na afloop van het resterende bevallingsverlof in rekening brengen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werkgever verstrekt genoemd instituut een afschrift van de akte van geboorte van het kind en van de akte van overlijden van de moeder. Het loon wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat.

6.

Indien het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, niet tijdig wordt gedaan, wordt de vergoeding van het op grond van het eerste of vierde lid voldane loon uitsluitend toegekend voor zover het tijdvak waarover dit loon in rekening wordt gebracht, valt in het jaar voorafgaand aan de datum van het verzoek. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in bijzondere gevallen ten gunste van de werkgever afwijken van de eerste zin.

7.

Indien de moeder gelijkgestelde, zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst was, wordt de duur van het verlof gelijkgesteld aan de duur van het resterende recht op uitkering, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3. Indien de moeder geen recht had op bevallingsverlof of een uitkering als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3, eindigt het verlof van de partner tien weken na de dag waarop het kind is geboren. Artikel 3:1, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

8.

De partner meldt het overlijden van de moeder en de opname van het verlof uiterlijk op de tweede dag volgend op haar overlijden bij zijn werkgever. De partner verstrekt de werkgever binnen vier weken na het overlijden van de moeder een afschrift van de akte van geboorte van het kind en van de akte van overlijden van de moeder.

Compensatie met vakantie-aanspraken

Afdeling 2. Uitkering in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg

§ 1. De werknemer en de gelijkgestelde

Begrippen werknemer, gelijkgestelde en werkgever

Recht op uitkering voor de werknemer

Begrippen werknemer, gelijkgestelde en werkgever

Recht op uitkering voor de werknemer

Recht op uitkering in verband met zwangerschap en bevalling voor de vrouwelijke gelijkgestelde

Recht op uitkering in verband met adoptie of pleegzorg voor de gelijkgestelde

Recht op uitkering bij nawerking

De aanvraag van uitkering via de werkgever

De rechtstreekse aanvraag van uitkering

Van overeenkomstige toepassing zijnde artikelen

§ 2. De zelfstandige en de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst

Van overeenkomstige toepassing zijnde artikelen

§ 3. Slotbepalingen

Controlevoorschriften

Artikel 3:31. Overgangsbepaling vakantie-uitkering bij zwangerschap en bevalling

1.

Op aanvragen als bedoeld in artikel 3:22, tweede of derde lid, ontvangen voor 1 juli 2019, zijn voor de gehele uitkering, bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, dat artikellid en artikel 3:27, eerste lid, onder c, van toepassing, zoals die bepalingen luidden op 30 juni 2019.

2.

Op aanvragen als bedoeld in artikel 3:22, tweede of derde lid, ontvangen op of na 1 juli 2019, is voor de gehele uitkering, bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, dat artikellid van toepassing.

Hoofdstuk 4. Kort verzuimverlof en geboorteverlof

Meldingsverplichting

§ 4. Nadere voorschriften

Compensatie met vakantie-aanspraken

Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof

Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof

§ 1. Verlofvorm

Kortdurend zorgverlof

§ 2. Melding en informatie

Kortdurend zorgverlof

§ 2. Melding en informatie

Meldingsverplichting

Afdeling 2. Langdurend zorgverlof

§ 1. Verlofvorm

Nadere loonvoorschriften

§ 2. Verlening, ingang en einde van verlof, informatie

Omvang verlof

Afdeling 3. Nadere voorschriften

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

Recht met afwijkingsmogelijkheden

§ 3. Nadere voorschriften

Artikel 6:10. Overgangsrecht in verband met ouderschapsverlof

Indien de werknemer op het tijdstip waarop de Wet van 17 december 2014 houdende wijziging van de Wet arbeid en zorg en de Wet aanpassing arbeidsduur in verband met vergroting van de gebruiksmogelijkheden van deze wetten, alsmede technische aanpassing van de Arbeidstijdenwet en actualisering van het overgangsrecht met betrekking tot de Wet arbeid en zorg (Stb. 565) in werking treedt, zijn voornemen tot het opnemen van het ouderschapsverlof, bedoeld in artikel 6:1, heeft gemeld aan zijn werkgever en die heeft ingestemd met de invulling daarvan, blijven op dat verlof de artikelen van hoofdstuk 6 van toepassing zoals die luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip inwerkingtreding van die wet.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Inwerkingtreding

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4:2a. Aanvullend geboorteverlof

1.

Nadat de werknemer het geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2, heeft opgenomen, heeft hij gedurende een tijdvak van zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, recht op aanvullend geboorteverlof zonder behoud van loon.

2.

Het aanvullend geboorteverlof bedraagt ten hoogste vijf gehele weken gebaseerd op de arbeidsduur per week.

3.

Artikel 4:2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4:2b. Recht op en hoogte van de uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof

1.

Op aanvraag van een werknemer als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij opname van het aanvullend geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2a, een uitkering aan die werknemer.

2.

De uitkering wordt over ten hoogste vijf gehele weken verstrekt.

3.

De uitkering bedraagt per dag 70% van het dagloon van de in het eerste lid bedoelde werknemer, doch ten hoogste 70% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag.

4.

Het dagloon, bedoeld in het derde lid, wordt berekend aan de hand van 1/261 deel van het loon, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, dat de werknemer in de periode van een jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak, waarin het recht op de uitkering is ontstaan, verdiende op grond van de arbeidsovereenkomst of de publiekrechtelijke aanstelling waaruit dat recht is ontstaan.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de vaststelling en de herziening van het dagloon nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld, onder meer over de vaststelling en de herziening van het dagloon wanneer de werknemer korter dan een jaar heeft gewerkt bij zijn werkgever.

6.

Op een op grond van dit artikel vastgesteld dagloon is artikel 16 van de Ziektewet van overeenkomstige toepassing.

7.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt op aanvraag aan een werknemer wiens arbeidsverhouding niet wordt beschouwd als dienstbetrekking op grond van artikel 6 van de Ziektewet en die uitsluitend om die reden niet wordt aangemerkt als werknemer in de zin van die wet, een uitkering bij opname van het aanvullend geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2a. De uitkering bedraagt naar rato van de overeengekomen arbeidsduur per week 70% van het loon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag indien zijn recht op uitkering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig het derde tot en met zesde lid. Bij de berekening van de uitkering wordt uitgegaan van een arbeidsduur van 36 uren per week.

Artikel 4:2c. De aanvraag van de uitkering van het aanvullend geboorteverlof

1.

De werknemer, bedoeld in artikel 4:2b, eerste lid, die in aanmerking wenst te komen voor de in dat lid genoemde uitkering, doet de aanvraag daartoe door tussenkomst van de werkgever bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen door middel van een door dit instituut beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag wordt eenmalig ingediend in de periode die gelegen is tussen vier weken voor de eerste dag waarop het aanvullend geboorteverlof wordt opgenomen en vier weken na de laatste dag, waarop dat verlof is opgenomen.

2.

De werknemer, bedoeld in artikel 4:2b, zevende lid, die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering, bedoeld in dat lid, doet de aanvraag daartoe, door tussenkomst van de werkgever, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen door middel van een door dit instituut beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Bij de aanvraag wordt de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling van de werknemer aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overgelegd. De laatste zin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

3.

De uitkering, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt verstrekt voor zover het tijdvak, waarin er sprake was van het recht op uitkering, ligt in het jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag.

4.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan controlevoorschriften vaststellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor de juiste uitvoering van dit artikel of de artikelen 4:2a en 4:2b.

Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof

Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof

§ 1. Verlofvorm

§ 3. Loonvoorschriften

Afdeling 2. Langdurend zorgverlof

§ 1. Verlofvorm

Einde van het verlof

Afdeling 3. Nadere voorschriften

§ 3. Samenloop

Compensatie met vakantie-aanspraken

§ 3. Nadere voorschriften

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Begrippen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Hoofdstuk 4. Kort verzuimverlof en geboorteverlof

§ 1. Verlofvormen

Meldingsverplichting

§ 3. Loonvoorschriften

Compensatie met vakantie-aanspraken

Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof

Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof

Afdeling 2. Langdurend zorgverlof

§ 2. Verlening, ingang en einde van verlof, informatie

Afdeling 3. Nadere voorschriften

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

§ 1. Verlofvorm

Meldingsverplichting

Intrekking of wijziging melding

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Evaluatiebepaling

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4:4a

1.

De werkgever stemt in met een verzoek van de werknemer om het aanvullend geboorteverlof niet op te nemen of niet voort te zetten als gevolg van het opnemen van het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, het verlof, bedoeld in artikel 3:1a, eerste lid of vierde lid, of het adoptieverlof, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort. Verlof dat niet wordt opgenomen gedurende het tijdvak, bedoeld in artikel 4:2a, vervalt. De werkgever hoeft aan het verzoek niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na het verzoek.

2.

De werkgever stemt in met een verzoek van de werknemer om het aanvullend geboorteverlof niet op te nemen of niet voort te zetten als gevolg van onvoorziene omstandigheden, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet. Indien de werkgever instemt met het verzoek wordt het recht op verlof opgeschort. Verlof dat niet wordt opgenomen gedurende het tijdvak, bedoeld in artikel 4:2a, vervalt. De werkgever hoeft aan het verzoek niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na het verzoek. Indien de werkgever het verzoek weigert, motiveert hij dit schriftelijk binnen een redelijke termijn na de indiening van het verzoek.

§ 5. Mate van gebondenheid

Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof

Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof

§ 1. Verlofvorm

§ 3. Loonvoorschriften

Afdeling 2. Langdurend zorgverlof

§ 4. Nadere voorschriften

Afdeling 3. Nadere voorschriften

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

Dwingend recht

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Inwerkingtreding

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Recht met afwijkingsmogelijkheden

Artikel 6:11

Artikel 3:13, zesde tot en met het achtste lid, is niet van toepassing indien de aanvraag van de uitkering, bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IX, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW 2022.

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Behoud van rechten, functie en arbeidsvoorwaarden

Artikel 1:6

1.

De werknemer die verlof geniet op grond van deze wet behoudt gedurende het verlof de reeds verworven of in opbouw zijnde rechten die uit de arbeidsverhouding voortvloeien. Na afloop van het verlof zijn die rechten, met inbegrip van de uit de wet, collectieve arbeidsovereenkomst dan wel gebruiken voortvloeiende veranderingen, van toepassing.

2.

De werknemer die verlof geniet op grond van deze wet wordt in staat gesteld om na afloop van het verlof onder voor hem niet minder gunstige voorwaarden en omstandigheden terug te keren in de oorspronkelijke of een gelijkwaardige functie en te profiteren van elke verbetering van arbeidsvoorwaarden waarop hij aanspraak had kunnen maken indien hij het verlof niet had genoten.

Artikel 1:7

De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een recht op verlof als bedoeld in deze wet geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend, of hieromtrent een klacht binnen de onderneming heeft ingediend.

Hoofdstuk 2. Aanpassing arbeidsduur

Gereserveerd

Hoofdstuk 3. Zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg

Afdeling 1. Het recht op verlof in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg

§ 1. Verlofvorm

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Adoptieverlof

§ 2. Melding

Meldingsverplichting

§ 3. Nadere voorschriften

Compensatie met vakantie-aanspraken

§ 4. Mate van gebondenheid

Afdeling 2. Uitkering in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)