Besluit van 20 december 2001 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en in verband daarmee van enige andere socialezekerheidswetten (Besluit SUWI)
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 19 oktober 2001, Nr SUWI/SEC/2001/71128;
Gelet op de artikelen 13, vijfde lid, 25, eerste lid, onderdeel d, 28, derde lid, en73, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 125, derde lid, en 145, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 8, zevende lid, 10, vijfde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, en33a, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 72, vijfde lid, van de Werkloosheidswet en artikel 8, vijfde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden;
De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2001, nr. W12.01.0543/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 13 december 2001, nr. SUWI/SEC/2001/366;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- c. Wet REA: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
- d. WW: Werkloosheidswet;
- e. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- f. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
- g. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
- h. arbeidsgehandicapte: arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 2 van de Wet REA;
- i. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
- j. deskundige persoon: een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
- k. Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen;
- l. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- n. ZW: Ziektewet;
- o. ZVW: Zorgverzekeringswet;
- p. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de ZVW;
- q. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
- r. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond van artikel 40 van de Wfsv toestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wfsv;
- s. gebruikers: het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders;
- t. elektronische voorzieningen: elektronische voorzieningen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de Wet SUWI;
- u. door verlettering vervallen;
- v. bestand: elk gestructureerd geheel van persoons- of bedrijfsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografische bepaalde wijze, dat volgens de bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende natuurlijke- of rechtspersonen;
- w. bedrijfsgegeven: een gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare rechtspersoon;
- x. indicator: een gegeven dat de aanwezigheid van een bepaalde omstandigheid aannemelijk maakt;
- y. risicomelding: de melding, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van de Wet SUWI;
- z. risicomodel: een model dat bestaat uit vooraf bepaalde indicatoren en aangeeft of er sprake is van een verhoogd risico op:
- –. onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen,
- –. belasting- en premiefraude, of
- –. het niet naleven van arbeidswetten;
- aa. samenwerkingsverband: de samenwerking tussen twee of meer van de bestuursorganen of personen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI, met het oogmerk SyRI in te zetten en waarbij ieder van de samenwerkende bestuursorganen en personen tevens partij is bij de Samenwerkingsovereenkomst voor interventieteams;
- bb. SyRI: het systeem risico indicatie, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de wet;
- cc. SyRI-project: het project dat met gebruikmaking van SyRI informatie vergaart voor de doelstelling van dat project en past binnen het doel, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI;
- dd. verzoek: een verzoek als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Wet SUWI;
- ee. arbeidsvoorwaardenbedrag: het aan de werknemer toegekende en in geld uitgedrukte toekomstige loonbestanddeel, niet zijnde een afzonderlijke opbouw van vakantiebijslag, dat is opgebouwd ingevolge afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover dit toekomstige loonbestanddeel kan leiden tot loon als bedoeld in artikel 16 van de Wfsv;
- ff. opname arbeidsvoorwaardenbedrag: het door de werkgever als loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv in een aangiftetijdvak uitbetaalde bedrag ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag, voor zover dit loon belastbaar is op grond van de Wet op de loonbelasting 1964;
- gg. opbouw arbeidsvoorwaardenbedrag: de opbouw van het arbeidsvoorwaardenbedrag die in een aangiftetijdvak heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen over uitvoering en samenwerking
Artikel 2.1. Voorwaarden voor verrichten van andere werkzaamheden door UWV en SVB
Onze Minister kan een besluit van het UWV of de SVB om andere werkzaamheden dan de in de Wet SUWI bedoelde taken uit te voeren uitsluitend goedkeuren, indien:
- a. de goede uitvoering van de in die wet bedoelde taken daardoor niet in gevaar komt;
- b. de andere werkzaamheden in opdracht en voor rekening en risico van de opdrachtgever worden uitgevoerd;
- c. de Wet op het financieel toezicht in acht wordt genomen voor zover deze van toepassing is;
- d. de uitvoering van die andere werkzaamheden gescheiden van de uitvoering van de wettelijke taken plaatsvindt, voor zover de andere werkzaamheid niet noodzaakt tot een gezamenlijke uitvoering.
Het UWV, onderscheidenlijk de SVB, meldt de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet SUWI, binnen een termijn van vier weken na aanvang van die werkzaamheden.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de prijzen die voor het verrichten van andere werkzaamheden in rekening worden gebracht.
Artikel 2.2. Prestatie-indicatoren
De resultaten van werkzaamheden in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 9 van de Wet SUWI, worden beoordeeld aan de hand van:
- a. voorkoming van uitkeringsinstroom, bij het UWV;
- b. juiste en tijdige uitkeringsverstrekking, bij het UWV en de SVB;
- c. bevordering uitstroom in relatie tot bemiddeling en re-integratie, bij het UWV;
- d. klantgerichtheid, bij het UWV en de SVB;
- e. efficiency, bij het UWV en de SVB;
- f. ketenprestaties, bij het UWV en colleges van burgemeester en wethouders.
Artikel 2.3. Samenwerking met werknemers- en werkgeversverenigingen
De bestuursorganen en organisaties, genoemd in artikel 10a van de Wet SUWI, maken afspraken over de wijze van betrokkenheid van die organisaties bij de samenwerking van de bestuursorganen, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de Wet SUWI.
De afspraken, bedoeld in het eerste lid, voor zover daarover geen regels zijn gesteld bij ministeriële regeling als bedoeld in het vijfde lid, zien in ieder geval op:
- a. de samenwerkingsvorm en inrichting van het samenwerkingsverband, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de inrichting van het bestuur, de regeling van het voorzitterschap, en de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen;
- b. de wijze waarop de betrokken colleges van burgemeester en wethouders het voorzitterschap van het bestuur verzorgen;
- c. de wijze waarop de regionale uitvoering van de gemaakte afspraken wordt geregeld en de wijze waarop wordt aangesloten bij de bestaande regionale samenwerking;
- d. de wijze waarop wordt omgegaan met de afzonderlijke van toepassing zijnde verordeningen die door de afzonderlijke gemeenteraden zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6, tweede lid, 8a en 47 van de Participatiewet;
- e. de wijze waarop inzicht wordt geboden in de registratie van werkzoekenden met behulp van de elektronische voorzieningen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet SUWI;
- f. de wijze waarop namens de colleges van burgemeester en wethouders taken op grond van artikel 7 en artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet worden uitgevoerd in het samenwerkingsverband in relatie tot de uitvoering van de andere taken op grond van artikel 7 en artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de verantwoording aan de afzonderlijke gemeenteraden;
- g. de wijze waarop de werkgeversdienstverlening wordt ingericht; in relatie tot de bestaande structuur op grond van de Wet SUWI, waaronder tenminste wordt verstaan de werkgeversdienstverlening in het werkgeversservicepunt;
- h. de wijze waarop de financiële betrokkenheid van werkgevers wordt geregeld.
Het samenwerkingsverband stelt een marktbewerkingsplan op, waarin een beschrijving wordt gegeven van de kenmerken van de personen die behoren tot de doelgroep van arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen, in de regio, de mogelijkheden van die personen, waarin een analyse is opgenomen van de sectoren en bedrijven waar vacatures voor deze personen bestaan of kunnen worden gecreëerd en waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze van aanlevering en bemiddeling van die personen.
Het samenwerkingsverband draagt iedere twee jaar, te beginnen in 2016, zorg voor een evaluatie van de samenwerking.
Bij ministeriële regeling kunnen tijdelijk nadere regels worden gesteld over de samenwerking, bedoeld in artikel 10a van de Wet SUWI, waaronder in ieder geval over de wijze van samenwerking, gegevensuitwisseling en vergoeding van kosten.
Hoofdstuk 3. Verrichten andere taken CWI, UWV en SVB
Artikel 3.1. Registratie van vreemdelingen als werkzoekende
Het UWV registreert op diens verzoek als werkzoekende:
- a. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onderdeel b of l, van de Vreemdelingenwet 2000;
- b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000, die onvrijwillig werkloos is terwijl het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen nog van toepassing is, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsluit;
- c. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsloot, indien de vreemdeling onvrijwillig werkloos is, en mits hij:
- 1°. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating, of
- 2°. binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of buiten die termijn, in geval artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000;
- d. een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De registratie eindigt voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zodra:
- a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist, of
- b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven.
Hoofdstuk 4. Reïntegratie
§ 4.1. Contracteisen voor publieke opdrachtgevers
Artikel 4.1. Inhoud van contracten publieke uitvoerders/re-integratiebedrijven
Bij de toepassing van artikel 30a, negende lid, van de Wet SUWI laat het UWV de werkzaamheden verrichten op grond van een schriftelijke overeenkomst waarin in elk geval is geregeld, dat het re-integratiebedrijf verplicht is:
- a. alle gegevens en inlichtingen omtrent deze werkzaamheden op verzoek aan het UWV te verstrekken, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de in de aanhef genoemde wetten;
- b. de persoonlijke levenssfeer van de personen van wie de inschakeling in de arbeid wordt bevorderd, te beschermen overeenkomstig een reglement dat aan die personen en het UWV wordt overgelegd;
- c. in geval van een geschil tussen de te re-integreren persoon en het re-integratiebedrijf een klachten- en geschillenregeling toe te passen die door het re-integratiebedrijf aan de te re-integreren persoon en de partij met wie de in de aanhef bedoelde overeenkomst is gesloten, is overgelegd;
- d. toegang tot en inzage in alle gegevens te verlenen die een accountant naar zijn oordeel nodig heeft voor het instellen van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de Wet SUWI;
- e. op verzoek aan het UWV een schriftelijk oordeel van een accountant of een gelijkwaardige deskundige over de verwerking van informatie en de genomen maatregelen ter beveiliging van informatie door het re-integratiebedrijf over te leggen;
- f. de gegevens die het re-integratiebedrijf in verband met deze werkzaamheden verkrijgt uitsluitend te verwerken voor zover dat noodzakelijk is voor het verrichten van die werkzaamheden dan wel voor de naleving van verplichtingen als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. indien dit re-integratiebedrijf deze werkzaamheden laat verrichten door een ander re-integratiebedrijf in een schriftelijke overeenkomst met dat andere re-integratiebedrijf te regelen dat voor dat bedrijf, die persoon of dienst de verplichtingen jegens het UWV, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, gelden.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
Indien het college van burgemeester en wethouders werkzaamheden, die in het kader van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, en zevende lid, en 7a, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAW en artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAZ, worden uitgevoerd, laat uitvoeren door een re-integratiebedrijf is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, waarbij in de overeenkomst tevens is geregeld, dat het college op verzoek of uit eigen beweging in kennis worden gesteld van het gegronde vermoeden dat een persoon voor wie de voorzieningen zijn bestemd, onvoldoende medewerking verleent aan deze werkzaamheden, voorzover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van genoemde wetten.
§ 4.2. Individuele reïntegratieovereenkomst
Artikel 4.2. Mogelijkheid individuele re-integratieovereenkomst te sluiten door UWV
Het UWV kan ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet SUWI, op diens aanvraag een individuele re-integratieovereenkomst sluiten met een re-integratiebedrijf, overeenkomstig de voorkeur van de aanvrager, ter uitvoering van werkzaamheden die zijn gericht op de inschakeling in het arbeidsproces, tenzij het betreft:
- a. een uitkeringsgerechtigde op grond van de Werkloosheidswet, bij wie geen sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;
- b. een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
Het UWV bepaalt het ten hoogste aan het re-integratiebedrijf verschuldigde bedrag voor de uitvoering van de individuele re-integratieovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, en het tijdvak waarvoor de individuele re-integratieovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gesloten.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder door het UWV een individuele re-integratieovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, kan worden gesloten en omtrent de inhoud van de individuele re-integratieovereenkomst, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4.3. Termijn sluiten van een individuele re-integratieovereenkomst
In geval van een toekennende beschikking op een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, sluit het UWV binnen zes weken na het nemen van die beschikking een overeenkomst met een re-integratiebedrijf dat de in artikel 4.2, eerste lid, bedoelde werkzaamheden uitvoert.
De persoon ten behoeve van wie een individuele re-integratieovereenkomst als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, wordt gesloten tekent een exemplaar van die overeenkomst voor gezien en verstrekt dit aan het UWV.
Artikel 4.4. Weigering van sluiting van een individuele re-integratieovereenkomst
De aanvraag om een individuele re-integratieovereenkomst kan in ieder geval worden geweigerd in de gevallen waarin op grond van artikel 4:35, eerste lid, onderdelen a en b en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht een subsidieverlening kan worden geweigerd, en indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 4.2, derde lid, door het UWV gestelde voorwaarden.
Artikel 4.5. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 4.2 tot en met 4.4 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze artikelen in de praktijk.
Artikel 4.6. Hoogte van subsidie en tijdstip van betaling
Vervallen
§ 4.1. Contracteisen voor publieke opdrachtgevers
§ 4.3.1. Algemene bepalingen omtrent het persoonsgebonden re-integratiebudget voor arbeidsgehandicapte werknemers
Artikel 4.7. Nadere begripsbepalingen
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. arbeidsgehandicapte werknemer: een arbeidsgehandicapte werknemer als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet REA, zoals deze luidde op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van de Wet IWIA, dan wel een werknemer of persoon als bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, van de Wet IWIA;
- b. subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IWIA;
- c. subsidie-ontvanger: de arbeidsgehandicapte werknemer aan wie een subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IWIA;
- d. persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IWIA;
- e. begunstigde: de arbeidsgehandicapte werknemer ten behoeve van wie een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IWIA;
Artikel 4.8. Bestedingsdoel
Het UWV kan op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.7a van de Wet IWIA een subsidie verstrekken ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden die zijn gericht op behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid, waaronder begrepen het behouden en verkrijgen van een dienstbetrekking, of een persoonsgebonden re-integratieovereenkomst sluiten ter uitvoering van die werkzaamheden.
Onder werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan:
- a. begeleiding en advisering;
- b. opleiding;
- c. arbeidsbemiddeling en andere werkzaamheden die, in aansluiting op de onder a en b bedoelde werkzaamheden, zijn gericht op behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
Kosten van werkzaamheden die niet zijn beschreven in het in artikel 4.10, onderdeel b, bedoelde trajectplan komen niet voor subsidiëring in aanmerking en ter uitvoering van die werkzaamheden wordt geen persoonsgebonden re-integratieovereenkomst gesloten, tenzij het UWV voor het verrichten van die werkzaamheden schriftelijk goedkeuring heeft verleend.
Artikel 4.9. Keuze voor subsidie of contract
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2.7a van de Wet IWIA, vermeldt de aanvrager of zijn aanvraag betrekking heeft op verstrekking van subsidie dan wel het sluiten van een persoonsgebonden re-integratieovereenkomst door het UWV.
Artikel 4.10. Voorwaarden voor het verstrekken van een persoonsgebonden re-integratiebudget
Het UWV kan uitsluitend een subsidie verstrekken of een persoonsgebonden re-integratieovereenkomst sluiten indien:
- a. de aanvraag wordt ingediend binnen zes weken nadat het oordeel van het UWV omtrent de aanwezigheid van passende arbeid in het bedrijf van zijn werkgever of in een ander bedrijf, als bedoeld in artikel 2.7a, tweede lid, van de Wet IWIA, aan de arbeidsgehandicapte werknemer bekend is gemaakt;
- b. de aanvraag vergezeld gaat van een door of namens de werknemer opgesteld trajectplan waarin in elk geval zijn opgenomen:
- 1°. het opleidingsniveau en het burgerservicenummer van de arbeidsgehandicapte werknemer;
- 2°. een beschrijving van de werkzaamheden die de aanvrager op grond van artikel 2.7a, eerste lid, van de Wet IWIA zal laten verrichten;
- 3°. de verwachte begin- en einddatum van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.7a van de Wet IWIA;
- 4°. de beroepsactiviteiten die de aanvrager naar verwachting na afloop van die periode kan vervullen;
- 5°. een begroting van de kosten van de in artikel 4.8 bedoelde werkzaamheden.
Artikel 4.11. Verhaal van kosten op de werkgever
De werkgever vergoedt aan het UWV 50 procent van de kosten die door het re-integratiebedrijf aan het UWV in rekening worden gebracht voor het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst, tenzij de arbeidsgehandicapte werknemer binnen drie maanden nadat de werkzaamheden ter uitvoering van de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst zijn geëindigd een dienstbetrekking met een andere werkgever is aangegaan en deze arbeidsgehandicapte werknemer voor een aaneengesloten periode van ten minste 26 weken daadwerkelijk in dienstbetrekking met deze andere werkgever heeft gestaan of met die arbeid in een periode van één jaar ten minste gedurende 26 weken inkomsten heeft verworven waardoor hij geen recht meer heeft op een uitkering anders dan een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met het verwerven van die inkomsten of verrichten van die arbeid.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de werknemer voor het verrichten van de werkzaamheden een subsidie als bedoeld in deze paragraaf heeft ontvangen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
§ 4.3.1. Algemene bepalingen omtrent het persoonsgebonden re-integratiebudget voor arbeidsgehandicapte werknemers
Artikel 4.12. Verlening van subsidie
Op de aanvraag om een subsidie wordt een beschikking omtrent subsidieverlening gegeven.
In de subsidievoorwaarden bij een beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt in elk geval opgenomen dat in een overeenkomst die de subsidie-ontvanger met een re-integratiebedrijf sluit wordt geregeld:
- a. de duur van de overeenkomst alsmede de hoogte van de kosten die door het re-integratiebedrijf in rekening zullen worden gebracht;
- b. dat de overeenkomst door beide partijen wegens gewichtige redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd;
- c. dat het re-integratiebedrijf verplicht is:
- 1º. toegang tot en inzage in alle gegevens te verlenen die een accountant naar zijn oordeel nodig heeft voor het instellen van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de Wet SUWI;
- 2º. de persoonlijke levenssfeer van de personen van wie de inschakeling in de arbeid wordt bevorderd, te beschermen overeenkomstig een reglement dat aan die personen en de werkgever wordt overgelegd;
- 3º. in geval van een geschil tussen de te re-integreren persoon en het re-integratiebedrijf een klachten- en geschillenregeling toe te passen die door het re-integratiebedrijf aan de te re-integreren persoon en de werkgever is overgelegd;
- 4º. op verzoek aan de werkgever een schriftelijk oordeel van een accountant of een gelijkwaardige deskundige over de verwerking van informatie en de genomen maatregelen ter beveiliging van informatie door het re-integratiebedrijf over te leggen;
- 5º. de gegevens die het re-integratiebedrijf in verband met deze werkzaamheden verkrijgt uitsluitend te verwerken voorzover dat noodzakelijk is voor het verrichten van die activiteiten of werkzaamheden dan wel voor de naleving van verplichtingen als bedoeld in de subonderdelen 1° tot en met 4°;
- 6º. indien dit re-integratiebedrijf deze werkzaamheden laat verrichten door een ander re-integratiebedrijf, in een schriftelijke overeenkomst met dat andere re-integratiebedrijf te regelen dat voor dat bedrijf de verplichtingen, bedoeld in de subonderdelen 1° tot en met 6°, gelden;
- d. dat het re-integratiebedrijf aan het UWV op verzoek of na toestemming van de subsidie-ontvanger uit eigen beweging gegevens verstrekt over de besteding van de subsidie.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het tweede lid.
Artikel 4.13. Hoogte van de subsidie en tijdvak van gesubsidieerde werkzaamheden
De subsidie bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag.
De subsidie wordt verleend voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.8 gedurende een tijdvak van ten hoogste een jaar.
Indien de aanvrager van een subsidie of de subsidie-ontvanger aantoont dat de noodzakelijke kosten van de werkzaamheden die zijn gericht op behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid hoger zijn dan het in het eerste lid bedoelde bedrag of die werkzaamheden langer zullen duren dan een tijdvak van een jaar, kan subsidie worden verleend voor een hoger bedrag of een langere periode.
De in het derde lid bedoelde bevoegdheid bestaat uitsluitend indien het in het eerste lid bedoelde bedrag of de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden gedurende een tijdvak van een jaar redelijkerwijs niet zullen kunnen leiden tot behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
Artikel 4.14. Voorschotten
Het UWV kan aan de subsidie-ontvanger voorschotten op de vast te stellen subsidie verlenen aan de hand van aan het UWV overgelegde declaraties voor de werkzaamheden, die voortvloeien uit het trajectplan.
Indien het UWV besluit tot het verlenen van voorschotten, betaalt het UWV de voorschotten binnen één week na het nemen van dat besluit aan de subsidie-ontvanger of aan het re-integratiebedrijf, waarmee de subsidie-ontvanger een overeenkomst heeft gesloten.
Artikel 4.15. Inlichtingenverstrekking
De subsidie-ontvanger dient iedere drie maanden bij het UWV een rapportage in waarin een beschrijving is opgenomen van de ten behoeve van de subsidie-ontvanger verrichte werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.8. In de rapportage worden in ieder geval de resultaten van de uitvoering van het trajectplan en de prognose voor de resterende periode van het traject beschreven en wordt een overzicht gegeven van de tot op dat moment gemaakte kosten.
De subsidie-ontvanger verstrekt onverwijld en uit eigen beweging alle gegevens en inlichtingen omtrent voortijdige beëindiging van gesubsidieerde trajecten aan het UWV.
De subsidie-ontvanger verstrekt op verzoek aan het UWV alle gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor de vaststelling van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van artikel 2.7a van de Wet IWIA, alsmede binnen vier weken alle hem betreffende informatie die noodzakelijk is voor de evaluatie van deze regeling.
Artikel 4.16. Subsidievaststelling
De subsidie-ontvanger dient binnen zes weken na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
§ 4.3.2. Persoonsgebonden re-integratiebudget in de vorm van een subsidie
Artikel 4.17. Sluiten van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst
In geval van een toekennende beschikking op een aanvraag om een persoonsgebonden re-integratieovereenkomst, sluit het UWV binnen zes weken na het nemen van die beschikking een overeenkomst met een re-integratiebedrijf dat de in artikel 4.8 bedoelde werkzaamheden uitvoert.
Het UWV sluit een overeenkomst met een re-integratiebedrijf als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de voorkeur voor een re-integratiebedrijf van de aanvrager of begunstigde.
Artikel 4.18. Weigering van sluiting van een persoonsgebonden re-integratieovereenkomst
Het sluiten van een persoonsgebonden re-integratieovereenkomst kan in ieder geval worden geweigerd in de gevallen, bedoeld in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4.19. Prijs en duur van de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst
Het door het UWV aan het re-integratiebedrijf verschuldigde bedrag voor de uitvoering van de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag.
De persoonsgebonden re-integratieovereenkomst wordt gesloten voor een tijdvak van ten hoogste een jaar.
Indien de aanvrager van een persoonsgebonden re-integratieovereenkomst of begunstigde aantoont dat de noodzakelijke kosten van de in artikel 4.8 bedoelde werkzaamheden hoger zijn dan het in het eerste lid bedoelde bedrag of die werkzaamheden langer zullen duren dan een tijdvak van een jaar, kan een overeenkomst worden gesloten voor een hoger bedrag of een langere periode.
De in het derde lid bedoelde bevoegdheid bestaat uitsluitend indien het in het eerste lid bedoelde bedrag of de in het derde lid bedoelde werkzaamheden gedurende een tijdvak van een jaar redelijkerwijs niet zullen kunnen leiden tot behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
Artikel 4.20. Inhoud van de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst
In de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst wordt in elk geval geregeld:
- a. de duur van de overeenkomst alsmede de hoogte van de kosten die door het re-integratiebedrijf in rekening zullen worden gebracht;
- b. dat het re-integratiebedrijf iedere drie maanden bij het UWV een rapportage indient waarin een beschrijving is opgenomen van de werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van het behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van de arbeidsgehandicapte werknemer. In de rapportage worden tevens de resultaten van de uitvoering van het trajectplan, bedoeld in artikel 4.10, onderdeel b, en de prognose voor de resterende periode van het traject beschreven en wordt een overzicht gegeven van de tot op dat moment gemaakte kosten;
- c. dat de overeenkomst door beide partijen wegens gewichtige redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd;
- d. dat de prijs voor de overeenkomst uitsluitend wordt betaald voor die werkzaamheden, die zijn beschreven in het in artikel 4.10, onderdeel b, bedoelde trajectplan, tenzij het UWV voor het verrichten van andere werkzaamheden schriftelijk goedkeuring heeft verleend;
- e. dat het re-integratiebedrijf voldoet aan verplichtingen als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onderdeel c;
- f. dat het re-integratiebedrijf aan het UWV op verzoek of na toestemming van de subsidie-ontvanger uit eigen beweging gegevens verstrekt over de uitvoering van de overeenkomst.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
Hoofdstuk 5. Gegevensverwerking en gegevensverstrekking
Artikel 5.1. Gegevensset polisadministratie
- a. basisregistratie gegevens:
- 1°. adresgegevens: straatnaam, huisnummer, huisnummertoevoeging, postcode, woonplaatsnaam, gemeentenaam, woonobjectverwijzing en locatieomschrijving; en
- 2°. buitenlandse adresgegevens: straatnaam, huisnummer, huisnummertoevoeging, postcode, woonplaats, locatieomschrijving, regionaam en landcode ISO;
- b. postbusadresgegevens: postbusnummer, postcode, woonplaats, gemeentenaam en locatieomschrijving;
- c. sociaal verzekeringsnummer buitenland: verzekeringsnummer en landcode ISO;
- d. persoonsgegevens: namen, burgerservicenummer, het administratienummer, bedoeld in artikel 4.9 van de Wet basisregistratie personen (A-nummer), geboortedatum, overlijdensdatum, geslacht, burgerlijke staat, leefvorm, nationaliteit, verblijfstitel, datum vertrek uit Nederland, indicatie curatelestelling en indicatie voor informatiebeveiliging;
- e. ontheffing wegens gemoedsbezwaren;
- f. verzekeringsplicht werknemersverzekeringen: gegevens inzake de vaststelling verzekeringsplicht, indicaties verzekerd en premies voor de werknemersverzekeringen;
- g. gegevens over de werkgever in de zin van de Wfsv en de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964: naam en loonheffingennummer;
- h. gegevens over de inkomstenverhouding: personeelsnummer, soort inkomstenverhouding, collectieve arbeidsovereenkomst, sector, datum begin en einde van inkomstenverhouding, reden einde arbeidsverhouding en code invloed verzekeringsplicht;
- i. loongerelateerde gegevens: lonen, aantal verloonde uren, ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 41 van de ZVW, verzekeringssituatie ZVW, andere gegevens van belang voor de heffing van inkomstenbelasting en heffing van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen en het aanvragen tegemoetkomingen loondomein.
In aanvulling op het eerste lid kunnen tevens bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen gegevens worden verwerkt die afkomstig zijn van een werkgever in de zin van de Wfsv.
Artikel 5.2. Bijlage overzicht polisadministratie
In bijlage I bij dit besluit wordt voor de polisadministratie een overzicht gegeven van de opgenomen gegevens, voor welk doel die gegevens worden verwerkt en hoe die gegevens worden verkregen.
Bijlage I kan bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, en na overleg met het Centraal bureau voor de statistiek, worden gewijzigd, voorzover deze wijziging geen wijziging tot gevolg heeft van de lijst van gegevens in artikel 5.1.
Artikel 5.3. Kosteloze melding bij misdrijf
De melding, bedoeld in artikel 61 van de Wet SUWI, geschiedt kosteloos.
Artikel 5.4. Gegevensverstrekking aan de Nederlandse Arbeidsinspectie
Het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties voor de taken, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wet SUWI kosteloos aan Onze Minister gegevens te verstrekken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet op de loonvorming en de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen.
Artikel 5.5. Gebruik elektronische voorzieningen voor gegevensverkeer opsporing en toezicht
Voor het verstrekken van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 54 en 72 van de Wet SUWI, en 5.4 aan Onze Minister en de opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 85, tweede lid, van de Wet SUWI, maken het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders gebruik van de elektronische voorzieningen als bedoeld in paragraaf 5.6, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van of het toezicht op de naleving van de in artikel 5.4 genoemde wetten, respectievelijk voor de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij de Wet SUWI of enige andere wet.
Het verstrekken van gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 73, zevende en achtste lid, van de Wet SUWI aan het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders, vindt plaats met gebruik van de elektronische voorzieningen.
Artikel 5.6. Gegevensverstrekking aan buitenlandse bestuursorganen
Het UWV en de SVB zijn bevoegd uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties gegevens te verstrekken aan buitenlandse bestuursorganen, voorzover die gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang waartoe in ieder geval gerekend wordt het verstrekken en vaststellen van uitkeringen en het heffen en innen van premies en bijdragen daarvoor.
Artikel 5.7. Gegevensverstrekking door het UWV en de SVB aan binnenlandse bestuursorganen
Het UWV en de SVB zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties kosteloos te verstrekken:
- a. aan de Belastingdienst de gegevens die noodzakelijk zijn voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, van premies sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wfsv en van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in de ZVW;
- b. aan de zorgverzekeraars, bedoeld in de Zorgverzekeringswet, en het Zorginstituut, de zorgautoriteit, Wlz-uitvoerders en het CAK, bedoeld in de Wet langdurige zorg de gegevens voor zover die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- c. aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens een onderwijswet aan hen opgedragen taken, alsmede aan Onze Minister de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet inburgering en de Wet inburgering 2021;
- d. aan de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die wet;
- e. aan de raden voor de kinderbescherming de gegevens die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van hun taak of van hun bevoegdheden op grond van één van de bepalingen van de titels 9, 10, 13, 14, 15 en 17 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
- f. aan de Kamer van Koophandel de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van hoofdstuk 3 van de Handelsregisterwet 2007 opgedragen taken;
- g. aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie de gegevens die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.
Artikel 5.8. Gegevensverstrekking door de SVB
De SVB is bevoegd op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administratie kosteloos aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet houdende vaststelling regeling ten aanzien van de Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioenaangelegenheden gewezen overheidspersoneel van Indonesië en overeenkomstige wet- en regelgeving.
Artikel 5.9. Gegevensverstrekking door UWV
Het UWV is bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties kosteloos te verstrekken:
- a. aan het Vervangingsfonds, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit Vervangingsfonds en Participatiefonds, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taak op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op de expertisecentra;
- b. aan het participatiefonds, bedoeld in artikel 190, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 169, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taken, bedoeld in artikel 190, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 169, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op de expertisecentra;
- c. aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de gegevens die noodzakelijk zijn voor de bekostiging van onderwijsinstellingen;
- d. aan de Sociaal Economische Raad de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens enige wet aan die Raad opgedragen taken;
- e. vervallen;
- f. aan colleges van burgemeester en wethouders de gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de verwerking van gegevens, bedoeld in artikel 9.2.5, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met de ondersteuning van jongeren zonder startkwalificatie;
- g. aan colleges van burgemeester en wethouders de gegevens die noodzakelijk zijn voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 255 van de Gemeentewet, en aan de dagelijkse besturen van de waterschappen de gegevens die noodzakelijk zijn voor het verlenen van kwijtschelding van waterschapsbelastingen, bedoeld in artikel 144 van de Waterschapswet;
- h. aan Onze Minister van Economische Zaken, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de S&O-afdrachtvermindering, bedoeld in hoofdstuk VIII van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen;
- i. aan een college van burgemeester en wethouders, adresgegevens, waaronder adresgegevens die worden verwerkt voor de doelen, genoemd in artikel 33, tweede lid, onderdelen a, b, en c van de Wet SUWI, die noodzakelijk zijn voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie personen.
Het UWV is bij de verwerking van gegevens voor de uitvoering van de taak, die krachtens de Wet arbeid vreemdelingen aan het UWV is opgedragen, bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek aan colleges van burgemeester en wethouders gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn in verband met de taken die voortvloeien uit de Huisvestingswet 2014 en de Woningwet.
Het UWV is verplicht op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administratie kosteloos te verstrekken aan Onze Minister de gegevens van personen die werknemer zijn bij een houder van een kindercentrum of gastouderbureau en die noodzakelijk zijn voor de verwerking van gegevens, bedoeld in artikel 1.48d van de Wet kinderopvang.
In verband met het systematisch verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 5.11 kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop en de vorm waarin de adresgegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, verstrekt worden.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1. Wijziging wettelijke grondslag
Dit besluit berust mede op artikelen 7, zesde lid, en 67, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, artikel 34, vijfde lid, van de IOAW, artikel 34, vijfde lid, van de IOAZ en artikel 33, elfde lid, van de Wet SUWI.
Artikel 6.2. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002, met uitzondering van de artikelen 4.7 tot en met 4.20, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 3.1, eerste lid, onderdeel d, vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 5.2a. Gegevens eenmalige uitvraag
In bijlage II bij dit besluit wordt vermeld welke soort gegevens op grond van de artikelen 33a, tweede lid, en 35, vijfde lid, van de Wet SUWI, 14, eerste lid, van de IOAW, 14, eerste lid, van de IOAZ en 53a, eerste lid, van de Participatiewet niet van de belanghebbende worden verkregen en uit welke bron deze gegevens afkomstig zijn.
Het UWV informeert de belanghebbende over de soort gegevens, bedoeld in het eerste lid, op het moment dat hij een aanvraag als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, van de Wet SUWI dan wel een aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet SUWI indient.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat tot een in die regeling genoemd tijdstip bepaalde onderdelen van bijlage II voor bepaalde bestuursorganen met betrekking tot bepaalde taken niet van toepassing zijn.
Bij regeling van Onze Minister, voor zover het gegevens betreft die afkomstig zijn van de Belastingdienst in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, wordt nader bepaald voor welke gegevens het eerste lid van toepassing is.
Hoofdstuk 5. Gegevensverwerking en gegevensverstrekking
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6.3. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit SUWI.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 5.11. Systematische gegevensverstrekking buiten SUWI-domein
Het UWV en de SVB verstrekken in de in de artikelen 5.7 en 5.9 vermelde gevallen slechts systematisch gegevens, niet zijnde bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij het betreft gegevens over gezondheid die noodzakelijk zijn voor re-integratie of begeleiding van werknemers of uitkeringsgerechtigden in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van die wet, indien met de desbetreffende bestuursorganen overeenstemming is bereikt over in ieder geval de systematisch te verstrekken gegevens, alsmede de omstandigheid waaronder, de regelmaat waarmee en de wijze waarop die verstrekking plaatsvindt.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 5.10. Gegevensverwerking burgemeester en wethouders met betrekking tot voortijdige schoolverlaters
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd gegevens die worden verwerkt voor de uitvoering van taken die krachtens de Participatiewet aan het college van burgemeester en wethouders zijn opgedragen, verder te verwerken ten behoeve van de verwerking van gegevens, bedoeld in artikel 9.2.5, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover dit noodzakelijk is voor de ondersteuning van jongeren zonder startkwalificatie.
Hoofdstuk 5. Gegevensverwerking en gegevensverstrekking
Bijlage. als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, Besluit SUWI
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 5.1. Polisadministratie
§ 5.1a. Eenmalige uitvraag van gegevens
§ 5.1a. Eenmalige uitvraag van gegevens
§ 5.1a. Eenmalige uitvraag van gegevens
Artikel 5.12. Gegevensverstrekking door het UWV aan derden
Het UWV is bevoegd op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan instanties als bedoeld in artikel 73, eerste en tweede lid, en aan derden als bedoeld in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI, de volgende mede van de Belastingdienst afkomstige gegevens te verstrekken:
- a. gegevens over de werknemer: adresgegevens, namen, burgerservicenummer, geboortedatum, geslacht en overlijdensdatum;
- b. verzekeringsplicht werknemersverzekeringen: indicaties verzekerd werknemersverzekeringen;
- c. gegevens over de inkomstenverhouding: soort inkomstenverhouding, aard arbeidsverhouding, datum begin en einde van inkomstenverhouding, sector, fase indeling Flexibiliteit en Zekerheid, collectieve arbeidsovereenkomst, reden einde arbeidsverhouding, indicatie arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, indicatie schriftelijke overeenkomst, indicatie oproepovereenkomst, indicatie jaarurennorm, indicatie publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd;
- d. loongerelateerde gegevens: aantal verloonde uren, loon SV, (opgebouwd recht) vakantiebijslag, (opbouw of opname) arbeidsvoorwaardenbedrag, verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekering, indicatie deelname tijdspaarfonds;
- e. gegevens over de werkgever: naam, loonheffingennummer, het RSIN of een aan een onderneming of rechtspersoon toegekend uniek nummer waarmee een onderneming of rechtspersoon in het handelsregister is opgenomen, rechtsvorm, sector, voortzettingsrelatie, datum oprichting, datum ontbinding, statutaire zetel, adresgegevens, eigenrisicodragerschap, premiepercentage individueel, faillissement of surseance;
- f. gegevens over uitkeringen, waaronder datum eerste dag van arbeidsongeschiktheid, code SZ product, ingangsdatum uitkering, datum einde uitkering, code sector OSV, datum-tijd registratie, registratienummer, bedrag restverdiencapaciteit, code soort recht, code soort uitkering, percentage maatregel, indicatie indexeringsmutatie, code dagloon uitkeringsrecht, bedrag grondslag, code arbeidsongeschiktheidsklasse, bedrag dagloon gemaximeerd en ongemaximeerd, bedrag eigen verdiensten, bedrag verdiensten WW, code kenmerk percentage uitkering grondslag betaling, code reden wijziging arbeidsongeschiktheidsuitkering, percentage uitkering grondslag betaling, percentage uitkering gerelateerd aan mate arbeidsongeschiktheid, datum omslag loongerelateerde uitkering.
De in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI bedoelde derden zijn: deskundigen en instellingen die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf taken uitvoeren of diensten verrichten ter ondersteuning van administraties of het verrichten van keuringen.
Het UWV is bevoegd op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan instanties als bedoeld in artikel 73, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet SUWI, de volgende gegevens te verstrekken: loon in geld, waarde niet in geld uitgekeerd loon, loon uit overwerk, waarde privégebruik auto en werknemersbijdrage privégebruik auto.
Het UWV is bevoegd aan instanties als bedoeld in artikel 73, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet SUWI gegevens te verstrekken over voorschotten op uitkeringen op grond van de Wet WIA, met vermelding van aanvangsdatum en einddatum.
Bij het verstrekken van gegevens op grond van dit artikel worden kosten in rekening gebracht.
Artikel 5.13. Gegevensverstrekking door het UWV ten behoeve van verzekeringen met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid
Het UWV is bevoegd uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties op verzoek van een werkgever als bedoeld in artikel 73, derde lid, onderdeel a, van de Wet SUWI, aan die werkgever in verband met het aangaan of beëindigen van overeenkomsten tot verzekering van de risico’s van het eigenrisicodrager zijn of van betaling van premie als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 5, van de Wfsv kosteloos gegevens te verstrekken, mede afkomstig van de Belastingdienst, over WGA-uitkeringen verstrekt aan werknemers, met vermelding van aanvangsdatum en vermoedelijke einddatum, BSN-nummer en naam van de werknemer, op grond waarvan die werkgever de lasten van uitkeringen ingevolge de Werkhervattingsregeling op grond van de Wet WIA kan bepalen die aan de werkgever worden doorbelast op grond van de Wfsv dan wel de Wet WIA.
Het UWV is bevoegd op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan een financiële onderneming als bedoeld in artikel 73, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI:
- a. Kosteloos te verstrekken gegevens als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, en f, en derde lid, in verband met de uitvoering van de overeenkomsten met werkgevers tot verzekering van het risico van het betalen van premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van de Wfsv en van de betalingen als gevolg van het eigenrisicodragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv;
- b. gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, onderdelen a, b, c en d , afkomstig van de rijksbelastingdienst, in verband met de uitvoering van de overeenkomsten met werkgevers tot verzekering van het risico van het betalen van loon in geval van ziekte en van de betaling van ziekengeld, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv.
Artikel 5.14. Verstrekking van gegevens door het UWV aan financiële ondernemingen
UWV verstrekt aan financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 73, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI, met inachtneming van het vijfde lid, kosteloos de volgende gegevens die het UWV verwerkt in de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties, die mede afkomstig zijn van de Belastingdienst, die noodzakelijk zijn voor het vervaardigen van de statistieken ten behoeve van de uitvoering van overeenkomsten als bedoeld in artikel 73, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI:
- a. per persoon, die in een kalenderjaar een nieuwe uitkering Wet WIA heeft ontvangen, een lopende uitkering ontvangt dan wel van wie de WIA-uitkering is beëindigd of afgewezen: geslacht, leeftijd, sector als bedoeld in artikel 95 van de Wfsv, bedrag grondslag of dagloon, ingangsdatum (vervolg)uitkering, uitkeringspercentage Wet WIA, code verzekerd Wet WIA (soort dienstverband), benutting van de verdiencapaciteit, soort recht Wet WIA (WIA-klasse, en WGA of IVA), datum eerste ziektedag, bedrijfsgrootte werkgever, werkgever eigenrisicodrager of publiek verzekerd, datum einde uitkering en reden beëindiging, jaar-maand afhandeling claimbeoordeling;
- b. per werknemer naar kalenderjaar: loonaangiftetijdvak, geslacht, leeftijd, sector als bedoeld in artikel 95 van de Wfsv, code bepaald/onbepaald, code oproepkracht, code uitzendkracht, code payrolling, SV-jaarloon, werkgever eigenrisicodrager of publiek verzekerd.
UWV is bevoegd aan financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 73, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI, kosteloos per persoon, die in een kalenderjaar een nieuwe uitkering Wet WIA dan wel voorschot op die uitkering heeft ontvangen, een lopende uitkering ontvangt dan wel van wie de WIA-uitkering is beëindigd of afgewezen de volgende gegevens te verstrekken die het UWV verwerkt in de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties, die mede afkomstig zijn van de Belastingdienst, die noodzakelijk zijn voor het vervaardigen van de statistieken ten behoeve van de uitvoering van overeenkomsten als bedoeld in artikel 73, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI:
- a. vermelding dat het verstrekte bedrag een voorschot op een uitkering Wet WIA betreft, met vermelding van aanvangsdatum en einddatum;
- b. vermelding dat de verstrekte uitkering plaatsvindt onder toepassing van de vereenvoudigde beoordeling van de WIA-aanvraag voor 60-plussers.
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, mogen uitsluitend gebruikt worden voor het vervaardigen van statistieken met betrekking tot het verzekeringsproduct inzake het arbeidsongeschiktheids- of ziekterisico van werknemers en mogen niet verrijkt worden met gegevens over afzonderlijke personen en rechtspersonen uit andere bronnen.
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden ontdaan van unieke persoonsidentificerende gegevens.
Het UWV verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de door het Verbond van Verzekeraars namens de financiële ondernemingen aangewezen verwerker belast met de verwerking van gegevens voor statistische doeleinden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)