Besluit van 22 januari 2002, houdende regels omtrent de bemanning van zeeschepen, varende onder de vlag van het Koninkrijk met een Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse zeebrief (Bemanningsbesluit Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen)

Type Rijks Kb
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
artikelen 135
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

In plaats van het bezit van de bewijzen en kennisbewijzen, genoemd in artikel 53 tot en met 57, door de zeevarende kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 4 bij te houden overzicht.

Artikel 90

1.

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de bemanningsleden aan boord van ro-ro passagiersschepen.

2.

Alvorens hun taken aan boord van ro-ro passagiersschepen worden opgedragen zijn zeevarenden in het bezit van een document waaruit blijkt dat zij de opleiding en training, zoals vereist in het vierde tot en met het zesde lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid.

3.

Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding en training hebben gevolgd , als bedoeld in het vierde, het zevende en het achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar.

4.

Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van ro-ro passagiersschepen, aan wie in de alarmrol de taak wordt opgedragen om passagiers bij te staan in noodsituaties, zijn in bezit van het «bewijs groepsbegeleiding», bedoeld in artikel 58.

5.

Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van ro-ro passagiersschepen, dat belast is met bijzondere taken en verantwoordelijkheden, zijn in het bezit van het «bewijs familiarisatietraining» voor het betreffende ro-ro passagiersschip, bedoeld in artikel 59.

6.

Personeel aan boord van ro-ro passagiersschepen dat in de passagiersruimten direct betrokken is bij de dienstverlening aan passagiers, is in het bezit van het «bewijs veiligheidstraining», bedoeld in artikel 60.

7.

Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en iedereen aan boord van ro-ro passagiersschepen, die belast is met de directe verantwoordelijkheid voor het aan en van boord gaan van passagiers, het laden, lossen of vastzetten van de lading of het sluiten van openingen in de romp zijn in het bezit van het kennisbewijs «passagiersveiligheid, ladingveiligheid en integriteit van de romp», bedoeld in artikel 61.

8.

Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en iedereen aan boord van ro-ro passagiersschepen, die verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van passagiers in noodsituaties, zijn in het bezit van het kennisbewijs «crisisbeheersing en menselijk gedrag», bedoeld in artikel 62.

Artikel 91

In plaats van het bezit van de bewijzen en kennisbewijzen, genoemd in de artikelen 58 tot en met 62, door de zeevarende, kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 4 bij te houden overzicht.

§ 3. Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzonder voortbewogen schepen

Artikel 92

1.

Werktuigkundigen en maritiem officieren aan boord van schepen, voorzien van een stoomvoortstuwingsinstallatie met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, hebben een erkende opleiding stoomvoortstuwing voltooid, als bedoeld in artikel 63.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op houders van het diploma C als scheepswerktuigkundige, dan wel het diploma B als scheepswerktuigkundige, uitgereikt vóór 1 januari 1989.

3.

Aan werktuigkundigen en maritiem officieren, die voldoen aan het eerste lid, wordt een kennisbewijs uitgereikt.

4.

Het hoofd van de Scheepvaartinspectie zorgt er voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van werktuigkundigen en maritiem officieren, die voldoen aan dit artikel, de betreffende aantekening wordt gemaakt.

Artikel 93

Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden en werktuigkundigen van hogesnelheidsvaartuigen zijn, naast het voor het desbetreffende schip vereiste vaarbevoegdheidsbewijs, in het bezit van een «type rating certificate», als bedoeld in artikel 64, voor het hogesnelheidsvaartuig waarop zij dienstdoen.

Hoofdstuk 6. Medische keuring van de bemanning

Artikel 94

1.

Elk bemanningslid is in het bezit van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 560 van het Wetboek van Koophandel van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.

2.

De in het eerste lid bedoelde geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart betreft de algemene lichamelijke geschiktheid, met in het bijzonder aandacht voor het gezichtsvermogen en het gehoororgaan.

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

§ 1. Uitvoering van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties

Artikel 95

Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, kunnen, ter uitvoering van het STCW-Verdrag, alsmede van andere verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, regels met betrekking tot de bemanning van zeeschepen worden gesteld ter waarborging van de veilige en milieuverantwoorde vaart.

§ 2. Centraal register bemanningsgegevens

Artikel 96

In Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn Centrale Registers Bemanningsgegevens, waarin het hoofd van de Scheepvaartinspectie de afgegeven, ongeldig verklaarde en ingetrokken vaarbevoegdheidsbewijzen en de gegeven vrijstellingen en ontheffingen registreert.

§ 3. Aanvragen

Artikel 97

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvragen op grond van dit besluit.

Hoofdstuk 8. Overgangsbepalingen

Artikel 98

De documenten, houdende de minimum voorgeschreven bemanningssamenstelling met de functies van de bemanningsleden, die zijn afgegeven vóór inwerkingtreding van dit besluit, behouden hun geldigheid tot de datum van het verstrijken van de geldigheid van het certificaat van deugdelijkheid waar zij bij behoren.

Artikel 99

1.

De verklaringen van geschiktheid en bekwaamheid, die op grond van Hoofdstuk VII van het Schepenbesluit 1965 zijn afgegeven vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, behouden hun geldigheidsduur overeenkomstig de daarop aangegeven datum van het verstrijken van de geldigheid.

2.

Verklaringen van geschiktheid en bekwaamheid, waarop geen datum van het verstrijken van de geldigheidsduur is vermeld, zijn geldig tot de eerste dag van de maand, volgend op die van het bereiken van het 65ste jaar van de houder.

Artikel 100

De geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart, die zijn afgegeven vóór inwerkingtreding van dit besluit, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven datum van het verstrijken van de geldigheid.

Artikel 101

Op aanvragen voor bemanningsdocumenten, verklaringen van geschiktheid en bekwaamheid, monsterboekjes en geneeskundige verklaringen voor de zeevaart, die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit en op dat tijdstip nog in behandeling zijn, wordt besloten met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens dit besluit.

Artikel 102

1.

De houders van een verklaring van geschiktheid en bekwaamheid als vermeld in kolom I, afgegeven op grond van artikel 119 van het Schepenbesluit 1965, zoals dit luidde vóór de inwerkingtreding van dit besluit, hebben aanspraak op de bevoegdheid met de beperkingen als, vermeld in kolom II van onderstaande tabel:

Kolom I Kolom II
Kapitein alle schepen Kapitein alle schepen
Kapitein schepen< 9000 GT Kapitein alle schepen
Kapitein schepen < 6000 GT Kapitein alle schepen
Kapitein schepen< 4000 GT Kapitein alle schepen
Kapitein schepen < 2000 GT Kapitein tot 3000 GT
1e stuurman alle schepen 1e stuurman alle schepen
1e stuurman schepen< 9000 GT 1e stuurman alle schepen
1e stuurman schepen < 6000 GT 1e stuurman alle schepen
1e stuurman schepen < 4000 GT 1e stuurman alle schepen
1e stuurman schepen < 2000 GT 1e stuurman tot 3000 GT
2e stuurman alle schepen wachtstuurman alle schepen
3e stuurman alle schepen wachtstuurman alle schepen
2e stuurman schepen < 9000 GT wachtstuurman alle schepen
2e stuurman schepen < 6000 GT wachtstuurman alle schepen
wachtstuurman schepen < 4000 GT wachtstuurman alle schepen
Eerste maritiem officier alle schepen Eerste maritiem officier alle schepen
Eerste stuurman alle schepen
Tweede werktuigkundige alle schepen
Maritiem officier alle schepen Maritiem officier alle schepen
wachtstuurman alle schepen
wachtwerktuigkundige alle schepen
Hoofdwerktuigkundige alle schepen Hoofdwerktuigkundige alle schepen
Hoofdwerktuigkundige schepen < 8000 kW Hoofdwerktuigkundige alle schepen
Hoofdwerktuigkundige schepen < 6000 kW Hoofdwerktuigkundige alle schepen
1e maritiem officier schepen Eerste maritiem officier kleine schepen
<2000GT/1500kW Eerste stuurman tot 3000 GT
Hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW
Hoofdwerktuigkundige schepen < 3000 kW Hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW
Hoofdwerktuigkundige schepen < 1500 kW Hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW
2e werktuigkundige alle schepen 2e werktuigkundige alle schepen
2e werktuigkundige schepen < 8000 kW 2e werktuigkundige alle schepen
2e werktuigkundige schepen < 6000 kW 2e werktuigkundige alle schepen
2e werktuigkundige schepen < 3000 kW 2e werktuigkundige tot 3000 kW
2e werktuigkundige schepen < 1500 kW 2e werktuigkundige tot 3000 kW
3e werktuigkundige alle schepen wachtwerktuigkundige alle schepen
4e werktuigkundige alle schepen wachtwerktuigkundige alle schepen
schipper-machinist reizen nabij de kust kapitein kleine schepen, beperkt tot schepen op reizen nabij de kust
Radio-operator A Radio-operator Algemeen
Radio-operator B Radio-operator Beperkt
Scheepstechnicus Gezel
Gezel Gezel
2.

Voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste stuurman, dan wel hoofdwerktuigkundige alle schepen is het bezit van het kennisbewijs «scheepsmanagement N» of «scheepsmanagement W» niet vereist voor de houder van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart, respectievelijk het diploma C als scheepswerktuigkundige, dan wel van het bewijs dat de bijscholingscursus 6000–9000 GT met goed gevolg werd afgesloten, alsmede voor degenen die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit dienst doen als kapitein of hoofdwerktuigkundige.

Artikel 103

Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein tot 3000 GT wordt afgegeven aan de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, afgegeven vóór 3 mei 1988, die in het bezit is van het kennisbewijs «radarnavigator» en het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie».

Artikel 104

Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein op reizen nabij de kust wordt afgegeven aan:

  • a. de houder van het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart, afgegeven vóór de datum van het van kracht worden van dit besluit;
  • b. de houder van het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, afgegeven vóór 3 mei 1988;
  • c. de houder van het diploma als kapitein aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's;
  • d. de houder van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust», afgegeven vóór de datum van het van kracht worden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritiem radio-communicatie» en een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaar, zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.

Artikel 105

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman tot 3000 GT wordt afgegeven aan:

  • a. de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, afgegeven vóór 3 mei 1988, die in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie» en
  • b. de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel a, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie».

Artikel 106

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman op reizen nabij de kust, wordt afgegeven aan:

  • a. de houder van het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart dan wel het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, afgegeven vóór de datum van inwerking treden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie»;
  • b. de houder van het diploma als stuurman-tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel a, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie»;
  • c. de houder van het diploma als stuurman-tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie», en
  • d. de houder van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust», afgegeven vóór de datum van het van kracht worden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radio-communicatie», zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.

Artikel 107

Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, wordt afgegeven aan de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's, die een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaar.

Artikel 108

Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan:

  • a. de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's;
  • b. de houder van het diploma als scheepswerktuigkundige, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaart-diploma's;
  • c. de houder van het diploma machinist aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's.

Artikel 109

Een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel wordt afgegeven aan de houder van het kennisbewijs «scheepstechnicus», uitgereikt door het hoofd van de Scheepvaartinspectie.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 110

Dit besluit wordt aangehaald als: Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen.

Artikel 111

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2002.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)