Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten (Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten)
Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie die multiterritoriale licenties voor onlinerechten inzake muziekwerken verleent, beschikt over een regeling waarmee rechthebbenden, andere collectieve beheersorganisaties en aanbieders van onlinediensten kunnen vragen om rectificatie van de gegevens, bedoeld in de lijst van voorwaarden in artikel 5b, tweede lid, of de op grond van artikel 5c verstrekte informatie. Een verzoek tot rectificatie gaat vergezeld van bewijsstukken waaruit redelijkerwijs blijkt dat de gegevens met betrekking tot hun onlinerechten inzake muziekwerken onjuist zijn. De collectieve beheersorganisatie draagt zorg voor rectificatie zonder onnodige vertraging, indien het verzoek voldoende is onderbouwd.
De collectieve beheersorganisatie stelt rechthebbenden van wie muziekwerken in zijn eigen muziekrepertoire zijn opgenomen, of die zij overeenkomstig artikel 5i vertegenwoordigt, in staat om in elektronische vorm informatie in te dienen over hun muziekwerken, hun rechten op deze werken en de grondgebieden waarvoor zij de collectieve beheersorganisatie machtigen. Daarbij houden de collectieve beheersorganisatie en de rechthebbenden voor zover mogelijk rekening met vrijwillige industriële normen of praktijken met betrekking tot gegevensuitwisseling die zijn ontwikkeld op internationaal niveau of op het niveau van de Europese Unie, waardoor de rechthebbenden het muziekwerk geheel of gedeeltelijk, de onlinerechten geheel of gedeeltelijk en de grondgebieden waarvoor zij de organisatie machtigen, kunnen specificeren.
Een collectieve beheersorganisatie die door een andere collectieve beheersorganisatie overeenkomstig artikel 5g en 5h is belast met de uitgifte van multiterritoriale licenties past het tweede lid ook toe met betrekking tot de rechthebbenden van lastgevende collectieve beheersorganisaties, tenzij de collectieve beheersorganisaties anders overeenkomen.
Artikel 5e
Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie toezicht houdt op het gebruik van onlinerechten inzake muziekwerken die zij geheel of gedeeltelijk beheert, door aanbieders van onlinediensten aan wie zij een multiterritoriale licentie voor die rechten heeft verleend.
De collectieve beheersorganisatie biedt aanbieders van onlinediensten de mogelijkheid om op elektronische wijze verslag te doen van het feitelijke gebruik van onlinerechten inzake muziekwerken.
Aanbieders van onlinediensten doen nauwkeurig verslag van het feitelijke gebruik van onlinerechten inzake muziekwerken.
De collectieve beheersorganisatie biedt het gebruik van ten minste één verslagmethode aan, rekening houdend met vrijwillige industriële normen of praktijken die op internationaal niveau of op het niveau van de Europese Unie zijn ontwikkeld voor de elektronische uitwisseling van dergelijke gegevens. Als de collectieve beheersorganisatie voorziet in verslaglegging volgens een industriële norm voor de elektronische gegevensuitwisseling, kan zij weigeren verslagen van de aanbieder van onlinediensten in een eigen indeling te aanvaarden.
De collectieve beheersorganisatie verzendt facturen aan de aanbieder van onlinediensten op elektronische wijze. De collectieve beheersorganisatie biedt het gebruik van ten minste één indeling aan, rekening houdend met vrijwillige industriële normen of praktijken die op internationaal niveau of op het niveau van de Unie zijn ontwikkeld. Op de factuur worden de muziekwerken en rechten geïdentificeerd die geheel of gedeeltelijk in licentie zijn gegeven op grond van de gegevens, als bedoeld in artikel 5b, tweede lid en het dienovereenkomstige feitelijke gebruik, voor zover mogelijk op grond van de door de aanbieder van onlinediensten verstrekte informatie en de indeling die is gebruikt om die informatie te verstrekken. Als de collectieve beheersorganisatie een industriële norm hanteert, kan de aanbieder van onlinediensten de factuur niet weigeren vanwege de indeling.
Nadat het feitelijke gebruik van de onlinerechten van een muziekwerk is gemeld, factureert de collectieve beheersorganisatie, de onlinediensten zorgvuldig en zonder vertraging aan de aanbieder, tenzij dat niet mogelijk is om redenen die zijn toe te schrijven aan de aanbieder van onlinediensten.
De collectieve beheersorganisatie stelt de aanbieder van onlinediensten in staat om de juistheid van de factuur te betwisten, ook wanneer de aanbieder van onlinediensten van één of meer collectieve beheersorganisaties facturen ontvangt voor dezelfde onlinerechten inzake hetzelfde muziekwerk.
Artikel 5f
Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie die multiterritoriale licenties voor onlinerechten inzake muziekwerken verleent, aan rechthebbenden verschuldigde bedragen die voortvloeien uit dergelijke licenties nauwkeurig en zonder vertraging verdeelt nadat het feitelijke gebruik van het werk is gemeld, tenzij dat niet mogelijk is om redenen die zijn toe te schrijven aan de aanbieder van onlinediensten.
De collectieve beheersorganisatie verstrekt samen met elke betaling die zij doet op grond van het eerste lid, ten minste de volgende informatie aan rechthebbenden:
- a). de periode waarin en de gebieden waar het gebruik waarvoor bedragen aan rechthebbenden verschuldigd zijn, heeft plaatsgevonden;
- b). de geïnde bedragen, ingehouden bedragen en bedragen die door de collectieve beheersorganisatie zijn verdeeld voor ieder recht voor online gebruik van een muziekwerk waarvoor de rechthebbenden de collectieve beheersorganisatie hebben gemachtigd om hen geheel of gedeeltelijk te vertegenwoordigen;
- c). de voor de rechthebbenden geïnde bedragen, ingehouden bedragen en bedragen die door de collectieve beheersorganisatie zijn verdeeld met betrekking tot iedere aanbieder van onlinediensten.
Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet wanneer een collectieve beheersorganisatie een andere collectieve beheersorganisatie heeft belast met multiterritoriale licentieverlening voor de onlinerechten inzake muziekwerken op grond van de artikelen 5g en 5h. In dat geval verdeelt de lastnemende collectieve beheersorganisatie de bedragen, bedoeld in het eerste lid, nauwkeurig en zonder vertraging, en verstrekt zij de informatie, als bedoeld in het tweede lid aan de lastgevende collectieve beheersorganisatie. De lastgevende collectieve beheersorganisatie is verantwoordelijk voor de verdeling van die bedragen en de verstrekking van die informatie aan de rechthebbenden, tenzij de collectieve beheersorganisaties anders overeenkomen.
Artikel 5g
Het College van Toezicht ziet erop toe dat iedere vertegenwoordigingsovereenkomst tussen collectieve beheersorganisaties waarbij een collectieve beheersorganisatie een andere collectieve beheersorganisatie belast met de verlening van multiterritoriale licenties voor de onlinerechten inzake muziekwerken in zijn eigen muziekrepertoire, van niet-exclusieve aard is. De lastnemende collectieve beheersorganisatie beheert die onlinerechten op niet-discriminerende wijze.
De lastgevende collectieve beheersorganisatie informeert zijn leden over de belangrijkste bepalingen van de overeenkomst, met inbegrip van de duur ervan en de kosten van de door de lastnemende collectieve beheersorganisatie geleverde diensten.
De lastnemende collectieve beheersorganisatie informeert de lastgevende collectieve beheersorganisatie over de belangrijkste voorwaarden waar de rechten van deze laatste in licentie worden gegeven, met inbegrip van de aard van de exploitatie, alle bepalingen die betrekking hebben of van invloed zijn op de licentiekosten, de duur van de licentie, de boekperioden en de bestreken grondgebieden.
Artikel 5h
Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie instemt met een verzoek van een andere collectieve beheersorganisatie om een vertegenwoordigingsovereenkomst te sluiten om multiterritoriale licenties voor onlinerechten inzake muziekwerken te verlenen voor het repertoire van de verzoekende organisatie, indien deze organisatie niet zelf deze licenties verleent en de aangezochte organisatie al multiterritoriale licenties voor dezelfde categorie onlinerechten inzake muziekwerken in het repertoire van één of meer andere collectieve beheersorganisaties verleent.
De aangezochte collectieve beheersorganisatie beantwoordt het verzoek van de verzoekende collectieve beheersorganisatie schriftelijk en zonder onnodige vertraging.
Onverminderd het bepaalde in het vijfde en het zesde lid, beheert de aangezochte collectieve beheersorganisatie het vertegenwoordigde repertoire van de verzoekende collectieve beheersorganisatie onder dezelfde voorwaarden als zijn eigen repertoire.
De aangezochte collectieve beheersorganisatie neemt het vertegenwoordigde repertoire van de verzoekende collectieve beheersorganisatie op in alle aanbiedingen die zij doet aan aanbieders van onlinediensten.
De beheerskosten voor de dienst die door de aangezochte collectieve beheersorganisatie wordt verleend aan de verzoekende organisatie overstijgen niet de kosten die door de aangezochte collectieve beheersorganisatie redelijkerwijs zijn gemaakt.
De verzoekende collectieve beheersorganisatie verstrekt de aangezochte collectieve beheersorganisatie de informatie over zijn eigen muziekrepertoire die noodzakelijk is voor de verlening van multiterritoriale licenties voor onlinerechten inzake muziekwerken. De aangezochte collectieve beheersorganisatie kan de kosten die redelijkerwijs zijn gemaakt, teneinde muziekwerken waarvoor informatie ontoereikend of onbruikbaar is, uit te sluiten of om aan de vereisten te voldoen, in rekening brengen bij de verzoekende collectieve beheersorganisatie, indien de verstrekte informatie ontoereikend is of in een vorm is verstrekt die de aangezochte collectieve beheersorganisatie niet in staat stelt aan de vereisten van de artikel 5a tot en met 5j te voldoen.
Artikel 5i
Het College van Toezicht ziet erop toe dat rechthebbenden, die een collectieve beheersorganisatie hebben gemachtigd om hun onlinerechten inzake muziekwerken te beheren, de onlinerechten inzake muziekwerken ten behoeve van multiterritoriale licentieverlening voor alle grondgebieden uit die collectieve beheersorganisatie kunnen terugtrekken zonder de onlinerechten inzake muziekwerken ten behoeve van monoterritoriale licentieverlening te hoeven terugtrekken, wanneer een collectieve beheersorganisatie uiterlijk op 10 april 2017 geen multiterritoriale licenties voor onlinerechten inzake muziekwerken verleent of aanbiedt en geen andere collectieve beheersorganisatie toestaat die rechten voor een dergelijk doel te beheren. Deze rechthebbenden kunnen vervolgens zelf of via enige andere partij die zij machtigen of via een collectieve beheersorganisatie die wel voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 5a tot en met 5j, multiterritoriale licenties voor hun onlinerechten inzake muziekwerken verlenen.
Artikel 5j
De artikelen 5a tot en met 5i zijn niet van toepassing op collectieve beheersorganisaties die op grond van de vrijwillige samenvoeging van de vereiste rechten overeenkomstig de mededingingsregels krachtens de artikelen 101 en 102 VWEU, een multiterritoriale licentie verlenen voor de onlinerechten inzake muziekwerken die vereist zijn voor een omroep die zijn radio- of televisieprogramma’s gelijktijdig met of na de oorspronkelijke uitzending wil meedelen of openbaar wil maken.
Artikel 25b
Het College van Toezicht zorgt voor de inrichting van een procedure waarmee belanghebbenden het College in kennis kunnen stellen van signalen die volgens hen een inbreuk vormen op de bepalingen uit deze wet. Het College maakt deze procedure openbaar op zijn internetpagina.
Artikel 25c
Het College van Toezicht beantwoordt een verzoek om informatie dat wordt ontvangen van een daartoe aangewezen bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte aangaande de toepassing van de in richtlijn 2014/26/EU van het Europese Parlement en de Raad relevante zaken en in het bijzonder met betrekking tot de activiteiten van op het grondgebied van een in Nederland gevestigde collectieve beheersorganisatie, onverwijld, mits het verzoek naar behoren gemotiveerd is.
Het College van Toezicht geeft binnen drie maanden een met redenen omkleed antwoord op een verzoek tot het nemen van passende maatregelen van een daartoe aangewezen bevoegde instantie uit een andere lidstaat die van oordeel is dat een collectieve beheersorganisatie die in Nederland is gevestigd maar op zijn grondgebied actief is, mogelijkerwijs niet voldoet aan de bepalingen uit de Wet toezicht, die zijn vastgesteld op grond van richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad, op voorwaarde dat de aangewezen bevoegde instantie alle relevante informatie heeft doorgegeven aan het College, vergezeld van een verzoek tot handhaving.
Het College van Toezicht kan, wanneer hij van oordeel is dat een collectieve beheersorganisatie die in een andere lidstaat gevestigd is maar op Nederlands grondgebied actief is, mogelijkerwijs niet voldoet aan de bepalingen in het nationale recht van deze lidstaat, die zijn vastgesteld op grond van de voorschriften van richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad, de bevoegde instantie van de lidstaat waar de collectieve beheersorganisatie gevestigd is, verzoeken om onder haar bevoegdheid vallende passende maatregelen te nemen, indien dit verzoek vergezeld gaat van alle relevante informatie.
Het College van Toezicht kan een verzoek dat bij een aangewezen bevoegde instantie uit een andere lidstaat kan worden ingediend omdat een collectieve beheersorganisatie gevestigd in de andere lidstaat in Nederland actief is, maar mogelijk niet voldoet aan de bepalingen die in de lidstaat van herkomst zijn vastgelegd ter implementatie van richtlijn 2014/26/EU, eveneens indienen bij de groep met deskundigen als bedoeld in artikel 41 van die richtlijn, bestaande uit vertegenwoordigers van de bevoegde instanties van de lidstaten.
Artikel 25d
De artikelen 2l, eerste lid, artikel 2m, artikel 2o, artikel 2p, eerste lid, onderdeel a, b, c, e, f, en g, artikel 25b zijn van overeenkomstige toepassing op onafhankelijke beheersorganisaties.
Bijlage
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5aa
Het College van Toezicht kan vaststellen of de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon die bij een collectieve beheersorganisatie is of wordt belast met taken als bedoeld in de artikelen 2e, eerste lid, of 2f, eerste lid, buiten twijfel staat, op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten, wanneer het geïnde bedrag aan vergoedingen van een collectieve beheersorganisatie in een bepaald kalenderjaar meer bedraagt dan € 50.000.000.
Indien onderzoek benodigd is ten behoeve van de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, komen de kosten van het onderzoek voor rekening van de collectieve beheersorganisatie.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften vastgesteld over de wijze waarop de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon, als bedoeld in het eerste lid, kan worden vastgesteld.
Artikel 17a
Onverminderd artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid van het College van Toezicht tot het opleggen van een bestuurlijke boete of last onder dwangsom aan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie, indien het College van Toezicht op aanvraag van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie besluit tot het bindend verklaren van een door die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie gedane toezegging.
Het College van Toezicht kan een besluit nemen als bedoeld in het eerste lid, indien het:
- a. aannemelijk acht dat het naleven van de toezegging leidt tot het beëindigen of voorkomen van een overtreding,
- b. in staat is het naleven van de toezegging te controleren, en
- c. het bindend verklaren van een toezegging doelmatiger acht dan het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom.
De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie dient de aanvraag voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid in, voordat het College van Toezicht een besluit omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom heeft genomen.
De termijn, bedoeld in artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het College van Toezicht de aanvraag ontvangt, tot de dag waarop het College van Toezicht een besluit op de aanvraag heeft genomen.
De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie gedraagt zich overeenkomstig het besluit, bedoeld in het eerste lid.
Het College van Toezicht bepaalt gedurende welke periode het besluit, bedoeld in het eerste lid, geldt en kan deze periode telkens verlengen.
Het College van Toezicht kan een besluit als bedoeld in het eerste lid of een besluit tot verlenging als bedoeld in het zesde lid, wijzigen of intrekken indien:
- a. er een wezenlijke verandering is opgetreden in de feiten waarop het besluit berust;
- b. het besluit berust op door de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende gegevens;
- c. de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie in strijd met het vijfde lid handelt.
Artikel 17b
Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is op verzoek van het College van Toezicht gehouden om onderzoek te laten uitvoeren naar de uitoefening van haar taken of om een verbeterplan in te dienen. De kosten van dit onderzoek of verbeterplan komen voor rekening van de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie.
Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie uitsluitend verzoeken een onderzoek te laten uitvoeren of verbeterplan in te dienen wanneer het College signalen ontvangt waaruit blijkt van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid van of juiste gang van zaken.
De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie dient binnen zes weken na ontvangst van het verzoek van het College van Toezicht een onderzoeksopdracht of verbeterplan, voorzien van de goedkeuring van het orgaan dat de interne toezichtfunctie uitoefent, in bij het College van Toezicht.
De onderzoeksopdracht en het verbeterplan behoeven de schriftelijke instemming van het College van Toezicht. Het College van Toezicht bericht binnen vier weken na ontvangst van de onderzoeksopdracht of het verbeterplan of het zijn instemming aan de onderzoeksopdracht of het verbeterplan verleent.
De termijn, bedoeld in het vierde lid, wordt opgeschort:
- a. met ingang van de dag na die waarop het College van Toezicht de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie uitnodigt de onderzoeksopdracht of het verbeterplan aan te vullen, tot de dag waarop de onderzoeksopdracht of het verbeterplan is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken,
- b. gedurende de termijn waarvoor de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie schriftelijk met uitstel heeft ingestemd,
- c. zolang de vertraging aan de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie kan worden toegerekend, of
- d. zolang het College van Toezicht door overmacht niet in staat is instemming te verlenen.
Het College van Toezicht bepaalt bij zijn instemming met het verbeterplan voor welke termijn het verbeterplan geldt. De termijn bedraagt ten hoogste zes maanden. Het College van Toezicht kan de termijn met ten hoogste zes maanden verlengen.
Het College van Toezicht vermeldt zijn instemming met een onderzoeksopdracht of verbeterplan op zijn website.
De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is op verzoek van het College van Toezicht gehouden om de uitvoering van het verbeterplan te bespreken met het College van Toezicht.
De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie brengt op verzoek van het College van Toezicht verslag uit over de uitvoering van het verbeterplan na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het zesde lid.
Bijlage
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5k
Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie handelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 44, 44a, 44b en 45 van de Auteurswet, 19 van de Wet op de naburige rechten en 5ba van de Databankenwet.
Bijlage
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)