Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-15
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 38
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 31, tweede lid, onderdeel l, en vierde lid, 75, 77, derde lid, en 78, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, 10, vierde lid, van het Besluit WWB, en 4.1, vijfde lid, van het Besluit SUWI;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  • d. toetsingscommissie: de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in artikel 73 van de wet;

§ 2. Beeld van de uitvoering

Artikel 2. Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring

Vervallen

Artikel 3. Geen accountantsverklaring

Vervallen

Artikel 4. Beeld van de uitvoering

1.

Het beeld van de uitvoering, bedoeld in de artikelen 77, tweede lid, van de wet, 54, eerste lid, van de IOAW en 54, eerste lid, van de IOAZ, wordt voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.

2.

Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.

3.

Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.

4.

De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister. Indien daarvoor naar het oordeel van de minister een noodzaak bestaat, kan, na ontvangst van het beeld van de uitvoering, de betaling van de uitkering op een eerdere datum worden hervat, waarbij kan worden afgeweken van het betaalmoment, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

5.

Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de wet, de IOAW, de IOAZ of het Bbz 2004.

6.

In afwijking van het derde lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen.

Artikel 4a. Rechtmatige wetsuitvoering

Vervallen

§ 3. Uitkering en betaling

Artikel 5. Betaling

1.

Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.

2.

Het bedrag waarmee de uitkering op grond van artikel 71 van de wet wordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

3.

De vangnetuitkering wordt betaalbaar gesteld voor 1 april in het kalenderjaar dat ligt twee jaar na het jaar waarop de uitkering betrekking heeft.

Artikel 5a. Opschorting betaling bij vaststelling ernstige tekortkomingen

1.

Indien de minister toepassing geeft aan artikel 76, derde lid, van de wet schort hij de betaling van de vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet gedurende ten minste drie maanden op met ingang van de eerstvolgende kalendermaand waarin de uitkering nog niet betaalbaar is gesteld.

2.

De betaling van de uitkering wordt hervat op of omstreeks de vijftiende dag van de kalendermaand nadat de periode van drie maanden is verstreken dan wel nadat de langere periode van opschorting, die de minister met toepassing van artikel 76, derde lid, van de wet heeft vastgesteld is verstreken.

Artikel 6. Gegevens verdeelmodel

In bijlage I bij deze regeling zijn de gewichten en peildata opgenomen die gelden voor de indicatoren, bedoeld in tabel 1 en tabel 3 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet alsmede de normbedragen, bedoeld in tabel 2 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet.

Artikel 6a. Correctiefactor te late indiening verantwoordingsinformatie

De correctiefactor, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Besluit Participatiewet, bedraagt 5%.

§ 4. Toetsing lijfrenten

Artikel 6b. Toetsing inleg lijfrente

1.

Voor de toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet wordt de inleg in het jaar van aanvraag van bijstand en de daaraan voorafgaande vier kalenderjaren in beschouwing genomen.

2.

Voor de beoordeling of de inleg ten hoogste het in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet genoemde bedrag heeft bedragen, wordt:

  • a. voor de inleg gedaan in het jaar van aanvraag van bijstand: het genoemde bedrag naar evenredigheid van de tussen 1 januari en de dag van aanvraag van bijstand gelegen periode in aanmerking genomen;
  • b. voor de inleg gedaan in de aan de aanvraag voorafgaande vier kalenderjaren: het genoemde bedrag in aanmerking genomen dat geldt op de dag van aanvraag van bijstand.

Artikel 6c. Toetsing waarde lijfrente en hoogte inleg

Het bedrag waarmee bij toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet de inleg het in subonderdeel 3° van dat onderdeel genoemde bedrag overschrijdt, wordt in mindering gebracht op de waarde van de lijfrente of lijfrenten.

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Artikel 7. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend:

  • a. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp;
  • c. de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interim-aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht);
  • d. de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie;
  • e. de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose;
  • g. de individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti, Roma en Indische gemeenschappen;
  • j. de uitkering, bedoeld in artikel 3 van de Vaststellingsovereenkomst houdende een regeling voor een collectieve partiële afwikkeling van schade die mogelijk verband houdt met DES-gebruik tijdens zwangerschap, die is gehecht aan de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 1 juni 2006, R05/1743 (LJN: AX6440) en bij die beschikking op grond van artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verbindend is verklaard voor de in artikel 1 van die overeenkomst bedoelde personen;
  • l. de vergoeding, toegekend aan slachtoffers van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk, bedoeld in de Compensatieregelingen R.-K. Kerk Nederland;
  • p. betalingen door de Dienst Toeslagen inzake:
  • q. het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE;
  • r. een uitkering als bedoeld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, met uitzondering van het deel van de uitkering dat vanwege de derving van levensonderhoud wordt verstrekt aan nabestaanden;
  • s. de eenmalige aanvullende financiële bijdrage van de Stichting Zorg na Werk in Coronazorg;
  • u. een schadevergoeding als bedoeld in de Civielrechtelijke regeling ter uitvoering van het arrest van de Hoge Raad van 19 juli 2019 inzake Staat/Stichting Mothers of Srebrenica, Ministerie van Defensie (Stcrt. 2021, 27109);
  • x. de schadevergoeding die door de Stichting Vergoeding schade slachtoffers schietincident Alphen aan den Rijn is toegekend aan de overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011;
  • y. de schadevergoeding die is verkregen door nabestaanden van personen die als gevolg van het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 zijn overleden;
  • z. de eenmalige uitkering in verband met langdurige post-COVID klachten aan zorgmedewerkers op grond van de Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten;
  • cc. de betalingen die verband houden met de herziening van de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap genomen besluiten inzake: die zijn genomen op grond van de controlewerkwijze waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft geconstateerd dat sprake was van indirecte discriminatie;
  • 1°. herziening van het recht op studiefinanciering;
  • 2°. terugvordering van studiefinanciering; en
  • 3°. boete,
  • ee. betalingen door het Instituut Mijnbouwschade Groningen, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, inzake:
  • 1°. de vergoedingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdelen b en c van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 2°. de maatregelen of vergoedingen, bedoeld in artikel 2, negende lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 3°. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 4°. de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vierde lid, van de Tijdelijke wet Groningen voor de eigenaar van een gebouw voor de door hem gemaakte kosten voor bouwkundig en financieel advies;
  • 5°. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1a van het Besluit Tijdelijke wet Groningen;
  • 6°. het oplossen van knelpunten, bedoeld in artikel 1a.1 van de Regeling Tijdelijke wet Groningen;
  • ff. betalingen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake:
  • 1°. de vergoeding, bedoeld in artikel 13i, tweede lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 2°. de vergoeding, bedoeld in artikel 13ia, derde lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 3°. de vergoeding, bedoeld in artikel 13ib, derde lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 4°. de vergoedingen, bedoeld in artikel 13j, eerste lid, onderdeel b en onderdeel c, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 5°. de vergoeding, bedoeld in artikel 13m, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • 6°. de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vijfde lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • gg. betalingen door de gemeenten Eemsdelta, Groningen en Midden-Groningen op grond van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
  • hh. vergoeding door de exploitant, bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen van schade als bedoeld in artikel 177 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk.

Artikel 7a. Indexering

Vervallen

§ 6. Vakantietoeslag

Artikel 8. Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. inkomen: in aanmerking te nemen inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet voorzover daarover aanspraak op vakantietoeslag bestaat, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de wet;

Artikel 9. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2026.

Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag

Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de artikelen 11, 12, 13 of 14 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.

Artikel 11. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit tegenwoordige arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0,00 876,39 8,00% x ink
876,39 1.059,26 8,00% x ink - € 20,77
1.059,26 2.175,48 8,00% x ink - € 02,67
2.175,48 5,02% X ink - € 01,68

Artikel 12. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit vroegere arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0,00 672,38 8,00% x ink
672,38 726,15 5,14% x ink
726,15 1.733,81 8,00% x ink - € 20,77
1.733,81 1.851,75 7,20% x ink - € 18,70
1.851,75 8,00% x ink - € 33,46

Artikel 13. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0 8,00% x ink

Artikel 14. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

1.

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag voor:

a. alleenstaande 6,51% x ink
b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt 6,78% x ink
c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:
– het inkomen € 1.507,16 of meer bedraagt 6,78% x ink - € 20,48
– het inkomen lager is dan € 1.507,16 6,78% x ink
2.

Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.

§ 7. Verzoeken vangnetuitkering

Artikel 15. Procedurele bepalingen verzoek vangnetuitkering

1.

Een verzoek tot een vangnetuitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 15 augustus van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.

2.

Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen voor of na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt niet in behandeling genomen.

3.

De toetsingscommissie adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, over de te nemen beslissing.

4.

De toetsingscommissie kan de minister voor 15 oktober verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober vast te stellen.

5.

Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen.

6.

Het college verstrekt bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de minister informatie over genomen maatregelen om te komen tot een reductie dan wel tot een verdere reductie van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de verstrekte uitkering.

§ 7a. Vergoeding centrumgemeenten bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004

Artikel 15a. Bedragen vergoeding centrumgemeenten bijstandverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004

1.

De kosten, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, van een aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan ondernemers in de binnenvaart komen voor vergoeding in aanmerking, voor zover de kosten per onderzoek niet meer bedragen dan:

  • b. € 1.264,00 voor een rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een oudere of een beëindigende zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, van het Bbz 2004 of een nader of vervolgrapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een zelfstandige.
2.

De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant.

§ 7b. Vaststelling aantallen beschut werk

Artikel 15b. Aantallen beschut werk

Het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op het in bijlage II bij deze regeling bepaalde aantal per gemeente.

§ 7c. Vaststelling tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek

Artikel 15ba. Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek

De tegemoetkoming voor een huishouden dat voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, bedraagt:

  • a. € 1.000 voor een huishouden dat in het jaar 2025 aan de voorwaarden voldoet;
  • b. € 1.100 voor een huishouden dat in het jaar 2026 aan de voorwaarden voldoet.

§ 8. Slotbepalingen

Artikel 15c. Grondslag

Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 78gg, zevende lid, van de wet, 20a, tiende lid, en 29, zesde lid, van de IOAW en 20a, tiende lid, en 29, zesde lid, van de IOAZ.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.

Bijlage I. behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Indicator Gewicht Peildatum schatting Peildatum verdeling
*Niet-rechthebbenden*
Te veel vermogen
Alleenstaande, vermogen > € 7.605 – 1,8555704 1-1-2023 Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023
Alleenstaande, vermogen t/m € 7.605, overwaarde boven € 64.100 – 0,6609162 1-1-2023 Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023
Paar, vermogen boven € 15.210 – 1,5478988 1-1-2023 Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023
Paar, vermogen tot en met € 15.210, overwaarde boven € 64.100 – 0,6862660 1-1-2023 Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023
Andere uitkering
AO-uitkering (15%-80% of onbekend) in hh – 4,2224559 5-1-2023 31-12-2024
AO-uitkering (80%-100%) in hh – 4,1987133 5-1-2023 31-12-2024
WW-uitkering in hh – 2,4304946 5-1-2023 31-12-2024
ANW-uitkering in hh – 5,7114727 5-1-2023 31-12-2024
Zw-uitkering of wachtgeld in hh – 2,6667868 5-1-2023 31-12-2024
Pensioenuitkering in hh – 0,8444859 5-1-2023 31-12-2024
Kan/wil niet werken
Student (mbo/hbo/wo) in hh – 2,0685825 1-10-2022 1-10-2024
*Aanbodkant van de arbeidsmarkt*
Leeftijd
18 tot 20-jarige in hh referentie 1-1-2023 31-12-2024
20 tot 25-jarige in hh 1,1055800 1-1-2023 31-12-2024
25 tot 30-jarige in hh 1,6734069 1-1-2023 31-12-2024
30 tot 40-jarige in hh 1,9510109 1-1-2023 31-12-2024
40 tot 50-jarige in hh 2,2016427 1-1-2023 31-12-2024
50-jarige tot AOW-leeftijd in hh 2,6347172 1-1-2023 31-12-2024
Gezinssituatie
Alleenstaande referentie 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-moeder, jongste kind tot 5 1,0709808 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-moeder, jongste kind 5-12 0,3745665 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-moeder, jongste kind 12-18 – 0,1342996 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-moeder, jongste kind 18+ – 0,3483763 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-vader, jongste kind tot 5 – 0,2725922 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-vader, jongste kind 5-12 0,0027655 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-vader, jongste kind 12-18 – 0,3110965 1-1-2023 31-12-2024
Eenouder-vader, jongste kind 18+ – 0,9053010 1-1-2023 31-12-2024
Paar, jongste kind 18- – 0,7857138 1-1-2023 31-12-2024
Paar, jongste kind 18+ – 1,3798868 1-1-2023 31-12-2024
Paar zonder kinderen – 0,9913039 1-1-2023 31-12-2024
Thuiswonend meerderjarig kind – 0,4609698 1-1-2023 31-12-2024
Overig huishouden 0,3192275 1-1-2023 31-12-2024
Wonen in corporatiewoning 1,5123740 31-12-2022 30-12-2024
Wonen op een standplaats 1,5719418 31-12-2022 31-12-2024
Migratieachtergrond
Geen migratieachtergrond in hh Referentie 1-1-2023 31-12-2024
Turk in hh 0,2548469 1-1-2023 31-12-2024
Surinamer in hh 0,0870234 1-1-2023 31-12-2024
Caribisch Nederlander in hh 0,1321480 1-1-2023 31-12-2024
Marokkaan in hh 0,4120512 1-1-2023 31-12-2024
Ghanees in hh – 0,0618244 1-1-2023 31-12-2024
Somaliër of Eritreeër in hh 1,0576231 1-1-2023 31-12-2024
Overig Afrika in hh 0,5515808 1-1-2023 31-12-2024
Afghaan in hh 1,2975822 1-1-2023 31-12-2024
Irakees in hh 1,1610649 1-1-2023 31-12-2024
Syriër in hh 2,0224429 1-1-2023 31-12-2024
Iranees in hh 0,7513077 1-1-2023 31-12-2024
Chinees in hh – 0,0610809 1-1-2023 31-12-2024
Indiaas in hh – 0,8590884 1-1-2023 31-12-2024
Overig Azië in hh 0,2030656 1-1-2023 31-12-2024
Voormalig Joegoslavisch in hh 0,2616966 1-1-2023 31-12-2024
Voormalig Sovjet-Unie, exclusief Oekraïne in hh 0,2373707 1-1-2023 31-12-2024
Voormalig Sovjet-Unie, exclusief Oekraïne en na 24 februari in Nederland gekomen in hh – 2,6990946 1-1-2023 31-12-2024
Oekraïner in hh 0,0688128 1-1-2023 31-12-2024
Oekraïner en na 24 februari 2022 in Nederland gekomen in hh – 5,1428890 1-1-2023 31-12-2024
Overig Europees in hh – 0,7087066 1-1-2023 31-12-2024
Overig Amerika en Oceanië in hh – 0,1828582 1-1-2023 31-12-2024
Opleiding
HCI (human capital index) onbekend referentie Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022 Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023
Lage HCI in hh 0,5688725 Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022 Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023
Middelbare of hoge HCI in hh – 2,7420092 Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022 Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023
(V)SO/Pro gevolgd in hh 0,5153509 Gevolgd tussen schooljaar 2010/2011 en 2021/2022, niet gevolgd in schooljaar 2022/2023 Gevolgd tussen schooljaar 2012/2013 en 2023/2024, niet gevolgd in schooljaar 2024/2025
Gezondheid
Zorgkosten boven € 5.000 in hh 0,1558716 Heel 2022 Heel 2022
Zorgkosten voor hulpmiddelen 0,1386926 Heel 2022 Heel 2022
Zorgkosten voor ziekenhuisbezoek 0,1347905 Heel 2022 Heel 2022
Bovengemiddelde huisartskosten 0,1035051 Heel 2022 Heel 2022
Verleden met zorgkosten boven de € 5.000 0,4413400 Gehele jaren, 2012 tot en met 2022 Gehele jaren, 2012 tot en met 2022
Verleden met GGZ-kosten 0,5555446 Gehele jaren, 2012 tot en met 2022 Gehele jaren, 2012 tot en met 2022
Uitgevallen ex-student met psychoproblematiek 1,1276171 Opleidingsniveau 1-10-2022, psychoproblematiek over heel 2022, en gebruik ggz-zorg over heel 2022. Opleidingsniveau 1-10-2023, psychoproblematiek over heel 2023, en gebruik ggz-zorg over heel 2022.
Gebruik GGZ-zorg in hh 0,3112140 Heel 2022 Heel 2022
Medicijnen voor verslaving in hh – 0,0206242 Heel 2022 Heel 2023
Medicijnen voor depressie in hh 0,2291552 Heel 2022 Heel 2023
Medicijnen voor psychose in hh 0,2326531 Heel 2022 Heel 2023
Medicijnen voor epilepsie in hh 0,2815749 Heel 2022 Heel 2023
Medicijngebruik uit minder dan 4 hoofdgroepen in hh referentie Heel 2022 Heel 2023
Medicijngebruik uit 4 tot 6 hoofdgroepen in hh 0,0787502 Heel 2022 Heel 2023
Medicijngebruik uit 6 tot 8 hoofdgroepen in hh 0,1545379 Heel 2022 Heel 2023
Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen in hh 0,2169834 Heel 2022 Heel 2023
Combinaties van factoren
Niet-Europees (excl. Overig Azië en Overig Amerika en Oceanië) in hh en 50-jarige tot AOW in hh 0,2519365 1-1-2023 31-12-2024
Niet-Europees (excl. Overig Azië en Overig Amerika en Oceanië) in hh en gezondheidsproblemen1 in hh 0,0230759 1-1-2023 voor migratieachtergrond, heel 2022 voor gezondheidsproblemen 31-12-2024 voor migratieachtergrond, heel 2022 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2023 voor overige gezondheidsproblemen
Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen1 in hh 0,2120098 Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022, heel 2022 voor gezondheidsproblemen Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023, heel 2022 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2023 voor overige gezondheidsproblemen
*Vraagkant van de arbeidsmarkt*
Banen per lid beroepsbevolking, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel – 4,8598002 1-1-2023 1-1-2024
Verdringing op de arbeidsmarkt per lid laagopgeleide beroepsbevolking, gecorrigeerd voor reistijd en concurrentie 1,0049417 1-1-2023 1-1-2024
Buurteffecten
Aandeel niet-werkenden in directe omgeving t.o.v. de wijdere omgeving 2,5611055 1-1-2023 1-1-2024
Index overlast en onveiligheid 1,3575904 1-1-2023 1-1-2024
Constante – 1,9977512 n.v.t. n.v.t.

1 Definitie gezondheidsproblemen: persoon in huishoudens heeft 1 van de volgende kenmerken: heeft zorgkosten boven € 5.000, maakt gebruik van GGZ-zorg, van medicijnen tegen verslaving, depressie, psychose of epilepsie en pijn, of maakt gebruik van 4 of meer medicijngroepen.

Type huishouden Normbedrag
Alleenstaande (ouder), leeftijd 21 tot AOW € 20.817,34
Alleenstaande (ouder), 18, 19 of 20 jaar € 4.055,76
Gehuwd paar, beide partners leeftijd 21 tot AOW € 27.007,48
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren) € 8.111,52
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren) € 12.805,44
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren) € 15.790,56
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren) € 22.356,37
Normen gerechtigde leeftijd 21 tot AOW bij aantal kostendelers Normbedrag
2 kostendelers € 13.503,74
3 kostendelers € 11.065,81
4 kostendelers € 9.846,94
5 kostendelers € 9.115,51
6 kostendelers € 8.628,07
7 kostendelers € 8.382,00
8 kostendelers € 8.214,36
9 kostendelers € 8.083,92
10 kostendelers (of meer) € 7.979,64
Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers met kinderen Normbedrag
2 kostendelers € 19.918,44
3 kostendelers € 18.699,57
4 kostendelers € 17.968,13
5 kostendelers € 17.480,70
6 kostendelers € 17.132,37
7 kostendelers € 16.964,04
8 kostendelers € 16.833,60
9 kostendelers € 16.729,32
10 kostendelers (of meer) € 19.918,44
Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers zonder kinderen
2 kostendelers € 14.225,88
3 kostendelers € 13.443,60
4 kostendelers € 12.974,16
5 kostendelers € 12.661,32
6 kostendelers € 12.437,76
7 kostendelers € 12.270,12
8 kostendelers € 12.139,68
9 kostendelers € 12.035,40
10 kostendelers (of meer) € 14.225,88
Afwijkende normen gehuwden o.b.v. art. 24 Participatiewet Normbedrag
rechthebbende leeftijd 21 of ouder met of zonder kinderen € 13.503,74
rechthebbende leeftijd jonger dan 21, zonder kind € 4.055,76
rechthebbende leeftijd jonger dan 21, met kind € 6.402,72
Indicator Gewicht
--- ---
*Directe verrekening*
Andere uitkering
WW-uitkering in hh – 1,9655203
AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh – 2,4439655
AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh – 3,2952478
ANW-uitkering in hh – 2,3704195
Zw-uitkering of wachtgeld in hh – 2,2741673
Pensioenuitkering in hh – 1,2897474
Kans op deeltijdwerk
Aanbodkant van de arbeidsmarkt
Leeftijd
18 tot 25-jarige in hh referentie
25 tot 30-jarige in hh – 0,2583323
30 tot 40-jarige in hh – 0,3457572
40 tot 50-jarige in hh – 0,3336410
50-jarige tot AOW-leeftijd in hh – 0,1775375
Gezinssituatie
Alleenstaande, eenoudervader referentie
Eenouder-moeder, jongste kind tot 5 – 0,3110336
Eenouder-moeder, jongste kind 5+ – 0,4441213
Paar met kinderen – 0,9749875
Paar zonder kinderen, overig huishouden – 1,0976525
Thuiswonend meerderjarig kind – 0,5210272
Wonen in corporatiewoning of op standplaats 0,1976393
Migratieachtergrond
Geen, westerse, of overige niet-westerse migratieachtergrond in hh referentie
Turk in hh 0,2324311
Surinamer in hh 0,0914459
Marokkaan in hh 0,2464451
Overig Afrika in hh 0,1815156
Irakees, Syriër, Iraniër, of Afghaan in hh 0,3466441
Opleiding
HCI (human capital index) onbekend referentie
Lage HCI in hh 0,2347849
Middelbare of hoge HCI in hh – 0,0587812
Gezondheid
Gebruik GGZ-zorg in hh 0,0969737
Medicijnen voor depressie in hh 0,0419880
Combinaties van factoren
Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh 0,1395893
Vraagkant van de arbeidsmarkt
Laaggeschoolde banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel 0,0720317
Buurteffecten
Index overlast en onveiligheid 0,5099018
Loonkostensubsidie
Indicator LKS – 2,4306064
Constante 2,0263536

Bijlage II. behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

CBS-code Gemeente ultimo 2026
1680 Aa en Hunze 11
358 Aalsmeer 10
197 Aalten 12
59 Achtkarspelen 15
482 Alblasserdam 12
613 Albrandswaard 22
361 Alkmaar 106
141 Almelo 111
34 Almere 139
484 Alphen aan den Rijn 78
1723 Alphen-Chaam 1
1959 Altena 37
60 Ameland 1
307 Amersfoort 87
362 Amstelveen 40
363 Amsterdam 680
200 Apeldoorn 133
202 Arnhem 271
106 Assen 75
743 Asten 9
744 Baarle-Nassau 3
308 Baarn 6
489 Barendrecht 15
203 Barneveld 20
888 Beek 7
1954 Beekdaelen 17
889 Beesel 9
1945 Berg en Dal 23
1724 Bergeijk 12
893 Bergen (L.) 14
373 Bergen (NH.) 11
748 Bergen op Zoom 57
1859 Berkelland 28
1721 Bernheze 27
753 Best 20
209 Beuningen 16
375 Beverwijk 32
1728 Bladel 20
376 Blaricum 1
377 Bloemendaal 7
1901 Bodegraven-Reeuwijk 13
755 Boekel 11
1681 Borger-Odoorn 23
147 Borne 11
654 Borsele 10
757 Boxtel 59
758 Breda 135
1876 Bronckhorst 22
213 Brummen 14
899 Brunssum 26
312 Bunnik 3
313 Bunschoten 5
214 Buren 15
502 Capelle aan den IJssel 41
383 Castricum 15
109 Coevorden 24
1706 Cranendonck 12
216 Culemborg 23
148 Dalfsen 11
1891 Dantumadiel 10
310 De Bilt 12
1940 De Fryske Marren 15
736 De Ronde Venen 15
1690 De Wolden 8
503 Delft 97
400 Den Helder 78
762 Deurne 29
150 Deventer 148
384 Diemen 16
1980 Dijk en Waard 67
1774 Dinkelland 9
221 Doesburg 10
222 Doetinchem 56
766 Dongen 11
505 Dordrecht 141
498 Drechterland 8
1719 Drimmelen 9
303 Dronten 16
225 Druten 11
226 Duiven 17
1711 Echt-Susteren 21
385 Edam-Volendam 13
228 Ede 90
317 Eemnes 2
1979 Eemsdelta 54
770 Eersel 13
1903 Eijsden-Margraten 20
772 Eindhoven 230
230 Elburg 21
114 Emmen 96
388 Enkhuizen 16
153 Enschede 148
232 Epe 20
233 Ermelo 22
777 Etten-Leur 27
779 Geertruidenberg 19
1771 Geldrop-Mierlo 32
1652 Gemert-Bakel 27
907 Gennep 20
784 Gilze en Rijen 11
1924 Goeree-Overflakkee 24
664 Goes 32
785 Goirle 15
1942 Gooise Meren 14
512 Gorinchem 42
513 Gouda 100
14 Groningen 205
1729 Gulpen-Wittem 4
158 Haaksbergen 14
392 Haarlem 112
394 Haarlemmermeer 58
1655 Halderberge 23
160 Hardenberg 44
243 Harderwijk 34
523 Hardinxveld-Giessendam 11
72 Harlingen 11
244 Hattem 5
396 Heemskerk 27
397 Heemstede 11
246 Heerde 13
74 Heerenveen 20
917 Heerlen 114
1658 Heeze-Leende 6
399 Heiloo 18
163 Hellendoorn 17
794 Helmond 130
531 Hendrik-Ido-Ambacht 12
164 Hengelo 72
1966 Het Hogeland 50
252 Heumen 9
797 Heusden 28
534 Hillegom 17
798 Hilvarenbeek 4
402 Hilversum 39
1963 Hoeksche Waard 32
1735 Hof van Twente 14
1911 Hollands Kroon 27
118 Hoogeveen 55
405 Hoorn 85
1507 Horst aan de Maas 16
321 Houten 19
406 Huizen 16
677 Hulst 21
353 IJsselstein 21
1884 Kaag en Braassem 9
166 Kampen 30
678 Kapelle 7
537 Katwijk 37
928 Kerkrade 51
1598 Koggenland 11
542 Krimpen aan den IJssel 14
1931 Krimpenerwaard 29
1659 Laarbeek 10
1982 Land van Cuijk 97
882 Landgraaf 26
415 Landsmeer 5
1621 Lansingerland 14
417 Laren 2
80 Leeuwarden 97
546 Leiden 127
547 Leiderdorp 19
1916 Leidschendam-Voorburg 44
995 Lelystad 61
1640 Leudal 12
327 Leusden 6
1705 Lingewaard 22
553 Lisse 13
262 Lochem 16
809 Loon op Zand 12
331 Lopik 5
168 Losser 10
263 Maasdriel 20
1641 Maasgouw 9
1991 Maashorst 65
556 Maassluis 23
935 Maastricht 150
420 Medemblik 28
938 Meerssen 12
1948 Meierijstad 91
119 Meppel 27
687 Middelburg 26
1842 Midden-Delfland 8
1731 Midden-Drenthe 20
1952 Midden-Groningen 55
1709 Moerdijk 20
1978 Molenlanden 13
1955 Montferland 31
335 Montfoort 4
944 Mook en Middelaar 4
1740 Neder-Betuwe 14
946 Nederweert 6
356 Nieuwegein 41
569 Nieuwkoop 12
267 Nijkerk 18
268 Nijmegen 220
1930 Nissewaard 49
1970 Noardeast-Fryslân 24
1695 Noord-Beveland 6
1699 Noordenveld 13
171 Noordoostpolder 20
575 Noordwijk 21
820 Nuenen, Gerwen en Nederwetten 13
302 Nunspeet 20
579 Oegstgeest 9
823 Oirschot 9
824 Oisterwijk 19
1895 Oldambt 43
269 Oldebroek 15
173 Oldenzaal 26
1773 Olst-Wijhe 10
175 Ommen 12
1586 Oost Gelre 15
826 Oosterhout 54
85 Ooststellingwerf 14
431 Oostzaan 3
432 Opmeer 7
86 Opsterland 17
828 Oss 183
1509 Oude IJsselstreek 33
437 Ouder-Amstel 3
589 Oudewater 2
1734 Overbetuwe 35
590 Papendrecht 17
1894 Peel en Maas 20
765 Pekela 16
1926 Pijnacker-Nootdorp 19
439 Purmerend 82
273 Putten 11
177 Raalte 17
703 Reimerswaal 12
274 Renkum 28
339 Renswoude 3
1667 Reusel-De Mierden 9
275 Rheden 45
340 Rhenen 7
597 Ridderkerk 22
1742 Rijssen-Holten 17
603 Rijswijk 36
1669 Roerdalen 14
957 Roermond 78
1674 Roosendaal 78
599 Rotterdam 478
277 Rozendaal 1
840 Rucphen 28
441 Schagen 26
279 Scherpenzeel 4
606 Schiedam 57
88 Schiermonnikoog 1
1676 Schouwen-Duiveland 26
518 ’s-Gravenhage 354
796 ’s-Hertogenbosch 250
965 Simpelveld 6
845 Sint-Michielsgestel 23
1883 Sittard-Geleen 77
610 Sliedrecht 14
1714 Sluis 17
90 Smallingerland 55
342 Soest 14
847 Someren 8
848 Son en Breugel 7
37 Stadskanaal 56
180 Staphorst 8
532 Stede Broec 16
851 Steenbergen 13
1708 Steenwijkerland 29
971 Stein 13
1904 Stichtse Vecht 30
1900 Súdwest-Fryslân 37
715 Terneuzen 73
93 Terschelling 1
448 Texel 13
1525 Teylingen 22
716 Tholen 14
281 Tiel 62
855 Tilburg 199
183 Tubbergen 6
1700 Twenterand 23
1730 Tynaarlo 19
737 Tytsjerksteradiel 14
450 Uitgeest 7
451 Uithoorn 14
184 Urk 6
344 Utrecht 183
1581 Utrechtse Heuvelrug 16
981 Vaals 5
994 Valkenburg aan de Geul 9
858 Valkenswaard 15
47 Veendam 41
345 Veenendaal 44
717 Veere 5
861 Veldhoven 26
453 Velsen 58
983 Venlo 74
984 Venray 41
1961 Vijfheerenlanden 29
622 Vlaardingen 53
96 Vlieland 1
718 Vlissingen 30
986 Voerendaal 4
1992 Voorne aan Zee 30
626 Voorschoten 11
285 Voorst 14
865 Vught 34
1949 Waadhoeke 25
866 Waalre 4
867 Waalwijk 31
627 Waddinxveen 25
289 Wageningen 26
629 Wassenaar 8
852 Waterland 8
988 Weert 44
1960 West Betuwe 27
668 West Maas en Waal 7
1969 Westerkwartier 35
1701 Westerveld 11
293 Westervoort 18
1950 Westerwolde 23
1783 Westland 46
98 Weststellingwerf 15
189 Wierden 7
296 Wijchen 29
1696 Wijdemeren 6
352 Wijk bij Duurstede 10
294 Winterswijk 17
873 Woensdrecht 14
632 Woerden 23
880 Wormerland 9
351 Woudenberg 2
479 Zaanstad 133
297 Zaltbommel 18
473 Zandvoort 7
50 Zeewolde 8
355 Zeist 51
299 Zevenaar 38
637 Zoetermeer 88
638 Zoeterwoude 3
1892 Zuidplas 18
879 Zundert 9
301 Zutphen 77
1896 Zwartewaterland 15
642 Zwijndrecht 30
193 Zwolle 111

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)