Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Waterstaat over de periode (1911–) 1945–2001 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Type Archiefselectielijst
Publication 2004-08-18
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 12 november 2003, nr. arc-2003.6257/3);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Waterstaat over de periode (1911–) 1945–2001’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Selectielijsten

Minister van Verkeer en Waterstaat

1. Handeling: Integraal waterstaatsbeleid en algemene handelingen

Handeling: Het voorbereiden, (mede)vaststellen, coördineren en evalueren van integraal waterstaatsbeleid.

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake het waterstaatsbeleid of onderdelen ervan.

Periode: 1945–

Waardering: B (3)

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van de Kamers der Staten Generaal inzake het waterstaatsbeleid of onderdelen ervan.

Periode: 1945–

Waardering: B (2,3)

Handeling: Het verstrekken van informatie aan de Commissies voor de Verzoekschriften van de Staten Generaal, aan overige kamercommissies en aan de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten van burgers inzake het waterstaatsbeleid of onderdelen ervan.

Periode: 1945–

Waardering: B (3)

Handeling: Het beslissen op beroepsschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake het waterstaatsbeleid en het voeren van verweer in beroepsschriftenprocedures voor de Raad van State en/of kantonrechter.

Periode: 1945–

Waardering: B (3)

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake het waterstaatsbeleid of onderdelen ervan.

Periode: 1945–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het instellen en opheffen van vaste commissies ter voorbereiding van het waterstaatsbeleid of onderdelen ervan.

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Handeling: Het instellen en opheffen van ad-hoc commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het waterstaatsbeleid of onderdelen ervan.

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

927

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jr.

2. Handeling: Verkeersveiligheid

Handeling: Het instellen van de Directie Verkeersveiligheid (DVV) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Periode: 1974–1975

Waardering: B (4)

Handeling: Het opzetten en onderhouden van de interdepartementale overlegstructuur voor de verkeersveiligheid door middel van de Centrale Commissie voor de Verkeersveiligheid (CCVV) en de Interdepartementale Stuurgroep verkeersveiligheidsbeleid (ISVV).

Periode: 1975–

Waardering: B (4)

Handeling: Het instellen en opheffen van de Permanente Contactgroep voor de Verkeersveiligheid (PCGV) en het instellen van het Overlegorgaan Verkeersveiligheid (OVV).

Periode: 1974–1996

Waardering: B (4)

Handeling: Het instellen van de Raad voor de Verkeersveiligheid.

Periode: 1977–1981

Waardering: B (4)

Handeling: Het voordragen van leden, voorzitters en secretarissen voor de Raad voor de Verkeersveiligheid ter benoeming door de Kroon.

Periode: 1977–1996

Waardering: B (4)

Handeling: Het goedkeuren van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Verkeersveiligheid.

Periode: 1981–1996

Waardering: B (4)

Handeling: Het evalueren van de bestaande bestuurlijke organisatie van de verkeersveiligheid.

Periode: 1975–

Waardering: B (4)

Handeling: Het opzetten van een geregionaliseerde structuur van de verkeersveiligheidszorg onder andere door middel van het afsluiten van convenanten met Gedeputeerde Staten om te komen tot inrichting van Regionale Organen voor de Verkeersveiligheid.

Periode: 1980–

Waardering: B (4)

Handeling: Het bemannen van verkeersveiligheidsgroepen die de Regionale Organen voor de Verkeersveiligheid ondersteunend en adviserend bijstaan.

Periode: 1980–1988

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het goedkeuren van werkplannen van Regionale Organen Verkeersveiligheid.

Periode: 1981–

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het leveren van financiële bijdragen aan Regionale Organen voor de Verkeersveiligheid.

Periode: 1991–

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het maken van bestuurlijke afspraken met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met betrekking tot de decentralisatie van de verkeersveiligheid.

Periode: 1992–

Waardering: B (4)

Handeling: Het opzetten van een financieringsstructuur voor de verkeersveiligheid in verband met de overheveling van taken en bevoegdheden naar de Regionale Organen voor de Verkeersveiligheid en de vervoerregio's.

Periode: 1992–

Waardering: B (4)

Handeling: Het reorganiseren van het departementale verkeersveiligheidsbestel.

Periode: 1986–

Waardering: B (4)

Handeling: Het subsidiëren van particuliere organisaties op het gebied van verkeersveiligheid.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het vaststellen van nota's met betrekking tot de kerntaken van particuliere organisaties werkzaam op het terrein van de verkeersveiligheid.

Periode: 1992–

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van subsidievoorwaarden voor de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), alsmede het jaarlijks ter beschikking stellen van doelsubsidies aan de SWOV.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het jaarlijks toetsen van de kwaliteit van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd in het kader van de door de minister aan de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid verstrekte doelsubsidies.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het afsluiten van projectovereenkomsten met de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het bieden van een platform, Verkeer en Waterstaat-breed, waarbinnen het internationaal overleg betreffende de verkeersveiligheid wordt voorbereid en geëvalueerd.

Periode: 1975–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de vergaderingen van de Raad van de Europese Gemeenschap met betrekking tot onderwerpen de verkeersveiligheid aangaande.

Periode: 1957–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in ad hoc werkgroepen die door de Commissie van de Europese Gemeenschap zijn ingesteld met betrekking tot het communautair verkeersveiligheidsbeleid.

Periode: 1957–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de bijeenkomsten in het kader van de Working Party on Road Traffic Safety (WP-1) ter amendering van de Europese Overeenkomsten tot aanvulling van de verdragen van Wenen inzake het wegverkeer en inzake verkeerstekens.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in bijeenkomsten van het Road Safety Committee (CSR), ter voorbereiding van resoluties van de Ministerraad van de Conférence Européene des Ministres de Transports (CEMT).

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de vergaderingen van (sub)commissies binnen de Benelux, waarin verkeersveiligheidsaangelegenheden aan de orde komen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het laten uitvoeren van beleidsonderbouwend en -evaluerend onderzoek op het gebied van de verkeersveiligheid.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1/3)

Handeling: Het uitvoeren van beleidsonderbouwend en -evaluerend onderzoek op het gebied van de verkeersveiligheid.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1/3)

Handeling: Het opstellen van het meerjarenonderzoeksprogramma verkeersveiligheid.

Periode: 1991–

Waardering: B (1)

Handeling: Het toetsen van de programma's voor anticiperend onderzoek en de basisproducten van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV).

Periode: 1992–1996

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het opstellen van nota's en meerjarenplannen met betrekking tot de verkeersveiligheid.

Periode: 1965–

Waardering: B (1)

Handeling: Het van rijkswege inbrengen van bijdragen en standpunten met betrekking tot de regionale verkeersveiligheid binnen de Regionale Organen Verkeersveiligheid.

Periode: 1980–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het toetsen van regionale verkeers- en vervoersplannen en SVV-projecten op hun effecten op de verkeersveiligheid.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling:Het voorbereiden van (wijzigingen op) de wegenverkeerswet in verband met verkeersveiligheidskwesties.

Periode:

Waardering: Vervallen

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's op basis van de Wegenverkeerswet met betrekking tot de verkeersveiligheid.

Periode:

Waardering: Vervallen

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Justitie, het Openbaar Ministerie en politieorganisaties over het opsporings- en vervolgingsbeleid met betrekking tot snelheidsovertredingen en overtredingen van de alcoholbepalingen en met betrekking tot het innemen van rijbewijzen in verband met alcoholmisbruik en (notoire) snelheidsovertreding (vorderingenbeleid).

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het aanwijzen van gemachtigden die bevoegd zijn om verklaringen van rijvaardigheid af te geven en het aanpassen en evalueren van deze machtigingen.

Periode: 1950–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het vaststellen van eisen voor de theorie- en praktijkexamens voor rijbewijzen.

Periode: 1950–

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van tarieven, procedures en formulieren ten behoeve van de uitvoering van het rijbewijsstelsel.

Periode: 1950–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van (wijzigingen op) de Wet rijonderricht motorrijtuigen.

Periode: 1974–

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen bij AMvB van eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht.

Periode: 1974–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het aanwijzen van diploma's waaruit de bekwaamheid tot het geven van rijonderricht blijkt.

Periode: 1974–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van tarieven, aanvraagprocedures en modellen van documenten ten behoeve van de afgifte van instructiebewijzen, diploma's en ontheffingen met betrekking tot het geven van rijonderricht met motorrijtuigen.

Periode: 1974–

Waardering: B (1)

Handeling: Het goedkeuren van examenreglementen van instanties die diploma's waaruit de bekwaamheid tot het geven van rijonderricht blijkt, afgeven.

Periode: 1974–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het houden van toezicht op de afgifte van diploma's, getuigschriften en certificaten waaruit de bekwaamheid tot het geven van rijonderricht blijkt.

Periode: 1974–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het op aanvraag afgeven van instructiebewijzen aan personen die voldoen aan eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht.

Periode: 1974–1994

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het stellen van nadere regels voor het verkrijgen van ontheffing om rijinstructie te mogen geven zonder een door de minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven instructiebewijs.

Periode: 1975–

Waardering: B (1)

Handeling: Het verlenen en intrekken van tijdelijke en permanente ontheffingen om rij-instructie te mogen geven zonder een door de minister afgegeven instructiebewijs.

Periode: 1974–1994

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het op verzoek afnemen van staatsexamens ter verkrijging van diploma's waaruit de bekwaamheid tot het geven van rijonderricht blijkt.

Periode: 1974–1994

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het aanwijzen van deskundigen die op verzoek van een door het CBR afgewezen kandidaat aan een herexamen zullen onderwerpen.

Periode: 1950–1989

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het vaststellen van tarieven en procedures ten behoeve van de aanvragen voor herkeuringen van CBR-examens.

Periode: 1950–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het stellen van nadere regelingen (bij of krachtens AMvB) met betrekking tot de instelling, taken en samenstelling van een commissie van advies aangaande vorderingen ex art. 18 Wegenverkeerswet.

Periode: 1978–1996

Waardering: B (1)

Handeling: Het benoemen van de leden van de commissie van advies aangaande vorderingen ex art. 18 Wegenverkeerswet.

Periode: 1979–1996

Waardering: B (1)

Handeling: Het stellen van nadere regelingen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid tot het afgeven van vorderingen aan rijbewijshouders om zich te onderwerpen aan een onderzoek naar rijvaardigheid dan wel -bekwaam⁠heid.

Periode: 1951–

Waardering: B (1)

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het beleid met betrekking tot de vordering van rijvaardigheidsonderzoeken.

Periode: 1935–

Waardering: B (1)

Handeling: Het doen uitvoeren, naar aanleiding van een vordering ex art. 18, van een geschiktheids- en/of een rijvaardigheidsonderzoek.

Periode: 1951–1993

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het aanwijzen van keurende artsen in verband met herkeuringen rijbewijs.

Periode: 1978–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het beoordelen of een vordering terecht door de politie is ingesteld.

Periode: 1978–1996

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het aangeven van doelgroepen en de aan die doelgroepen over te brengen boodschappen en het selecteren en financieren van uitvoerders van de voorlichting.

Periode: 1975–

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen en verspreiden van publieksvoorlichting ter informatie van het publiek en om het verkeersgedrag te beïnvloeden.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5) 1 exemplaar, rest V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen van een strategisch plan verkeers- en vervoerseducatie in basis-, speciaal- en voorgezet onderwijs.

Periode: 1991–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opzetten van een overlegstructuur waarin Verkeer en Waterstaat samen met actoren uit het onderwijsveld aangelegenheden met betrekking tot de verkeerseducatie aan de orde kan stellen.

Periode: –

Waardering: B (4)

Handeling: Het vaststellen van subsidieregelingen ten behoeve van het verkeersveiligheidsbeleid van lagere overheden.

Periode: 1975–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen, prioriteitenschema's en criteria met betrekking tot het verlenen van subsidies aan lagere overheden.

Periode: 1975–

Waardering: B (1)

Handeling: Het verlenen van bijdragen (uitkeringen, subsidies, startpremies, resultaatpremies en aanmoedigingsprijzen) aan lagere overheden in het kader van het regionaal verkeersbeleid.

Periode: 1977–

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het overdragen van kennis met betrekking tot de verbetering van de regionale verkeersveiligheid.

Periode: 1975–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het ontwikkelen, verbeteren en operationeel houden van instrumenten (basisproducten) die bij de beleidsuitvoering van de verkeersveiligheid gebruikt worden.

Periode: 1975–

Waardering: B (5)

Handeling: Het opzetten, financieren, begeleiden en evalueren van proef- en demonstatieprojecten.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het verzorgen van voorlichting aan de lagere overheden en andere partners op het terrein van de verkeersveiligheid.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1) exemplaar eindproduct, rest V, 10 jr.

Handeling: Het maken van afspraken met de auto- en (brom)fietsbranches en verzekeringsmaatschappijen met betrekking tot de verkeersveiligheid van hun producten en diensten.

Periode: 1990–

Waardering: B (1)

3. Handeling: Integraal waterbeheer

Handeling: Het uitvoeren van beleidsanalytische studies met betrekking tot de waterhuishouding in Nederland.

Periode: 1977–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen (eventueel samen met andere ministers) van de nota’s waterhuishouding en van andere nota's die de beleidsvoornemens voor het kwalitatieve en kwantitatieve waterbeheer presenteren.

Periode: 1968–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en vaststellen van beheersplannen voor oppervlaktewateren in beheer van het Rijk.

Periode: 1990–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en vaststellen van indicatieve meerjarenprogramma's (IMP's) met betrekking tot de kwaliteit van het oppervlaktewater.

Periode: 1975–1989

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en vaststellen van beheers- en kwaliteitsplannen voor oppervlaktewateren in beheer van het Rijk.

Periode: 1981–1989

Waardering: B (1)

Handeling: Het beoordelen van provinciale plannen voor de waterhuishouding.

Periode: –

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Provinciale Staten omtrent provinciale plannen voor de waterhuishouding.

Periode: 1980–

Waardering: B (1)

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Provinciale Staten omtrent de inhoud van provinciale plannen voor het grondwaterbeheer ex art. 8 Grondwaterwet.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het overleggen met regionale overheden over de inhoud van provinciale en andere regionale plannen voor de waterhuishouding.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het doen van beleidsvoorbereidend onderzoek naar de toestand, de verbetering en de verontreinigingsbronnen van de waterkwaliteit van het Nederlandse oppervlakte- en grondwater.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het participeren in internationale onderzoeksprogramma's met betrekking tot de waterhuishouding.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van nota's en andere beleidsondersteunende documenten met betrekking tot het regionale beheer van rijkswateren.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van regionale plannen ten behoeve van het beheer van rijkswateren.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het rijksbeleid met betrekking tot aangelegenheden die de Noordzee raken.

Periode: 1999–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Waterstaatswet 1900.

Periode: 1900–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB of Koninklijke Besluiten ter uitvoering van bepalingen van de Waterstaatswet 1900.

Periode: 1917–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's ter uitvoering van bepalingen van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van grenswaarden voor het inbrengen van aangewezen stoffen in oppervlaktewateren en het vaststellen van regels ten aanzien van het meten van die stoffen voor zover het gaat om de uitvoering van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Periode: 1981–

Waardering: B (1)

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister waaronder milieubeheer ressorteert, vaststellen van normen met betrekking tot het verlenen van subsidies ter tegemoetkoming in de kosten van maatregelen tot het tegengaan en het voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren aan diegenen die tot het treffen van die maatregelen gehouden zijn.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister waaronder milieubeheer ressorteert, goedkeuren van provinciale verordeningen met betrekking tot onderwerpen uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Periode: 1981–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Wet verontreiniging zeewater.

Periode: 1972–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB’s ter aanwijzing van stoffen die onder het regime van de Wet verontreiniging zeewater vallen.

Periode: 1975–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van nadere regelingen ter vaststelling van procedures ten behoeve van de aanmelding van aan op zee lozende afvalverwerkers aangeboden partijen afvalstoffen of afgewerkte olie en ter vaststelling van procedures ten behoeve van verzoeken om ontheffing of wijziging van bepalingen van de Wet Verontreiniging Zeewater.

Periode: 1975–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Grondwaterwet.

Periode:

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's ter uitvoering van de Grondwaterwet.

Periode: 1981–

Waardering: B (1)

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Provinciale Staten met betrekking tot de inhoud van de provinciale grondwaterplannen ex art. 8 van de Grondwaterwet.

Periode: 1981–1990

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Wet op de waterhuishouding.

Periode: 1979–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's ter uitvoering van de Wet op de waterhuishouding.

Periode: 1989–

Waardering: B (1)

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Provinciale Staten omtrent de inhoud van provinciale verordeningen met betrekking tot de waterhuishouding.

Periode: 1989–

Waardering: B (1)

Handeling: Het beoordelen van provinciale verordeningen met betrekking tot de waterhuishouding.

Periode: 1989–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het sturen van waterbeheerders bij het ontwerp, de aanleg en de verbetering van rioolwaterzuiveringsinstallaties door middel van het verlenen van subsidies uit de Uitkeringsregeling WVO en door middel van het verbinden van voorwaarden aan af te geven vergunningen in het kader van de WVO.

Periode: 1970–

Waardering: B (5)

Handeling: Het doen van onderzoek naar de technologische mogelijkheden van de zuivering van afvalwater.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het lokaliseren van diffuse bronnen die verantwoordelijk zijn voor de verontreiniging van oppervlaktewateren.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het ontwikkelen, verbeteren en operationeel houden van methoden en technieken ten behoeve van het onderzoek naar de verontreiniging van oppervlaktewateren.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het sluiten van bestuursakkoorden met ministers en overheden met betrekking tot de voorkoming van verontreiniging.

Periode: 1987–

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de sanering van de lozingen van veenkoloniaal afvalwater.

Periode: 1975–1985

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen met betrekking tot het gebruik van koelwater uit rivieren en kanalen ten behoeve van de afgifte van vergunningen aan elektriciteitscentrales.

Periode: 1985–

Waardering: B (1)

Handeling: Het terugdringen van de emissie van schadelijke stoffen door speerpuntbedrijven door middel van het afgeven van vergunningen en gedoogbeschikkingen, het stellen van voorwaarden aan de WVO-vergunningen, het verlenen van subsidies en het afsluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten en convenanten met deze bedrijven.

Periode: 1970–2001

Waardering: B (5)

Handeling: Het terugdringen van de emissie van verontreinigende stoffen door middel van het maken van afspraken en het sluiten van overeenkomsten en convenanten met bedrijven en bedrijfstakken.

Periode: 1989–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het beleid met betrekking tot de afgifte van WVO-vergunningen aan scheepswerven.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opzetten van een structuur voor het inzamelen van chemisch afval langs de rijksbinnenwateren.

Periode: 1992–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het inzamelen en verwerken van chemisch afval langs rijksbinnenwateren.

Periode: 1992–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het voorbereiden van een heffingenstelsel voor de binnenvaart ten behoeve van de inzameling van chemisch afval.

Periode: 1992–2000

Waardering: B (1)

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het RWS-beleid met betrekking tot de verlening van WVO-vergunningen.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het stellen van regels aan meldingen van niet-vergunningplichtige lozingen in oppervlaktewateren.

Periode: 1993–

Waardering: B (5)

Handeling: Het beoordelen van meldingen van niet-vergunningplichtige lozingen in oppervlaktewateren.

Periode: 1993–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het afgeven, wijzigen of weigeren van vergunningen voor lozingen van verontreinigende stoffen op rijkswateren of daaraan gelijk gestelde wateren.

Periode: 1970–

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het verlenen van schadevergoedingen aan vergunninghouders wier vergunning wordt gewijzigd of ingetrokken.

Periode: 1970–

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het aanwijzen van rijkswateren en havens die in open verbinding staan met rijkswateren, waarvoor de bevoegdheid om vergunningen in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren af te geven, aan Gedeputeerde Staten of aan besturen van andere openbare lichamen wordt gedelegeerd.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het adviseren met betrekking tot het verlenen van vergunningen door lagere overheden voor lozingen op oppervlaktewateren.

Periode: 1980–

Waardering: Bij geen bezwaar: V, 5 jr. Bij bezwaar: V, 30 jr.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan vergunningverlenende instanties met betrekking tot aanvragen tot verlening, wijziging of intrekking van een lozingsvergunning.

Periode: 1993–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het opstellen van adviezen (ambtsberichten) aan de Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State met betrekking tot beroepen op beschikkingen genomen door de minister van Verkeer en Waterstaat in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Periode: 1970–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het , in overeenstemming met de minister waaronder milieubeheer ressorteert, afgeven, wijzigen, intrekken of weigeren van ontheffingen van het verbod om afvalstoffen in zee te lozen en het stellen van voorwaarden aan deze ontheffingen.

Periode: 1975–

Waardering: B (5)

Handeling: Het bepalen, in overeenstemming met de minister waaronder milieubeheer ressorteert, dat delen van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet milieubeheer niet van toepassing zijn op de verlening of wijziging van een ontheffing van het verbod om afvalstoffen in zee te lozen.

Periode: 1975–

Waardering: B (5)

Handeling: Het vaststellen van regels voor het verlenen van subsidies voor het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren.

Periode: 1971–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opleggen van heffingsaanslagen aan degenen die verontreinigende stoffen inbrengen in rijkswateren.

Periode: 1970–

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het bepalen dat voor afvalstoffen, verontreinigde of schadelijke stoffen die in rijkswateren worden gebracht door bedrijven in het kader van een werk dat in beheer is bij een openbaar lichaam, niet het openbaar lichaam, maar degenen die deze stoffen op het werk lozen aan de heffing is onderworpen.

Periode: 1970–

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het verlenen van subsidies voor het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren aan diegenen die tot het treffen van die maatregelen zijn gehouden.

Periode: 1970–

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het aanwijzen van gebieden voor experimenten waarbij de verontreinigingsheffing wordt gebaseerd op het waterverbruik.

Periode: 2001–2006

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het rijksbeleid met betrekking tot de verontreiniging van waterbodems.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het inventariseren van de verontreiniging van de waterbodems van de rijkswateren en het opstellen van saneringsprogramma’s voor vervuilde waterbodems.

Periode: 1987–

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van een handleiding voor de sanering van waterbodems.

Periode: 1992

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen en verlenen van subsidie aan lagere overheden voor het opstellen van baggerplannen.

Periode: 2000– 2002

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het laten uitgaan van een algemene oproep aan bedrijven om plannen te ontwikkelen en in te dienen voor de sanering van een aantal locaties van vervuilde waterbodems en het instellen van een beoordelingscommissie voor deze plannen.

Periode: 1987–1988

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het uitvoeren van saneringen van vervuilde waterbodems, kuststroken en oevers van oppervlaktewateren.

Periode: 1987–

Waardering: V, zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het beoordelen en eventueel bijsturen van saneringen van waterbodems, kuststroken of oevers van oppervlaktewateren door derden.

Periode: 1997–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het doen van aanschrijvingen aan WVO-vergunninghouders tot verwijdering van verontreinigd bodemsediment en het beoordelen van de wijze waarop deze verwijdering zal geschieden.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het verhalen van (een gedeelte van) de kosten van waterbodemsaneringen op de vervuilers.

Periode: 1990–

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het rijksbeleid met betrekking tot sanering van waterbodems en de opslag van verontreinigde baggerspecie.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het doen van onderzoek naar (alternatieven voor) sanering van waterbodems, kust en oevers van oppervlaktewateren.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het afsluiten van een bestuursakkoord met het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over het gebruik van baggerspeciedepots.

Periode: 1992–

Waardering: B (1)

Handeling: Het aanleggen en verbeteren van bergingslocaties voor baggerspecie.

Periode: 1983–

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen

Handeling: Het beheren en onderhouden van baggerspeciedepots.

Periode: 1983–

Waardering: B (5) neerslag activiteiten a, e en h van Activiteitenlijst, rest V

Handeling: Het ontwikkelen van een beheersvorm voor baggerspeciedepots.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het verspreiden, bergen en zuiveren van verontreinigde baggerspecie.

Periode: 1983–

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen

Handeling: Het doen van onderzoek naar veelbelovende reinigings- en saneringstechnieken ten behoeve van het hergebruik van baggerspecie, de berging van specie en het opzetten van demonstratieprojecten in samenwerking met het bedrijfsleven.

Periode: 1988–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het stimuleren van het hergebruik van baggerspecie door middel van het aangeven van kansrijke toepassingsmogelijkheden van (on)verwerkte baggerspecie.

Periode: 1993–

Waardering: B (1)

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Gedeputeerde Staten met betrekking tot aanvragen tot verlening of wijziging van een vergunning om grondwater aan de bodem te mogen onttrekken.

Periode: 1993–

Waardering: B (5)

Handeling: Het formuleren en vaststellen van beleid met betrekking tot de waterkwantiteit van het waterhuishoudkundig hoofdsysteem.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het afgeven, wijzigen, intrekken of weigeren van vergunningen om water te mogen lozen of onttrekken aan oppervlaktewateren in beheer bij het rijk.

Periode: 1989–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het vaststellen van peilbesluiten voor rijkswateren.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het afsluiten en wijzigen van waterakkoorden met andere waterbeheerders.

Periode: 1989–

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden en afgeven van aanwijzingen aan waterbeheerders omtrent de vaststelling of wijziging van een waterakkoord.

Periode: 1989–

Waardering: B (5)

Handeling: Het ontwerpen en uitvoeren van waterstaatswerken ten behoeve van het waterkwantiteitsbeheer van rijks- en andere wateren.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen

Handeling: Het beheren en onderhouden van waterstaatswerken ten behoeve van waterkwantiteitsbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: V, zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het buiten werking stellen, slopen of wijzigen van de bestemming van waterstaatswerken ten behoeve van waterkwantiteitsbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: V, zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met andere waterbeheerders met betrekking tot de subsidiëring van werken ten behoeve van het waterkwantiteitsbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het goedkeuren van bestekken en principeplannen van door waterbeheerders uitgevoerde werken ten behoeve van het waterkwantiteitsbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 7 jr. na

Handeling: Het verlenen van subsidies en het betaalbaarstellen van de kosten die door waterbeheerders gemaakt worden bij de uitvoering van werken ten behoeve van het waterkwantiteitsbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 7 jr. na

Handeling: Het leveren van bijdragen aan werken ten behoeve van derden in Nederland.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1/5) beleidsadviezen, rest V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen

Handeling: Het vaststellen van bodemprofielen voor het waterhuishoudkundig hoofdsysteem en de vaargeulen voor de kust.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van het stroomvoerende en het waterbergende deel van de onderdelen van het waterhuishoudkundig hoofdsysteem.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het (leveren van bijdragen aan het) begrenzen en vaststellen van rivierstroomgebieden.

Periode: 2000–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van lozings- en stuwprogramma's ten behoeve van de af- en doorvoer van water via sluizen, gekanaliseerde rivieren en kanalen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het ontwikkelen, verbeteren en operationeel houden van (automatische) meetnetten en rekenmodellen ten behoeve van het kwantitatief waterbeheer.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het opstellen van draaiboeken ten behoeve van de afvoer van water en ijs uit het landelijk hoofdwatersysteem.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het paraat houden van een ambtelijke structuur ten behoeve van de buitengewone rivierencorrespondentie.

Periode: (1945)–1995

Waardering: B (4)

Handeling: Het treffen van tijdelijke maatregelen in de sfeer van peilbeheer, doorspoeling en wateronttrekking in tijden van watertekort en van extreem hoge watertoevoer.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het, in buitengewone omstandigheden, geven van schriftelijk opdrachten aan kwantiteitsbeheerders met betrekking tot het afvoeren of aanvoeren van water naar of uit oppervlaktewateren in beheer bij het rijk.

Periode: 1989–

Waardering: B (6)

Handeling: Het, in buitengewone omstandigheden, geven van algemene voorschriften met betrekking tot het afvoeren, aanvoeren, lozen en onttrekken van water aan oppervlaktewateren in beheer bij het rijk.

Periode: 1989–

Waardering: B (6)

Handeling: Het verlenen van schadevergoedingen aan degene die ten gevolge van de toepassing van maatregelen uit de Wet op de waterhuishouding onevenredig zware schade lijdt.

Periode: 1989–

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het, op verzoek van een waterbeheerder, opleggen van een verplichting aan openbare lichamen om schade ten gevolge van de toepassing van de Wet op de waterhuishouding in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk te vergoeden.

Periode: 1989–

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij geschillen omtrent de naleving van een waterakkoord tussen deelnemers aan dat akkoord worden beslecht.

Periode: 1989–

Waardering: B (5)

Handeling: Het doen van onderzoek naar de verzilting van de Nederlandse binnenwateren.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1) verslagen en geaccumuleerde overzichten, rest V, 1 jr.

Handeling: Het ontwikkelen van methoden ter bestrijding van de verzilting van de Nederlandse binnenwateren.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het uitvoeren van werken bij schutsluizen ter bestrijding van de verzilting.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het afsluiten van een bestuursovereenkomst Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG) met de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een aantal provincies.

Periode: 1992

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen van beheers- en beleidsplannen voor het herstel van watersystemen.

Periode: 1989–

Waardering: B (1)

Handeling: Het uitvoeren en het leveren van bijdragen aan de voorbereiding en uitvoering van gebiedsgerichte natuurontwikkelingsprojecten in de nabijheid van rijkswateren.

Periode: 1989–

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het aanbrengen en herstellen van vispassages in rijkswateren of daaraan gelijkgestelde wateren.

Periode: 1989–

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het opzetten van proefprojecten voor het herstel van watersystemen.

Periode: 1989–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opzetten en uitvoeren van projecten voor milieuvriendelijke oevers.

Periode: 1989–

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het tezamen met de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij toekennen van subsidies in het kader van de subsidieregeling voor proefprojecten eutrofiëringsbestrijding.

Periode: 1985–1991

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het tezamen met de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij toekennen van subsidies in het kader van de subsidieregeling voor proefprojecten op het gebied van de waterhuishoudkundige regeneratie van verdroogde bos- en natuurgebieden.

Periode: 1991

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het tezamen met de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij toekennen van subsidies in het kader van de REGIWA-regeling.

Periode: 1992

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het begeleiden van proefprojecten eutrofiëring, verdroging, natuurvriendelijke oevers en integraal waterbeheer.

Periode: 1985–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het vormgeven aan het handhavingsbeleid door middel van het uitvoeren van evaluaties, het opstellen van richtlijnen, beleidsnota's en plannen en het ontwikkelen van cursussen voor WVO- handhavers.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het plegen van overleg met de minister van Justitie met betrekking tot de handhavingsaspecten van de waterkwaliteitswetten.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het mede opzetten van landelijke, provinciale en regionale bestuurlijke samenwerkingsstructuren ten behoeve van de handhaving van de waterkwaliteitswetten.

Periode: 1970–

Waardering: B (4)

Handeling: Het plegen van overleg met andere bij de handhaving van de waterkwaliteitswetten betrokken overheidsorganen: het Openbaar Ministerie, de politie, de gemeenten, de waterschappen en de provincies.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de waterwetten bepaalde of bevolene.

Periode: 1970–

Waardering: B (4)

Handeling: Het afgeven, wijzigen, intrekken of weigeren van gedoogbeschikkingen met betrekking tot het zonder WVO- of WVZW-vergunning lozen van afvalstoffen.

Periode: 1970–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het voeren van rechtsgedingen in het kader van de handhaving van de waterkwaliteitswetten.

Periode: 1970–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het opleggen van dwangsommen aan overtreders van de waterkwaliteitswetten.

Periode: 1990–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het toepassen van bestuursdwang en het doen van aanschrijvingen waarin met bestuursdwang wordt gedreigd.

Periode: 1970–

Waardering: B (5) Speerpuntbedrijven, rest V, 5 jr.

Handeling: Het afgeven van verklaringen van ongenoegzaamheid aan openbare lichamen die verontreinigd oppervlaktewater lozen op rijkswateren of daaraan gelijk gestelde wateren.

Periode: 1970–

Waardering: B (5)

Handeling: Het intrekken van vergunningen voor lozingen van verontreinigende stoffen op rijkswateren of daaraan gelijk gestelde wateren.

Periode: 1970–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het verzamelen van gegevens ten behoeve van de verontreinigingswetten en de daarop gebaseerde regelgeving.

Periode: 1970–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het maken van bezwaar, in overeenstemming met de minister waaronder milieubeheer ressorteert, tegen het voornemen van buitenlandse instanties om gevaarlijke afvalstoffen binnen Nederlands grondgebied te brengen.

Periode: 1975–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het opzetten en onderhouden van meldingsstructuren om tijdig te kunnen reageren op calamiteiten die bedreigend kunnen zijn voor de waterkwaliteit.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het opstellen van calamiteiten- en bestrijdingsplannen en het opstellen van regelingen terzake.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het bouwen, inrichten en onderhouden van vaartuigen ter bestrijding van waterverontreinigingen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het aanschaffen van bestrijdingsmiddelen voor waterverontreinigingen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opruimen van waterverontreinigingen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het op derden verhalen van kosten voor het opruimen van waterverontreinigingen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het afsluiten van overeenkomsten met andere waterbeheerders, verontreinigingsbestrijders en andere instanties over het gebruik van middelen ter bestrijding van de waterverontreiniging en over de verdeling van de kosten en de inspanningen naar rato van de betrokken belangen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opzetten en onderhouden van berichtendiensten met betrekking tot het waterbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (4)

Handeling: Het verzamelen van gegevens ten behoeve van de berichtendiensten met betrekking tot het waterbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het verstrekken van informatie met betrekking tot het waterbeheer door middel van de berichtendiensten.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het organiseren van nationale symposia met betrekking tot de waterhuishouding.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het deelnemen aan nationale symposia met betrekking tot de waterhuishouding.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

4. Handeling: Internationale aspecten van het waterbeheer

Handeling: Het voorbereiden van verdragen en overeenkomsten met betrekking tot het internationaal waterbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het coördineren, binnen de Rijkswaterstaat, van het internationale overleg op het gebied van het waterbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het CIM-EG-overleg.

Periode: 1958–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het Permanente Vertegenwoordiger instructie overleg.

Periode: 1958–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Raadswerkgroep Milieu met betrekking tot waterbeheer aangelegenheden.

Periode: 1958–

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het Milieuraaddossier van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).

Periode: 1958–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen in de ad hoc werkgroepen van de Commissie van de Europese Gemeenschap ter voorbereiding van richtlijnen, verordeningen en andere communautaire beleidsdocumenten op het gebied van het waterbeheer.

Periode: 1967–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in begeleidingswerkgroepen voor de implementatie van richtlijnen, het oprichten van communautaire instellingen en de uitvoering van communautaire actieprogramma's.

Periode: 1967–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de technische comités van de Commissie van de Europese Gemeenschap ter voorbereiding van besluiten in het kader van de aan de Commissie gedelegeerde bevoegdheid om uitvoeringsregelingen van richtlijnen vast te stellen.

Periode: 1967–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en toezenden van verslagen aan de Commissie van de Europese Gemeenschap in het kader van richtlijnen op het gebied van het waterbeheer.

Periode: 1967–

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van de instructies voor de Nederlandse delegaties naar de Committee on Waterproblems (–1987), de Senior Advisors to ECE Governements on Environmental and Water Problems (SAEWP) (1987–1993) en het Committee on Environmental Policy (CEP) (1994–).

Periode: 1947–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Working Party on Water Problems (WPWP) in overleg met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).

Periode: 1987–1996

Waardering: B (1)

Handeling: Het organiseren van in Nederland plaatsvindende ECE-seminars met betrekking tot het waterbeheer.

Periode: 1947–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het leveren van bijdragen in ECE-seminars met betrekking tot het waterbeheer.

Periode: 1947–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het behandelen van verdragen die in het kader van de Economic Commission for Europe met betrekking tot het waterbeheer tot stand komen.

Periode: 1947–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van het ministerdossier voor de ministerconferenties in het kader van OSCOM/PARCOM (tot 1993) en OSPAR(COM) (vanaf 1994).

Periode: 1972–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de bijeenkomsten van naar Commissie van Parijs (PARCOM), Commissie van Oslo (OSCOM) en OSPAR(COM), ter vaststelling van besluiten, aanbevelingen, rapportages en jaarverslagen.

Periode: 1972–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de bijeenkomsten van werkgroepen en (sub-)comités ressorterende onder de PARCOM/OSPARCOM (tot 1993) en OSPAR(COM) (vanaf 1994).

Periode: 1972–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de bijeenkomsten van de werkgroepen die onder Technical Working Group (TWG), Standing Committee for Scientific Advise (SACSA) of de Joint SACSA/TWG (JST) ressorteren.

Periode: 1978–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de consultatieve vergaderingen van de Londen Conventie '72.

Periode: 1972–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de technische werkgroepen van de Londen Conventie '72.

Periode: 1972–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de werkgroepen in het kader van het verdrag van Bonn ter voorbereiding en coördinatie van de bestrijding in internationaal verband van olie en andere schadelijke stoffen in de Noordzee.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Meeting of Parties van de UN/ECE Water Convention.

Periode: 1997–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de organisaties en werkgroepen ressorterende onder de Meeting of Parties van de UN/ECE Water Convention.

Periode: 1997–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten met betrekking tot het aspect water in wereldwijde milieuconferenties.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in werkgroepen en commissies die in het kader van het VN-milieubeleid zijn ingesteld.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het CIM-IRC- en CIM-Rijnministersconferentie-overleg.

Periode: 1950–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de werkgroepen en de subwerkgroepen van de Internationale Rijncommissie (IRC).

Periode: 1950–

Waardering: B (1)

Handeling: Het informeren van de Internationale Rijncommissie (IRC) over lozingen, metingen, verontreinigingsgevallen, de voortgang van de uitvoering van de Rijnovereenkomsten.

Periode: 1967–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen van het dossier voor de minister van Verkeer en Waterstaat ten behoeve van de Noordzeeministersconferenties en de interim Noordzeeconferenties.

Periode: 1984–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Preparatory Meetings of Senior Officials (PMSO) ten behoeve van de Noordzeeministersconferenties.

Periode: 1984–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de technisch-wetenschappelijke en de beleidswerkgroepen en subwerkgroepen die ten behoeve van de internationale voorbereiding van de Noordzeeministersconferenties zijn ingesteld.

Periode: 1984–

Waardering: B (1)

Handeling: Het organiseren van de Noordzeeministersconferenties die in Nederland plaats hebben.

Periode: 1984–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de vergaderingen van de Senior Officials en de Trilateral Working Group van de Trilaterale Regeringsconferentie over de Bescherming van de Waddenzee.

Periode: 1983–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van verdragen tussen Nederland en België en tussen Nederland en de Belgische gewesten met betrekking tot het waterbeheer van de Schelde en de Maas.

Periode: 1960–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Technische Maas- en Scheldecommissies.

Periode: 1983–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Internationale Commissie voor de bescherming van de Maas (ICBM) tegen verontreiniging en in de Internationale Commissie voor de bescherming van de Schelde (ICBS) tegen verontreiniging.

Periode:

Waardering: Vervallen

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de werkgroepen van de Internationale Commissie voor de bescherming van de Maas tegen verontreiniging en van de Internationale Commissie voor de bescherming van de Schelde tegen verontreiniging.

Periode:

Waardering: Vervallen

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Internationale Commissie ter Bescherming van de Maas (ICBM).

Periode: 1994–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de werkgroepen van de Internationale Commissie ter Bescherming van de Maas (ICBM).

Periode: 1994–

Waardering: B (1)

Handeling: Het informeren van de Internationale Commissie ter bescherming van de Maas (ICBM) over lozingen, metingen, verontreinigingsgevallen, de voortgang van overeenkomsten met betrekking tot het beheer van de Maas.

Periode: 1994–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Internationale Commissie ter Bescherming van de Schelde (ICBS).

Periode: 1994–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de werkgroepen van de Internationale Commissie ter Bescherming van de Schelde (ICBS).

Periode: 1994–

Waardering: B (1)

Handeling: Het informeren van de Internationale Commissie ter bescherming van de Schelde (ICBS) over lozingen, metingen, verontreinigingsgevallen, de voortgang van overeenkomsten met betrekking tot het beheer van de Schelde.

Periode: 1994–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het plegen van incidenteel overleg met Europese mogendheden met betrekking tot het waterbeheer in de grensstreek.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de vergaderingen van de Permanente Grenswater Commissie Nederland-Duitsland.

Periode: 1963–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de vergaderingen van de werkgroepen en (sub-)commissies van de Permanente Grenswater Commissie Nederland-Duitsland.

Periode: 1963–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Eemscommissie en de daaronder ressorterende ad hoc werkgroepen.

Periode: 1963–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Belgisch-Nederlandse Commissie voor de grensoverschrijdende onbevaarbare waterlopen.

Periode: 1974–1996

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in het Nederlands-Vlaams Integraal Waterbeheer Overleg.

Periode: 1997–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in het Nederlands-Waals wateroverleg.

Periode: 1998–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in Nederlands-Belgische bekken- en stroomgebiedcomités.

Periode: 1994–

Waardering: B (5)

Handeling: Het vaststellen van beleidsnota’s en actieprogramma’s met betrekking tot de Nederlandse inzet in het buitenland op het gebied van waterbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het afsluiten van bilaterale samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van waterbeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in buitenlandse waterhuishoudkundige projecten.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het organiseren van internationale symposia met betrekking tot de waterhuishouding.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het deelnemen aan internationale symposia met betrekking tot de waterhuishouding.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

5. Handeling: Winning van oppervlaktedelfstoffen

Handeling: Het vaststellen van beleidsnota's met betrekking tot het landelijke ontgrondingenbeleid.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het maken van bestuurlijke afspraken met het IPO of afzonderlijke provincies om de winning van een bepaalde hoeveelheid oppervlaktedelfstof in een bepaalde periode mogelijk te maken (taakstelling).

Periode: 1980–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) wetgeving op het terrein van de ontgrondingen.

Periode: 1960–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van een heffing op de winning van oppervlaktedelfstoffen.

Periode: 1991–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's ter nadere regeling omtrent ontgrondingen.

Periode: 1965–

Waardering: B (1)

Handeling: Het goed- of afkeuren van provinciale verordeningen betreffende ontgrondingen.

Periode: 1971–1996

Waardering: B (1) bij bezwaar, anders V, 10 jr.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Gedeputeerde Staten inzake een aanvraag of wijziging van een vergunning of machtiging voor ontgronding.

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

Handeling: Het vaststellen van regionale beleidsplannen, ontgrondingsplannen en projectplannen met betrekking tot de winning van oppervlaktedelfstoffen uit rijkswateren.

Periode: 1974–

Waardering: B (1)

Handeling: Het in overleg met de provincies afwegen en formuleren van de keuzen tussen winning van oppervlaktedelfstoffen uit locaties op het land en de winning uit rijkswateren.

Periode: 1987–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten binnen het internationaal overleg met betrekking tot oppervlaktedelfstoffenwinning en -voorziening.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het afgeven, wijzigen, intrekken en weigeren van vergunningen om ontgrondingen in rijkswateren uit te mogen voeren die primair gericht zijn op de winning van oppervlaktedelfstoffen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het afgeven, wijzigen, intrekken en weigeren van vergunningen om ontgrondingen in rijkswateren uit te mogen voeren die niet primair gericht zijn op de winning van oppervlaktedelfstoffen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het sluiten van (privaatrechtelijke) overeenkomsten met producenten van oppervlaktedelfstoffen met betrekking tot de winning van oppervlaktedelfstoffen in rijkswateren.

Periode: 1980–

Waardering: B (5)

Handeling: Het al dan niet instemmen met door Gedeputeerde Staten af te geven vergunningen voor ontgrondingen in winterbedden van rivieren en stromen.

Periode: 1971–1999

Waardering: B (5) bij bezwaar, anders V, 5 jr.

Handeling: Het adviseren van vergunningverlenende instanties met betrekking tot door hen af te geven vergunningen in het kader van de Ontgrondingenwet in verband met de relatie die deze vergunningen hebben tot het landelijk beleid.

Periode: 1965–

Waardering: B (1)

Handeling: Het verlenen van machtigingen om in afwachting van een vergunning reeds met ontgrondingswerkzaamheden te mogen starten.

Periode: 1971–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het bevelen van gehele of gedeeltelijke staking van ontgrondingswerkzaamheden die op basis van een door de minister afgegeven vergunning worden uitgevoerd.

Periode: 1971–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het op kosten van de overtreder doen wegnemen, beletten, verrichten of in de vorige toestand herstellen van hetgeen wordt gemaakt, gesteld, ondernomen, nagelaten, beschadigd of weggenomen in strijd met de Ontgrondingenwet, een krachtens deze wet vastgestelde regeling of gegeven bevel dan wel in strijd met een voorwaarde aan een vergunning voor ontgronding verbonden.

Periode: 1971–1996

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het verlenen van schadevergoedingen aan belanghebbenden die door een ontgronding onevenredig zwaar getroffen zijn.

Periode: 1971–

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het verplichten van openbare lichamen om kosten die gemaakt worden in verband met schadevergoedingen aan belanghebbenden die door een ontgronding onevenredig zwaar getroffen worden, geheel of gedeeltelijk te vergoeden.

Periode: 1971–

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren belast met de opsporing van overtredingen van de Ontgrondingenwet.

Periode: 1971–1996

Waardering: B (4)

Handeling: Het aanleggen en beheren van overslagdepots ten behoeve van de tijdelijke opslag van zeezand.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het doen van onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van primaire en secundaire grondstoffen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het doen van onderzoek naar de bevordering van een maatschappelijk zo verantwoord mogelijke winning van oppervlaktedelfstoffen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het doen van onderzoek naar de bevordering van een zo zuinig mogelijk omgaan met grondstoffen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het adviseren over en het leveren van informatie ter stimulering van een zo zuinig mogelijk gebruik van grondstoffen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het opzetten, evalueren en begeleiden van proef- en demonstratieprojecten met betrekking tot de toepassing van alternatieve materialen in de weg- en waterbouw.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het opleggen van een gedoogplicht aan rechthebbenden van gronden of wateren om onderzoek plaats te laten vinden.

Periode: 1997–

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het doen van onderzoek naar de aanwezigheid van oppervlaktedelfstoffen in Nederland.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1) rapporten, rest V, 5 jr.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan technische en milieuhygiënische certificering van secundaire grondstoffen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

6. Handeling: Waterkeringen

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de wetgeving op het gebied van de waterkeringen.

Periode: 1953–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's waarin de werkingssfeer van de Wet op de waterkering, de dijkringen, gewijzigd wordt.

Periode: 1996–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB’s ter wijziging van de werkingssfeer van de Deltawet grote rivieren.

Periode: 1995–

Waardering: B (5)

Handeling: Het vaststellen van beleidsnota's met betrekking tot de verdediging van het land tegen het water.

Periode: 1975–

Waardering: B (1)

Handeling: Het rapporteren naar aanleiding van bestuurlijk overleg van de minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de kustverdediging.

Periode: 1989

Waardering: B (1)

Handeling: Het instellen, samenstellen en opheffen van de Technische adviescommissie voor de waterkeringen (TAW).

Periode: 1965–

Waardering: B (4)

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het rijksbeleid met betrekking tot onderzoek naar kustontwikkeling en waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het periodiek opstellen van onderzoeksprogramma's voor kustontwikkeling en waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het doen van algemeen, beleidsondersteunend onderzoek naar kustontwikkeling.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1) onderzoeksrapporten, rest V, 5 jr.

Handeling: Het doen van algemeen, beleidsondersteunend onderzoek naar waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1) onderzoeksrapporten, rest V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in comités en werkgroepen die zich in het kader van de Europese Commissie bezighouden met beperking van overstromingsrisico’s.

Periode: 1967–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de bijeenkomsten in het kader van de IPCC Coastal Zone Management Subgroup (CZMS).

Periode: 1988–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voeren van het secretariaat van het IPCC-CZMS.

Periode: 1988–1997

Waardering: Teruggave of B (5)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten in internationale fora en onderzoeksprogramma's met betrekking tot kustbeheer en waterkeringen, anders dan in het kader van de IPCC/CZMS en het plegen van overleg met andere departementen ter agendering van de kustproblematiek in de internationale overlegfora en onderzoeksprogramma's waarin zij participeren.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het organiseren van internationale seminars, studies en andere wetenschappelijke samenwerkingsvormen met betrekking tot de kustproblematiek.

Periode: 1988–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan waterkerings- en kustverdedigingsprojecten in andere landen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het participeren in de Provinciale Overlegorganen voor Waterkeringen.

Periode: 1989–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het houden van het oppertoezicht op de toestand van de Nederlandse waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's waarin, ter wijziging of aanvulling van art. 3, lid 1 van de Wet op de waterkering, per dijkring de gemiddelde kans op een overschrijding van de hoogste waterstand of een overstroming wordt vastgelegd.

Periode: 1996–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voor daarvoor aangegeven plaatsen vaststellen van de relatie tussen hoogwaterstanden en overschrijdingskansen daarvan, die door beheerders bij het bepalen van het waterkerend vermogen van primaire waterkeringen in acht dienen te worden genomen.

Periode: 1996–

Waardering: B (5)

Handeling: Het vaststellen van richtlijnen voor het ontwerp, het beheer, het onderhoud en de beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen.

Periode: 1965–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van urgentie-indelingen ten behoeve van de uitvoering van werken in het kader van de Deltawet.

Periode: 1973–

Waardering: B (1)

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een voortschrijdend uitvoeringsprogramma voor werken in het kader van de Deltawet.

Periode: 1982–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten ter goedkeuring van provinciale plannen voor de aanleg, wijziging of verbetering van primaire waterkeringen.

Periode: 1963–1996

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het goedkeuren van principeplannen voor deltawerken die door dijkbeheerders worden opgesteld.

Periode: 1960–

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het verlenen van voorschotten aan beheerders van waterkeringen ter uitvoering van werken in het kader van de Deltawet.

Periode: 1958–

Waardering: V, 7 jr

Handeling: Het vaststellen van bestekken voor deltawerken die opgesteld worden door de dijkbeheerders.

Periode: 1960–

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het verlenen van subsidies en het betaalbaarstellen van de gelden gemoeid met de kosten die door de beheerders van waterkeringen gemaakt worden bij de uitvoering van werken in het kader van de Deltawet.

Periode: 1958–

Waardering: V, 7 jr

Handeling: Het vaststellen van subsidieregelingen voor de rivierdijkversterking.

Periode: 1945–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van urgentieschema’s voor de versterking van rivierdijken.

Periode: 1975–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een voortschrijdend uitvoeringsprogramma voor de versterking van de rivier- en IJsselmeerdijken.

Periode: 1983–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het goedkeuren van basisplannen voor de versterking van rivierdijken die opgesteld worden door de dijkbeheerders en het afgeven van principebesluiten met betrekking tot de gedeeltelijke financiering door de rijksoverheid.

Periode: 1965–1994

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het goedkeuren van principeplannen voor de versterking van rivierdijken.

Periode: 1965–1994

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het adviseren van dijkbeheerders over plannen voor de versterking van rivierdijken.

Periode: 1995–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het verlenen van voorschotten van 10% ten behoeve van werkzaamheden in het kader van de versterking van rivierdijken.

Periode: 1964–1994

Waardering: V, 7 jr

Handeling: De goedkeuring van bestekken voor de versterking van rivierdijken.

Periode: 1965–1994

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het verlenen van subsidies en het betaalbaarstellen van de kosten die door de beheerders van rivierdijken gemaakt worden bij de uitvoering van versterkingswerken.

Periode: 1965–1994

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het afsluiten van bestuursovereenkomsten met het IPO in verband met de decentralisatie Rijkstaken op het gebied van waterkeringssubsidies.

Periode: 1992–

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden van de goedkeuring door de regering van plannen ter uitvoering van de afsluiting van zeearmen en daarmee in verbinding staande open wateren en ter uitvoering van andere werken, zeewaarts van deze afsluitingen.

Periode: 1958–

Waardering: B (5)

Handeling: Het vaststellen van ontwerpen ten behoeve van de uitvoering van versterkingen van waterkeringen langs de Nederlandse kust.

Periode: 1958–

Waardering: B (5)

Handeling: Het uitvoeren van werken ter verdediging van het land tegen hoge stormvloeden.

Periode: 1953–

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het aanleggen en verbeteren van primaire waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het vaststellen van overzichtskaarten waarop de ligging van primaire waterkeringen in rijksbeheer is aangegeven.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van een legger waarin is omschreven waaraan de waterkeringen in rijksbeheer moeten voldoen wat betreft richting, vorm, afmeting en constructie.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het bijhouden van een technisch beheersregister van waterkeringen in beheer bij het Rijk, waarin de voor het behoud van het waterkerend vermogen kenmerkende gegevens van de constructie en de feitelijke toestand nader zijn omschreven.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het inspecteren van de bij het rijk in beheer zijnde waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het doen van onderhoudswerkzaamheden aan waterkeringen in beheer bij het rijk.

Periode: (1945–)

Waardering: V, zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het buitenwerking stellen, slopen of wijzigen van de bestemming van waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het vaststellen van de basiskustlijn.

Periode: 1992–

Waardering: B (1)

Handeling: Het bepalen van de ligging van de kust.

Periode:

Waardering: Vervallen

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een voortschrijdend vijfjarenplan voor de bestrijding van de structurele erosie van de kust.

Periode: 1991–

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van jaarlijkse planningen voor de uitvoering van werken ter bestrijding van de structurele erosie van de kust.

Periode: 1991–

Waardering: B (1)

Handeling: Het uitvoeren van werken om de landinwaartse verplaatsing van de kustlijn tegen te gaan.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het doen van onderzoek (voorbereidend en evaluerend) naar het effect van strand- en oeversuppleties.

Periode: 1970–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) wettelijke regelingen met betrekking tot schadevergoedingen en andere tegemoetkomingen tengevolge van in het kader van de Deltawet uitgevoerde werken.

Periode: 1958–

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van de waardevermeerdering of -vermindering, tengevolge van de uitvoering van werken in het kader van de Deltawet, van buitendijkse gronden en wateren.

Periode: 1958–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het aanwijzen van een bureau waarbij oesterkwekers die daarvoor in aanmerking denken te komen een aanvraag tot tegemoetkoming kunnen indienen in verband met de in het kader van de Deltawet uitgevoerde werken.

Periode: 1966

Waardering: B (4)

Handeling: Het vaststellen van normen volgens welke de kostprijs van de oestervoorraden wordt bepaald.

Periode: 1968

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van de bedragen van de tegemoetkomingen die aan oesterkwekers worden toegekend, het verlenen van voorschotten en het betaalbaarstellen van de tegemoetkomingen.

Periode: 1966

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het tezamen met de minister waaronder Sociale Zaken ressorteert, vaststellen van de wijze waarop de Deltaschadewet zal worden uitgevoerd, met name de overdracht van beschikkingsbevoegdheid aan de lagere overheden.

Periode: 1971–1972

Waardering: B (1)

Handeling: Het treffen van voorzieningen ten behoeve van belanghebbenden als tegemoetkoming in geleden schade ten gevolge van de uitvoering van werken in het kader van de Deltawet.

Periode: 1971–

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het verlenen van tegemoetkomingen aan bedrijven die onevenredig zwaar getroffen worden door de uitvoering van werken in het kader van de Deltawet.

Periode: 1971–

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het verlenen van tegemoetkomingen aan werknemers die ten gevolge van de uitvoering van werken in het kader van de Deltawet zonder werk raken.

Periode: 1971–1972

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het behandelen van kwesties in verband met beroepen die in het kader van art. 7 leden 1 t/m 5, Deltawet, de Wet schade oesterkwekers en de Deltaschadewet worden ingesteld.

Periode: 1966–

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het geven van bevelen ter verdediging van waterkeringen bij dreigend gevaar voor overstroming.

Periode: 1994–

Waardering: B (6)

Handeling: Het houden van oefeningen ter beproeving van de inzet van personeel en materieel bij plotseling optredend gevaar voor bij het rijk in beheer zijnde waterkeringen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het geven van opdrachten aan Gedeputeerde Staten om waterkeringbeheerders te gelasten oefeningen te houden ter beproeving van de inzet van personeel en materieel bij plotseling optredend gevaar.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 10 jr.

Handeling: Het vaststellen van alarmeringspeilen voor waterstanden.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het inrichten en operationeel houden van berichtendiensten ten behoeve van de alarmering bij hoogwater.

Periode: (1945–)

Waardering: B (4)

Handeling: Het verzamelen van gegevens ten behoeve van de berichtendiensten voor de alarmering bij hoogwater.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het verstrekken van informatie over de waterstanden na overschrijding van de alarmeringspeilen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het instellen, samenstellen en opheffen van het Permanent College van Overleg Muskusrattenbestrijding (PCOM).

Periode: 1987–1994

Waardering: B (4)

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het landelijk beleid met betrekking tot de bestrijding van de muskusrat in verband met de bescherming van de waterkeringen.

Periode: 1980–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) wetgeving met betrekking tot de bestrijding van de muskusrat.

Periode: 1980–

Waardering: B (1)

Handeling: Het doen van onderzoek ten behoeve van de bestrijding van de muskusrat en de voorkoming van de door deze dieren veroorzaakte schade.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1) eindrapporten, rest V, 5 jr.

Handeling: Het vaststellen, na overleg met de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van de rijksbijdragen in de kosten van de bestrijding van de muskusrat door de provincies.

Periode: 1985–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het houden van toezicht op de muskusrattenbestrijding door de provincies.

Periode: 1985–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van het maximum aantal muskusrattenbestrijders dat per provincie gesubsidieerd zal worden.

Periode: 1985–1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het afsluiten van bestuursovereenkomsten met het Interprovinciaal Overleg met betrekking tot de bestrijding van muskusratten.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's waarin bepalingen zijn opgenomen die betrekking hebben op het gebruik van waterkeringen die bij het rijk in beheer zijn.

Periode: 1891–1996

Waardering: B (1)

Handeling: Het afgeven, wijzigen, intrekken of weigeren van vergunningen om op bij het rijk in beheer zijnde waterkeringen enig werk uit te voeren of op of nabij deze waterkeringen andere activiteiten zoals omschreven in de betreffende bepalingen uit het Rijksrivierdijken-reglement en het Rijkszeeweringenreglement te ondernemen.

Periode: 1937–1996

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het geven van bevelen en aanwijzingen aan personen met betrekking tot de handhaving van het Rijksrivierdijkenreglement en het Rijkszeeweringenreglement.

Periode: 1937–1996

Waardering: V, 10 jr.

7. Handeling: Infrastructuur

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, met betrekking tot reglementen voor de Rijnvaart en met betrekking tot de bestrijding van milieuverontreiniging door Rijnschepen.

Periode: 1955–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de comités en werkgroepen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, met betrekking tot reglementen voor de Rijnvaart en met betrekking tot de bestrijding van milieuverontreiniging door Rijnschepen.

Periode: 1955–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Inland Transport Committee-werkgroepen ter voorbereiding van uniforme (verkeers)reglementen en technische richtlijnen voor infrastructurele werken.

Periode: 1947–

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van Nederlandse onderzoeksbijdragen in de werkgroep WP5 van de Inland Transport Committee.

Periode: 1947–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de comités en werkgroepen die zich in het kader van de Commissie van de EU bezig houden met infrastructuuraangelegenheden.

Periode: 1967–

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van bijdragen ten behoeve van de Nederlands inbreng in het Europese aanbestedingenbeleid.

Periode: 1967–

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan de EU kaderprogramma's op het gebied van de verkeerstechnologie.

Periode: 1967–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van de West European Road Directors meeting en het Europese vaarwegenplatform en daarmee samenhangende instituties.

Periode: 1992–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de West European Road Directors meeting en het Europese vaarwegenplatform.

Periode: 1992–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen in de technische werkgroepen van de Permanent International Association of Road Congresses (PIARC) en de Permanent International Association of Navigation Congresses (PIANC).

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Permanente Internationale Commissie van de PIARC.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de comités en werkgroepen van de Conférence Européenne des Ministres de Transports (CEMT).

Periode: 1954–

Waardering: B (1)

Handeling: Het plegen van overleg met de buurlanden België en Duitsland met betrekking tot de afstemming van wegenplannen en met het buurland België met betrekking tot vaarwegaangelegenheden.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het plegen van overleg met de buurlanden België en Duitsland met betrekking tot de uitvoering van infrastructurele werkzaamheden.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten ten behoeve van de vaststelling van de Road Transport Research-programma’s van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Periode: 1968–

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan onderzoeken binnen de Road Transport Research-programma’s van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Periode: 1968–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het leveren van Nederlandse onderzoeksbijdragen in het kader van internationale netwerken.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen van de Structuurschema's Verkeer en Vervoer.

Periode: 1975–1990

Waardering: B (1)

Handeling: Het doen van anticiperend onderzoek naar de toekomstige ontwikkelingen van het verkeer en vervoer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1) eindrapporten, rest V, 5 jr.

Handeling: Het leveren van bijdragen in infrastructurele beleidsplannen van lagere overheden.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het opstellen van de Structuurschema's Hoofdwegennet.

Periode: 1960–1975

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Wet Uitkeringen Wegen en de Wet op het Rijkswegenfonds.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het opstellen van rijkswegenplannen.

Periode: 1966–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het aanwijzen van wegen die geacht worden te voorzien in op het rijkswegenplan geplaatste wegverbindingen die nog niet voor het verkeer zijn opengesteld.

Periode: 1968–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's waarin nadere regelingen worden gesteld met betrekking tot de inrichting van de wegenplannen en de aard van de daarin op te nemen wegen.

Periode: 1965–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij door de provincies opgestelde secundaire wegenplannen worden goed- of afgekeurd.

Periode: 1968–1992

Waardering: B (5) bij bezwaar, anders V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen van uitvoeringsprogramma's voor de aanleg van rijkswegen.

Periode: 1960–

Waardering: B (1)

Handeling: Het (mede) opstellen van regionale plannen voor verkeer en vervoer.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het voortschrijdend Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport met betrekking tot weginfrastructuurprojecten die door de Rijkswaterstaat ter hand zullen worden genomen.

Periode: 1990–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de categorisering van het Nederlandse wegennet.

Periode: 1997

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Wet uitkeringen wegen.

Periode: 1956–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) een AMvB waarin nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van de Wet uitkering wegen.

Periode: 1966–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten ter goed- of afkeuring van provinciale verordeningen die de verdeling van de gelden van de subsidies in het kader van de Wet uitkeringen wegen over de onderhoudsplichtigen regelen.

Periode: 1968–1993

Waardering: B (5) bij bezwaar, anders V, 5 jr.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van de verhouding volgens welke de provincies meedelen in de subsidies in het kader van de Wet uitkeringen wegen.

Periode: 1966–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en verlenen van subsidies aan provincies voor de aanleg en onderhoud van niet bij het Rijk in beheer zijnde wegen.

Periode: 1967–

Waardering: V, 7 jr. na

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Wet op het Rijkswegenfonds.

Periode: 1961–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het verlenen van subsidies aan lagere overheden ten behoeve van aanleg, verbetering en onderhoud van wegen, oeververbindingen en fietspaden.

Periode: 1976–1993

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het vaststellen van subsidieregelingen ten behoeve van aanleg en verbetering van infrastructurele werken van lagere overheden.

Periode: 1965–

Waardering: B (1)

Handeling: Het verlenen van subsidies aan lagere overheden ten behoeve van aanleg en verbetering van infrastructurele werken.

Periode: 1967–

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) de Wet op het Mobiliteitsfonds.

Periode: 1986–1993

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) een AMvB waarin nadere regelingen worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van de Wet op het Mobiliteitsfonds.

Periode: 1988–1989

Waardering: B (1)

Handeling: Het verlenen van subsidies aan lagere overheden ten behoeve van de bereikbaarheid voor goederenvervoer en zakelijk personenvervoer van de Randstad.

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het beleid met betrekking tot private financiering en exploitatie van infrastructuurprojecten.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het afsluiten van overeenkomsten met particuliere organisaties met betrekking tot de private financiering en exploitatie van infrastructuurprojecten en het evalueren van deze private financieringen en exploitaties.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van structuurschema's en algemene beleidsnota's ten behoeve van het op middellange en lange termijn te voeren beleid op het gebied van vaarwegen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van beleidsnota's over het te voeren beleid inzake het beheer van de rijksvaarwegen.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met lagere overheden met betrekking tot het beheer door die lagere overheden van delen van het hoofdvaarwegennet.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het voortschrijdend meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT), met betrekking tot de vaarweginfrastructuurprojecten die door de Rijkswaterstaat ter hand zullen worden genomen.

Periode: 1990–

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het verlenen van subsidies aan lagere overheden ten behoeve van aanleg, verbetering en onderhoud van vaarwegen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 7 jr.

Handeling: Het opstellen van de Zeehavennota uit 1966 en van de Structuurschema's zeehavens.

Periode: 1960–1989

Waardering: B (1)

Handeling: Het afsluiten van convenanten met alle partners die in een zeehavengebied samenwerken.

Periode: 1988–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) wetten waarbij infrastructurele rijkswaterstaatswerken in beheer of onderhoud worden gegeven bij lagere overheden.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het voorbereiden van koninklijke besluiten waarbij infrastructurele rijkswaterstaatswerken, van niet-nationaal belang en bij wederzijdse overeenstemming, in beheer of in onderhoud worden gegeven bij lagere overheden.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het departementaal voorbereiden van de Wet uitkering wegen.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het opstellen van buitenwettelijke regelingen voor de vaststelling van infrastructurele tracés.

Periode: (1945)–1990

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) wetgeving met betrekking tot de vaststelling van tracés van infrastructurele werken.

Periode: 1985–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) AMvB's ter uitvoering van bepalingen uit de Tracéwet.

Periode: 1993–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en bijhouden van een handleiding projectnota's ten behoeve van de opstelling van projectnota's in een tracéprocedure.

Periode: 1984–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen van conceptstartnotities ten behoeve van de voorgenomen aanleg van infrastructurele werken.

Periode: (1945)–1987

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van startnotities ten behoeve van de voorgenomen aanleg van infrastructurele werken.

Periode: 1987–

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen met betrekking tot de inhoud van project-trajectnota's voor de aanleg van infrastructurele werken.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van tracé-, project- en trajectnota/MER's met betrekking tot voorgenomen aanleg of wijziging van infrastructurele werken.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorlichten van belanghebbenden met betrekking tot voorgenomen infrastructurele werken die in een project-, tracé- of trajectnota zijn gepresenteerd.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 1 jr.

Handeling: Het opstellen van ontwerptracébesluiten en gewijzigde ontwerptracébesluiten en het plegen van bestuurlijk overleg naar aanleiding van deze ontwerpbesluiten.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het vaststellen van tracébesluiten.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van toelichtende nota's bij bestemmingsplannen bij niet tracé- en MER-plichtige infrastructurele werken.

Periode: –

Waardering: Vervallen

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het opstellen van technische voorschriften betreffende het bouwen en de staat van bestaande bouwwerken door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van bijdragen ten behoeve van de totstandkoming van regelgeving met betrekking tot aanbestedingen, mededinging en uitvoering van werken.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van procedures volgens welke binnen de RWS aanbestedingen worden behandeld.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van systematieken en methoden ten behoeve van de aanbesteding van werken en de opstelling van bestekken en contracten met betrekking tot de uitvoering van werken.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van jaarlijkse statistische overzichten met betrekking tot opdrachten die door de Rijkswaterstaat in het kader van de Coördinatierichtlijn van de EG zijn geplaatst.

Periode: 1997–

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het RWS beleid met betrekking tot het verlenen van schadevergoedingen bij rechtmatige overheidsdaad.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het nemen van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van het maken van geheime onderlinge afspraken door aannemers.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen voor aanleg en onderhoud van infrastructurele werken.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen met betrekking tot aanleg en beheer van vaarwegen.

Periode: 1977–

Waardering: B (1)

Handeling: Het doen van anticiperend onderzoek naar nieuwe technologieën, toe te passen bij de aanleg en het onderhoud van infrastructurele werken.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden van (wijzigingen op) wet- en regelgeving met betrekking tot de aanleg en de exploitatie van infrastructurele werken en voorzieningen door derden.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het maken van afspraken met lagere overheden en andere beheersinstanties met betrekking tot aanleg en verbetering van infrastructurele werken.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het maken van afspraken met lagere overheden en andere beheersinstanties met betrekking tot beheer en onderhoud van infrastructurele werken.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 30 jr.

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het RWS beleid inzake de kwaliteitseisen aan aannemers en andere toeleveranciers.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan werkgroepen van normalisatie-instituten en andere organisaties waarbinnen niet-bindende normen worden voorbereid.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het opstellen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de werkgroepen van CEN en CENELEC met betrekking tot de totstandkoming van bindende normen op het gebied van infrastructuur en bouw.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 5 jr.

Handeling: Het formuleren en vaststellen van het RWS-beleid met betrekking tot eigen octrooien en octrooien van derden.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het aanvragen van octrooien.

Periode: (1945–)

Waardering: B (1)

Handeling: Het verlenen, wijzigen of opheffen van licenties aan derden voor het verrichten van werkzaamheden onder octrooien in het bezit van de minister van Verkeer en Waterstaat.

Periode: (1945–)

Waardering: V, 20 jr.

Handeling: Het aanvechten van octrooien van derden.

Periode: (1945–)

Waardering: B (5)

Handeling: Het aanleggen en verbeteren van kunstwerken ten behoeve van de verkeersinfrastructuur.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het aanleggen en verbeteren van vaarwegen en havens.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het bouwen van overzetveren.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het aanleggen en verbeteren van wegen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

Handeling: Het aanbrengen en verbeteren van verkeersvoorzieningen.

Periode: (1945–)

Waardering: V, m.u.v. werken die voldoen aan object-bewaarcriteria. Zie H13 voor termijnen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)