Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Buitensectorale arbeidsvoorwaarden over de periode 1945-1998 (Ministerie van OCW)

Type Archiefselectielijst
Publication 2007-11-22
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Wet tot verhoging van de salarissen en toelagen van de vice-president en de leden van de Raad van State, benevens de verhoging van de ambtswedde van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, Stb. 1959/190

Wet tot herziening van de salarissen van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de ambtswedden van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, en tot het stellen van regelen ten aanzien van vergoedingen voor staatsraden in buitengewone dienst, Stb. 1963/110

Wet houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 11 september 1964, Stb. 1964/387

Opmerking: zie ook handeling bij Raad van State, nr. 160

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb voor de hoogte van de vergoeding voor plaatsvervangende leden en leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet, 21 juli 1927, Stb. 1927/259, art. 48

Wet houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 11 september 1964, Stb. 1964/387, art. 5

Wet houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 11 september 1964, zoals gewijzigd 10 maart 1993, Stb. 1993/217, art. 5

Product: Besluit tot vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden en van het tarief voor de aan hen toekomende schadeloosstelling voor reis- en verblijfkosten, 11 juni 1934, Stb. 1934/307

Besluit houdende vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden, 18 augustus 1962, Stb. 1962/351

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 19 juni 1968, Stb. 1968/357

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 25 februari 1975, Stb. 1975/112

Besluit houdende regeling van de vergoeding voor leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer, Stb. 1992/538

Opmerking: Vanaf 1 januari 1992 werd het plaatsvervangend lidmaatschap vervangen door het lidmaatschap in buitengewone dienst geworden.

Waardering: B (5)

Handeling: Het toekennen van uitkeringen en vergoedingen aan plaatsvervangende leden en leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit tot vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden der Algemene Rekenkamer en van het tarief voor de aan hen toekomende schadeloosstelling voor reis- en verblijfskosten, 11 juni 1934, Stb. 1934/307;

Wet tot verhoging van de salarissen en toelagen van de vice-president en de leden van de Raad van State, benevens verhoging van de ambtswedden van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 9 april 1959, Stb. 1959/190 juncto Besluit houdende toekenning van een uitkering over het jaar 1955 en van een uitkering over het tijdvak van 1 september 1956 tot 1 januari 1957 aan Rijkspersoneel, burgemeesters, personeel van de gemeentepolitie en personeel van onderwijsinrichtingen en -instellingen, 25 juni 1957, Stb. 1957/252

Besluit houdende vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden, 18 augustus 1962, Stb. 1962/351, art. 1–2

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 19 juni 1968, Stb. 1968/357, art. 1

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 25 februari 1975, Stb. 1975/112, art 1

Besluit houdende regeling van de vergoeding voor leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer, 21 september 1992, Stb. 1992/538, art. 5

Opmerking: Onder vergoedingen wordt verstaan de presentiegelden, maar ook de vergoedingen inzake reis- en verblijfkosten.

Vanaf 1 januari 1992 werd het plaatsvervangend lidmaatschap vervangen door het lidmaatschap in buitengewone dienst geworden.

Waardering: V 10 jaar na einde toekenning

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een wet inzake het regelen van de financiering van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding

Periode: 1959–

Grondslag: –

Product: Wet houdende maatregelen terzake van de financiering van pensioenen van het personeel der Koninklijke Hofhouding, Stb. 1959/96

Wet houdende maatregelen met betrekking tot de pensioenen van het personeel van het Koninklijk Huis, Stb. 1960/314

Waardering: B (1)

Handeling: Het machtigen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds om een overeenkomst aan te gaan met de Stichting tot Verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijk Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau

Periode: 1960–

Grondslag: Wet houdende regelen met betrekking tot de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding, 27 juli 1960, Stb. 1960/314, art. 2

Waardering: V 5 jaar na einde machtiging

Handeling: Het verstrekken van een bedrag aan de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau ten behoeve van de dekking van pensioenaanspraken over in het verleden vervulde diensttijd

Periode: 1959–

Grondslag: Wet houdende maatregelen ter zake van de financiering van pensioenen van het personeel der Koninklijke Hofhouding, 4 maart 1959, Stb. 1959/96

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voeren van overleg met een vakminister over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren van die vakminister die in een internationale organisatie werkzaam zijn

Periode: 1945–

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regels voor een goede toepassing van het toekennen van een toeslag verband houdende met het verschuldigd zijn van de premies ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

Periode: 1989–

Grondslag: Wet houdende voorzieningen ten behoeve van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en belanghebbenden in de zin van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers in verband met de voorstellen van de loonbelasting en de inkomensbelasting, 28 december 1989, Stb. 1989/591

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb over de rechtspositie van de voorzitters van waterschappen

Periode: 1991–

Grondslag: Waterschapswet, 6 juni 1991, Stb. 1991/379, art. 49

Product: Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen, 17 oktober 1991, Stb. 1991/560

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van de jaarwedde en vergoedingen van de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur, de leden van de bestuurscommissie, de secretaris en de ontvanger van het openbaar lichaam voor de ingepolderde Wieringermeer

Periode: 1945–1967

Grondslag: Wet tot instelling van een openbaar lichaam voor de ingepolderde Wieringermeer en ander aan te wijzen ingepolderde of in te polderen gedeelten van het IJsselmeer, 31 mei 1937, Stb. 1937/521, art. 17

Opmerking: De vergoedingen zijn o.m. de reis- en verblijfkosten en het presentiegeld.

Het vaststellen van de vergoedingen en jaarwedden betreffende het ingepolderde Wieringermeer gebeurd in samenwerking met de Minister van Binnenlandse Zaken.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voeren van overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Financiën over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren van de vakminister die in een internationale organisatie werkzaam zijn

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

Periode: 1958–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Product: Concept-fiches

Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc Raden/Attachés met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot de arbeidvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Overige actoren

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.

Waardering: B (1)

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheercomité of reglementeringscomité

Periode: 1958–

Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.

Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheercomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg.,

Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze commissies en werkgroepen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg.,

Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit betreffende arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzingen voor de regelgeving, 1992, Stcrt. 1992/230, nr. 334

Product: Implementatieplan

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnenen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de mede beslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Waardering: B (1)

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van de Tweede Kamer

Periode: a. 1968–1995

Grondslag: Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, 19 december 1990, Stb. 1990/622, art. 4

Opmerking: Een Tweede Kamerlid verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Belastingdienst Particulieren 's-⁠Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de belastingdienst doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van het Europees Parlement

Periode: 1979–1996

Grondslag: Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement, 5 juli 1979, Stb. 1979/379, art. 4

Opmerking: Een lid van het Europees Parlement verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Inspectie der directe belastingen te 's-Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de inspectie doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van de Tweede Kamer

Periode: 1996–

Grondslag: Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, 19 december 1990, Stb. 1990/622, art. 4

Opmerking: Een Tweede Kamerlid verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Belastingdienst Particulieren ’s-Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de belastingdienst doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van het Europees Parlement

Periode: 1996–

Grondslag: Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement, 5 juli 1979, Stb. 1979/379, art. 4

Opmerking: Een lid van het Europees Parlement verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Inspectie der directe belastingen te 's-Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de inspectie doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

Wet houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 11 september 1964, Stb. 1964/387

Opmerking: zie ook handeling bij Raad van State, nr. 160

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb voor de hoogte van de vergoeding voor plaatsvervangende leden en leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1945–

Grondslag: Comptabiliteitswet, 21 juli 1927, Stb. 1927/259, art. 48

Wet houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 11 september 1964, Stb. 1964/387, art. 5

Wet houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president en de leden van de Raad van State, alsmede van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 11 september 1964, zoals gewijzigd 10 maart 1993, Stb. 1993/217, art. 5

Product: Besluit tot vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden en van het tarief voor de aan hen toekomende schadeloosstelling voor reis- en verblijfkosten, 11 juni 1934, Stb. 1934/307

Besluit houdende vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden, 18 augustus 1962, Stb. 1962/351

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 19 juni 1968, Stb. 1968/357

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 25 februari 1975, Stb. 1975/112

Besluit houdende regeling van de vergoeding voor leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer, Stb. 1992/538

Opmerking: Vanaf 1 januari 1992 werd het plaatsvervangend lidmaatschap vervangen door het lidmaatschap in buitengewone dienst geworden.

Waardering: B (5)

Handeling: Het toekennen van uitkeringen en vergoedingen aan plaatsvervangende leden en leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit tot vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden der Algemene Rekenkamer en van het tarief voor de aan hen toekomende schadeloosstelling voor reis- en verblijfskosten, 11 juni 1934, Stb. 1934/307;

Wet tot verhoging van de salarissen en toelagen van de vice-president en de leden van de Raad van State, benevens verhoging van de ambtswedden van de voorzitter en de leden van de Algemene Rekenkamer, 9 april 1959, Stb. 1959/190 juncto Besluit houdende toekenning van een uitkering over het jaar 1955 en van een uitkering over het tijdvak van 1 september 1956 tot 1 januari 1957 aan Rijkspersoneel, burgemeesters, personeel van de gemeentepolitie en personeel van onderwijsinrichtingen en -instellingen, 25 juni 1957, Stb. 1957/252

Besluit houdende vaststelling van de vergoeding aan plaatsvervangende leden, 18 augustus 1962, Stb. 1962/351, art. 1–2

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 19 juni 1968, Stb. 1968/357, art. 1

Besluit houdende herziening van de vergoeding voor plaatsvervangende leden, 25 februari 1975, Stb. 1975/112, art 1

Besluit houdende regeling van de vergoeding voor leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer, 21 september 1992, Stb. 1992/538, art. 5

Opmerking: Onder vergoedingen wordt verstaan de presentiegelden, maar ook de vergoedingen inzake reis- en verblijfkosten.

Vanaf 1 januari 1992 werd het plaatsvervangend lidmaatschap vervangen door het lidmaatschap in buitengewone dienst geworden.

Waardering: V 10 jaar na einde toekenning

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een wet inzake het regelen van de financiering van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding

Periode: 1959–

Grondslag: –

Product: Wet houdende maatregelen terzake van de financiering van pensioenen van het personeel der Koninklijke Hofhouding, Stb. 1959/96

Wet houdende maatregelen met betrekking tot de pensioenen van het personeel van het Koninklijk Huis, Stb. 1960/314

Waardering: B (1)

Handeling: Het machtigen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds om een overeenkomst aan te gaan met de Stichting tot Verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijk Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau

Periode: 1960–

Grondslag: Wet houdende regelen met betrekking tot de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding, 27 juli 1960, Stb. 1960/314, art. 2

Waardering: V 5 jaar na einde machtiging

Handeling: Het verstrekken van een bedrag aan de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau ten behoeve van de dekking van pensioenaanspraken over in het verleden vervulde diensttijd

Periode: 1959–

Grondslag: Wet houdende maatregelen ter zake van de financiering van pensioenen van het personeel der Koninklijke Hofhouding, 4 maart 1959, Stb. 1959/96

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voeren van overleg met een vakminister over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren van die vakminister die in een internationale organisatie werkzaam zijn

Periode: 1945–

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regels voor een goede toepassing van het toekennen van een toeslag verband houdende met het verschuldigd zijn van de premies ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

Periode: 1989–

Grondslag: Wet houdende voorzieningen ten behoeve van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en belanghebbenden in de zin van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers in verband met de voorstellen van de loonbelasting en de inkomensbelasting, 28 december 1989, Stb. 1989/591

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een amvb over de rechtspositie van de voorzitters van waterschappen

Periode: 1991–

Grondslag: Waterschapswet, 6 juni 1991, Stb. 1991/379, art. 49

Product: Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen, 17 oktober 1991, Stb. 1991/560

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van de jaarwedde en vergoedingen van de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur, de leden van de bestuurscommissie, de secretaris en de ontvanger van het openbaar lichaam voor de ingepolderde Wieringermeer

Periode: 1945–1967

Grondslag: Wet tot instelling van een openbaar lichaam voor de ingepolderde Wieringermeer en ander aan te wijzen ingepolderde of in te polderen gedeelten van het IJsselmeer, 31 mei 1937, Stb. 1937/521, art. 17

Opmerking: De vergoedingen zijn o.m. de reis- en verblijfkosten en het presentiegeld.

Het vaststellen van de vergoedingen en jaarwedden betreffende het ingepolderde Wieringermeer gebeurd in samenwerking met de Minister van Binnenlandse Zaken.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voeren van overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Financiën over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren van de vakminister die in een internationale organisatie werkzaam zijn

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Handeling: Het detacheren/benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG

Periode: 1958–

Product: Besluit

Waardering: V 5 jaar na einde detachering / benoeming

NB Met uitzondering van benoemings- en detacheringsbesluiten waaraan pensioenrechten door betrokkenen ontleend kunnen worden, vernietigen 75 jaar na geboortedatum betrokkene

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

Periode: 1958–

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Product: Concept-fiches

Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc Raden/Attachés met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot de arbeidvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

Periode: 1958–

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.

Waardering: B (1)

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheercomité of reglementeringscomité

Periode: 1958–

Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.

Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheercomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg.,

Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze commissies en werkgroepen

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg.,

Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit betreffende arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzingen voor de regelgeving, 1992, Stcrt. 1992/230, nr. 334

Product: Implementatieplan

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnenen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de mede beslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Waardering: B (1)

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende arbeidsvoorwaarden van internationale ambtenaren

Periode: 1958–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: V 5 jaar na einde benoeming

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van de Tweede Kamer

Periode: a. 1968–1995

Grondslag: Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, 19 december 1990, Stb. 1990/622, art. 4

Opmerking: Een Tweede Kamerlid verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Belastingdienst Particulieren 's-⁠Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de belastingdienst doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van het Europees Parlement

Periode: 1979–1996

Grondslag: Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement, 5 juli 1979, Stb. 1979/379, art. 4

Opmerking: Een lid van het Europees Parlement verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Inspectie der directe belastingen te 's-Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de inspectie doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van de Tweede Kamer

Periode: 1996–

Grondslag: Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, 19 december 1990, Stb. 1990/622, art. 4

Opmerking: Een Tweede Kamerlid verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Belastingdienst Particulieren ’s-Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de belastingdienst doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het doen van mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken over de hoogte van de neveninkomsten van een lid van het Europees Parlement

Periode: 1996–

Grondslag: Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement, 5 juli 1979, Stb. 1979/379, art. 4

Opmerking: Een lid van het Europees Parlement verstrekt jaarlijks aan het Hoofd van de Inspectie der directe belastingen te 's-Gravenhage een opgave van zijn neveninkomsten of geeft een verklaring af dat zijn neveninkomsten een bepaald, in de wet genoemd bedrag niet te boven zijn gegaan. Het hoofd van de inspectie doet hiervan mededeling aan de minister van Binnenlandse Zaken die naar aanleiding van de opgave van de neveninkomsten het bedrag van de schadeloosstelling dient aan te passen.

Waardering: V 5 jaar

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Overige actoren

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)