Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Politie over de periode vanaf 1994 (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
– het afwikkelen en onderhouden van het huisstijlhandboek politie;
– het budgettair afwikkelen van het budget reorganisatie politie en het beheren van het centrale deel van het reorganisatiebudget;
– het al dan niet goedkeuren van een personeelsplan van een politiekorps
Grondslag: art. 3 van de Beschikking houdende nadere invulling van het project nazorg reorganisatie politie en opheffing van de landelijke projectorganisatie voor de reorganisatie van de politie (Stcrt. 1994, 130)
Bron: H.W.J. Helsen, 17 augustus 1995
Periode: 1994–1995
Waardering: B 3
Handeling: het voorbereiden van de bepaling bij KB tot welk tijdstip het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel (Stb. 1992, 440) in werking blijft
Grondslag: art. 70.3 van de Politiewet 1993 (Stb. 725)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het uitvoeren van art. 3 van de Regeling aanstellingseisen politie (Stcrt. 1995, 63)
Grondslag: art. 3 van de Regeling aanstellingseisen politie (Stcrt. 1995, 63)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het vragen aan het bestuur van het ABP te beslissen dat een ambtenaar blijvend ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie
Grondslag: art. 52.2 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de verstrekking van uniformkleding aan een adspirant, aan een ambtenaar die aangesteld is voor de uitvoering van de politietaak, of aan een ambtenaar die aangesteld is voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie
Grondslag: art. 56.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het al dan niet verlenen van ontheffing aan uit de openbare kas bezoldigde ambten van het verbod buiten dienst gekleed te gaan in uniform
Grondslag: art. 56.4 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het al dan niet overeenstemmen met het bevoegd gezag over een detachering van een ambtenaar zoals bedoeld in art. 62.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214), als deze ambtenaar bij KB is aangesteld
Grondslag: art. 62.2 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vragen van het bevoegd gezag om, of het al dan niet overeenstemmen met het bevoegd gezag over, een detachering van een ambtenaar aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken
Grondslag: art. 62.1.a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het meewerken met de korpsbeheerder van een regionaal politiekorps aan de verlening van eervol ontslag aan een ambtenaar die werkt bij dit politiekorps, op andere gronden dan die in artikel 94 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214) zijn geregeld of waarnaar in dat artikel wordt verwezen
Grondslag: art. 95.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van een Ministeriële regeling waarbij een ambtenaar die bij een regionaal politiekorps werkt en die niet bij KB is benoemd, een uitkering wordt toegekend in geval van ontslag ingevolge art. 95.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Grondslag: art. 95.3.c van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen waarin een leeftijdsgrens wordt verbonden aan een door het bevoegd gezag aangewezen functie, die een ambtenaar die aangesteld is voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, vervult
Grondslag: art. 88.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het voorbereiden van het besluit inzake opschorting van het verlenen van eervol ontslag aan een ambtenaar die bij KB is benoemd en die werkt bij een regionaal politiekorps
Grondslag: art. 88.4 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het al dan niet overeenstemmen over het besluit inzake opschorting van het verlenen van eervol ontslag aan een ambtenaar die bij KB is benoemd en die werkt bij het Korps landelijke politiediensten
Grondslag: art. 88.4 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het meewerken met het bevoegd gezag aan de verlening van ontslag als bedoeld in artikel 125e.4 van de Ambtenarenwet (Stb. 1929, 530)
Grondslag: art. 93.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het voorbereiden van de vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling bij KB waarbij een ambtenaar die bij een regionaal politiekorps werkt en die bij KB is benoemd, een uitkering wordt toegekend in geval van ontslag ingevolge art. 95.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Grondslag: art. 95.3.a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het al dan niet overeenstemmen met de Minister van Justitie over de vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling bij KB waarbij een ambtenaar die bij het Korps landelijke politiediensten werkt of die bijzondere ambtenaar van politie is, en die bij KB is benoemd, een uitkering wordt toegekend in geval van ontslag ingevolge art. 95.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Grondslag: art. 95.3.b van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen waarin de premie wordt vastgesteld die wordt toegekend aan een ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend ingevolge art. 90 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Grondslag: art. 96 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het uitvoeren van de Regeling bezwarenprocedure functiewaardering politie (Stcrt. 1994, 157)
Grondslag: Regeling bezwarenprocedure functiewaardering politie (Stcrt. 1994, 157)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het uitvoeren van de Regeling spaarloon politie (Stcrt. 1994, 113) en van de Spaarloonregeling politiepersoneel Justitie (Stcrt. 1994, 111)
Grondslag: Regeling spaarloon politie (Stcrt. 1994, 113);
Spaarloonregeling politiepersoneel Justitie (Stcrt. 1994, 111)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het voorbereiden van het besluit inzake schorsing van de toelating van een vereniging van ambtenaren tot het GOP of inzake het al dan niet toelaten van een andere vereniging van ambtenaren tot dit GOP
Grondslag: art. 2.2.e of 2.4 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 5 jaar
Handeling: het al dan niet tenuitvoerbrengen van voorstellen tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren
Grondslag: art. 3.3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het al dan niet opdragen van de leiding van het GOP aan een door de Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen ambtenaar, en het aanwijzen van een functionaris die de voorzitter bij het GOP terzijde staat
Grondslag: art. 4.1 en 4.3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het uitvoeren van art. 4.4–20 en 22 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Grondslag: art. 4.4–20 en 23 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: V.termijn: 10 jaar
Handeling: het uitvoeren van art. 5 van de Reisregeling binnenland politie (Stcrt. 1994, 251)
Grondslag: art. 5 van de Reisregeling binnenland politie (Stcrt. 1994, 251)
Periode: 1995–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het uitvoeren van art. 3 en 13 van het Besluit vergoeding dienstreizen politie (Stb. 1994, 217)
Grondslag: art. 3 en 13 van het Besluit vergoeding dienstreizen politie (Stb. 1994, 217)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het uitvoeren van het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie (Stb. 1994, 218)
Grondslag: Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie (Stb. 1994, 218)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het bepalen dat andere ambtenaren of arbeidscontractanten dan die, bedoeld in art. 2.1.a en 2.1.b, als actief dienende deelnemers worden aangemerkt
Grondslag: art. 2.3 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het beslissen dat wanneer op grond van het Besluit GVP 1994 het deelnemerschap dan wel de hoedanigheid van gezinslid zou moeten worden beëindigd, de betrokkene als deelnemer of gezinslid in de zin van dit besluit al dan niet zal worden gehandhaafd
Grondslag: art. 6.1 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de toekenning aan of ten behoeve van deelnemers van vergoedingen van in door hen gemaakte ziektekosten
Grondslag: art. 7.1 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het uitvoeren van de Regeling geneeskundige verzorging politie 1991 (Stcrt. 62; gewijzigd Stcrt. 1995, 15)
Grondslag: Regeling geneeskundige verzorging politie 1991 (Stcrt. 62; gewijzigd Stcrt. 1995, 15)
Periode: 1995–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het vaststellen of wijzigen van een percentage van de bijdrage aan de DGVP voor een actief dienende of een gepensioneerde deelnemer, die het lichaam dat belast is met de uitbetaling van de bezoldiging, verhaalt op de deelnemer
Grondslag: art. 9.1 of 9.2 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het voorzien in de betaling aan de DGVP van het resterende deel van de bijdrage voor een gepensioneerde deelnemer
Grondslag: art. 9.2 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen of wijzigen van een percentage van de heffingsGrondslag: dat de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer bedraagt, en het vaststellen of wijzigen van het bedrag dat als maximum zal gelden, waarboven van de heffingsGrondslag: geen bijdrage zal worden berekend
Grondslag: art. 9.3 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de wijze waarop de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer moet worden afgedragen en het verhaal moet plaatsvinden
Grondslag: art. 9.7 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen of wijzigen van het nominale bedrag dat een deelnemer verschuldigd is aan de DGVP voor zich en ieder van zijn gezinsleden, en van de wijze waarop en de termijnen waarin het nominale bedrag door de deelnemer dient te worden afgedragen
Grondslag: art. 9.8 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de manier waarop de DGVP de Minister bijstaat bij de uitvoering van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338) en van de krachtens dit besluit gegeven regels
Grondslag: art. 10.1 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–1996
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het benoemen, schorsen of ontslaan van een lid van de Commissie, belast met de algemene leiding en het beheer van de DGVP (Commissie van Beheer van de DGVP), of het aanwijzen van de voorzitter of de secretaris van de commissie uit de leden
Grondslag: art. 11.2 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de werkzaamheden van de Commissie van Beheer van de DGVP
Grondslag: art. 11.5 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het benoemen, schorsen of ontslaan van:
– de administrateur of een ambtenaar, belast met de dagelijkse leiding van de DGVP; en
– een adviseur voor de Commissie van Beheer van de DGVP en voor deze administrateur
Grondslag: art. 11.4 en 12 van het Besluit GVP 1994 (Stb. 338)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het aanwijzen van een functie bij de politie als een vertrouwensfunctie als bedoeld in art. 125e.1 van de Ambtenarenwet (Stb. 1929, 530)
Grondslag: art. 50.2 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Handeling: het voordragen tot amvb’s over de rangen van de politie
Grondslag: art. 51 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: V termijn:10 jaar
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Minister van Justitie over het geven van aanwijzingen aan een korpsbeheerder van personeel en middelen voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en voor de verrichting van andere taken ten dienste van de justitie
Grondslag: art. 53.1 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het geven van aanwijzingen aan een korpsbeheerder van het beheer
Grondslag: art. 53.2 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het ontvangen van de mededeling van de commissaris van de Koning over zijn besluit op een verzoek van een korpsbeheerder van een regionaal politiekorps om bijstand van andere politiekorpsen voor de handhaving van de openbare orde
Grondslag: art. 54.4 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Handeling: het al dan niet geven van de opdracht aan de betrokken korpsbeheerders van regionale politiekorpsen om bijstand te verlenen aan een korpsbeheerder van een ander regionaal politiekorps voor de handhaving van de openbare orde
Grondslag: art. 54.3 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Handeling: het vragen aan de Minister van Justitie om bijstand van het Korps landelijke politiediensten aan een korpsbeheerder van een regionaal politiekorps voor de handhaving van de openbare orde
Grondslag: art. 54.3 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 5
Handeling: het al dan niet geven van de opdracht aan een commissaris van de Koning of een burgemeester om bijstand te verlenen aan regionale politiekorpsen of onderdelen daarvan voor de handhaving van de openbare orde in het geval van art. 16.2 van de Politiewet 1993
Grondslag: art. 55 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Handeling: het ontvangen van de mededeling van de procureur-generaal over zijn besluit op een verzoek van een korpsbeheerder van een regionaal politiekorps om bijstand van andere politiekorpsen of van de BBE-politie voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie
Grondslag: art. 56.4 van de Politiewet 1993 of Toelichting: op de Regeling bijzondere bijstandseenheden (Stcrt. 1994, 70)
Periode: 1994–
Waardering: B 5
Handeling: het toezien op strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, als de Minister van Justitie opdrachten verstrekt heeft aan de betrokken korpsbeheerders van regionale politie-korpsen of aan de algemeen commandant van de BBE-politie om bijstand te verlenen aan een korpsbeheerder van een (ander) regionaal politiekorps voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie
Grondslag: art. 56.3 van de Politiewet 1993 en art. 140.1 van het Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14), of art. 6 en de Toelichting: op de Regeling bijzondere bijstandseenheden (Stcrt. 1994, 70)
Bron: F.W.M. van Straelen, 6 oktober 1995
Periode: 1994–
Waardering: B 2
Handeling: het al dan niet geven van de opdracht aan de betrokken korpsbeheerders van regionale politiekorpsen of aan de algemeen commandant van de BBE-politie om bijstand te verlenen aan het Korps landelijke politiediensten voor de handhaving van de openbare orde
Grondslag: art. 57.1 van de Politiewet 1993, of art. 6 en de Toelichting: op de Regeling bijzondere bijstandseenheden (Stcrt. 1994, 70)
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Handeling: het toezien op de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, als de Minister van Justitie opdrachten verstrekt heeft aan de betrokken korpsbeheerders van regionale politiekorpsen of aan de algemeen commandant van de BBE-politie om bijstand te verlenen aan het Korps landelijke politiediensten voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie
Grondslag: art. 57.2 van de Politiewet 1993 en art. 140.1 van het Wetboek van Strafvordering (Stb. 1921, 14), of art. 6 en de Toelichting: op de Regeling bijzondere bijstandseenheden (Stcrt. 1994, 70)
Bron: F.W.M. van Straelen, 6 oktober 1995
Periode: 1994–
Waardering: B 2
Handeling: het bepalen of en, zo ja, hoe de Koninklijke marechaussee bijstand moet verlenen voor de handhaving van de openbare orde
Grondslag: art. 58.2 en 58.3 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Handeling: het bepalen of en, zo ja, hoe andere onderdelen van de krijgsmacht dan de Koninklijke marechaussee bijstand moeten verlenen voor de handhaving van de openbare orde
Grondslag: art. 59.1 en 59.2 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Toelichting: Deze Waardering: is conform het Basisselectiedocument Taakveld IV beleidsterrein operatiën: militaire bijstand en steunverlening 1945–1993, Concept, Ministerie van Defensie & Rijksarchiefdienst/PIVOT, ’s-Gravenhage, maart 1995, nr. (82) (RIO-nr. 4).
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de wijze waarop andere onderdelen van de krijgsmacht dan de Koninklijke marechaussee bijstand moeten verlenen voor de handhaving van de openbare orde
Grondslag: art. 59.2 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het instellen, wijzigen of opheffen van een BBE-defensie
Grondslag: art. 60.1 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Toelichting: Deze Waardering: is conform het Basisselectiedocument Taakveld IV beleidsterrein operatiën: militaire bijstand en steunverlening 1945–1993, Concept, Ministerie van Defensie & Rijksarchiefdienst/PIVOT, ’s-Gravenhage, maart 1995, (83) (RIO-nr. 9).
Handeling: het bepalen op welke wijze de BBE’s-defensie worden ingezet
Grondslag: art. 60.2 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 6
Toelichting: Deze Waardering: is conform het Basisselectiedocument Taakveld IV beleidsterrein operatiën: militaire bijstand en steunverlening 1945–1993, Concept, Ministerie van Defensie & Rijksarchiefdienst/PIVOT, ’s-Gravenhage, maart 1995, (83) (RIO-nr. 9).
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de wijze waarop de BBE’s-defensie worden ingezet
Grondslag: art. 60.2 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Minister van Justitie over de vraag of hij de plannen tot daadwerkelijke eenheidsgewijze inzet van BBE’s, al dan niet goedkeurt
Grondslag: art. 5.2 van de Regeling bijzondere bijstandseenheden (Stcrt. 1994, 70)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het voordragen tot adviezen van het beleidsteam van de regering aan de Minister van Justitie over het al dan niet goedkeuren van de plannen tot daadwerkelijke eenheidsgewijze inzet van BBE’s
Grondslag: Toelichting: op de Regeling bijzondere bijstandseenheden (Stcrt. 1994, 70)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het uitvoeren van de Klachtenregeling Korps landelijk politiediensten (Stcrt. 1994, 88)
Grondslag: Klachtenregeling Korps landelijk politiediensten (Stcrt. 1994, 88)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het coördineren van integraal veiligheidsbeleid
Grondslag: Projectplan integraal veiligheidsbeleid 1995, p. 6, 8, 35–36, 38, 40
Bron: P.M. Monné, 22 september 1995
Periode: 1994–1998
Waardering: B 1
Handeling: het voordragen tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van een korpschef van een regionaal politiekorps
Grondslag: art. 25.1 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: B 4
Handeling: het voordragen tot amvb’s over voordrachten tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van een ambtenaar van politie die deel uitmaakt van de leiding van een regionaal politiekorps
Grondslag: art. 25.3 van de Politiewet 1993
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het voordragen tot benoeming, bevordering, schorsing of ontslag bij KB van:
– de plaatsvervangend korpschef van een regionaal politiekorps;
– een andere ambtenaar van politie die deel uitmaakt van de leiding van een regionaal politiekorps en die ten minste wordt bezoldigd overeenkomstig schaal 14 als bedoeld in bijlage I van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Grondslag: art. 1 van het Besluit Kroonbenoemingen politie (Stb. 1994, 675)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het voordragen tot amvb’s tot de instelling van een commissie ad hoc voor georganiseerd overleg inzake de rechtstoestand van degenen van wie de aanstelling of arbeidsovereenkomst wijzigt als gevolg van de verzelfstandiging van de uitvoering van taken op het gebied van de werving, de selectie en het onderwijs voor de politie
Grondslag: art. 6.1, 22.1 en 26.1 van de Politiewet (Stb. 1957, 244; gewijzigd Stb. 1988, 576);
art. 125.1 en 134.1 van de Ambtenarenwet (Stb. 1929, 530);
art. 3.2 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (Stb. 1931, 248); en
art. 3.1 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit (Stb. 1931, 354)
Periode: 1994–1995
Waardering: V termijn: 5 jaar
Handeling: het voordragen tot amvb’s voor het personeel van het LSOP over:
– aanstelling, schorsing en ontslag;
– het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;
– bezoldiging en wachtgeld;
– diensttijden;
– verlof en vakantie;
– voorzieningen in verband met ziekte;
– bescherming bij de arbeid;
– woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;
– medezeggenschap;
– overige rechten en plichten;
– disciplinaire straffen;
– de instelling en werkwijze van commissies die moeten beslissen met uitsluiting van administratieve organen;
– de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren
Grondslag: art. 6.1.a, 22.1.a en 74.6 van de Politiewet (Stb. 1957, 244; gewijzigd Stb. 1992, 320);
art. 125.1 van de Ambtenarenwet (Stb. 1929, 530)
Periode: 1994–1995
Produkt: Ambtenarenreglement LSOP (Stb. 1992, 322)
Waardering: B 1
Handeling: het voordragen tot amvb’s voor het personeel van het LSOP over:
– aanstelling, schorsing en ontslag;
– het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;
– bezoldiging en wachtgeld;
– diensttijden;
– verlof en vakantie;
– voorzieningen in verband met ziekte;
– bescherming bij de arbeid;
– woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;
– medezeggenschap;
– overige rechten en plichten;
– disciplinaire straffen;
– de instelling en werkwijze van commissies die moeten beslissen met uitsluiting van administratieve organen;
– de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren
Grondslag: art. 74.6 van de Politiewet (Stb. 1957, 244; gewijzigd Stb. 1992, 320) en art. 125 van de Ambtenarenwet (Stb. 1929, 530)
Periode: 1994–1995
Produkt: – Bezoldigingsbesluit LSOP (Stb. 1992, 323);
– Besluit overleg en medezeggenschap LSOP (Stb. 1992, 324)
Waardering: B 1
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over een systeem van functiewaardering en over de behandeling van verzoeken van ambtenaren die bezwaar hebben tegen de uitkomst van de bepaling van aard en niveau van zijn functie, om een waarderingsuitkomst opnieuw in overweging te nemen
Grondslag: art. 3.3 en 4.2 van het Bezoldigingsbesluit LSOP (Stb. 1992, 323)
Periode: 1994–1995
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het voordragen tot amvb’s met bepalingen die art. 50.1 van de Politiewet 1993 aanvullen, voor ambtenaren die in dienst zijn bij het LSOP
Grondslag: art. 9.6 van de LSOP-wet (Stb. 1994, 780)
Periode: 1995–
Waardering: B 1
Toelichting: Zie Handeling: (462) onder de Minister van Binnenlandse Zaken (directie Politie/PO&I/AB).
Handeling: het voordragen tot amvb’s voor de vrijwillige ambtenaren die aangesteld zijn voor de uitvoering van de politietaak:
a. de rechtspositie, de beëdiging, de rangen en de bezoldiging;
b. de tucht;
c. de eisen van benoembaarheid;
d. de eisen van bevordering
Grondslag: art. 6.2 van de Politiewet (Stb. 1957, 244)
Periode: 1994–1995
Waardering: B 1
Handeling: het voordragen tot amvb’s voor de politie (ingevolge de LSOP-wet: en voor de ambtenaren die in dienst zijn bij het LSOP) over:
– aanstelling, schorsing en ontslag;
– het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;
– bezoldiging en wachtgeld;
– diensttijden;
– verlof en vakantie;
– voorzieningen in verband met ziekte;
– bescherming bij de arbeid;
– woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;
– medezeggenschap;
– overige rechten en plichten;
– disciplinaire straffen;
– de instelling en werkwijze van commissies die moeten beslissen met uitsluiting van administratieve organen;
– de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren
Grondslag: a. art. 50.1 van de Politiewet 1993; of
b. art. 9.6 van de LSOP-wet (Stb. 1994, 780)
Periode: a. 1994–
b. 1995–
Waardering: B 1
Handeling: het vaststellen of wijzigen van de minimumleeftijd voor de aanstelling als adspirant, als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, of als bijzondere ambtenaar van politie
Grondslag: art. 7.1.b van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 5 jaar
Toelichting: Deze Handeling: maakt deel uit van Handeling: (466) onder de Minister van Binnenlandse Zaken (directie Politie/PO&I/AB).
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen met eisen waaraan men moet voldoen, wil men worden aangesteld als adspirant, als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, of als bijzondere ambtenaar van politie
Grondslag: art. 7.1.c en 7.1.d van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over een veiligheids-onderzoek voor aanstelling in een vertrouwensfunctie ingevolge art. 50.2 Politiewet 1993
Grondslag: art. 8.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen ter uitvoering van art. 12 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Grondslag: art. 12.10 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het bepalen van het aantal extra roostervrije ATV-dagen waarop een ambtenaar aanspraak heeft in elk kalenderjaar
Grondslag: art. 13 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over vakantie
Grondslag: art. 27 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de inhouding op de bezoldiging van een ambtenaar over de tijd dat hij buitengewoon verlof geniet
Grondslag: art. 34.2 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de verlening van buitengewoon verlof
Grondslag: art. 39.2 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het adviseren van het bevoegd gezag of met de verlening van buitengewoon verlof aan een ambtenaar het algemeen belang in overwegende mate wordt gediend
Grondslag: art. 47.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de bedrijfsgeneeskundige begeleiding van een ambtenaar door de bedrijfsgeneeskundige dienst
Grondslag: art. 49.3 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de onderwerping van een ambtenaar aan een periodiek bedrijfsgeneeskundig onderzoek
Grondslag: art. 50.2 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen ter uitvoering van art. 71.1–71.5 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Grondslag: art. 71.6 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de diensttijd die voor de vaststelling van de ambtsjubilea in aanmerking komt
Grondslag: art. 75.4 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het al dan niet opleggen van een straf bedoeld in art. 77.1.a en 77.1.g van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214), aan een ambtenaar die werkt bij een regionaal politiekorps, bij KB is benoemd en die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt
Grondslag: art. 76.1 en 77.4 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de ontvangst van maandgeld of salaris door de adspirant die nog geen 25 jaar is, respectievelijk de adspirant die 25 jaar of ouder is
Grondslag: art. 3 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over een systeem van functiewaardering voor de bepaling van de salarisschaal
Grondslag: art. 6.2 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 10 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de behandeling van het verzoek van een ambtenaar om de waardering van zijn functie te heroverwegen
Grondslag: art. 7.2 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de berekeningswijze van de toelage van een ambtenaar
Grondslag: art. 15.6 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de toekenning van een toelage aan een ambtenaar op andere gronden dan zeer goede of uitstekende vervulling van de functie, waarneming die op grond van het systeem van functiewaardering zou leiden tot een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, piket, werving of behoud, of tegemoetkoming in de representatiekosten
Grondslag: art. 21.2 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de maaltijdvergoeding bij overwerk, als een ambtenaar geen aanspraak heeft op vergoedingen voor maaltijden in verband met een dienstreis
Grondslag: art. 28 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de verlening van een tegemoetkoming in de premie voor een ziektekostenverzekering aan een ambtenaar (die gewezen is en jonger dan 65 jaar is,) of zijn nagelaten betrekking(en)
Grondslag: art. 38 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen ter uitvoering van het Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de gewezen ambtenaar
Grondslag: art. 43.2 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van bijzondere Ministeriële regelingen voor gevallen waarin het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215) onvoldoende voorziet
Grondslag: art. 48 van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 5 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over dienstreizen van de politie binnen Nederland
Grondslag: art. 4–6 en 8–12 van het Besluit vergoeding dienstreizen politie (Stb. 1994, 217)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over de vergoeding van verblijfkosten in verband met een dienstreis
Grondslag: art. 9.1 van het Besluit vergoeding dienstreizen politie (Stb. 1994, 217)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de vergoeding van verplaatsingskosten voor de politie
Grondslag: art. 2, 5.2, 7.2, 7.3, 8.3, 9, 10 en 11.7 van het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie (Stb. 1994, 218)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 3 jaar
Handeling: het voordragen tot amvb’s over welke andere ambtenaren van politie dan de korpschefs en aan te wijzen ambtenaren van politie die deel uitmaken van de leiding van regionale politiekorpsen en dan de ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten worden benoemd, bevorderd, geschorst of ontslagen bij KB
Grondslag: art. 52 van de Politiewet 1993 (Stb. 725)
Periode: 1994–
Waardering: B 4
Handeling: het voordragen tot benoeming, bevordering, schorsing of ontslag bij KB van een andere ambtenaar van politie dan de plaatsvervangend korpschef van een regionaal politiekorps of een andere ambtenaar van politie die deel uitmaakt van de leiding van een regionaal politiekorps en die ten minste wordt bezoldigd overeenkomstig schaal 14 als bedoeld in bijlage I van het Besluit bezoldiging politie (Stb. 1994, 215), en die ten minste wordt bezoldigd overeenkomstig schaal 15 als bedoeld in deze bijlage
Grondslag: art. 1 van het Besluit Kroonbenoemingen politie (Stb. 1994, 675)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het voordragen tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van bevordering, schorsing of ontslag van een ambtenaar die geen deel uitmaakt van de leiding van een regionaal politiekorps
Grondslag: art. 3.1 van het Besluit Kroonbenoemingen politie (Stb. 1994, 675)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het al dan niet overeenstemmen met de Minister van Justitie over zijn voordracht tot benoeming, bevordering, schorsing of ontslag van een andere ambtenaar van het Korps landelijke politiediensten dan de korpschef of van een bijzondere ambtenaar van politie
Grondslag: art. 2 en 3.2 van het Besluit Kroonbenoemingen politie (Stb. 1994, 675)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het vragen aan het bestuur van het ABP om een ambtenaar die bij KB is benoemd en werkt bij een regionaal politiekorps, in aanmerking te brengen voor maatregelen of voorzieningen die in het belang van het herstel van zijn gezondheid zijn of in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid zijn, zoals bedoeld in art. P6, P7 en P8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet (ABP-wet) (Stb. 1966, 6)
Grondslag: art. 50.6 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: het treffen van voorzieningen voor de juistheid en de volledigheid van de persoonsgegevens die in een politieregister zijn opgenomen
Grondslag: art. 4.3 van de Wet politieregisters (Stb. 1990, 414)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn:
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van een (model)reglement voor een politieregister
Grondslag: art. 9.1 (of 12.1) van de Wet politieregisters (Stb. 1990, 414)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het treffen van technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van een politieregister tegen verlies of aantasting van de gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan
Grondslag: art. 7.2 van de Wet politieregisters (Stb. 1990, 414)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn:
Handeling: het verstrekken van gegevens of antecedenten uit een politieregister
Grondslag: art. 14–16 van de Wet politieregisters (Stb. 1990, 414)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar
Handeling: het al dan niet medelen aan (de wettelijke vertegenwoordiger van) de belanghebbende of, en zo ja welke, gegevens over de betrokkende in enig politieregister zijn opgenomen, waar deze gegevens vandaan komen en aan wie deze zijn verstrekt
Grondslag: art. 20 van de Wet politieregisters (Stb. 1990, 414)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn:
Handeling: het al dan niet opnemen, verbeteren, aanvullen of verwijderen van persoonsgegevens in een politieregister
Grondslag: art. 22.1 van de Wet politieregisters (Stb. 1990, 414)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar
Handeling: het voorbereiden van besluiten van de Minister van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, inclusief de algemene regels voor het voeren van het personeelsbeleid;
het leveren van bijdragen aan het overleg met de Centrale Commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken (CGOA) over nieuwe beleidsvoornemens voor politiepersoneelsaangelegenheden
Grondslag: art. 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, inclusief de algemene regels voor het voeren van het personeelsbeleid
Grondslag: art. 3.1 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Handeling: het al dan niet overeenstemmen met de Minister van Binnenlandse Zaken over voorstellen tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren
Grondslag: art. 3.3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 5 jaar
Handeling: het adviseren van het bevoegd gezag over het straffen van een ambtenaar wegens overtreding van art. 125a.1 van de Ambtenarenwet (Stb. 1929, 530)
Grondslag: art. 80.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het adviseren van de Ministers van Binnenlandse Zaken en/of Justitie over hun medewerking aan de verlening van ontslag als bedoeld in artikel 125e.4 van de Ambtenarenwet (Stb. 1929, 530)
Grondslag: art. 93.1 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband.
Handeling: het adviseren van het bevoegd gezag over de beslissing in bezwaar tegen de bedenkingen die, op grond van een veiligheidsonderzoek, zijn gerezen tegen vervulling van een vertrouwensfunctie bij de politie, door degene die daarin wil worden aangesteld
Grondslag: art. 8.3 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Stb. 1994, 214)
Periode: 1994–
Waardering: V termijn: 75 jaar of 10 jaar na einde dienstverband
Toelichting: Zie Handeling: (659) onder de Minister van Justitie.
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het emancipatiebeleid en de uitvoering van het politie-emancipatiebeleid, en het coördineren van werkzaamheden op het gebied van de emancipatie bij de Nederlandse politie;
het uitbrengen van verslag aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over haar werkzaamheden en bevindingen;
het uitbrengen van een rapport aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de taakvervulling van de commissie en met voorstellen voor gewenste veranderingen
Grondslag: Beschikking van de Minister van Justitie/Politie van 16 januari 1991, nr. 38666/90/POL, en de Minister van Binnenlandse Zaken/Politie van 16 januari 1991, nr. EA90/202/U34
Bron: Staatsalmanak voor het Koninkrijk der Nederlanden 1993 1993, p. L22; Jaarverslag 1993/Werkplan 1994 1994, p. 45–47; Politiealmanak-1995 1995, p. F-16/-17
Periode: 1994–1995
Waardering: B 1
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Defensie over voordrachten tot wetten en algemene amvb’s voor de taak, de organisatie en het beheer van de politie en het gezag waaraan zij ondergeschikt is
Bron: TK 1991–1992, 22 562, nr. 3, p. 24
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Toelichting: Zie Handeling: (6).
Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Defensie over voordrachten tot wetten en algemene amvb’s voor de taak, de organisatie en het beheer van de politie en het gezag waaraan zij ondergeschikt is
Bron: TK 1991–1992, 22 562, nr. 3, p. 24
Periode: 1994–
Waardering: B 1
Toelichting: Zie Handeling: (6).
Handeling: het adviseren van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie over de politiële informatievoorziening
Grondslag: Besluit Voorlopig Beleidsadviescollege politiële informatievoorziening (Stb. 1992, 597)
Periode: 1994
Waardering: B 1
Handeling: het adviseren van de Minister van Binnenlandse Zaken over hoe de studieproblemen van allochtone studenten op de NPA op te lossen
Grondslag: Stcrt. 1995, 9
Periode: 1995
Waardering: B 1
Handeling: het adviseren van de Minister van Binnenlandse Zaken over de bestrijding van het misbruik van 06-11
Grondslag: Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 17 juni 1993, nr. EA93/1466, Stcrt. 125
Periode: 1994–1995
Waardering: V termijn: 10 jaar
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)