Wet van 19 februari 2005, houdende een nieuwe regeling voor het toelaten van rassen, het in de handel brengen van teeltmateriaal en het verlenen van kwekersrecht (Zaaizaad- en plantgoedwet 2005)
De rechter kan op vordering van de houder van het kwekersrecht degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen aan laatstgenoemde bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de goederen of diensten, waarmee de inbreuk is gepleegd, aan de houder van het kwekersrecht mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op commerciële schaal inbreukmakende goederen in zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de andere in artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde personen.
De rechter kan op vordering van de houder van het kwekersrecht gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak.
Artikel 71
De houder van een kwekersrecht kan een redelijke vergoeding vorderen van degene die in de periode gelegen tussen de aanvraag van een kwekersrecht en de verlening van het kwekersrecht handelingen als bedoeld in artikel 57 heeft verricht met betrekking tot het ras, waarvoor kwekersrecht is aangevraagd.
De vergoeding is alleen verschuldigd voor handelingen die zijn verricht na afloop van dertig dagen, nadat de betrokkene bij deurwaardersexploot is gewezen op de krachtens dit artikel aan de houder van een kwekersrecht toekomende aanspraak.
Bij het deurwaardersexploot wordt een door de Raad gewaarmerkt afschrift gevoegd van de ter zake van de aanvraag ingediende bescheiden dan wel van passages daaruit, voor zover zij uitsluitend betrekking hebben op de kenmerken van het ras waarvoor de aanvraag is ingediend en op de aanduiding van de eigenschappen waardoor het zich van andere rassen onderscheidt. Daartoe wordt niet gerekend de weergave van de totstandkoming van het ras of van de genealogische bestanddelen.
Het eerste lid is niet van toepassing op de handelingen verricht door degene die daartoe is gerechtigd krachtens een overeenkomst met degene aan wie overeenkomstig artikel 50 of 51 de aanspraak op verlening van het kwekersrecht toekomt.
Paragraaf 6. De duur van het kwekersrecht en de opeising
Artikel 72
De duur van het kwekersrecht bedraagt vanaf de datum van dagtekening van het kwekersrecht 25 jaar, met uitzondering van rassen van door Onze Minister aan te wijzen gewassen, waarvoor de duur van het kwekersrecht 30 jaar bedraagt.
Artikel 73
De houder van het kwekersrecht kan daarvan afstand doen.
Afstand kan slechts geschieden bij een akte, die in het rassenregister wordt ingeschreven.
De inschrijving geschiedt niet, zolang er personen zijn, die blijkens in dat register ingeschreven stukken rechten op het kwekersrecht of licenties hebben verkregen of rechtsvorderingen het kwekersrecht betreffende hebben ingesteld, en deze personen tot de afstand geen toestemming hebben verleend.
Het kwekersrecht vervalt met ingang van het tijdstip van de inschrijving van de akte in het rassenregister.
Artikel 74
Een kwekersrecht vervalt van rechtswege, zodra zes maanden zijn verstreken sinds de vergoeding, bedoeld artikel 6, tweede lid, onderdeel f, verschuldigd is geworden, zonder dat betaling daarvan heeft plaats gehad. Van dit vervallen wordt in het rassenregister aantekening gedaan.
Indien binnen veertien dagen na de vervaldag niet is betaald wordt degene, die volgens het rassenregister houder van het kwekersrecht is, door de Raad bij aangetekende brief aan zijn verplichting tot betaling herinnerd.
Indien een maand na de vervaldag nog niet is betaald, wordt hiervan binnen veertien dagen schriftelijk mededeling gedaan aan allen, die blijkens in het rassenregister ingeschreven stukken rechten op het kwekersrecht of licenties hebben verkregen of rechtsvorderingen het kwekersrecht betreffende hebben ingesteld.
Artikel 75
Een kwekersrecht wordt door de rechter vernietigd:
- a. indien blijkt, dat het ras op het tijdstip van verlening van het kwekersrecht niet nieuw was;
- b. indien blijkt dat het ras op het tijdstip van verlening van het kwekersrecht niet onderscheidbaar was als bedoeld in artikel 49, vierde lid;
- c. indien – in het geval dat de verlening van het kwekersrecht in hoofdzaak is gebaseerd op door de kweker verstrekte inlichtingen en bescheiden – blijkt dat op het tijdstip van die verlening het ras niet homogeen dan wel niet bestendig was als bedoeld in artikel 49, vijfde en zesde lid;
- d. indien het kwekersrecht is verleend aan een persoon die daartoe ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet niet gerechtigd is, tenzij het kwekersrecht wordt overgedragen aan de persoon die daartoe wel gerechtigd is.
De vernietiging kan te allen tijde door iedere belanghebbende en door of namens Onze Minister worden gevorderd.
De dagvaarding wordt op verzoek van de eiser in het rassenregister ingeschreven.
Vernietiging van een kwekersrecht ontneemt aan het kwekersrecht en aan de rechten, die daaruit zijn afgeleid, alle verdere rechtsgevolgen.
Artikel 76
Een kwekersrecht kan geheel of voor wat betreft een aandeel daarin worden opgeëist, voor zover het is verleend aan iemand, die krachtens de artikelen 50, 51 of 52 daarop geen of niet uitsluitend aanspraak had.
De dagvaarding wordt op verzoek van de eiser in het rassenregister ingeschreven.
Het recht tot opeising komt toe aan hem, die krachtens voormelde artikelen aanspraak of medeaanspraak heeft op de verlening van het kwekersrecht.
Het recht op opeising verjaart na afloop van vijf jaren na de dagtekening van het kwekersrecht.
Te goeder trouw voor de aantekening, bedoeld in artikel 77, eerste lid, verkregen licenties blijven geldig tegenover de nieuwe houder van het kwekersrecht, die recht verkrijgt op de voor de licenties verschuldigde vergoeding.
Artikel 77
Van de toewijzing of afwijzing van een vordering tot opeising of vernietiging van een kwekersrecht wordt aantekening gedaan in het rassenregister.
De vernietiging en toewijzing van een opeising werken terug tot de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde aantekening in het rassenregister.
Paragraaf 7. Kwekersrechtelijke geschillen
Artikel 78
De rechtbank Den Haag is in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd voor vorderingen tot vernietiging en opeising van het kwekersrecht als bedoeld in de artikelen 75 en 76.
De rechtbank Den Haag en de voorzieningenrechter van die rechtbank zijn in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd voor:
- a. vorderingen als bedoeld in de artikelen 70 en 71;
- b. vorderingen, die worden ingesteld door een ander dan de houder van een kwekersrecht om te doen vaststellen dat bepaalde verrichte handelingen niet strijdig zijn met een kwekersrecht.
Van de vonnissen en beschikkingen van de rechtbank staat beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Artikel 79
De deskundige leden, bedoeld in de artikelen 55a, tweede lid, en 70, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, worden bij koninklijk besluit benoemd. Zij worden genoemd lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid, in de rechtbank Den Haag dan wel raad, onderscheidenlijk plaatsvervangend raad, in het gerechtshof Den Haag, al naar gelang het geval.
De leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij aftreden terstond opnieuw benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij bij koninklijk besluit worden ontslagen.
Aan de leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, wordt bij koninklijk besluit ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt.
Artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden.
Artikel 80
Ten aanzien van de leden en plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, zijn de artikelen 46c, 46ca, 46d, 46f, 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o, en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht.
Artikel 81
Onze Minister stelt regels vast over de toekenning van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding aan de leden en plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden.
Artikel 82
Bij de behandeling ter zitting van geschillen als bedoeld in artikel 78 mogen gemachtigden van de houder van een kwekersrecht het woord voeren, onverminderd de verantwoordelijkheid van de advocaat.
Artikel 83
Van alle rechterlijke uitspraken betreffende een kwekersrecht wordt door de griffier binnen één maand kosteloos een afschrift aan de Raad gezonden.
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Artikel 84
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
- a. aanvragen en verzoeken die op grond van de hoofdstukken 4 tot en met 7 bij de Raad worden ingediend;
- b. de bepaling van het tijdstip, waarop de overeenkomstig de hoofdstukken 4 tot en met 7 gedane aanvragen en verzoeken geacht worden bij de Raad te zijn ingediend en
- c. het horen van belanghebbenden door de Raad.
Artikel 85
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van een besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk of van de Europese Commissie, regels worden gesteld over de toelating van plantengroepen, die niet aan de vereisten van artikel 35 voldoen, alsmede over het in de handel brengen van teeltmateriaal, afkomstig van die plantengroepen.
Artikel 86
Vervallen
Artikel 87
Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van handelsrichtlijnen regels worden gesteld.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter implementatie van een bindende overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en een derde land of een internationale organisatie die betrekking heeft op een onderwerp dat wordt bestreken door een handelsrichtlijn of -verordening.
Bij ministeriële regeling kunnen voor een goede uitvoering van handelsverordeningen regels worden gesteld.
Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde richtlijnen en gedelegeerde beschikkingen regels worden gesteld.
Bij de regels, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, kunnen:
- a. taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan Onze Minister, de Raad of een krachtens artikel 19 aangewezen keuringsinstelling;
- b. voorschriften uit een handelsverordening worden aangewezen waarop door Onze Minister aangewezen ambtenaren of personen toezicht houden of die Onze Minister, de Raad of een krachtens artikel 19 aangewezen keuringsinstelling kunnen toepassen door besluiten te nemen.
Artikel 88
Vervallen
Artikel 89
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren en de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, werkzaam bij een krachtens artikel 19 aangewezen keuringsinstelling.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 90
Indien in enig burgerlijk- of strafgeding de beslissing afhangt van de vaststelling, als welk ras een groep van planten moet worden aangemerkt, wordt de Raad hierover gehoord. Het advies van de Raad bevat de gronden, waarop het rust.
De Raad behandelt zaken, bedoeld in het eerste lid, bij voorrang boven alle andere zaken.
Artikel 91
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Artikel 92
Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.
Artikel 93
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
Artikel 94
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in het rassenregister ingeschreven rassen worden door de Raad opnieuw gerangschikt overeenkomstig de bij of krachtens artikel 25 gestelde regels.
De Raad draagt zorg voor de inschrijving in het rassenregister van rassen die op de dag voorafgaande aan het in het eerste lid bedoelde tijdstip op grond van artikel 82 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet waren toegelaten.
De Raad draagt zorg voor een aantekening in het rassenregister van de toelating van rassen van landbouwgewassen, onderscheidenlijk bosbouwgewassen, die op de dag voorafgaande aan het in eerste lid bedoelde tijdstip vermeld stonden op de op grond van artikel 73 in samenhang met de artikelen 79 en 83, eerste lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet vastgestelde rassenlijst voor landbouwgewassen, onderscheidenlijk op de op grond van artikel 73 in samenhang met artikel 79 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet vastgestelde rassenlijst voor bosbouwgewassen.
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de Raad voor het Kwekersrecht aanhangige aanvragen en verzoeken zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege aanhangig bij de Raad in de staat, waarin zij zich op dat moment bevinden, met dien verstande dat aanvragen, die betrekking hebben op een ras als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet, worden beschouwd als een aanvraag voor de toelating van een ras overeenkomstig hoofdstuk 5 van deze wet.
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige verzoeken tot aanwijzing van groepen van planten als bedoeld in artikel 82 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege aanhangig bij de Raad en worden vanaf dat moment beschouwd als een aanvraag voor de toelating van een ras overeenkomstig hoofdstuk 5 van deze wet.
Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn bij de Afdeling van Beroep van de Raad voor het Kwekersrecht, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet, zijn van rechtswege met ingang van dat tijdstip aanhangig bij de Raad en worden vanaf dat moment behandeld als een bezwaarschrift.
Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn bij de Raad van Beroep, onderscheidenlijk de Commissie van Beroep inzake Keuringen, van een keuringsinstelling als bedoeld in artikel 88, onder 2°, onderdeel e, onderscheidenlijk g, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet, zijn van rechtswege met ingang van dat tijdstip aanhangig bij de desbetreffende, overeenkomstig artikel 19 van deze wet aangewezen, keuringsinstelling en worden vanaf dat moment behandeld als een bezwaarschrift.
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de Raad voor het Kwekersrecht aanhangige verzoeken tot vernietiging en opeising van het kwekersrecht als bedoeld in de artikelen 54 en 55 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet, worden behandeld en beslist overeenkomstig de bepalingen van de Zaaizaad- en Plantgoedwet.
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ingevolge de artikelen 25, tweede lid, 60 en 69 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet bij het Gerechtshof ’s- Gravenhage of de Hoge Raad aanhangige zaken worden behandeld en beslist overeenkomstig de bepalingen van de Zaaizaad- en Plantgoedwet.
Artikel 95
De Zaaizaad- en Plantgoedwet wordt ingetrokken.
Artikel 96
Deze wet wordt aangehaald als: Zaaizaad- en plantgoedwet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2a
Op de Raad voor plantenrassen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing.
Hoofdstuk 3. Keuringsinstellingen
Hoofdstuk 4. Het rassenregister
Hoofdstuk 5. Toelating van rassen en opstanden
Hoofdstuk 6. In de handel brengen van teeltmateriaal
Hoofdstuk 6a. Teelt
Paragraaf 1. De aanspraak op verlening van kwekersrecht
Paragraaf 2. De verlening van kwekersrecht
Paragraaf 2. De verlening van kwekersrecht
Paragraaf 4. Het kwekersrecht als onderdeel van het vermogen
Paragraaf 5. De handhaving van het kwekersrecht
Paragraaf 5. De handhaving van het kwekersrecht
Paragraaf 7. Kwekersrechtelijke geschillen
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 48a
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de teelt van gewassen.
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op:
- a. het gebruik van teeltmateriaal, waaronder het verbod om bepaalde soorten teeltmateriaal te gebruiken of het stellen van voorwaarden daaraan;
- b. het gebruik van landbouwgronden, waaronder het stellen van voorwaarden aan het gebruik van die gronden, teneinde de verontreiniging van zaaizaad tegen te gaan;
- c. administratieve verplichtingen die samenhangen met het bedoelde in de onderdelen a en b, waaronder de verplichting tot het doen van meldingen.
Artikel 48b
Onze Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde krachtens artikel 48a, tweede lid, onderdeel b, ten behoeve van onderzoek naar de uitkruising van genetisch gemodificeerde organismen of naar de vermenging van genetische gemodificeerde organismen met organismen die niet genetisch gemodificeerd zijn.
Aan ontheffingen kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden.
Hoofdstuk 7. Kwekersrecht
Paragraaf 1. De aanspraak op verlening van kwekersrecht
Paragraaf 3. De rechten en verplichtingen van de houder van een kwekersrecht
Paragraaf 4. Het kwekersrecht als onderdeel van het vermogen
Paragraaf 6. De duur van het kwekersrecht en de opeising
Paragraaf 7. Kwekersrechtelijke geschillen
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)