Wet van 17 maart 2005 tot uitvoering van richtlijn nr. 2001/86/EG van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (Wet rol werknemers bij de Europese vennootschap)
De artikelen 2:15, eerste en tweede lid, 2:17, 2:18, 2:19 en 2:20, zijn van overeenkomstige toepassing wanneer is besloten om over een overeenkomst te onderhandelen, met dien verstande dat de SCE-ondernemingsraad hierbij in de plaats treedt van de bijzondere onderhandelingsgroep.
Een besluit van de SCE-ondernemingsraad tot goedkeuring van een overeenkomst waarin afdeling 3 van dit hoofdstuk niet langer van toepassing wordt verklaard, of waarin het recht op medezeggenschap van de werknemers wordt ingeperkt behoeft een meerderheid van tweederde van zijn aantal leden, tevens vertegenwoordigende tweederde van de werknemers en afkomstig uit ten minste twee lidstaten. Van een inperking van het recht op medezeggenschap als bedoeld in de eerste zin is sprake, wanneer het aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE dat door werknemersvertegenwoordigers kan worden gekozen of benoemd, dan wel waarvoor zij aanbevelingen kunnen doen of bezwaar kunnen maken, op grond van de overeenkomst lager is dan het aantal leden ten aanzien waarvan de werknemersvertegenwoordigers dat recht in de SCE reeds kunnen uitoefenen.
Voor de toepassing van dit artikel begint de termijn, bedoeld in artikel 2:18, op het tijdstip waarop krachtens het eerste lid is besloten met de SCE in onderhandeling te treden. Wanneer bij het verstrijken van deze termijn geen overeenkomst is gesloten blijft deze afdeling van toepassing.
§ 3. Referentievoorschriften voor informatie en raadpleging
Informatie, raadpleging en bevoegdheid van de SCE-ondernemingsraad
Artikel 2:28
De verstrekking van informatie door de SCE geschiedt op een zodanig tijdstip, op een zodanige wijze en met een zodanige inhoud dat de SCE-ondernemingsraad of de vertegenwoordigers van de werknemers het mogelijke effect ervan grondig kunnen beoordelen en desgewenst raadplegingen met de SCE kunnen voorbereiden.
De raadpleging door de SCE van de SCE-ondernemingsraad of van de vertegenwoordigers van de werknemers geschiedt op een zodanig tijdstip, op een zodanige wijze en met een zodanige inhoud dat de SCE-ondernemingsraad of de vertegenwoordigers van de werknemers op basis van de verstrekte informatie een mening over de door de SCE beoogde maatregelen kenbaar kunnen maken waarmee rekening kan worden gehouden in het besluitvormingsproces binnen de SCE.
De SCE is niet verplicht tot het verstrekken van informatie, voor zover dat in redelijkheid het functioneren van de SCE of haar dochterondernemingen en vestigingen ernstig zou belemmeren dan wel schaden. De SCE kan terzake van de informatieverstrekking geheimhouding opleggen, indien daarvoor een redelijke grond bestaat. Zoveel mogelijk vóór de behandeling van de betrokken aangelegenheid wordt meegedeeld, welke grond bestaat voor het opleggen van de geheimhouding, welke schriftelijk of mondeling verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen, hoelang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen.
De bevoegdheid van de SCE-ondernemingsraad is beperkt tot aangelegenheden die betrekking hebben op de SCE zelf, op een of meer van haar dochterondernemingen of vestigingen in een andere lidstaat, of die de bevoegdheid van de besluitvormingsorganen in een enkele lidstaat te buiten gaan. De SCE-ondernemingsraad treedt niet in de rechten en bevoegdheden van de werknemers, bedoeld in artikel 2:6, derde lid.
Reguliere vergaderingen en informatieverstrekking
Artikel 2:29
Onverminderd artikel 2:30 komen de SCE en de SCE-ondernemingsraad ten minste één maal per kalenderjaar in vergadering bijeen. De SCE stelt de leiding van plaatselijke ondernemingen of vestigingen in kennis van de vergadering. In de vergadering wordt de SCE-ondernemingsraad aan de hand van een door de SCE opgesteld schriftelijk rapport geïnformeerd en geraadpleegd over de gang van zaken bij en de vooruitzichten van de SCE.
De informatie en raadpleging betreft in het bijzonder de structuur van de SCE, de financieel-economische positie, de waarschijnlijke ontwikkeling van het bedrijf en van de productie en omzet, initiatieven met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, de investeringen, ingrijpende veranderingen in de organisatie, de invoering van een nieuwe arbeids- of productiewijze, fusie, verplaatsing, inkrimping of sluiting van ondernemingen, vestigingen of belangrijke onderdelen daarvan, de stand en de ontwikkeling van de werkgelegenheid en collectief ontslag.
De SCE verstrekt de SCE-ondernemingsraad de agenda van de vergaderingen van het bestuursorgaan, of van het leidinggevend en het toezichthoudend orgaan, alsmede afschriften van alle documenten welke aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
Bijzondere omstandigheden
Artikel 2:30
De SCE licht zo spoedig mogelijk de SCE-ondernemingsraad in over alle buitengewone omstandigheden en voorgenomen besluiten die aanzienlijke gevolgen hebben voor de belangen van de werknemers, in het bijzonder betreffende verplaatsing of sluiting van vestigingen of ondernemingen of collectief ontslag.
Indien de SCE-ondernemingsraad of, indien hij daartoe om spoedeisende redenen besluit het beperkt comité, dat verzoekt, komt deze met de SCE of een ander geschikter bestuursniveau binnen de SCE met een eigen beslissingsbevoegdheid op het gebied van de te behandelen onderwerpen in vergadering bijeen, om over de in het eerste lid genoemde omstandigheden nader te worden geïnformeerd en geraadpleegd. Na afloop van de vergadering of binnen een redelijke termijn na de vergadering kan een advies door de SCE-ondernemingsraad of het beperkt comité worden uitgebracht.
Indien de SCE besluit om het advies van de SCE-ondernemingsraad niet te volgen, wordt de raad of het beperkt comité in de gelegenheid gesteld om nogmaals met de SCE in vergadering bijeen te komen om te trachten tot overeenstemming te komen.
De in het tweede en derde lid bedoelde vergadering vindt plaats op een zodanig tijdstip dat die informatie en raadpleging nog zinvol is. Deze vergadering doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de SCE.
Voor een vergadering met het beperkt comité worden mede uitgenodigd de leden van de SCE-ondernemingsraad die mede gekozen zijn door de werknemers van de vestigingen of ondernemingen die door de maatregelen rechtstreeks worden geraakt.
Functioneren van de SCE-ondernemingsraad
Artikel 2:31
De SCE-ondernemingsraad of het beperkt comité is gerechtigd om voor elke vergadering met de SCE te vergaderen zonder dat laatstbedoelde daarbij vertegenwoordigd is. Artikel 2:30, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het voorzitterschap van een bijeenkomst als bedoeld in de artikelen 2:29 en 2:30 wordt, tenzij anders wordt afgesproken, afwisselend bekleed door de SCE en de SCE-ondernemingsraad.
Onverminderd enige op hen rustende verplichting tot geheimhouding informeren de leden van de SCE-ondernemingsraad de werknemersvertegenwoordigers binnen de SCE, of, bij afwezigheid van werknemersvertegenwoordigers, alle werknemers van de SCE en van haar dochterondernemingen en vestigingen over de inhoud en de resultaten van de informatie- en raadplegingsprocedure die overeenkomstig deze afdeling heeft plaatsgevonden.
Bijstand door deskundigen en kosten
Artikel 2:32
De SCE-ondernemingsraad en het beperkt comité kunnen zich doen bijstaan door deskundigen van hun keuze voor zover dit voor het verrichten van hun taken noodzakelijk is.
De kosten die redelijkerwijze noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de SCE-ondernemingsraad en het beperkt comité komen ten laste van de SCE. De verplichting tot het dragen van de kosten van door de SCE-ondernemingsraad ingeschakelde deskundigen beperkt zich tot één deskundige per agendaonderwerp, tenzij anders wordt overeengekomen.
De eerste volzin van het tweede lid is eveneens van toepassing op het voeren van rechtsgedingen, echter onder de voorwaarde dat de SCE vooraf van de te maken kosten in kennis is gesteld.
§ 4. Referentievoorschriften voor medezeggenschap
Aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE waarvoor medezeggenschap geldt
Artikel 2:33
In het geval, bedoeld in artikel 2:23, eerste lid, behouden de werknemers van de in een SCE omgezette coöperatie en van haar dochterondernemingen en vestigingen of hun vertegenwoordigingsorgaan alle elementen van medezeggenschap die vóór de inschrijving van de SCE bestonden in de omgezette coöperatie. Het in deze paragraaf voor de andere wijzen van oprichting van de SCE bepaalde is daartoe van overeenkomstige toepassing.
In de andere gevallen van oprichting van een SCE, hebben de werknemers van de SCE en van haar dochterondernemingen en vestigingen of hun vertegenwoordigingsorgaan het recht om leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE te kiezen of te benoemen, of om met betrekking tot die benoeming aanbevelingen te doen of bezwaar te maken, voor een aantal dat gelijk is aan het hoogste van het aantal leden ten aanzien waarvan dat recht vóór de inschrijving van de SCE kon worden uitgeoefend in een van de deelnemende juridische lichamen.
Indien vóór de inschrijving van de SCE op geen van de deelnemende juridische lichamen regels betreffende de medezeggenschap van werknemers van toepassing waren, hoeft de SCE geen voorschriften voor medezeggenschap van de werknemers in te voeren.
Medezeggenschap in verhouding tot aantal werknemers in lidstaten
Artikel 2:34
De SCE-ondernemingsraad verdeelt de zetels in het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE waarop een medezeggenschapsprocedure van toepassing is, zodanig dat de werknemers worden vertegenwoordigd naar verhouding van het aantal werknemers van de SCE en van haar dochterondernemingen en vestigingen dat in elke lidstaat werkzaam is.
Indien toepassing van het eerste lid ertoe zou leiden dat na toewijzing van de eerste zetel aan de werknemers van de lidstaat met het grootste aantal werknemers, de Nederlandse werknemers of die van een of meer andere lidstaten niet vertegenwoordigd worden, wijst de SCE-ondernemingsraad de tweede zetel toe aan de werknemers van de SCE die in Nederland werkzaam zijn. Een derde en volgende zetel wordt toegewezen aan de werknemers uit een van de andere nog niet vertegenwoordigde lidstaten.
Het recht om te bepalen welke persoon wordt verkozen of benoemd tot lid van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE, dan wel ten aanzien van welke personen ten behoeve van de benoeming of verkiezing aanbevelingen worden gedaan of bezwaar wordt gemaakt, wordt uitgeoefend door of namens de werknemers in de lidstaat aan welke dat recht is toegewezen en geschiedt volgens de in die lidstaat geldende regels of praktijken.
Ten behoeve van de uitoefening van de in het derde lid bedoelde rechten wordt voorafgaand aan de vervulling van een vacature in het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE aan de werknemers tijdig alle noodzakelijke informatie verstrekt met betrekking tot die vacature. Aan de werknemers wordt een redelijke termijn gegund voor de uitoefening van hun rechten.
Op de uitoefening van het ingevolge het derde lid aan de in Nederland werkzame werknemers toegewezen recht is artikel 2:11, tweede tot en met achtste lid, van overeenkomstige toepassing.
Rechten en plichten van leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan
Artikel 2:35
Elk lid van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE ten aanzien van wie door de SCE-ondernemingsraad het recht op medezeggenschap is uitgeoefend, is van rechtswege lid met dezelfde rechten en plichten als de leden die de leden van de SCE vertegenwoordigen, met inbegrip van het stemrecht.
Afdeling 4. De rol van de werknemers in de SCE krachtens nationale wetgeving
Toepasselijkheid
Artikel 2:36
Deze afdeling is slechts van toepassing in het geval van oprichting van een SCE door uitsluitend natuurlijke personen of door slechts één juridisch lichaam en natuurlijke personen, indien het totale aantal werknemers van de SCE en haar dochterondernemingen en vestigingen minder dan 50 bedraagt of 50 of meer in slechts één lidstaat.
De rol van de werknemers in de SCE respectievelijk de dochterondernemingen en vestigingen van de SCE
Artikel 2:37
In het geval van oprichting van een SCE als bedoeld in artikel 2:36, geldt met betrekking tot de rol van de werknemers in de SCE zelf, het recht dat in de lidstaat waarin de SCE haar statutaire zetel heeft, van toepassing is op gelijksoortige lichamen. Ten aanzien van een SCE met statutaire zetel in Nederland is dat het recht op grond van de Wet op de ondernemingsraden en de artikelen 158 en 159 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Ten aanzien van de dochterondernemingen en vestigingen van de SCE geldt met betrekking tot de rol van de werknemers het recht, dat in de lidstaat waarin deze dochterondernemingen en vestigingen zijn gevestigd, van toepassing is op gelijksoortige lichamen. Ten aanzien van in Nederland gevestigde dochterondernemingen en vestigingen is dat het recht op grond van de Wet op de ondernemingsraden.
Indien de statutaire zetel van een SCE, waarop regels betreffende de medezeggenschap van werknemers van toepassing zijn, verplaatst wordt naar een andere lidstaat, blijft ten minste hetzelfde niveau van medezeggenschap in die SCE van toepassing.
Wijziging van de rol van de werknemers na inschrijving SCE
Artikel 2:38
Indien na de inschrijving van een SCE als bedoeld in artikel 2:36,
- a. ten minste eenderde van het totale aantal werknemers van de SCE en van haar dochterondernemingen en vestigingen in ten minste twee verschillende lidstaten hierom verzoekt, of
- b. het totale aantal werknemers van de SCE en van haar dochterondernemingen en vestigingen in ten minste twee lidstaten 50 of meer bedraagt, zijn de afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat verplichtingen die krachtens die afdelingen rusten op de deelnemende juridische lichamen en betrokken dochterondernemingen en vestigingen, betrekking hebben op de SCE respectievelijk dochterondernemingen en vestigingen van de SCE.
Afdeling 5. Deelneming werknemers(vertegenwoordigers) aan de algemene vergadering of sector- of afdelingsvergadering
Toepasselijkheid
Artikel 2:39
Deze afdeling is van toepassing in het geval van oprichting van een SCE door ten minste twee juridische lichamen of door omzetting.
In het geval van oprichting van een SCE door uitsluitend natuurlijke personen of door slechts één juridisch lichaam en natuurlijke personen, is deze afdeling van overeenkomstige toepassing, indien het totale aantal werknemers van de SCE en haar dochterondernemingen en vestigingen in ten minste twee lidstaten ten minste 50 zal bedragen.
Artikel 2:7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Stemrecht werknemers(vertegenwoordigers)
Artikel 2:40
Onverminderd artikel 59, vierde lid, van de verordening kunnen de werknemers van de SCE of de werknemersvertegenwoordigers deelnemen aan de algemene vergadering of aan de sector- of afdelingsvergadering en stemrecht uitoefenen, indien:
- a. de deelnemende juridische lichamen en de bijzondere onderhandelingsgroep daartoe hebben besloten bij de overeenkomst, bedoeld in artikel 2:12, eerste lid,
- b. een coöperatie, waarop een regeling als bedoeld in de aanhef van toepassing is, wordt omgezet in een SCE, of
- c. in het geval van een SCE die is opgericht anders dan door omzetting, een regeling als bedoeld in de aanhef, op een van de deelnemende juridische lichamen van toepassing was, en
- 1°. de deelnemende juridische lichamen en de bijzondere onderhandelingsgroep niet binnen de in artikel 2:18 bedoelde termijn tot goedkeuring van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2:12, eerste lid, konden besluiten,
- 2°. elk van de deelnemende juridische lichamen heeft besloten ermee in te stemmen dat afdeling 3 van dit hoofdstuk met betrekking tot de SCE wordt toegepast teneinde de SCE te kunnen inschrijven,
- 3°. de bijzondere onderhandelingsgroep niet het in artikel 2:14, eerste lid, onderdeel b, bedoelde besluit heeft genomen,
- 4°. paragraaf 4 van afdeling 3 van dit hoofdstuk van toepassing is, alsmede
- 5°. in de onder c bedoelde deelnemende coöperatie waarop de deelnemingsregeling, bedoeld in de aanhef, van toepassing was, het hoogste niveau van medezeggenschap bestond zoals dat gold in de betrokken deelnemende juridische lichamen vóór de inschrijving van de SCE.
Afdeling 6. Verkiezing en aanwijzing van werknemers in een niet-Nederlandse SCE
Verkiezing en aanwijzing van werknemers in een niet-Nederlandse SCE
Artikel 2:41
Indien ter uitvoering van de richtlijn in een andere lidstaat dan Nederland een bijzondere onderhandelingsgroep dan wel een SCE-ondernemingsraad of een andere informatie- en raadplegingsprocedure wordt ingesteld, zijn op de verkiezing of aanwijzing van de Nederlandse leden de artikelen 2:11, tweede tot en met achtste lid, en 2:24, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
Indien ter uitvoering van de richtlijn in een andere lidstaat dan Nederland door Nederlandse werknemers het recht, bedoeld in artikel 2:34, derde lid, kan worden uitgeoefend, is op de uitoefening van dat recht 2:11, tweede tot en met achtste lid, van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3. Overige en slotbepalingen
Einde van de arbeidsovereenkomst van (kandidaat)leden van de SCE-ondernemingsraad
Inwerkingtreding
Citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)