Wet van 23 juni 2005 tot harmonisatie van inkomensafhankelijke regelingen (Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen)
Onze Minister verstrekt aan Onze Ministers wie het aangaat de inlichtingen die zij nodig hebben voor de beleidsvorming en beleidsevaluatie alsmede voor het volgen van de ontwikkeling van de uitgaven, met betrekking tot inkomensafhankelijke regelingen.
Onze Ministers wie het aangaat verstrekken aan Onze Minister de inlichtingen die hij nodig heeft voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen door de Dienst Toeslagen.
Paragraaf 5. Informatieverstrekking en informatie-uitwisseling
Artikel 40. Verzuimen
Degene die op grond van artikel 38, eerste, tweede of vierde lid gehouden is tot het verstrekken van gegevens of inlichtingen en deze niet, dan wel niet binnen de daartoe gestelde termijn, heeft verstrekt, begaat een verzuim ter zake waarvan de Dienst Toeslagen hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 6.709 kan opleggen.
De bestuurlijke boete kan door de Dienst Toeslagen slechts worden opgelegd indien de Dienst Toeslagen een redelijkerwijs te vergen inspanning heeft verricht om degene die niet heeft voldaan aan een verplichting als bedoeld in artikel 38, eerste, tweede of vierde lid, in de gelegenheid te stellen alsnog de gevraagde gegevens en inlichtingen binnen een redelijke termijn te verstrekken en de gegevens of inlichtingen niet zijn verstrekt binnen de daartoe gestelde termijn.
In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vijf jaren nadat de overtreding is begaan.
Artikel 41. Vergrijpen
Degene die op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gehouden is tot het verstrekken van gegevens of inlichtingen en aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt dan wel degene aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, begaat een vergrijp ter zake waarvan de Dienst Toeslagen hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag dat van de belanghebbende in verband daarmee is of zou zijn teruggevorderd.
De bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 150 percent van het aldaar bedoelde bedrag indien het aan opzet of grove schuld van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens en inlichtingen zijn verstrekt, mits:
- a. een eerdere overtreding van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner is geconstateerd, en
- b. de bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie wegens de eerdere overtreding, bedoeld in onderdeel a, onherroepelijk is geworden binnen een periode van vijf jaren voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding waarvoor de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd.
Indien de tegemoetkoming wordt herzien als gevolg van:
- a. een eerste bepaling of herziening van het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, ingeval er geen inkomstenbelasting verschuldigd is, dan wel de aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld op nihil;
- b. een vaststelling of herziening van een beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen;
worden onder de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, mede verstaan de gegevens of inlichtingen die ten behoeve van deze beschikking aan de inspecteur zijn verstrekt dan wel hadden moeten worden verstrekt.
In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Toeslagen ter zake van een vergrijp ten aanzien van een verplichting als bedoeld in artikel 38, eerste, tweede of vierde lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vijf jaren nadat de overtreding is begaan.
Artikel 42. Vrijwillige verbetering
Indien de overtreder de Dienst Toeslagen alsnog de juiste en volledige gegevens en inlichtingen verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Dienst Toeslagen met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, wordt aan hem niet de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 41, opgelegd.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de juiste en volledige gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben op inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of op inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.1 van die wet.
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Artikel 43. Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Ministers wie het aangaat, aangewezen ambtenaren.
De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 44. Opsporingsambtenaren
Met de opsporing van de feiten omschreven in de artikelen 225 tot en met 227b, 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit voor de toepassing van deze wet van belang is, zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Ministers wie het aangaat. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182, en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Artikel 45. Beslagverbod
Een tegemoetkoming is niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening of beslag, waaronder begrepen beslag ingevolge faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tenzij het betreft beslag wegens:
- a. een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie waarbij de betalingsverplichting ter zake van die prestatie oorzaak is voor de tegemoetkoming;
- b. een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering dat betrekking heeft op dezelfde inkomensafhankelijke regeling.
De uitzondering opgenomen in onderdeel a van dit lid is niet van toepassing met betrekking tot een tegemoetkoming in het kader van de Wet op het kindgebonden budget.
Bij een beslag als bedoeld in het eerste lid is artikel 475c, tweede lid, niet van toepassing.
Elk beding dat strijdt met het eerste lid is nietig.
Artikel 46. Samenloop met buitenlandse tegemoetkomingen
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de samenloop van tegemoetkomingen met tegemoetkomingen op grond van een buitenlandse regeling of een regeling van een volkenrechtelijke organisatie.
Artikel 47. Hardheidsclausule
Onze Minister is bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen beleidsregels te geven om tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van deze wet, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling mochten voordoen.
Onze Minister is bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat bij ministeriële regeling voor groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van artikel 7, derde of vierde lid, of bij de toepassing van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag of artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget mochten voordoen.
Het ontwerp van een krachtens het tweede lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan twee weken na de overlegging van het ontwerp. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de ministeriële regeling bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de ministeriële regeling niet vastgesteld.
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Artikel 48. Evaluatie
Onze Minister zendt, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens vijfjaarlijks, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 49. Hardheidsregeling
Vervallen
Artikel 50. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op 1 september 2005 en geldt voor berekeningsjaren die aanvangen op of na 1 januari 2006.
Artikel 51. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8a. Vaststelling van niet in Nederland belastbaar inkomen
Het niet in Nederland belastbaar inkomen wordt vastgesteld door de inspecteur.
Het niet in Nederland belastbaar inkomen is:
- a. ten aanzien van degene die binnenlandse belastingplichtige is voor de inkomstenbelasting: het verschil tussen het verzamelinkomen dat hij zou hebben genoten ingeval er geen vrijstelling van interregionaal of internationaal recht van toepassing zou zijn en het verzamelinkomen dat hij met toepassing van de vrijstelling geniet;
- b. ten aanzien van degene die buitenlandse belastingplichtige is voor de inkomstenbelasting: het verschil tussen enerzijds het verzamelinkomen dat hij zou hebben genoten ingeval hij binnenlandse belastingplichtige zou zijn en, in geval van vrijstelling op grond van bepalingen van interregionaal of internationaal recht, zonder die vrijstelling, en anderzijds het verzamelinkomen dat hij heeft genoten als buitenlandse belastingplichtige;
- c. ten aanzien van degene die geen belastingplichtige is voor de inkomstenbelasting: het verzamelinkomen dat hij zou hebben genoten ingeval hij binnenlandse belastingplichtige zou zijn voor die belasting en, in geval van vrijstelling op grond van bepalingen van interregionaal of internationaal recht, zonder die vrijstelling.
Indien er grond is voor het vermoeden dat vaststelling van het niet in Nederland belastbaar inkomen ten onrechte achterwege is gelaten of dat dit inkomen tot een te laag bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur alsnog het niet in Nederland belastbaar inkomen vaststellen dan wel het vastgestelde niet in Nederland belastbaar inkomen herzien.
Bij de in het eerste lid bedoelde vaststelling van het niet in Nederland belastbaar inkomen zijn, in afwijking in zoverre van de Algemene wet bestuursrecht, de bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de hoofdstukken VA en VIIIA, van toepassing als betrof het de vaststelling van een aanslag inkomstenbelasting.
Bij de in het derde lid bedoelde vaststelling dan wel herziening van het niet in Nederland belastbaar inkomen zijn, in afwijking in zoverre van de Algemene wet bestuursrecht, de bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de hoofdstukken VA en VIIIA, van toepassing als betrof het de vaststelling van een navorderingsaanslag inkomstenbelasting.
Een beschikking op grond van dit artikel wordt aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Paragraaf 4. Afwijkende rechten bij vreemdelingen en uitreizigers
Paragraaf 4. Afwijkende rechten bij vreemdelingen en uitreizigers
Hoofdstuk 2. Procedure bij uitvoering door belastingdienst/toeslagen
Paragraaf 5. Uitoefening rechten door minderjarigen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Paragraaf 4. Bezwaar en beroep
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Paragraaf 5. Informatieverstrekking en informatie-uitwisseling
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 21a. Herziening tegemoetkoming in het voordeel van belanghebbende om andere reden
In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen herziet de Dienst Toeslagen een toegekende of herziene tegemoetkoming die onherroepelijk is geworden in het voordeel van de belanghebbende.
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Paragraaf 4. Bezwaar en beroep
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 41a. Indexatie boetebedragen
Het in artikel 40 genoemde bedrag wordt elke vijf jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling gewijzigd. Deze wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015. De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als tabelcorrectiefactor wordt genomen het product van de factoren van de laatste vijf kalenderjaren.
De gewijzigde bedragen vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot overtredingen die hebben plaatsgevonden na het begin van het kalenderjaar bij de aanvang waarvan de bedragen zijn gewijzigd.
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 44a. Contactambtenaar
Ten dienste van de vervolging en berechting van de feiten waarvan de ambtenaren, bedoeld in artikel 44, zijn belast met de opsporing kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ambtenaren van de Dienst Toeslagen aanwijzen die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 24a. Geen uitbetaling bij onjuist adres
De Dienst Toeslagen kan afzien van het uitbetalen van een tegemoetkoming:
- a. zolang gerede twijfel bestaat over de juistheid van het adresgegeven van de belanghebbende of zolang dit gegeven ontbreekt;
- b. indien er op het moment dat na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft vijf jaren zijn verstreken:
- 1°. gerede twijfel bestaat over de juistheid van het adresgegeven van de belanghebbende, of
- 2°. dit gegeven ontbreekt;
- c. indien de belanghebbende als uitreiziger is aangemerkt.
Paragraaf 4. Bezwaar en beroep
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Artikel 41bis
In afwijking van artikel 5:1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder overtreder mede verstaan:
- a. degene die de overtreding doet plegen;
- b. degene die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen de overtreding opzettelijk uitlokt;
- c. degene die als medeplichtige opzettelijk behulpzaam is bij of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft tot het plegen van de overtreding.
De bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 40, eerste lid, kan niet worden opgelegd aan een medeplichtige.
Indien de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 41, eerste lid, wordt opgelegd aan een medeplichtige, wordt het bedrag van de boete dat ten hoogste kan worden opgelegd met een derde verminderd.
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 31a. Versnelde invordering
In afwijking van artikel 28 heeft de belanghebbende de verplichting om het bedrag van een terugvordering alsmede het bedrag van een bestuurlijke boete, terstond en tot het volle bedrag te betalen aan de Dienst Toeslagen indien:
- a. de belanghebbende in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en het terug te vorderen bedrag onder de werking van de schuldsaneringsregeling valt;
- b. de Dienst Toeslagen aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat goederen van de belanghebbende zullen worden verduisterd;
- c. de belanghebbende Nederland metterwoon wil verlaten, tenzij hij aannemelijk maakt dat het terug te vorderen bedrag kan worden verhaald;
- d. de belanghebbende buiten Nederland woont dan wel in Nederland geen vaste woonplaats heeft en de Dienst Toeslagen aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat het terug te vorderen bedrag niet kan worden verhaald;
- e. op goederen waarop een door de belanghebbende verschuldigd bedrag kan worden verhaald beslag is gelegd voor zijn toeslagschuld;
- f. goederen van de belanghebbende worden verkocht ten gevolge van een beslaglegging namens derden;
- g. ten laste van de belanghebbende een vordering wordt gedaan als bedoeld in artikel 32, zesde lid, tenzij hij aannemelijk maakt dat het terug te vorderen bedrag kan worden verhaald.
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 37a. Schorsende werking hoger beroep
De werking van een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep onherroepelijk is beslist. De eerste volzin geldt niet indien de uitspraak een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit betreft.
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9a. Uitreiziger
Een uitreiziger heeft geen aanspraak op een tegemoetkoming.
Voor de persoon, bedoeld in het eerste lid, ontstaat weer aanspraak op een tegemoetkoming vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel q.
Paragraaf 4. Afwijkende rechten bij vreemdelingen en uitreizigers
Hoofdstuk 2. Procedure bij uitvoering door belastingdienst/toeslagen
Paragraaf 5. Uitoefening rechten door minderjarigen
Paragraaf 2. Tegemoetkoming
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Artikel 39a. Verwerking persoonsgegevens uitreizigers
Voor de toepassing van de artikelen 9a, 16, zevende lid, eerste volzin, aanhef en onderdeel c, 23, eerste lid, aanhef en onderdeel c en 24a, aanhef en onderdeel c, kan de Dienst Toeslagen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1, onderscheidenlijk paragraaf 3.2, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerken die onderdeel zijn van een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel q.
Paragraaf 5. Informatieverstrekking en informatie-uitwisseling
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 13a. Wijze van verzending berichten aan Dienst Toeslagen
In afwijking van artikel 2:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen bij ministeriële regeling berichten, groepen van belanghebbenden of partijen als bedoeld in artikel 38, eerste, vierde of negende lid, of omstandigheden worden aangewezen waarvoor, voor wie, onderscheidenlijk waaronder, geldt dat een belanghebbende of een partij als bedoeld in artikel 38, eerste, vierde of negende lid, berichten uitsluitend langs elektronische weg dan wel uitsluitend anders dan langs elektronische weg aan de Dienst Toeslagen verzendt.
Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Paragraaf 2. Tegemoetkoming
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Paragraaf 6. Bestuurlijke boete
Artikel 42a. Openbaarmaking vergrijpboete
Vervallen
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 13b. Belangenafweging en evenredigheidsbeginsel
Bij het vaststellen van een beschikking op grond van deze wet, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling weegt de Dienst Toeslagen de rechtstreeks betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
De voor een belanghebbende nadelige gevolgen van een beschikking als bedoeld in het eerste lid mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met die beschikking te dienen doelen.
Paragraaf 2. Tegemoetkoming
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Paragraaf 5. Informatieverstrekking en informatie-uitwisseling
Paragraaf 6. Bestuurlijke boete
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen
Artikel 49a. Vangnetbepaling
Vervallen
Artikel 49b. Compensatieregeling
Vervallen
Artikel 49c. O/GS-tegemoetkomingsregeling
Vervallen
Artikel 49d. Samenloop verzoeken
Vervallen
Artikel 49e. Commissies
Vervallen
Artikel 49f. Oudercommissie
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 49g. Eenmalige tegemoetkomingsregeling herstel
Vervallen
Artikel 49h. Verstrekking burgerservicenummer aan gemeenten
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 26a. Doelmatigheidsgrenzen
Indien een herziening van een toegekende tegemoetkoming of een verrekening van een voorschot met een tegemoetkoming leidt tot een terug te vorderen bedrag, wordt dit bedrag niet teruggevorderd indien dat niet meer bedraagt dan € 121. Bij de vaststelling van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming of de beschikking tot herziening van de tegemoetkoming, bedoeld in de eerste zin, wordt de beschikking tot terugvordering vastgesteld op nihil. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing indien na de vaststelling van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming of de herziening, bedoeld in de eerste zin, het terug te vorderen bedrag bij het vaststellen of het herzien van de beschikking tot terugvordering is verminderd ingevolge artikel 26, tweede lid, en dat bedrag na die vermindering niet meer bedraagt dan € 121.
Met betrekking tot het bedrag, vermeld in het eerste lid, zijn de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26b. Gelegenheid tot naar voren brengen zienswijze
Voordat de Dienst Toeslagen de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14, de beschikking tot herziening van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 21, of de beschikking tot terugvordering die samenhangt met die beschikking tot toekenning of herziening van de tegemoetkoming vaststelt waarbij die beschikking leidt tot voor de belanghebbende nadelige gevolgen die mogelijk onevenredig zijn in verhouding tot de met de betreffende beschikking te dienen doelen, stelt de Dienst Toeslagen de belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze binnen een redelijke termijn naar voren te brengen. De Dienst Toeslagen stelt de belanghebbende in ieder geval in de gelegenheid tot het naar voren brengen van diens zienswijze indien de betreffende beschikkingen in totaal leiden tot een terug te vorderen bedrag van ten minste € 1.500 per berekeningsjaar.
De Dienst Toeslagen geeft geen gelegenheid tot het naar voren brengen van een zienswijze op een beschikking, indien die beschikking het gevolg is van:
- a. een verzoek van of namens de belanghebbende waaraan door de Dienst Toeslagen volledig tegemoet is gekomen; of
- b. de verwerking van door of namens de belanghebbende aangeleverde gegevens.
De Dienst Toeslagen geeft eveneens geen gelegenheid tot het naar voren brengen van een zienswijze indien de in het eerste lid bedoelde beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming uitsluitend het gevolg is van het beschikbaar komen of wijzigen van het inkomensgegeven of van het door de inspecteur vastgestelde niet in Nederland belastbaar inkomen.
Artikel 31bis. Geen kwijtschelding
De Dienst Toeslagen kan het bedrag van een terugvordering, de met die terugvordering samenhangende rente, bedoeld in artikel 29, en kosten van invordering alsmede het bedrag van een bestuurlijke boete, niet geheel of gedeeltelijk kwijtschelden.
Paragraaf 6. Bestuurlijke boete
Paragraaf 6. Bestuurlijke boete
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen
Artikel 49bis. Herziening beschikking rente bij te late betaling
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 49i. Moratorium
Vervallen
Artikel 49j. Registratie
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 47a. Ondersteuning belanghebbenden
Onze Minister is bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat bij ministeriële regeling regels te stellen ter ondersteuning van een belanghebbende bij het verwezenlijken van rechten of het nakomen van verplichtingen die uit deze wet, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling voortvloeien.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3b. Ontheemd persoon uit Oekraïne geen medebewoner of partner
In afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdeel e, en artikel 3, tweede lid, onderdeel e, wordt onder medebewoner, onderscheidenlijk partner van de belanghebbende, niet verstaan de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging van dat besluit, tenzij ook de belanghebbende deze tijdelijke bescherming geniet. In afwijking van de eerste zin wordt wel als partner van de belanghebbende aangemerkt de vreemdeling die deze tijdelijke bescherming geniet, die op grond van een andere bepaling dan artikel 3, tweede lid, onderdeel e, partner van de belanghebbende is.
Paragraaf 3. Bepaling draagkracht
Hoofdstuk 2. Procedure bij uitvoering door belastingdienst/toeslagen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Paragraaf 2. Tegemoetkoming
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Paragraaf 5. Informatieverstrekking en informatie-uitwisseling
Paragraaf 7. Openbaarmaking van het besluit tot oplegging van een vergrijpboete
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 29a. Geen rente bij hervatting invordering toeslagschulden
Vervallen
Paragraaf 7. Openbaarmaking van het besluit tot oplegging van een vergrijpboete
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3a. Verblijf in opvang
In afwijking van artikel 3, eerste lid, wordt degene die ingevolge artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, en derde tot en met zevende lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen als partner van de belanghebbende wordt aangemerkt, op verzoek van de belanghebbende voor de toepassing van deze wet niet als partner aangemerkt gedurende het verblijf van de belanghebbende in een instelling die op grond van de artikelen 1.1.1, 2.3.3 en 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 opvang verleent voor gevallen waarbij sprake is van een risico voor veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.
Paragraaf 3. Bepaling draagkracht
Hoofdstuk 2. Procedure bij uitvoering door Dienst Toeslagen
Paragraaf 2. Tegemoetkoming
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Paragraaf 5. Informatieverstrekking en informatie-uitwisseling
Paragraaf 7. Openbaarmaking van het besluit tot oplegging van een vergrijpboete
Hoofdstuk 3. Toezicht en opsporing
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 31ter
In afwijking van artikel 31bis scheldt de Dienst Toeslagen ambtshalve kwijt het op de datum van inwerkingtreding van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van de belanghebbende die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en waarbij tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief, bedoeld in artikel 1 van die wet, en de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden:
- a:. geen buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of niet de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen; of
- b:. een buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen die niet voor de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden, is afgerond.
Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
- a. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
- b. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw MSNP-verzoek is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of
- c. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling.
Paragraaf 4. Bezwaar, beroep en hoger beroep
Paragraaf 5. Informatieverstrekking en informatie-uitwisseling
Paragraaf 6. Bestuurlijke boete
Paragraaf 7. Openbaarmaking van het besluit tot oplegging van een vergrijpboete
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3c. Vermissing, detentie of vluchtsituatie
In afwijking van artikel 3, eerste en tweede lid, wordt op verzoek van de belanghebbende voor de toepassing van deze wet onder partner van de belanghebbende niet verstaan een persoon:
- a. van wie de belanghebbende aannemelijk maakt dat deze vermist is;
- b. jegens wie een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding is gegeven of die is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel gedurende de periode dat dit bevel of die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd voor zover die periode meer dan drie maanden bedraagt.
In afwijking van artikel 3, eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet gedurende de periode dat de belanghebbende rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdeel c of onderdeel d, van de Vreemdelingenwet 2000, niet als partner aangemerkt degene die:
- a. reeds voorafgaand aan het rechtmatig verblijf van de belanghebbende de echtgenoot of geregistreerd partner was van de belanghebbende; en
- b. niet is ingeschreven en niet ingeschreven is geweest als ingezetene in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet basisregistratie personen.
Hoofdstuk 2. Procedure bij uitvoering door Dienst Toeslagen
Paragraaf 2. Tegemoetkoming
Artikel 21b. Buiten beschouwing laten van bepaalde beschikkingen met terugwerkende kracht
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen typen van beschikkingen worden aangewezen die de Dienst Toeslagen, zo nodig in afwijking van artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000, in het voordeel van de belanghebbende buiten beschouwing laat, indien het een beschikking betreft die:
- a. terugwerkende kracht heeft; en
- b. ertoe leidt dat belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden voor aanspraak op de tegemoetkoming.
De beschikking blijft buiten beschouwing over de periode tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de Dienst Toeslagen op de hoogte is van de beschikking bij:
- a. de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming;
- b. de bepaling van de hoogte van een voorschot op de tegemoetkoming of het herzien van een voorschot op de tegemoetkoming.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van beschikkingen gegeven door de Dienst Toeslagen of de Belastingdienst.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste en tweede lid.
Paragraaf 3. Uitbetaling en terugvordering
Paragraaf 7. Openbaarmaking van het besluit tot oplegging van een vergrijpboete
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 47b. Overgangsbepaling afschaffen rente
De artikelen 27, 28, 30, 31bis, 31a, 32, 33 en 34 alsmede de daarop berustende bepalingen zoals die luidden op 31 december 2025 blijven van toepassing met betrekking tot beschikkingen die zien op de berekeningsjaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voorafgaand aan het berekeningsjaar 2026, met dien verstande dat voor die beschikkingen het percentage voor de in rekening te brengen rente en voor de te vergoeden rente met ingang van 1 januari 2026 0% bedraagt.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)