Regeling van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, van 30 juni 2005, nr. 2005-0000059936/CZW/WVOB, houdende regels ter uitvoering van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid (Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid)

Type Ministeriële regeling
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 47
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage C. behorende bij artikel 12e, derde lid

Projectselectiecriteria Score Toelichting op Score
Betreft uitval van jeugd, kansarmen of wijken Ja/nee
Score*
Project maakt de omslag van aanbodsgericht naar vraaggericht beleid zichtbaar en is gericht op concrete vragen en problemen van burgers
Het project experimenteert met succesvol gebleken methoden met het oog op verdere verfijning daarvan
Het project is gericht op verbetering van de samenwerking tussen overheden, maatschappelijke instellingen of andere private partijen
De resultaten van het project zijn in principe bruikbaar voor de andere G27 gemeenten en de aanvrager is bereid deze bekend te maken

Bijlage D. behorende bij artikel 16, tweede lid

Vervallen

Bijlage E. behorende bij artikel 16, derde lid

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en reikwijdte

Hoofdstuk 2. Verdeling van de middelen

Afdeling 1. Procentuele aandelen

Afdeling 2. Aandeel in de middelen voor inburgering

Afdeling 3. Uitkering voor Sittard-Geleen

Artikel 9b

De aan de gemeente Sittard-Geleen te verstrekken uitkering bedraagt:

  • a. € 14.818.757,27 voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, ten behoeve van de uitvoering van het ontwikkelingsprogramma, plus
  • b. € 870.420,– voor 2006, ten behoeve van de inburgering van nieuwkomers en oudkomers.

Afdeling 4. Indicatoren voor resultaten

Afdeling 5. Overige extra middelen

Hoofdstuk 3. Indicatoren voor maatschappelijke effecten

Hoofdstuk 4. Vrijwillige inburgering

Artikel 13a

Besteding van de middelen, bestemd voor de inburgering van inburgeraars, voldoet aan de eisen, gesteld in dit hoofdstuk.

Artikel 13b

1.

Het college van burgemeester en wethouders kan aan een inburgeraar een inburgeringsvoorziening, een gecombineerde inburgeringsvoorziening of, indien de inburgeraar een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt of zal volgen, een taalkennisvoorziening aanbieden die op de persoonlijke situatie van de inburgeraar is afgestemd. Indien de inburgeraar daarom verzoekt, kan de inburgeringsvoorziening, de inburgeringscomponent van de gecombineerde inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening worden aangeboden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget.

2.

Zowel een inburgeringsvoorziening als een gecombineerde inburgeringsvoorziening bereidt voor op en leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen.

3.

Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening, dan wel de gecombineerde inburgeringsvoorziening, uiterlijk 31 december van het tweede kalenderjaar na het jaar waarin de voorziening is vastgesteld, wordt afgesloten door middel van deelname aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen.

4.

De inburgeraar is de in artikel 23, tweede lid, van de wet bedoelde eigen bijdrage verschuldigd, tenzij hij op last van het college van burgemeester en wethouders, dan wel een andere instantie, genoemd in artikel 21, tweede lid, van de wet, een gecombineerde inburgeringsvoorziening dient te volgen.

Artikel 13c

1.

Indien een inburgeraar in aanmerking wordt gebracht voor een inburgeringsvoorziening, een gecombineerde inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening doet het college van burgemeester en wethouders de inburgeraar terzake een aanbod.

2.

Indien het aanbod, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk bestaat uit een persoonlijk inburgeringsbudget begeleidt het college van burgemeester en wethouders de inburgeraar op diens verzoek bij de vormgeving van zijn inburgeringsprogramma en de keuze van een inburgeringsbedrijf. Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt het voorstel van de inburgeraar en sluit vervolgens een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.

3.

Indien een inburgeraar tevens geestelijke bedienaar is, wordt hem onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, de cursus, bedoeld in artikel 4.25 van de Regeling inburgering zoals deze luidde op 31 december 2012 aangeboden.

4.

Het college van burgemeester en wethouders doet geen aanbod aan een inburgeraar met wie eerder een overeenkomst als bedoeld in artikel 13d is gesloten.

Artikel 13d

1.

Tegelijkertijd met het doen van het aanbod, bedoeld in artikel 13c, eerste lid, informeert het college van burgemeester en wethouders de inburgeraar omtrent de hoofdlijnen van de met hem te sluiten overeenkomst terzake van de vaststelling van zijn inburgeringsvoorziening, gecombineerde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.

2.

Indien de inburgeraar het aanbod, bedoeld in artikel 13c, eerste lid, aanvaardt, sluit het college van burgemeester en wethouders de in het eerste lid bedoelde overeenkomst met de inburgeraar.

3.

De overeenkomst bevat ten minste een omschrijving van de inburgeringsvoorziening, de gecombineerde inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening, alsmede een omschrijving van de rechten en verplichtingen van de inburgeraar ten aanzien van:

  • a. de termijn waarbinnen de inburgeraar moet hebben deelgenomen aan het inburgeringsexamen dan wel het staatsexamen;
  • b. de verschuldigdheid van de eigen bijdrage en de mogelijkheid van betaling in termijnen;
  • d. de gevolgen van niet-nakoming van de overeenkomst.
4.

De overeenkomst wordt door partijen niet later ondertekend dan 31 december 2009.

Artikel 13e

1.

Indien de inburgeraar het inburgeringsexamen heeft behaald, ontvangt hij het inburgeringsdiploma.

2.

Het inburgeringsdiploma wordt uitgereikt door de Minister.

Hoofdstuk 5. Voorschotverlening

Artikel 14a

De Minister maakt uiterlijk 1 maart 2007 een indicatieve rijksbijdrage bekend met betrekking tot het aandeel van de gemeente in de middelen voor inburgering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel Q, van het Besluit voor de jaren 2007, 2008 en 2009.

Artikel 14b

1.

Het bedrag dat aan voorschotten op het aandeel in de middelen voor inburgering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel Q, van het Besluit, voor de jaren 2007, 2008 en 2009 wordt verleend is de uitkomst van:

  • b. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd en de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering daartoe toereikend zijn;
  • c. de formule [ A × B ] + [ C × D ] + [ E × F ] + [ H × I ] + G indien het meerjaren ontwikkelingsprogramma van een gemeente met betrekking tot de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen tot gevolg heeft dat de voor die gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage moet worden verhoogd en de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering daartoe niet toereikend zijn.
2.

In de formules, genoemd in het eerste lid, is

A: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen inburgerings-voorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen en inburgeraars;

B: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in de letter A bedoelde inburgeringsvoorziening;

C: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen gecombineerde inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen en inburgeraars;

D: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in letter C bedoelde gecombineerde inburgeringsvoorziening;

E: het in het meerjaren ontwikkelingsprogramma opgenomen aantal door het college van burgemeester en wethouders bekend te maken handhavings-beschikkingen en te verstrekken kennisgevingen;

F: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in letter E bedoelde handhavingsbeschikking en kennisgeving;

G: het bedrag, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel a, onder 2°, van het Besluit;

H: het na toepassing van de in het eerste lid, onderdelen a en b, weergegeven formules resterende deel van de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ten behoeve van de G30 te verstrekken middelen voor inburgering;

I: het relatieve aandeel in de overtekening van de jaarlijks vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting te verstrekken middelen voor inburgering van de gemeente die op de in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit genoemde onderdelen een hoger meerjaren ontwikkelingsprogramma heeft ingediend dan de voor de gemeente gegeven indicatieve rijksbijdrage toelaat.

3.

Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt ten behoeve van het aanbieden van duale inburgeringsvoorzieningen voor de jaren 2008 en 2009 verhoogd met een bedrag dat wordt vastgesteld naar evenredigheid van het aandeel van de gemeente in het aantal in Nederland woonachtige leden van etnische minderheidsgroepen uit de eerste generatie die behoren tot de groep niet-westerse allochtonen, alsmede allochtonen afkomstig uit voormalig Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie in de leeftijdscategorie 15 tot en met 65 jaar.

4.

Het bedrag dat aan voorschotten op het aandeel in de middelen voor inburgering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel R, van het Besluit, voor de jaren 2008 en 2009 wordt verleend, wordt ambtshalve door de minister vastgesteld.

5.

Indien het eerste lid, aanhef en onderdeel c, van toepassing is, is het voorschot voor een gemeente niet hoger dan het met het door die gemeente op de onderdelen van artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 1° en 2°, van het Besluit ingediende meerjaren ontwikkelingsprogramma corresponderende indicatieve rijksbijdrage.

Artikel 14c

1.

De Minister stelt jaarlijks de voorschotvergoedingen, bedoeld in artikel 14b, respectievelijk de bijdragevergoedingen, bedoeld in artikel 9a, vast.

2.

De Minister stelt ten behoeve van de vast te stellen hoogte van de bijdragevergoedingen de onderlinge verhouding vast tussen de onderdelen, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, letters A, C en G enerzijds en de onderdelen, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, letters I, K, M en O anderzijds, respectievelijk het onderdeel, bedoeld in artikel 9a, tweede lid, letter A enerzijds en het onderdeel, bedoeld in artikel 9a, tweede lid, letter C anderzijds.

3.

De Minister stelt de bijdragevergoedingen vast aan de hand van de verhouding, bedoeld in het tweede lid, en een uitvalpercentage ter hoogte van 10%.

4.

De Minister maakt de hoogte van de voorschotvergoedingen, alsmede de verhouding jaarlijks voor 15 september bekend.

Artikel 14d

Vervallen

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen e en f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel g

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage C. behorende bij artikel 12e, derde lid

Projectselectiecriteria Score Toelichting op Score
Betreft uitval van jeugd, kansarmen of wijken Ja/nee
Score*
Project maakt de omslag van aanbodsgericht naar vraaggericht beleid zichtbaar en is gericht op concrete vragen en problemen van burgers
Het project experimenteert met succesvol gebleken methoden met het oog op verdere verfijning daarvan
Het project is gericht op verbetering van de samenwerking tussen overheden, maatschappelijke instellingen of andere private partijen
De resultaten van het project zijn in principe bruikbaar voor de andere G27 gemeenten en de aanvrager is bereid deze bekend te maken

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen e en f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen e en f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12h

1.

De uitkeringen aan de maatschappelijke centrumgemeenten worden verhoogd ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor 2007, 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld voor activiteiten op het terrein van de openbare geestelijke gezondheidszorg.

2.

Het procentuele aandeel van de betreffende maatschappelijke centrumgemeenten in de middelen, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 2007, 2008 en 2009 vastgesteld volgens de volgende verdeelmaatstaven:

  • –. 30% via het aantal inwoners van de gemeente;
  • –. 40% via de gewogen maatstaf aantal inwoners met een laag inkomen;
  • –. 12,5% via het aantal uitkeringsgerechtigden;
  • –. 12,5% via het aantal 15–30-jarige jongeren (speciaal ontwikkelde maatstaf);
  • –. 5,0% via het aantal minderheden.
3.

Uiterlijk 1 april 2008 dienen de colleges van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten bij de Minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het meerjarenontwikkelingsprogramma, waarin als te bereiken resultaat is vastgelegd dat er een Plan van aanpak maatschappelijke opvang is opgesteld. Als bijlage bij de aanvraag dient tevens dit Plan van aanpak zelf te zijn bijgevoegd. Een Plan van aanpak maatschappelijke opvang dat door het college van burgemeester en wethouders van een maatschappelijke centrumgemeente is ingediend voor de inwerkingtreding van dit artikel, wordt aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in dit artikel.

4.

De Minister neemt een beschikking tot verlening van een in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip waarop de in het derde lid bedoelde aanvraag is ontvangen. Indien het Plan van aanpak maatschappelijke opvang van een maatschappelijke centrumgemeente reeds voor de inwerkingtreding van deze regeling is ingediend, neemt de Minister een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze regeling. De verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan het in het derde lid bedoelde Plan van aanpak als indicator.

5.

De Minister kan minder dan 100 percent verlenen van het in het tweede lid bedoelde procentuele aandeel, indien het ingediende Plan van aanpak maatschappelijke opvang naar het oordeel van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport daartoe aanleiding geeft.

6.

De Minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van het Plan van aanpak maatschappelijke opvang in te zenden.

Hoofdstuk 3. Indicatoren voor maatschappelijke effecten

Hoofdstuk 3. Indicatoren voor maatschappelijke effecten

Hoofdstuk 4. Vrijwillige inburgering

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel g

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12ba

1.

De uitkeringen aan de gemeenten, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, worden voor de schooljaren 2007–2008 tot en met 2008–2009 verhoogd ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting voor 2007, 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld voor een extra impuls op het terrein van voorschoolse educatie, teneinde de in het meerjarenontwikkelingsprogramma vastgelegde resultaten, met inachtneming van de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel a, eerder dan ultimo 2009 te bereiken.

2.

Het procentuele aandeel van de betreffende gemeenten in de middelen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door de som van de schoolgewichten, volgens de definitie van het schoolgewicht zoals die luidde op 31 juli 2006 en berekend aan de hand van het totaal aantal leerlingen op 1 oktober 2004 van de hoofdvestigingen en nevenvestigingen van basisscholen voor zover deze zich bevinden op het grondgebied van de betreffende gemeente, te vermenigvuldigen met een bedrag van € 176,45.

3.

De Minister neemt een beschikking tot verlening van een in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip waarop de in artikel 12b, vijfde lid, bedoelde aanvraag is ontvangen, maar niet later dan 15 oktober 2007. De verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel a.

Artikel 12g

1.

De uitkeringen aan de centrumgemeenten voor vrouwenopvang, worden verhoogd ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld ten behoeve van de aanwezigheid van een advies- en steunpunt huiselijk geweld.

2.

Het procentuele aandeel van de betreffende centrumgemeenten wordt voor het jaar 2008 en voor het jaar 2009 vastgesteld volgens de Tijdelijke stimuleringsregeling advies- en steunpunten huiselijk geweld.

3.

De Minister neemt begin 2008 een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging, met inachtneming van de in het meerjarenontwikkelingsprogramma vastgelegde te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Besluit. De verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel r.

Hoofdstuk 3. Indicatoren voor maatschappelijke effecten

Hoofdstuk 5. Voorschotverlening

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen e en f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel g

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 13f

1.

Het college van burgemeester en wethouders, de exameninstellingen en de minister verstrekken aan de beheerder van het Informatiesysteem Inburgering uit eigen beweging of op verzoek kosteloos alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk.

2.

De Minister verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, uit eigen beweging of op verzoek alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk.

3.

In het Informatiesysteem Inburgering met betrekking tot inburgeraars opgenomen persoonsgegevens worden verwijderd:

  • a. na verloop van twintig jaren, of
  • b. indien de betrokken persoon is overleden.
4.

De termijn, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, vangt aan op de dag waarop de gegevens in het Informatiesysteem Inburgering zijn opgenomen.

Hoofdstuk 5. Voorschotverlening

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen e en f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12ea

1.

De uitkering aan de gemeente Leeuwarden kan worden verhoogd met € 300.000,– ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk XVIII van de Rijksbegroting voor de jaren 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld ten behoeve van de uitvoering door het Nicis Institute van het tweejarige programma ‘Aanval op de Uitval II’ van de G27, ten behoeve van activiteiten in de G31, gericht op het opleiden en coachen van gemeenten in de complexiteit van de stedelijke regie.

2.

Binnen vier weken na inwerkingtreding van deze regeling dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, namens het dagelijks bestuur van de G27, bij de minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag die is ingediend voor de inwerkingtreding van dit artikel worden aangemerkt als aanvraag als bedoeld in dit artikel.

3.

De minister neemt een beschikking over verlening van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na de inwerkingtreding van dit artikel.

4.

Aan de verlening van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, kunnen door de minister voorwaarden worden verbonden.

Artikel 12ha

1.

Onverminderd de artikelen 5 en 12h, eerste lid, worden de uitkeringen aan de maatschappelijke centrumgemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht verhoogd ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor 2007, 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld ten behoeve van de voorfinanciering van een eventuele herverdeling van de verdeelsleutel maatschappelijke opvang en voor de voortgang in de uitvoering van het Plan van aanpak maatschappelijk opvang, bedoeld in artikel 12h, derde lid.

2.

Het procentuele aandeel van de betreffende maatschappelijke centrumgemeenten in de middelen, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 2007, 2008 en 2009 vastgesteld volgens de verdeling die is gebaseerd op de kostenraming zoals opgenomen in het Plan van aanpak maatschappelijke opvang van de betrokken centrumgemeenten.

3.

De minister neemt in 2009 een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging. De in het eerste lid bedoelde verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel k, of aan elk van de subindicatoren op de wijze als aangegeven in artikel 11, vierde lid, onderdeel d.

Hoofdstuk 3. Indicatoren voor maatschappelijke effecten

Hoofdstuk 5. Voorschotverlening

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel g

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage C. behorende bij artikel 12e, derde lid

Projectselectiecriteria Score Toelichting op Score
Betreft uitval van jeugd, kansarmen of wijken Ja/nee
Score*
Project maakt de omslag van aanbodsgericht naar vraaggericht beleid zichtbaar en is gericht op concrete vragen en problemen van burgers
Het project experimenteert met succesvol gebleken methoden met het oog op verdere verfijning daarvan
Het project is gericht op verbetering van de samenwerking tussen overheden, maatschappelijke instellingen of andere private partijen
De resultaten van het project zijn in principe bruikbaar voor de andere G27 gemeenten en de aanvrager is bereid deze bekend te maken

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12bb

1.

De uitkeringen aan de gemeenten, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, worden met ingang van 2008 verhoogd ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting voor 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld voor een extra rijksbijdrage op het terrein van voorschoolse educatie om het bereik van het aantal doelgroepkinderen te vergroten en tevens de kwaliteit en toegankelijkheid te verbeteren.

2.

Het procentuele aandeel van de betreffende gemeenten in de middelen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door de som van de schoolgewichten, volgens de definitie van schoolgewicht zoals die luidde op 31 juli 2006 en berekend aan de hand van het totaal aantal leerlingen op 1 oktober 2004 van de hoofdvestigingen en nevenvestigingen van basisscholen voor zover deze zich bevinden op het grondgebied van een gemeente, te vermenigvuldigen met:

  • a. een bedrag van € 251,00;
  • b. een bedrag van € 157,00 in 2009, in aanvulling op het bedrag, bedoeld in onderdeel a.
3.

Onverminderd het eerste lid, artikel 12b, eerste lid, en artikel 12ba, eerste lid, worden de uitkeringen aan de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting voor 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld ten behoeve van een extra impuls voor het realiseren van een dekkend aanbod aan voorschoolse plaatsen voor doelgroepkinderen in de Krachtwijken, op de volgende wijze verhoogd:

  • a. voor Amsterdam: met € 1.770.000,– per jaar voor 2008 en 2009;
  • b. voor Rotterdam: met € 1.680.000,– per jaar voor 2008 en 2009;
  • c. voor Den Haag: met € 1.110.000,– per jaar voor 2008 en 2009;
  • d. voor Utrecht: met € 440.000,– per jaar voor 2008 en 2009.
4.

Binnen vier weken na inwerkingtreding van deze regeling dienen de colleges van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten bij de minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het ontwikkelingsprogramma. In deze wijziging van het ontwikkelingsprogramma worden de te bereiken resultaten opnieuw geformuleerd met inachtneming van de in het ontwikkelingsprogramma eerder vastgelegde te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Besluit, en met inachtneming van de indicatoren, bedoeld in artikel 10, onderdelen a en ba.

5.

Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit artikel worden aangemerkt als aanvragen als bedoeld in dit artikel. Voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht geldt als aanvraag de ‘Bestuurlijke overeenkomst over voorschoolse educatie in de G4’, die op 17 maart 2008 is getekend door de wethouders Onderwijs van de betreffende gemeenten en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Sharon A.M. Dijksma.

6.

De minister neemt een beschikking tot verlening van de in het eerste en derde lid bedoelde verhoging binnen vier weken na de inwerkingtreding van dit artikel. De verhoging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 30 procent toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel a, en voor 70 procent aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel ba. Als bij de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel ba, gekozen is voor een uitsplitsing in subindicatoren, wordt de 70 procent toegedeeld aan die subindicatoren met gelijke percentages. De verhoging, bedoeld in het derde lid, wordt in zijn geheel toegedeeld aan de betreffende subindicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel ba.

7.

De minister kan minder dan 100 percent verlenen van het in het tweede lid bedoelde procentuele aandeel, indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.

8.

De minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van de wijziging van het ontwikkelingsprogramma in te zenden.

Artikel 12ga

1.

De uitkeringen aan de centrumgemeenten voor vrouwenopvang worden in 2008 en 2009 verhoogd ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor 2008 en 2009 ter beschikking worden gesteld voor een extra impuls op het terrein van vrouwenopvang om de capaciteit aan opvangplaatsen uit te breiden en de advies- en steunpunten huiselijk geweld te versterken, voor crisisinterventie en daderopvang, mede met het oog op de Wet tijdelijk huisverbod, en voor de opvang en hulp aan tienermoeders.

2.

Het procentuele aandeel van de betreffende centrumgemeenten in de middelen, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 2008 en 2009 vastgesteld overeenkomstig artikel 6.

3.

Binnen vier weken na inwerkingtreding van deze regeling dienen de colleges van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten bij de minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het ontwikkelingsprogramma. In deze wijziging van het ontwikkelingsprogramma worden de te bereiken resultaten opnieuw geformuleerd met inachtneming van de in het ontwikkelingsprogramma eerder vastgelegde te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Besluit, en met inachtneming van de indicatoren, bedoeld in artikel 10, onderdelen i, k en r. Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit artikel worden aangemerkt als aanvragen als bedoeld in dit artikel.

4.

De minister neemt een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging binnen vier weken na de inwerkingtreding van dit artikel. De verhoging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 15 procent toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel i, voor 15 procent aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel k, en voor 70 procent aan indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel r. Als bij de indicatoren, bedoeld in artikel 10, onderdelen k en r, gekozen is voor een uitsplitsing in subindicatoren, wordt de 15 en 70 procent toegedeeld aan die subindicatoren met gelijke percentages.

5.

De minister kan minder dan 100 percent verlenen van het in het tweede lid bedoelde procentuele aandeel, indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.

6.

De minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van de wijziging van het ontwikkelingsprogramma in te zenden.

Hoofdstuk 5. Voorschotverlening

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage D. behorende bij artikel 16, tweede lid

Vervallen

Bijlage E. behorende bij artikel 16, derde lid

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)