Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Sociale Verzekeringen periode [1940] 1997-2003 (Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Type Archiefselectielijst
Publication 2006-01-14
State In force
Source BWB
artikelen 3
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 20 juli 2005, nr. arc-2005.02491/2);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van handelingen van de Sociale Verzekeringsbank en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Sociale Verzekeringen over de periode [1940] 1997–2003’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

‘Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Sociale Verzekeringsbank op het beleidsterrein Sociale Verzekeringen over de periode 1940–1997’, R&B/OSA/2002/577, Staatscourant 2002/85–87; gerectificeerd d.d. 27 mei 2003, Staatscourant 2003, nr. 101’ wordt ingetrokken voor zover het de handelingen van de Sociale Verzekeringsbank zelf betreft.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Aanvullend Basisselectiedocument Sociale Verzekeringen (1940) 1997–2003

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Sociale Verzekeringsbank

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

Lijst van afkortingen

AAW: Algemene Arbeidsongeschiktheidswet

ABP: Algemeen burgerlijk pensioenfonds

ABPw: Algemeen burgerlijke pensioenwet

ABW: Algemene Bijstandswet

AKW: Algemene Kinderbijslagwet

AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur

Anw: Algemene nabestaandenwet

AOW: Algemene Ouderdomswet

art.: artikel

AWBZ: Algemene wet bijzondere ziektekosten

AWf: Algemeen Werkloosheidsfonds

AWW: Algemene Weduwen- en Wezenwet

Bpf: bedrijfspensioenfonds (Wet betreffende verplichte deelneming in een –)

Bpr: beroepspensioenregeling (Wet betreffende verplichte deelneming aan een –)

BSD: basisselectiedocument

b.w.: buiten werking

CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek

CRM: Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (Minister/Ministerie van)

CRvB: Centrale Raad van Beroep

CSV: Coördinatiewet Sociale Verzekering

Ctsv: College van toezicht sociale verzekeringen

CWI: Centrale organisatie voor werk en inkomen

D-G.: Directoraat-generaal

EZ: Economische Zaken (Minister/Ministerie van)

FVP: Fonds Voorheffing Pensioenverzekering

GVI: Generale Verwijsindex

ILO: International Labour Organisation

i.o.: institutioneel onderzoek

IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

i.w.: in werking

IWI: Inspectie Werk en Inkomen

JWG: Jeugdwerkgarantiewet

Lisv: Landelijk instituut sociale verzekering

MAAV: (Wet) medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen

MIO: Methode institutioneel onderzoek

nAbw: nieuwe Algemene bijstandswet

nOsv: nieuwe Organisatiewet sociale verzekeringen

OCenW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (Minister/Ministerie van)

OSV: Organisatiewet Sociale Verzekering

Osv: Organisatiewet sociale verzekeringen

PB: Publicatieblad (EG/EU)

PEMBA: (Wet) Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PSW: Pensioen- en spaarfondsenwet

PVK: Pensioen- & Verzekeringskamer

RAD: Rijksarchiefdienst

REA: (Wet op de) (re)integratie arbeidsgehandicapten

RIO: Rapport institutioneel onderzoek

RWI: Raad voor Werk en Inkomen

SER: Sociaal-Economische Raad

SIOD: Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

SUWI: Structuur Werk en Inkomen

SVB: Sociale Verzekeringsbank

SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Minister/Ministerie van)

TOG: (Regeling) Tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende meervoudig en ernstig lichamelijk gehandicapte kinderen

Trb.: Traktatenblad

TW: Toeslagenwet

TZ: (Wet) Terugdringing Ziekteverzuim

UWV: Uitvoerinsinstituut Werknemersverzekeringen

uvi: uitvoeringsinstelling

VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (Minister/Ministerie van)

VUT: Vervroegde uittreding

VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Minister/Ministerie van)

WAGW: Wet arbeidsinschakeling gehandicapte werknemers

Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidvoorziening jonggehandicapten

WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Waz: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (Minister/Ministerie van)

Wvg: Wet voorzieningen gehandicapten

WW: Werkloosheidswet

WWV: Wet werkloosheidsvoorziening

zbo: zelfstandig bestuursorgaan

ZFR: Ziekenfondsraad

ZFW: Ziekenfondswet

ZW: Ziektewet

Inleiding

Het PIVOT-rapport Verstrekkende Zekerheid. Een tweede institutioneel onderzoek op het beleidsterrein sociale zekerheid ten aanzien van de sociale verzekeringen, (1940) 1997–2003 vormt de grondslag voor dit aanvullende basisselectiedocument (BSD). Dit tweede rapport institutioneel onderzoek (RIO) beschrijft de handelingen van de rijksoverheid op het deelterrein sociale verzekeringen van het beleidsterrein sociale zekerheid en geeft een overzicht van de actoren die zich op dit (deel)beleidsterrein bewegen. Het rapport is een vervolg op het eerste RIO op het gebied van de sociale zekerheid, periode 1940–1997.

Op het terrein van de sociale verzekeringen zijn een groot aantal overheidsorganen actief of actief geweest. Aan dit institutioneel onderzoek hebben dan ook verschillende van deze organen een bijdrage geleverd.

Bij de deelnemende organen is aan de hand van literatuur, archieven en interviews onderzoek gedaan naar hun taken en handelingen en die van hun voorgangers op het onderhavige beleidsterrein, hetgeen geleid heeft tot het genoemde rapport en dit BSD.

Het BSD is de verantwoording van het bewaar- en vernietigingsbeleid van archiefbescheiden door de organisatie, alsmede het wettelijk voorgeschreven instrument voor de selectie in de rijks- en provinciale archieven. In het BSD is aan iedere handeling een waardering gegeven voor bewaring of vernietiging van de bescheiden die betrekking hebben op die handeling.

Het BSD bestaat uit:

1. Verantwoording

Voor archiefbescheiden op het beleidsterrein sociale verzekeringen bestonden reeds vernietigingslijsten. Voor het ministerie gold de ‘Lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid’ (Stcrt. 1994, 72). Tevens is op 18 februari 2002 het eerste BSD ‘Sociale Verzekeringen’ vastgesteld. Door de omvang van het document is het in drie opeenvolgende Staatscouranten gepubliceerd, te weten: Stcrt. 2002, 85, 86 en 87. Later bleek echter dat in deze publicaties de waardering van enkele handelingen onjuist was weergegeven. In Stcrt. 2003, 101 is de selectielijst gerectificeerd.

Aan de hand van deze lijsten zijn in het verleden archiefbescheiden vernietigd.

Voor welke actoren geldt welke selectielijst?

Een aantal actoren op het beleidsterrein Sociale verzekeringen zijn in de loop der tijd opgegaan in andere actoren of opgeheven. In overleg met het Nationaal Archief is besloten om de nieuwe selectielijst alleen vast te stellen voor die actoren die wijzigingen in hun handelingen hebben doorgevoerd.

Dit betekent dat de eerste vaststelling (Stcrt. 2002, 85, 86 en 87) geldt voor de volgende actoren:

Voor de volgende actoren geldt de tweede vaststelling:

Vaststelling van de selectielijst tot en met 2003

Op 13 november 2003 (AZ/B&ADIV/2003/87201) is het geactualiseerde ontwerp-BSD over de periode (1940) 1997–2003 door de Secretaris-Generaal aan de Staatssecretaris van OCW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het ontwerp-BSD naar de RvC is verstuurd.

Tijdens het driehoeksoverleg op 27 april 2004 was namens het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap ook een deskundige op het beleidsterrein aanwezig. Van andere (historische) organisaties of individuele burgers is geen commentaar ontvangen. Vanaf 3 mei 2005 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdrager, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 20 juli 2005 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2005.02491/2) hetwelk aanleiding heeft gegeven tot enkele wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD Sociale Verzekeringen 1940–2003 door de Algemeen Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [C/S&A/05/2046], van Buitenlandse Zaken [C/S&A/05/2037, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties [C/S&A/05/2047, van Defensie [C/S&A/05/2038], van Financiën [C/S&A/05/2039], van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap [C/S&A/05/2040], van Verkeer en Waterstaat [C/S&A/05/2043], van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [C/S&A/05/2044] en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer [C/S&A/05/2045], het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen [C/S&A/05/2041], de Sociale Verzekeringsbank [C/S&A/05/2048] en de Raad voor Werk en Inkomen [C/S&A/05/2042] vastgesteld.

2. Hoofdlijnen van het handelen van de overheid op het beleidsterrein sociale zekerheid en sociale verzekeringen

Het onderwerp van dit basisselectiedocument vormt een deel van het beleidsterrein sociale zekerheid. Dit beleidsterrein heeft betrekking op de overheidstaken in het kader van het recht op het gebied van de publieke sociale zekerheid, met als doel het bieden van inkomensbescherming. Hiermee wordt een belangrijke rechtsplicht van de overheid ‘het bieden van financiële bestaanszekerheid aan een ieder’ vormgegeven. In 1983 is deze overheidstaak geformaliseerd in art. 20 lid 2 en 3 van de Grondwet.

De doelstelling, zoals hierboven omschreven wordt langs verschillende wegen gerealiseerd, enerzijds lenigt de overheid – door het verstrekken en aanvullen van inkomens – (directe) financiële nood. Anderzijds tracht de overheid door middel van het ontwikkelen van beleid gericht op het voorkomen van het verlies van inkomen (preventie) en het reïntegreren van arbeidsongeschikten en werklozen in het arbeidsproces, het beroep wat gedaan wordt op het stelsel van inkomensbescherming terug te dringen.

Van oudsher wordt in de sociale zekerheid op grond van het verschil in de mate van overheidsbemoeienis en de financieringsbron, een onderscheid gemaakt tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen. Sociale verzekeringen (inkomensdervingregelingen) verzekeren de financiële gevolgen wanneer men als gevolg van ziekte, ouderdom of arbeidsongeschiktheid niet (meer) aan het arbeidsproces deelneemt en worden bekostigd uit premiebijdragen van werkgevers, werknemers en ingezetenen. Sociale voorzieningen (minimumbehoeftenregelingen) zijn bedoeld om wanneer in een bepaalde situatie de middelen van bestaan onvoldoende zijn, het inkomensniveau aan te vullen tot het ‘sociaal minimum’.1Regelingen die vergoedingen verstrekken voor specifieke kosten zoals de Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene Kinderbijslagwet kunnen niet behulp van deze definities worden omschreven. De Wvg maakt onderdeel uit van de sociale voorzieningen, de AKW valt onder de sociale verzekeringen. Deze voorzieningen worden betaald uit de ‘algemene middelen’ (opbrengsten van de verschillende belastingen). Laatstgenoemd onderdeel is aan de orde gekomen in het BSD Sociale Voorzieningen. De sociale verzekeringen worden in dit BSD behandeld.

Kenmerkend voor de sociale verzekeringen is het sociale- en het verzekeringsaspect. Het sociale aspect had in de aanvang de betekenis van hulp aan economische zwakkeren. De eerste sociale verzekeringen (de Ongevallenwet, de Invaliditeitswet en de Ziektewet) verzekerden werknemers en vooral de economisch zwakkeren onder hen. Later vond uitbreiding plaats tot alle werknemers en zelfs tot de gehele bevolking. De sociale verzekeringen raken niet alleen de persoonlijke belangen van de verzekerden maar ook het algemeen belang. Kenmerkende verschillen met de particuliere verzekeringen zijn het wettelijke en het verplichte karakter. Voor wat betreft het verzekeringsaspect is het volgende van belang. De verzekerde verzekert zich uit voorzorg tegen de gevolgen van bepaalde risico’s en moet voldoen aan zijn plicht om premie te betalen, de verzekeraar vergoedt schade of verstrekt een uitkering wanneer de verzekerde calamiteit plaatsvindt. Risico’s worden op deze manier gespreid over de vele premieplichtigen. De sociale verzekering biedt een planmatige voorzorg tegen bepaalde risico’s terwijl de opbrenging der middelen door premieplichtigen steunt op een vooraf – in de regel bij of krachtens wet – vastgestelde rekenkundige grondslag. Daarnaast worden een aantal regelingen gefinancierd met algemene middelen. Uitkeringen worden bekostigd via premie geheven door de uitvoeringsinstellingen en de Rijksbelastingdienst.2C.A. de Kam e.a., Kluwerschets van de leer van de sociale zekerheid, Deventer 1989, p. 38, 46, 50–51.

Er wordt inkomensbescherming geboden, gericht op risico’s zoals arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, overlijden, tegemoetkoming in de kosten van het verzorgen en onderhouden van kinderen, ziekte en gebrek en behoeftigheid.

Sociale verzekeringen worden onderscheiden in volksverzekeringen en werknemersverzekeringen. Die verschillen zijn toegespitst op de personele werkingssfeer, het uitkeringsniveau, de financiering en de uitvoering van de verzekeringen. Iedereen die in Nederland woont of op een of andere manier betrokken is bij het Nederlandse arbeidsproces, wordt tot de doelgroep van de volksverzekeringen gerekend. Werknemersverzekeringen daarentegen zijn bestemd voor een specifieke categorie van personen, namelijk degenen die in Nederland een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking vervullen. Het uitkeringsniveau is per verzekering verschillend.

De centrale overheid is met name betrokken bij het voorbereiden en vastleggen van wet- en regelgeving, waarin onderdelen als het recht op uitkering en de uitvoering zijn neergelegd. De uitvoering is in handen van organen die een zekere zelfstandigheid innemen ten opzichte van de rijksoverheid, ook al voeren zij een overheidstaak uit. Voor de werknemersverzekeringen zijn dit het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en het Centrale Orgaan voor Werk en Inkomen. Voor de volksverzekeringen is dit de Sociale Verzekeringsbank. De toezichthoudende instantie is sinds 1 januari 2002 de Inspectie Werk en Inkomen, daarvoor werd toezicht gehouden door het College van toezicht sociale verzekeringen (1995–2001).

Ook de overheidsbemoeienis met de aanvullende pensioenen wordt tot de sociale zekerheid gerekend. De voornaamste taken in deze zijn de regelgeving en het toezicht. Op dit deelterrein zijn als belangrijkste wetten tot stand gekomen de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW, 1952), de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet Bpf 2000, 2000) en de Wet betreffende verplichte deelneming aan een beroepspensioenregeling (Wet Bpr, 1972). Het toezichthoudende orgaan is per 1 januari 2001 de Pensioen- en Verzekeringskamer, gevestigd in Apeldoorn.

3. Actoren

Een actor is een overheidsorgaan, een particuliere instelling of een persoon die een rol speelt op een beleidsterrein. In het kader van het institutioneel onderzoek zijn met name die actoren van belang die overheidsorgaan zijn en handelingen verrichten op het terrein van de sociale voorzieningen. In het BSD zijn alleen handelingen opgenomen van (landelijke) overheids-actoren.

Als eerste dient genoemd te worden de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het beleid en de wet- en regelgeving ten aanzien van de sociale verzekeringen en de aanvullende pensioenregelingen. Het betreft zowel de inhoudelijke (voorwaarden en prestaties) als de organisatorische kant (financiering en uitvoering) van het beleid. Ook de internationale afstemming van het sociale zekerheidsbeleid behoort tot zijn taken. Voor de sociale ziektekostenverzekeringen, te weten de Ziekenfondswet en de AWBZ moet echter een voorbehoud gemaakt worden; voor deze verzekeringen is de minister waaronder Volksgezondheid ressorteert verantwoordelijk (nu is dat de Minister van VWS). Deze sociale verzekeringen zijn in dit onderzoek niet aan de orde geweest omdat zij reeds eerder onderzocht zijn.3Verzekerd van Zorg, PIVOT-rapport nr. 7; in dat onderzoek is geen aandacht besteed aan de internationale aspecten van die verzekeringen. Zij zijn in dit onderzoek meegenomen, internationaal worden de sociale verzekeringen ook als een beleidsterrein behandeld. Een andere minister die nauw bij het beleidsterrein betrokken is, is de Minister van Financiën, vanwege de premieheffing voor de volksverzekeringen door de Belastingdienst en het beheer van de fondsen.

Als adviesorgaan op dit beleidsterrein dient de Sociaal-Economische Raad genoemd te worden. Over de uitvoering wordt door de diverse uitvoeringsorganen geadviseerd (SVB, Lisv/UWV, CWI, Pensioen- en Verzekeringskamer). Voor een bepaald onderwerp of aspect is een aantal keer een aparte commissie in het leven geroepen, bijvoorbeeld de Commissie Onderzoek Sociale Zekerheid (COSZ) of de Staatscommissie vereenvoudiging en codificatie van de sociale zekerheidswetgeving.

De belangrijkste uitvoerende organen zijn nu de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk instituut sociale verzekeringen/het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en het Centrale Orgaan voor Werk en Inkomen. De Sociale Verzekeringsbank voert met name de volksverzekeringen (AOW, AWW/Anw en AKW) uit. Het Lisv/UWV en het CWI voeren de werknemersverzekeringen (WW en WAO) uit.

Op de uitvoering van de sociale verzekeringen werd en wordt toezicht gehouden door speciaal daartoe in het leven geroepen overheidsorganen. Met de inwerkintreding van de nOsv in 1995 werd de SVr omgevormd tot het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv). Ctsv is in januari 2002 samen met de directie Toezicht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgegaan in de Inspectie Werk en Inkomen.

De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) is het toezichthoudende orgaan voor het deelterrein aanvullende pensioenregelingen. De PVK houdt toezicht op de uitvoering door pensioen- en spaarfondsen van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW), de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000) en de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Wet Bpr).

Voor een uitgebreidere beschrijving van de actoren, zowel de overheidsorganen als de niet-overheidsorganen kan verwezen worden naar hoofdstuk 2 van het RIO.

4. Selectie

4.1. Doelstelling van de selectie

De selectie richt zich op de archiefbescheiden van overheidsorganen op rijks- en provinciaal niveau, die vallen onder de werking van de artikelen 1, 23, 27 en 41 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276). Het begrip overheidsorgaan wordt in artikel 1 van de Archiefwet 1995 gedefinieerd als:

Het begrip archiefbescheiden betreft alle neerslag van de omschreven handelingen, of het nu papier of een digitaal gegevensbestand betreft, of het zich nu in een archief, bibliotheek, op een afdeling automatisering of bij beleidsambtenaren bevindt.

De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen enerzijds archiefbescheiden die in aanmerking komen voor bewaring en overbrenging naar het Nationaal Archief of een Rijksarchief in de provincie en anderzijds archiefbescheiden die (op termijn) voor vernietiging in aanmerking komen. De beslissing of neerslag van een handeling wel of niet voor bewaring in aanmerking komt, wordt genomen tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT, zoals de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur die bij de behandeling van de nieuwe archiefwet in de Tweede Kamer (13 april 1994) heeft gemeld en die luidt: ‘het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen’. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als: ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

De handelingen van de verschillende organen (‘actoren’) worden geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie is dus de vraag aan de orde welke gegevensbestanden, behorende bij welke handeling, berustende bij welke actor, bewaard dienen te worden ten einde het handelen van de rijks- en provinciale overheid met betrekking tot de sociale verzekeringen op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

In dit RIO/BSD wordt deze selectiedoelstelling uitgewerkt binnen het (deel)beleidsterrein sociale verzekeringen.

4.2. Selectiecriteria

Bij de selectie van handelingen is door PIVOT een aantal criteria onderscheiden dat op elk beleidsterrein of onderdeel van een terrein van toepassing is. Daarnaast is het mogelijk dat er specifieke criteria geformuleerd worden voor het desbetreffende beleidsterrein. De criteria, die in deze selectielijst zijn toegepast, worden in het navolgende schema weergegeven. Voor het beleidsterrein sociale verzekeringen is het formuleren van specifieke criteria niet nodig gebleken.

De selectiecriteria zijn positief geformuleerd, dat wil zeggen dat zij aangegeven van welke handelingen de neerslag na het verstrijken van de wettelijke overbrengingstermijn van 20 jaar naar een Rijksarchief dient te worden overgebracht. Handelingen die aan één van de criteria voldoen, zijn met een B (van bewaren) gewaardeerd met vermelding van het desbetreffende criterium. Handelingen die niet aan één van de criteria voldoen zijn met een V gewaardeerd, met vermelding van de minimale termijn, dat de archiefbescheiden door het orgaan, dat met de zorg ervoor belast is, bewaard moeten worden. De documentaire neerslag die uit deze handelingen voortvloeit, is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het overheidsbeleid op hoofdlijnen.

De V staat voor vernietigen; de neerslag van de met een V gewaardeerde handelingen kan na de voorgeschreven termijn vernietigd worden.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Algemene selectiecriteria

1.

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

5. Selectielijst

In deze selectielijst zijn de handelingen uit het rapport ‘Verstrekkende zekerheid, deel 2’ geordend per actor, te beginnen bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de voornaamste actor op dit beleidsterrein. Vanwege de ordening per actor zijn handelingen die volgens het rapport door meer dan één actor worden uitgevoerd in dit BSD meerdere keren opgenomen. Het BSD bevat dus meer items dan het rapport. De actoren zijn geordend aan de hand van hoofdstuk II van het RIO ‘Verstrekkende zekerheid, deel 2’.

In het RIO deel 2 is uitgegaan van alle nieuwe en nog lopende handelingen vanaf 1997. Alle reeds afgesloten handelingen zijn verwijderd. Dit is niet op dit BSD van toepassing. Alle handelingen van de betrokken actoren – ook welke reeds afgesloten zijn – zijn in dit BSD opgenomen. Hiervoor is gekozen, zodat de betrokken actoren met slechts één geldend BSD te maken hebben. Voor de overige actoren die niet deelnemen aan deze actualisatie blijft het oude, vastgestelde BSd gelden.

De gegevensblokken van het RIO zijn in het BSD overgenomen, ook de nummering van het RIO is in het BSD gehandhaafd. Deze doorlopende nummering in het RIO wordt dus een verspringende nummering in het BSD, vanwege de andere wijze van ordenen (namelijk per actor). Het uitgangspunt is geweest dat er een directe relatie moet worden gehandhaafd tussen het RIO en het BSD. In het nieuwe BSD is ervoor gekozen om de nieuwe handelingen op dezelfde plaats te handhaven als in het RIO. De nieuwe handelingen zijn hierdoor niet achter de laatste reeds bestaande handeling van een actor geplaatst, maar achter de handeling waar zij in het RIO ook staan. Hierdoor is het mogelijk dat handelingnummers van dezelfde actor niet meer opeenvolgend zijn.

Aan het nummer of de periode is niet te zien of de handeling tegelijkertijd, voorafgaand of opvolgend ook door een andere actor is uitgevoerd. Hiervoor dient men het RIO te raadplegen. De grondslag, de periode, het product en de opmerking zijn in het BSD zo veel mogelijk aangepast aan de actor die het betreft. Dat wil zeggen dat van een handeling waarbij in het RIO verschillende actoren staan vermeld, per actor in het BSD alleen die gegevens zijn overgenomen die op die actor van toepassing zijn.

In de gegevensblokken is het onderdeel ‘actor’ weggelaten; de naam van de actor is steeds terug te vinden in de kop van de pagina. De naam van de actor is dezelfde als die in het RIO, zie verder hoofdstuk 2 van het RIO. Bij de ‘grote’ actoren is de (sub)indeling (incl. paragraafnummer) van het RIO overgenomen om enige ordening in de handelingen aan te brengen.

Bij het product wordt steeds het eindproduct van een handeling genoemd, waarbij als bekend wordt verondersteld dat de neerslag van het gehele proces dat geleid heeft tot dat eindproduct bewaard dient te blijven of voor vernietiging in aanmerking komt. Ook in gevallen waarbij geen eindproduct tot stand is gekomen, wordt de neerslag van de voorbereiding daartoe tot de handeling gerekend en dient deze overeenkomstig deze lijst bewaard of vernietigd te worden.

Door middel van de plaatsing van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het ‘Bewaren’ of ‘Vernietigen’ van de neerslag van die handeling. Bij de handelingen die met een B gewaardeerd zijn, wordt het selectiecriterium uit het schema van § 4.2 genoemd dat tot dat voorstel geleid heeft.

Bij handelingen die met een V gewaardeerd zijn, wordt de termijn gegeven, waarna vernietiging kan plaatsvinden. Deze termijnen zijn ingevuld op grond van informatie uit bestaande vernietigingslijsten (zie § 1) en gesprekken met vertegenwoordigers van het juridische en administratieve belang bij de verschillende zorgdragers.

Als ruwe richtlijn zijn de volgende bewaartermijnen gehanteerd:

Met uitzondering van de handelingen die betrekking hebben op de directe uitkeringverlening, is voor handelingen die met een V gewaardeerd zijn, de periode waarvoor deze selectielijst geldt gesteld op 1945–2003. Door middel van haakjes kan worden aangegeven dat een handeling ook in de voorafgaande periode werd uitgevoerd, bijvoorbeeld: periode: (1940) 1945–1963

De archiefbescheiden die betrekking hebben op de periode 1940–1945 worden op een andere wijze behandeld. Deze komen in eerste instantie voor bewaring in aanmerking op grond van algemeen selectiecriterium 6, als zijnde de neerslag van uitvoerende handelingen die direct gerelateerd zijn aan bijzondere omstandigheden i.c. de Tweede Wereldoorlog. Zij worden derhalve overgebracht naar de Rijksarchiefdienst. De Rijksarchiefdienst kan na nader onderzoek de archiefbescheiden die niet voldoen aan criterium 6 (die dus geen directe relatie hebben met de bijzondere omstandigheden van de Tweede Wereldoorlog) nà machtiging van de oorspronkelijke zorgdrager op grond van artikel 6 van de Archiefwet 1995 alsnog vernietigen.

De in de lijst genoemde termijnen worden voor wat de zaaksgewijs geordende archiefbescheiden betreft, geacht in te gaan op de eerste dag na beëindiging van de zaak waartoe de bescheiden behoren. In het geval dat tegen een beslissing beroep wordt aangetekend, wordt de zaak geacht geëindigd te zijn op het moment dat de (hoger) beroepszaak is geëindigd.

In deze lijst zijn de handelingen van het Centrale Orgaan voor Werk en Inkomen niet opgenomen. Door deze actor wordt voor de periode 2001–heden een eigen selectielijst ingediend. Handelingen met betrekking tot het CWI waar de minister actor van is, zijn wel in dit BSD opgenomen.

De lijst heeft geen betrekking op archiefbescheiden inzake de interne-beheer-taken van de ministers. Zij dienen daarvoor een aparte lijst te maken.

5.1. Beleidsvormende organen

Actor: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van beleid betreffende de sociale verzekeringen.

Grondslag: o.a. Grondwet (Stb. 1983, 22) art. 20 eerste lid

Periode: 1945–

Product: beleidsnota, beleidsplan, richtlijnen, beleidsregels

Waardering: B 1

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van het nationale beleid van andere ministers, voor zover dit (mede) betrekking heeft op de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: inlichtingen, advies, nota’s, richtlijnen, handhavingarrangementen, uitvoeringstoetsen, procedures (600–0017), rechercheplannen, fraudekaarten

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van het overleg met en informeren van leden of commissies uit de Kamers van de Staten-Generaal, voor zover het de sociale verzekeringen betreft.

Periode: 1945–

Product: antwoord op kamervragen, brief aan de Staten-Generaal etc.

Waardering: B 3

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: (extern) onderzoeksrapport, onderzoeksopdracht

Waardering: B 1

Vervallen

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: nota’s, notities

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product:

Waardering: V 3 jaar

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: rekeningen, declaraties

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het voeren van overleg met vakministers en vertegenwoordigers van uitvoeringsorganen over aangelegenheden betreffende de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: verslag, notulen, akkoord

Opmerking: Met uitvoeringsorganisaties wordt o.a. bedoeld: het College van toezicht sociale verzekeringen, Lisv en het UWV.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving inzake sociale verzekeringen

Grondslag: o.a. Grondwet (Stb. 1983, 22) art. 20 tweede lid

Periode: 1945–

Product: wetten, onder andere:

Hierna worden de voornaamste materiewetten genoemd:

ten aanzien van arbeidsongeschiktheid

– Ziektewet (Stb. 1913, 204)

– Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1966, 84)

– Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674)

– Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba; Stb. 1997, 175)

– Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ; Stb. 1997, 176)

ten aanzien van werkloosheid

– Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566)

– Invoeringswet stelselherziening (Stb. 1986, 567)

ten aanzien van ouderdom en overlijden

– Algemene Nabestaandenwet (Stb. 1995, 690)

ten aanzien van kinderbijslag

– Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1962, 160)

ten aanzien van arbeidsdeelname door gehandicapten

– Wet (re)integratie arbeidsgehandicapte deelnemers (Stb. 1998, 290)

– Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen jonggehandicapten (Stb. 1997, 177)

ten aanzien van hoogte van uitkeringen

– Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (Stb. 1996, 248)

ten aanzien van organisatie

– Wet structuur uitvoering werk en inkomen (Stb. 2001, 624)

– Invoeringswet SUWI (Stb. 2001, 625)

ten aanzien van financiering

– Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1953, 577)

– Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129)

– Wet brutering overhevelingstoeslag lonen (Stb. 1993, 743)

Waardering: B 1

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van wet- en regelgeving op het terrein van de ziektekostenverzekering waarvoor de Minister van Volksgezondheid de eerst-verantwoordelijke minister is.

Grondslag: Ziekenfondswet (Stb. 1964, 392); Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1967, 655); Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129)

Periode: 1971–

Product: wet, algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling

Waardering: B 1

Handeling: Het evalueren van het beleid inzake sociale verzekeringen

Grondslag: o.a.: Algemene Nabestaandenwet (Stb. 1995, 690) art. 104; Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 115 (b.w. Stb. 2001, 625); Wet beslistermijnen sociale verzekeringen (Stb. 2000, 627), art.XX; Wet verbetering poortwachter (Stb. 2001, 628), art. XIV; Wet van 21 december 2001 (Stb. 2001, 695), art. VII; Wet eigenrisicodragen Ziektewet (Stb. 2002, 584), art. VI; Wet SUWI (Stb. 2001, 642), art. 86 eerste lid; Besluit SUWI (Stb. 2001, 688), art. 4.5;

Periode: 1945–

Product: rapport, evaluatieverslag

Opmerking: Tot deze handeling wordt ook gerekend het uitbrengen van verslag aan de Staten-Generaal over de doelmatigheid en effecten van een wet een x-aantal jaar na inwerkingtreding van de wet.

Waardering: B 2

Handeling: Het vaststellen van regels die afwijken van de regels die in de Wet SUWI genoemd worden.

Product: Wijziging Regeling SUWI en enige andere regelingen (Stcrt. 2002, 66)

Periode: 2002–

Grondslag: Invoeringswet SUWI (Stb. 2001, 625) art. 127, eerste en derde lid

Waardering: B 1

Handeling: Het (bij K.b.) instellen van landelijke commissies voor advisering over het beleid en wet- en regelgeving ten aanzien van sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: Koninklijk besluit/beschikking, onder andere:

– Koninklijk besluit van 28 februari 1969, nr. 27 (Stcrt. 1969, 45) inzake instelling Staatscommissie vereenvoudiging en codificatie sociale-zekerheidswetgeving

– Instellingsbeschikking Commissie Onderzoek Sociale Zekerheid (Stcrt. 1977, 157)

Waardering: B 4

Handeling: Het (bij K.b.) benoemen van de leden, plaatsvervangende leden, secretaris en adjunct-secretaris van (landelijke) adviescommissies.

Grondslag: o.a.: Koninklijk besluit van 28 februari 1969, nr. 27 (Stcrt. 1969, 45) art. 3; Instellingsbeschikking Commissie Onderzoek Sociale Zekerheid (Stcrt. 1977, 157) art. 3

Periode: 1945–

Product: beschikking/Koninklijk besluit

Waardering: V 10 jaar na het bereiken van de 75-jarige leeftijd of overlijden

Handeling: Het instellen van ad hoc-commissies die advies moeten uitbrengen over aspecten van het beleid ten aanzien van de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: instellingsbeschikking van verschillende ad hoc-commissies, onder andere:

– Instellingsbeschikking Commissie premiedruk sociale verzekering (Stcrt. 1967, 56)

Waardering: B 4

Handeling: Het deelnemen aan advies- en overlegcommissies waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat niet bij het ministerie berust.

Periode: 1945–

Product: benoemingsvoordracht, lidmaatschapsarchief

Waardering: V 5 jaar

Vervallen

Handeling: Het deelnemen aan het bestuur van privaatrechtelijke instellingen op het gebied van de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: bestuurs(lidmaatschaps)archief

Waardering: B 5

Handeling: Het oprichten en in stand houden van privaatrechtelijke instellingen op het gebied van de sociale verzekeringen.

Periode: 1945–

Product: oprichtingsakte, statuten, verslaglegging naar de oprichters bijv. jaarverslagen

Waardering: B 4

Handeling: Het verlenen van subsidies aan instellingen die een adviserende of uitvoerende taak hebben op het terrein van de sociale verzekeringen.

Bron: Rijksbegrotingen

Periode: 1945–

Product: beschikking, toekenningsbrief

Waardering: B 5 beschikking/toekenningsbrief

V financiële afhandeling van de subsidieverlening wordt niet bewaard: 5 jaar

Handeling: Het (mede) voorbereiden en vaststellen van het beleid met betrekking tot internationale aspecten van de sociale zekerheid.

Periode: 1945–

Product: beleidsnota, beleidsplan

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen van overleg- en bestuursorganen van internationale organisaties inzake sociale zekerheid.

Periode: 1945–

Product: verslagen, notulen, notities, rapporten

Opmerking: Voorbeelden van bedoelde internationale organisaties zijn de International Labour Organisation (ILO), de Raad van Europa (RvE), de Europese Unie (EU), de Verenigde Naties (VN), de Benelux en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Waardering: B 1

Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in de Administratieve Commissie en het Raadgevend Comité van de Europese Unie.

Grondslag: Verordening inzake de sociale zekerheid van migrerende werknemers, nr. 3/58 (PB EG 1958, 30) art. 44; Verordening van de Raad (EU) betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, nr. 1408/71 (PB EG 1971, L 149) art. 80 eerste lid en 82 eerste lid

Periode: 1958–

Product: aanwijzingsbesluit

Waardering: V 5 jaar na beëindiging aanwijzing

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van (bilaterale en multilaterale) verdragen en bijbehorende akkoorden met andere mogendheden inzake sociale zekerheid.

Periode: 1945–

Product: verdragen, administratieve akkoorden, afrekeningsakkoorden, o.a.:

– Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Nieuw Zeeland (Stb. 2003, 80)

Waardering: B 1

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van multilaterale verdragen met administratieve akkoorden (ILO, Raad van Europa, VN) of verordeningen en regelingen (EU) van internationale organisaties inzake sociale zekerheid

Periode: 1945–

Product: verdragen, administratieve akkoorden

Opmerking: Hieronder worden ook verstaan de bijdragen aan de besluiten van de Administratieve Commissie van de EU.

Waardering: B 1

Handeling: Het (beleidsmatig) beoordelen van mogelijke interventies in zaken die voorkomen bij internationale hoven.

Grondslag: o.a. Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie, art. 20

Periode: 1958–

Product: rapport/nota, ministerraadformulier

Opmerking: Met internationale hoven wordt o.a. bedoeld: het Hof van Justitie te Luxemburg, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg en de Commissie Rechten van de Mens van de VN.

Waardering: B 1

Handeling: Het deelnemen aan (technische) commissies die nadere uitvoeringsregels stellen of toezien op de goede uitvoering van een verdrag.

Grondslag: (Administratieve) Akkoorden ter uitvoering van verdragen; Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden, gesloten te Genève op 27 juli 1950 (Trb. 1953, nr. 76) art. 24

Periode: 1950–

Product: verslag, notulen, aanwijzingen, informatieverstrekking

Opmerking: Er zijn onder andere verscheidene Nederlands-Belgische Technische Commissies, bijvoorbeeld voor de geneeskundige verzorging en voor de uitkeringen en een Nederlands-Franse Technische Commissie. De Verdragen betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden voorzien in de instelling van het Administratief Centrum, waaraan deelgenomen wordt door regeringsvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van de werkgevers en de Rijnvarenden uit elk van de verdragsluitende staten.

Waardering: B 1

Handeling: Het implementeren of rapporteren over de implementatie van internationale regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau.

Grondslag: o.a. Statuut van de ILO art. 22; Verdragen van de ILO, bijv. Verdrag betreffende minimumnormen van sociale zekerheid (Verdrag nr. 102) (Trb. 1953, 69) art. 76; Europese Code inzake sociale zekerheid (Trb. 1965, 47) art. 74 en 76; EG-richtlijnen; Wet van 21 juni 2001 tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten ter uitvoering van richting nr. 98/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullendpensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen;

Periode: 1945–

Product: rapport

Waardering: B 3

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen inzake de toepassing van internationale verdragen of verordeningen.

Periode: 1945–

Product: circulaires, correspondentie

Waardering: B 5

Handeling: Het aansturen van sociaal attachés.

Bron: interview W.L.G. Franssen

Periode: 1945–1993

Product: aanstelling, instructies

Opmerking: In enkele landen (Marokko, Turkije, Zuid-Afrika, Suriname en Spanje) zijn bij de Nederlandse ambassades attachés aangesteld die ter plaatse taken vervullen op het gebied van de uitvoering van sociale verzekeringen. Na de scheiding van beleid en uitvoering bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de aansturing van deze attachés overgenomen door de Sociale Verzekeringsbank. Andere uitvoeringsorganen kunnen gebruik maken de diensten van de attachés.

Waardering: B 4 & 5

Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met andere EU-lidstaten inzake het niet vergoeden van verstrekte (werkloosheids)uitkeringen.

Grondslag: Verordening inzake de sociale zekerheid van migrerende werknemers, nr. 3/58 (PB EG 1958, 30) art. 23, 29, 38; Toepassingverordening 4/58 (PB EG 1958, 30); Verordening van de Raad (EU) betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, nr. 1408/71 (PB EG 1971, L 149) art. 70 derde lid; Verordening van de Raad (EU) tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening nr. 1408/71, nr. 574/72 (PB EG 1972, L 74) art. 93–105

Periode: 1958–

Product: overeenkomst

Waardering: B 1

Handeling: Het verlenen van medewerking aan invorderingsprocedures van uitvoeringsorganen in het buitenland.

Bron: Archief Ministerie van SZW, afdeling SV/GSV; Verordening van de Raad (EU) betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, nr. 1408/71 (PB EG 1971, L 149) art. 92; bilaterale verdragen

Periode: 1957–

Product: correspondentie

Opmerking: In principe dient de vergoeding en inning van premies en uitkeringen aan buitenlandse instellingen door de uitvoeringsorganen zelf geregeld te worden. In geval van wanbetaling wordt de hulp van de minister ingeroepen.

Waardering: V 10 jaar na het laatste stuk

Handeling: Het verstrekken van detacheringsbewijzen op verzoek van een werknemer of zijn werkgever of een zelfstandige en het ten behoeve van detacheringsbewijzen (voor Nederlanders en buitenlanders) sluiten van overeenkomsten met buitenlandse autoriteiten of instellingen.

Grondslag: o.a.: Verordening (EEG) 3/58 met toepassingverordening 4/58 (PB EG 1958, 30); Verordening van de Raad (EEG) betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, nr. 1408/71 (PB EG 1971, L 149) art. 14–14ter en 17; Verordening van de Raad (EEG) tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening nr. 1408/71, nr. 574/72 (PB EG 1972, L 74) art. 11, 11bis en 13; bi- en multilaterale verdragen; Besluit internationale taken SVB (Stcrt. 1995, 197) art. 1 en 2

Periode: 1959–ca. 1990

Product: beschikking, overeenkomst

Opmerking: Onder detacheringsbewijs wordt verstaan: een verklaring dat een werknemer of een zelfstandige aan Nederlandse sociale zekerheidsregelingen onderworpen blijft bij detachering in het buitenland.

Waardering: V 5 jaar na afsluiting van de handeling

Handeling: Het afgeven van verklaringen voor diplomatiek en consulair personeel.

Grondslag: bi- en multilaterale verdragen

Periode: 1945–

Product: verklaring

Waardering: V 5 jaar na bereiken van de 65-jarige leeftijd of overlijden

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van vrijwillige verzekering voor bedrijfsongevallen.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 87; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 99 en 100

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluiten van 20 augustus 1928 (Stb. 1928, 337 en 338)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels voor de uitvoering van de Zeeongevallenwet 1919.

Grondslag: Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) art. 26

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van houdende bepalingen tot handhaving van de waarborgen, welke de Zeeongevallenwet 1919 den opvarenden van de Nederlandsche Koopvaardijvloot biedt (Stb. 1942, B 1)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van een lijst van ‘beroepsziekten’ voor de uitvoering van de Zeeongevallenwet 1919.

Grondslag: Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) zoals gewijzigd (Stb. 1946, G 255) art. 2 negende lid

Periode: 1946–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 19 december 1946 (Stb. 1946, G 370)

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de ongevallenverzekering van gedetineerden.

Grondslag: Wet sociale verzekering gedetineerden (Stb. 1948, I 125) art. 3–5

Periode: 1948–1965

Product: ministeriële regeling, onder andere:

– Beschikking van de Minister van Justitie van 17 juni 1948/DG.BR. nr. 393/Kab. (Stcrt. 1948, 119)

– Beschikking vaststelling daglonen gedetineerden (Stcrt. 1957, 60)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van afwijkende voorschriften voor de sociale verzekering van noodwachten.

Grondslag: Wet op de noodwachten (Stb. 1952, 405) art. 31

Periode: 1952–1965

Product: ministeriële regeling

Opmerking: Het gold zowel verzekering tegen ziekte, ongevallen, ziektekosten en werkloosheid.

Waardering: B 1

Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van nadere regels voor de uitvoering van de regelingen betreffende de ongevallenverzekering van de vrijwillige brandweer.

Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Sociale Zaken en van Binnenlandse Zaken betreffende ongevallenverzekering van de brandweer (Stcrt. 1941, 153) art. 7; Wet betreffende ongevallenverzekering van de vrijwillige brandweer (Stb. 1953, 560) art. 6 en 8

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake het door de SVB of een bedrijfsvereniging verlenen van de mogelijkheid aan een arbeidsongeschikte om een opleiding te volgen.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 25 eerste lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 48 tweede lid

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van werkzaamheden en bedrijven waarbij een werknemer wordt geacht verzekerde in de zin van de Ongevallenwet te zijn.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 4 en zoals gewijzigd (Stb. 1936, 800) art. 2a derde lid en 2c eerste lid

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 14 september 1921 (Stb. 1921, 1057)

– Besluit van 25 februari 1939 (Stb. 1939, 843)

– Besluit van 6 juni 1950 (Stb. 1950, K 200)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van soorten werkzaamheden en bedrijfstypen waarbij een werknemer wordt geacht verzekerde in de zin van de Land- en Tuinbouwongevallenwet te zijn.

Grondslag: Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 4 en zoals gewijzigd (Stb. 1928, 224) art. 1a derde lid en zoals gewijzigd (Stb. 1939, 804) 1c eerste lid

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 20 maart 1923 (Stb. 1923, 104)

– Besluit van de Secretaris-Generaal van 8 april 1941, nr. 69 (Stcrt. 1941, 69)

– Besluit van 9 april 1949 (Stb. 1949, J 174)

– Besluit van 19 januari 1951 (Stb. 1951, 17)

Waardering: B 1

Handeling: Het aanwijzen van gevallen waarin zeevaartuigen hetzij ten aanzien van alle bemanningsleden, hetzij ten aanzien van een deel daarvan, al dan niet als een zeevaartuig in de zin van de Zeeongevallenwet 1919 wordt beschouwd.

Grondslag: Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) zoals gewijzigd (Stb. 1960, 38) art. 1 tweede lid; Besluit van houdende bepalingen tot handhaving van de waarborgen, welke de Zeeongevallenwet 1919 den opvarenden van de Nederlandsche Koopvaardijvloot biedt (Stb. 1942, B 1) art. 2

Periode: 1945–1965

Product: ministeriële regeling

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van groepen uitkeringsgerechtigden die in het buitenland wonen, die, in tegenstelling tot het in de wetten bepaalde, wel recht hebben op aanvullingen op de ongevallenrenten.

Grondslag: Wet tot aanvulling der ongevallenrenten (Stb. 1950, K 191) art. 3 derde lid; Wet tijdelijke verhoging van ongevalsuitkeringen (Stb. 1955, 10) art. 3 eerste lid

Periode: 1950–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 12 januari 1952, (Stb. 1952, 15)

– Besluit van 5 maart 1952 (Stb. 1952, 106)

– Besluit van 9 oktober 1953 (Stb. 1953, 483)

– Besluit van 23 maart 1956 (Stb. 1956, 146)

– Besluit van 12 februari 1957 (Stb. 1957, 53)

Waardering: B 1

Handeling: Het (tot 1953 bij AMvB) vaststellen van regels voor de berekening van het dagloon voor bepaalde groepen werknemers.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 7, gewijzigd (Stb. 1953, 578) art. 7 derde en vierde lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 5, gewijzigd (Stb. 1953, 578) art. 7 derde en vierde lid; Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) zoals gewijzigd (Stb. 1960, 38) art. 2 zevende lid; Wet sociale verzekering gedetineerden (Stb. 1948, I 125) art. 3; Wet betreffende ongevallenverzekering van de vrijwillige brandweer (Stb. 1953, 560) art. 6 tweede lid

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur/regeling

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van de bedragen die voor verschillende groepen van bemanningsleden van zeevaartuigen als dagloon gelden.

Grondslag: Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214)

Periode: 1945–1965

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van taakverdeling tussen de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 111; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 10; Besluit van 15 juli 1922 (Stb. 1922, 451) art. 38; Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 4 (b.w. Stb. 1956, 297)

Periode: 1945–1956

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere

– Besluit van 15 juli 1922 (Stb. 1922, 451)

– Besluit van 26 oktober 1922 (Stb. 1922, 571)

– Besluit van 15 maart 1923 (Stcrt. 1923, 57)

Waardering: B 4

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake de vaststelling, toekenning en uitbetaling van uitkeringen ingevolge de ongevallenwetten.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 14 eerste lid, 15 derde lid en 77 tweede lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365); Wet tot aanvulling der ongevallenrenten (Stb. 1950, K 191) art. 2 zesde en zevende lid, 12 derde lid en 13; Wet tot tijdelijke verhoging van ongevalsuitkeringen (Stb. 1954, 61) art. 1 derde lid; Wet compensatie premie Algemene Ouderdomswet ongevallenrentetrekkers (Stb. 1957, 223) art. 1 derde lid en 4; Wet tijdelijke verhoging van ongevalsuitkeringen (Stb. 1955, 10) art. 3 eerste lid; Wet houdende tijdelijke verhoging van ongevalsuitkeringen (Stb. 1957, 278) art. 3 tweede lid; Wet houdende tijdelijke verhoging van ongevalsuitkeringen (Stb. 1960, 146) art. 1 derde lid, 2 derde lid en 3 derde lid; Wet tot tijdelijke verdere verhoging van ongevalsuitkeringen (Stb. 1964, 62) art. 3–5

Periode: 1945–1990

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluiten van 3 september 1921 (Stb. 1921, 1040 en 1043)

– Besluit van 26 januari 1923 (Stb. 1923, 24)

– Beschikking van 3 maart 1954, nr. 923 (Stcrt. 1954, 47)

– Beschikking van 5 augustus 1957, nr. 3539 (Stcrt. 1957, 154)

– Beschikking van 29 april 1960, nr. 1648 (Stcrt. 1960, 86)

– Besluit tijdelijke uitkering bij bijzondere werktijdregeling (Stb. 1961, 299)

– Beschikkingen van 21 september 1964, nrs. 58638 en 58639 (Stcrt. 1964, 189)

Waardering: B 5

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van aangifte en onderzoek van (bedrijfs)ongevallen.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 66 derde en vijfde lid, 69 zesde en zevende lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 62 derde lid en 65 zesde en zevende lid

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 3 september 1921 (Stb. 1921, 1041)

– Besluit van 14 september 1921 (Stb. 1921, 1064)

– Besluit van 6 december 1922 (Stb. 1922, 663)

– Besluit van 24 september 1923 (Stb. 1923, 463)

– Besluit van 11 augustus 1932 (Stb. 1932, 436)

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor procedures en van formulieren voor de uitvoering van de ongevallenwetten

Grondslag: o.m.: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 32 tweede lid, 44 tweede lid en 66 vierde lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 53, 55 tweede lid, 61 derde lid, 62 tweede lid en 82 tweede lid (b.w. Stb. 1953, 578); Besluit van 15 juli 1922 (Stb. 1922, 451) art. 39; Besluit van 27 mei 1924 (Stb. 1924, 267) art. 1 en 2; Besluit tijdelijke uitkering bij bijzondere werktijdregeling (Stb. 1961, 299) art. 5 en 6

Periode: 1945–1967

Product: (ministeriële) regeling

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het vaststellen van regels inzake de vergoeding voor bij een scheepsramp verloren gegane uitrusting van bemanningsleden.

Grondslag: Zeeongevallenwet 191 (Stb. 1915, 214) art. 2 zevende lid en 12 eerste lid; Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 25a

Periode: 1945–1967

Product: ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bepalen van de dag waarop een schip vergaan is ingeval binnen een bepaalde termijn geen bericht van of omtrent een zeevaartuig is vernomen.

Grondslag: Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) art. 12

Periode: 1945–1967

Product: beschikking

Waardering: V 40 jaar

Handeling: Het vaststellen van regels voor het uitbetalen van afkoopsommen voor uitkeringen aan vreemdelingen of hun nagelaten betrekkingen die in oorlogstijd een ongeval hebben gehad.

Grondslag: Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) zoals gewijzigd (Stb. 1942, C 27) art. 2bis (b.w. Stb. 1946, G 255)

Periode: 1945–1946

Product: ministeriële regeling

Waardering: B 6

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de vergoeding van genees- en heelkundige behandeling.

Grondslag: Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 35 eerste lid; Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) zoals gewijzigd (Stb. 1946, G 255) art. 2 achtste lid

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 12 maart 1923 (Stb. 1923, 63)

– Besluit van 22 mei 1947 (Stb. 1947, H 153)

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het vaststellen van lijsten van kunst- en hulpmiddelen die voor vergoeding ingevolge de Ongevallenwetten in aanmerking komen.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 14 tweede lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 35 tweede lid

Periode: 1945–1967

Product: ministeriële beschikking, onder andere:

– Beschikking van 20 september 1921 (Stcrt. 1921, 185)

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake de vergoeding voor reis- en verblijfkosten voor uitkeringsgerechtigden en hun begeleiders, die bij de SVB of een medische deskundige moeten verschijnen.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 27d derde lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 50c derde lid

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 1 oktober 1921 (Stb. 1921, 1106)

– Besluit van 16 januari 1923 (Stb. 1923, 16)

– Besluiten van 29 oktober 1954 (Stb. 1954, 478 en 479)

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van de indeling van verzekeringsplichtige bedrijven in gevarenklassen.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 29; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 52

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur:

– Besluit van 21 september 1923 (Stb. 1923, 459)

– Besluit van 28 september 1954 (Stb. 1954, 467)

– Indelingsbesluit 1959 industriële ongevallenverzekering (Stb. 1959, 361)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen welke bedrijven verzekeringsplichtig zijn ingevolge de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922.

Grondslag: Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 11 tweede lid

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 12 december 1922 (Stb. 1922, 672)

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij K.b. verlenen van een machtiging aan een verzekeringsplichtig bedrijf om in een lagere of hogere gevarenklasse ingedeeld te mogen worden.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 35 derde lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 58 derde lid

Periode: 1945–1965

Product: Koninklijk besluit

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen van nadere regels ten aanzien van de pandgeving of hypotheekstelling tot zekerheid voor de nakoming van verplichtingen door werkgevers die het ongevallenrisico zelf dragen dan dit overdragen aan een verzekeringsmaatschappij of een andere rechtspersoon.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 54, 57, 58 derde lid, 60 derde lid en 64; Besluit van 21 januari 1922 (Stb. 1922, 26) art. 12, 12c en 13

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 3 september 1921, (Stb. 1921, 1042)

– Besluit van 21 januari 1922 (Stb. 1922, 26)

– Besluit van 10 februari 1922 (Stb. 1922, 58)

– Besluit van 10 februari 1922 (Stb. 1922, 200)

– Besluit van 2 april 1927 (Stb. 1927, 76)

– Besluit berekening constante waarden van renten (Stb. 1953, 323)

Waardering: B 4

Handeling: Het beslissen op beroepschriften van werkgevers tegen besluiten van de SVB om geen machtiging te verlenen tot het zelf dragen van het ongevallenrisico dan wel dit overdragen aan een verzekeringsmaatschappij of een andere rechtspersoon.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 55 tweede lid

Periode: 1945–1965

Product: beschikking

Waardering: B 3

Handeling: Het intrekken van de machtiging tot het zelf dragen van het ongevallenrisico dan wel dit overdragen aan een verzekeringsmaatschappij of een andere rechtspersoon.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 60 en 62; Besluit van 21 januari 1922 (Stb. 1922, 26) art. 29

Periode: 1945–1965

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor de administratie inzake werknemers met beroepsziekten.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) zoals gewijzigd (Stb 1928, 223) art. 87a tweede lid en 87d, gewijzigd (Stb. 1949, J 98) art. 87a tweede en vierde lid, 87b en 87e; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) zoals gewijzigd (Stb. 1938, 805) art. 95a tweede en vierde lid en 95e

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 20 augustus 1928 (Stb. 1928, 336)

– Besluit van 20 juni 1939 (Stb. 1939, 853)

– Besluiten van 11 augustus 1949 (Stb. 1949, J 379, J 380 en J 381)

Waardering: B 5

Handeling: Het toekennen van voorlopige uitkeringen aan bemanningsleden of hun nagelaten betrekkingen.

Grondslag: Zeeongevallenwet 1919 (Stb. 1915, 214) art. 7

Periode: 1945–1967

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het aanwenden van renten van veroordeelden of ter beschikking van de regering gestelden ten behoeve van afhankelijke familieleden

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 28 derde lid

Periode: 1945–1967

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het beschikken op verzoeken tot herstel van de uitkering van personen van wie de rechten op een uitkering vervallen zijn.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 79 tweede lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 76 tweede lid

Periode: 1945–1967

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels voor het door de ambtenaren van de SVB uit te oefenen toezicht op naleving van voorschriften van de ongevallenwetten bij de werkgevers.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 88, 89, 92 en 105; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 96

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 3 september 1921 (Stb. 1921, 1038)

– Besluit van 9 januari 1923 (Stb. 1923, 3)

– Besluit van 23 januari 1923 (Stb. 1923, 23)

– Besluiten van 24 mei 1923 (Stb. 1923, 215 en 216)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de werkzaamheden van geneeskundige diensten die verbonden zijn aan ondernemingen.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) zoals gewijzigd (Stb. 1928, 166) art. 80d, 80f, 80h, 80i, 80k, 80l en 80o

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluiten van 21 november 1928 (Stb. 1928, 425, 426 en 427)

– Besluit van 22 november 1928 (Stb. 1928, 429)

– Besluit van 23 november 1928 (Stb. 1928, 430)

Waardering: B 1

Handeling: Het beslissen op beroepschriften van werkgevers tegen het besluit van de SVB de verklaring van erkenning van een geneeskundige dienst bij een onderneming in te trekken.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) zoals gewijzigd (Stb. 1928, 166) art. 80n derde lid

Periode: 1945–1967

Product: beschikking

Waardering: B 3

Handeling: Het toelaten van een rechtspersoon als administratiekantoor voor (gemeenschappelijke) geneeskundige diensten.

Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) zoals gewijzigd (Stb. 1939, 803) art. 80c tweede en derde lid

Periode: 1945–1965

Product: beschikking

Waardering: B 5

Handeling: Het (bij of krachtens AMvB) vaststellen van regels voor de afwikkeling van ongevallenrenten en afkoopsommen.

Grondslag: Liquidatiewet ongevallenwetten (Stb. 1967, 99) art. 19, 26, 33 tweede lid, 35 derde lid en 36

Periode: 1967–1975

Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:

– Besluit berekening afkoopsommen ongevalsuitkeringen (Stb. 1967, 345)

– Besluit uitvoering afwikkeling liquiditeitsuitkeringen en voorzieningen (Stb. 1967, 453)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor de overdracht van de contante waarde van verplichtingen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds door de risicodragers.

Grondslag: Liquidatiewet ongevallenwetten (Stb. 1967, 99) art. 28 en 29

Periode: 1967–1975

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit overdracht contante waarde verplichtingen ongevallenverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 339)

– Besluit overdracht contante waarde gehandhaafde bijslagen op ongevalsuitkeringen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 431)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van het bedrag dat door het Arbeidsongeschiktheidsfonds wordt overgedragen aan de Ziekenfondsraad wegens de afwikkeling van geneeskundige behandeling van ongevallen.

Grondslag: Liquidatiewet ongevallenwetten (Stb. 1967, 99) art. 30

Periode: 1967–1975

Product: ministeriële regeling, onder andere:

– Beschikking van 2 januari 1975, nr. 87369 (Stcrt. 1975, 7)

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het vaststellen van het rentepercentages, tabellen etc voor de uitvoering van de Liquidatie ongevallenwetten.

Grondslag: Liquidatiewet ongevallenwetten (Stb. 1967, 99) art. 39; Besluit overdracht contante waarde verplichtingen ongevallenverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 339) art. 6, 27 eerste lid en 31; Besluit berekening afkoopsommen ongevalsuitkeringen (Stb. 1967, 345) art. 10 tweede lid; Besluit overdracht contante waarden gehandhaafde bijslagen op ongevalsuitkeringen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 431) art. 2

Periode: 1967–1975

Product: ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het instellen van een commissie van deskundigen en scheidslieden voor advisering en beslechting van geschillen ten aanzien van de overdracht van contante waarden van verplichtingen ingevolge de Liquidatiewet ongevallenwetten en Liquidatiewet invaliditeitswetten.

Grondslag: Besluit overdracht contante waarde verplichtingen ongevallenverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 339) art. 27 en 29

Periode: 1967–1990

Product: instellingsbeschikking

Opmerking: De leden en secretaris van de commissie werden op voordracht van de SVr benoemd.

Waardering: B 4

Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de toepassing van de Mijnwerkersinvaliditeitswet.

Grondslag: Mijnwerkersinvaliditeitswet (Stb. 1933, 181) art. 6 derde lid, 12, 15 en 17 derde lid

Periode: 1945–1967

Product: ministeriële regeling, onder andere:

– Beschikking van 19 december 1935, nr. 3253 (Stcrt. 1935, 249)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de toepassing van de Interimwet Invaliditeitsrentetrekkers.

Grondslag: Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 1962, 534) art. 8 derde lid en 51

Periode: 1962–1967

Product: ministeriële regeling

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de invaliditeitsverzekering voor werknemers in dienst van het Rijk.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 17 tweede lid

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur

Waardering: B 1

Handeling: Het bij K.b. verklaren dat een publiekrechtelijke invaliditeits- en ouderdomsregeling, of een regeling van een publiekrechtelijk lichaam of een onderneming aan de wettelijke eisen voldoet, waardoor de werknemers niet verzekeringsplichtig zijn ingevolge de Invaliditeitswet.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 36–40

Periode: 1945–1965

Product: Koninklijk besluit

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van verplichtingen van publiekrechtelijke invaliditeits- en ouderdomsregelingen, regelingen van een publiekrechtelijk lichaam of van een onderneming.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 37 derde lid, 40 eerste en zesde lid, 41 vierde lid, 43 tweede lid, 50, 57 tweede lid, 87 in verband met 409, 197 tweede lid en 221 derde lid.

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 28 november 1919 (Stb. 1919, 791; herplaatst 1938, 879b)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de geneeskundige behandeling van verzekerden ingevolge de Invaliditeitswet.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 100 tweede lid

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van buitenlandse arbeiders die wel/niet verzekeringsplichtig zijn ingevolge de Invaliditeitswet.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 46 eerste lid

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels inzake de toepassing van de Invaliditeitswet op buiten Nederland gevestigde verzekerden.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 113

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 15 november 1919 (Stb. 1919, 752)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van gevallen waarin rentetrekkers die in het buitenland wonen recht hebben op toeslagen op hun rente.

Grondslag: Wet tot aanvulling van renten krachtens de Invaliditeitswet (Stb. 1948, I 308) zoals gewijzigd (Stb. 1949, J 335) art. 6 derde lid; Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 1962, 534) art. 9 derde lid

Periode: 1949–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 9 november 1949 (Stb. 1949 J 500)

– Besluit van 20 juli 1951 (Stb. 1951, 313)

– Besluit van 10 februari 1952 (Stb. 1952, 77)

– Besluit van 11 september 1953 (stb. 1953, 462)

– Besluit van 12 februari 1957 (Stb. 1957, 52)

– Besluit van 27 februari 1963 (Stb. 1963, 77)

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van regels voor de toekenning van toeslagen aan gehuwde vrouwen.

Grondslag: Wet tot aanvulling van renten krachtens de Invaliditeitswet (Stb. 1948, I 308) art. 3; Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 1962, 534) art. 9 eerste en tweede lid

Periode: 1962–1965

Product: ministeriële regeling, onder andere:

– Beschikking van 1 oktober 1948, nr. ## (Stcrt. 1948, 190)

– Beschikking van 20 maart 1963, nr. 29299 (Stcrt. 1963, 60)

Waardering: B 1

Handeling: Het, gehoord de Sociaal-Economische Raad, bij AMvB herzien van de hoogte van de uitkeringen ingevolge de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers.

Grondslag: Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 1962, 534) art. 6

Periode: 1962–1967

Product: algemene maatregel van bestuur

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de berekening van de hoogte van de rente van een vrijwillig verzekerde.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 176

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur

Waardering: B 1

Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels voor vaststelling, toekenning en uitbetaling van renten en toeslagen ingevolge de Invaliditeitswet.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 27, 85, 137 tweede lid, 143 tweede lid, 153 derde lid, 168 tweede lid en 409; Wet tot aanvulling van renten krachtens de Invaliditeitswet (Stb. 1948, I 308) art. 2 zesde lid, 15 derde lid en 16; Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 1962, 534) art. 16 vijfde lid, 18 tweede lid, 22 derde lid, 24, 25

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:

algemene maatregel van bestuur

– Besluit van 10 juni 1919 (Stb. 1919, 324)

– Besluit van 11 oktober 1919 (Stb. 1919, 599)

– Besluiten van 20 november 1919 (Stb. 1919, 759 en 760)

– Besluit van 26 april 1920 (Stb. 1920, 215)

– Besluit van 21 juni 1955 (Stb. 1955, 312)

ministeriële regeling

– Beschikking van 1 oktober 1948, nr. (Stcrt. 1948, 190)

– Beschikking van 11 januari 1963, nr. 28208 (Stcrt. 1963, 11)

– Beschikking van 1 februari 1963, nr. 28494 (Stcrt. 1963, 25)

– Beschikking van 8 februari 1963, nr. 7346 (Stcrt. 1963, 31)

– Beschikking van 1 maart 1963, nr. 28972 (Stcrt. 1963, 46)

– Beschikking van 11 maart 1963, nr. 28878 (Stcrt. 1963, 52)

Waardering: B 5

Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van modellen van formulieren, kaarten, zegels en andere administratieve zaken ten behoeve van de uitvoering van de Invaliditeitswet.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 18 vierde lid, 34, 230 derde en vierde lid, 231 eerste lid 243, 255; Koninklijk besluit van 10 juni 1919 (Stb. 1919, 324) art. 1, 3, 4, 6, 11, 14, 17, 19, 21, 24, 25, 27 en 28 (gewijzigd Stb. 1950, 292)

Periode: 1945–1990

Product: algemene maatregel van bestuur/(ministeriële) regeling, onder andere:

– Besluit van 13 maart 1919 (Stb. 1919, 107)

– Besluit van 21 november 1919 (Stb. 1919, 763)

– Besluit van 23 november 1919 (Stb. 1919, 764)

– Besluit van 17 september 1921 (Stb. 1921, 1067)

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor het geval bij de SVB berustende rentekaarten verloren zijn gegaan of voor het vernietigen van rentekaarten door de Bank.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 311 tweede lid

Periode: 1945–1967

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit 6 april 1933 (Stb. 1933, 159)

– Besluit van 17 januari 1952 (Stb. 1952, 33)

Waardering: B 5

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de indeling van werknemers in loonklassen ten behoeve van de uitvoering van de Invaliditeitswet.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 61–65

Periode: 1945–1965

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 21 november 1919 (Stb. 1919, 761)

Waardering: B 5

Handeling: Het bij K.b. herstellen of op andere wijze aanwenden van vervallen verklaarde rechten van voormalig verzekerden ingevolge de Invaliditeitswet.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 167 tweede lid en 169 derde en vierde lid

Periode: 1945–1967

Product: Koninklijk besluit

Opmerking: Het betreft hier de vervallen rechten op renten die vijf jaar lang niet ingevorderd zijn, of rechten van personen die veroordeeld zijn tot gevangenisstraf, hechtenis, plaatsing op een tuchtschool of in een Rijkswerkinrichting.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij K.b. goedkeuren van besluiten van de SVB inzake de verlening van toelagen aan instellingen voor de verpleging van zieken.

Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 122 tweede lid

Periode: 1945–1967

Product: Koninklijk besluit

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het geven van goedkeuring aan bepaalde besluiten van invaliditeits- en ouderdomsfondsen van publiekrechtelijke lichamen en van ondernemingen

Grondslag: Koninklijk besluit van 28 november 1919 (Stb. 1919, 791; herplaatst Stb. 1938, 879b) art. 29–41;

Periode: 1945–

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor de afwikkeling van bepaalde invaliditeits- en vrije invaliditeitsrenten en toeslagen en voor de afkoop van verzekeringen ingevolge de Liquidatiewet invaliditeitswetten en de berekening van contante waarden.

Grondslag: Liquidatiewet invaliditeitswetten (Stb. 1964, 488) zoals gewijzigd (Stb. 1967, 307) art. 22, 32, 55 en zoals gewijzigd (Stb. 1976, 296) art. 32f en zoals gewijzigd (Stb. 1990, 145) art. 32c tweede lid, 32p tweede lid en 32q

Periode: 1967–1996

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit afkoop verzekeringen Invaliditeitswet (Stb. 1967, 337)

– Besluit uitvoering afwikkeling liquiditeitsuitkeringen en voorzieningen (Stb. 1967, 453)

– Besluit van 6 juli 1976 (Stb. 1976, 382)

– Besluit van 6 april 1990 (Stb. 1990, 181)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van nadere regels, tabellen en rentepercentages voor uitvoering van de Liquidatiewet invaliditeitswetten.

Grondslag: Liquidatiewet invaliditeitswetten (Stb. 1964, 488) art. 7 en 30, vernummerd (Stb. 1967, 307) art. 7 en 63 en (Stb. 1976, 296) art. 32m; Besluit afkoop verzekeringen Invaliditeitswet (Stb. 1967, 337) art. 5; Besluit overdracht contante waarde verplichtingen invaliditeitsverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 430) art. 5 tweede lid; Besluit van 6 juli 1976 (Stb. 1976, 382) art. 4 en 5

Periode: 1964–1994

Product: ministeriële regeling, onder andere:

– Beschikking van 18 december 1964, nr. 60894 (Stcrt. 1964, 252)

– Regeling berekening afkoopsommen invaliditeitswetten (Stcrt. 1976, 142)

– Regeling aanwijzing uitvoeringsorgaan uitbetaling afkoopsommen invaliditeitswetten (Stcrt. 1976, 142)

Waardering: V 5 jaar na vervallen

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels betreffende de overdracht van contante waarden door de invaliditeitsfondsen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

Grondslag: Liquidatiewet invaliditeitswetten (Stb. 1964, 488) zoals gewijzigd (Stb. 1967, 307) art. 54 derde lid

Periode: 1967–1990

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit overdracht contante waarde verplichtingen invaliditeitsverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 430)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van uitvoeringsregels voor de Ouderdomswet 1919, ter zake van

– de vaststelling van de premie en de premiebetaling;

– de berekening van rentebedragen;

– de berekening en betaling van een inkoopsom;

– de uitvoering door de SVB, de Raden van Arbeid en de Verzekeringsraden;

– informatieverstrekking door gemeentebesturen.

Grondslag: Ouderdomswet 1919 (Stb 1919, 628) art. 5, 18, 20 tweede lid, 21 vierde lid, 22 tweede lid, 23 vierde lid, 25 tweede lid en 31 tweede lid

Periode: 1945–1990

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 16 januari 1920 (Stb. 1920, 23)

– Tariefbesluit V.O.V. (Stb. 1921, 538) (verschillende malen gewijzigd)

– Besluit van 17 november 1920 (Stb. 1920, 819)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van de modellen van formulieren, kaarten, registers enz. voor de uitvoering van de Ouderdomswet 1919.

Grondslag: onder meer: Tariefbesluit V.O.V. (Stb. 1921, 538) art. 4, 5, 6, 8, 9, 10, 12, 13, 19, 23, 24, 27, 35, 41, 43 en 46; Besluit van 16 januari 1920 (Stb. 1920, 23) art. 6;

Besluit van 18 januari 1921 (Stb. 1921, 32) art. 6

Periode: 1945–1990

Product: ministeriële regeling

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor het aanwijzen door de verzekerde van een persoon die bij zijn overlijden de overlijdensuitkering ontvangt.

Grondslag: Ouderdomswet 1919 (Stb 1919, 628) art. 12

Periode: 1945–1990

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 18 januari 1921 (Stb. 1921, 32)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de toekenning van beloningen aan agenten van de Vrijwillige Ouderdomsverzekering.

Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 43 eerste lid;

Tariefbesluit V.O.V. (Stb. 1926, 449) art. 19 en 20

Periode: 1945–1987

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 9 april 1938 (Stb. 1938, 881)

Waardering: B 5

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake de berekening van contante waarden van renten, bedragen en uitkeringen ingevolge de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919.

Grondslag: Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) art. 6, (Stb. 1979, 673) art. 10 tweede lid en (Stb. 1987, 364) art. 17c

Periode: 1978–1990

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Regelen inzake de berekening van contante waarden van renten, bedragen en uitkeringen als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid, van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1978, 92)

– Regelen inzake de berekening van contante waarden van verzekeringen ingevolge de Ouderdomswet 1919 gesloten tegen bruto-premies (Stb. 1979, 699)

– Regelen inzake de berekening van contante waarden van ingegane VOV-renten en van bedragen en uitkeringen als bedoeld in artikel 17b, tweede lid, van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1988, 69)

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van verlening van een uitkering-ineens aan gerechtigden tot een rente ten laste van het Ouderdomsfonds B.

Grondslag: Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) zoals gewijzigd (Stb. 1979, 673) art. 20

Periode: 1979–1987

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit van 19 december 1979 (Stb. 1979, 700)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van de rentevoet en te hanteren sterftetafels die worden toegepast bij de berekening van de contante renten, bedragen en uitkeringen ingevolge de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919.

Grondslag: Regelen inzake de berekening van contante waarden van renten, bedragen en uitkeringen als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid, van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1978, 92) art. 4, 5 en 6

Periode: 1978–1987

Product: besluit van algemene strekking, onder andere:

– Beschikking inzake berekening afkoopsommen VOV-renten, -bedragen en -uitkeringen (Stcrt. 1978, 57)

Waardering: B 5

Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels voor de uitvoering van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919

Grondslag: Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) art. 14; zoals gewijzigd (Stb. 1979, 673) art. 8 eerste lid, 11 tweede lid, 12 eerste lid, 16 en 25

Periode: 1978–1990

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Regelen, verband houdende met de overdracht van afkoopsommen VOV aan een particuliere levensverzekeraar (Stb. 1979, 691)

ministeriële regeling, onder andere:

– Regelen inzake afkoop van renten ingevolge Ouderdomswet 1919 (VOV) (Stcrt. 1978, 11)

– Vaststelling tijdstip eindiging VOV-verzekeringen (Stcrt. 1979, 249)

– Vaststelling regelen inzake uitbetaling afkoopsom-VOV aan een ander dan de gewezen verzekerde (Stcrt. 1979, 249)

– Vaststelling termijn en regelen inzake kennisgeving wens tot overdracht afkoopsom-VOV aan particuliere verzekeraar (Stcrt. 1979, 249)

– Vaststelling regelen inzake afkoop verzekeringen ingevolge de Ouderdomswet 1919 (VOV) (Stcrt. 1979, 249)

– Regelen, verband houdende met de overdracht van afkoopsommen VOV aan een particuliere levensverzekeraar (Stb. 1979, 691)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van voorwaarden voor de voortzetting van premiebetaling na de beëindiging van de van de verzekering door de minister.

Grondslag: Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) zoals gewijzigd (Stb. 1979, 673) art. 8 tweede lid

Periode: 1979–1987

Product: ministeriële regeling, onder andere:

– Vaststelling aanmeldingstermijn en nadere voorwaarden t.a.v. voortzetting premiebetaling VOV (Stcrt. 1979, 249)

Waardering: B 1

Handeling: Het verlenen van ontheffing van de voorwaarden voor overdracht van een verzekering aan een particuliere verzekeraar.

Grondslag: Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) zoals gewijzigd (Stb. 1979, 673) art. 12 derde lid

Periode: 1979–1990

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het aanwijzen van particuliere verzekeraars die voor overdracht van een verzekering in aanmerking komen.

Grondslag: Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) zoals gewijzigd (Stb. 1979, 673) art. 14

Periode: 1979–1990

Product: ministeriële regeling, onder andere:

– Aanwijzing particuliere levensverzekeraars aan wie afkoopsommen-VOV kunnen worden overgedragen (Stcrt. 1979, 249; vervangen 1987, 158)

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de overdracht van afkoopsommen ingevolge de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 aan de Stichting Dienstverlening VOV.

Grondslag: Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) zoals gewijzigd (Stb. 1987, 364) art. 17g

Periode: 1987–1990

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Regelen, verband houdende met de overdracht van afkoopsommen VOV aan de Stichting Dienstverlening VOV (Stb. 1988, 32)

Waardering: B 1

Handeling: Het goedkeuren van het tarief, de overrentedeling en de verzekeringsvoorwaarden van de particuliere levensverzekeraars voor de verzekeringsovereenkomsten van voormalige VOV-verzekerden.

Grondslag: Regelen, verband houdende met de overdracht van afkoopsommen VOV aan een particuliere levensverzekeraar (Stb. 1979, 691) art. 5; Regelen, verband houdende met de overdracht van afkoopsommen VOV aan de Stichting Dienstverlening VOV (Stb. 1988, 32) art. 3

Periode: 1979–1990

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de uitbreiding of beperking van de kring van verzekerden ingevolge de sociale verzekeringen.

Grondslag: Ziektewet (Stb. 1929, 374) zoals gewijzigd (Stb. 1935, 32) art. 6 vijfde lid, 24–26 en 55 vijfde lid, vernummerd (Stb. 1952, 474) art. 3, 20–22 en 46 vijfde lid; Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 423) zoals gewijzigd (Stb. 1967, 421) art. 3 derde en vierde lid; Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566) art. 3 derde en vierde lid; Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1966, 84) art. 3 derde en vierde lid; Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) art. 4 tweede en derde lid; Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) art. 6 derde en vierde lid, vernummerd (Stb. 1965, 347) tweede en derde lid, gewijzigd (Stb. 1985, 180) tweede lid en (Stb. 1972, 43) art. 3 vierde lid; Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) art. 7 derde en vierde lid, vernummerd (Stb. 1965, 347) tweede en derde lid, gewijzigd (Stb. 1985, 180) tweede lid; Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1962, 160) art. 6 derde lid, vernummerd (Stb. 1985, 180) tweede lid en (Stb. 1965, 396) art. 3 vierde lid; Kinderbijslagwet voor loontrekkenden (Stb. 1962, 257) art. 2 derde en vierde lid; Kinderbijslagwet voor kleine zelfstandigen (Stb. 1962, 257) art. 4; Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1967, 655) art. 5 tweede lid; Algemene Nabestaandenwet (Stb. 1995, 690) art. 13 tweede lid; Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Stb. 1997, 176), art. 3 derde lid, vernummerd (Stb. 1997, 794), art. 3 vierde lid; Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Stb. 1997, 177), art. 3 tweede lid, 5 derde lid; Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden werknemersverzerkingen 1990 (Stb. 1989, 402, o.a. gewijzigd Stb. 1997, 100; 1998, 47; 1999, 597, 2001, 611), art. 4b onder d, 7 tweede lid; Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (Stb. 1998, 746), art. 3 eerste lid onder d, 14 tweede lid; Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen (Stb. 1999, 600), art. 1 onder b en c;

Periode: 1945–

Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:

algemene maatregel van bestuur

– Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen (Stb. 1956, 624; vervangen Stb. 1959, 230; Stb. 1963, 24; Stb. 1968, 575; Stb. 1976, 557; Stb. 1989, 164)

– Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden WAZ (Stb. 1997, 797, vervangen Stb. 2000,49)

– Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden Wajong (Stb. 1997, 798, vervangen Stb. 1998, 709)

ministeriële regeling

– Regeling aanwijzing van in het buitenland gevestigde werkgevers (Stcrt. 1991, 190; vervangen Stcrt. 1996, 247)

– Regeling aanwijzing ontwikkelingsorganisaties BEU 2002 (Stcrt. 2002, 203)

Opmerking: Bij het aanwijzen van gevallen waarin werknemers van internationale of volkenrechtelijke organisaties of niet-Nederlandse werkgevers niet tot de kring der verzekerden behoren zijn de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport betrokken.

Waardering: B 1

Handeling: Het aanwijzen van gevallen waarin werknemers van niet-Nederlandse werkgevers niet tot de kring der verzekerden ingevolge een sociale verzekering behoren.

Grondslag: Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen (Stb. 1956, 624; vervangen Stb. 1959, 230; Stb. 1963, 24; Stb. 1968, 575; Stb. 1976, 557) art. 2; Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden Kinderbijslagwet voor loontrekkenden (Stb. 1963, 25) art. 2; Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden werknemersverzekeringen (Stb. 1967, 343; vervangen Stb. 1986, 654) art. 2

Periode: 1956–1989

Product: beschikking

Opmerking: Het aanwijzen van gevallen waarin werknemers van niet-Nederlandse werkgevers niet tot de kring der verzekerden behoren gebeurde tezamen met de Minister van Volksgezondheid. Het besluit werd zodanig geformuleerd dat het van toepassing was op een niet nader bepaald aantal (niet-Nederlandse) werknemers van de in het besluit genoemde werkgever.

Waardering: V 10 jaar na beëindiging werkzaamheden van de werkgever

V 5 jaar na afwijzing van het verzoek om vrijstelling

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van categorieën van personen waarbij de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt en die, al dan niet na beëindiging van de straf of maatregel, recht hebben op een uitkering krachtens (een) sociale verzekeringswet(ten).

Grondslag: Wet sociale zekerheidsrechten gedetineerden (Stb. 1999, 595):

Ziektewet (Stb. 1999, 22) gewijzigd Stb. 1999, 595 art. 19b, lid 4, Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1999, 23) gewijzigd Stb. 1999, 595 art. 19a, lid 4, 47b, lid 4, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Stb. 1999, 24) gewijzigd Stb. 1999, 595 art. 7b vijfde lid, 21b, lid 4, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Stb. 1999, 25) gewijzigd Stb. 1999, 595, art. 6b vijfde lid, 20a, lid 4, Werkloosheidswet (Stb. 1999, 21) gewijzigd Stb. 1999, 595 art. 19, lid 8, Algemene nabestaandenwet (Stb. 1995, 690) gewijzigd Stb. 1999, 595 art. 32c, lid 3, Algemene bijstandswet (Stb. 1990, 199) gewijzigd Stb. 1999, 595 art. 9, lid 4

Periode: 1999–

Product: Algemene maatregel van bestuur, o.a.:

– Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid (Stb. 2000, 53) uitgebreid Stb. 2003, 116

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB stellen van nadere regels ‘ten gunste van belanghebbenden’ in verband met de beperking van de export van uitkeringen ingevolge de sociale verzekeringswetten.

Grondslag: Wet beperking export uitkeringen (Stb. 1999, 250):

Ziektewet (Stb. 1999, 22) gewijzigd Stb. 1999, 250 art. 19a vijfde lid, gewijzigd Stb. 1999, 594, lid 4, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1999, 23) gewijzigd Stb. 1999, 250 art. 20, lid 6, gewijzigd Stb. 1999, 594 art. 20 vijfde lid, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Stb. 1999, 24) gewijzigd Stb. 1999, 250 art. 7a, lid 6, gewijzigd Stb. 1999, 594 art. 7a vijfde lid, Toeslagenwet (Stb. 1987, 91) gewijzigd Stb. 1999, 250 art. 4 vijfde lid, b.w. Stb. 1999, 594, Algemene ouderdomswet (Stb. 1990, 129) gewijzigd Stb. 1999, 250 art. 8a vijfde lid, gewijzigd Stb. 1999, 594, art. 8a, lid 4, art. 9a, lid 4, gewijzigd Stb. 1999, 594 art. 9a, lid 3, Algemene kinderbijslagwet (Stb. 1990, 128) gewijzigd Stb. 1999, 250 art. 7b, lid 4, Algemene nabestaandenwet (Stb. 1995, 690) gewijzigd Stb. 1999, 250 art. 32a vijfde lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Stb. 1997, 177), gewijzigd (Stb. 2001, 212), art. 17 zevende lid;

Periode: 1999–

Product: Algemene maatregel van bestuur

Waardering: B 1

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor de toepassing van bepalingen uit de AOW, AWW en AAW op niet-Nederlanders die binnen het Rijk wonen of Nederlanders die in het buitenland wonen.

Grondslag: Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) art. 45 en 48, gewijzigd (Stb. 1985, 181) art. 57 en 60; Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) art. 60; Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) art. 91

Periode: 1956–

Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

– Besluit gelijkstelling niet-Nederlanders met Nederlanders (Stb. 1985, 605)

– Besluit gelijkstelling van wonen buiten het Rijk met wonen binnen het Rijk (Stb. 1985, 632)

Waardering: B 1

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)