Besluit van 9 november 2005, houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet)

Type AMvB
Publication 2025-12-09
State In force
Source BWB
artikelen 96
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Het percentage, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet, waartoe de vergroting van het pluimveerecht wordt beperkt, bedraagt 100 procent.

3.

Het percentage, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de wet, waartoe de vergroting van het fosfaatrecht wordt beperkt, bedraagt 70 procent.

Artikel 75

Het percentage, bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet, waarmee het op het bedrijf rustende productierecht op het moment van de bedrijfsoverdracht wordt verlaagd, bedraagt:

  • a. 0 procent in geval van een varkensrecht;
  • b. 0 procent in geval van een pluimveerecht; of
  • c. 30 procent in geval van een fosfaatrecht.
Artikel 76

Wijzigt het Destructiebesluit.

Artikel 77

Vervallen

Artikel 78

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 79

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.

Bijlage I. behorend bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 10 Oost niet opgenomen.

Kaart 11 West niet opgenomen.

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Kaart 13 West niet opgenomen.

Bijlage II. bij artikel 77 van het Uitvoeringbesluit Meststoffenwet

Kolom 1 Nummers van de artikelen van de Meststoffenwet zoals deze luidt op 1 januari 2006: Kolom 2 Nummers van de artikelen van de Meststoffenwet na inwerkingtreding van artikel IX, eerste en tweede lid, van de wet van 15 september 2005 tot wijziging van de Meststoffenwet en intrekking van de Wet verplaatsing mestproductie en de Wet herstructurering varkenshouderij (vereenvoudiging productierechten):
5b 8
5c 9
5d 10
5e 11
5f 12
5g 13
5h 14
56 19
57 20
59 34
59a 35
59c 37
59d 38

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Paragraaf 1. Algemene eisen

Artikel 4
1.

Het is verboden meststoffen te verhandelen.

2.

Het verbod geldt niet indien ten aanzien van deze meststoffen is voldaan aan de artikelen 5, 6 en 19, aan de krachtens de artikelen 7, 19, zesde lid, en 21 gestelde regels en aan:

  • c. artikel 16, indien het zuiveringsslib betreft;
  • e. artikel 17a, indien het herwonnen fosfaten betreft, en
3.

Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op de verhandeling van:

  • a. EG-meststoffen, voor zover ten aanzien van deze meststoffen is voldaan aan de ter uitvoering van de meststoffenverordening krachtens 40, tweede lid, van de Meststoffenwet, gestelde regels;
  • c. uitwerpselen van dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan voor zover aan de uitwerpselen of de producten daarvan geen andere meststoffen zijn toegevoegd dan meststoffen die aan de in het tweede lid bedoelde regels voldoen of voor zover de producten daarvan eindproducten zijn die krachtens artikel 5, tweede lid, zijn aangewezen.
4.

Het is verboden meststoffen, niet zijnde EG-meststoffen, met de aanduiding «EG-meststof» te verhandelen.

Artikel 5
1.

Meststoffen, met uitzondering van zuiveringsslib, compost en herwonnen fosfaten, zijn niet geheel of gedeeltelijk geproduceerd uit afvalstoffen of uit reststoffen, tenzij het betreft de krachtens het tweede lid aangewezen stoffen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen afvalstoffen of reststoffen, categorieën afvalstoffen of reststoffen of eindproducten van bij die regeling omschreven bewerkingsprocédés worden aangewezen, indien er naar het oordeel van Onze Minister geen landbouwkundige en milieukundige bezwaren bestaan dat deze stoffen als meststof worden verhandeld of bij de productie van meststoffen worden gebruikt.

3.

Meststoffen zijn niet met afvalstoffen of reststoffen gemengd, tenzij het betreft:

  • a. de krachtens het tweede lid, aangewezen stoffen;
Artikel 6
1.

De meststof verkeert in een voor de praktijk bruikbare toestand en is gelijkmatig van samenstelling.

2.

De meststof levert voedsel voor planten of delen van planten in de vorm van primaire of secundaire nutriënten of micronutriënten of verbetert de bodemeigenschappen door het leveren van organische stof dan wel door het in stand houden of het verlagen van de zuurgraad in de bodem en oefent de werking waarvoor de stof hoofdzakelijk is bedoeld, doeltreffend uit.

3.

De meststof heeft onder normale gebruiksomstandigheden geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu.

Artikel 7

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de toelaatbaarheid van het onderling mengen van meststoffen.

Paragraaf 2. Landbouwkundige eisen

Artikel 8

Ten aanzien van overige anorganische meststoffen op basis van ammoniumnitraat die meer dan 28 gewichtsprocenten stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat bevatten, is voldaan aan Titel II, Hoofdstuk IV, van de meststoffenverordening.

Artikel 9
1.

Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, in de daarbij vermelde minimale hoeveelheid, uitgedrukt in gewichtsprocenten van de droge stof:

  • a. meststof, bedoeld voor het leveren van stikstof: – stikstof (N) totaal: 5;
  • b. meststof, bedoeld voor het leveren van fosfaat: – fosfaat (P2O5) totaal: 5;
  • c. meststof, bedoeld voor het leveren van kali: – kali (K2O) oplosbaar in water: 5.
2.

Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten of micronutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de bij ministeriële regeling aangewezen secundaire nutriënten of micronutriënten, in de bij deze regeling vastgestelde minimale hoeveelheid.

Artikel 10

Kalkmeststoffen hebben een neutraliserende waarde van ten minste 25 op basis van de droge stof.

Artikel 11

Overige organische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om organische stof te leveren, bevatten ten minste twintig gewichtsprocenten organische stof van de droge stof.

Artikel 12
1.

Vaste overige organische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, in de daarbij vermelde minimale hoeveelheid, uitgedrukt in gewichtsprocenten:

  • a. meststof, bedoeld voor het leveren van stikstof: – stikstof (N) totaal: 0,5;
  • b. meststof, bedoeld voor het leveren van fosfaat: – fosfaat (P2O5) totaal: 0,5;
  • c. meststof, bedoeld voor het leveren van kali: – kali (K2O) oplosbaar in water: 0,5.
2.

Vloeibare overige organische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, in de daarbij vermelde minimale hoeveelheid, uitgedrukt in gewichtsprocenten van de droge stof:

  • a. meststof, bedoeld voor het leveren van stikstof: – stikstof (N) totaal: 0,5;
  • b. meststof, bedoeld voor het leveren van fosfaat: – fosfaat (P2O5) totaal: 0,5;
  • c. meststof, bedoeld voor het leveren van kali: – kali (K2O) oplosbaar in water: 0,5.
3.

In overige organische meststoffen die tenminste 0,5 gewichtsprocenten stikstof bevatten, is de hoeveelheid organisch gebonden stikstof ten minste 85 procent van de totale hoeveelheid stikstof.

Paragraaf 3. Milieueisen

Artikel 13

Overige organische meststoffen bevatten geen biologisch afbreekbare delen met een diameter groter dan 50 millimeter en niet meer dan 0,5 gewichtsprocent aan bodemvreemde niet-biologisch afbreekbare delen.

Artikel 14
1.

Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, overige organische meststoffen, kalkmeststoffen, alsmede de krachtens artikel 5, tweede lid, aangewezen stoffen die als meststof of bij de productie van meststoffen worden gebruikt, overschrijden niet de in bijlage II, onder tabel 1, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.

2.

Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten of micronutriënten te leveren overschrijden niet de bij ministeriële regeling vastgestelde maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.

Artikel 15
1.

Overige organische meststoffen alsmede de krachtens artikel 5, tweede lid, aangewezen stoffen die als meststof of bij de productie van meststoffen worden gebruikt, overschrijden niet de in bijlage II, onder tabel 4, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op kalkmeststoffen en overige anorganische meststoffen die organisch materiaal van dierlijke of plantaardige oorsprong bevatten, met dien verstande dat voor zover het betreft overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten of micronutriënten te leveren, de maximale waarden voor organische microverontreinigingen uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel, worden vastgesteld bij ministeriële regeling.

Paragraaf 4. Eisen zuiveringsslib en compost

Artikel 16
1.

Zuiveringsslib is behandeld langs biologische, chemische of thermische weg, door langdurige opslag of volgens enig ander geschikt procédé, dat tot gevolg heeft dat het grootste deel van de in het zuiveringsslib aanwezige pathogene organismen afsterft.

2.

Zuiveringsslib bevat ten minste vijftig gewichtsprocenten organische stof van de droge stof of heeft een neutraliserende waarde van 25 op basis van de droge stof.

3.

Zuiveringsslib overschrijdt niet de in bijlage II, onder tabel 2, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram droge stof.

Artikel 17
1.

Compost bevat geen biologisch afbreekbare delen met een diameter groter dan 50 millimeter en niet meer dan 0,5 gewichtsprocent aan bodemvreemde niet-biologisch afbreekbare delen.

2.

Compost bevat ten minste tien gewichtsprocenten organische stof van de droge stof.

3.

Het is uitsluitend toegestaan om bij de bereiding van compost bodembestanddelen te gebruiken, indien dit betreft grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voldoet aan de kwaliteitseisen voor grond die gelden voor de kwaliteitsklasse landbouw/natuur als bedoeld in artikel 25d, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit.

4.

Compost overschrijdt niet de in bijlage II, onder tabel 3, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram droge stof.

Paragraaf 5. Verpakking en etikettering

Artikel 18
1.

Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om micronutriënten te leveren en overige anorganische meststoffen op basis van ammoniumnitraat die meer dan 28 gewichtsprocenten stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat bevatten, zijn verpakt.

2.

De verpakking van de in het eerste lid bedoelde meststoffen wordt op zodanige wijze of met een zodanig systeem gesloten dat door het openen ervan de sluiting, het sluitzegel of de verpakking zelf onherstelbaar wordt beschadigd.

Artikel 19
1.

Meststoffen zijn in ieder geval voorzien van gegevens over:

  • a. de naam of de handelsnaam van de fabrikant van de meststoffen;
  • b. de naam of de handelsnaam van de meststoffen;
  • c. de werking die de meststof in hoofdzaak uitoefent;
  • d. de gehalten stikstof en fosfaat;
  • e. de aanwezige waardegevende bestanddelen;
  • f. de hoeveelheid; en
  • g. de samenstelling.
2.

Bij verpakte meststoffen zijn de gegevens op de verpakking of op een daaraan gehecht etiket vermeld en bij niet verpakte meststoffen zijn de gegevens op een begeleidend document vermeld.

3.

De gegevens zijn onuitwisbaar en duidelijk leesbaar.

4.

Vloeibare anorganische meststoffen zijn voorzien van aanvullende instructies betreffende de opslagtemperatuur en de bij de opslag in acht te nemen veiligheidsmaatregelen.

5.

De vermeldingen op de etiketten, op de verpakking en op het begeleidende documenten zijn in ieder geval in de Nederlandse taal gesteld.

6.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat meststoffen zijn voorzien van een gebruiksaanwijzing.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 20

Artikel 4, eerste lid, is niet van toepassing op meststoffen:

  • a. die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt;
  • b. die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de bij of krachtens de artikelen 5 tot en met 19 gestelde regels wordt nagestreefd; en
  • c. die vergezeld gaan van een analyserapport dat voldoende informatie verschaft over de samenstelling van het product en is afgegeven door een in die lidstaat of staat erkend laboratorium dat gelijkwaardig is aan een in Nederland voor dit doel erkend laboratorium.
Artikel 21
1.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

  • a. de eisen waaraan afvalstoffen of reststoffen van organische, dierlijke of plantaardige oorsprong moeten voldoen;
  • b. de eisen waaraan het bewerkingsprocédé van zuiveringsslib, van herwonnen fosfaten en van overige afvalstoffen of reststoffen van organische, dierlijke of plantaardige oorsprong moet voldoen, welke eisen mede betrekking kunnen hebben op de te bewerken stoffen;
  • c. de homogeniteit, de stabiliteit of de gelijkmatigheid van de samenstelling van de meststoffen;
  • d. de wijze waarop de hoeveelheden nutriënten, organische stof, zware metalen en organische microverontreinigingen in meststoffen, alsmede de verdere samenstelling van meststoffen worden bepaald;
  • e. de gebruiksaanwijzing van de meststoffen;
  • f. de overige gegevens waarvan meststoffen zijn voorzien;
  • g. de wijze waarop de gegevens worden aangebracht; en
  • h. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 11, 14 en 15 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn.
2.

De in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde regels kunnen mede betrekking hebben op de bevoegdheid tot het doen van vaststellingen ten behoeve van de in dat onderdeel bedoelde bepaling en op de voor die vaststellingen te gebruiken apparatuur.

3.

De krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen voor de in de regeling te onderscheiden categorieën meststoffen en de beoogde bestemming van de meststoffen verschillend worden vastgesteld.

Hoofdstuk IV. Gebruiksnormen en opgave basisregistratie percelen

Hoofdstuk V. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen

Hoofdstuk V. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen

Hoofdstuk VII. Administratieve verplichtingen intermediairs

Hoofdstuk VIII. Administratieve verplichtingen overige leveranciers en afnemers bedrijven

Hoofdstuk VIII. Administratieve verplichtingen overige leveranciers en afnemers bedrijven

Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost

Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen

Paragraaf 3. Vervoersbewijs zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen

Paragraaf 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen

Hoofdstuk X. Regels inzake de hoeveelheidbepaling

Hoofdstuk X. Regels inzake de hoeveelheidbepaling

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 10 Oost niet opgenomen.

Kaart 11 West niet opgenomen.

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Kaart 13 West niet opgenomen.

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 10 Oost niet opgenomen.

Kaart 11 West niet opgenomen.

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Kaart 13 West niet opgenomen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a

Dit besluit berust mede op artikel 20.6 in verbinding met artikel 20.7, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.

Hoofdstuk II. Aanwijzing veengronden, zand- of lössgronden en kleigronden

Hoofdstuk III. Verhandelen van meststoffen

Paragraaf 1. Algemene eisen

Paragraaf 2. Landbouwkundige eisen

Paragraaf 3. Milieueisen

Paragraaf 4. Eisen zuiveringsslib, compost en herwonnen fosfaten

Paragraaf 5. Verpakking en etikettering

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Hoofdstuk IV. Gebruiksnormen, tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond en opgave basisregistratie percelen

Hoofdstuk V. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen

Hoofdstuk VI. Administratieve verplichtingen landbouwbedrijven

Hoofdstuk VII. Administratieve verplichtingen intermediairs

Hoofdstuk VIII. Administratieve verplichtingen overige leveranciers en afnemers bedrijven

Hoofdstuk IX. Vervoer van meststoffen

Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost

Paragraaf 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen

Paragraaf 3. Vervoersbewijs zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen

Paragraaf 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen

Hoofdstuk IXa. Mestverwerking

Hoofdstuk XI. Overige bepalingen

Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

zware metalen Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
fosfaat stikstof kali neutraliserende waarde organische stof
Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Ni (Nikkel) Pb (Lood) Zn (Zink) As (Arseen) 31,3 1875 1875 18,8 750 2500 7500 375 25 1500 1500 15 600 2000 6000 300 16,7 1000 1000 10 400 1333 4000 200 6,3 375 375 3,8 150 500 1500 75 0,8 50 50 0,5 20 67 200 10

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

zware metalen in mg per kg ds
Cd (Cadmium) 1,25 mg/kg ds
Cr (Chroom) 75 mg/kg ds
Cu (Koper) 75 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,75 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 30 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 300 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
zware metalen in mg per kg ds
--- ---
Cd (Cadmium) 1 mg/kg ds
Cr (Chroom) 50 mg/kg ds
Cu (Koper) 90 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,3 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 20 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 290 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
organische micro- verontreinigingen maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
--- ---
fosfaat
Σ PCDD/PCDF 0,019
α-HCH 310
β-HCH 12
γ-HCH (lindaan) 1,2
HCB 31
Aldrin 7
Dieldrin 7
Σ aldrin/dieldrin 7
Endrin 7
Isodrin 7
S endrin/isodrin 7
S DDT + DDD + DDE 23
PCB-28 18,5
PCB-52 18,5
PCB-101 75
PCB-118 75
PCB-138 75
PCB-153 75
PCB-180 75
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 375
Naftaleen 600
Fenanthreen 750
Antraceen 600
Fluoranteen 185
Benzo(a)antraceen 230
Chryseen 230
Benzo(k)fluoranteen 270
Benzo(a)pyreen 290
Benzo(g,h,i)peryleen 210
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 235
Σ 10-PAK 11500
Minerale olie 935000

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 21a
1.

Voor de toepassing van artikel 11 van de wet worden voor de fosfaattoestand van de bodem de volgende klassen onderscheiden: arm, laag, neutraal, ruim en hoog.

2.

Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden de criteria vastgesteld voor de in het eerste lid genoemde klassen. Daarin kan in ieder geval rekening worden gehouden met het gebruik van de landbouwgrond als grasland of bouwland, de kenmerken van de bodem en de grondsoort.

Hoofdstuk VI. Administratieve verplichtingen landbouwbedrijven

Hoofdstuk VII. Administratieve verplichtingen intermediairs

Hoofdstuk VIII. Administratieve verplichtingen overige leveranciers en afnemers bedrijven

Hoofdstuk IX. Vervoer van meststoffen

Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost

Paragraaf 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen

Paragraaf 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen

Paragraaf 3. Vervoersbewijs zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen

Hoofdstuk X. Regels inzake de hoeveelheidbepaling

Artikel 69a

Vervallen

Hoofdstuk X. Regels inzake de hoeveelheidbepaling

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

zware metalen Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
fosfaat stikstof kali neutraliserende waarde organische stof
Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Ni (Nikkel) Pb (Lood) Zn (Zink) As (Arseen) 31,3 1875 1875 18,8 750 2500 7500 375 25 1500 1500 15 600 2000 6000 300 16,7 1000 1000 10 400 1333 4000 200 6,3 375 375 3,8 150 500 1500 75 0,8 50 50 0,5 20 67 200 10

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

zware metalen in mg per kg ds
Cd (Cadmium) 1,25 mg/kg ds
Cr (Chroom) 75 mg/kg ds
Cu (Koper) 75 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,75 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 30 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 300 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
zware metalen in mg per kg ds
--- ---
Cd (Cadmium) 1 mg/kg ds
Cr (Chroom) 50 mg/kg ds
Cu (Koper) 90 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,3 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 20 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 290 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
organische micro- verontreinigingen maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
--- ---
fosfaat
Σ PCDD/PCDF 0,019
α-HCH 310
β-HCH 12
γ-HCH (lindaan) 1,2
HCB 31
Aldrin 7
Dieldrin 7
Σ aldrin/dieldrin 7
Endrin 7
Isodrin 7
S endrin/isodrin 7
S DDT + DDD + DDE 23
PCB-28 18,5
PCB-52 18,5
PCB-101 75
PCB-118 75
PCB-138 75
PCB-153 75
PCB-180 75
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 375
Naftaleen 600
Fenanthreen 750
Antraceen 600
Fluoranteen 185
Benzo(a)antraceen 230
Chryseen 230
Benzo(k)fluoranteen 270
Benzo(a)pyreen 290
Benzo(g,h,i)peryleen 210
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 235
Σ 10-PAK 11500
Minerale olie 935000

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

Bijlage III. , behorende bij artikel 73 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 25a
1.

Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel ll, onder 1°, van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in enig kalenderjaar de oppervlakte landbouwgrond die ingevolge de artikelen 24 en 25 in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behoort.

2.

Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel ll, onder 2°, van de wet is het natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft dat in enig kalenderjaar bij het bedrijf in gebruik is, het natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft dat op 15 mei van dat jaar bij het bedrijf in gebruik is.

Hoofdstuk V. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen

Hoofdstuk VI. Administratieve verplichtingen landbouwbedrijven

Hoofdstuk VII. Administratieve verplichtingen intermediairs

Artikel 38a
1.

Een registratie kan worden geweigerd of geschrapt in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

2.

Een registratie kan worden geschorst voor zover de intermediair boetes zijn opgelegd voor overtreding van de eisen gesteld bij of krachtens de wet, die onherroepelijk zijn geworden en niet zijn betaald of voor zover de intermediair verbeurde dwangsommen, ten aanzien waarvan invorderingsbeschikkingen onherroepelijk zijn geworden, niet heeft betaald. De schorsing vervalt op het moment dat de boetes of dwangsommen die ten grondslag liggen aan de schorsing zijn betaald.

3.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Hoofdstuk VIII. Administratieve verplichtingen overige leveranciers en afnemers bedrijven

Hoofdstuk IX. Vervoer van meststoffen

Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost

Artikel 48a

Een intermediair laat dierlijke meststoffen slechts aanvoeren bij zijn intermediaire onderneming indien deze overeenkomstig artikel 38 is geregistreerd.

Hoofdstuk IXa. Mestverwerking

Hoofdstuk X. Regels inzake de hoeveelheidbepaling

Hoofdstuk XI. Overige bepalingen

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

zware metalen Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
fosfaat stikstof kali neutraliserende waarde organische stof
Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Ni (Nikkel) Pb (Lood) Zn (Zink) As (Arseen) 31,3 1875 1875 18,8 750 2500 7500 375 25 1500 1500 15 600 2000 6000 300 16,7 1000 1000 10 400 1333 4000 200 6,3 375 375 3,8 150 500 1500 75 0,8 50 50 0,5 20 67 200 10

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

zware metalen in mg per kg ds
Cd (Cadmium) 1,25 mg/kg ds
Cr (Chroom) 75 mg/kg ds
Cu (Koper) 75 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,75 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 30 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 300 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
zware metalen in mg per kg ds
--- ---
Cd (Cadmium) 1 mg/kg ds
Cr (Chroom) 50 mg/kg ds
Cu (Koper) 90 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,3 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 20 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 290 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
organische micro- verontreinigingen maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
--- ---
fosfaat
Σ PCDD/PCDF 0,019
α-HCH 310
β-HCH 12
γ-HCH (lindaan) 1,2
HCB 31
Aldrin 7
Dieldrin 7
Σ aldrin/dieldrin 7
Endrin 7
Isodrin 7
S endrin/isodrin 7
S DDT + DDD + DDE 23
PCB-28 18,5
PCB-52 18,5
PCB-101 75
PCB-118 75
PCB-138 75
PCB-153 75
PCB-180 75
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 375
Naftaleen 600
Fenanthreen 750
Antraceen 600
Fluoranteen 185
Benzo(a)antraceen 230
Chryseen 230
Benzo(k)fluoranteen 270
Benzo(a)pyreen 290
Benzo(g,h,i)peryleen 210
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 235
Σ 10-PAK 11500
Minerale olie 935000

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 17a
1.

Herwonnen fosfaten overschrijden niet de in bijlage II, in tabel 1, opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.

2.

Herwonnen fosfaten overschrijden niet de in bijlage II, in tabel 4, opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.

3.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat herwonnen fosfaten uit rioolzuiveringsslib behandeld worden volgens een procedé dat tot gevolg heeft dat het grootste deel van de in het rioolzuiveringsslib aanwezige pathogene organismen afsterft, met het oog op het minimaliseren van de risico’s voor de volksgezondheid en het milieu.

Paragraaf 5. Verpakking en etikettering

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Hoofdstuk V. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen

Hoofdstuk VI. Administratieve verplichtingen landbouwbedrijven

Hoofdstuk VII. Administratieve verplichtingen intermediairs

Hoofdstuk IX. Vervoer van meststoffen

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen

Hoofdstuk IXa. Mestverwerking

Hoofdstuk X. Regels inzake de hoeveelheidbepaling

Hoofdstuk Xa. Verantwoorde groei melkveehouderij

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 70a

Vervallen

Hoofdstuk XI. Overige bepalingen

Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

zware metalen Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
fosfaat stikstof kali neutraliserende waarde organische stof
Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Ni (Nikkel) Pb (Lood) Zn (Zink) As (Arseen) 31,3 1875 1875 18,8 750 2500 7500 375 25 1500 1500 15 600 2000 6000 300 16,7 1000 1000 10 400 1333 4000 200 6,3 375 375 3,8 150 500 1500 75 0,8 50 50 0,5 20 67 200 10

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

zware metalen in mg per kg ds
Cd (Cadmium) 1,25 mg/kg ds
Cr (Chroom) 75 mg/kg ds
Cu (Koper) 75 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,75 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 30 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 300 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
zware metalen in mg per kg ds
--- ---
Cd (Cadmium) 1 mg/kg ds
Cr (Chroom) 50 mg/kg ds
Cu (Koper) 90 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,3 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 20 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 290 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
organische micro- verontreinigingen maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
--- ---
fosfaat
Σ PCDD/PCDF 0,019
α-HCH 310
β-HCH 12
γ-HCH (lindaan) 1,2
HCB 31
Aldrin 7
Dieldrin 7
Σ aldrin/dieldrin 7
Endrin 7
Isodrin 7
S endrin/isodrin 7
S DDT + DDD + DDE 23
PCB-28 18,5
PCB-52 18,5
PCB-101 75
PCB-118 75
PCB-138 75
PCB-153 75
PCB-180 75
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 375
Naftaleen 600
Fenanthreen 750
Antraceen 600
Fluoranteen 185
Benzo(a)antraceen 230
Chryseen 230
Benzo(k)fluoranteen 270
Benzo(a)pyreen 290
Benzo(g,h,i)peryleen 210
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 235
Σ 10-PAK 11500
Minerale olie 935000

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 21aa

Vervallen

Hoofdstuk VI. Administratieve verplichtingen landbouwbedrijven

Hoofdstuk VII. Administratieve verplichtingen intermediairs

Paragraaf 3. Vervoersbewijs zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen

Hoofdstuk IXa. Mestverwerking

Hoofdstuk Xa. Verantwoorde groei melkveehouderij

Hoofdstuk XI. Overige bepalingen

Artikel 78a

Vervallen

Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

zware metalen Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
fosfaat stikstof kali neutraliserende waarde organische stof
Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Ni (Nikkel) Pb (Lood) Zn (Zink) As (Arseen) 31,3 1875 1875 18,8 750 2500 7500 375 25 1500 1500 15 600 2000 6000 300 16,7 1000 1000 10 400 1333 4000 200 6,3 375 375 3,8 150 500 1500 75 0,8 50 50 0,5 20 67 200 10

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

zware metalen in mg per kg ds
Cd (Cadmium) 1,25 mg/kg ds
Cr (Chroom) 75 mg/kg ds
Cu (Koper) 75 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,75 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 30 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 300 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
zware metalen in mg per kg ds
--- ---
Cd (Cadmium) 1 mg/kg ds
Cr (Chroom) 50 mg/kg ds
Cu (Koper) 90 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,3 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 20 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 290 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
organische micro- verontreinigingen maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
--- ---
fosfaat
Σ PCDD/PCDF 0,019
α-HCH 310
β-HCH 12
γ-HCH (lindaan) 1,2
HCB 31
Aldrin 7
Dieldrin 7
Σ aldrin/dieldrin 7
Endrin 7
Isodrin 7
S endrin/isodrin 7
S DDT + DDD + DDE 23
PCB-28 18,5
PCB-52 18,5
PCB-101 75
PCB-118 75
PCB-138 75
PCB-153 75
PCB-180 75
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 375
Naftaleen 600
Fenanthreen 750
Antraceen 600
Fluoranteen 185
Benzo(a)antraceen 230
Chryseen 230
Benzo(k)fluoranteen 270
Benzo(a)pyreen 290
Benzo(g,h,i)peryleen 210
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 235
Σ 10-PAK 11500
Minerale olie 935000

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 72a
1.

Indien op een bedrijf op 2 juli 2015 tijdelijk minder melkvee werd gehouden of over minder fosfaatruimte werd beschikt door de realisatie van een natuurgebied of de aanleg of onderhoud van publieke infrastructuur, verhoogt Onze Minister op verzoek van de landbouwer het fosfaatrecht dat uit hoofde van artikel 23, derde lid, van de wet, wordt vastgesteld.

2.

De verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het aantal kilogrammen fosfaat waarvan de landbouwer aannemelijk heeft gemaakt dat deze zonder de in het eerste lid omschreven omstandigheden in de vaststelling van het fosfaatrecht zouden zijn betrokken.

3.

De verhoging, bedoeld in het eerste lid, vindt niet plaats indien deze kleiner is dan 5 procent van het fosfaatrecht dat wordt vastgesteld uit hoofde van artikel 23, derde lid, van de wet.

4.

Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 1 april 2018 ingediend met gebruikmaking van een door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld middel.

Artikel 72b
1.

Het fosfaatrecht, bedoeld in artikel 23, derde en zesde lid, en de verhoging van het fosfaatrecht, bedoeld in artikel 23, vierde en negende lid, van de wet, wordt verminderd met 8,3 procent.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een bedrijf waarvan de productie van dierlijke meststoffen door melkvee in kilogrammen fosfaat in het kalenderjaar 2015, verminderd met de fosfaatruimte in dat kalenderjaar, negatief of nul is.

3.

Bij de toepassing van het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt, het fosfaatrecht slechts verminderd voor zover een gehele uitoefening van het fosfaatrecht de fosfaatruimte in het kalenderjaar 2015 van dat bedrijf te boven gaat.

Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

zware metalen Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
fosfaat stikstof kali neutraliserende waarde organische stof
Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Ni (Nikkel) Pb (Lood) Zn (Zink) As (Arseen) 31,3 1875 1875 18,8 750 2500 7500 375 25 1500 1500 15 600 2000 6000 300 16,7 1000 1000 10 400 1333 4000 200 6,3 375 375 3,8 150 500 1500 75 0,8 50 50 0,5 20 67 200 10

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

zware metalen in mg per kg ds
Cd (Cadmium) 1,25 mg/kg ds
Cr (Chroom) 75 mg/kg ds
Cu (Koper) 75 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,75 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 30 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 300 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
zware metalen in mg per kg ds
--- ---
Cd (Cadmium) 1 mg/kg ds
Cr (Chroom) 50 mg/kg ds
Cu (Koper) 90 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,3 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 20 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 290 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
organische micro- verontreinigingen maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
--- ---
fosfaat
Σ PCDD/PCDF 0,019
α-HCH 310
β-HCH 12
γ-HCH (lindaan) 1,2
HCB 31
Aldrin 7
Dieldrin 7
Σ aldrin/dieldrin 7
Endrin 7
Isodrin 7
S endrin/isodrin 7
S DDT + DDD + DDE 23
PCB-28 18,5
PCB-52 18,5
PCB-101 75
PCB-118 75
PCB-138 75
PCB-153 75
PCB-180 75
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 375
Naftaleen 600
Fenanthreen 750
Antraceen 600
Fluoranteen 185
Benzo(a)antraceen 230
Chryseen 230
Benzo(k)fluoranteen 270
Benzo(a)pyreen 290
Benzo(g,h,i)peryleen 210
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 235
Σ 10-PAK 11500
Minerale olie 935000

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

Bijlage III. (behorende bij artikel 21aa van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet)

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 48b
1.

Het vervoer van een vracht drijfmest door een intermediair geschiedt met een transportmiddel dat is uitgerust met de krachtens artikel 70, vierde lid, onderdeel b, voorgeschreven apparatuur die op naam van de intermediair is geregistreerd.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de apparatuur, bedoeld in het eerste lid is bevestigd en op welke wijze deze apparatuur is verbonden met de apparatuur, bedoeld in artikel 49, eerste lid.

Artikel 52a
1.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 48, 48b, 49, 50 en 51 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn.

2.

De krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen voor verschillende categorieën vervoerders, mestsoorten, herkomst of beoogde bestemming verschillend worden vastgesteld.

Paragraaf 3. Vervoersbewijs zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen

Artikel 54a

Een vracht zuiveringsslib, compost, mengsels van zuiveringsslib en compost, of krachtens artikel 55, eerste lid, aangewezen overige organische meststoffen gaat tijdens het vervoer vergezeld van een op de vracht betrekking hebbend vervoersbewijs, dat overeenkomstig de regels, gesteld bij of krachtens deze paragraaf, is opgemaakt.

Hoofdstuk Xa. Verantwoorde groei melkveehouderij

Hoofdstuk XI. Overige bepalingen

Artikel 72c

In geval van overtreding van artikel 51, eerste lid, bedraagt de bestuurlijke boete voor de vervoerder € 1.500.

Artikel 73a
1.

Het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, zoals dit zal luiden na volledige inwerkingtreding van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), kan voorafgaand aan die volledige inwerkingtreding van toepassing zijn op een leverancier, vervoerder of afnemer van dierlijke meststoffen, indien hij zich met het oog op vroegtijdige toepassing van de regels van het rVDM-systeem eenmalig bij de minister heeft gemeld.

2.

Na de melding, bedoeld in het eerste lid, maken de vervoerder, leverancier en afnemer per vracht dierlijke meststoffen een keuze of zij de huidige regels voor de verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen toepassen dan wel volgens het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, zoals dit zal luiden na volledige inwerkingtreding van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en de noodvoorziening (Stb. 2022, 297).

3.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, verklaren de betrokken leverancier, vervoerder en afnemer zich met het oog op het vervoer van dierlijke meststoffen gebonden aan de nieuwe regels indien zij voor de betreffende vracht kiezen om het rVDM-systeem toe te passen.

4.

De keuze van de vervoerder, leverancier en afnemer voor toepassing van het rVDM-systeem, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 50, eerste lid, zoals dit zal luiden na volledige inwerkingtreding van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en de noodvoorziening (Stb. 2022, 297).

5.

Bij ministeriële regeling worden regels dan wel nadere regels gesteld over:

  • a. de melding, bedoeld in het eerste lid;
  • b. de voorwaarden voor het doen van de melding, bedoeld in het eerste lid;
  • c. het aanwijzen van gevallen waarvoor betrokken vervoerders, leveranciers en afnemers de nieuwe regels van het rVDM-systeem, per vracht dierlijke meststoffen, niet kunnen toepassen waarbij in elk geval gedifferentieerd kan worden op mestsoort, bijzondere situatie en vervoersstroom;
  • d. het bepalen van het ingangstijdstip alsmede de voorwaarden waaronder de nieuwe regels van toepassing zullen zijn op degenen die zich voor toepassing van het rVDM-systeem hebben gemeld.
6.

In uitzonderlijke omstandigheden kan Onze minister besluiten dat voor degenen die zich hebben aangemeld voor de vroegtijdige toepassing van het rVDM-systeem, bedoeld in het eerste lid, met ingang van een door hem bepaald tijdstip en voor een door hem bepaalde duur niettemin uitsluitend de bestaande regels voor de verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen van toepassing zijn.

Bijlage I. behorende bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit

Kaart 12 Oost niet opgenomen.

Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

zware metalen Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel Maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
fosfaat stikstof kali neutraliserende waarde organische stof
Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Ni (Nikkel) Pb (Lood) Zn (Zink) As (Arseen) 31,3 1875 1875 18,8 750 2500 7500 375 25 1500 1500 15 600 2000 6000 300 16,7 1000 1000 10 400 1333 4000 200 6,3 375 375 3,8 150 500 1500 75 0,8 50 50 0,5 20 67 200 10

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

zware metalen in mg per kg ds
Cd (Cadmium) 1,25 mg/kg ds
Cr (Chroom) 75 mg/kg ds
Cu (Koper) 75 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,75 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 30 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 300 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
zware metalen in mg per kg ds
--- ---
Cd (Cadmium) 1 mg/kg ds
Cr (Chroom) 50 mg/kg ds
Cu (Koper) 90 mg/kg ds
Hg (Kwik) 0,3 mg/kg ds
Ni (Nikkel) 20 mg/kg ds
Pb (Lood) 100 mg/kg ds
Zn (Zink) 290 mg/kg ds
As (Arseen) 15 mg/kg ds
organische micro- verontreinigingen maximale waarden in mg per kg van het desbetreffende waardegevende bestanddeel
--- ---
fosfaat
Σ PCDD/PCDF 0,019
α-HCH 310
β-HCH 12
γ-HCH (lindaan) 1,2
HCB 31
Aldrin 7
Dieldrin 7
Σ aldrin/dieldrin 7
Endrin 7
Isodrin 7
S endrin/isodrin 7
S DDT + DDD + DDE 23
PCB-28 18,5
PCB-52 18,5
PCB-101 75
PCB-118 75
PCB-138 75
PCB-153 75
PCB-180 75
Σ 6-PCB (excl. PCB-118) 375
Naftaleen 600
Fenanthreen 750
Antraceen 600
Fluoranteen 185
Benzo(a)antraceen 230
Chryseen 230
Benzo(k)fluoranteen 270
Benzo(a)pyreen 290
Benzo(g,h,i)peryleen 210
Indeno(1,2,3-c,d)pyreen 235
Σ 10-PAK 11500
Minerale olie 935000

Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.

Bijlage III. (behorende bij artikel 21aa van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet)

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)