Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende wat artikel 6, tweede en derde lid, betreft, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en wat artikel 47 betreft, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de artikelen 6, tweede en derde lid, 8, zevende lid,17, tweede lid, 25, tweede lid,31, tweede lid, en 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

Besluit:

Artikel 1. Reikwijdte

Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, tweede en derde lid, 17, tweede lid, 21a, 25, tweede lid, 26, derde lid, 31, 47 en 47a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel 2. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Gelijkstelling met basisregistratie personen
1.

Iemand die niet in Nederland woont, wordt geacht op zijn woonadres te zijn ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland, indien:

2.

Iemand die in de basisregistratie personen niet op zijn woonadres is ingeschreven, wordt geacht daarin wel op dat adres te zijn ingeschreven, indien:

Artikel 4. Herleiding toetsingsinkomen

Vervallen

Artikel 5. Melding wijziging omstandigheden
1.

Indien een voorschot op de tegemoetkoming is verleend en zich in het berekeningsjaar een wijziging van de omstandigheden voordoet waarmee bij het verlenen van het voorschot geen rekening is gehouden en die leidt tot beëindiging dan wel verlaging van de tegemoetkoming doet de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner daarvan binnen vier weken schriftelijk dan wel elektronisch mededeling aan de Dienst Toeslagen.

2.

De wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

3.

Indien er een voorschot huurtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt:

4.

Indien er een voorschot zorgtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt de beëindiging van de zorgverzekering of een opschorting van die verzekering als bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet.

5.

Indien er een voorschot kinderopvangtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt:

6.

In afwijking in zoverre van het eerste lid kan van een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, alsmede van wijzigingen die leiden tot een beëindiging van het voorschot op de tegemoetkoming ook telefonisch dan wel anderszins mondeling mededeling worden gedaan aan de Dienst Toeslagen.

Artikel 6. Gegevensverkeer bij betaling op andere bankrekening
1.

Als gevallen als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet worden aangewezen uitbetalingen door de Dienst Toeslagen:

2.

Als gevallen als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet worden voorts aangewezen uitbetalingen door de Dienst Toeslagen op de bankrekening:

4.

Indien op grond van artikel 25, derde lid, van de wet de uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belanghebbende of diens partner, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot de uitbetaling tussen de Dienst Toeslagen en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belanghebbende.

5.

Bij toepassing van het tweede lid, onderdelen a tot en met c, wijst het aldaar bedoelde lid, de aldaar bedoelde gemeente of de aldaar bedoelde derde aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belanghebbende en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het tweede lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde overeenkomst.

Artikel 7. Uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen
1.

De Dienst Toeslagen stelt de belanghebbende in de gelegenheid een terugvordering te betalen in maandelijkse termijnen van € 20 mits hij voldoet aan door de Dienst Toeslagen nader te stellen voorwaarden.

2.

Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende stelt de Dienst Toeslagen de belanghebbende in de gelegenheid een bestuurlijke boete te betalen in maandelijkse termijnen van € 20 mits hij voldoet aan door de Dienst Toeslagen nader te stellen voorwaarden.

3.

Een betaling van de terugvordering of bestuurlijke boete in maandelijkse termijnen eindigt uiterlijk op de dag waarop sedert de vervaldag van de voor de terugvordering of bestuurlijke boete geldende betalingstermijn 24 maanden zijn verstreken. Indien de omvang van de terugvordering of bestuurlijke boete betaling in 24 maandelijkse termijnen van € 20 niet toelaat, kan de Dienst Toeslagen, in afwijking van het eerste en tweede lid, een betaling in maandelijkse termijnen van meer dan € 20 verlangen.

4.

Indien de belanghebbende bij de betaling van de terugvordering of bestuurlijke boete in maandelijkse termijnen, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, niet voldoet aan de nader gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, stelt de Dienst Toeslagen de belanghebbende op diens verzoek in de gelegenheid de terugvordering of bestuurlijke boete alsnog te betalen in maandelijkse termijnen. In dat geval eindigt deze betaling in maandelijkse termijnen uiterlijk na 24 maanden gerekend vanaf de dag van de dagtekening van de beschikking waarin de Dienst Toeslagen de betaling in termijnen toestaat. De kosten van invordering die reeds zijn ontstaan voordat het verzoek om de betaling in maandelijkse termijnen wordt gehonoreerd worden onderdeel van de betreffende betalingsregeling.

5.

Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende die aangeeft niet in staat te zijn een of meer terugvorderingen of bestuurlijke boetes overeenkomstig de voorgaande leden te betalen kan de Dienst Toeslagen, in afwijking in zoverre van de voorgaande leden, een betaling in termijnen toestaan gebaseerd op de betalingscapaciteit. De berekening van de betalingscapaciteit vindt plaats op de voet van artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, met dien verstande dat de Dienst Toeslagen het netto-besteedbare inkomen van de belanghebbende vermeerdert met het netto-besteedbare inkomen van de persoon die ten tijde van de indiening van het verzoek als partner in de zin van artikel 3 van de wet kan worden beschouwd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.