Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
Handelende wat artikel 6, tweede en derde lid, betreft, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en wat artikel 47 betreft, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 6, tweede en derde lid, 8, zevende lid,17, tweede lid, 25, tweede lid,31, tweede lid, en 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
Besluit:
Artikel 1. Reikwijdte
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, tweede en derde lid, 17, tweede lid, 21a, 25, tweede lid, 26, derde lid, 31, 47 en 47a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Artikel 2. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. huurtoeslag: een tegemoetkoming op grond van de Wet op de huurtoeslag;
- b. kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming op grond van de Wet kinderopvang;
- c. kindgebonden budget: een tegemoetkoming op grond van de Wet op het kindgebonden budget;
- e. zorgtoeslag: een tegemoetkoming op grond van de Wet op de zorgtoeslag.
Artikel 3. Gelijkstelling met basisregistratie personen
Iemand die niet in Nederland woont, wordt geacht op zijn woonadres te zijn ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland, indien:
- a. hij vanwege zijn functie of vanwege de functie van een van de tot zijn huishouden behorende personen niet kan of niet hoeft te worden ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland;
- b. blijkt dat hij niet woont op het adres waarop hij is ingeschreven in de bevolkingsregistratie in zijn woonland;
- c. zijn woonland geen of geen naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie voert.
Iemand die in de basisregistratie personen niet op zijn woonadres is ingeschreven, wordt geacht daarin wel op dat adres te zijn ingeschreven, indien:
- a. hij een vreemdeling is als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet;
- b. hij of een tot zijn huishouden behorende persoon op grond van artikel 21, eerste lid, van het Besluit basisregistratie personen in verband met zijn bijzondere verblijfsrechtelijke status niet in aanmerking komt voor inschrijving, met dien verstande dat voor degenen die zijn opgenomen in de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevoerde Protocollaire Basisadministratie, het in deze administratie opgenomen woonadres geldt;
- c. blijkt dat sprake is van een onjuiste inschrijving in de basisregistratie personen voor de periode tot aan de datum van adreswijziging, bedoeld in artikel 2.20, derde lid, van de Wet basisregistratie personen;
- d. hij zich binnen 5 dagen na de aanvang van zijn verblijf op zijn woonadres heeft laten inschrijven in de basisregistratie personen.
Artikel 4. Herleiding toetsingsinkomen
Vervallen
Artikel 5. Melding wijziging omstandigheden
Indien een voorschot op de tegemoetkoming is verleend en zich in het berekeningsjaar een wijziging van de omstandigheden voordoet waarmee bij het verlenen van het voorschot geen rekening is gehouden en die leidt tot beëindiging dan wel verlaging van de tegemoetkoming doet de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner daarvan binnen vier weken schriftelijk dan wel elektronisch mededeling aan de Dienst Toeslagen.
De wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
- a. het ontstaan van partnerschap op grond van artikel 5a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen b, c en d, van de wet;
- b. het eindigen van partnerschap op grond van artikel 5a, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- c. een verhoging van een geschat toetsingsinkomen die leidt tot een verlaging van de tegemoetkoming over het berekeningsjaar met meer dan € 500;
- d. een verhoging van een geschat vermogen waardoor over het berekeningsjaar geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat;
- e. het eindigen van een vermissing als bedoeld in artikel 3c, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
- f. het eindigen van de tenuitvoerlegging van een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding als bedoeld in artikel 3c, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
- g. het eindigen van de uitvoering van een vrijheidsbenemende straf of maatregel als bedoeld in artikel 3c, eerste lid, onderdeel b, van de wet, die buiten Nederland heeft plaatsgevonden;
- h. het vervroegd eindigen van de uitvoering van een vrijheidsbenemende straf of maatregel als bedoeld in artikel 3c, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
Indien er een voorschot huurtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt:
- a. een wijziging in de huurprijs;
- b. het aangaan van of het beëindigen van een huurcontract, waaronder begrepen een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van de wet;
- c. een verandering van verhuurder.
Indien er een voorschot zorgtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt de beëindiging van de zorgverzekering of een opschorting van die verzekering als bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet.
Indien er een voorschot kinderopvangtoeslag is verleend, wordt als een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid tevens aangemerkt:
- a. een wijziging in het aantal uren kinderopvang van een kind van de belanghebbende of van zijn partner;
- b. een wijziging in het soort genoten kinderopvang door een kind van de belanghebbende of van zijn partner;
- c. een wijziging van het geregistreerde kindercentrum of geregistreerde gastouderbureau;
- d. een wijziging in de uurprijs.
In afwijking in zoverre van het eerste lid kan van een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, alsmede van wijzigingen die leiden tot een beëindiging van het voorschot op de tegemoetkoming ook telefonisch dan wel anderszins mondeling mededeling worden gedaan aan de Dienst Toeslagen.
Artikel 6. Gegevensverkeer bij betaling op andere bankrekening
Als gevallen als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet worden aangewezen uitbetalingen door de Dienst Toeslagen:
- a. van kinderopvangtoeslag op de bankrekening van een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007, die een of meerdere kindercentra of een of meerdere gastouderbureaus exploiteert, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
- b. van huurtoeslag op de bankrekening van een toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;
- c. van zorgtoeslag op de bankrekening van een zorgverzekeraar, als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet; voor zover de onderneming, instelling of zorgverzekeraar voor dit doel een convenant heeft afgesloten met de Dienst Toeslagen.
Als gevallen als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet worden voorts aangewezen uitbetalingen door de Dienst Toeslagen op de bankrekening:
- a. van een lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer;
- b. van een gemeente op grond van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet of overeenkomsten met dezelfde strekking;
- c. van een derde die: voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Budgetbeheer of overeenkomsten met dezelfde strekking;
- 1°. een subsidiebeschikking heeft ontvangen van een gemeente dan wel een overeenkomst heeft met een Wlz-uitvoerder voor het leveren van zorg in natura ingevolge de Wet langdurige zorg; en
- 2°. voldoet aan de norm NEN-ISO 9001;
- d. van een curator in een faillissement;
- e. van een bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;
- f. van een derde, die meerderjarig en handelingsbekwaam is, indien een belanghebbende niet beschikt over een bankrekening die op zijn naam staat, naar het oordeel van de Dienst Toeslagen niet in staat is een bankrekening op zijn naam te openen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en de belanghebbende hierom verzoekt.
Bij gevallen als bedoeld artikel 7a, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 is artikel 25, eerste lid, tweede volzin, van de wet niet van toepassing.
Indien op grond van artikel 25, derde lid, van de wet de uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belanghebbende of diens partner, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot de uitbetaling tussen de Dienst Toeslagen en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belanghebbende.
Bij toepassing van het tweede lid, onderdelen a tot en met c, wijst het aldaar bedoelde lid, de aldaar bedoelde gemeente of de aldaar bedoelde derde aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belanghebbende en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het tweede lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde overeenkomst.
Artikel 7. Uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen
De Dienst Toeslagen stelt de belanghebbende in de gelegenheid een terugvordering te betalen in maandelijkse termijnen van € 20 mits hij voldoet aan door de Dienst Toeslagen nader te stellen voorwaarden.
Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende stelt de Dienst Toeslagen de belanghebbende in de gelegenheid een bestuurlijke boete te betalen in maandelijkse termijnen van € 20 mits hij voldoet aan door de Dienst Toeslagen nader te stellen voorwaarden.
Een betaling van de terugvordering of bestuurlijke boete in maandelijkse termijnen eindigt uiterlijk op de dag waarop sedert de vervaldag van de voor de terugvordering of bestuurlijke boete geldende betalingstermijn 24 maanden zijn verstreken. Indien de omvang van de terugvordering of bestuurlijke boete betaling in 24 maandelijkse termijnen van € 20 niet toelaat, kan de Dienst Toeslagen, in afwijking van het eerste en tweede lid, een betaling in maandelijkse termijnen van meer dan € 20 verlangen.
Indien de belanghebbende bij de betaling van de terugvordering of bestuurlijke boete in maandelijkse termijnen, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, niet voldoet aan de nader gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, stelt de Dienst Toeslagen de belanghebbende op diens verzoek in de gelegenheid de terugvordering of bestuurlijke boete alsnog te betalen in maandelijkse termijnen. In dat geval eindigt deze betaling in maandelijkse termijnen uiterlijk na 24 maanden gerekend vanaf de dag van de dagtekening van de beschikking waarin de Dienst Toeslagen de betaling in termijnen toestaat. De kosten van invordering die reeds zijn ontstaan voordat het verzoek om de betaling in maandelijkse termijnen wordt gehonoreerd worden onderdeel van de betreffende betalingsregeling.
Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende die aangeeft niet in staat te zijn een of meer terugvorderingen of bestuurlijke boetes overeenkomstig de voorgaande leden te betalen kan de Dienst Toeslagen, in afwijking in zoverre van de voorgaande leden, een betaling in termijnen toestaan gebaseerd op de betalingscapaciteit. De berekening van de betalingscapaciteit vindt plaats op de voet van artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, met dien verstande dat de Dienst Toeslagen het netto-besteedbare inkomen van de belanghebbende vermeerdert met het netto-besteedbare inkomen van de persoon die ten tijde van de indiening van het verzoek als partner in de zin van artikel 3 van de wet kan worden beschouwd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.