Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 januari 2006, nr. TRCJZ/2006/98, houdende regels met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal (Regeling verhandeling teeltmateriaal)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-12-05
State In force
Source BWB
artikelen 205
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Teeltmateriaal van de soorten en kunstmatige hybriden die vegetatief worden vermeerderd, genoemd in bijlage I van richtlijn (EG) 99/105, wordt niet in de handel gebracht tenzij het:

  • a. tot de categorie ‘geselecteerd’ behoort, voldoet aan de vereisten, genoemd in bijlage III van richtlijn (EG) 99/105 en massaal uit zaad is geteeld;
  • b. tot de categorie ‘gekeurd’ behoort en voldoet aan de vereisten, genoemd in bijlage IV van richtlijn (EG) 99/105;
  • c. tot de categorie ‘getest’ behoort en voldoet aan de vereisten, genoemd in bijlage V van richtlijn (EG) 99/105.
4.

Teeltmateriaal van de soorten en kunstmatige hybriden dat geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaat, genoemd in bijlage I van richtlijn (EG) 99/105, wordt slechts in de handel gebracht als het tot de categorie ‘getest’ behoort en voldoet aan de vereisten, genoemd in bijlage V van richtlijn (EG) 99/105.

Artikel 100

Teeltmateriaal verkregen uit de diverse typen uitgangsmateriaal, wordt in de categorieën, genoemd in bijlage VI van richtlijn (EG) 99/105, in de handel gebracht.

Artikel 101

Bosbouwkundig teeltmateriaal van de soorten en kunstmatige hybriden, genoemd in bijlage I van richtlijn (EG) 99/105, wordt niet in de handel gebracht tenzij het aan de relevante vereisten, genoemd in bijlage VII van richtlijn (EG) 99/105, voldoet.

Artikel 102

1.

Teeltmateriaal van bosbouwgewassen wordt slechts in de handel gebracht in partijen die voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 13 van richtlijn (EG) 99/105 en die vergezeld gaan van een etiket of een ander document van de leverancier.

2.

Het in het eerste lid bedoelde etiket of document voldoet aan de vereisten, genoemd in artikel 14, eerste lid, van richtlijn (EG) 99/105.

3.

In het geval van zaden van bosbouwgewassen voldoet het etiket of document, bedoeld in het eerste lid, aan de vereisten, genoemd in artikel 14, eerste en tweede lid, van richtlijn (EG) 99/105.

4.

In het geval van Populus spp. worden plantdelen slechts in de handel gebracht indien op het etiket of in het document van de leverancier het EG-classificatienummer, genoemd in bijlage VII, deel C, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn (EG) 99/105 wordt vermeld.

5.

Indien voor enige categorie bosbouwkundig teeltmateriaal een gekleurd etiket of document wordt gebruikt, is de kleur:

  • a. Bij teeltmateriaal ‘van bekende origine’ geel;
  • b. Bij ‘geselecteerd’ teeltmateriaal groen;
  • c. Bij ‘gekeurd’ teeltmateriaal roze;
  • d. Bij ‘getest’ teeltmateriaal blauw.
6.

In het geval van bosbouwkundig teeltmateriaal dat is afgeleid van uitgangsmateriaal dat uit genetisch gemodificeerde organismen bestaat, wordt dit op alle officiële en andere etiketten en documenten voor de partij duidelijk vermeld.

Artikel 103

Zaadeenheden worden uitsluitend in gesloten verpakkingen in de handel gebracht. Het sluitingsmechanisme wordt bij het openen van de verpakking onbruikbaar.

Artikel 104

Vervallen

Artikel 105

1.

Naktuinbouw geeft na de oogst voor van toegelaten uitgangsmateriaal afgeleid teeltmateriaal een basiscertificaat af dat de specifieke registervermelding en de relevante gegevens, genoemd in bijlage VIII van richtlijn (EG) 99/105, bevat.

2.

In geval van verdere vegetatieve vermeerdering overeenkomstig artikel 13, tweede lid van richtlijn (EG) 99/105 wordt een nieuw basiscertificaat afgegeven.

3.

In geval van menging van teeltmateriaal blijven de registervermeldingen van de componenten van het mengsel identificeerbaar. Voor het mengsel wordt een nieuw basiscertificaat of een ander document ter identificatie van het mengsel afgegeven.

Artikel 106

De leverancier die zaadeenheden die niet voor bosbouwdoeleinden bestemd zijn in de handel brengt, maakt hiervan melding aan Naktuinbouw.

Hoofdstuk 7. Tarieven

§ 1. Oplegging en inning

Artikel 107

1.

De verplichting tot betaling van een geldsom wordt in een factuur vastgesteld.

2.

De factuur vermeldt in ieder geval:

  • a. de te betalen geldsom;
  • c. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden.

Artikel 108

De kosten van betaling komen ten laste van de leverancier.

Artikel 109

1.

Betaling ter voldoening van een bepaalde geldschuld strekt in de eerste plaats tot mindering van de kosten, vervolgens tot mindering van de verschenen rente en ten slotte tot mindering van de hoofdsom en de lopende rente.

2.

Indien een leverancier verschillende geldschulden heeft bij de keuringsinstelling, kan de leverancier bij de betaling de geldschuld aanwijzen waaraan de betaling moet worden toegekend.

Artikel 110

1.

De keuringsinstelling kan de leverancier uitstel van betaling verlenen.

2.

Gedurende het uitstel kan de keuringsinstelling niet aanmanen of invorderen.

3.

De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het uitstel geldt.

4.

De keuringsinstelling kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften verbinden.

Artikel 111

De keuringsinstelling kan de beschikking tot uitstel van betaling intrekken of wijzigen

  • a. indien de voorschriften niet worden nageleefd;
  • b. indien de leverancier onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid, of
  • c. voor zover veranderde omstandigheden zich verzetten tegen voortduring van het uitstel.

Artikel 112

De leverancier is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald.

Artikel 113

1.

De keuringsinstelling maant de leverancier die in verzuim is schriftelijk aan tot betaling binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden.

2.

De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de leverancier uit te voeren invorderingsmaatregelen.

Artikel 114

1.

De keuringsinstelling kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening brengen. De vergoeding bedraagt € 6 indien de schuld minder dan € 454 bedraagt en € 14 indien de schuld € 454 of meer bedraagt.

2.

De aanmaning vermeldt de vergoeding die in rekening wordt gebracht.

Artikel 115

1.

Het dwangbevel, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van de wet vermeldt in ieder geval:

  • a. aan het hoofd het woord ‘dwangbevel’;
  • b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom;
  • c. de beschikking of het wettelijk voorschrift waaruit de geldschuld voortvloeit;
  • d. de kosten van het dwangbevel, en
  • e. dat het op kosten van de leverancier ten uitvoer kan worden gelegd.
2.

Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing:

  • a. het bedrag van de aanmaningsvergoeding, en
  • b. de ingangsdatum van de wettelijke rente.

§ 7. Het in de handel brengen van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen.

Artikel 116

De tarieven kunnen periodiek worden aangepast aan de ontwikkelingen van de lonen en prijzen.

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Artikel 117

De bepalingen van deze regeling zijn niet van toepassing op teeltmateriaal waarbij door de leverancier aan de desbetreffende keuringsinstelling is aangetoond dat het teeltmateriaal is bestemd voor de uitvoer naar derde landen.

Artikel 118

Een wijziging van de richtlijnen, genoemd in artikel 1, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 119

1.

Leveranciers die op grond van het Aansluitingsbesluit N.A.K. zijn aangesloten bij NAK, worden ingeschreven in het register bedoeld in artikel 7. Leveranciers die naar het oordeel van NAK tevens voldoen aan de vereisten, genoemd in de artikelen 9 tot en met 12 inzake erkenning, zijn met de ingang van het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7.

2.

Leveranciers die op grond van het Aansluitingsbesluit Naktuinbouw zijn aangesloten bij Naktuinbouw en die naar het oordeel van Naktuinbouw voldoen aan de vereisten, genoemd in de artikelen 2 en 3, zijn met de ingang van het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7. Leveranciers die naar het oordeel van Naktuinbouw tevens voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 13 inzake erkenning, zijn met de ingang van het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7.

Artikel 120

De volgende regelingen worden ingetrokken:

  • a. Regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 18 mei 1967, houdende vrijstelling van het Aansluitingsbesluit N.A.K

Artikel 121

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verhandeling teeltmateriaal.

Artikel 122

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 20a

Indien op grond van de door een leverancier van teeltmateriaal gevolgde werkwijze en de resultaten daarvan gebleken is, dat de voortbrenging, bewaring of bewerking van teeltmateriaal niet op voldoende vakkundige wijze geschiedt, kan NAK bij de leverancier de keuring van teeltmateriaal telkens voor ten hoogste drie jaren opschorten.

§ 2. Tuinbouwgewassen en bosbouwgewassen

Artikel 25a

Artikel 20a is van toepassing, met dien verstande dat NAK wordt gelezen als Naktuinbouw.

Hoofdstuk 4. het in de handel brengen van teeltmateriaal van Landbouwgewassen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Groenvoedergewassen

§ 3. Zaaigranen

§ 4. Bieten

§ 5. Oliehoudende planten en vezelgewassen

§ 6. Pootaardappelen

Hoofdstuk 5. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van tuinbouwgewassen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Groentezaden

§ 2. Groentezaden

§ 4. Fruitgewassen

§ 4. Fruitgewassen

Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bosbouwgewassen

Hoofdstuk 7. Tarieven

§ 6. Het in de handel brengen van zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen

§ 2. Aanpassing tarieven

Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bosbouwgewassen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 7. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen

Artikel 69a

1.

Teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen wordt slechts in de handel gebracht indien het voldoet aan de vereisten van de artikelen 10 en 13 van richtlijn (EG) 2008/62.

2.

De minister kan overeenkomstig artikel 13, tweede lid, van richtlijn (EG) 2008/62 gebieden buiten het gebied van oorsprong goedkeuren waarin teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen kan worden verhandeld.

Artikel 69b

Teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen wordt uitsluitend geproduceerd in het gebied van oorsprong, bedoeld in artikel 12a, vijfde lid, van de Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen.

Artikel 69c

1.

De leverancier van teeltmateriaal van een instandhoudingsras van een landbouwgewas gaat overeenkomstig artikel 12 van richtlijn (EG) 2008/62 na of het teeltmateriaal van instandhoudingsrassen voldoet aan de certificeringsvoorschriften van artikel 10, derde lid, van richtlijn (EG) 2008/62.

2.

Met betrekking tot teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van pootaardappelen is artikel 10 van richtlijn (EG) 2002/56 niet van toepassing.

Artikel 69d

NAK kan jaarlijks de maximale hoeveelheid in de handel te brengen teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen vaststellen overeenkomstig artikel 14 van richtlijn (EG) 2008/62.

Artikel 69e

1.

Jaarlijks melden leveranciers die teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen produceren voorafgaand aan het teeltseizoen de grootte en ligging van het gebied waarin zaad van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen wordt geteeld.

2.

Op basis van de verkregen gegevens kan NAK met toepassing van artikel 15, tweede lid, van richtlijn (EG) 2008/62 de hoeveelheid in het desbetreffende teeltseizoen in de handel te brengen teeltmateriaal, per leverancier maximeren.

Artikel 69f

Leveranciers melden bij NAK jaarlijks voor aanvang van het teeltseizoen de hoeveelheid in de handel gebracht zaaizaad van elk instandhoudingsras van een landbouwgewas.

Artikel 69g

Verpakkingen van teeltmateriaal van instandhoudingsrassen van landbouwgewassen voldoen aan de vereisten genoemd in de artikelen 17 en 18 van richtlijn (EG) 2008/62.

Hoofdstuk 5. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van tuinbouwgewassen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Groenteplanten

§ 5. Siergewassen

Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bosbouwgewassen

Hoofdstuk 7. Tarieven

§ 2. Aanpassing tarieven

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 24a

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen neemt Naktuinbouw de artikelen 19 en 20 van richtlijn (EG) 2009/145 in acht.

Artikel 24b

Bij het onderzoek, de keuring en de controle van zaad van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen neemt Naktuinbouw de artikelen 31 en 32 van richtlijn (EG) 2009/145 in acht.

Hoofdstuk 4. het in de handel brengen van teeltmateriaal van Landbouwgewassen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Groenvoedergewassen

§ 3. Zaaigranen

§ 4. Bieten

§ 5. Oliehoudende planten en vezelgewassen

§ 6. Pootaardappelen

Hoofdstuk 5. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van tuinbouwgewassen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Groenteplanten

§ 4. Fruitgewassen

Artikel 91a

1.

Teeltmateriaal van fruitgewassen als bedoeld in artikel 21 van richtlijn (EG) 2008/90 kan tot en met 31 december 2018 in Nederland in de handel worden gebracht.

2.

Het teeltmateriaal, bedoeld in het eerste lid, wordt geïdentificeerd door middel van een verwijzing naar artikel 21 van richtlijn (EG) 2008/90 op het etiket of document.

§ 5. Siergewassen

§ 6. Het in de handel brengen van zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen

Artikel 96a

1.

Zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen wordt slechts in de handel gebracht indien het voldoet aan de eisen van artikel 14 van richtlijn (EG) 2009/145, en:

  • a. door Naktuinbouw is goedgekeurd als gecertificeerd zaad van een instandhoudingsras overeenkomstig artikel 10 van richtlijn (EG) 2009/145, of
  • b. voldoet aan de vereisten van artikel 11 van richtlijn (EG) 2009/145 voor standaardzaad.
2.

De minister kan overeenkomstig artikel 14, tweede lid, van richtlijn (EG) 2009/145 gebieden buiten het gebied van oorsprong goedkeuren waarin zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen kan worden verhandeld.

Artikel 96b

Zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen wordt uitsluitend geproduceerd in het gebied van oorsprong, bedoeld in artikel 12a, vijfde lid, van de Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen.

Artikel 96c

De leverancier van zaad van een instandhoudingsras van een groentegewas gaat overeenkomstig artikel 12 van richtlijn (EG) 2009/145 na of het teeltmateriaal van instandhoudingsrassen voldoet aan de voorschriften van artikel 10, onderscheidenlijk 11, van richtlijn (EG) 2009/145.

Artikel 96d

Naktuinbouw kan jaarlijks de maximale hoeveelheid in de handel te brengen zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen vaststellen overeenkomstig artikel 15 van richtlijn (EG) 2009/145.

Artikel 96e

1.

Jaarlijks melden leveranciers die zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen produceren voorafgaand aan het teeltseizoen de grootte en ligging van het gebied waarin zaad van die instandhoudingsrassen wordt geteeld.

2.

Op basis van de verkregen gegevens kan Naktuinbouw met toepassing van artikel 16, tweede lid, van richtlijn (EG) 2009/145 de hoeveelheid in het desbetreffende teeltseizoen in de handel te brengen zaad, per leverancier maximeren.

Artikel 96f

Leveranciers melden bij Naktuinbouw jaarlijks voor aanvang van het teeltseizoen de hoeveelheid in de handel gebracht zaad van elk instandhoudingsras van een groentegewas.

Artikel 96g

Verpakkingen van zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen voldoen aan de eisen genoemd in de artikelen 17 en 18 van richtlijn (EG) 2009/145.

§ 7. Het in de handel brengen van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen.

Artikel 96h

1.

Teeltmateriaal van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen wordt slechts in de handel gebracht indien het voldoet aan de eisen van artikel 26 van richtlijn (EG) 2009/145.

2.

De leverancier van teeltmateriaal van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen gaat overeenkomstig artikel 27 van richtlijn (EG) 2009/145 na of het teeltmateriaal van die rassen voldoet aan de voorschriften van artikel 26 van richtlijn (EG) 2009/145.

Artikel 96i

Teeltmateriaal van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen wordt slechts in de handel gebracht in verpakkingen die het in bijlage II bij richtlijn (EG) 2009/145 bepaalde maximale nettogewicht niet overschrijden.

Artikel 96j

Leveranciers melden bij Naktuinbouw jaarlijks voor aanvang van het teeltseizoen de hoeveelheid in de handel gebracht teeltmateriaal van elk voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkeld ras van een groentegewas.

Artikel 96k

Verpakkingen van teeltmateriaal van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen voldoen aan de eisen genoemd in de artikelen 29 en 30 van richtlijn (EG) 2009/145.

Hoofdstuk 7. Tarieven

§ 1. Oplegging en inning

§ 2. Aanpassing tarieven

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 87a

1.

Onverminderd de artikelen 86 en 87wordt teeltmateriaal van fruitgewassen dat bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme in de zin van de punten 1 en 2 van artikel 2 van richtlijn (EG) 2001/18 alleen in de handel gebracht indien het genetisch gemodificeerde organisme uit hoofde van die richtlijn is toegelaten.

2.

Teeltmateriaal van fruitgewassen waarvan afgeleide producten bestemd zijn om te worden gebruikt als levensmiddel of in levensmiddelen in de zin van artikel 3, of als diervoeder of in diervoeders in de zin van artikel 15 van verordening (EG) 1829/2003, wordt alleen in de handel gebracht indien de levensmiddelen of diervoeders uit hoofde van die verordening zijn toegelaten.

§ 5. Siergewassen

Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bosbouwgewassen

Hoofdstuk 7. Tarieven

§ 1. Oplegging en inning

§ 2. Aanpassing tarieven

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 91b

Teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die als CAC-materiaal zijn gekwalificeerd en in de handel worden gebracht, worden geïdentificeerd door middel van een verwijzing naar artikel 3 van richtlijn 2019/1813 in het document van de leverancier in geval dat document als etiket wordt gebruikt.

§ 5. Siergewassen

§ 6. Het in de handel brengen van zaad van instandhoudingsrassen van groentegewassen

§ 7. Het in de handel brengen van voor teelt onder bijzondere omstandigheden ontwikkelde rassen van groentegewassen.

Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bosbouwgewassen

Hoofdstuk 7. Tarieven

§ 1. Oplegging en inning

§ 2. Aanpassing tarieven

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)