Wet van 2 februari 2006, houdende regels omtrent meeteenheden en omtrent het in de handel brengen en het gebruik van meetinstrumenten (Metrologiewet)

Type Wet
Publication 2023-04-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels met betrekking tot meeteenheden en het in de handel brengen en het gebruik van meetinstrumenten op een aan de eisen van deze tijd aangepaste en overzichtelijke wijze vast te stellen, daarbij onder meer rekening houdend met de implementatie van EG-regelgeving op het terrein van de metrologie en in het bijzonder van richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Meeteenheden en standaarden

Hoofdstuk 3. Meetinstrumenten

Artikel 5
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen uit hoofde van openbaar belang, volksgezondheid, openbare veiligheid, openbare orde, milieubescherming en consumentenbescherming of ten behoeve van eerlijke handel, van heffing van belastingen of van andere heffingen, regels worden gesteld omtrent meetinstrumenten met een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing, onder meer betreffende:

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de conformiteitsbeoordelingen van meetinstrumenten, alsmede met betrekking tot het aanbrengen van de merktekens, de aanwijzing van degenen die daartoe bevoegd zijn, en de verplichtingen van marktdeelnemers ten aanzien van de uitvoering van de in het eerste lid juncto het derde lid bedoelde regels.

3.

In de in het eerste en tweede lid bedoelde regels kan onderscheid worden gemaakt tussen het in de handel brengen, in gebruik nemen, op de markt aanbieden en het gebruik van meetinstrumenten.

Artikel 6
1.

Een geregeld meetinstrument ondergaat een voor dat meetinstrument op grond van artikel 5 voorgeschreven conformiteitsbeoordeling voordat het in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen.

2.

Met meetinstrumenten die een in het eerste lid bedoelde conformiteitsbeoordeling hebben ondergaan, worden gelijkgesteld meetinstrumenten die in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht en die door een gelijkwaardige, door die staat erkende instantie op hun overeenstemming met de gestelde eisen zijn beoordeeld, mits bij die beoordeling aan gelijkwaardige eisen is voldaan.

Artikel 7

Een in gebruik genomen geregeld meetinstrument ondergaat een op grond van artikel 5 voor dat meetinstrument voorgeschreven conformiteitsbeoordeling:

Artikel 8

Een meetinstrument dat bij de conformiteitsbeoordeling voldoet aan de aan dat meetinstrument gestelde eisen, wordt overeenkomstig de krachtens artikel 5 gestelde regels voorzien van de voor dat meetinstrument vastgestelde merktekens.

Artikel 9

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het in de handel brengen, op de markt aanbieden of in gebruik nemen van andere meetinstrumenten dan geregelde meetinstrumenten, in verband met de uitvoering van een EU-besluit, regels als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en tweede lid, worden vastgesteld.

Hoofdstuk 4. Toetsende instanties bij overeenstemmingsbeoordelingen

Paragraaf 1. Aangewezen instanties en erkenningen

Artikel 10

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de eisen vastgesteld waaraan instanties moeten voldoen die een toetsende taak in het kader van een conformiteitsbeoordeling uitvoeren.

Artikel 11
1.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aangewezen instantie volgens bij die regeling vastgestelde regels een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een erkenning kan verlenen om bepaalde werkzaamheden uit te voeren in het kader van een conformiteitsbeoordeling van in gebruik genomen meetinstrumenten.

2.

In de in het eerste lid bedoelde regels wordt bepaald op welke wijze bekendheid wordt gegeven aan een verleende of ingetrokken erkenning.

Artikel 12
1.

Onze Minister wijst de instanties aan die bevoegd zijn tot het uitvoeren van een toetsende taak in het kader van een conformiteitsbeoordeling van een meetinstrument. Hij kan daarbij bepalen dat de instantie een bevoegdheid heeft een erkenning als bedoeld in artikel 11, eerste lid, te verlenen.

2.

Voor aanwijzing komt in aanmerking een instantie die een daartoe strekkende aanvraag doet en die voldoet aan de krachtens artikel 10 gestelde eisen.

3.

Aan een aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.

4.

Indien door de Europese Commissie een kenmerk of identificatienummer voor de aangewezen instantie is vastgesteld, wordt dit opgenomen in de aanwijzing. Voorts kan in de aanwijzing een vastgesteld nationaal kenmerk of identificatienummer voor de aangewezen instantie worden opgenomen.

5.

Onze Minister trekt een aanwijzing al dan niet tijdelijk in indien:

6.

Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de overdracht van dossiers van een aangewezen instantie wier aanwijzing wordt ingetrokken.

Artikel 13
1.

Onze Minister doet van de aanwijzing van een instantie mededeling in de Staatscourant onder vermelding van de procedures van conformiteitsbeoordeling, het meetinstrument waarvoor de bevoegdheid is verleend en in voorkomend geval van de bevoegdheid een erkenning als bedoeld in artikel 11, eerste lid, te verlenen.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de intrekking van een aanwijzing.

Artikel 14

Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de taakuitoefening en de werkwijze van aangewezen instanties en van personen aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 11 is verleend.

Artikel 15

Onze Minister kan ook na de aanwijzing van een instantie voorschriften verbinden aan de aanwijzing of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, indien dat als gevolg van een EU-besluit of de technische ontwikkeling noodzakelijk is.

Artikel 16
1.

Een aangewezen instantie verstrekt Onze Minister alle informatie die hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Onze Minister kan inzage vorderen van de zakelijke gegevens en bescheiden voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

2.

Een aangewezen instantie is verplicht Onze Minister of een door hem daartoe aangezochte deskundige of instelling gelegenheid te geven, na te gaan of de aangewezen instantie voldoet aan de gestelde eisen en voorschriften.

Artikel 17

Met een aangewezen instantie als bedoeld in artikel 12 wordt gelijkgesteld een door een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte bij de Europese Commissie aangemelde instantie die bevoegd is tot het uitvoeren van toetsende werkzaamheden in het kader van dezelfde procedures van conformiteitsbeoordeling van het desbetreffende meetinstrument.

Paragraaf 2. Aanwijzing ingevolge wederzijdse erkenningsovereenkomst

Artikel 18
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het aanwijzen van instanties in verband met de uitvoering van een overeenkomst tussen de Europese Unie en een derde land betreffende de wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordelingen van meetinstrumenten.

2.

De in het eerste lid bedoelde regels kunnen onder meer betreffen:

Paragraaf 3. Tarieven en jaarverslag

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20
1.

Onze Minister kan tarieven vaststellen die de aangewezen instanties ten hoogste mogen berekenen voor de door hen verrichte werkzaamheden in het kader van de conformiteitsbeoordeling van een meetinstrument. Daarbij kunnen voor verschillende werkzaamheden verschillende tarieven worden vastgesteld.

2.

Onze Minister kan tarieven vaststellen die de aangewezen instanties ten hoogste mogen berekenen voor hun werkzaamheden in verband met het verlenen van een erkenning als bedoeld in artikel 11.

Artikel 21
1.

Een aangewezen instantie zendt jaarlijks voor 1 juni een verslag van de werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar aan Onze Minister.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan het verslag.

Hoofdstuk 5. Verboden

Paragraaf 1. Verboden

Artikel 22
1.

Het is een ieder verboden:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen gevallen of omstandigheden worden bepaald waarin het in het eerste lid bedoelde verbod niet geldt.

Artikel 23

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.