Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Bekostiging en verzekering gezondheidszorg vanaf 1941 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Type Archiefselectielijst
Publication 2006-11-30
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 1 juni 2006, nr. arc-2006.02898/3);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg over de periode vanaf 1941’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument

Lijst van afkortingen

ADW: Algemene Databank Wet- en regelgeving

AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur

AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

BSD: Basis Selectiedocument

b.w.: buiten werking

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

ILPZ: (Wet) interne lastenverevening particuliere ziektekostenverzekeringsbedrijf

i.w.: in werking

KB: Koninklijk Besluit

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

MOOZ: (Wet) medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden

NA: Nationaal Archief

OCW: (Ministerie van ) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RAD: Rijksarchiefdienst

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stb.: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Stcrt.: Nederlandse Staatscourant

TK: Tweede Kamer (Kamerstukaanduiding)

VB: Verordeningenblad voor het Nederlandsche bezette gebied

VWS: (Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WFV: Wet financiering volksverzekeringen

WTZ: Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen

WVC: (Ministerie van) Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

ZFW: Ziekenfondswet

Verantwoording

Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder ‘archiefbescheiden’ worden niet slechts papieren documenten te verstaan, maar alle bescheiden – ongeacht de drager – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband schrijft de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als de overbrengingsplicht (art. 12) voor. Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de Ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Nationaal Archief (NA) in Den Haag. Het NA is een onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OCW en staat onder leiding van de Algemene Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers op grond van artikel 5 van de Archiefwet 1995 verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven, waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast, maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal in een vroegtijdig stadium te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens art. 2 lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995 bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn:

Wat betreft de geldigheidsduur van de selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst. Elke selectielijst wordt na advies van de Raad voor Cultuur, vastgesteld door de Minister van OCW en de Minister wie het mede aangaat. De vastgestelde lijsten worden in de Staatscourant gepubliceerd.

Doel en werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

De definitie van het beleidsterrein

Het beleidsterrein bekostiging en verzekering, als onderdeel van het stelsel van structuur en financiering van de gezondheidszorg, is in het rapport ‘Verzekerd van zorg’ als volgt omschreven:

‘De rijksoverheid tracht, vanuit haar verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, via het instrument van de wet- en regelgeving, een stelsel van ziektekostenverzekering vorm te geven en te bekostigen waardoor een groot aantal voorzieningen in de gezondheidszorg bereikbaar is voor grote groepen in de samenleving’.

De afbakening van het beleidsterrein

Het beleidsterrein ‘bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg’ behoort tot het hoofdbeleidsterrein structuur en financiering. Dit terrein bestaat uit drie clusters. Het zijn:

Zij zijn onderling verbonden middels de formule voorzieningen × prijs = kosten. In deze formule staat ‘voorzieningen’ voor het beleidsterrein ‘planning en bouw’, ‘prijs’ staat voor ‘tarieven en prijzen’ en ‘kosten’ voor ‘bekostiging en verzekering’.

Het RIO nr. 7, ‘Verzekerd van zorg’, waarop deze selectielijst is gebaseerd, behandelt de ‘bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg’ in Nederland vanaf 1940 tot 1990; de selectielijst doet dit vanaf 1945 tot 1995. Er is dus aanvullend onderzoek gedaan voor de periode 1990–1995. Daaruit is een aanvulling op de contextbeschrijving van het RIO voor die periode uit voortgekomen. Van de handelingen die gebaseerd zijn op het Ziekenfondsenbesluit van 1941, is het begin van de periodisering teruggebracht naar 1941.

Uitgangspunt voor de afbakening is geweest de definitie van het beleidsterrein (zie boven). Dit betekent dat handelingen op basis van onder andere de Ziekenfondswet en de AWBZ zijn opgenomen. Tevens zijn opgenomen de handelingen op basis van onder andere de Wet MOOZ en de Wet ILPZ, waarvoor de Minister van Financiën de eerst verantwoordelijke is.

Daarnaast zijn de handelingen van een aantal andere relevante organen en commissies opgenomen.

De handelingen van de Ziekenfondsraad zijn niet opgenomen in de selectielijst. De Ziekenfondsraad heeft reeds eerder een selectielijst voor zijn handelingen laten vaststellen.

Ook de handelingen van ‘particuliere’ actoren, zoals de ziekenfondsen, de particuliere ziektekostenverzekeraars en de verschillende belangenverenigingen, zijn niet opgenomen in deze selectielijst.

Er een raakvlak met een beleidsterrein op sociaal vlak, namelijk Sociale Verzekeringen. In het voorliggende BSD spelen o.a. de Raden van Arbeid een rol. De handelingen van deze raden zijn echter al uitgebreid behandeld in de selectielijst voor Sociale Verzekeringen, die is vastgesteld in Stcrt. 2002, 85–87. Dat BSD is gebaseerd op het RIO nr. 66.

Doelstellingen en taken van de overheid op het taakgebied volksgezondheid en het beleidsterrein bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg

Het beleidsterrein ‘bekostiging en verzekering’ heeft betrekking op de totstandkoming van verzekeringen tegen ziektekosten, met als bijzonderheid de ziekenfondsverzekering, als onderdeel van een reeks sociale verzekeringswetten. Die sociale verzekeringswetten komen vanaf 1901 tot stand, als gevolg van de oplossing van de ‘sociale kwestie’. Zij vormen één van de belangrijkste bouwstenen voor de totstandbrenging van de sociale verzorgingsstaat na 1945.

Vanaf de 19de eeuw komen ziekenfondsen tot ontwikkeling, door maatschappelijke ontwikkelingen, de groei van de medische mogelijkheden en de toeneming van de kosten van medische verzorging. Naast het gezamenlijk dragen van de kosten van medische hulp behoorde ook de bevordering van de kwaliteit van de medische verzorging voor de leden tot de doelstellingen van de ziekenfondsen. Het initiatief tot de organisatie van ziekenfondsen kwam uit verschillende sociale groepen, zodat er een groot aantal ziekenfondsen zijn ontstaan van zeer uiteenlopende aard en omvang: commerciële fondsen door notabelen en artsen, ondernemersfondsen door bedrijven, onderlinge fondsen door organisaties van werknemers, doktersfondsen/maatschappijfondsen door artsen.

De totstandkoming van een wettelijke regeling voor de ziekenfondsverzekering kan slechts begrepen worden in nauwe relatie met de totstandkoming van andere sociale verzekeringswetten, met name de Ongevallenwet 1901 en de Ziektewet 1913/1929. Voor de diverse pogingen om voor de Tweede Wereldoorlog te komen tot een wettelijke regeling voor de ziekenfondsverzekering wordt hier verwezen naar de juridische literatuur bij de Ziekenfondswet 1964.

Onder druk van de Duitse bezetting is op 1 augustus 1941 het Ziekenfondsenbesluit tot stand gekomen, vastgesteld door de wnd. secretaris-generaal van het departement van Sociale Zaken. Dit Ziekenfondsenbesluit en de daarbij behorende Uitvoeringsbesluiten zijn pas ingetrokken met de inwerkingtreding van de Ziekenfondswet op 1 januari 1966.

Het Ziekenfondsenbesluit regelde twee onderwerpen.

De kern is een verplichte ziekenfondsverzekering voor werknemers (al verzekerd volgens de Ziektewet) en hun gezinsleden (medeverzekerden). Daarnaast kwam toezicht tot stand op de ziekenfondsen, aanvankelijk door een Commissaris, na 1949 door de Ziekenfondsraad.

Na de Tweede Wereldoorlog is twintig jaar gewerkt aan een nieuwe wet, die uiteindelijk in 1964 in het Staatsblad is verschenen. Deze Ziekenfondswet bouwt voort op het Ziekenfondsbesluit.

Tenslotte is in 1967 een volksverzekering tot stand gekomen inzake de verzekering tegen zware geneeskundige risico’s: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Eind jaren ’60 bestaat dan de volgende situatie:

In 1974 brengt staatssecretaris Hendriks de Structuurnota Gezondheidszorg uit. Hierin wordt onder meer een andere besluitvormingsstructuur voor de gezondheidszorg voorgesteld, met een meer centrale rol voor de overheid (rijk, provincie en gemeente). Een drietal wetten zou voor deze positie moeten zorgen, te weten:

De volksverzekering is – om redenen van financiële haalbaarheid – niet gerealiseerd.

Het kabinet Lubbers-I komt in 1986 met de zgn. ‘kleine stelselwijziging’. Middels de Wet toegang ziektekostenverzekering (WTZ; Stb.1986, 123) worden in 1986 de vrijwillige ziekenfondsverzekering en de bejaardenverzekering (geïntroduceerd in 1956), die beide kampen met financiële problemen, opgeheven. De bejaarden gaan over naar de verplichte ziekenfondsverzekering; de vrijwillig verzekerden gaan over naar de particuliere verzekeraars.

In samenhang met de WTZ worden in 1986 nog twee wetten ingevoerd, namelijk de Wet interne lastenverevening particuliere ziektekostenverzekeringsbedrijf (Wet ILPZ; Stb.1986, 115) en de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden (Wet MOOZ; Stb.1986, 117).

Tijdens de formatie van het kabinet Lubbers-II wordt besloten de stelselwijziging verder aan te pakken. In het regeerakkoord wordt afgesproken een commissie van onafhankelijke deskundigen om advies te vragen. Kort na het aantreden van het kabinet wordt de Commissie Structuur en Financiering Gezondheidszorg (de Commissie Dekker) geïnstalleerd.

De Commissie Dekker bouwt voort op een advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ‘Herwaardering van welzijnsbeleid’ uit 1982. Kern van het advies van de Commissie Dekker in het rapport ‘Bereidheid tot verandering’ (1987) is een herziening van het ziektekostenverzekeringsstelsel. Uitgangspunt is een basisverzekering die voor iedereen geldt en in één keer wordt ingevoerd.

In 1988 verschijnt het definitieve kabinetsstandpunt in de nota ‘Verandering verzekerd’. Het kabinet stemt in grote lijnen in met het plan-Dekker en er wordt een stappenplan voor de invoering van de plannen gepresenteerd. In 1990 komt Lubbers-III met de nota ‘Werken aan zorgvernieuwing’ met hierin het plan-Simons. Dit plan borduurt voort op het plan-Dekker. In het plan-Simons is het basispakket omvangrijker, de procentuele inkomensafhankelijke premie hoger en zijn de vaste (nominale) bedragen lager.

De toenemende kritiek op een stelselwijziging leidt vervolgens tot de nota ‘Weloverwogen verder’ (1992). Hierin wordt de stapsgewijze invoering van de stelselwijziging verder vertraagd.

In 1993 laat de Tweede Kamer een onderzoek instellen naar de gang van zaken rond de stelselwijziging sinds het verschijnen van het rapport van de Commissie Dekker. Onder voorzitterschap van het Tweede Kamerlid Wilbert Willems (GroenLinks) voert de subcommissie ‘Onderzoek besluitvorming volksgezondheid’, bestaande uit leden van de vaste commissies voor Volksgezondheid en die voor Rijksuitgaven, de werkzaamheden uit. In 1994 biedt de subcommissie het rapport ‘Onderzoek besluitvorming volksgezondheid’ aan aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.1Bronnen:– Commissie Structuur en Financiering Gezondheidszorg, ‘Bereidheid tot verandering’ (’s-Gravenhage, 1987);– Dijk, F. van, ‘Verzekerd van zorg. Een onderzoek naar instituties en wet- en regelgeving op het terrein van de bekostiging en verzekering als onderdeel van het stelsel van structuur en financiering van de gezondheidszorg, 1940–1990’ (’s-Gravenhage, 1993) PIVOT-rapport nummer 7;– Grinten, T. van der, en J. Kasdorp, ‘25 Jaar sturing in de gezondheidszorg: van verstatelijking naar ondernemerschap’ (Den Haag, 1999);– Made, J.H. van der, en J.A.M. Maarse, ‘Het plan-Simons. Een blindganger in de gezondheidszorg’, in: Bestuurskunde (1995, jaargang 4, nr. 2), p. 80–88;– Subcommissie Onderzoek besluitvorming volksgezondheid, ‘Onderzoek besluitvorming volksgezondheid’ (’s-Gravenhage, 1994) Tweede Kamer, vergaderjaar 1993–1994, 23666;– Wetgeving gezondheidszorg, ‘Wetgeving en wetgevingsbeleid in de gezondheidszorg, een algemene inleiding’ (Houten, z.j.) losbladige uitgave.

Kortom: het streven om te komen tot een stelselwijziging heeft geleid tot beperkte, niet structurele aanpassing van bestaande wet- en regelgeving, tot het opstellen van verschillende nota’s en tot veel politieke en maatschappelijke discussie.

De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

Uit het rapport ‘Verzekerd van zorg’ kan worden opgemaakt dat op het beleidsterrein ‘bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg’ de actoren ‘de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert’ en ‘de Ziekenfondsraad’ een voorname rol spelen. In dat rapport zijn dan ook alleen van deze actoren handelingen opgenomen.

In het onderhavige BSD zijn ook de handelingen van andere actoren opgenomen, te weten:

Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Tijdens de behandeling van de ontwerp-Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer verwoordde de Minister van WVC op 13 april 1994 deze doelstelling als volgt: het mogelijk maken van een reconstructie van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid. Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het Nationaal Archief.

De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Algemeen selectiecriterium

1.

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met de RAD, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).

De vernietigingstermijnen van de neerslag van de met ‘V’ (= vernietigen) gewaardeerde handelingen zijn vastgesteld in overleg met deskundigen van dit Ministerie op dit terrein.

Verslag van de vaststellingsprocedure

Op 24 maart 2006 is het ontwerp-BSD door de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Defensie, van Economische Zaken, van Financiën, van Justitie, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Stichting Uitvoering Omslagregelingen en het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten B.V. aan de staatssecretaris van OCW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 april 2006 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 1 juni 2006 bracht de RvC advies uit (arc-2006.02898/3), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

– de waardering van de handelingen 64, 66, 71, 76, 104, 119, 138 en 144 is gewijzigd van ‘V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden; V, 10 jaar’ in ‘V, 10 jaar na ontslag’. Daarnaast wordt bij deze handelingen de volgende opmerking vermeld: ‘Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid’.

Daarop werd het BSD op 10 juli 2006 door de algemene rijksarchivaris, namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (kenmerk besluit C/S&A/06/1564), van Defensie (C/S&A/06/1566), van Economische Zaken (C/S&A/06/1567), van Financiën (C/S&A/06/1568), van Justitie (C/S&A/06/1569), van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/06/1570), van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/06/1571), van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/06/1573) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/06/1574) vastgesteld, alsmede door de algemene rijksarchivaris, namens de staatssecretaris van OCW voor de Stichting Uitvoering Omslagregelingen (C/S&A/06/1572) en het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten B.V. (C/S&A/06/1565).

Leeswijzer

Handelingnr.: Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.

Vermeld worden:

de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de Ministeriële regeling;

het betreffende artikel en lid daarvan;

de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;

wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product: Hier staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren. Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

In vergelijking met het RIO wijkt de selectielijst op een aantal punten af:

Achterin dit BSD is een concordantie opgenomen waarin de handelingen in dit BSD worden gekoppeld aan de oorspronkelijke handelingen in het RIO.

Actorenoverzicht

De Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert (1945–)

De Minister tracht, vanuit zijn/haar verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, via het instrument van de wet- en regelgeving, een stelsel van ziektekostenverzekering vorm te geven én te bekostigen, waardoor een groot aantal voorzieningen in de gezondheidszorg bereikbaar is voor grote groepen in de samenleving.

Het betreft de volgende Ministers:

De Commissie ex art. 49 ziekenfondswet – huisartsovereenkomst (1966)

Deze commissie is door de Minister en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid ingesteld bij besluit, gepubliceerd in Stcrt. 1966, 228. Ze heeft geadviseerd omtrent de inhoud van de door hen vast te stellen richtlijnen door partijen in acht te nemen bij het sluiten van een overeenkomst met betrekking tot de verstrekking ingevolge de Ziekenfondswet van huisartsenhulp na 31 december 1966. De commissie heeft haar advies uitgebracht op 19 december 1996. In haar advies maakt de commissie onderscheid tussen enerzijds de honorering op langere termijn en anderzijds die voor het jaar 1967, gezien de voor dat jaar voorhanden beperkte middelen.

De Commissie Structuur en Financiering Gezondheidszorg (= Commissie Dekker; 1986–1987)

De commissie is ingesteld in 1986 (Stcrt. 172) door de Minister en de staatssecretaris van WVC.

De taak: het adviseren van de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de mogelijkheden tot beheersing van de volume-ontwikkeling, tot verdere herziening van het stelsel van ziektekostenverzekeringen en tot deregulering. De formele taakomschrijving luidt:

Het voorzitterschap is in handen van prof. dr. W. Dekker, voorzitter van de Raad van Toezicht van de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken. Het secretariaat wordt gevoerd door medewerkers van het Ministerie van WVC.

In maart 1987 heeft de commissie haar rapport uitgebracht met de titel ‘Bereidheid tot verandering’.

De Minister onder wie Welzijn ressorteert (1945–)

Het betreft de volgende Ministers:

Voor meer informatie zie PIVOT-rapport nr. 110, ‘Schappelijk welzijn op maat’. De bijbehorende selectielijst is gepubliceerd in Stcrt. 2004, 35.

Hij/zij is betrokken bij het opstellen van wet en regelgeving op basis van de AWBZ.

De Minister van Financiën (1945–)

Hij is betrokken bij het opstellen van wet- en regelgeving, en bij activiteiten die verband houden met het instellen van uitvoeringsorganen.

De Minister van Binnenlandse Zaken (1945–)

Hij is onder meer betrokken bij het opstellen van regelgeving.

De Minister onder wie Onderwijs ressorteert (1945–)

Het betreft de volgende Ministers:

Hij/zij wijst ziekenhuizen aan waaruit de verzekerde de keuze heeft.

De Minister onder wie Sociale Zaken ressorteert (1945–)

Het betreft de volgende Ministers:

Hij draagt medeverantwoordelijkheid voor de wettelijk geregelde ziektekostenverzekeringen. In het bijzonder betreft het de meer financiële aspecten, zoals de premievaststelling, de rijksbijdragen en de geldelijke omvang van de verstrekkingen.

De Minister van Economische Zaken (1945–)

Hij adviseert de Minister van Financiën en de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

De Minister onder wie Landbouw ressorteert (1945–)

Het betreft de volgende Ministers:

Hij/zij is betrokken bij het aanwijzen van categorieën van personen die anders dan in een dienstbetrekking een bedrijf of beroep uitoefenen en daarbij niet verplicht verzekerd zijn ingevolgde de Ziekenfondswet.

De Minister van Defensie (1945–)

Deze Minister, al of niet samen met de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, nadere regelen op grond van de AWBZ en het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering in verband met voorzieningen voor gewezen militairen.

De Stichting uitvoering omslagregeling WTZ (1989–) en de Stichting uitvoering pooling voorheen vrijwillig verzekerden (1986–)

In de vijftiger en zestiger jaren hanteerden de particuliere verzekeraars onverplicht een zekere solidariteit door de premies voor jongeren en ouderen niet te veel uiteen te laten lopen Daarmee betaalden de jongeren deels voor de ouderen. Later gingen de verzekeraars onderling scherper concurreren en richtten men zich met name op jonge gezonde verzekerden die zij steeds lagere premies boden. Daarmee werd het steeds aantrekkelijker voor degenen die tot dan toe voor het vrijwillig ziekenfonds kozen om dat te verlaten.

Nadat de particuliere verzekeraars op deze wijze jarenlang systematisch jonge goede risico’s uit de vrijwillige ziekenfondsverzekering weggelokt hebben, dreigde het restbestand van ouderen en minder gezonden onbetaalbaar te worden. De onderlinge verevening tussen de verschillende vrijwillige ziekenfondsen, waar ook de bejaardenverzekeringen aan zijn gekoppeld, dreigt klem te lopen. De wetgever besluit het vrijwillig ziekenfonds én de bejaardenverzekering op te heffen en tegelijkertijd via wetgeving de solidariteit op de particuliere markt te regelen.

De WTZ voorziet in toegangsregels voor particuliere verzekeraars op de markt en legt hen tegelijk acceptatieplicht op. De ex-vrijwillig verzekerden krijgen een standaardpolis en degenen die in de toekomst niet voor een maatschappijpolis in aanmerking komen zullen zijn aangewezen op de standaardpakketpolis.

De voorheen vrijwillig verzekerden worden door de Stichting uitvoering pooling voorheen vrijwillig verzekerden bij elkaar gezocht en geadministreerd. Deze stichting is ingesteld bij Stcrt. 1986, 234.

De premie en het pakket worden van overheidswege vastgesteld en de tekorten via de particuliere Stichting uitvoering omslagregeling WTZ omgeslagen, als WTZ-heffing, over de overige particuliere verzekerden.

Deze stichting is ingesteld bij Aanwijzing uitvoeringsinstelling omslagregeling WTZ (Stcrt. 1989, 212).

In 1998 zijn de taken van beide stichtingen overgedragen aan Stichting Uitvoering Omslagregelingen (SUO) (Stb. 1998, 438), als rechtsopvolger van Stichting Uitvoering Omslagregeling WTZ en Stichting uitvoering pooling voorheen vrijwillig verzekerden. Deze organisatie is een privaatrechtelijk ZBO met rechtswettelijke taken.

De Stichting uitvoering MOOZ (1986–1998)

Ingesteld als privaatrechtelijke ZBO bij Stcrt. 1986, 80 en opgeheven bij wijziging van de Wet MOOZ (Stb. 1998, 438).

Om de oververtegenwoordiging van 65-plussers in het ziekenfonds te compenseren, ten gevolge van het opheffen de bejaardenverzekering en tegelijkertijd, omdat de meeste verzekerden uit de bejaardenverzekering nu verplicht onder het ziekenfonds werden gebracht, wordt een extra heffing, MOOZ (Medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden), aan de particulier verzekerden opgelegd. De Stichting uitvoering MOOZ draagt daarvoor zorg. Zij stelt de heffing jaarlijks vast volgens een bepaalde formule, op basis van de verhouding 65-plussers in het ziekenfonds en die in de Nederlandse bevolking, en de opbrengst wordt in de algemene kas van het ziekenfonds gestort.

Bij invoering werd verondersteld dat in de loop der tijd deze heffing vanzelf zou verdwijnen omdat de oververtegenwoordiging door demografische ontwikkelingen langzaam zou egaliseren. Mede door diverse wettelijke maatregelen waaronder de Wet van Otterloo blijkt de werkelijkheid tot nu toe anders.

In 1998 zijn de taken van de stichting overgedragen aan Stichting Uitvoering Omslagregelingen (SUO) (Stb. 1998, 438), die deze al voor de Stichting Mooz uitvoerde.

Het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten B.V. (CAK-BZ B.V.) (1968–)

Taak: de administratie, registratie en financiering van AWBZ-zorg.

Ingesteld bij Stb. 1968, 13.

In 1992 is de stichting een zelfstandige privaatrechtelijke organisatie geworden en is de naam veranderd in Centraal Administratiekantoor Bijzondere Zorgkosten. Het CAK werkt nauw samen met alle partijen binnen het AWBZ-zorgveld. Het CAK neemt een centrale positie in binnen de zorgwereld als het gaat om het beheren van financiële- en administratieve processen en het onderhouden van contacten met de afnemers van zorg.

Nederland is in het kader van de AWBZ-zorg verdeeld in 32 zorgkantoorregio’s. Voor elke regio is een zorgkantoor verantwoordelijk voor de uitvoering van de AWBZ, waarbij het CAK-BZ een centrale rol vervult in de administratie van zorggegevens.

Hierbij gaat het om de volgende drie regelingen:

De organisatie wordt aangestuurd door de Ziekenfondsraad en het Ministerie van VWS.

De Staten-Generaal/de Subcommissie Onderzoek besluitvorming volksgezondheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (= Commissie Willems; 1993–1994)

Deze subcommissie is ingesteld in 1993 uit leden van de vaste kamercommissies van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor Volksgezondheid en voor Rijksuitgaven.

Deze commissie onderzoekt de gang van zaken rond de stelselwijziging sinds het verschijnen van het rapport van de commissie Dekker. Een werkgroep, belast met de taak advies uit te brengen over de vraag of er al dan niet een parlementair onderzoek moet worden ingesteld naar de besluitvorming in de gezondheidszorg (ingesteld door de vaste commissie voor de Volksgezondheid en de vaste commissie voor de Rijksuitgaven) beveelt de volgende onderzoeksopdracht aan:

De commissie staat onder voorzitterschap van het GroenLinks Tweede Kamerlid W.J. Willems.

Op 24 maart 1994 heeft de subcommissie haar rapport ‘Onderzoek besluitvorming gezondheidszorg’ aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Staten-Generaal hebben een eigen selectielijst laten vervaardigen op basis van RIO nr. 70. De lijst is nog niet wettelijk vastgesteld.

De Sociaal-Economische Raad (SER) (1950–)

Dit is een bij wet ingestelde publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet op de bedrijfsorganisatie, Stb.1950, K 22) en heeft als belangrijkste taak het adviseren van de regering over sociale en economische vraagstukken.

De SER krijgt vanaf de inwerkingtreding van de AWBZ in 1968 de taak om ook inzake deze wet de Minister van Volksgezondheid te adviseren.

Over de SER bestaat een institutioneel onderzoek, RIO 58. De selectielijst is in 1999 vastgesteld (Stcrt. 1999, 216).

De Sociale Verzekeringsraad (SVr) (1953–)

Ingesteld bij de Organisatiewet sociale verzekering (Stb. 1952, 344).

De raad heeft toezichthoudende, adviserende en beleidsvormende taken ten aanzien van sociale verzekeringswetten.

De Sociale Verzekeringsraad (SVr) is per 1 januari 1995 omgevormd tot het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv), dat de toezichthoudende taak van de SVr voortzette.

De meeste handelingen van de SVr zijn te vinden het de selectielijsten op het beleidsterrein Sociale Verzekeringen. In de voorliggende lijst is slechts één handeling opgenomen die de SVr specifiek op dit beleidsterrein heeft verricht.

De Raden van Arbeid (1919–)

Hoewel reeds in 1913 een wettelijk kader was geschapen om Raden van Arbeid in te stellen voor de uitvoering van sociale verzekeringswetten, kwamen de Raden van Arbeid feitelijk pas in 1919 tot stand. In de Raden van Arbeid waren zowel werkgevers, werknemers als de overheid vertegenwoordigd. De Raden van Arbeid werden belast met de uitvoering van de invaliditeits-, de (vrijwillige) ouderdoms- en een gedeelte van de ongevallenverzekering. Later zouden daar nog de kinderbijslag en de uitvoering van de Algemene Weduwen en Wezenwet bijkomen. De Raden van Arbeid kregen ook ziekenkassen onder zich maar de uitvoering van de ziekteverzekering (uiteindelijk geregeld in de Ziektewet van 1929) werd slechts ten dele aan hen opgedragen; hier was een belangrijke rol weggelegd voor de Bedrijfsverenigingen. Zij zijn betrokken bij de behandeling van verzoeken tot vrijstelling van verplichtingen ingevolge de sociale verzekeringswetten wegens gemoedsbezwaren.

Op 1-4-1988 werd de uitvoering van de sociale verzekeringen, voor zover in handen van de Raden van Arbeid, overgedragen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) (Stb. 1987, 533). De SVB is een publiekrechtelijk bestuursorgaan. De taken van de SVB zijn beschreven in de verschillende selectielijsten op het beleidsterrein Sociale Verzekeringen.

De Verzekeringskamer (1922–1992)

Ingesteld bij wet de Wet op het levensverzekeringsbedrijf (Stb. 1922, 716).

De kamer voert taken uit die opgedragen zijn in diverse wetten, zoals de Wet interne lastenverevening particuliere ziektekostenverzekeringsbedrijf (Wet ILPZ) en de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden (Wet MOOZ).

In 1992 is de Verzekeringskamer verzelfstandigd tot de Stichting Verzekeringskamer. De Verzekeringskamer brengt verslag uit aan de Kroon over de bevindingen en werkzaamheden.

Voor de Verzekeringskamer wordt een aparte selectielijst opgesteld. Daarom zijn de handelingen van de Verzekeringskamer niet in dit BSD weergegeven.

Overige overheidsactoren (hiervan zijn geen handelingen opgenomen in het BSD)

Gezondheidsraad en Nationale Raad voor de Volksgezondheid

Beide organen zijn ingesteld bij de Gezondheidswet (Stb. 1956, 51). Ze worden niet bij naam genoemd in de wet- en regelgeving inzake bekostiging en verzekering, maar spelen op het terrein van de volksgezondheid een vooraanstaande rol.

De handelingen van de Gezondheidsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1998, 61); voor de handelingen van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid zal nog een selectielijst worden voorgesteld.

Kroon

Speelt een rol bij beroepszaken. Haar taken worden besproken in de selectielijst van de rechterlijke macht, gepubliceerd in Stcrt. 2003, 11.

Raden van Beroep en de Centrale Raad van Beroep

Zij ontlenen hun bestaansrecht aan de Beroepswet (Stb.1955, 47/voordien: Stb.1902, 208) en spelen voor wat betreft de Ziekenfondswet en de Algemene wet bijzondere ziektekosten een rol bij beroepszaken.

Commissaris belast met het toezicht op de ziekenfondsen en Raad van bijstand (1941–1949)

Handelingen van deze actor zullen in een aparte selectielijst worden opgenomen.

Ziekenfondsraad (1949–)

De Ziekenfondsraad is een bij wet ingestelde ‘zelfstandige en onafhankelijke maatschappelijke instelling met een publiekrechtelijk karakter’. Het is de rechtsopvolger van de Commissaris belast met het toezicht op de ziekenfondsen en de Raad van bijstand.

De Ziekenfondsraad is belast met:

De handelingen van de Ziekenfondsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1997, 22).

Selectielijsten

Actor: de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Algemeen

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: o.a. verslag stafoverleg.

Waardering: B 1, 2

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Opmerking: Heeft betrekking op de departementale voorbereiding van wetten.

In werking zijn (geweest):

– Wet toepassing Ziekenfondsenbesluit op personen in dienst van publiekrechtelijke lichamen (Stb.1946, G255);

– Wet toepassing Ziekenfondsenbesluit voor personen die ingevolge het bepaalde in de artikelen 1a en 1b van KB Stb.1931, 24 niet verzekerd zijn krachtens de Ziektewet (Stb. 1946, G346);

– Wet op de Ziekenfondsraad (Stb. 1947, H135).;

– Wet tot uitbreiding van de toepassing van het Ziekenfondsenbesluit (Stb. 1950, K590);

– Wet tot verlening financiële steun aan algemene ziekenfondsen voor hun afdeling vrijwillige verzekering over het jaar 1950 (Stb. 1953, 279);

– Wet op de ziekenfondsverzekering voor bejaarden (Stb. 1956, 634);

– Wet regeling vergoeding van premiën ten behoeve van geneeskundige verzorging in Spanje van gezinsleden van hier te lande werkzame Spaanse werknemers (Stb. 1963, 558);

– Ziekenfondswet (Stb. 1964, 392);

– Algemene wet bijzondere ziektekosten (Stb. 1967, 655);

– Wet toegang ziektekostenverzekeringen (Stb. 1986, 123);

– Wet stelselwijziging ziektekostenverzekering tweede fase (Stb. 1991, 587).

Waardering: B 1

Handeling: Het mede-voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetten betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1964–

Opmerking: Heeft betrekking op:

– Wet interne lastenverevening particuliere ziektekostenverzekeringsbedrijf (Stb. 1986, 115)2Deze wet is ondertekend door de Minister van Financiën.;

– Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden (Stb. 1986, 117)3Idem.;

– Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129; aanvankelijk aangeduid als Wet premieheffing volksverzekeringen)4De eerste ondertekenaar van deze wet is de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur heeft deze wet mede-ondertekend..

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van beleidsnota’s betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg (aangeboden aan de Tweede Kamer).

Periode: 1945–

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van verslagen van (periodiek) overleg betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Waardering: B 3

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: brieven, notities.

Waardering: B 3

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.

Periode: 1945–

Product: beschikkingen, verweerschriften.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het mede-voorbereiden van de totstandkoming, wijziging of intrekking van internationale regelingen betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: 1945–

Product: internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten.

Waardering: B 1, 2

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: brieven, notities.

Waardering: V, 3 jaar

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg

Periode: 1945–

Product: voorlichtingsmateriaal.

Waardering: V, 5 jaar

Van het voorlichtingsmateriaal wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd. Het voorbreiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) valt onder handeling 1.

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: offerte, brieven, rapport.

Waardering: B 1, 2

Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: notities, notulen, brieven.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: onderzoeksgegevens

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) betreffende bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: rekeningen, declaraties.

Waardering: V, 7 jaar mits de afrekening is goedgekeurd

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het terrein van bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: facturen, beschikkingen

Waardering: V, 7 jaar mits de afrekening is goedgekeurd

Handeling: Het instellen van commissies die de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert adviseren op het beleidsterrein Bekostiging en verzekering van de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Grondslag: Ziekenfondswet, art. 49 lid 2 (Stb. 1964, 392); AWBZ, art. 47 lid 2 (Stb. 1967, 655).

Product: Instellingsbeschikking Commissie ex art. 49 Ziekenfondswet – Huisartsenovereenkomst (Stcrt. 1966, 228).

Opmerking: Bijvoorbeeld Commissie ex art. 49 Ziekenfondswet – Huisartsenovereenkomst die adviseert inzake een besluit dat overeenkomsten ten aanzien van een verstrekking slechts mogen worden gesloten met inachtneming van door hem te stellen richtlijnen.

Waardering: B 4

Handeling: Het goedkeuren van begrotingen van commissies die door de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, zijn ingesteld.

Periode: 1945–

Grondslag: instellingsbeschikking Commissie Structuur en Financiering Gezondheidszorg, art. 9 lid 2 (Stcrt. 1986, 172)

Waardering: V, 10 jaar

Wet op de ziekenfondsverzekering voor bejaarden

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot de ziekenfondsverzekering voor bejaarden.

Periode: 1956–1964

Grondslag: Wet op de ziekenfondsverzekering voor bejaarden, artt. 5.2, 3, 16, 10 en 10a (Stb. 1956, 634/vervallen Stb. 1964, 392) (i.w. Stb. 1959, 299).

Producten:

1.

Besluit tot uitvoering van artikel 5, tweede lid, van de Wet op de ziekenfondsverzekering voor bejaarden (Stb. 1956, 678);

2.

Besluit tot uitvoering van de Wet op de ziekenfondsverzekering voor bejaarden (Stb. 1957, 38/vervallen Stb. 1964, 392);

3.

Besluit vaststelling van de premie van de ziekenfondsverzekering voor bejaarden (laatste: Stb. 1960, 18);

4.

Besluit vaststelling algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet op de ziekenfondsverzekering voor bejaarden (laatste: Stb. 1965, 71).

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van Ministeriële regelingen met betrekking tot de ziekenfondsverzekering voor bejaarden.

Periode: 1957–1964

Grondslag: Besluit tot uitvoering van de Wet op de ziekenfondsverzekering voor bejaarden (Stb. 1957, 38)

Waardering: B 1

Wet op de Ziekenfondsraad – Ziekenfondswet (ZFW) – Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) – Wet financiering volksverzekeringen (WFV)

Handelingnr.: 22

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van koninklijke besluiten en algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot verzekerden ingevolge de ZFW, AWBZ en/of WFV.

Periode: 1965–

Grondslag: Ziekenfondswet, artt. 3 lid 1 sub b, c en d, 3 lid 4a, 3 lid 8, 3 lid 9, 3a, sub 2, 5 lid 2, 5 lid 3, 5 lid 4, 11a lid 3, 15, 18 en 84 (Stb. 1964, 392, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 587, Stb. 1992, 422, Stb. 1993, 609, 750, Stb. 1994, 910, 957, Stb.1995, 250, 355, 635, 682, 684, 690, 695); AWBZ artt. 5 lid 2, 6 lid 1, 5 en 6, art. 7 lid 2, 8 lid 2 en 5, art. 8a, 9 lid 3 en 45 lid 4 (Stb. 1967, 655, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 587), artt. 77, 82 lid 1 en 82 lid 3 (Stb. 1967, 655) ; artt. 82 lid 1 en 82 lid 3 zijn overgegaan naar Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 127)

Producten:

1.

Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet (Stb. 1965, 638);

2.

Besluit houdende aanwijzen van uitkeringen welke voor de toepassing van de loongrens niet tot het loon worden gerekend (Stb. 1972, 747; vervangt Besluit Stb. 1970, 415);

3.

Besluit beperking kring verzekerden ZFW (Stb. 1986, 694; vervangt Besluit Stb. 1985, 468);

4.

Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen (Stb. 1989, 164/vervangt Stb. 1976, 557/verving Besluit, Stb. 1968, 575);

5.

Aanmerking als verzekerde ingevolge Nederlandse Volksverzekeringen (Stcrt. 1992, 10, 35, Stcrt. 1993, 189);

6.

Aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in het buitenland (Stcrt. 1992, 158, Stcrt. 1994, 121);

7.

Besluiten op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen (Stcrt. 1992, 132 en Stcrt. 1994, 109, 192);

8.

Maximum premiedagloon verplichte ziekenfondsverzekering (jaarlijks in de Staatscourant)

9.

Besluit bijdrage Praeventiefonds bijzondere ziektekostenverzekering (Stb. 1972, 169)

10.

Besluit maatstaf aanpassingmechanismen (Stb. 1980, 31), vervangen door Besluit 1985 (Stb. 1985, 638)

Opmerking: Voor deze handeling kan eventueel overeenstemming worden gezocht met de Minister van onder wie Sociale Zaken ressorteert.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van Ministeriële regelingen met betrekking tot verzekerden ingevolge de ZFW, AWBZ en/of WFV.

Periode: 1965–

Grondslag: Ziekenfondswet, art. 1, 3, art. 3 lid 4a lid 7, art. 4 lid 9, 9 lid 3, 11, 12, 14, 15, 16, 17, art. 5, 106 sub a (Stb. 1964, 392, zoals gewijzigd bij Stb. 1987, 629, Stb. 1991, 587, Stb. 1992, 422, Stb. 1993, 609, Stb. 1994, 465, Stb. 1995, 250, 355, 682, 684 ); Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet, artt. 1c, 2 lid 2, 10 en 11, art. 11, 11a, 14 lid 1 en 2, 14 lid 4b, 14a lid 1 en 3, 14c, 15 (Stb. 1965, 638); Besluit nominale premieheffing Ziekenfondswet, art. 6, 7 (Stb. 1988, 643, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 720 en Stb. 1993, 776); Besluit nominale premieheffing bijzondere ziektekostenverzekering, 8 (Stcrt. 1991, 250); Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1992, art. 12 (Stb. 1991, 722); WTZ art. 16 lid 3 en 4 (Stb. 1986, 123).

Producten: 1. Regeling beperking voorwaarden ziekenfondsverzekering van personen van 65 jaar of ouder (Stcrt. 1986, 61, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1993, 155, ingetrokken bij Stcrt. 1994, 123);

2.

Besluit vaststelling nominale premie Zvo-regeling (jaarlijks in de Staatscourant)

3.

Besluit inzake vaststelling loongrens verplichte ziekenfondsverzekering (jaarlijks in Staatscourant);

4.

Regeling medeverzekering ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1987, 221, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 83, Stcrt. 1992, 106, Stcrt. 1994, 85, Stcrt. 1995, 105; vervangt Regeling Stcrt.1982, 253; vervangt Regeling Stcrt. 1978, 39; vervangt Regeling ter bepaling inkomen kind voor beoordeling recht op medeverzekering ziekenfondsverzekering Stcrt. 1965, 254);

5.

Besluit houdende aanwijzing van publiekrechtelijke ziektekostenregelingen voor ambtenaren in verband met de beperking medeverzekering ingevolge de ZFW (Stcrt. 1983, 32 en Stcrt. 1993, 232);

6.

Besluit aanwijzing ziekenfondsen (Stcrt. 1980, 225, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1986, 61 en Stcrt. 1991, 206; vervangt Beschikking Stcrt. 1965, 248);

7.

Regeling aanwijzing groepen militairen als verplicht verzekerden ZFW (Stcrt. 1988, 40);

8.

Beschikking aanwijzing voorrang hebbende regeling ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1966, 12, vervangen door Stcrt. 1971, 123 en Stcrt. 1993, 234;

9.

Beschikking aanwijzing verplicht verzekerden ZFW, Stcrt. 1965, 248; vervangen door Beschikking aanwijzing groepen van personen uitgezonderd van de verplichte ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1971, 123, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1993, 232);

10.

Besluit premiebetaling ziekenfondsverzekering dienstplichtige kostwinners (Stcrt. 1977, 111);

11.

Besluit premiebetaling ziekenfondsverzekering erkende gewetensbezwaarden militaire dienst (Stcrt. 1977, 111);

12.

Besluit premie-afdracht ziekenfondsverzekering vervroegd uit het arbeidsproces uitgetreden personen (Stcrt. 1983, 184);

13.

Besluit aanwijzing van categorieën van personen, tijdelijk uitgezonderd van de verplichte ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1986, 61, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 249, Stcrt. 1995, 94, 249);

14.

Besluit premievaststelling verplichte ziekenfondsverzekering voor zak- en kleedgeldgerechtigden, uitgenodigde vluchtelingen en asielzoekers (Stcrt. 1989, 35, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1988, 209, Stcrt. 1986, 251, Stcrt. 1990, 251, Stcrt. 1991, 251 en Stcrt. 1992, 248);

15.

Regeling vaststelling inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven (Stcrt. 1986, 61, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 149, 196, Stcrt. 1994, 123, 247, Stcrt. 1995, 225);

16.

Regeling aanwijzing van uitkeringen waarover ziekenfondspremie voor personen van 65 jaar en ouder aan de bron wordt ingehouden (Stcrt. 1986, 61);

17.

Regeling tijdelijke vrijstelling van de verplichting tot inhouding ziekenfondspremie (Stcrt. 1986, 61, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 249);

18.

Regeling vaststelling premiepercentage verplichte ziekenfondsverzekering 1991 voor personen van 65 jaar en ouder (Stcrt. 1990, 252);

19.

Regeling premievaststelling verplichte verzekering ingevolge de ZFW voor groepen buiten Nederland woonachtige personen (Stcrt. 1986, 61/vervallen Stcrt. 1988, 43);

20.

Regeling premieheffing vervroegd gepensioneerden ZFW (Stcrt. 1990, 92, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 244);

21.

Regeling heffing nominale premie Ziekenfondswet van buiten Nederland wonende rechthebbenden op pensioen of rente (Stcrt. 1988, 252, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 250));

22.

Regeling vaststelling premiepercentage verplichte ziekenfondsverzekering 1992 voor personen van 65 jaar en ouder en voor vervroegd gepensioneerden (jaarlijks in de Staatscourant);

23.

Vaststelling premiepercentage verplichte ziekenfondsverzekeringen (jaarlijks in de Staatscourant);

24.

Regeling heffing nominale premie bijzondere ziektekostenverzekering van buiten Nederland wonende rechthebbende op een pensioen of rente (Stcrt. 1991, 250, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 252);

25.

Besluit normen en voorwaarden erkenning kraaminrichtingen (Stcrt. 1967, 62)

26.

Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering (Stb 1965, 653);

27.

Besluit nadere regeling inschrijving ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1992, 47 en 235, Stcrt. 1993, 237, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 214, 234, Stcrt. 1995, 234);

28.

Inschrijving bijzondere Ziektekostenverzekering (Stb. 1968, 12);

29.

Nadere regeling inschrijving bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1991, 250);

30.

Invoering nominale premie en budgettering AWBZ (Stcrt. 1991, 238);

31.

Regeling aanwijzing publiekrechtelijke ziektekostenverzekeringen voor ambtenaren i.v.m. de beperking medeverzekering ingevolge de Ziekenfondswet (Stcrt. 1993, 232, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 229);

32.

Regeling aanwijzing groepen van personen uitgezonderd van de verplichte ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1993, 232, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 229);

33.

Regeling aanwijzing voorrang hebbende regelingen ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1993, 224, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 229);

34.

Inkomensgrens verplichte ziekenfondsverzekering AOW-gerechtigden (jaarlijks in de Staatscourant);

35.

Loongrens verplichte ziekenfondsverzekering (jaarlijks in Stcrt.);

36.

Maximum premiedagloon verplichte ziekenfondsverzekering (jaarlijks in de Staatscourant)

37.

Regeling uitkering aan verzekerden van ziekenfondsen voor specialistische hulp (Stcrt. 1995, 32)

38.

Liquiditeitsregeling Centrale Sociale Verzekeringsfondsen (Stcrt. 1989, 240)

Opmerking: Voor deze handeling kan eventueel overeenstemming worden gezocht met de Ministers wie het mede aangaat.

Waardering: B 1

Handeling: Het beperken van de kring der verzekerden ingevolge de ZFW, AWBZ en/of WFV door het aanwijzen van volkenrechtelijke organisaties (in samenwerking met Ministers van Binnenlandse Zaken en van Sociale Zaken), waarvan de daar in dienst zijnde Nederlanders niet vallen onder de Nederlandse volksverzekeringen.

Periode: 1990–

Grondslag: Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen, art. 3 lid 3 (Stb. 1968, 575, vervangen door Stb. 1976, 557 en Stb. 1989, 164)

Product: Besluit aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in het buitenland (Stcrt. 1989, 121); Aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in het buitenland (Stcrt. 1991, 167)

Waardering: B 1

Handeling: Het uitbreiden van de kring der verzekerden ingevolge de ZFW, AWBZ en/of WFV door het aanwijzen van buitenlandse verpleeginrichtingen die overeenkomen met een op grond van artikel 8 van de AWBZ erkende inrichting.

Periode: 1990–

Grondslag: Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989, art. 9 lid 2. (Stb. 1989, 164)

Product: Beschikking aanwijzing inrichting op grond van de AWBZ (Stcrt. 1989, 231); .

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot verstrekkingen.

Periode: 1965–

Grondslag: Ziekenfondswet, artt. 8 lid 2, 8 lid 3, 8a lid 2, 9, 10, 11a ,12, 13 lid 1, 14, 14a en b, 24, 24 lid 2, 30, 30 lid 2, 47 lid 2 en 93 (Stb. 1964, 392, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 584, 590, 774, 857, Stb. 1992, 422, Stb. 1993, 650, Stb. 1995, 430, 526, 684); AWBZ artt. 6 lid 1, 2, 3, art. 7, 8 lid 2, 9 lid 3, artt. 10, 11, 12a, 14 lid 1 en 2, 15 lid 2, art. 16 lid 1, art. 17 lid 3, 7, 9, 10, 11 (Stb. 1967, 655, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 584 en 587, Stb. 1993, 650); Verstrekkingenbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1968, art. 2 lid 7 (Stb. 1977, 444, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 236).

Producten:

1.

Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering (Stb. 1966, 3);

2.

Besluit voortzetting verstrekkingen ziekenfondsverzekering (Stb. 1969, 517);

3.

Besluit voorrang hebbende regelingen ziekenfondsverzekering (Stb. 1966, 1);

4.

Besluit controle-taak ziekenfondsen (Stb. 1978, 708);

5.

Bijzondere regeling controle en administratie verstrekkingen ziekenfonds-verzekering (Stb. 1966, 124/vervallen Stb. 1983, 358);

6.

Besluit vaststelling rijksbijdrage verplichte ziekenfondsverzekering 1986 t/m 1991;

7.

Verstrekkingenbesluit bijzondere ziektekostenverzekering 1968 (Stb. 1968, 239/vervangt Besluit, Stb. 1968, 11);

8.

Besluit bijzondere ziektekosten militairen en gewezen militairen (Stb. 1969, 341);

9.

Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering (Stb. 1965, 653, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 252);

10.

Inschrijvingsbesluit bijzondere ziektekostenverzekering (Stb. 1968, 12);

11.

Besluit regeling vergoeding bijzondere ziektekostenverzekering (Stb. 1971, 505);

12.

Besluit controletaak uitvoeringsorganen AWBZ (Stb. 1984, 229);

13.

Administratiebesluit bijzondere ziektekostenverzekering (Stb. 1983, 253/vervangt Besluit regeling administratieve verstrekkingen bijzondere ziektekostenverzekering, Stb. 1968, 13);

14.

Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering (Stb. 1991, 725).

Opmerking: Voor deze handeling kan eventueel overeenstemming worden gezocht met de Minister van Sociale Zaken.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van Ministeriële regelingen met betrekking tot verstrekkingen ingevolge de ZFW, AWBZ en/of WFV.

Periode: 1949–

Grondslag: Tweede uitvoeringsbesluit ingevolge het Ziekenfondsbesluit, art. 14 lid 2, 8 en 40 (Stb. 1941, S809, zoals gewijzigd bij Stb. 1948, I 32, art. 20 lid 4);

Ziekenfondswet, art. 8d, 9 lid 4, 44 lid 1 (Stb. 1964, 392, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 587, Stb. 1992, 422); AWBZ, art. 8c, 10 lid 2 en 3, artt. 12 lid 1, art. 17 lid 5 (Stb. 1967, 655, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 587); Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering, art. 1, 3, 5, 7, 10, 16, 17, 18, 21 (Stb. 1966, 3); Verstrekkingenbesluit bijzondere ziektekostenverzekeringen, art. 3 lid 17, art. 5 (Stb. 1968, 239, zoals gewijzigd bij Stb. 1991, 326); Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, art. 2 lid 4, art. 3 lid 3, art. 5 lid 1, art. 7 lid 2 en 3, art. 8 lid 2, art. 9 lid 2 en 6, art. 10 lid 1 en 3, art. 11 lid 2, 12 lid 2, 13 lid 2, 14 lid 2, 15 lid 2, 20 lid 2, 20a lid 2, 20b lid 2, 20c lid 2, 20d lid 2, 20e lid 2, art. 24 lid 2, art. 25 lid 2, art. 27 lid 1 en 2, art. 28 lid 1 en 2, 31 lid 1 en 2, 33 lid 3 en 4, 43 (Stb. 1991, 590, zoals gewijzigd bij Stb. 1992, 532, Stb. 1993, 687, Stb. 1994, 466, Stb. 1994, 533, Stb. 1995, 430, Stb. 1995, 526)

Producten:

1.

Regeling hulp in het buitenland ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1988, 123);

2.

Regeling hulp in het buitenland ABWZ (Stcrt. 1991, 250);

3.

Regeling vergoeding specialistische hulp door ziekenfondsen aan hun verzekerden (Stcrt. 1987, 122);

4.

Besluit beperking niet-klinische specialistische psychotherapeutische hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1968, 72/vervallen Stcrt. 1988, 252; vervangt Besluit beperking niet-klinische specialistische hulp ziekenfondsverzekering, Stcrt. 1966, 5);

5.

Regeling niet-klinische plastisch-chirurgische hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1990, 250; vervangt Besluit Stcrt. 1980, 64);

6.

Besluit niet-klinische buitenlichamelijke bevruchting ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1985, 113);

7.

Beschikking beperking voorschrijven en aanpassen van contactlenzen ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1968, 73);

8.

Regeling eigen bijdrage specialistische hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1987, 233/vervallen 1989, 241);

9.

Besluit paramedische hulp ziekenfondsverzekering 1974 (Stcrt. 1974, 58, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 62 en 251, Stcrt. 1992, 41, Stcrt. 1995, 232, 251v; vervangt Beschikking fysiotherapie en logopedie, Stcrt. 1968, 7; vervangt Beschikking fysische therapie ziekenfondsverzekering, Stcrt. 1966, 5);

10.

Beschikking verloskundige hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1967, 15);

11.

Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1968, 254, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 173 en 240, Stcrt. 1992, 52, 251, Stcrt. 1994, 208, 215, Stcrt. 1995, 233; vervangt Beschikking Stcrt. 1967, 248; vervangt Besluit Stcrt. 1966, 6);

12.

Besluit tandheelkundige hulp bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1976, 1, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 251)

13.

Besluit tandheelkundige hulp jeugdige verzekerden ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1985, 121, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 82 en 240, en Stcrt. 1992, 52 en 251; vervangt Besluit integrale tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering, Stcrt. 1974, 127);

14.

Besluit kaakorthopedische hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1973, 244/vervallen Stcrt. 1990, 219; verving Besluit Stcrt. 1967, 248);

15.

Regeling farmaceutische hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1982, 139, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 36, 73, 105, 116, 145, 167, 185, 189, 211, 239, 241, 239, Stcrt. 1992, 19, 39, 60, 60, 84, 102, 122, 140, 166, 190, 215, 246, 248, 2352, 49v; Stcrt. 1993, 2, 6, 18, 33, 62, 80, 11v, 196, Stcrt. 1994, 100; vervangt Beschikking Stcrt. 1967, 157);

16.

Regeling farmaceutische hulp (Stcrt. 1993, 101, 120, 163, 211, 235, 240, zoals gewijzigd, Stcrt. 1994, 5, 10, 23, 50, 70, 84, 126, 169, 188, 213, 223, 241, 144v, Stcrt. 1995, 16, 18, 115, 251);

17.

Regeling farmaceutische hulp AWBZ (Stcrt. 1993, 40, 102, 140, Stcrt. 1994, 188);

18.

Besluit farmaceutische hulp ziekenfondsverzekering (zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 100)

19.

Besluit inzake toepassing Retrovir ten behoeve van AIDS-onderscheidenlijk ARC-patiënten (Stcrt. 1987, 93/vervallen Stcrt. 1987, 243);

20.

Besluit ziekenhuisverpleging ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1969, 50, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 56; vervangt Beschikking Stcrt. 1966, 5);

21.

Beschikking sanatoriumverpleging ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1966, 5);

22.

Beschikking aanwijzing academische ziekenhuizen Stcrt. 1965, 253);

23.

Regeling hulp in een psychiatrische polikliniek ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1986, 241/vervallen Stcrt. 1988, 252);

24.

Regeling psychiatrische deeltijdbehandeling ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1986, 241/vervallen Stcrt. 1988, 252; verving Besluit psychiatrische dag- of nachtbehandeling ziekenfondsverzekering, Stcrt. 1973, 9; verving Besluit psychiatrische dagbehandeling ziekenfondsverzekering, Stcrt. 1969, 84);

25.

Regeling psychiatrische ziekenhuisverpleging ziekenfondsverzekering 1986, 241/vervallen Stcrt. 1988, 252);

26.

Besluit beperking niet-klinische specialistische psychotherapeutische hulp ziekenfondsverzekering, Stcrt. 1969, 72/vervallen Stcrt. 1988, 252/verving Besluit beperking niet-klinische specialistische hulp ziekenfondsverzekering, Stcrt. 166, 5);

27.

Invoering overgangsbepaling verhoging eigen bijdrage psychotherapie (Stcrt. 1993, 24)

28.

Besluit kunst- en hulpmiddelen ziekenfondsverzekering 1981 (Stcrt. 1980, 249/vervallen Stcrt. 1988, 253);

29.

Besluit ziekenvervoer ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1974, 242, vervangen door Stcrt. 1980, 165, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 240, Stcrt. 1992, 94 en 227, Stcrt. 1993, 231, Stcrt. 1995, 239);

30.

Besluit kraamzorg ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1966, 5, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 240, Stcrt. 1992, 227, Stcrt. 1993, 232, 241v);

31.

Besluit normen en voorwaarden kraamcentra (Stcrt. 1973, 200);

32.

Besluit subsidiëring kraamcentra (Stcrt. 1973, 200/vervallen Stcrt. 1981, 40);

33.

Regeling audiologische hulp ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1990, 251; vervangt Beschikking Stcrt. 1966, 6);

34.

Besluit niet-klinische haemodialyse ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1989, 81. zoals gewijzigd bij Stcrt. 1994, 45); vervangt Besluit chronisch intermitterende haemodialyse ziekenfondsverzekering Stcrt. 1973, 9);

35.

Besluit chronisch intermitterende beademing ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1973, 9);

36.

Besluit revalidatiedagbehandeling ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1973, 9);

37.

Besluit hulpverlening door trombosediensten ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1973, 9);

38.

Besluit erfelijkheidsonderzoek ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1984, 232);

39.

Besluit Ziekenfondsraad aanspraak op verstrekkingen onder buitengewone omstandigheden (Stcrt. 1968, 18);

40.

Besluit eisen voor erkenning van ziekenhuizen (Stcrt. 1984, 234; vervangt Besluit normen en algemene voorwaarden voor erkenning van ziekenhuizen, Stcrt. 1977, 206);

41.

Besluit eisen met betrekking tot erkenning van centra voor het verlenen van tandheelkundige hulp in bijzondere gevallen aan lichamelijk of geestelijk gehandicapten (Stcrt. 1985, 102/vervallen Stcrt. 1989, 110);

42.

Besluit eisen met betrekking tot erkenning van centra voor bijzondere tandheelkundige hulp (Stcrt. 1985, 102/vervallen Stcrt. 1989, 110);

43.

Besluit voorwaarden gezinsverpleging ziekenfondsverzekering (Stcrt. 1973, 9);

44.

Besluit normen en voorwaarden erkenning kraaminrichtingen (Stcrt. 1967, 62) Besluit normen en voorwaarden erkenning medische kindertehuizen (Stcrt. 1970, 141/vervallen Stcrt. 1988, 253);

45.

Besluit erkenning voorzieningen op het terrein van de geestelijke volksgezondheid (Stcrt. 1987, 53);

46.

Besluit verantwoordelijkheidsgebieden algemene psychiatrische ziekenhuizen (Stcrt. 1985, 87, zoals gewijzigd bij Stcrt.. 1991, 32, en Stcrt. 1994, 115 en 148);

47.

Besluit eisen voor erkenning van medische kleuterdagverblijven Stcrt. 1986, 140/vervallen Stcrt. 1988, 253);

48.

Regeling eisen erkenning regionale instellingen visueel gehandicapten (Stcrt. 1988, 81);

49.

Besluit ziekenhuisverpleging bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1968, 103);

50.

Besluit erkenningsnormen kruisorganisaties (Stcrt. 1981, 197);

51.

Besluit eisen voor erkenning van ziekenhuizen (Stcrt. 1984, 234/vervangt Besluit normen en algemene voorwaarden voor erkenning van ziekenhuizen, Stcrt. 1977, 206);

52.

Besluit regeling verzorging visueel gehandicapten bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1987, 243);

53.

Voorlopige regeling eisen voor erkenning regionale instellingen beschermd wonen (Stcrt. 1989, 28);

54.

Besluit verpleging in verpleeginrichtingen bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1968, 103);

55.

Besluit zwakzinnigenzorg bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1968, 103);

56.

Regeling verzorging auditief gehandicapten bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1968, 131);

57.

Regeling hulp aan auditief gehandicapten Bijzondere Ziektekostenverzekering (Stcrt. 1991, 122);

58.

Besluit voorwaarden gezinsverpleging bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1970, 55);

59.

Besluit medische kindertehuizen bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1970, 90/vervallen Stcrt. 1988, 253);

60.

Besluit medische kleuterdagverblijven bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1971, 199/vervallen Stcrt. 1988, 253);

61.

Besluit verzorging in ‘Het Dorp’ bijzondere ziektekostenverzorging (Stcrt. 1972, 22);

62.

Besluit uitvoering vaccinatieprogramma bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1974, 129, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1991, 156, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1993, 62);

63.

Besluit uitvoering onderzoek aangeboren stofwisselingsziekten bijzondere ziektekostenverzekering (Stcrt. 1974, 129);

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)