Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 juli 2006, nr. BWL/2006282070, houdende Regeling beoordeling reinigbaarheid van grond

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 71
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 28a van de Wet bodembescherming en artikel 2 onderdeel f juncto artikel 1 onderdeel 24 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

§ 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aanvraag: een aanvraag van een verklaring;
  • b. bijlage 1, 2, 3, en 4: de bij deze regeling behorende bijlage 1, 2, 3 onderscheidenlijk 4;
  • d. immobilisatie: het zodanig wijzigen van de fysische of chemische eigenschappen van een afvalstof, dat de kans op verspreiding van milieuverontreinigende stoffen door uitloging, erosie of verstuiving wordt verminderd zonder gebruik te maken van hitte;
  • e. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
  • i. NEN 5707: NEN 5707, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, augustus 2015, met correctieblad van augustus 2016 en correctieblad C2:2017;
  • j. NEN 5897: NEN 5897, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopaval en recyclinggranulaat, augustus 2015, met correctieblad van augustus 2016 en correctieblad C2:2017;
  • k. NEN 5898: NEN 5898, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, augustus 2015, met correctieblad van augustus 2016.
Artikel 2
1.

In deze regeling wordt verstaan onder grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.

2.

Onder grond wordt mede verstaan grond die voor ten hoogste 50% (gewichtsprocenten) is vermengd met ander materiaal dan grond, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter.

§ 2. Waarden

Artikel 3

Als samenstellingswaarden voor schone grond worden aangemerkt de waarden behorende bij de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel 4

Met normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma’s als bedoeld in deze regeling worden gelijkgesteld normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma’s die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

Artikel 5

Als samenstellingswaarden voor herbruikbare grond worden aangemerkt de waarden behorende bij de kwaliteitsklasse industrie, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel 6
1.

Als maximale emissiewaarden worden aangemerkt de in de Regeling bodemkwaliteit, bijlage A, tabel 1, opgenomen emissiewaarden anorganische parameters.

2.

Als maximale samenstellingswaarden worden aangemerkt de in de Regeling bodemkwaliteit, bijlage A, tabel 2, opgenomen samenstellingswaarden organische parameters.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Voor de beoordeling van stoffen waarvoor geen waarden zijn vastgesteld in deze regeling, kunnen na overleg met het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu en door tussenkomst van de inspecteur milieuhygiëne waarden worden bepaald door de Minister.

§ 3. De beoordeling van de reinigbaarheid en immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond

Artikel 9
1.

Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond is reinigbaar, indien:

  • a. de grond kan worden gereinigd tot waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor schone grond voor alle parameters;
  • b. de reinigingskosten minder bedragen dan € 90,– per ton, exclusief BTW, en
  • c. de hoeveelheid bij de reiniging vrijkomende te storten reststoffen minder bedraagt dan 20% (gewichtsprocenten) van de droge stof van de te reinigen grond.
2.

Grond als bedoeld in het eerste lid is, indien wordt voldaan aan de onderdelen b en c van dat lid, tevens reinigbaar indien de grond kan worden gereinigd tot waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond voor alle parameters.

3.

Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond is immobiliseerbaar, indien:

  • b. de grond kan worden geïmmobiliseerd tot grond met waarden die voor alle parameters voldoen aan de emissie- en samenstellingswaarden, bedoeld in artikel 6, en
  • c. de immobilisatiekosten minder bedragen dan € 90,– per ton, exclusief BTW.
Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Grond als bedoeld in de aanhef van het eerste lid van artikel 9 is eveneens reinigbaar indien:

  • a. de hoeveelheid bij de reiniging vrijkomende te storten reststoffen 20% (gewichtsprocenten) van de droge stof of meer bedraagt van de te reinigen grond;
  • c. de reinigingskosten minder bedragen dan € 60,– per ton, exclusief BTW.
Artikel 12
1.

Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond, die bij de toepassing van artikel 9 niet-reinigbaar of niet-immobiliseerbaar en bij de toepassing van artikel 11 niet-reinigbaar blijkt te zijn, geldt desalniettemin als reinigbaar of immobiliseerbaar mits naar het oordeel van de Minister redelijkerwijs kan worden verwacht dat die grond metterdaad kan worden gereinigd of geïmmobiliseerd binnen 5 jaar te rekenen met ingang van de dag dat die grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar werd beoordeeld en tijdens die periode voldoende opslagcapaciteit voor die grond aanwezig is.

2.

Residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond, wordt aangemerkt als niet-immobiliseerbaar.

Artikel 13
1.

Ten aanzien van grond die voldoet aan de eisen vermeld in artikel 9, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van de artikelen 1, eerste lid, onderdelen 17, onder a en b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen aan:

  • a. alle reinigingstechnieken met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, eerste of tweede lid, en
2.

Indien geen reinigingstechniek of immobilisatietechniek als bedoeld in het eerste lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen alle reinigingstechnieken aan met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 11.

3.

Indien evenmin een reinigingstechniek als bedoeld in het tweede lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen aan of voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12.

4.

Indien evenmin kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12, geeft de Minister in een verklaring aan dat de betrokken partij grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is.

§ 4. De beoordeling van de reinigbaarheid van residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan

Artikel 14

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. procesmatige reiniging: het, met behulp van een installatie en daarmee samenhangende voorzieningen, beheerst verwijderen van verontreinigingen zodat nuttige toepassing of hergebruik mogelijk wordt;
  • b. partij waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan: partij waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waarin een of meer van de parameters voor anorganische stoffen zijn gelegen op of boven de tussenwaarde.
Artikel 15

Het residu van de procesmatige reiniging van een partij waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en die is gereinigd overeenkomstig het bepaalde in BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend, wordt aangemerkt als niet-reinigbare verontreinigde grond.

§ 5. De beoordeling van de reinigbaarheid van verontreinigde grond waarvan is gebleken dat zij evident niet-reinigbaar is

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk 2. De beoordeling van verontreinigde grond in het kader van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

§ 1. De aanvraag van een verklaring

Artikel 17
1.

De aanvraag wordt ingediend bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+.

2.

Voor het indienen van een aanvraag wordt het formulier met toelichting gebruikt, dat verkrijgbaar is bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, via www.bodemplus.nl.

3.

Bij de aanvraag worden de gegevens verstrekt waarvan een overzicht verkrijgbaar is bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, via www.bodemplus.nl.

4.

Voor zover § 2, § 3 of § 4 van toepassing is, voldoet de aanvraag voorts aan het in de desbetreffende paragraaf bepaalde.

§ 2. Bepalingen met betrekking tot het onderzoek van verontreinigde grond

Artikel 18

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

  • a. verontreinigde grond met betrekking waartoe § 3 van toepassing is;
  • b. partijen met betrekking waartoe toepassing wordt gegeven aan § 4, en
  • c. verontreinigde grond waarvan is gebleken dat zij evident niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is.
Artikel 19

De aanvraag heeft betrekking op een ontgraven en in depot geplaatste partij.

Artikel 20
1.

De te beoordelen partij is niet groter dan 2.000 ton.

2.

De onderverdeling van een in depot geplaatste partij in partijen van ten hoogste 2.000 ton geschiedt overeenkomstig paragraaf 6.1.2 van SIKB-protocol 1001, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend.

Artikel 21
1.

De partij wordt in depot bemonsterd, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend, overeenkomstig:

  • a. SIKB-protocol 1001, of;
  • b. het Accreditatieschema monsterneming voor partijkeuringen (AS1000), volgens SIKB-protocol 1001.
2.

Bij het gebruik van SIKB-protocol 1001 wordt bemonsterd overeenkomstig de doelstelling keuring niet-reinigbare of niet-immobiliseerbare grond voor verwijdering (ten behoeve van verklaring waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet immobiliseerbaar is), zoals opgenomen in tabel 1 van hoofdstuk 6 van genoemd protocol.

3.

Bij het gebruik van SIKB-protocol 1001 wordt ten aanzien van het nemen van grepen de strategie 2 maal 50 grepen gevolgd, overeenkomstig hoofdstuk 6 van genoemd protocol, met uitzondering van de paragrafen 6.2.2, 6.2.4 en 6.2.5 uit genoemd protocol.

Artikel 22

De voorbehandeling en de analyse van de monsters wordt uitgevoerd overeenkomstig het accreditatieprogramma Keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, Onderdeel: Samenstelling grond, AP04-SG, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend.

Artikel 23
1.

Indien de partij wordt bemonsterd ten aanzien van asbest, geschiedt dit overeenkomstig NEN 5707 of NEN 5897.

2.

De voorbehandeling en de analyse van de monsters wordt uitgevoerd overeenkomstig NEN 5898.

§ 3. Bepalingen met betrekking tot het onderzoek van grond waarvan is gebleken dat zij is verontreinigd met asbest

Artikel 24
1.

Deze paragraaf is van toepassing op verklaringen voor verontreinigde grond waarvan is gebleken dat deze grond is verontreinigd met asbest tot boven de samenstellingswaarde voor herbruikbare grond, bedoeld in artikel 5.

2.

Artikel 18, aanhef en onder b en c, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 25

Op het indelen van de te ontgraven grond in partijen zijn de artikelen 4.1222 en 4.1230 van het Besluit activiteiten leefomgeving van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26
1.

De partij wordt bemonsterd overeenkomstig een nader onderzoek asbest, dan wel een depotkeuring, conform NEN 5707 of NEN 5897.

2.

In geval van een onderzoek naar asbest in de bodem dient het veldwerk te worden uitgevoerd door een persoon of instelling, die daartoe op grond van hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit is erkend, overeenkomstig SIKB-protocol 2018.

3.

In geval van een partijkeuring naar asbest in de grond dient het veldwerk te worden uitgevoerd door een persoon of instelling, die daartoe op grond van hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit is erkend, overeenkomstig SIKB-protocol 1001.

4.

In geval van een onderzoek naar de chemische samenstelling van de grond of bodem dient het veldwerk te worden uitgevoerd door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend, overeenkomstig SIKB-protocol 1001 of SIKB-protocol 2001.

Artikel 27
1.

Ten aanzien van asbest worden de voorbehandeling en de analyse van de monsters uitgevoerd overeenkomstig NEN 5898.

2.

Ten aanzien van andere contaminanten worden de voorbehandeling en de analyse van de monsters uitgevoerd overeenkomstig AS SIKB 3000 dan wel AP04.

§ 4. Bepalingen met betrekking tot de aanvraag van een verklaring voor residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan

Artikel 28
1.

Deze paragraaf is van toepassing op een verklaring voor residu van de procesmatige reiniging van partijen waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan.

2.

Artikel 14 is op deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29

Tenzij in de aanvraag anders is aangegeven, heeft de aanvraag betrekking op de afgifte van een verklaring die zal gelden voor het residu als bedoeld in artikel 28 dat bij de aanvrager van de verklaring ontstaat in de periode van zes maanden nadat de verklaring is afgegeven.

Artikel 30
1.

Bij de aanvraag dienen de navolgende gegevens te worden overgelegd:

  • a. een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager op het moment van de aanvraag is erkend op grond van het Besluit bodemkwaliteit voor bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, onderdeel SIKB-protocol 7510, en
  • b. een prognose van de hoeveelheid te produceren niet-reinigbaar te storten residu in de eerstvolgende periode van zes maanden.
2.

Artikel 17, derde lid, is niet van toepassing.

Artikel 31

Indien de aanvrager in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag de beschikking heeft gehad over een verklaring als bedoeld in deze paragraaf, wordt zijn aanvraag niet in behandeling genomen zolang hij niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 35.

§ 5. Bepalingen met betrekking tot een verklaring voor residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan

Artikel 32
1.

Deze paragraaf is van toepassing op degene die beschikt over een geldige verklaring die is verleend met toepassing van § 4 van hoofdstuk 2.

2.

Indien deze paragraaf van toepassing is:

  • a. blijven de artikelen 9, 11 en 12 buiten toepassing met betrekking tot het residu van de procesmatige reiniging van een partij waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en
3.

Deze paragraaf is niet langer van toepassing op degene die schriftelijk heeft verklaard niet langer gebruik te willen maken van deze paragraaf.

Artikel 33

Tenzij in de verklaring anders is aangegeven, is een verklaring die met toepassing van § 4 van hoofdstuk 2 is verleend, geldig voor alle residu dat bij de houder van de verklaring ontstaat in de periode van zes maanden nadat de verklaring is afgegeven en dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en die zijn gereinigd overeenkomstig het bepaalde in BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend.

Artikel 34

Degene op wie deze paragraaf van toepassing is, houdt de navolgende partijen verontreinigde grond gescheiden:

  • a. partijen waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan;
  • b. partijen waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting reinigbaar residu zal ontstaan;
  • c. partijen waarop de BRL SIKB 7500 niet van toepassing is.
Artikel 35
1.

Na zes maanden na de datum van afgifte van de verklaring die met toepassing van § 4 van hoofdstuk 2 is verleend, dienen met betrekking tot de verstreken periode van zes maanden de volgende gegevens te worden overgelegd aan Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+:

  • a. een overzicht met de herkomst en status van de ingekomen partijen, waarvan het residu onder de verklaring die met toepassing van § 4 van hoofdstuk 2 is verleend, is gestort;
  • b. de hoeveelheid ingenomen verontreinigde grond in tonnen droge stof;
  • c. de hoeveelheid afgevoerd residu in tonnen gespecificeerd naar verwerker.
2.

Jaarlijks dient een materialenbalans over de scheidingsinstallatie van het voorgaande boekjaar te worden overgelegd aan Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+.

§ 6. De reikwijdte en geldigheid van een verklaring

Artikel 36

In de verklaring wordt aangegeven binnen welke minimum- en maximumwaarden de beoordeling van de reinigbaarheid of immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond van kracht is.

Artikel 37
1.

De verklaring is niet geldig voor een partij die na afgifte van de verklaring meer dan 10% (gewichtsprocenten) in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven.

2.

Indien de partij na afgifte van de verklaring meer dan 10% (gewichtsprocenten) in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven, dan wordt het meerdere aangemerkt als een afzonderlijke partij, waarvoor een aparte verklaring moet worden aangevraagd.

§ 7. Het wijzigen en intrekken van een verklaring

Artikel 38

Een verklaring kan op verzoek van de houder van de verklaring in elk geval worden gewijzigd:

  • a. indien hij de desbetreffende partij wil splitsen in deelpartijen;
  • b. in geval de verklaring is gebaseerd op een in situ beoordeling: indien de omvang of de samenstelling van de partij na het ontgraven is gewijzigd.
Artikel 39

Een verklaring kan worden ingetrokken indien:

  • a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
  • b. de omvang of de samenstelling van de partij zodanig is gewijzigd dat een hernieuwde beoordeling noodzakelijk is;
  • c. gedurende ten minste twee jaren van de verklaring geen gebruik is gemaakt.

§ 8. De beslistermijn

Artikel 40

Het besluit inzake het afgeven of wijzigen van een verklaring wordt genomen binnen vier weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

Hoofdstuk 3. De beoordeling van verontreinigde grond in het kader van de Wet bodembescherming

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

Vervallen

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 43

Op een aanvraag die is ingediend bij de Minister voor het tijdstip waarop deze regeling in werking is getreden en waarop op dat tijdstip nog niet onherroepelijk is beslist, zijn de Beleidsregels verontreinigde grond Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen, zoals die luidden ten tijde van de aanvraag, van toepassing totdat op de aanvraag onherroepelijk is beslist.

Artikel 44

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 45

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling reinigbaarheid grond.

Bijlage 1. behorende bij artikelen 9 en 10

Vervallen

Parameters die mede worden betrokken bij de beoordeling van de reinigbaarheid van verontreinigde grond, uitgaande van 25% lutum en 10% humus (organische stof) (mg/kg droge stof tenzij anders vermeld).

1.

Metalen

beryllium

tellurium

thallium

zilver

2.

Aromatische verbindingen

Om een zo doelmatig mogelijke verwerking te realiseren is het van belang dat, indien relevant, een partij-indeling wordt gemaakt. Een project dient u zodanig in partijen in te delen dat elke partij (binnen bepaalde marges) redelijk homogeen is zowel voor wat betreft grondsoort als verontreinigingen, rekening houdend met de verwerkingsmogelijkheden. De wijze van indelen kan in sterke mate de kosten van verwerken beïnvloeden. Hoe beter de indeling, hoe goedkoper de verwerking. Als handleiding is het navolgende opgesteld hetgeen tevens fungeert als aanvulling op de toelichting formulier aanvraag verklaring verontreinigde grond.

Om een zo doelmatig mogelijke verwerking te realiseren is het van belang dat, indien relevant, een partij-indeling wordt gemaakt. Een project dient u zodanig in partijen in te delen dat elke partij (binnen bepaalde marges) redelijk homogeen is zowel voor wat betreft grondsoort als verontreinigingen, rekening houdend met de verwerkingsmogelijkheden. De wijze van indelen kan in sterke mate de kosten van verwerken beïnvloeden. Hoe beter de indeling, hoe goedkoper de verwerking. Als handleiding is het navolgende opgesteld hetgeen tevens fungeert als aanvulling op de toelichting formulier aanvraag verklaring verontreinigde grond.

Om een zo doelmatig mogelijke verwerking te realiseren is het van belang dat, indien relevant, een partij-indeling wordt gemaakt. Een project dient u zodanig in partijen in te delen dat elke partij (binnen bepaalde marges) redelijk homogeen is zowel voor wat betreft grondsoort als verontreinigingen, rekening houdend met de verwerkingsmogelijkheden. De wijze van indelen kan in sterke mate de kosten van verwerken beïnvloeden. Hoe beter de indeling, hoe goedkoper de verwerking. Als handleiding is het navolgende opgesteld hetgeen tevens fungeert als aanvulling op de toelichting formulier aanvraag verklaring verontreinigde grond.

Om een zo doelmatig mogelijke verwerking te realiseren is het van belang dat, indien relevant, een partij-indeling wordt gemaakt. Een project dient u zodanig in partijen in te delen dat elke partij (binnen bepaalde marges) redelijk homogeen is zowel voor wat betreft grondsoort als verontreinigingen, rekening houdend met de verwerkingsmogelijkheden. De wijze van indelen kan in sterke mate de kosten van verwerken beïnvloeden. Hoe beter de indeling, hoe goedkoper de verwerking. Als handleiding is het navolgende opgesteld hetgeen tevens fungeert als aanvulling op de toelichting formulier aanvraag verklaring verontreinigde grond.

Voor de indeling geldt dat deze niet alleen theoretisch, maar ook praktisch uitvoerbaar moet zijn. Voorwaarden tijdens de sanering hiervoor zijn veelal:

Voor grote projecten raden wij u aan om voorafgaand aan de aanvraag over de wijze van indelen in overleg te treden met Bodem+.

Voor grote projecten raden wij u aan om voorafgaand aan de aanvraag over de wijze van indelen in overleg te treden met Bodem+.

Homogene eenheden

De locatie dient u in te delen in homogene eenheden: de partijen. Bij de indeling van partijen dient u achtereenvolgens rekening te houden met:

Daarnaast is het zinvol om rekening te houden met gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval (de Europese lijst van gevaarlijke afvalstoffen).

Te onderscheiden bodemlagen/grondsoorten geven meestal een verschil in aard en mate van verontreiniging en daarmee ook een verschil in verwerkingsmogelijkheden. De hoeveelheid fijne delen van de grond is met name van belang voor het bepalen van de reinigingskosten of immobilisatiekosten en de keuze van de reinigingstechnieken of immobilisatietechniek. Voor hergebruik is de fysische samenstelling van de grond evenwel ook van belang.

Te onderscheiden bodemlagen/grondsoorten geven meestal een verschil in aard en mate van verontreiniging en daarmee ook een verschil in verwerkingsmogelijkheden. De hoeveelheid fijne delen van de grond is met name van belang voor het bepalen van de reinigingskosten of immobilisatiekosten en de keuze van de reinigingstechnieken of immobilisatietechniek. Voor hergebruik is de fysische samenstelling van de grond evenwel ook van belang.

Minder dan 20 gewichtsprocenten fijne delen (fractie < 32 tot 63 μm)

Des te minder fijne delen de grond bevat des te minder residu ontstaat bij natte of ‘extractieve’ reiniging. Grond met minder dan 20 gewichtsprocenten aan fijne delen is in het algemeen nat reinigbaar. Zwak siltig, matig siltig en kleiig zand kan daarom vrijwel altijd nat worden gereinigd. De grondsoorten sterk siltig zand, uiterst siltig zand en sterk tot zwak zandige klei zijn mogelijk nat reinigbaar.

Meer dan 20 gewichtsprocenten fijne delen (fractie < 32 tot 63 μm)

Natte reiniging van grond met meer dan 20 gewichtsprocenten aan fijne delen is over het algemeen minder doelmatig. Bij thermische reiniging is de hoeveelheid fijne delen in mindere mate van belang; deze is wel bepalend voor de doorvoersnelheid in de installatie en in samenhang met het vochtgehalte de belangrijkste kostenfactor.

Bijmengingen

De aanwezigheid van puin en/of afval kan de kosten en/of het resultaat van de reiniging beïnvloeden. In veel gevallen verdient het daarom aanbeveling om puin en afval op de locatie af te zeven op maximaal 32 mm. Als afzeven niet mogelijk is, dan een indeling maken van partijen mèt en partijen zonder puin en/of afval. Partijen met meer dan 50 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal niet aanmelden.

Partijen grond die worden toegepast op of in de landbodem worden volgens het Besluit bodemkwaliteit onder het generieke kader ingedeeld in de categorieën Achtergrondwaarden (AW2000) en Maximale Waarden voor de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie. Deze maximale waarden zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B behorende bij de Regeling bodemkwaliteit. Voor een toelichting op de normstelling en toetsingskaders voor grond en baggerspecie wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de Handreiking Besluit bodemkwaliteit.

Partijen grond die worden toegepast op of in de landbodem worden volgens het Besluit bodemkwaliteit onder het generieke kader ingedeeld in de categorieën Achtergrondwaarden (AW2000) en Maximale Waarden voor de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie. Deze maximale waarden zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B behorende bij de Regeling bodemkwaliteit. Voor een toelichting op de normstelling en toetsingskaders voor grond en baggerspecie wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de Handreiking Besluit bodemkwaliteit.

Partijen grond die worden toegepast op of in de landbodem worden volgens het Besluit bodemkwaliteit onder het generieke kader ingedeeld in de categorieën Achtergrondwaarden (AW2000) en Maximale Waarden voor de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie. Deze maximale waarden zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B behorende bij de Regeling bodemkwaliteit. Voor een toelichting op de normstelling en toetsingskaders voor grond en baggerspecie wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de Handreiking Besluit bodemkwaliteit.

Na de indeling op grondsoort en categorieën is voor de verontreinigde grond een indeling nodig op zware metaalgehalten om een beoordeling van de reinigingsmogelijkheden en immobilisatiemogelijkheden mogelijk te maken. Bij deze indeling spelen de Achtergrondwaarden en de Maximale Waarden voor de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie een belangrijke rol.

Na de indeling op grondsoort en categorieën is voor de verontreinigde grond een indeling nodig op zware metaalgehalten om een beoordeling van de reinigingsmogelijkheden en immobilisatiemogelijkheden mogelijk te maken. Bij deze indeling spelen de Achtergrondwaarden en de Maximale Waarden voor de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie een belangrijke rol.

De volgende partijen zijn te onderscheiden:

Bijlage 2A. behorende bij artikel 17

Bijlage 2B

Bijlage 2C

d. Overige verontreinigingen

De verwerkingskosten van thermische reiniging nemen stapsgewijs toe voor olie, PAK/cyanide en chloorkoolwaterstoffen (CKW’s). Daarom dient de verontreinigde grond te worden onderscheiden (na de indeling op zware metalen) in partijen verontreinigd met alleen olie (PAK < 50mg/kg ds., cyanide < 25mg/kg ds., CKW’s < 20mg/kg ds.), partijen met PAK > 50mg/kg ds. en/of cyanide > 25mg/kg ds. (al dan niet met olie doch zonder CKW’s > 20mg/kg ds.) en partijen met CKW’s > 20mg/kg ds. (al dan niet met olie en/of PAK en/of cyanide); anders gelden voor de gehele partij de hoogste verwerkingskosten.

Voor natte reiniging nemen de reinigingskosten toe als de verontreinigingen meer dan een factor 5 boven de Maximale Waarden voor de bodemfunctieklasse Industrie (tabel 1 uit bijlage B behorende bij de Regeling bodemkwaliteit) liggen. Daarom dient de verontreinigde grond te worden onderscheiden (na het indelen op zware metalen) in grond met verontreinigingen beneden 5 maal de Maximale Waarden voor de bodemfunctieklasse Industrie en grond met verontreinigingen boven 5 maal de Maximale Waarden voor de bodemfunctieklasse Industrie.

105 Vanadium

110 Chroom

111 Chroom (VI)

115 Cobalt

120 Nikkel

125 Koper

130 Zink

135 Arseen

140 Selenium

145 Molybdeen

150 Cadmium

155 Tin

160 Antimoon

162 Telluur

165 Barium

168 Wolfraam

170 Kwik

175 Thallium

180 Lood

185 Borium

190 Mangaan

195 Zilver

205 Ammonium (als stikstof)

210 Fluoride (totaal)

215 Cyanide (totaal-vrij)

216 Thiocyanaat

220 Cyanide (totaal-complex; pH>5)

221 Cyanide (totaal-complex; pH<5)

225 Zwavel (sulfiden-totaal)

226 Zwavel (elementair)

227 Sulfaat (SO 4)

229 Zwavel (totaal)

230 Bromide

235 Fosfaat

240 Chloride

305 Benzeen

310 Ethylbenzeen

315 Tolueen

320 Xylenen

325 Fenolen

329 Aromaten (individueel)

330 Aromaten (totaal)

335 N-propylbenzeen

340 Iso-propylbenzeen

345 Cresolen

350 Alpha-naphtol

405 Naftaleen

410 Antraceen

415 Fenantreen

420 Fluoranteen

425 Pyreen

426 Chryseen

427 Benzo(a)antraceen

430 Benzo(a)pyreen

431 Benzo(k)fluoranteen

432 Indeno(1,2,3cd)pyreen

433 Benzo(ghi)peryleen

434 PAK-7 (BAGA)

435 PAK-totaal (10 VROM)

436 PAK-16 (EPA)

500 Dichloormethaan

501 Trichloormethaan (chloroform)

502 Tetrachloorkoolstof (tetra)

503 1,1,2-Trichloorethaan

504 Trichlooretheen (tri)

505 Alifatische chloorkwst.-indiv.

506 Tetrachlooretheen (per)

507 1,1,1-Trichloorethaan

508 1,1-Dichloorethaan

509 1,2-Dichloorethaan

510 Alifatische chloorkwst.-tot.vl

515 Alifatische chloorkwst.-tot.nv

516 Alifatische chloorkwst.-totaal

520 Chloorbenzenen (individueel)

525 Chloorbenzenen (totaal)

530 Chloorfenolen (individueel)

531 Pentachloorfenol

535 Chloorfenolen (totaal)

540 Chloorpck’s (totaal)

541 PCB 28: trichloorbifenyl

542 PCB 52: tetrachloorbifenyl

543 PCB 101: pentachloorbifenyl

544 PCB 118: pentachloorbifenyl

545 PCB’s (totaal)

546 PCB 138: hexachloorbifenyl

547 PCB 153: hexachloorbifenyl

548 PCB 180: heptachloorbifenyl

549 Polychloorterfenylen (totaal)

550 EOCl (totaal)

551 EOX

552 VOX

555 Alif.gehalogen. kwst

556 Carbamaten (individueel)

605 Org. chl. bestr. mid. (ind.)

610 Org. chl. bestr. mid. (tot.)

611 Niet chl. bestr. mid. (ind.)

612 Niet chl. bestr. mid. (tot.)

613 Organo-tinverbindingen (ind.)

615 Pesticiden (totaal)

619 HCH-Totaal

620 alfa-HCH

621 beta-HCH

622 delta-HCH

623 gamma-HCH

624 epsilon-HCH

625 HCB

629 Som Drins

630 Endosulfan

631 Aldrin

632 Dieldrin

633 Endrin

634 4,4 DDE

635 2,4 en 4,4 DDD

636 2,4 en 4,4 DDT

639 Som DDD/DDE/DDT

805 Tetrahydrofuran

810 Pyridine

815 Tetrahydrothiofeen

820 Cyclohexanon

825 Styreen

830 Benzine

833 Vluchtige koolwaterstoffraktie

834 Niet vluchtige koolwaterst.fr.

835 Minerale olie

836 Alcoholen (totaal)

840 Vinylchloride

843 Serpentijn asbest

844 Amfibool asbest

845 Asbest gewogen

850 Dicyclopentadieen

855 Ftalaten (totaal)

860 Geoxydeerde PAK (totaal)

900 Chlooranilines (totaal)

901 monochlooranilines

902 dichlooranilines

903 trichlooranilines

904 TEQ Dioxine (totaal)

905 Furanen (totaal)

Bijlage 2D

Toelichting

Formulier aanvraag verklaring verontreinigde grond

Versie juli 2006

Algemeen

Een verklaring verontreinigde grond geeft aan dat de desbetreffende partij grond niet reinigbaar is tot een nuttig toepasbaar product en leidt voor die partij tot ontheffing van het stortverbod krachtens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (Bssa).

Een aanvraag voor een verklaring verontreinigde grond inzake het Bssa vindt met uitzondering van:

altijd plaats na ontgraving van de grond en op basis van een ex-situ depotkeuring.

Het formulier ‘Aanvraag verklaring verontreinigde grond’ kunt u gebruiken ten behoeve van een aanvraag van een verklaring van niet-reinigbaarheid in het kader van het Bssa.

Een aanmelding in het kader van het Bssa wordt door Bodem+ uitsluitend in behandeling genomen op basis van een ex-situ depotkeuring met monsterneming conform protocol VKB-1001 ‘Monsterneming grond voor het procescertificaat partijkeuringen bouwstoffenbesluit’ (2 x 50 grepen van ca. 180 gram per deelpartij van maximaal 2.000 ton) en monstervoorbehandeling en -analyse conform Accreditatieprogramma Bouwstoffenbesluit (AP04).

Grond met een gemiddeld gewogen asbestgehalte hoger of gelijk dan 100 mg/kg droge stof vormt hier een uitzondering op. In geval van met asbest verontreinigde grond kan voor een aanmelding in het kader van het Bssa ook worden volstaan met een in-situ bodemonderzoek conform NEN 5707 (in geval van < 20% bodemvreemd materiaal) of NEN 5897 (in geval van > 20% bodemvreemd materiaal), aangevuld met in-situ bodemonderzoeksgegevens van overige chemische en fysische parameters.

Een beoordeling in het kader van het Bssa c.q. afgifte van een verklaring van niet-reinigbaarheid door Bodem+ is kosteloos. De termijn van een beoordeling bedraagt maximaal vier weken, indien de gegevens volledig en correct zijn aangeleverd.

Wij raden u aan om al tijdens de voorbereiding van de ontgraving rekening te houden met de melding aan Bodem+ en het verwerkingstraject van de grondstromen. Bij het uitvoeren van bodemonderzoek en het opstellen van een saneringsplan en -bestek kunt u denken aan het volgende:

A. Gegevens saneerder/ontdoener

01.

Onder saneerder verstaat Bodem+ de opdrachtgever voor een sanering. Onder ontdoener verstaat Bodem+ een aanbieder van een partij grond/afval. Bodem+ kent aan de saneerder/ontdoener een blijvend relatienummer toe. Bij volgende aanmeldingen of wijzigingen volstaat vermelding van dit relatienummer. De nummers 02 t/m 10 kunt u dan open laten mits er geen veranderingen zijn opgetreden.

02 t/m 08. Algemene gegevens van de saneerder/ontdoener.

9 en 10. Contactpersoon van de saneerder/ontdoener voor algemene zaken/hoofd van de afdeling.

B. Projectgegevens

11.

Het projectnummer wordt door Bodem+ toegekend. Als dit nummer bekend is, kunt u het hier invullen. De gegevens bij 12 t/m 20 hoeft u dan niet in te vullen mits er geen veranderingen zijn opgetreden.

12.

De naam die door de saneerder/ontdoener aan het project is gegeven.

13.

Geef hier aan of de financiering van het project plaatsvindt door de overheid ingevolge de Wbb. De code is het nummer waaronder dit project bij het bevoegd gezag bekend is.

14.

Adres, postcode en plaats van de projectlocatie.

15.

De X- en de Y-coördinaat van de locatie zoals deze op de topografische kaart zijn te vinden.

16 t/m 20. De naam en gegevens van de projectleider van de saneerder/ontdoener (dus niet van de projectadviseur die de melding verzorgt).

21 t/m 26. Onder projectadviseur verstaat Bodem+ de persoon/instantie/het adviesbureau die na-mens de saneerder/ontdoener de melding verzorgt en al dan niet als correspondentieadres fungeert. Bodem+ kent aan de projectadviseur een blijvend relatienummer toe. Bij volgende aanmeldingen, wijzigingen of uitbreidingen volstaat vermelding van dit relatienummer. De gegevens bij 22 t/m 26 kunt u dan open laten mits er geen veranderingen zijn opgetreden.

27 t/m 29. De contactpersoon, het toestelnummer en het e-mail adres van de projectadviseur die de melding verzorgt.

30.

Hier kunt u aangeven of de projectadviseur de correspondentie wenst te ontvangen.

31.

Hier vermeldt u de relevante rapporten met titel, nummer, datum en plaats waar deze rapporten ter inzage liggen en zonodig de naam van de daarvoor te benaderen persoon. Steekproefsgewijs en bij onduidelijkheden kan Bodem+ deze rapporten opvragen ten behoeve van de beoordeling van een partij. Stuur in alle gevallen de volledige rapportage van de partijkeuring toe!

32.

Bij de toelichting verstrekt u algemene achtergrondinformatie met betrekking tot historie, bedrijfsvoering, enzovoort. Eventueel gebruikt u hiervoor een kopie van de samenvatting van het nader onderzoek of het saneringsonderzoek.

C. Partijgegevens

Dit onderdeel (kopiëren en) invullen per depot c.q. te onderscheiden partij (zie brochure ‘Indelen in partijen’). Bij een aanvraag voor een niet-reinigbaarheidsverklaring moeten partijen groter dan 2.000 ton zijn opgesplitst in deelpartijen van maximaal 2.000 ton.

33 en 34. Naast het partijnummer van de saneerder/ontdoener, kent Bodem+ aan elke partij een eigen uniek partijnummer toe.

35.

Hier geeft u de totale hoeveelheid materiaal inclusief puin en afval zo goed mogelijk aan, zowel in tonnen als in kubieke meters. Geef tevens de gehanteerde omrekenfactor van tonnen naar kubieke meters aan. Zijn puin en afval vóór levering op een bepaalde diameter afgezeefd, dan het afgezeefde deel niet aanmelden. Eventueel bij 46 de gebruikte zeefdiameter aangeven.

36.

Geef hier aan wanneer de partij vermoedelijk wordt afgevoerd.

37 en 38. In principe wordt gebruik gemaakt van één grondsoortaanduiding. Alleen in bijzondere omstandigheden, in geval van een sterk heterogene bodemlaag of een sterk heterogeen depot, kunt u één partij met twee verschillende grondsoorten aanmelden.

Naast de indeling van partijen op basis van de grondsoort, dient u vóór ontgraving de partijen ook te scheiden op basis van combinaties van verontreinigingen, de mate van verontreiniging en de aanwezigheid van bodemvreemde stoffen (afval, puin). Het indelen van partijen is beschreven in de brochure ‘Indelen in partijen’ en in de handleiding van het programma K-SOIL.

De grondsoort geeft u aan met de volgende codes (zie ook de figuren 1 en 2):

39.

Geef het gemiddelde vochtgehalte aan (100 - % droge stof, bepaald volgens NEN 5748).

40.

Geef het gemiddelde humusgehalte aan, bepaald volgens NEN 5754. De pH (0,01 M CaCl 2) bepalen volgens NEN 5750. Het gehalte calciumcarbonaat bepalen volgens NEN 5757.

41.

Geef het gemiddelde lutumgehalte en de fractieverdeling van de minerale delen (0–2000 μm) aan. Het lutumgehalte (uitgedrukt in % d.s.) bepalen volgens NEN 5753. De fractieverdeling eveneens bepalen volgens NEN 5753 (met destructie, met behulp van zeef en pipet, inclusief de fractie > 2 mm) en berekenen als massapercentage van de som van de minerale delen (zie bijlage C.3 van NEN 5753). Minimaal één fractieverdeling bepalen per (deel)partij van maximaal 2.000 ton.

42.

Dit betreft de minerale delen < 2 mm. samen met humus en CaCO3 en eventueel aanwezige grind met een diameter van 2 tot 63 mm. en schelpen; dit is een bepaald percentage van de totale hoeveelheid droge stof.

43.

Bodem+ gaat ervan uit dat de partij zo mogelijk wordt gezeefd op 32 mm en in ieder geval op 80 mm. Vermeld derhalve op basis van visuele waarnemingen, de zeefcurve en boorstaten een schatting van de gehaltes voor de fracties van 2–32, 32–80 en >80 mm. Met puin wordt het gehalte aan steenachtig materiaal bedoeld.

44 en 45. Onder afval verstaat Bodem+ bodemvreemde stoffen (uitgezonderd puin) zoals slakken, sintels en kooldeeltjes, ijzerdelen, boomstronken, begroeiingsresten, plastics, huisvuil e.d.

Het percentage bodemvreemd materiaal (b) kan worden aangegeven door sommatie van het percentage puin en afval. Als het percentage bodemvreemd materiaal is aangegeven, dan is de totale partij bestaande uit grond (a) en bodemvreemd materiaal (b) voor 100% benoemd. Deze 100% is dan de totaal bij 35 aangemelde hoeveelheid.

46.

Bij de omschrijving afval geeft u een beschrijving van het afval, bijvoorbeeld soort, verspreiding, grootte, uitzeefbaarheid en dergelijke. Eventueel de gebruikte zeefdiameter aangeven.

47.

Hier geeft u de verontreinigingen van de partij aan:

Bij elk verontreinigingstype (Vt.) hoort een code; deze codes staan vermeld op bijgaande lijst. Voor PAK’s geldt: naast het PAK-totaal (de 10 van VROM) o.a. in verband met de toetsing van hergebruiksmogelijkheden ook altijd de overige op het formulier aangegeven PAK’s invullen.

Bij de concentratie (Conc.) geeft u de gemeten concentraties op van de verontreinigende stoffen (in mg/kg d.s.). Deze concentratie is het ‘gewogen gemiddelde’ van de analyses van de partij. In geval van een depotkeuringen met twee mengmonsters is het gewogen gemiddelde identiek aan het rekenkundig gemiddelde.

Hier geeft u de gemeten minimale (Min.) en maximale (Max.) waarden (in mg/kg d.s.) aan.

Bij Nan vermeldt u het aantal analyses dat op de partij betrekking heeft. Bij Nmm vermeldt u het aantal grepen per monster van het depotonderzoek of in geval van een bodemonderzoek het aantal deelmonsters per samengesteld monster.

Bij U vermeldt u eventueel de bepaalde uitloging, gemeten met de proef voor korrelvormige materialen (NEN 7343): de cumulatieve uitloging, uitgedrukt in mg/kg bij L/S=10. Dit uitsluitend voor partijen met een gehalte aan organische stoffen kleiner dan de samenstellingswaarden voor hergebruik van grond (bijlage 2 Bsb) én een gehalte aan anorganische stoffen groter dan de samenstellingswaarden voor schone grond (bijlage 1 Bsb) maar kleiner dan de samenstellingswaarden voor hergebruik van grond (bijlage 2 Bsb).

In de toelichting kunt u bijvoorbeeld aangeven in welke vorm en verspreiding de verontreiniging in de grond voorkomt (bijvoorbeeld wel of niet geïoniseerd) enzovoort.

48.

Hier kunt u aangeven welke monsternemingsstrategie is gehanteerd en met welke kwaliteitsniveau de monstervoorbehandeling en -analyses zijn uitgevoerd.

Een aanvraag inzake het Bssa ten behoeve van een niet-reinigbaarheidsverklaring moet altijd (m.u.v. grond met een gemiddeld gewogen asbestgehalte hoger of gelijk dan 100 mg/kg droge stof) ex-situ in depot worden gekeurd conform protocol VKB-1001 ‘Monsterneming grond voor het procescertificaat partijkeuringen bouwstoffenbesluit’ (2 × 50 grepen van ca. 180 gram per deelpartij van maximaal 2.000 ton) en monstervoorbehandeling en -analyse conform AP04.

49.

Per partij ondertekenen. Bodem+ neemt alleen volledig ingevulde en ondertekende formulieren in behandeling. Formulieren kunnen per post of fax worden verstuurd aan Bodem+, Postbus 93144, 2509 AC, Den Haag. Fax: 070 – 3735 100.

Naast het ingevulde formulier ‘Aanvraag verklaring grond’ dient u bij iedere partij standaard een aantal begeleidende documenten mee te sturen, te weten:

In geval van asbesthoudende grond die op basis van een in-situ bodemonderzoek wordt aangemeld dient u altijd een volledig exemplaar van het rapport asbestonderzoek mee te sturen.

In geval van residu van de reiniging van grond, die is gereinigd overeenkomstig BRL 7500 en SIKB-protocol 7510 dient u standaard een aantal begeleidende documenten mee te sturen, te weten:

Bijlage 3. behorende bij artikel 17

Bij de aanvraag voor een verklaring verontreinigde grond te verstrekken gegevens

A. Gegevens saneerder

B. Projectgegevens

C1. Partijgegevens (ingeval van bemonstering van een depot van maximaal 2.000 ton)

De bemonstering van de depots moet zijn uitgevoerd overeenkomstig het protocol VKB-1001 ‘Monsterneming grond voor het procescertificaat partijkeuringen bouwstoffenbesluit’ volgens de strategie 2 maal 50 grepen of conform het accreditatieprogramma bouwstoffenbesluit (AP04) voor de monstername conform het schema voor de monsterneming ten behoeve van het handhavingsprotocol grond.

Per geanalyseerd monster:

Het accreditatieprogramma bouwstoffenbesluit (AP04) voor voorbewerking van monsters en laboratoriumonderzoek is van toepassing op de bovenstaande partijgegevens.

C2. Partijgegevens (ingeval van grond verontreinigd met asbest tot boven de samenstellingswaarde voor herbruikbare grond)

D. Bemonsteringsgegevens depotkeuring

E. Gegevens procescertificering (ingeval van residu van de procesmatige reiniging van grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan)

F. Aanvullende gegevens

Op verzoek van Bodem+ worden aanvullende gegevens verstrekt op voet van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bijlage 4. behorende bij artikelen 25 en 42

Indelen In Categorieën, versie juli 2006

Deze brochure is een aanvulling op de brochure ‘indelen in partijen’ en geeft de definities van de verschillende categorieën grond.

Schone grond

Grond die geen van de samenstellingswaarden uit bijlage 1 van het Bouwstoffenbesluit (Bsb) overschrijdt. Deze grond is multifunctioneel toepasbaar.

In het kader van de Vrijstellingsregeling samenstellings- en immissiewaarden Bouwstoffenbesluit (Staatscourant 126; 1999) mogen in bepaalde gevallen enkele parameters de samenstellingswaarden uit bijlage 1 van het Bsb overschrijden.

Categorie 1-grond

Grond die:

Categorie 2-grond

Grond die:

Ernstig verontreinigde grond

Grond die de interventiewaarden overschrijdt.

Niet ernstig verontreinigde grond, niet zijnde schone- of categorie 1 of 2 grond

Grond die niet behoort tot de categorieën schone grond, categorie 1-grond, categorie 2-grond of ernstig verontreinigde grond.

In figuur 1 is voor anorganische verontreinigingen de indeling in categorieën grafisch weergegeven. De immissiewaarde is in figuur 1 vervangen door een emissie ongeïsoleerd en een emissie geïsoleerd, zodat het onderscheid tussen categorie 1-grond en categorie 2-grond duidelijk wordt. In figuur 2 is voor organische verontreinigingen de indeling in categorieën grafisch weergegeven.

Indelen in partijen, versie juli 2006

Om een zo doelmatig mogelijke verwerking te realiseren is het van belang dat, indien relevant, een partij-indeling wordt gemaakt. Een project dient u zodanig in partijen in te delen dat elke partij (binnen bepaalde marges) redelijk homogeen is zowel voor wat betreft grondsoort als verontreinigingen, rekening houdend met de verwerkingsmogelijkheden. De wijze van indelen kan in sterke mate de kosten van verwerken beïnvloeden. Hoe beter de indeling, hoe goedkoper de verwerking. Als handleiding is het navolgende opgesteld hetgeen tevens fungeert als aanvulling op de toelichting formulier aanvraag verklaring verontreinigde grond.

Voor de indeling geldt dat deze niet alleen theoretisch, maar ook praktisch uitvoerbaar moet zijn. Voorwaarden tijdens de sanering hiervoor zijn veelal:

Grote projecten

Voor grote projecten raden wij u aan om voorafgaand aan de aanvraag over de wijze van indelen in overleg te treden met Bodem+.

Homogene eenheden

De locatie dient u in te delen in homogene eenheden: de partijen. Bij de indeling van partijen dient u achtereenvolgens rekening te houden met:

Daarnaast is het zinvol om rekening te houden met gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval (de Europese lijst van gevaarlijke afvalstoffen).

1. Indelen op grondsoort

Te onderscheiden bodemlagen/grondsoorten geven meestal een verschil in aard en mate van verontreiniging en daarmee ook een verschil in verwerkingsmogelijkheden. De hoeveelheid fijne delen van de grond is met name van belang voor het bepalen van de reinigingskosten en de keuze van de reinigingstechnieken. Voor hergebruik is de fysische samenstelling van de grond evenwel ook van belang.

Minder dan 20% fijne delen (fractie < 32 tot 63 μm)

Des te minder fijne delen de grond bevat des te minder residu ontstaat bij natte of ‘extractieve’ reiniging. Grond met minder dan 20% aan fijne delen is in het algemeen nat reinigbaar. Zwak siltig, matig siltig en kleiig zand kan daarom vrijwel altijd nat worden gereinigd. De grondsoorten sterk siltig zand, uiterst siltig zand en sterk tot zwak zandige klei zijn mogelijk nat reinigbaar.

Meer dan 20% fijne delen (fractie < 32 tot 63 μm)

Natte reiniging van grond met meer dan 20% aan fijne delen is over het algemeen minder doelmatig. Bij thermische reiniging is de hoeveelheid fijne delen in mindere mate van belang; deze is wel bepalend voor de doorvoersnelheid in de installatie en in samenhang met het vochtgehalte de belangrijkste kostenfactor.

Bijmengingen

De aanwezigheid van puin en/of afval kan de kosten en/of het resultaat van de reiniging beïnvloeden. In veel gevallen verdient het daarom aanbeveling om puin en afval op de locatie af te zeven op maximaal 32 mm. Als afzeven niet mogelijk is, dan een indeling maken van partijen mèt en partijen zonder puin en/of afval. Partijen met meer dan 50% bodemvreemd materiaal niet aanmelden.

2. Indelen op verontreinigingsgraad

a. Categorieën

Schone grond (< samenstellingswaarden schone grond uit bijlage 1 van het Bouwstoffenbesluit (Bsb)) is multifunctioneel toepasbaar. Categorie 1-grond is ongeïsoleerd toepasbaar. Categorie 2-grond is geïsoleerd toepasbaar. Alle overige grond dient te worden gereinigd of gestort. Voor de definities van schone grond, categorie 1-grond en categorie 2-grond zie de brochure ‘Indelen in categorieën’.

b. Zware metalen

Na de indeling op grondsoort en categorieën is voor de verontreinigde grond een indeling nodig op zware metaalgehalten om een beoordeling van de reinigingsmogelijkheden mogelijk te maken. Bij deze indeling spelen de samenstellingswaarden voor schone grond (bijlage 1 Bsb) en samenstellingswaarden voor herbruikbare grond (bijlage 2 Bsb) een belangrijke rol.

De volgende partijen zijn te onderscheiden:

c. Asbest

Na indeling op grondsoort en categorieën is voor verontreinigde asbesthoudende grond een indeling nodig op asbestgehalten om een beoordeling van de reinigingsmogelijkheden te maken. Bij deze indeling spelen de restconcentratienorm voor asbesthoudende grond (100 mg/kg droge stof gewogen) en de interventiewaarde voor asbesthoudende grond(eveneens 100 mg/kg droge stof gewogen) een belangrijke rol. De restconcentratienorm en interventiewaarde voor asbesthoudende grond, zijnde 100 mg/kg droge stof, betreft een gewogen norm. Deze gewogen norm kan worden berekend op basis van de formule: 1 × serpentijnasbestgehalte + 10 × amfiboolasbestgehalte.

De volgende partijen zijn te onderscheiden:

d. Overige verontreinigingen

De verwerkingskosten van thermische reiniging nemen stapsgewijs toe voor olie, PAK/cyanide en chloorkoolwaterstoffen (CKW’s). Daarom dient de verontreinigde grond te worden onderscheiden (na de indeling op zware metalen) in partijen verontreinigd met alleen olie (PAK < 50mg/kg ds., cyanide < 25mg/kg ds., CKW’s < 20mg/kg ds.), partijen met PAK > 50mg/kg ds. en/of cyanide > 25mg/kg ds. (al dan niet met olie doch zonder CKW’s > 20mg/kg ds.) en partijen met CKW’s > 20mg/kg ds. (al dan niet met olie en/of PAK en/of cyanide); anders gelden voor de gehele partij de hoogste verwerkingskosten.

Voor natte reiniging nemen de reinigingskosten toe als de verontreinigingen meer dan een factor 5 boven de samenstellingswaarden herbruikbare grond (bijlage 2 Bsb) liggen. Daarom dient de verontreinigde grond te worden onderscheiden (na het indelen op zware metalen) in grond met verontreinigingen beneden 5 maal de samenstellingswaarde herbruikbare grond en grond met verontreinigingen boven 5 maal de samenstellingswaarde herbruikbare grond.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 1. behorende bij artikelen 9 en 10

Vervallen

Bijlage 1. behorende bij artikelen 9 en 10

Vervallen

Bijlage 1. behorende bij artikelen 9 en 10

Vervallen

Bijlage 2A. behorende bij artikel 17

Vervallen

Bijlage 2B

Vervallen

Bijlage 2C

Vervallen

Indelen in partijen, versie juli 2009

Indelen in partijen, versie juli 2009

1. Indelen op grondsoort

2. Indelen op verontreinigingsgraad

2. Indelen op verontreinigingsgraad

2. Indelen op verontreinigingsgraad

b. Zware metalen

c. Asbest

Na indeling op grondsoort en categorieën is voor verontreinigde asbesthoudende grond een indeling nodig op asbestgehalten om een beoordeling van de reinigingsmogelijkheden te maken. Bij deze indeling spelen de hergebruikswaarde (Maximale Waarde voor de bodemfunctieklasse Industrie) voor asbesthoudende grond (100 mg/kg droge stof gewogen) en de interventiewaarde voor asbesthoudende grond (eveneens 100 mg/kg droge stof gewogen) een belangrijke rol. De restconcentratienorm en interventiewaarde voor asbesthoudende grond, zijnde 100 mg/kg droge stof, betreft een gewogen norm. Deze gewogen norm kan worden berekend op basis van de formule: 1 × serpentijnasbestgehalte + 10 × amfiboolasbestgehalte.

De volgende partijen zijn te onderscheiden:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 43a

Deze regeling berust op artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, en artikel 1a van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen.

Bijlage 2D

Vervallen

Indelen in partijen, versie juli 2009

Grote projecten

1. Indelen op grondsoort

2. Indelen op verontreinigingsgraad

a. Categorieën

c. Asbest

Na indeling op grondsoort en categorieën is voor verontreinigde asbesthoudende grond een indeling nodig op asbestgehalten om een beoordeling van de reinigingsmogelijkheden te maken. Bij deze indeling spelen de hergebruikswaarde (Maximale Waarde voor de bodemfunctieklasse Industrie) voor asbesthoudende grond (100 mg/kg droge stof gewogen) en de interventiewaarde voor asbesthoudende grond (eveneens 100 mg/kg droge stof gewogen) een belangrijke rol. De restconcentratienorm en interventiewaarde voor asbesthoudende grond, zijnde 100 mg/kg droge stof, betreft een gewogen norm. Deze gewogen norm kan worden berekend op basis van de formule: 1 × serpentijnasbestgehalte + 10 × amfiboolasbestgehalte.

d. Overige verontreinigingen

De verwerkingskosten van thermische reiniging nemen stapsgewijs toe voor olie, PAK/cyanide en chloorkoolwaterstoffen (CKW’s). Daarom dient de verontreinigde grond te worden onderscheiden (na de indeling op zware metalen) in partijen verontreinigd met alleen olie (PAK < 50mg/kg ds., cyanide < 25mg/kg ds., CKW’s < 20mg/kg ds.), partijen met PAK > 50mg/kg ds. en/of cyanide > 25mg/kg ds. (al dan niet met olie doch zonder CKW’s > 20mg/kg ds.) en partijen met CKW’s > 20mg/kg ds. (al dan niet met olie en/of PAK en/of cyanide); anders gelden voor de gehele partij de hoogste verwerkingskosten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12a

In afwijking van de artikelen 9, 11 en 12 wordt verontreinigde grond in elk geval aangemerkt als niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar, indien het betreft:

  • a. verpakte grondmonsters;
  • b. de minerale stof die resteert na de destillatie van het mengsel van oliehoudende boorspoeling en boorgruis;
  • c. de minerale stof die resteert na de reiniging van ballastbedgrind.

§ 4. De beoordeling van de reinigbaarheid van residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan

§ 5. De beoordeling van de reinigbaarheid van verontreinigde grond waarvan is gebleken dat zij evident niet-reinigbaar is

Hoofdstuk 2. De beoordeling van verontreinigde grond in het kader van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

§ 1. De aanvraag van een verklaring

§ 2. Bepalingen met betrekking tot het onderzoek van verontreinigde grond

§ 3. Bepalingen met betrekking tot het onderzoek van grond waarvan is gebleken dat zij is verontreinigd met asbest

§ 4. Bepalingen met betrekking tot de aanvraag van een verklaring voor residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan

§ 5. Bepalingen met betrekking tot een verklaring voor residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan

§ 6. De reikwijdte en geldigheid van een verklaring

§ 7. Het wijzigen en intrekken van een verklaring

§ 8. De beslistermijn

Hoofdstuk 3. De beoordeling van verontreinigde grond in het kader van de Wet bodembescherming

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 3. behorende bij artikel 17

Vervallen

Indelen in partijen, versie juli 2009

Grote projecten

1. Indelen op grondsoort

b. Zware metalen

c. Asbest

d. Overige verontreinigingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 43b

Vervallen

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 25 en 42

Vervallen

Grote projecten

1. Indelen op grondsoort

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)