Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Buitenlandse Economische Betrekkingen vanaf 1945 (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 26 juli 2006 nr. arc-2006.02898/4);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Buitenlandse Economische Betrekkingen over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument buitenlandse economische betrekkingen
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Buitenlandse Zaken en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Defensie en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Financiën en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Justitie en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Verkeer en Waterstaat en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Economische Zaken en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de onder zijn zorg ressorterende actoren.
Gebruikte afkortingen
NB Waar de afkortingen directoraten of diensten betreffen van andere ministeries dan Economische Zaken, wordt ook het ministerie vermeld
ACC: Comité van bestuurlijke coördinatie van de VN
ACS-landen: Landen, aangesloten hij de door de EEG gesloten akkoorden van Yaoundé en verdragen van Lome
AG: Australië Groep
AMVB: Algemene Maatregel van Bestuur
AV: Algemene Vergadering van de VN
BEB: [Directoraat] Buitenlandse Economische Betrekkingen
Benelux: Belgisch-Nederlands-Luxemburgse Douaneovereenkomst.
BLEU: Belgisch-Luxemburgse Economische Unie
BZ: Buitenlandse Zaken, ministerie
BiZa: Binnenlandse Zaken, ministerie
BSD: Basisselectiedocument
CBI: Centrum tot bevordering van de import uit ontwikkelingslanden
CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek
CCEIA: Coördinatiecommissie inzake de Europese Integratie en Associatievraagstukken
CEES: Comité voor Europese Economische Samenwerking
CED: Commissie van Economische Deskundigen van de SER
CEIA: Coördinatiecommissie inzake de Europese Integratie en Associatievraagstukken
CIME: Comite inzake internationale investeringen en internationale ondernemingen (OESO)
CIRR: Commercial Interest Reference Rate (maandelijkse OESO-publicatie)
CO: Centraal Orgaan voor de Economische Betrekkingen met het Buitenland
COCOM: Coordinating Committee for Multilateral Export Control
COREPER: Comité des représentantans permanents
Coco: Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen
CocoHan: Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau
CoCor: Commission de Coördination met de Hoge Autoriteit van de EGKS
COCOS: Coördinatiecommissie voor Ontwikkelingssamenwerking
COCOVNGO: Coördinatiecommissie Verenigde Naties en Geassocieerde Organisaties.
COP: Contactgroep Opvoering Productiviteit
CPB: Centraal Planbureau
CSA: Comité Spécial Agriculture
CSCM: Committee on Subsidies and Coutervailing Measures van de WTO
CW: Chemische wapens (Verdrag Chemische Wapens, Uitvoerwet Chemische Wapens)
DAC: Development Assistance Committee (OESO)
DESO: Directie Economische Samenwerking met Ontwikkelingslanden (min EZ)
DGEM: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directoraat-generaal van het Economische en Militaire Hulpprogram
DSB: Dispute settlement board: geschillenregeling van de GATT
EBU: Europese Betalingsunie
EC: Europese Commissie
ECA: Economic Cooperation Administration van het Europees Herstelprogram (Marshallplan)
ECA: Economic Commission for Africa (VN)
ECAFE: Economic Commission for Asia and the Far East
ECD: Economische Controledienst
ECE: Economic Commission for Europe van de Verenigde Naties
ECLA: Economic Commission for Latin America van de VN
ECO: European Coal Organization
ECOSOC: Economic and Social Council van de Verenigde Naties
EDG: Europese Defensiegemeenschap
EECE: Emergency Economic Comittee for Europe
EEG: Europese Economische Gemeenschap
EFTA: Europese vrijhandelsassociatie
EG: Europese Gemeenschap(pen)
EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
EHP: Europees Herstelprogram (Marshallplan)
EKV: Exportkredietverzekering
EMHP: Economisch Militair Hulpprogramma (vervolg op het Marshallplan)
EMO: Europese Monetaire Overeenkomst
ERP: European Recovery Program (Marshallplan)
ERR: Exportrisicoregeling
ESC: Economisch en Sociaal Comité
ESCAP: Economic and Scoial Commission for Asia and the Pacific
EU: Europese Unie
EURATOM: Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
EVA: Europese vrijhandelsassociatie
EVD: Economische Voorlichtingsdienst, later: Exportvoorlichtingsdienst
EZ: Economische Zaken (Ministerie)
FOA: Foreign Assistance Act.
FAO: Food and Agricultural Organization van de VN
FIOD: Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst
FVS: [Vergunning] Financieel Verkeer Strategische Goederen
GATT: General Agreemand on Tarif and Trade
GBZ: Gedane buitenlandse zaken, een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein buitenland […] en het ministerie van Buitenlandse Zaken door PIVOT
GFF: Generaal fonds van grondstoffen
GOM: Garantiefaciliteit Opkomende Markten
HA: Hoge Autoriteit (van de EGKS)
IAB: Interambtelijke Begeleidingsgroep (inzake wapenexport)
IBTA: Investeringsbevordering en Technical Assistance
IBCD: Wereldbank (International Bank for Reconstrunction and Development)
ICA: Interdepartementale (Coördinatie-)commissie voor Associatie-aangelegenheden
ICB: Informatiecentrum Bedrijfsleven plan Marshall
ICER: Interdepartementale commissie Europees Recht
ICER-V: ICER, afdeling voorbereiding
ICER-U: ICER, afdeling uitvoering
ICSID: Internationaal Centrum voor de regeling van investeringsgeschillen
IDA: Internationale Ontwikkelingsassociatie (van de Wereldbank)
IDC: Interdepartementale commissie voor het Economisch Herstelplan
Interbank: Wereldbank
IOEA: Interdepartementaal overleg Europese Aanbestedingen
IFC: Internationale Financieringsmaatschappij
IFOM: Investeringsfaciliteit Opkomende Markten
IGO, Igo: Intergouvernementele organisatie
IRHP: Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek
ISO: Interdepartementaal Steunoverleg
ITC: International Trade Centre
ITO: International Trade Organisation
IWN: Interdepartementale Werkgroep Notificatie
JEIA: Jont Export Import Agency (van de geallieerde bezettingsmacht in Duitsland)
JIU: Jont Inspection Unit (van ECOSOC)
KB: Koninklijk Besluit
KLM: Koninklijke Luchtvaart Maatschappij
KNOV: Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond
LGO: Landen en gebieden overzee (als EEG-handelspartners)
LNV: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
LVV: Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
MFA: Multivezelaccoord van de GATT
MFN: Most favourite nation; meestbegunstigde natie
MHP: Militaire Hulpprogramma
MIGA: Multilateraal Investeringsgarantie Agentschap (Wereldbank)
MILIEV: (Programma) Milieu en Economische Verzelfstandiging
MKB: Midden- en Kleinbedrijf
MTCR: Missile Technology Control Regime
NCM: Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij NV
NCP: Nationaal Contactpunt (voor een OESO-richtlijn)
NCW: Nederlands Christelijk Werkgeversverbond
NEDECO: Netherlands Engineering Company
NGO, Ngo: Niet-gouvernementele organisatie
NHM: Nederlandsche Handelmaatschappij
NIPO: Nederlands Instituut voor Publieke Opinie en Marktonderzoek
NORR: Netherland Office for Relief and Rehabilitation
NMCP: Netherlands Management Consultancy Programme Eastern Europe
NSG: Nuclear Suppliers Group
OECD: Organisation for Economic Cooperation and Development
OEEC: Organisation for European Economic Cooperation
OEES: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking
OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
ORET: Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties
p.a.: Procurement autorization van een Marshallkrediet
PC: Permanente (sub-)commissie voor de Handelspolitiek van de Benelux
PESP: Programma Economische Samenwerking Projecten
PSB: Programma Starters op Buitenlandse Markten
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
PSO: Programma Samenwerking Oost-Europa
PSOM: Programma Samenwerking Opkomende Markten
PV: Permanente Vertegenwoordiger
RCO: Raad van de Centrale Ondernemersorganisaties
REA: Raad voor Economische Aangelegenheden
REIA: Raad voor Europese en Internationale Aangelegenheden
REZ: Raad voor Europese Zaken
RHI: Regeling Herverzekering Investeringen
ROF: Renteovertbruggingsfonds
SENO: Stichting Economische Samenwerking Nederland Opkomende Markten
SER: Sociaal-Economische Raad
Stb: Staatsblad
Stcrt: Staatscourant
TA: Technical Assistance
TBR: Trade Barrier Regulations
TH: Technische hulpverlening
TPRB: Trade policy review board
TPRM: Trade policy review mechanism
TRIMS: Agreement on trade related investmens measures
TRIPS: Agreement on trade related industrial properties
Trb: Tractatenblad
UN: United Nations/Verenigde Naties
UNCITRAL: United Nations Commission on International Trade Law
UNCTAD: United Nations Conference on Trade and Development
UNCTE: United Nations Conference on Trade and Employment
UNDP: United Nations Deleopment Programme
UNEP: United Nations Environment Programme
UNIDO: United Nations
UNRRA: United Nations Relief and Rehabilitation Agency
UNSF: United Nations Special Fund
USSR: Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (Rusland)
VKK: Vereniging van Kamers van Koophandel, na 1980: Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland
VN: Verenigde Naties
VNO: Verbond van Nederlandse Ondernemers
VNW: Verbond van Nederlandse Werkgevers
WBNC: Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen
WEU: Westeuropese Unie
WIM: Werkgroep Interne Markt
1. Inleiding
1.1 Definitie van het beleidsterrein
Het ministerie van Economische Zaken had in 1946 – volgens de Staatsalmanak – als een van zijn taken ‘het Coördineeren van de belangen, onder verschillende Departementen ressortereerende, op het gebied van de handelspolitiek’. Het hier volgende is een parafrase van Moquette BEP, p. 397Deze coördinatietaak werd toebedeeld aan een dienst Buitenlandse Economische Betrekkingen. In 1952 werd deze taak volgens de omschrijving uitgebreid met de coördinatie van ‘de economische betrekkingen met andere landen in het algemeen.’ In deze almanak werd de taak nader omschreven als:
In 1955 werd daaraan toegevoegd:
Uit nadere toelichtingen in de staatsalmanakken blijkt dat deze taakstelling rechtstreekse contacten inhoudt met ‘buitenlandse regeringsvertegenwoordigers c.q. internationale organisaties.’ Het gevolg hiervan is dat het ministerie rechtstreeks betrokken is bij de Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland en bijgevolg naast het ministerie van Buitenlandse Zaken een buitenlands beleid voert.
Tot de doelstellingen van dit beleid behoort:
1.2 Afbakening van het beleidsterrein
In dit rapport zal worden ingegaan op het eerste deelterrein: de buitenlandse economische betrekkingen en de daaraan verbonden regelgeving.
Het bevorderen van optimale economische betrekkingen met het buitenland wordt gerealiseerd door:
Dit rapport onderzoekt met name de handelingen van het ministerie van Economische Zaken, die – althans in eerste instantie – zijn gericht op de belangen van de Nederlandse economie. Een aantal onderwerpen met betrekking tot de handel met het buitenland wordt niet door het ministerie van Economische Zaken aangestuurd: handel in het belang van de ontwikkelingshulp wordt niet in dit rapport behandeld, omdat dit in een PIVOT-rapport van het ministerie van Buitenlandse Zaken is beschreven.
Het in dit rapport onderzochte beleidsterrein grenst aan de volgende beleidsterreinen:
Binnen het kader van de Nederlandse economie heeft het buitenlandse handelsbeleid raakvlakken met alle beleidsterreinen waarvoor regelgeving bestaat overeenkomstig multilaterale afspraken. Hierbij speelt vooral de Europese integratie een belangrijke rol. In het bijzonder worden in dit verband genoemd:
2. Actoren
2.1 Inleiding
Op het beleidsterrein buitenlandse economische betrekkingen is een twintigtal actoren actief of actief geweest.
De centrale speler op het beleidsterrein is het directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (dg BEB) dat formeel interdepartementaal is, maar in de praktijk onder de Minister van Economische Zaken ressorteert. Daarom is in de betreffende handelingen van het dg BEB de Minister van Economische Zaken vernoemd als actor.
Naast EZ speelt ook het ministerie van Buitenlandse Zaken een grote rol, o.a. door middel van haar diplomatieke buitenposten. Tenslotte is ook een aantal andere ministeries en overheidsinstellingen betrokken bij het beleidsterrein.
2.2 Actorenoverzicht
Hoewel het directoraat-generaal BEB formeel interdepartementaal is wordt haar beleid grotendeels bepaald door de minister van Economische Zaken, op wiens ministerie het directoraat-generaal ook fysiek is ondergebracht. Samen met de minister van Buitenlandse Zaken verzorgt EZ grotendeels de buitenlandse economische betrekkingen. EZ treedt daarbij vooral op als beleidsvoorbereider en -uitvoerder, terwijl bij BuZa de nadruk ligt op de vertegenwoordiging van de Nederlandse economische belangen in internationale organisaties. Voor een nadere toelichting op de rol van de Minister van Economische Zaken op dit beleidsterrein wordt verwezen naar paragraaf 1.3.
De Centrale Dienst voor de In- en Uitvoer (CDIU) werd opgericht op 12 augustus 1941.
Administratief en uitvoerend orgaan, belast met o.m. de uitgifte van uit- en invoervergunningen, de deviezencontrole en de controle op de gerealiseerde in- en uitvoer. Haar werk was voor een groot gedeelte gedelegeerd de Rijksbureaus voor het binnenlandse goederenverkeer, die de productie ten behoeve van de distributie controleerden. Tijdens de Marshallhulp was er nog schaarste aan textiel, hout, metalen, etc. De CDIU was belast met de verantwoording van de ingevoerde producten. Na de verdwijning van de distributie en de opheffing van de rijksbureaus kwamen de taken meer rechtstreeks bij de CDIU te berusten. In 1997 is de CDIU overgegaan naar het ministerie van Financiën
De Minister van Buitenlandse Zaken zaken speelt, o.a. via zijn vertegenwoordigingen in het buitenland, een nadrukkelijke rol in de buitenlandse economische betrekkingen, aangezien deze meestal niet los te zien is van de diplomtieke betrekkingen met andere landen.
Het ministerie van Defensie wordt geraadpleegd bij het afsluiten van handelsovereenkomsten voor wapens door de ministers van EZ en BuZa.
De minister van Buitenlandse Zaken, in het bijzonder het Directoraat-generaal Internationale Samenwerking, is betrokken bij de internationale handelspolitiek indien ook financiele of monetaire aspecten meespelen
DNB leverde bijdragen aan het sluiten van bilaterale handelsovereenkomsten met landen binnen de (latere) Europes samenwerkingsverbanden. De Nederlandsche Bank was ook betrokken bij de Marshallhulp en kende vanaf 1950 een aparte afdeling voor de afwikkeling van het Europees Herstelprogramma. In deze selectielijst zijn geen handelingen opgenomen van deze actor, aangezien De Nederlandsche Bank een eigen selectielijst heeft.
De minister van Economische Zaken stemt het handelsbeleid af met de minister van LNV voor zover deze ook betrekking heeft op de agrarische handelspolitiek.
De Minister van SZW bemiddelde in de periode 1947–1958 bij uitwisselingen van groepen in het kader van (economische) kennisuitwisseling met de Verenigde Staten.
Deze commissie adviseert en informeert de Nederlandse regering inzake de internationale economische betrekkingen.
De IRHP bereidt de Nederlandse standpunten voor inzake de voorbereiding van Europese (EEG/EG/EU) besluiten.
In een aantal gevallen worden naast de ministers van EZ, Buitenlandse zaken, LNV en Financiën ook andere ministeries betrokken bij de internationale handelspolitiek, bijvoorbeeld het ministerie van Verkeer en Waterstaat als het (mede) om vervoersmiddelen of infrastructuur gaat.
3. De selectie
Dit rapport is een samenvoeging van het Rapport Institutioneel Onderzoek en het Basis Selectie Document. Dat wil zeggen dat in dit document het integrale RIO is opgenomen en dat aan de handelingen de waardering ten behoeve van de selectie is toegevoegd. In de uiteindelijke vaststellingsprocedure zal een apart BSD worden gevormd. Dit document zal dus uitsluitend binnen EZ voor de interne vaststelling worden gebruikt. De waardering is daarom alleen voor de Minister van Economische Zaken toegekend. De andere zorgdragers zullen zelf deze waardering voor hun eigen handelingen toekennen.
De hoofddoelstelling van de selectie is een scheiding aan te brengen tussen:
Voor archiefbescheiden die voor blijvende bewaring in aanmerking komen geldt in beginsel dat deze na een termijn van 20 jaar moeten worden overgebracht naar een openbare archiefbewaarplaats, in dit geval het Nationaal Archief. De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.’ Daarnaast schrijft de wet voor die bij de vaststelling van de selectielijst de noodzaak van bewijsvoering voor de recht- en bewijszoekende burger in de overweging moet worden betrokken.Art. 5, Archiefwet 1995.
Om de selectiedoelstelling te operationaliseren zijn de handelingen, zoals die in het RIO zijn beschreven gewogen aan de hand van een lijst van zes selectiecriteria, die standaard zijn opgesteld door de projectgroep PIVOT.
Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisatiesbelast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
De gegevensbestanden van de handelingen die voldoen aan de selectiecriteria dienen uiteindelijk te worden overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief en zijn gewaardeerd met B(ewaren) onder verwijzing naar het nummer van het aangehaalde criterium. De neerslag van de handelingen die niet aan de criteria voldoen wordt gewaardeerd met V(ernietigen). ‘Vernietigen’ betekent: de door de administratie gevormde neerslag van de handelingen zal uiteindelijk niet worden overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief: de documentaire neerslag die uit deze handeling voortvloeit is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het (overheids)beleid op hoofdlijnen en er worden met vernietiging geen langdurige of blijvende rechtszekerheden aangetast waarvoor althans het bureau de verantwoording draagt. Ingeval van ‘vernietigen’ blijft het orgaan dus verantwoordelijk voor de bestemming en de zorg voor de betreffende documentaire neerslag en de rechtsgevolgen die daaruit kunnen voortvloeien. Ter wille van de rechtszekerheid heeft de wetgever daarom bepaald dat in de selectielijst bewaartermijnen moeten worden vastgesteld voor stukken die uiteindelijk niet voor permanente bewaring in aanmerking komen. Mede om die reden worden selectielijsten, alvorens zij worden vastgesteld, publiek ter inzage gelegd.
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd. Bewerkingsplannen, aan de hand waarvan de daadwerkelijke selectie van archieven plaatsvindt, dienen te voorzien in procedures daarvoor.
4. Vaststellingsprocedure
In 2004 is het ontwerp-BSD door de Minister van Economische Zaken mede namens de Ministers van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Buitenlandse Zaken, Defensie, Financiën, Justitie, Verkeer en Waterstaat, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).
Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.
Vanaf 3 april 2006 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van genoemde ministeries en bij de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 1 juni 2006 bracht de RvC advies uit (arc-200602898/4), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:
Daarop werd het BSD op 22 augustus 2006 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/06/2007) en de Minister van Defensie (C/S&A/06/2002) en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Economische Zaken (C/S&A/06/2008), de Minister van Financiën (C/S&A/06/2003), de Minister van Buitenlandse Zaken (C/S&A/06/2001), de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/06/2000), de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/06/2005), de Minister van Algemene Zaken (C/S&A/06/1999), de Minister van Justitie (C/S&A/06/2004), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/06/2009) en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (C/S&A/06/2006) vastgesteld.
5. Geschiedenis van het buitenlands economisch beleid in hoofdlijnen
Het economisch beleid ten aanzien van het buitenland werd aangestuurd door het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Economische Zaken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken kende tot 1945 een afdeling consulaire en handelszaken, die volgens de Staatsalmanak van 1946 zaken behandelde behandelen ‘op handels-, landbouw-, algemeen economisch of financieel gebied, welke de betrekkingen van het Koninkrijk met vreemde landen betreffen.’ Voorts behoorden tot de formele taken: tentoonstellingen op economisch gebied en jaarbeurzen in het buitenland, internationale zaken van industrieel eigendom, internationale petroleumzaken en internationale opiumzaken. Deze zaken vallen thans (mede) onder beleidsterreinen die door het ministerie van Economische Zaken worden aangestuurd en komen gedeeltelijk ook in dit rapport ter sprake. In ieder geval was het reeds bij de oprichting van het ministerie van Economische Zaken de bedoeling dat dit zich ook met buitenlandse betrekkingen zou bemoeien.‘Bovendien worden op 1 april 1946 alle aangelegenheden van economischen en financieelen aard, waaronder onder ook ressorteeren zaken nopens raparatie en restitutie, overgedragen aan de Directie van Economische Zaken.’ Archiefcode 130.1 Dir. Inwendige Dienst Formatie departement 1946.
Rond deze taak en de uitleg die verschillende ministeries er aan gaven, speelde zich een jarenlange competentiestrijd af. Ook de variant dat de BEB onder het ministerie van Buitenlandse Zaken zou komen te ressorteren kwam daarbij ter sprake.Moquette, 243. De BEB werd bijgestaan door de Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek (IRHP), waarvan ook het ministerie van Buitenlandse Zaken lid was. De BEB stond onder instructie van de Raad voor Economische Aangelegenheden (REA) uit de Ministerraad. ‘De meeste problemen ontstonden rond de organisatie en contacten met de posten in het buitenland. Daarbij werd er door de BEB naar gestreefd om in de economische afdelingen van ambassades en gezantschappen een soort eigen tegenhanger te creëren.’ De andere departementen ‘waren meer geporteerd voor een coördinatie op de posten door Buitenlandse Zaken (...) Zolang de BEB nog geen vast statuut had, poogden zij hun contacten dan ook veelal over de Directie Economische Zaken van BZ te laten lopen, dat zo in sommige opzichten een doublure van de BEB dreigde te worden.’Van der Togt, 19. Het Statuut of Mandaat van de BEB werd in 1946 vastgesteld. De vertegenwoordigingen in het buitenland werden hiervan in november 1946 in kennis gesteld. Het statuut regelde:Moquette, 251–253.
Voor de rechtstreekse buitenlandse economische betrekkingen van het bedrijfsleven zorgde een tijd lang het Centraal Orgaan voor de Economische Betrekkingen met het Buitenland. Dat is een stichting, opgericht op 6 november 1946 door hoofdgroepen van de Woltersomse organisaties, die optrad als vertegenwoordiging van het bedrijfsleven bij regeringsonderhandelingen over betrekkingen met het buitenland. De Woltersonse organisatie had tot aan de oprichting van de SER voor een gedeelte verordenende bevoegdheden voor de bedrijfstakken. Veel bedrijfsgroepen zijn later nog particuliere branche-organisaties geworden. Het Centraal Orgaan zond delegaties mee op vanuit de landbouw en vanuit industrie en handel. Het is met name betrokken geweest bij Benelux-onderhandelingen, maar niet in de reguliere delegaties bij de Europese gemeenschappen. Op 1 augustus 1990 werd dit in tussen particulier geworden orgaan opgeheven.
In 1945 karakteriseerde het buitenlandse economische beleid zich in een streven van de Nederlandse regering om volledige greep te krijgen op de handel met het buitenland. Door de afkondiging van een in- en uitvoerverbod zonder toestemming vulde de regering een reeks maatregelen aan die reeds vóór en tijdens de bezetting waren genomen met betrekking tot de productie en distributie van goederen. Er moesten goederen worden geïmporteerd om de nood in Nederland te lenigen. Om tot goede afspraken met het buitenland te komen werd gestreefd naar een netwerk van bilaterale handels- en betalingsafspraken waarbinnen in- en export werd geregeld. Tot aan de toekenning van de Marshallhulp leidde dit niet tot hoopgevende resultaten. Wij zullen zien dat deze hulp mede leidde tot Europese samenwerkingsverbanden die naar alternatieve uitwegen zocht voor dit op protectie gebaseerde stelsel.
Vanaf 1945 werden onderhandelingen gevoerd met België en Luxemburg over de vorming van een douane-unie, later van een economische unie. Deze unie leidde uiteindelijk in 1960 tot een verdrag. Intussen werd er gestreefd naar verschillende vormen van internationale samenwerkingsverbanden en wel
Het EEG-verdrag van 1958 legde de grondslag voor een streven naar vrije markteconomie binnen de Europese Gemeenschap en naar een gemeenschappelijke markt die in internationale organen zoveel mogelijk communautair werd vertegenwoordigd.
Tegenwoordig stelt het ministerie zich – aldus een formulering van de missie van het Directoraat-generaal Buitenlandse Economische BetrekkingenDG-BEB, Werkplan 2000, par. 2.1. Het hierna volgende is een samenvatting. – tot taak ‘het stimuleren [van] een goed draaiende Nederlandse economie met een krachtige en dynamische marktsector, die naar internationale maatstaven concurrerend is.’ Het ministerie ijvert ervoor dat de internationale rechtsorde wordt versterkt en Nederlandse bedrijven in staat worden gesteld hun positie op de buitenlandse markten te versterken, en dat deze bedrijven op gelijke voet kunnen concurreren met andere ondernemingen. Bovendien ondersteunt het ministerie Nederlandse ondernemingen die buiten de grenzen actief zijn door te exporteren, te investeren of op andere gebieden van internationale economische samenwerking en kennisoverdracht. Dat wordt vertaald in drie hoofddoelstellingen:
6. Selectielijsten
6.1 Minister van Economische Zaken
6.1.1 Algemeen
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de buitenlandse economische betrekkingen
Periode: 1945–
Opmerking: De SER adviseert de betrokken actoren. Daarnaast kunnen particuliere organisaties voor handelsbevordering om advies worden gevraagd.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de buitenlandse economische betrekkingen.
Periode: 1945–
Product: Wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur, Koninklijke Besluiten, Circulaires
Waardering: B1
Handeling:
Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamer der Staten-Generaal betreffende buitenlandse economische betrekkingen.
Periode:
1945–
Waardering:
B 3
Handeling: Het informeren van de Commissie voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamer der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende betreffende buitenlandse economische betrekkingen.
Periode: 1945–
Waardering: B 3
Handeling:
Het beantwoorden van vragen van het staatshoofd en leden van het koninklijk huis betreffende buitenlandse economische betrekkingen.
Periode:
1945–
Waardering:
B 3
Handeling: Het beantwoorden van vragen van burgers, bedrijven en instellingen betreffende buitenlandse economische betrekkingen.
Periode: 1945–
Waardering: V 5 jaar
Handeling: het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein buitenlandse economische betrekkingen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: B 1: 1 exemplaar
Rest: V 2 jaar
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over persoonsregistraties
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven en rapport
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek naar persoonsregistraties
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen en brieven
Waardering: V na vaststelling onderzoek
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek naar persoonsregistraties
Periode: 1945–
Product: Notities, brieven, etc.
Waardering: V na vaststelling rapport
Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek naar persoonsregistraties
Periode: 1945–
Product: Rekeningen en declaraties
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het voeren van interdepartementaal ambtelijk overleg op het gebied van handelsbeleid
Periode: 1946–
Product: Verslagen van interdepartementale overleggroepen op ambtelijk niveau
Opmerking: Het betreft overlegstructuren, gebaseerd op interne interdepartementale afspraken Voorbeelden zijn:. Gemengde commissie voor Economisch-Technische Samenwerking (EZ en LNV)
Waardering: B 1
6.1.2 Bilaterale verdragen en overeenkomsten
Handeling: Het (mede) verzoeken aan het ministerie van Buitenlandse Zaken om te interveniëren voor Nederlandse handelsbelangen bij buitenlandse regeringsinstellingen naar aanleiding van aldaar genomen beslissingen.
Periode: 1946–
Opmerking: Gedacht moet worden aan bepalingen op het gebied van in in- uit en/of doorvoer van goederen en deviezen, transportregelingen, belastingmaatregelen, gebleken achterstelling van Nederlandse waar e.d. Handelingen met betrekking tot het mededingingsbeleid ingevolge EG-verdragen worden besproken in het PIVOT-rapport met betrekking tot het mededingingsbeleid.
Waardering: B 1 (indien EZ initiatief neemt)
V 10 jaar (indien EZ geen initiatief neemt)
Handeling: Het (mede-)opstellen van modelteksten voor bilaterale verdragen.
Periode: 1958–
Product: Mededelingen in de Staatscourant.
Opmerking: Dit is met name het geval indien internationaal bepaalde standaardclausules tegen onevenredige bevoordeling of benadeling zijn vastgesteld.
Bronnen: GATT-overeenkomsten.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de sluiting van bilaterale verdragen met België, Duitsland of de Duitse deelstaten Niedersachsen of Nordrheinland Westfalen.
Periode: 1985–
Product: Bijvoorbeeld: verdragen van grensoverschrijdende bestuurssamenwerking grensoverschrijdende milieuovereenkomsten e.d.
Opmerking: Dit is met name het geval indien op regionaal niveau bij grensgebieden gezamenlijke organen moeten worden opgericht die onder meer economische betrekkingen regelen. Deze verdragen worden gestimuleerd door de EEG.
Bronnen: Art. 130 EEG-verdrag 1985.
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten met landen binnen latere Europese samenwerkingsverbanden.
Periode: 1945–
Overlegorgaan: Ministerie van Financiën, Centrale Bank.
Product: Herzieningen van accoorden van de BLEU, 1943;
Herzieningen van de betalingsovereenkomst met Londen, 1945;
Handels- en betalingsovereenkomst met Tsjechoslowakije, 1945;
Handels- en betalingsovereenkomst met de USSdR, 1948;
Handels- en betalingsovereenkomst met de Franse bezettingszone van Duitsland, 1947;
Handels- en betalingsovereenkomst met de Russische bezettingszone van Duitsland, 1947.
Opmerking: Deze handels- en betalingsovereenkomsten behelzen dat de landen onderling afspraken maken over de betaling van wederzijds te im- en exporteren goederen. De betalingen van importeurs en exporteurs lopen via de centrale banken van de verdrag sluitende landen. Deze betalingen zijn aan maxima gebonden waarbinnen im- en exportafspraken mogen worden gemaakt.
Bronnen: HdTK 1947–1948 793, Nota van Toelichting p. 4.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van de sluiting of herziening van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten met landen buiten het Europese samenwerkingsgebied.
Periode: 1946–1985
Opmerking: Dit samenwerkingsgebied bestaat tot 1950 uit landen, aangesloten bij internationale hulpprogramma’s voor de wederopbouw van Europa. Na de oprichting van de Noord-Atlantische Verdragsorganisaties en de sluiting van Europese samenwerkingsverbanden betreft het landen die daarbuiten vallen.
Waardering: B 5
Handeling: Het oprichten van vertegenwoordigingsposten van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten in het buitenland.
Periode: 1946–1974
Overlegorgaan:
Na 1968: EEG-organen.
Product: Instelling van handelsagenturen
Opmerking: Hierbij is inbegrepen het aanwijzen van bestaande vertegenwoordigers als uitvoerders van de desbetreffende akkoorden. Na 1950 gelden de diplomatieke vertegenwoordigers als officiële vertegenwoordigingspost. Niettemin worden er ook door EZ handelsposten ingesteld.
Waardering: B 4
Handeling: Het toelaten van vertegenwoordigingsposten van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten uit het buitenland.
Periode: 1946–1975
Product: Ontvangst van
Opmerking: Bijvoorbeeld: in 1946 werd in Amsterdam op compensatiebasis een handelsvertegenwoordiging van de USSR toegelaten.
Waardering: B 4
Handeling: Het sluiten van bilaterale verdragen inzake de vordering van particuliere handelsschulden.
Periode: 1946–1968
Product: Verdragen
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten c.q. afhandelen van eenmalige werk- krediet- en goederenovereenkomsten.
Periode: 1946–1968
Product: Bijv. Overeenkomst met Polen inzake havenwerken te Gdynia in ruil voor steenkool, 1946.
Waardering: V 10 jaar na einde overeenkomst
Handeling: Het (mede) publiceren van verordeningen van de Europese Commissie inzake bilaterale verdragen tussen de EC en diverse landen inzake verklaringen en certificaten van oorsprong.
Periode: 1958–
Product: Mededelingen in de Staatscourant.
Waardering: V 5 jaar na publicatie
Handeling: Het mede bij wet doen goedkeuren van bilaterale verdragen van de Europese Commissie met diverse landen inzake het handelsverkeer en/of de technische samenwerking
Periode: 1958–1985
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van bilaterale overeenkomsten met landen binnen de EEG inzake de verHandeling: van wapens.
Periode: 1958–
Overlegorgaan: Ministerie van Defensie
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van bilaterale onderhandelingen met bij een handelsconflict betrokken landen over de gevolgen van vergeldingsmaatregelen.
Periode: 1985–
Opmerking: Doel is het ongedaan maken van maatregelen voor Nederland, die in feite tegen een EU-besluit zijn gericht.
Bronnen: WTO-verdrag inzake handelsconflicten.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van bilaterale overeenkomsten inzake hulp en bijstand.
Periode: 1947–
Product: Bilaterale overeenkomst met de Verenigde Staten in het kader van de uitvoering van het Europees Herstelplan, 29 juni 1948 Bilaterale overeenkomst met de Verenigde Staten in het kader van de uitvoering van de Mutual Security Act, Overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld het Meerjaren Ontwikkelingsplan Suriname 1975 Financieringscredieten aan Tunesië.
Overlegkader: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Opmerking: In deze verdragen kunnen bepalingen voorkomen, waarbij gelden worden besteed aan goederen die door het Nederlandse bedrijfsleven worden geproduceerd.
Waardering: B 1
Handeling: Het sluiten van bilaterale verdragen inzake economische, industriële en technische samenwerking met andere landen.
Periode: 1946–1985
Opmerking: Na 1956 hebben deze overeenkomsten betrekking op landen buiten de EG.
Waardering: B 5
Handeling: Het met toestemming van de Europese Commissie (mede) sluiten van bilaterale verdragen inzake economische, industriële en technische samenwerking met andere landen binnen het Warschau-pact.
Periode: 1967–1989
Product: Verdragen
Opmerking: Als EG-orgaan functioneert de Beperkte Commissie Samenwerkingsovereenkomsten.
Waardering: B 5
Handeling: Het met toestemming van de Europese Commissie (mede) sluiten van bilaterale verdragen inzake economische, industriële en technische samenwerking met andere landen buiten het Warschau-pact.
Periode: 1974–1989
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken, minister van Landbouw
Product: Verdragen
Opmerking: Als EG-orgaan functioneert de Beperkte Commissie Samenwerkingsovereenkomsten.
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van andere ministeries inzake bilaterale overeenkomsten met andere landen op het gebied van scheepvaartverbindingen.
Periode: 1946–
Product: Advies
Opmerking: Het betreft verdragen afgesloten door de Minister van Buitenlandse Zaken en/of de minister van Verkeer en Waterstaat.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren van andere ministeries inzake het sluiten van bilaterale overeenkomsten met andere landen op het gebied van luchtvaartverbindingen
Periode: 1946–
Product: Advies
Opmerking: Het betreft verdragen afgesloten door de minister van Buitenlandse Zaken en/of de minister van Verkeer en Waterstaat.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het sluiten van investeringsbeschermingsovereenkomsten met daartoe aangewezen meestbegunstigde landen.
Periode: 1990–
Product: Verdrag
Opmerking: Gebeurt in overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Financiën.
Bronnen: GATT-overeenkomst.
Waardering: V 10 jaar na vervallen verdrag
Handeling: Het leveren van bijdragen en het voorleggen van geschillen bij de uitvoering van investeringsbeschermingsovereenkomsten aan internationale arbitragecommissies.
Periode: 1990–
Product: Arbitrage-overeenkomst en daartoe ingediende gerechtelijke stukken
Bronnen: GATT-overeenkomst.
Waardering: B 5
Actor: Minister van Economische Zaken
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse vertegenwoordiging van internationale bijeenkomsten van geallieerden over de positie van Duitsland op economisch terrein.
Periode: 1946–
Product: JEIA-instructies Recommandaties van Parijs inzake de buitenlandse kapitaalsbelangen in Duitsland, november 1948 Besluiten van de Duitse schuldenconferentie in Londen, Februari – augustus 1952
Opmerking: De hoofdActor: is het ministerie van Buitenlandse Zaken.Zie voor de Handeling: van deze Actor: het RIO Gedane buitenlandse zaken.
Bronnen: Wemelsfelder, 1954
Waardering: B 6
Handeling: Het leveren van bijdragen aan adviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Regeringscommissaris voor Duitse aangelegenheden over economische aangelegenheden ten aanzien van Duitsland.
Periode: 1945–1951
Waardering: B 6
6.1.3 Multilaterale verdragen en verdragsorganen
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming internationale verdragsovereenkomsten op economisch terrein.
Periode: 1945–
Opmerking: Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Bron: De desbetreffende verdragen en/of protocollen
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van nadere overeenkomsten, ontworpen op grond van internationale verdragsovereenkomsten op economisch terrein.
Periode: 1945–
Opmerking: Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Bron: De desbetreffende verdragen en/of protocollen
Waardering: B 5
Handeling: Het (doen) benoemen of aanwijzen van functionarissen in Nederlandse delegaties en/of permanente vertegenwoordigingen naar internationale verdrags- en/of overlegorganen.
Periode: 1948–
Bron: De desbetreffende verdragen en/of protocollen
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het mede bevorderen van Nederlandse deelname in niet gedelegeerde bestuursorganen van internationale organisaties.
Periode: 1948–
Opmerking: Het betreft organen waarbij het bestuur niet bestaat uit roulerende lidmaatschappen overeenkomstig daartoe gesloten verdragen of protocollen.
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties inzake internationale economische betrekkingen.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verslagen en adviezen bij resoluties, handvesten en andere verklaringen.
Opmerking: Het betreft hier incidenteel de jaarlijkse Algemene Vergadering en bijzondere vergaderingen, voor zover die een economisch onderwerp hebben en een gemeenschappelijke maatregel als Product: beogen.
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren inzake de aanvaarding van Nederland van handvesten en andere gemeenschappelijke maatregelen van de Verenigde Naties inzake internationale economische betrekkingen.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verdragtekst
Opmerking: Het betreft hier incidenteel de jaarlijkse Algemene Vergadering maar met name bijzondere vergaderingen, die over specifieke onderwerpen (soms van sociaal-economische aard) handelen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in vergaderingen van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC).
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse beantwoording in onderzoeksvragen van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC).
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan periodieke verslagen ter wille van VN-rapporten en -publicaties over de sociale en economische toestand in Nederland.
Periode: 1948–1995
Overlegorgaan: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Product: Periodieke Economische VN-rapporten worden verzorgd door de Word Economics and Social Service op basis van eigen onderzoek en van de verslaglegging van de lidstaten. Deze rapporten worden overigens na verklaringen van de lidstaten die tegen details van de inhoud bezwaar indienen niet gewijzigd. Wel worden deze bezwaren afzonderlijk gepubliceerd.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het als vakminister leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de door ECOSOC georganiseerde conferenties van de Verenigde Naties.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verslagen en adviezen bij actieprogramma’s en programma-organen
Opmerking: Het betreft hier de totstandkoming van UNCTAD, UNIDO, UNEP, maar ook latere samenwerkingsverbanden met niet-gouvernementele organisaties.
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de VN-commissies onder de paraplu van ECOSOC.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verslagen en adviezen bij rapporten
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in het beleid van de UNRRA.
Periode: 1946–1950
Overlegorgaan: Minister van Financiën
Opmerking: De UNRRA is door de VN opgericht als organisatie ter ondersteuning van Europa in zijn wederopbouwperiode. Zij is opgevolgd door de ECE.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan plenaire bijeenkomsten van de ECE.
Periode: 1947–
Opmerking: Hierbij is in ieder geval bedoeld: de bijwoning van de jaarlijkse ministersconferentie.
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan besluiten en rapporten van subcomités en werkgroepen van de ECE.
Periode: 1947–
Opmerking: Het gaat hier met name om:
de commissie inzake energie;
de commissie van adviseurs inzake wetenschap en technologie;
de commissie van economische adviseurs de commissie inzake hout;
de commissie voor ontwikkeling van de handel en industriële samenwerking.
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan seminars en conferenties van de ECE.
Periode: 1947–
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan Europese statistische bijeenkomsten, uitgeschreven door de ECE.
Periode: 1947–
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de conferenties van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
Periode: 1945–
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de raad en andere bestuursorganen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
Periode: 1945–
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de UNCTAD-conferenties van de Verenigde Naties.
Periode: 1962–
Opmerking: Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de raad van handel en ontwikkeling TDB.
Periode: 1962–
Opmerking: In overleg met de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in door de TDB ingestelde intergouvernementele commissies en hun werkgroepen.
Periode: 1962–
Opmerking: Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de conferenties van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Product: Constitutie van het fonds
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Raad van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Hoofdcommissies van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Product: Constitutie van het fond
Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de grondstoffengroepen van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Product: Constitutie van het fonds.
Opmerking: Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Grondstoffengroepen zijn overlegorganen van producenten en consumenten van specifieke grondstoffen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de conferenties van de UNIDO.
Periode: 1965–
Product: Conferentieafspraak met een orgaan.
Overlegkader: Minister belast met Ontwikkelingshulp; adviesorganen inzake ontwikkelingshulp, bedrijfsleven.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Algemene Vergadering van de UNIDO.
Periode: 1965–
Overlegorgaan: Minister belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de werkzaamheden van de Raad van Industriële Ontwikkeling (IDB).
Periode: 1979-
Overlegorgaan: Ministerie belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de werkzaamheden van begrotingscommissie van de UNIDO.
Periode: 1979–
Overlegorgaan: Ministerie belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van inhoudelijke bijdragen aan de Nederlandse beantwoording van onderzoeksorganen van de UNIDO.
Periode: 1979–
Overlegorgaan: Minister belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan de Nederlandse delegatie van consultatiebijeenkomsten van onderzoeksorganen van de UNIDO.
Periode: 1979–
Overlegorgaan: Minister belast met Ontwikkelingshulp, ICIS.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen voor de voorbereiding van een internationale handelsorganisatie van de Verenigde Naties (ITO) en voor de VN-conferentie voor handel en werkgelegenheid van 1948 (UNCTE).
Periode: 1946–1950
Product: Onderhandelingsverslagen (Havanna charter)
Opmerking: Dit overleg heeft tot het voorlopige protocol van de GATT geleid..
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in internationale conferenties op het gebied van handelstarieven (na 1948: GATT-conferenties).
Periode: 1948–1995
Product: Tariefrondes van Annecy 1949; Torquay 1951, Genève 1956. Kennedy-ronde, Tokyo-ronde, Uruguay ronde
Opmerking: Na 1968 treedt de EEG in de GATT-onderhandelingen als een eenheid op. Nederland maakt deel uit van voorbereidende EG-besprekingen. Na 1985 sluit Nederland geen afzonderlijke handelsverdragen af. Wel voeren Nederlandse delegaties tijdens conferenties afzonderlijk het woord.
Waardering: B 5
Handeling: Het houden van Nederlandse voorbereidingsconferenties met particuliere organen ter voorbereiding van internationale conferenties van de WTO.
Periode: 1995–
Product: Vergaderverslagen.
Overlegkader: Ministeries VROM en LNV
Opmerking: De gesprekspartners zijn ngo’s als Consumentenbond, Greenpeace, Nederlandse agrarische jongeren e.v.a., alsmede VNO-NCW.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in WTO-conferenties.
Periode: 1995–
Product: Verslagen inzake de totstandkoming van ‘WTO-regels’ (verdragen en afspraken)
Opmerking: Het betreft de uitoefening van het recht van EG-lidstaten om zelfstandig bijdragen te leveren binnen het kader van het EG-beleid.
Waardering: B 1
Handeling: Het (doen) bijwonen van internationale conferenties en vergaderingen van de WTO.
Periode: 1995–
Product: Declaraties e.d.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan besluiten tot de toetreding tot GATT-afspraken.
Periode: 1948–1985
Overlegkader: EG-organen (Commissie 111, 113, 133, Raad en EC)
Product: Product: accoorden
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het (mede) leveren van Nederlandse bijdragen in comités en werkgroepen van de GATT.
Periode: 1948–1995
Opmerking: Na 1968 worden de werkzaamheden in GATT-commissies met betrekking tot accoorden inzake goederen in toenemende mate een zaak van de Europese Commissie. Nederland blijft echter – in ieder geval tot 1995 – betrokken in commissies met betrekking tot vraagstukken als milieubeheer en ontwikkelingssamenwerking.
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan besluiten tot de toetreding tot verdragen ten gevolge van overeenkomsten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie.
Periode: 1995–
Overlegkader: EU-organen (Commissie 133 en EC)
Product: Ratificatiebesluit Informatietechnologieaccoord ITA, 1999
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan verdragsorganen ter instandhouding van overeenkomsten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie.
Periode: 1990–
Overlegorgaan: Europese Commissie, Comite 133.
Product: Verslagen van en inzake bijeenkomsten
Opmerking: Het betreft de Raad (ook: als DSB en TRPB) en organen met betrekking tot overeenkomsten die door de EU-lidstaten afzonderlijk gesloten zijn als:
Algemene overeenkomst inzake handel en diensten GATS;
Informatietechnologieaccoord ITA, 1999.
Waardering: B 1
Handeling: Het namens Nederland leveren van bijdragen aan het Internationaal Centrum voor de regeling van investeringsgeschillen ICSID.
Periode: 1966–1995
Overlegorgaan: GATT
Waardering: B 1
Handeling: Het voorleggen van geschillen met buitenlandse investeerders aan aan het Internationaal Centrum voor de regeling van investeringsgeschillen ICSID.
Periode: 1966–1995
Overlegorgaan: GATT
Bron: Voorlichtingsstuk over het Multilateraal Akkoord inzake Investeringen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan besluiten van de EECE, de ECITO en de ECO.
Periode: 1946–1947
Waardering: B 6
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan de totstandkoming van Europese verdragsorganen.
Periode: 1946–
Product: Verdrag tot oprichting der Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, 18 april 1951;
Verdrag tot oprichting van Euratom, Rome 1956;
EEG-verdrag, Rome 1956;
Verdrag van Maastricht voor de oprichting van een Europese Unie, 1992.
Opmerking: Deze handelingheeft alleen betrekking op verdragsorganen die zich bezighouden met handelspolitiek. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken voert over het algemeen de regie voor wat betreft de Nederlandse inbreng. Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: B 4
Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen aan bijeenkomsten van de Conseil Tripartite.
Periode: 1946–1948
Bron: Tripartite-verdrag
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen aan bestuursorganen van de Conseil Tripartite.
Periode: 1946–1948
Bron: Tripartite-verdrag
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het ten behoeve van de Conseil verstrekken van periodieke informatie.
Product: Periodieke verslagen
Periode: 1946–1948
Opmerking: De gegevensverstrekking dienen als basis voor statistieken, studies of programma’s, die de Hoge Autoriteit met het oog op de beleidskoers van de Tripartite opstelt.
Bron: Tripartite-Verdrag
Waardering: B 3
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in de totstandkoming van multilaterale afspraken inzake de vorming van een douane-unie tussen Nederland, België en Luxemburg.
Periode: 1946–1960
Product: Benelux-afapraken inzake een douane-unie, Pre-univerdrag van 15 oktober 1949; Protocollen van 1952 en 1956; Verdrag inzake de Benelux Douane-unie, 1960; Benelux-verdragen.
Opmerking: Hierbij is ook inbegrepen de periodieke ministersbijeenkomsten van de Benelux (ministersconferenties).
Grondslag: Verdrag Benelux douane unie 1944
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in de totstandkoming van besluiten van het Comité van Ministers en de ministeriële Beneluxcommisie.
Product: Beschikkingen van 1963 inzake de handels- en landbouwpolitiek.
Beschikkingen van 1973 inzake een gemeenschappelijk accijnzenstelsel.
Periode: 1949–
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in het overleg van de Raad van Presidenten van de Benelux.
Product: Periodieke verslagen
Periode: 1946–1952
Opmerking: De eerste vergadering vond in 1946 plaats, de protocollen werden opgesteld door Nederlandse notulisten.
Bron: Protocol van de Benelux-afspraak 1947.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in onderraden van de Benelux en de daaronder ressorterende secties.
Product: Periodieke verslagen
Periode: 1946–
Opmerking: Het betreft de Raad van de Economische Unie, De Administratieve Raad van Douaneregelingen, de Raad voor de Handelsakkoorden.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in de Permanente Commissie van de Benelux.
Product: Periodieke verslagen
Periode: 1953–1960
Bron: Protocol van de Benelux-afspraak 1947.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in het overleg van de Commissies en daaronder ressorterende subcommissies van de Benelux-Unie.
Product: Periodieke verslagen
Periode: 1948–
Opmerking: O.a. in de:
Commissie voor coördinatie van de statistieken;
Commissie voor landbouw, visserij en voedselvoorziening;
Commissie voor industrie en handel;
Commissie voor transport en havenvraagstukken;
Commissie voor monetaire vraagstukken;
Commissie voor sociale vraagstukken;
Commissie voor prijzen en lonen;
Commissie voor koloniale preferenties;
Commissie ter bestudering van een gemeenschappelijke kas;
Commissie voor verdelingen en prioriteiten;
Commissie openbare aanbesteding;
Commissie directe belastingen.
Product: Beleidsafstemming
Bron: Protocol van de Benelux-afspraak 1947.
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan de totstandkoming van Benelux-instructies aan de Permanente Vertegenwoordiging in de EG.
Periode: 1956–
Opmerking: De Minister van Buitenlandse Zaken is primair verantwoordelijk. Zie ook het RIO Gedane Buitenlandse Zaken.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de interdepartementale voorbereiding van handelspolitieke besprekingen in Benelux-verband,
Periode: 1946–1962
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming en opzegging van bilaterale verdragen van de Benelux.
Periode: 1946–1995
Overlegorgaan: Ministerie van Buitenlandse Zaken, ministerie van LNV
Product: Benelux-verdragen met andere landen op het gebied van handel en betaling
Opmerking: De verdragen werden gesloten tot 1973. Daarna werden zij opgezegd wanneer er een bilateraal EG-verdrag met het desbetreffende land werd gesloten.
Bronnen: Benelux-verdrag.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in de totstandkoming van Benelux-wetgeving inzake de handelspolitiek.
Periode: 1960–
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in beraadslagingen van de raad, het uitvoerend comité en bestuursorganen van de OEES inzake economische aangelegenheden.
Product: Verslagen en rapporten van delegaties
Periode: 1948–1960
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan rapportages aan de OEES inzake de Nederlandse economische verwachtingen c.q. de economische verwachtingen van de Benelux.
Product: Openbare verslagen.
Periode: 1948–1960
Opmerking: De verwachtingen waren oorspronkelijk bedoeld voor onderbouwing van verzoeken om Marshallhulp.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen inzake de OEES betreffende economische aangelegenheden in delegaties van technische commissies die zijn ingesteld door de raad.
Product: Verslagen en rapporten van delegaties
Periode: 1948–1960
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in delegaties van technische commissies binnen de OEES, die zijn ingesteld door het Uitvoerend Comité of het Europees Productiviteitscentrum.
Product: Verslagen en rapporten van delegaties
Periode: 1948–1960
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in delegaties naar de Bestuursraad voor de Handel en het bestuur van de Europese Betalingsunie.
Product: Verslagen en rapporten van delegaties
Periode: 1950–1960
Opmerking: De daaruit voortkomende regelingen maken deel uit van het monetaire beleid dat door de minister van Financiën wordt aangestuurd.
Waardering: B 5
Vervallen.
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in jaarlijkse ministeriële beraadslagingen van de raad van de OESO.
Periode: 1960–
Product: Verslagen
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in periodieke ambtelijke bijeenkomsten van de raad van de OESO.
Periode: 1960–
Product: Verslagen
Opmerking: Deze bijeenkomsten zijn in de regel tweemaandelijks en worden bijgewoond door ambtelijke delegaties van het ministerie.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen het Economisch Beleidscomité (EPC) en daaronder vallende commissies.
Periode: 1960–
Product: Verslagen
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries aanwijzen van Nederlandse delegaties en experts in door de OESO ingestelde comités en werkgroepen.
Periode: 1960–
Product: Benoemingsbeschikkingen
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het leveren van bijdragen aan beraadslagingen van comités en werkgroepen binnen de OESO.
Periode: 1960–
Producten: Verslagen van bijeenkomsten en aldaar vastgestelde vergelijkingsstaten
Ontwerp-richtlijnen en -aanbevelingen
Opmerking: De delegaties komen zowel gezamenlijk als afzonderlijk bijeen. De gegevens nader te ordenen per werkgroep.
Bron: De desbetreffende raadsbesluiten van de OESO en mandaten van de comités aan de werkgroepen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de periodieke rapportage van comités en werkgroepen binnen de OESO.
Periode: 1960–
Producten: Verslagen inzake specifieke beleidsonderwerpen aan de werkgroepen
Bron: De constituties van de werkgroepen.
Opmerking: Overlegorganen: werkgeversorganisaties VNO-NCW, werknemersorganisaties FNV-CNV, gespecialiseerde branche- en belangenorganisaties.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het voeren van landelijke voorbereidingsvergaderingen voor de Nederlandse delegaties bij beraadslagingen van de raad van de OESO.
Product: Verslagen
Periode: 1960–
Opmerking: Overlegkader: Ngo’s: werkgevers-, werknemers-, consumenten- en milieu-organisaties.
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van overleg met rapporteurs van de OESO over de financiële conjuncturele en economische situatie van Nederland ter voorbereiding van een landenrapport van het Economic and Development Review Committee.
Periode: 1961–
Overlegkader: Minister van Financiën
Opmerking: De OESO maakte ook historisch vergelijkende rapporten, bijvoorbeeld Benelux 1948–1958.
Bron: Mandaat aan het Committee par. 13, 1961.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan internationale fora, uitgeschreven door werkgroepen van de OESO en het instrueren van de diverse werkgroepen binnen de OESO.
Periode: 1960–
Opmerking: Voorbeelden zijn:
Jaarlijkse fora van de EPoC inzake het milieubeheer;
Forum on Harmful Tax practives, juli 1998;
Forum on strategic management, juni 1997.
Bron: Mandaat Epoc, Mandaat Committee on fiscal affairs.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan statistische vergelijkingsopgaven van werkgroepen inzake deelvraagstukken.
Periode: 1960–
Opmerking: Voorbeelden zijn:
Terms of reference van de EpoC
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vanuit een nationaal contactpunt (NCP) verstrekken van voorlichting inzake richtlijnen (guidelines) van de OESO.
Periode: 1977–
Product: Publicaties, brochures
Opmerking: Nederland is voorzitter van de werkgroep richtlijnen van de OESO inzake het investeringsbeleid.
Bron: Mandaat van de werkgroep door het CIME, juli 1977
Waardering: B 1: 1 exemplaar
Rest: V 2 jaar
Handeling: Het vanuit een nationaal contactpunt (NCP) coördineren van een besluitvorming tussen werkgevers en werknemers inzake (guidelines) van de OESO.
Opmerking: Overlegorgaan: Working parties van de OESO (uitvoerende organen)
Periode: 1980–
Product: Vergaderverslagen
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan rapportages van de OESO inzake de toepassing van richtlijnen en handvesten.
Periode: 1960–
Product en zijn:
– landenrapporten inzake regulating reform (= deregulering)
– onderhandelingen inzake codes over multinationals
Waardering: B 3
Handeling: Het bemiddelen bij de verstrekking van opgaven en notificaties aan de OESO voor de daarbij behorende periodieke opgaven en lijsten.
Periode: 1960–
Opmerking: Voorbeelden zijn: de CIRR (Commercial Interest Reference Rate) voor staatsleningen; List of projects and Technical Assistance Proposals (Blue Book). Rapportage over energieprijzen.
Deze opgaven kunnen als norm dienen voor de toepassing van nadere afspraken. Aan de hand van de CIRR lijsten kunnen uitvoeringen van exportregeliingen worden getoetst, die bij de OESO worden genotificeerd in het kader van understandings. De daarop volgende aanbevelingen van de OESO worden in de regel ook door de Europese Commissie gehonoreerd.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het mede leveren van bijdragen aan bijeenkomsten van het bestuurslichaam van het gezamenlijk onderzoeksprogramma van biological resource management for sustainable agricultural systems.
Periode: 1948–
Opmerking: Deze verdragsorganen zijn werkgroepen
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het doen toetreden van Nederland tot verdragen of understandings van de OESO.
Periode: 1960–
Product: Verklaring van toetreding, ratificatie.
Opmerking: Dit zijn afspraken van landen binnen de OESO over het tegengaan van handelsverstoring door overheidssubsidies. Hierbij is ook inbegrepen het ondertekenen van de vastgestelde consensus.
Waardering: B 5
Handeling: Het betalen van contributies voor deelname aan verdragsorganen binnen de OESO.
Periode: 1948–
Opmerking: Deze verdragsorganen zijn werkgroepen.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan door de OESO vast te stellen normen en standaarden overeenkomstig verdragen.
Product: Periodieke opgaven en lijsten
Periode: 1948–
Bron: OESO-schema’s en standaardcodes.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan voorstellen van de Studiegroep Europese Douane Unie.
Periode: 1948–1951
Product: Vergaderverslagen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bijdragen in de totstandkoming en wijziging van het Verdrag van Parijs tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS-Verdrag) en ander Verdragsrecht.
Periode: 1950–
Producten: Bijdragen aan EGKS-Verdrag
Opmerking:
‘Ander Verdragsrecht’ zijn protocollen, toetredingsverdragen.
De parlementaire goedkeuring valt ook onder deze handeling. Voor de Nederlandse goedkeuringswet, zie Stb. 1952, 83.
Overlegkader: Ministerie van Buitenlandse Zaken, EZ/BEB
Bron: Verdrag oprichting EGKS; Borchardt, Gemeenschapsrecht, p. 33
Waardering: B 1
Handeling: Het inbrengen van Nederlandse standpunten in de Raad van Ministers met betrekking tot EGKS-aangelegenheden.
Periode: 1952–2002
Producten: Bijdragen aan ministersdossier
Opmerking: Voor de inbreng m.b.t. de wijziging van het EGKS-Verdrag etc., zie handeling hierboven.
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, opgericht voor 50 jaar om het beheer en de productie van delfstoffen op Europees niveau te brengen ging in 1952 van start en is op 23 juli 2002 opgeheven. Middelen en beleidstaken zijn overgedragen aan de Europese Unie.
Bron: EGKS-Verdrag, hoofdstuk III
Waardering: B 1,5
Handeling: Het inbrengen van Nederlandse standpunten in de Raadswerkgroep met betrekking tot EGKS-aangelegenheden.
Periode: 1952–2002
Opmerking: Voor de inbreng m.b.t. de wijziging van het EGKS-Verdrag etc., zie hierboven.
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, opgericht voor 50 jaar om het beheer en de productie van delfstoffen op Europees niveau te brengen ging in 1952 van start en is op 23 juli 2002 opgeheven. Middelen en beleidstaken zijn overgedragen aan de Europese Unie.
Bron: EGKS-Verdrag, hoofdstuk III
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan beslissingen van de Interdepartementale Contact Commissie van de EGKS.
Periode: 1951–
Bron: EGKS-Verdrag, art.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen in adviescomités, ter voorbereiding van besluiten van de Hoge Autoriteit/Commissie
Periode: 1952–
Opmerking: Voorbeelden van adviescomités zijn
Het contActor: gaan Commission de Coordination (COCOR)
het Gemengd Comité, een samenwerkingsorgaan van nationale regeringen en de Hoge Autoriteit.
Waardering: B 3
Handeling: Het ten behoeve van het algemene sociaal-economische EGKS-beleid aan de Hoge Autoriteit/Commissie verstrekken van periodieke informatie.
Periode: 1952–
Opmerking: De gegevensverstrekking dient als basis voor statistieken, studies of programma’s, die de Hoge Autoriteit met het oog op de beleidskoers van de EGKS opstelt.
Bron: EGKS-Verdrag, art. 46–47, 55
Waardering: B 3
Handeling: Het in opdracht van de Hoge Autoriteit/Commissie verstrekken van informatie voor door de Hoge Autoriteit ingestelde onderzoeken.
Periode: 1952–
Opmerking: Vanwege de Hoge Autoriteit gesubsidieerde onderzoeken worden ter beschikking van alle belanghebbenden gesteld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)