Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Buitenlandse Economische Betrekkingen vanaf 1945 (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 26 juli 2006 nr. arc-2006.02898/4);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Buitenlandse Economische Betrekkingen over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument buitenlandse economische betrekkingen
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Buitenlandse Zaken en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Defensie en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Financiën en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Justitie en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Verkeer en Waterstaat en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Economische Zaken en de onder zijn zorg ressorterende actoren;
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de onder zijn zorg ressorterende actoren.
Gebruikte afkortingen
NB Waar de afkortingen directoraten of diensten betreffen van andere ministeries dan Economische Zaken, wordt ook het ministerie vermeld
ACC: Comité van bestuurlijke coördinatie van de VN
ACS-landen: Landen, aangesloten hij de door de EEG gesloten akkoorden van Yaoundé en verdragen van Lome
AG: Australië Groep
AMVB: Algemene Maatregel van Bestuur
AV: Algemene Vergadering van de VN
BEB: [Directoraat] Buitenlandse Economische Betrekkingen
Benelux: Belgisch-Nederlands-Luxemburgse Douaneovereenkomst.
BLEU: Belgisch-Luxemburgse Economische Unie
BZ: Buitenlandse Zaken, ministerie
BiZa: Binnenlandse Zaken, ministerie
BSD: Basisselectiedocument
CBI: Centrum tot bevordering van de import uit ontwikkelingslanden
CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek
CCEIA: Coördinatiecommissie inzake de Europese Integratie en Associatievraagstukken
CEES: Comité voor Europese Economische Samenwerking
CED: Commissie van Economische Deskundigen van de SER
CEIA: Coördinatiecommissie inzake de Europese Integratie en Associatievraagstukken
CIME: Comite inzake internationale investeringen en internationale ondernemingen (OESO)
CIRR: Commercial Interest Reference Rate (maandelijkse OESO-publicatie)
CO: Centraal Orgaan voor de Economische Betrekkingen met het Buitenland
COCOM: Coordinating Committee for Multilateral Export Control
COREPER: Comité des représentantans permanents
Coco: Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen
CocoHan: Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau
CoCor: Commission de Coördination met de Hoge Autoriteit van de EGKS
COCOS: Coördinatiecommissie voor Ontwikkelingssamenwerking
COCOVNGO: Coördinatiecommissie Verenigde Naties en Geassocieerde Organisaties.
COP: Contactgroep Opvoering Productiviteit
CPB: Centraal Planbureau
CSA: Comité Spécial Agriculture
CSCM: Committee on Subsidies and Coutervailing Measures van de WTO
CW: Chemische wapens (Verdrag Chemische Wapens, Uitvoerwet Chemische Wapens)
DAC: Development Assistance Committee (OESO)
DESO: Directie Economische Samenwerking met Ontwikkelingslanden (min EZ)
DGEM: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directoraat-generaal van het Economische en Militaire Hulpprogram
DSB: Dispute settlement board: geschillenregeling van de GATT
EBU: Europese Betalingsunie
EC: Europese Commissie
ECA: Economic Cooperation Administration van het Europees Herstelprogram (Marshallplan)
ECA: Economic Commission for Africa (VN)
ECAFE: Economic Commission for Asia and the Far East
ECD: Economische Controledienst
ECE: Economic Commission for Europe van de Verenigde Naties
ECLA: Economic Commission for Latin America van de VN
ECO: European Coal Organization
ECOSOC: Economic and Social Council van de Verenigde Naties
EDG: Europese Defensiegemeenschap
EECE: Emergency Economic Comittee for Europe
EEG: Europese Economische Gemeenschap
EFTA: Europese vrijhandelsassociatie
EG: Europese Gemeenschap(pen)
EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
EHP: Europees Herstelprogram (Marshallplan)
EKV: Exportkredietverzekering
EMHP: Economisch Militair Hulpprogramma (vervolg op het Marshallplan)
EMO: Europese Monetaire Overeenkomst
ERP: European Recovery Program (Marshallplan)
ERR: Exportrisicoregeling
ESC: Economisch en Sociaal Comité
ESCAP: Economic and Scoial Commission for Asia and the Pacific
EU: Europese Unie
EURATOM: Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
EVA: Europese vrijhandelsassociatie
EVD: Economische Voorlichtingsdienst, later: Exportvoorlichtingsdienst
EZ: Economische Zaken (Ministerie)
FOA: Foreign Assistance Act.
FAO: Food and Agricultural Organization van de VN
FIOD: Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst
FVS: [Vergunning] Financieel Verkeer Strategische Goederen
GATT: General Agreemand on Tarif and Trade
GBZ: Gedane buitenlandse zaken, een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein buitenland […] en het ministerie van Buitenlandse Zaken door PIVOT
GFF: Generaal fonds van grondstoffen
GOM: Garantiefaciliteit Opkomende Markten
HA: Hoge Autoriteit (van de EGKS)
IAB: Interambtelijke Begeleidingsgroep (inzake wapenexport)
IBTA: Investeringsbevordering en Technical Assistance
IBCD: Wereldbank (International Bank for Reconstrunction and Development)
ICA: Interdepartementale (Coördinatie-)commissie voor Associatie-aangelegenheden
ICB: Informatiecentrum Bedrijfsleven plan Marshall
ICER: Interdepartementale commissie Europees Recht
ICER-V: ICER, afdeling voorbereiding
ICER-U: ICER, afdeling uitvoering
ICSID: Internationaal Centrum voor de regeling van investeringsgeschillen
IDA: Internationale Ontwikkelingsassociatie (van de Wereldbank)
IDC: Interdepartementale commissie voor het Economisch Herstelplan
Interbank: Wereldbank
IOEA: Interdepartementaal overleg Europese Aanbestedingen
IFC: Internationale Financieringsmaatschappij
IFOM: Investeringsfaciliteit Opkomende Markten
IGO, Igo: Intergouvernementele organisatie
IRHP: Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek
ISO: Interdepartementaal Steunoverleg
ITC: International Trade Centre
ITO: International Trade Organisation
IWN: Interdepartementale Werkgroep Notificatie
JEIA: Jont Export Import Agency (van de geallieerde bezettingsmacht in Duitsland)
JIU: Jont Inspection Unit (van ECOSOC)
KB: Koninklijk Besluit
KLM: Koninklijke Luchtvaart Maatschappij
KNOV: Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond
LGO: Landen en gebieden overzee (als EEG-handelspartners)
LNV: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
LVV: Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
MFA: Multivezelaccoord van de GATT
MFN: Most favourite nation; meestbegunstigde natie
MHP: Militaire Hulpprogramma
MIGA: Multilateraal Investeringsgarantie Agentschap (Wereldbank)
MILIEV: (Programma) Milieu en Economische Verzelfstandiging
MKB: Midden- en Kleinbedrijf
MTCR: Missile Technology Control Regime
NCM: Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij NV
NCP: Nationaal Contactpunt (voor een OESO-richtlijn)
NCW: Nederlands Christelijk Werkgeversverbond
NEDECO: Netherlands Engineering Company
NGO, Ngo: Niet-gouvernementele organisatie
NHM: Nederlandsche Handelmaatschappij
NIPO: Nederlands Instituut voor Publieke Opinie en Marktonderzoek
NORR: Netherland Office for Relief and Rehabilitation
NMCP: Netherlands Management Consultancy Programme Eastern Europe
NSG: Nuclear Suppliers Group
OECD: Organisation for Economic Cooperation and Development
OEEC: Organisation for European Economic Cooperation
OEES: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking
OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
ORET: Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties
p.a.: Procurement autorization van een Marshallkrediet
PC: Permanente (sub-)commissie voor de Handelspolitiek van de Benelux
PESP: Programma Economische Samenwerking Projecten
PSB: Programma Starters op Buitenlandse Markten
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
PSO: Programma Samenwerking Oost-Europa
PSOM: Programma Samenwerking Opkomende Markten
PV: Permanente Vertegenwoordiger
RCO: Raad van de Centrale Ondernemersorganisaties
REA: Raad voor Economische Aangelegenheden
REIA: Raad voor Europese en Internationale Aangelegenheden
REZ: Raad voor Europese Zaken
RHI: Regeling Herverzekering Investeringen
ROF: Renteovertbruggingsfonds
SENO: Stichting Economische Samenwerking Nederland Opkomende Markten
SER: Sociaal-Economische Raad
Stb: Staatsblad
Stcrt: Staatscourant
TA: Technical Assistance
TBR: Trade Barrier Regulations
TH: Technische hulpverlening
TPRB: Trade policy review board
TPRM: Trade policy review mechanism
TRIMS: Agreement on trade related investmens measures
TRIPS: Agreement on trade related industrial properties
Trb: Tractatenblad
UN: United Nations/Verenigde Naties
UNCITRAL: United Nations Commission on International Trade Law
UNCTAD: United Nations Conference on Trade and Development
UNCTE: United Nations Conference on Trade and Employment
UNDP: United Nations Deleopment Programme
UNEP: United Nations Environment Programme
UNIDO: United Nations
UNRRA: United Nations Relief and Rehabilitation Agency
UNSF: United Nations Special Fund
USSR: Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (Rusland)
VKK: Vereniging van Kamers van Koophandel, na 1980: Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland
VN: Verenigde Naties
VNO: Verbond van Nederlandse Ondernemers
VNW: Verbond van Nederlandse Werkgevers
WBNC: Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen
WEU: Westeuropese Unie
WIM: Werkgroep Interne Markt
1. Inleiding
1.1 Definitie van het beleidsterrein
Het ministerie van Economische Zaken had in 1946 – volgens de Staatsalmanak – als een van zijn taken ‘het Coördineeren van de belangen, onder verschillende Departementen ressortereerende, op het gebied van de handelspolitiek’. Het hier volgende is een parafrase van Moquette BEP, p. 397Deze coördinatietaak werd toebedeeld aan een dienst Buitenlandse Economische Betrekkingen. In 1952 werd deze taak volgens de omschrijving uitgebreid met de coördinatie van ‘de economische betrekkingen met andere landen in het algemeen.’ In deze almanak werd de taak nader omschreven als:
In 1955 werd daaraan toegevoegd:
Uit nadere toelichtingen in de staatsalmanakken blijkt dat deze taakstelling rechtstreekse contacten inhoudt met ‘buitenlandse regeringsvertegenwoordigers c.q. internationale organisaties.’ Het gevolg hiervan is dat het ministerie rechtstreeks betrokken is bij de Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland en bijgevolg naast het ministerie van Buitenlandse Zaken een buitenlands beleid voert.
Tot de doelstellingen van dit beleid behoort:
1.2 Afbakening van het beleidsterrein
In dit rapport zal worden ingegaan op het eerste deelterrein: de buitenlandse economische betrekkingen en de daaraan verbonden regelgeving.
Het bevorderen van optimale economische betrekkingen met het buitenland wordt gerealiseerd door:
Dit rapport onderzoekt met name de handelingen van het ministerie van Economische Zaken, die – althans in eerste instantie – zijn gericht op de belangen van de Nederlandse economie. Een aantal onderwerpen met betrekking tot de handel met het buitenland wordt niet door het ministerie van Economische Zaken aangestuurd: handel in het belang van de ontwikkelingshulp wordt niet in dit rapport behandeld, omdat dit in een PIVOT-rapport van het ministerie van Buitenlandse Zaken is beschreven.
Het in dit rapport onderzochte beleidsterrein grenst aan de volgende beleidsterreinen:
Binnen het kader van de Nederlandse economie heeft het buitenlandse handelsbeleid raakvlakken met alle beleidsterreinen waarvoor regelgeving bestaat overeenkomstig multilaterale afspraken. Hierbij speelt vooral de Europese integratie een belangrijke rol. In het bijzonder worden in dit verband genoemd:
2. Actoren
2.1 Inleiding
Op het beleidsterrein buitenlandse economische betrekkingen is een twintigtal actoren actief of actief geweest.
De centrale speler op het beleidsterrein is het directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (dg BEB) dat formeel interdepartementaal is, maar in de praktijk onder de Minister van Economische Zaken ressorteert. Daarom is in de betreffende handelingen van het dg BEB de Minister van Economische Zaken vernoemd als actor.
Naast EZ speelt ook het ministerie van Buitenlandse Zaken een grote rol, o.a. door middel van haar diplomatieke buitenposten. Tenslotte is ook een aantal andere ministeries en overheidsinstellingen betrokken bij het beleidsterrein.
2.2 Actorenoverzicht
Hoewel het directoraat-generaal BEB formeel interdepartementaal is wordt haar beleid grotendeels bepaald door de minister van Economische Zaken, op wiens ministerie het directoraat-generaal ook fysiek is ondergebracht. Samen met de minister van Buitenlandse Zaken verzorgt EZ grotendeels de buitenlandse economische betrekkingen. EZ treedt daarbij vooral op als beleidsvoorbereider en -uitvoerder, terwijl bij BuZa de nadruk ligt op de vertegenwoordiging van de Nederlandse economische belangen in internationale organisaties. Voor een nadere toelichting op de rol van de Minister van Economische Zaken op dit beleidsterrein wordt verwezen naar paragraaf 1.3.
De Centrale Dienst voor de In- en Uitvoer (CDIU) werd opgericht op 12 augustus 1941.
Administratief en uitvoerend orgaan, belast met o.m. de uitgifte van uit- en invoervergunningen, de deviezencontrole en de controle op de gerealiseerde in- en uitvoer. Haar werk was voor een groot gedeelte gedelegeerd de Rijksbureaus voor het binnenlandse goederenverkeer, die de productie ten behoeve van de distributie controleerden. Tijdens de Marshallhulp was er nog schaarste aan textiel, hout, metalen, etc. De CDIU was belast met de verantwoording van de ingevoerde producten. Na de verdwijning van de distributie en de opheffing van de rijksbureaus kwamen de taken meer rechtstreeks bij de CDIU te berusten. In 1997 is de CDIU overgegaan naar het ministerie van Financiën
De Minister van Buitenlandse Zaken zaken speelt, o.a. via zijn vertegenwoordigingen in het buitenland, een nadrukkelijke rol in de buitenlandse economische betrekkingen, aangezien deze meestal niet los te zien is van de diplomtieke betrekkingen met andere landen.
Het ministerie van Defensie wordt geraadpleegd bij het afsluiten van handelsovereenkomsten voor wapens door de ministers van EZ en BuZa.
De minister van Buitenlandse Zaken, in het bijzonder het Directoraat-generaal Internationale Samenwerking, is betrokken bij de internationale handelspolitiek indien ook financiele of monetaire aspecten meespelen
DNB leverde bijdragen aan het sluiten van bilaterale handelsovereenkomsten met landen binnen de (latere) Europes samenwerkingsverbanden. De Nederlandsche Bank was ook betrokken bij de Marshallhulp en kende vanaf 1950 een aparte afdeling voor de afwikkeling van het Europees Herstelprogramma. In deze selectielijst zijn geen handelingen opgenomen van deze actor, aangezien De Nederlandsche Bank een eigen selectielijst heeft.
De minister van Economische Zaken stemt het handelsbeleid af met de minister van LNV voor zover deze ook betrekking heeft op de agrarische handelspolitiek.
De Minister van SZW bemiddelde in de periode 1947–1958 bij uitwisselingen van groepen in het kader van (economische) kennisuitwisseling met de Verenigde Staten.
Deze commissie adviseert en informeert de Nederlandse regering inzake de internationale economische betrekkingen.
De IRHP bereidt de Nederlandse standpunten voor inzake de voorbereiding van Europese (EEG/EG/EU) besluiten.
In een aantal gevallen worden naast de ministers van EZ, Buitenlandse zaken, LNV en Financiën ook andere ministeries betrokken bij de internationale handelspolitiek, bijvoorbeeld het ministerie van Verkeer en Waterstaat als het (mede) om vervoersmiddelen of infrastructuur gaat.
3. De selectie
Dit rapport is een samenvoeging van het Rapport Institutioneel Onderzoek en het Basis Selectie Document. Dat wil zeggen dat in dit document het integrale RIO is opgenomen en dat aan de handelingen de waardering ten behoeve van de selectie is toegevoegd. In de uiteindelijke vaststellingsprocedure zal een apart BSD worden gevormd. Dit document zal dus uitsluitend binnen EZ voor de interne vaststelling worden gebruikt. De waardering is daarom alleen voor de Minister van Economische Zaken toegekend. De andere zorgdragers zullen zelf deze waardering voor hun eigen handelingen toekennen.
De hoofddoelstelling van de selectie is een scheiding aan te brengen tussen:
Voor archiefbescheiden die voor blijvende bewaring in aanmerking komen geldt in beginsel dat deze na een termijn van 20 jaar moeten worden overgebracht naar een openbare archiefbewaarplaats, in dit geval het Nationaal Archief. De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.’ Daarnaast schrijft de wet voor die bij de vaststelling van de selectielijst de noodzaak van bewijsvoering voor de recht- en bewijszoekende burger in de overweging moet worden betrokken.Art. 5, Archiefwet 1995.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.