Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

Type Archiefselectielijst
Publication 2006-10-19
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 23 juni 2006, nr. arc-2006.02959/2);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Verkeer en Waterstaat en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument industrie- en technologiebeleid 1945–

September 2006

Ministerie van Economische Zaken

Rijksarchief/PIVOT

1. Afkortingen en begrippen

ARA: Algemeen Rijksarchief

RAD: Rijksarchiefdienst

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

BSD: Basisselectiedocument

Stb.: Staatsblad (jaar, nummer)

Stcrt.: Staatscourant (jaar, nummer)

Actor: overheidsorgaan of particuliere organisatie/persoon die rol speelt op het beleidsterrein

Handeling: complex van activiteiten, gericht op het tot stand brengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

B de selectiebeslissing ‘(blijvend) te bewaren’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling

V: de selectiebeslissing ‘(op termijn) vernietigen’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling

BuZa: Buitenlandse Zaken

BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

EZ: Economische Zaken

LNV: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

OC&W: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid

V&W: Verkeer en Waterstaat

VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

AMvB: Algemene maatregel van Bestuur

R&D: Research & Development

O&O: Onderzoek & Ontwikkeling

CBIN: Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland [EZ-O/CBIN]

CMO: Stichting Coördinatie Martitiem Onderzoek

DIR: Dienst Investeringsrekening [EZ]

ESA: European Space Agency

EU: Europese Unie

EVD: Economische Voorlichtingsdienst

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

MARIN: Maritiem Research Instituut Nederland

NEHEM: Nederlandse Herstructureringsmaatschappij

NIB: Nationale Investeringsbank (Herstelbank)

NIM: Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek

NIVR: Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart

NWO: Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

RSV: Rijn-Schelde-Verolme-concern

TWA: Technisch-wetenschappelijk attaché

VN: Verenigde Naties

CISB: Commissie Informatiestimulering Bedrijfsleven

ICOMAR: Interdepartementale Commissie voor het Maritieme Onderzoek

ICR: Interdepartementale Commissie Ruimtevaart

IOP-b: Tijdelijke adviescommissie Innovatiegericht Onderzoekprogramma Biotechnologie

IOT: Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid

PC-b: Programmacommissie biotechnologie

PcIB: Tijdelijke programmacollege Industriële Biotechnologie

VCT: Tijdelijke Vervolgcommissie Technologiebeleid

VIB: Adviescommissie inzake de voortgang van het industriebeleid

Commissie-Dekker: Tijdelijke Adviescommissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid

Commissie-Wagner: Adviescommissie inzake het industriebeleid

Commissie-Zandbergen: Adviescommissie Maritieme Onderzoeksinfrastructuur

WIR-commissie: Interdepartementale Commissie Wet Investeringsrekening

BIS: Branchegewijze Informatiestimulering

BIT: Bedrijfsgerichte Internationale Technologieprogrammma’s

BSZ: Besluit Subsidies Zeescheepsnieuwbouw

BTIP: Bedrijfsgerichte technologiestimulering Internationale Programma’s

BTOC: Bedrijfsgerichte Technologisch Onderzoek door Collectieven

BTS: Bedrijfsgerichte Technologiestimulering

CVO: Civiele Vliegtuigontwikkeling

E.E.T.: Economie, Ecologie en Technologie

FES: Fonds Economisch Structuurbeleid

ICES: Interdepartementale Commissie inzake het Economische Structuurbeleid

INSTIR: Innovatiestimuleringsregeling

IOP’s: Innovatiegerichte Onderzoekprogramma’s

IT: Informatietechnologie

ITeR: Informatietechnologie en Recht

KREDO: Kredieten Electronische Dienstenontwikkeling

PBTS: Programmatische Bedrijfsgerichte Technologiestimulering

SBI: Subsidieregeling Bedrijfsvoorlichting informatietechnologie

SMO: Subsidies Maritiem Onderzoek

SPIN-OV: Stimuleringsprogramma Informatietechnologie Overheidsaanschaffingen

T&S: Technologie & Samenleving

T&U: Toeleveren & Uitbesteden

TGP: Telematica Gidsprojecten

TOK: Technische Ontwikkelingskredieten

TOP: Technische Ontwikkelingsprojecten

WIR: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368)

2. Verantwoording

2.1. Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder archiefbescheiden worden niet slechts papieren documenten verstaan, maar álle documenten – ongeacht hun vorm – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband kent de Archiefwet 1995 zowel een vernietigingsplicht (artikel 3) als een overbrengingsplicht (artikel 12). Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de Ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Algemeen Rijksarchief (ARA) in Den Haag. Het ARA is onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OC&W en staat onder leiding van een Algemeen Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast, maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens artikel 2, lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

Voorts moet ingevolge artikel 3 van het Archiefbesluit 1995 bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn: één deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan, één deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan en (een vertegenwoordiger van) de Algemeen Rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van het BSD als selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst.

2.2. Het basisselectiedocument

Een basisselectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van een enkele organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voorzover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Door de beleidsgerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid enz.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisatie van overheidsorganen dienen een aantal ‘horizontale’ BSD’s. Deze zijn van toepassing op alle organisaties van de Rijksoverheid.

Het opgestelde ontwerp-BSD wordt voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot vaststelling. Het BSD wordt vastgelegd in een gezamenlijk besluit van de Minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de Minister van OC&W) en de betrokken zorgdrager(s).

2.3. Het BSD-industrie- en technologiebeleid

Het PIVOT-rapport Innovatie gesubsidieerd. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de overheid op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid, 1945–2001 vormt de grondslag voor dit ontwerp-BSD. Het RIO geeft een historische beschrijving van het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid en een overzicht van de handelingen die overheidsorganen hebben verricht.

Het onderzoek naar dit beleidsterrein werd uitgevoerd in het kader van de tussen de Algemene Rijksarchivaris en de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Economische Zaken gesloten convenant. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd inzake de overdracht van de na 1940 gevormde archieven.

Het institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid is verricht in de periode september 2000 tot en met oktober 2001. Het rapport, is na in oktober 2001 te zijn vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken vastgelegd als nr. 148 van de PIVOT-reeks.

Dit ontwerp-BSD omvat voorstellen voor de selectie van de administratieve neerslag van de handelingen van de overheid op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid.

De afbakening ten opzichte van andere beleidsterreinen in verantwoord in § 2.2 van het RIO. Hier kan dus worden volstaan met deze verwijzing.

Voor de toetsing van dit ontwerp-RIO is het raadzaam om eerst de leeswijzer bij de handelingenlijst te raadplegen. Afwijzingen van de handelingenlijst uit het RIO worden hierin toegelicht.

2.4. Actorenoverzicht

– Vakminister

2.5. Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Bij de behandeling van het ontwerp van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer op 13 april 1994 verwoordde de Minister van WVC deze doelstelling als volgt:

‘dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven’.

Door het Convenant van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald in de richting van de (bewaar)doelstelling van de RAD als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.’

De algemene selectiedoelstelling is in dit BSD geoperationaliseerd voor het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid. Bij de hier geformuleerde selectievoorstellen stond steeds de vraag centraal: ‘ten aanzien van welke handelingen is de administratieve neerslag noodzakelijk om een reconstructie mogelijk te maken van de hoofdlijnen van het overheidshandelen op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid?’

2.6. Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd: het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met een B (‘blijvend bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd in zijn geheel dient te worden overgebracht naar het ARA. De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (‘vernietigen’), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging plaats dient te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Overigens verlangt artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in exceptionele gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. PIVOT heeft daarom het volgende uitzonderingscriterium geformuleerd:

‘Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.’

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria:

1.

Handelingen die betrekking hebben op de voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van het beleid en terugkoppeling van beleid; dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op de evaluatie van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: het beschrijven en beoordelen van de inhoud het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij de terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op de verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over het beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie

4.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop de beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan: het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Daar de noodzaak hiertoe niet aanwezig werd geacht, is in dit BSD de mogelijkheid om specifieke selectiecriteria te formuleren niet benut.

In april 2006 is het ontwerp-BSD door de minister van Economische Zaken aan de Staatssecretaris van OCW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 mei 2006 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het ministerie van OCW en de regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 23 juni 2006 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2006.02959/2), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

– de handelingen van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden uit de selectielijst verwijderd.

Daarop werd het BSD op 12 september 2006 door de algemene rijksarchivaris, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de ministers van Algemene Zaken (kenmerk besluit C/S&A/06/2196), van Buitenlandse Zaken (C/S&A/06/2197), van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/06/2198), van Defensie (C/S&A/06/2199), van Economische Zaken (C/S&A/06/2200), van Financiën (C/S&A/06/2201), van Justitie (C/S&A/06/2202), van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/06/2203), van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/06/2204), van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/06/2205) en van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/06/2206) vastgesteld.

2.7. Leeswijzer bij de handelingenlijst

De handelingen in het RIO zijn naar actor geordend. De handelingen worden omschreven in een handelingenblok, zoals hierna aangegeven:

(x) Dit is het nummer van de handeling. Deze nummering is uit het bijbehorende RIO overgenomen. Een handeling kan echter door verschillende actoren (gelijktijdig of opeenvolgend in tijd) zijn uitgevoerd. In dit geval is de betrokken handeling in het BSD uitgesplitst naar de betreffende actoren. Een handeling kan dus onder hetzelfde unieke nummer onder meerder actoren zijn opgenomen.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

De formulering van de handelingen is in de regel toegespitst op het product. Echter, een handeling als zodanig omvat alle activiteiten die leiden tot het product. Dientengevolge is de neerslag van de handeling niet beperkt tot het (eind)product, maar omvat ze alle archiefbescheiden die in verband daarmee zijn voortgebracht. Zo betreft de neerslag van een beschikkende handeling niet alleen het originele besluit, maar ook alle voorstukken.

Aangezien handelingen voortvloeien uit taken en bevoegdheden is het mogelijk da een vermelde handeling in de praktijk nimmer (volledig) is uitgevoerd.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling op het moment van het verschijnen van het RIO nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht. Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: De afkorting ‘B’ staat voor ‘bewaren’, dat wil zeggen: het na afloop van de wettelijke overbrengingstermijn overdragen aan het ARA van de documentaire neerslag (ongeacht de gegevensdrager) van de handeling. Bij een B-handeling is achter de selectiebeslissing aangegeven welk selectiecriterium is toegepast.

De afkorting ‘V’ staat voor ‘vernietiging (op termijn)’, oftewel ‘niet overbrengen’. Bij de desbetreffende handelingen wordt de vernietigingstermijn vermeld. Deze termijn betreft het aantal volle jaren dat dienst te zijn verlopen sinds het einde van het jaar waarin een archiefbestanddeel (dossier, register, databestand) dat behoort tot de neerslag van de handeling, is afgesloten.

Ter wille van de overzichtelijkheid wordt in de handelingenlijst in tussenkopjes steeds aangegeven:

3. Selectielijsten (actoren en handelingen)

3.1. Minister van Economische Zaken

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ten aanzien van het industriebeleid.

Periode: 1945–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties, enz.

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;

het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein;

het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein;

het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

het aan externe adviescommissies verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (als beleidsinstrument).

Waardering: B 1& 2

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ten aanzien van het technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties, enz.

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;

het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein;

het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein;

het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

het aan externe adviescommissies verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (als beleidsinstrument).

Waardering: B 1& 2

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van industriebeleid.

Periode: 1945–

Product: Wetten, AMvB’s, Koninklijke Besluiten en kaderregelingen

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Wetten, AMvB’s, Koninklijke Besluiten en kaderregelingen

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de ontwikkelingen op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 3 (jaarverslagen)

V 10 jaar (maand- en kwartaalverslagen indien vastgestelde jaarverslagen voor handen zijn)

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal inzake het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Grondslag: Grondwet 1938/46/48, artikel 97.

Grondwet 1953/56/72, artikel 104.

Grondwet 1983/87/95, artikel 68.

Product: Brieven, notities, nota’s

Waardering: B 2 & 3

Handeling: Het informeren van de Commissies voor Verzoekschriften en andere tot het onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende het industrie- of technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s

Waardering: B 3

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van een (subsidie)besluit betreffende het industriebeleid.

Periode: 1945–

Grondslag: Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1993, 650), artikel 9, vervallen bij Wet van 29 februari (Stb. 1996, 180).

Kaderwet EZ-subsidies (Stb. 1996, 180), artikel 9.

Product: Beschikkingen

Opmerking: Het beroepschrift moet ingediend worden bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Zie voor de handelingen van dit college het RIO Sociaal-Economische Raad (PIVOT-rapport nummer 58).

Indien dossiers m.b.t. beroep- en bezwaarprocedures aanleiding vormen voor het aanpassen van bestaand beleid of het tot stand komen van nieuw beleid, valt de neerslag onder handeling 1. De neerslag van handeling 1 komt voor blijvende bewaring in aanmerking.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Beschikkingen

Opmerking: Indien dossiers m.b.t. beroep- en bezwaarprocedures aanleiding vormen voor het aanpassen van bestaand beleid of het tot stand komen van nieuw beleid, valt de neerslag onder handeling 1. De neerslag van handeling 1 komt voor blijvende bewaring in aanmerking.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voeren van verweer in beroep- of bezwaarschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Indien dossiers m.b.t. beroep- en bezwaarprocedures aanleiding vormen voor het aanpassen van bestaand beleid of het tot stand komen van nieuw beleid, valt de neerslag onder handeling 1. De neerslag van handeling 1 komt voor blijvende bewaring in aanmerking.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V 2 jaar, m.u.v. 1 exemplaar van het eindproduct

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Offerte, brieven, rapport(ten) en nota’s

Waardering: B 1 & 2

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Notities, notulen, brieven en nota’s

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Rekeningen, declaraties

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het deelnemen / leveren van bijdragen aan commissies waarvan het secretariaat bij het eigen ministerie (EZ) berust.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s etc.

Waardering: B 4

Handeling: Het deelnemen leveren van bijdragen aan commissie waarvan het secretariaat niet bij het eigen ministerie (EZ) berust.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s etc.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het stimuleren van bedrijfs-R&D.

Periode: 1954–

Bron: TK II 1992–1993, 23 031, Industriebeleid in de jaren negentig, nr. 1, p. 4.

Opmerking: • Tot 1994 vond de uitvoering plaats via StiPT. Vanaf 1994 is de uitvoering overgenomen door Senter.

• Dit heeft betrekking op:

– het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe technologieën in bedrijven met behulp van de regelingen ‘Technische Ontwikkelingskrediet’ (TOK) en ‘Programmatische Bedrijfsgerichte Technologiestimulering’ (PBTS);

– het versterken van de kennisinfrastructuur;

– het stimuleren van de verspreiding en toepassing van technologische kennis.

Waardering: V 20 jaar

Handeling: Het vaststellen en bekendmaken van industriële investeringsprogramma’s

Periode: 1954–

Bron: Staatsalmanak 1954, p. 685.

Product: Industriële investeringsprogramma’s

Waardering: V 5 jaar (indien programma’s in Staatscourant gepubliceerd zijn)

B 1 (overige neerslag)

Handeling: Het instellen van de Adviescommissie inzake de voortgang van het industriebeleid (VIB).

Periode: 1982–1983

Bron: TK II 1981–1982, 17 100-XIII, Rijksbegroting voor het jaar 1982, nr. 52, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Waardering: B 4

Handeling: Het instellen van de Commissie Industriële innovatie.

Periode: 1973–

Product: Commissie Industriële Innovatie geïnstalleerd (Stcrt. 1973, 239).

Waardering: B 4

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:

– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).

– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).

– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).

Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.

Waardering: B 1

Handeling: Het (mede) beheren van en het jaarlijks verantwoording afleggen over de Investeringsrekening.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 2 lid 2 en 3 lid 1, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Rekening en/of begroting

Waardering: B 3

Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van een verslag aan de beide Kamers der Staten- Generaal over de toepassing van de WIR.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 26, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Jaarverslag

Opmerking: In dit verslag wordt zoveel mogelijk aangegeven op welke wijze en in welke mate de investeringen hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de wet.

Waardering: B 3

Handeling: Het (mede) voorbereiden van begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Wet, zoals:

– Wet tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening 1978 (Stb. 1978, 742).

Opmerking: Hiervoor gelden dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting en Rijksrekening.

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de WIR-knip.

Periode: 1991–

Grondslag: Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356), artikels 5 lid 2 en 7.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

– Regeling vaststelling formulier melding WIR-aanspraken (Stcrt. 1991, 135)

– Uitvoeringsregeling WIR-temporisering (Stcrt. 1991, 204)

Waardering: B 1

Handeling: Het benoemen van een industrial commissioner

Periode: 1976–

Bron: Staatsalmanak 1976, p. O6.

Product: Benoeming

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het benoemen van een commissaris voor het CBIN.

Periode: 1983–

Product: Benoeming, zoals:

Ir. J.P. Hanse nieuwe commissaris buitenlandse investeringen (Stcrt. 1994, 76).

Waardering V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het benoemen van een technisch-wetenschappelijk attaché in het buitenland.

Periode: 1952–

Product: Benoeming, zoals:

J. Kieboom industrieel attaché in Singapore (Stcrt. 1995, 191)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het (mede) voeren van een intensief sectorbeleid ter versterking van de economische structuur en verbetering van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Periode: 1980–

Bron: TK II 1980–1981, 16 419, Vestigingsplaats NEHEM, nr. 1, p.4.

Opmerking: Voor de NEHEM is bij de voorbereiding en bij de uitvoering van dit beleid een belangrijke taak weggelegd.

Waardering: B 1 & 5

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid inzake de instandhouding en stimulering van specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1945–

Bron: Begrotingen EZ

Product: Rapporten, brieven, zoals:

Brief van de Minister van Economische Zaken aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1)

Waardering: B 1 & 2

Handeling: Het oprichten en vaststellen van de werkwijze van de Nederlandse Herstructureringsmaatschappij (NEHEM).

Periode: 1972–1991

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p.45, 243.

TK II 1991–1992, 22 300-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1992, nr. 44.

Waardering: B 4

Handeling: Het stellen van ministriële regels m.b.t. de NEHEM over herstructureringszaken van bijzondere aard

Periode: 1972–1979

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243.

Product: Beschikking (aanwijzing)

Waardering: B 1 & 5

Handeling: Het beslissen op beroepen en bezwaren tegen besluiten van de NEHEM en het beoordelen en goedkeuren, schorsen of vernietigen van besluiten van de NEHEM.

Periode: 1972–1991

Grondslag: Kaderregeling voor de schoenindustrie 1982 (Stcrt. 1982, 80), artikel 12.

Subsidieregeling advieskosten in de houthandel 1983 (Stcrt. 1983, 136), artikel 12.

Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240), artikel 12.

Subsidieregeling databankuitgeven 1983 (Stcrt. 1983, 241), artikel 12.

Subsidieregeling stukgoedoverslagbedrijven (Stcrt. 1984, 3), artikel 12.

Subsidieregeling structuurversterking houthandel 1984 (Stcrt. 1984, 108), artikel 13.

Opmerking: Een ondernemer kan bij de Minister van Economische Zaken een beroepschrift indienen tegen een beslissing van de NEHEM.

Waardering: B 3

Vervallen.

Handeling: Het aangaan van een convenant met de NEHEM.

Periode: 1989–1991

Bron: TK II 1988–1989, 20 800-XIII, Rijksbegroting voor het jaar 1989, nr. 83.

TK II 1991–1992, 22 300-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1992, nr. 44.

Product: Convenant

Waardering: B 4

Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van structuurcommissies voor de herstructurering van bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1965–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244.

Product: Beschikking

Waardering: B 4

Handeling: Het bevorderen, voorbereiden en begeleiden van structuuronderzoeken ter herstructurering van bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1965–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243 e.v.

Product: Onderzoeksrapporten

Opmerking: Overname NEHEM in 1972. Zie voor gedeeltelijk vervolg van deze handeling handeling 57 (actor NEHEM).

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van 1 exemplaar van het eindproduct

Handeling: Het opstellen, actualiseren en uitbrengen van bedrijfstakverkenningen.

Periode: 1977–

Bron: TK II 1979–1980, 15 818, Sectornota, nrs. 1–2, p. 41.

Product: Rapporten (periodiek uitgebracht), zoals:

Bedrijfstakverkenning 1978 (TK II 1977–1978, 14 805);

de serie Bedrijfstakverkenning 1980, bestaande onder andere uit:

Bedrijfstakverkenning Textiel- en kledingindustrie;

Bedrijfstakverkenning Basismetaalindustrie;

Bedrijfstakverkenning Metaalproducten- en machine-indu⁠strie;

Bedrijfstakverkenning Transportmiddelenindustrie;

Bedrijfstakverkenning Detailhandel (1985);

Bedrijfstaktoets 1995;

Bedrijfstaktoets 1997;

Bedrijfstaktoets 2000.

Opmerking: Vanaf 1995 wordt gesproken over een bedrijfstaktoets, in plaats van een bedrijfstakverkenning.

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte rapport wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

Handeling: Het (mede) ontwikkelen en vaststellen van herstructureringsplannen voor specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243–245.

Product: Rapporten

Opmerking: Het vaststellen of bekrachtigen van herstructureringsplannen impliceert (mede)financiering, waarvoor kaderregelingen werden ingesteld.

Waardering: B 1 & 5

Handeling: Het (mede) begeleiden van de uitvoering van herstructureringsplannen voor specifieke bedrijfstakken of sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244–245.

Opmerking: In de uitvoering wordt meestal gesproken over een herstructureringsproject. Hiervoor werden met afzonderlijke bedrijven herstructureringsovereenkomsten gesloten.

Naast een inhoudelijke bijdrage vanuit het Ministerie van Economische Zaken en eventuele betrokken andere departementen werd meestal ook een financiële bijdrage geleverd. Onder deze handeling valt alleen financiële steunverlening, voor zover deze niet op basis van een wettelijke regeling is geregeld.

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het initiëren en het leveren van bijdragen aan projecten ter stimulering van specifieke sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 246–247, 298–299.

Opmerking: Naast een inhoudelijke bijdrage wordt meestal ook een financiële bijdrage geleverd.

Waardering: B 5

Handeling: Het (mede) voorbereiden en vaststellen van regels en richtlijnen met betrekking tot steunverlening aan specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1945–1992

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244–245.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Richtlijnen kaderregeling herstructurering Nederlandse ijzergieterijen (Stcrt. 1977, 83);

Kaderregeling chemische apparatenbouw (Stcrt. 1980, 73);

Subsidieregeling procesbeheersingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1981, 130);

Kaderregeling voor de katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie (Stcrt. 1981, 179);

Kaderregeling voor de wolindustrie (Stcrt. 1981, 179);

Tweede regeling investeringsbijdrage klompenindustrie (Stcrt. 1981, 159);

Kaderregeling voor de schoenindustrie 1982 (Stcrt. 1982, 80);

Subsidieregeling upgradingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1982, 198);

Subsidieregeling ontwerpbeleid meubelindustrie 1982 (Stcrt. 1983, 83);

Subsidieregeling advieskosten in de houthandel 1983 (Stcrt. 1983, 136);

Subsidieregeling verdampingskoelapparatuur pluimveeslachterijen 1983 (Stcrt. 1983, 203);

Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240);

Kaderregeling textielindustrie 1983 (Stcrt. 1984, 38);

Kaderregeling confectie- en tricotage-industrie 1983 (Stcrt. 1984, 38);

Subsidieregeling structuurversterking houthandel 1984 (Stcrt. 1984, 108);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1987 (Stcrt. 1987, 231);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1988 (Stcrt. 1988, 215);

Subsidieregeling zeescheepsnieuwbouw 1991 (Stcrt. 1991, 68).

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot het verstrekken van financiële middelen aan ondernemers.

Periode: 1992–

Grondslag: Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1991, 767), artikel 2, Kaderwet EZ-subsidies (Stb. 1996, 180), artikel 3.

Product: AMvB of ministeriële regeling, zoals:

Besluit subsidies informatietechnologie (Stb. 1994, 432)

Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437)

Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124)

Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO)

Subsidieregeling economie, ecologie en technologie (Stcrt. 1996, 91)

Besluit subsidies economie, ecologie en technologie (Stb. 1997, 13 – EET)

Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten (Stb. 1996, 638 – BTS)

Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206 – CVO)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot het openbare register alsmede het bijhouden van dit register, waarin de beschikkingen tot het verstrekken van financiële middelen worden vermeld.

Periode: 1992–1998

Grondslag: Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1991, 767), artikel 11 lid 6, vervallen bij Wet van 29 februari (Stb. 1996, 180).

Product: AMvB, zoals:

Besluit ex artikel 11 van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1992, 453)

Waardering: B 1

Vervallen.

Handeling: Het aanwijzen van personen om toezicht te houden op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen en het geven van instructies.

Periode: 1998–

Grondslag: Kaderwet EZ-subsidies (Stb. 1996, 180), zoals gewijzigd bij Wet van 6 november 1997 (Stb. 1997, 638), artikel 8 lid 1.

Product: Aanwijzingsbesluit

Waardering: B 4 (indien instructies zijn toegevoegd)

V 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd (overige neerslag)

Handeling: Het (mede) instellen van de Beleidscommissie Scheepsbouw en geven van instructies.

Periode: 1976–1985

Product: Instellingsbesluit, zoals:

– Beleidscommissie Scheepsbouw. Voorstel taak en werkwijze naar scheepsbouworganisaties en vakverenigingen (Stcrt. 1976, 58)

– Akkoord Beleidscommissie Scheepsbouw (Stcrt. 1976, 77)

– Beleidscommissie Scheepsbouw geïnstalleerd (Stcrt. 1976, 121)

Waardering: B 4

Handeling: Het vaststellen en wijzigen van maximale overbruggingspercentages voor het verstrekken van rentesubsidies aan ondernemers actief in de scheepsbouw.

Periode: 1967–1986

Bron: Brief aan de voorzitter van het College voor de Scheepsbouw (Stcrt. 1970, 16)

TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 9.

TK II 1985–1986, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 16, p. 1–5.

Product: Beschikking

Opmerking: Het maximum overbruggingspercentage heeft betrekking op de rente- overbruggingsregeling.

Waardering: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan ondernemers actief in de scheepsbouw ter financiering van verschuldigde rente op scheepsbouwkredieten.

Periode: 1967–1986

Bron: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 9.

TK II 1985–1986, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 16, p. 1–5.

Product: Beschikking

Opmerking: In dit verband wordt gesproken over een rente-overbruggingsregeling.

Waardering: toegekend: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van financiering van door ondernemers in de scheepsbouw geleden verliezen.

Periode: 1976–1980

Bron: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 4–7.

TK II 1984–1985, 17 817, Enquête Rijn-Schelde-Verolme (RSV), nr. 16, p. 212–213, 219.

Product: Beschikking

Opmerking: In dit verband wordt gesproken over een verliesparticipatieregeling, die nooit is uitgewerkt in een definitieve vorm. De financiering bestond voor een deel uit subsidie en voor een deel uit een bijzondere achtergestelde lening (b.a.g.l.).

Waardering: toegekend: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van jaarlijkse budgetten en limieten voor steunverlening aan ondernemers voor de (nieuw)bouw van zeeschepen.

Periode: 1980–2000

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikels 6 en 11.

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1987 (Stcrt. 1987, 231), artikels 4 lid 5 en 21.

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1988 (Stcrt. 1988, 215), artikels 4 lid 5 en 21.

Subsidieregeling zeescheepsnieuwbouw 1991 (Stcrt. 1991, 68), artikel 9 lid 1.

Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikels 5 lid 1 en 10 lid 1.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie voor de bouw van zeeschepen.

Periode: 1980–2000

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikel 16 lid 1, 30 lid 1, 35;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1987 (Stcrt. 1987, 231), artikel 2, 11 lid 3, 13, 15 lid 2, 20;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1988 (Stcrt. 1988, 215), artikel 2, 11 lid 3, 13, 15 lid 2, 20;

Subsidieregeling zeescheepsnieuwbouw 1991 (Stcrt. 1991, 68) artikel 16, 24, 27 en 28;

Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikel 3, 14, 16, 23, 25 lid 2 en 26.

Product: Beschikking

Opmerking: Het bedrag aan steunverlening wordt in mindering gebracht op het budget van een ondernemer. Hieronder valt ook het uitkeren van voorschotten, het wijzigen van steun- of subsidiebedragen en het intrekken van beschikkingen inzake subsidietoekenning.

Waardering: B 5

Handeling: Het goedkeuren van gedragslijnen voor de bepaling van winst en omzet bij de bouw van zeeschepen.

Periode: 1980–1986

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikel 23 lid 3.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van de bedragen die ondernemers, aan wie steun is verleend voor de bouw van zeeschepen, behoren te betalen aan de Staat.

Periode: 1980–1986

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9.

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikel 25.

Product: Beschikking

Opmerking: Dit bedrag is een bepaald gedeelte van de winst die door de ondernemer is gemaakt door de bouw van zeeschepen.

Waardering: V; 7 jaar

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw.

Periode: 1994–2000

Grondslag: Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikels 13 en 22, zoals gewijzigd (Stb. 1997, 618), artikels 4, 6, 11, 12, 13, 19 en 22.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Uitvoeringsregeling BSZ 1995 (Stcrt. 1995, 117)

Uitvoeringsregeling BSZ 1996 (Stcrt. 1996, 112)

Wijziging Uitvoeringsregeling BSZ 1996 (Stcrt. 1996, 209)

Uitvoeringsregeling BSZ 1997 (Stcrt. 1997, 128)

Uitvoeringsregeling BSZ 1998 (Stcrt. 1998, 118)

Uitvoeringsregeling BSZ 1999 (Stcrt. 1999, 126)

Wijziging Uitvoeringsregeling BSZ 1999 (Stcrt. 1999, 197)

Uitvoeringsregeling BSZ 2000 (Stcrt. 2000, 65)

Wijziging Uitvoeringsregeling BSZ 2000 (Stcrt. 2000, 209)

Opmerking: In de regelingen worden de totale budgetten vastgesteld die jaarlijks beschikbaar zijn voor subsidietoezegging, alsmede wijzigingen van percentages voor de bepaling van subsidies.

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw.

Periode: 1994–2000

Grondslag: Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikel 18 lid 2.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Het gaat hier om de verplichting dat opdrachten voor de bouw van zeeschepen moeten worden uitgevoerd in Nederland en dat de bouw binnen drie jaar na de aanvraag gereed moet zijn.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1981–1983

Grondslag: Kaderregeling voor de katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie (Stcrt. 1981, 179), artikel 12 lid 3.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

de sloop of aanpassing van bedrijfsgebouwen voor zover die noodzakelijk zijn voor verrichte investeringen in machines en toebehoren;

de verplaatsing van machines en toebehoren, welke noodzakelijk is geworden in verband met de verrichte investeringen;

deelname aan een beurs of tentoonstelling.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via het Centraal Bureau van de Vereniging katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de wolindustrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1981–1983

Grondslag: Kaderregeling voor de wolindustrie (Stcrt. 1981, 179), artikel 12 lid 3.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

de sloop of aanpassing van bedrijfsgebouwen voor zover die noodzakelijk zijn voor verrichte investeringen in machines en toebehoren;

de verplaatsing van machines en toebehoren, welke noodzakelijk is geworden in verband met de verrichte investeringen;

de deelname aan een beurs of tentoonstelling.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via het Centraal Bureau van de Vereniging katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de textielindustrie.

Periode: 1984–

Grondslag: Kaderregeling textielindustrie 1983 (Stcrt. 1984, 38), artikels 7; 9; 12; 14 en 17.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

het opstellen van een bedrijfsplan;

het verrichten van investeringen;

het deelnemen aan cursussen op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het laten adviseren door een extern deskundige op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het deelnemen aan door de EVD opgestelde exportprogramma’s.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via de Nationale Investeringsbank (NIB). De NIB stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de confectie- en tricotage-industrie.

Periode: 1984–

Grondslag: Kaderregeling confectie- en tricotage-industrie 1983 (Stcrt. 1984, 38), artikels 7; 9; 12; 14 en 17.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

het opstellen van een bedrijfsplan;

het verrichten van investeringen;

het deelnemen aan cursussen op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het laten adviseren door een extern deskundige op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het deelnemen aan, door de EVD opgestelde, exportprogramma’s.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via de Nationale Investeringsbank (NIB). De NIB stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het (mede) vaststellen en toezeggen van subsidies en stellen van nadere voorwaarden aan subsidies van pluimveeslachterijen ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Subsidieregeling verdampingskoelapparatuur pluimveeslachterijen 1983 (Stcrt. 1983, 203), artikels 2; 7 en 10.

Product: Beschikking

Opmerking: – De aanvragen werden ingediend bij de Directeur Verwerking en Afzet Agrarische Producten van LNV. Deze stuurde de aanvragen vergezeld van een advies naar de Minister van EZ.

– De Minister van EZ kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

– De Minister van EZ kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de landbouwmachine-industrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240), artikels 2; 4; 6; 7 en 9.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken, die vervolgens besliste over toezegging van subsidie. De NEHEM besliste daarna over de vaststelling van de subsidie.

De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de chemische apparatenbouw ter financiering van investeringen.

Periode: 1980–

Grondslag: Kaderregeling chemische apparatenbouw 1980 (Stcrt. 1980, 73), artikels III.1.2; III.3.1 en III.6.2.

Product: Beschikking

Opmerking: – De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook – in overeenstemming met de Minister – over de toewijzing en vaststelling van de subsidie

– De NEHEM kon – in overeenstemming met de Minister – aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

– De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgekeurd: V; 7 jaar

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van en stellen van nadere voorwaarden aan een subsidie aan ondernemingen in de groenvoederdrogerijen ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1984

Grondslag: Subsidieregeling kolenstook groenvoederdrogerijen (Stcrt. 1983, 9), artikels 2 en 9.

Product: Beschikking

Opmerking: De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgekeurd: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van steun aan ondernemingen voor een project inhoudende flexibele productie-automatisering in de onderneming van de aanvrager.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Vaststelling stimuleringsregeling demonstratieprojecten flexibele productie-automatisering (Stcrt. 1983, 89), artikel 2.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Minister van EZ. Deze besliste ook over de toewijzing en vaststelling van de subsidie.

De Minister van EZ vroeg hiervoor advies aan het Centraal Instituut voor Industrieontwikkeling (CIVI).

De Minister van EZ kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgekeurd: V; 7 jaar

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van buiten de regelingen om verstrekte subsidies aan ondernemingen in een bepaalde economische sector.

Periode: 1945–

Bron: Staatsalmanak 1946, p. 469.

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hier om subsidies die buiten de regelingen om verstrekt zijn.

Waardering: B 5

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden in één van de volgende commissies:

Werkcommissie textiel-, kleding- en schoenindustrie (1964–)

Werkcommissie papierindustrie (1964–)

Werkcommissie metaalverwerkende nijverheid (1964–)

Werkcommissie chemische nijverheid (1965–)

Periode: 1964–

Product: Werkcommissies textiel-, kleding- en schoenindustrie, papierindustrie, voedingsmiddelenindustrie, chemische nijverheid en metaalverwerkende nijverheid (Stcrt. 1968, 93)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de Werkcommissie voedingsmiddelenindustrie.

Periode: 1965–

Product: Werkcommissies textiel-, kleding- en schoenindustrie, papierindustrie, voedingsmiddelenindustrie, chemische nijverheid en metaalverwerkende nijverheid (Stcrt. 1968, 93)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Vervallen.

Handeling: Het verstrekken van een subsidie voor een project dat past in de civiele vliegtuigontwikkeling en dat wordt uitgevoerd in een internationaal programma voor vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206), artikels 2 lid 1; 7; 8; 9; 11; 15; 16; 17 lid 1; 22 en 24.

Product: Beschikking (subsidieregeling)

Opmerking: – De Minister kan voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

– De Minister kan aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

Handeling: Het bij regeling aanwijzen van een internationaal programma voor vliegtuigontwikkeling, in welk kader onderzoek verricht kan worden.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206), artikel 2 lid 1.

Product: Uitvoeringsregeling CVO (Stcrt. 2000, 96), artikel 1

Wijziging Uitvoeringsregeling CVO en vaststelling subsidieplafond 2001 (Stcrt. 2000, 244)

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206), artikels 3 leden 1 en 2; 5 en 6;

Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Ministeriële regeling, zoals:

– Uitvoeringsregeling CVO (Stcrt. 2000, 96)

– Wijziging uitvoeringsregeling CVO en vaststelling subsidieplafond 2001 (Stcrt. 2000, 244)

Opmerking: Dit betreft:

– het vaststellen van een bedrag;

– het jaarlijks vaststellen van het subsidieplafond;

– het vaststellen van het subsidieaanvraagformulier;

– het verlenen van vrijstelling voor het gebruik van het subsidieaanvraagformulier.

In de regelingen worden de totale budgetten vastgesteld die jaarlijks beschikbaar zijn voor subsidietoezegging, alsmede wijzigingen van percentages voor de bepaling van subsidies.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor bepalingen in het Besluit civiele vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206) artikels 11; 14 en 15.

Product: Beschikking (ontheffing)

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het kwijtschelden van krediet- en rentevergoeding.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206), artikel 23.

Product: Beschikking

Opmerking: Dit gebeurt op aanvraag van de subsidieontvanger en dan alleen als deze heeft voldaan aan alle ingevolge de kredietverlening voor hem geldende verplichtingen en het project technische mislukt is of indien er geen omzet gerealiseerd is.

Waardering: V; 7 jaar

Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Bron/

Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen van de voorzitter of lid van de Interdepartementale commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie

Periode: 1966–1994

Grondslag: Instellingsbesluit interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 3 lid 1 a.

Product: Aanstellingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter aan. De nadere betrokken Ministers wijzen elk één lid aan, met uitzondering van de Minister van OC&A, die er twee aanwijst. Tevens worden als adviseurs van de commissie nog één vertegenwoordiger van het NIVR en één van de Space Research Organisation Netherlands aangesteld.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het benoemen van de voorzitter of lid van de ICR

Periode: 1994–

Grondslag: Instellingsregeling Interdepartementale Commissie Ruimtevaart (ICR) (Stcrt. 1994, 84), artikel 3 lid 3.

Product: Besluit

Opmerking: De voorzitter van de ICR is tevens de voorzitter van de Nederlandse ambtelijke delegatie in de ESA-raad

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het leveren van bijdragen aan nationale ruimtevaartprojecten.

Periode: 1965–

Bron: Uitvoering project Astronomische Nederlandse Satelliet (Stcrt. 1969, 248)

Telecommunicatie via satellieten. Steun voor de ontwikkeling van een grondstation (Stcrt. 1970, 86)

Opmerking: – Een voorbeeld is de ontwikkeling van de Astronomische Nederlandse Satelliet (ANS) in de jaren zeventig. Tegenwoordig worden ruimtevaartprojecten meestal in internationaal verband opgezet en uitgevoerd.

– Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 5

Handeling: Het (mede) leveren van bijdragen aan ruimtevaartprojecten in het kader van internationale ruimtevaartprogramma’s binnen het ESA-kader.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 95–98.

Opmerking: Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 5

Handeling: Het leveren van bijdragen aan internationale ruimtevaartprojecten buiten het ESA-kader om.

Periode: 1965–

Bron: Interview met materiedeskundige.

Opmerking: Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden en bepalen van de Nederlandse standpunten tijdens de ESA Ministerconferentie.

Periode: 1985–

Bron: TK II 1998–1999, 24 446, Ruimtevaartbeleid, nrs. 6 en 7.

TK II 2000–2001, 24 446, Ruimtevaartbeleid, nr. 11, p. 1.

Waardering: B 1

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1947–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.

Periode: 1955–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.

Product: Overeenkomst, zoals:

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.

Waardering: B 4

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.

Product: Benoeming

Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971–1999.

De ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.

Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming

Handeling: Het jaarlijks (mede) toekennen van een toelage aan de voorzitter en/of een reis- en verblijfskostenvergoeding aan de bestuursleden van het NIVR.

Periode: 1975–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 15.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 17 mei 1976, artikel 15.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 5.

Product: Ministeriële beschikking

Opmerking: Tot de statuutwijziging in 1999 werd dit toegekend in overleg met andere de Ministers. Tussen 1955 en 1976 kreeg het Dagelijks Bestuur een jaarlijkse toelage. Na de wijzigingen in 1976 krijgt de voorzitter een jaarlijkse toelage en de bestuursleden een reis- en verblijfskostenvergoeding. Sinds de wijzigingen in 1999 krijgt alleen de voorzitter nog een jaarlijkse toelage. Aan de bestuursleden kan – bij besluit van het bestuur – een onkostenvergoeding worden toegekend.

Waardering: V; 7 jaar

Handeling: Het (mede) goedkeuren van de balans, de staat van baten en lasten, het werkplan en de begroting van het NIVR.

Periode: 1975–

Bron: Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, artikel 3.

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975, artikels 2 en 3.

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001, artikels 3 en 8.

Product: Goedkeuring

Waardering: B 5 (werkplan en begroting)

V; 7 jaar (overige neerslag)

Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.

Product: Besluit

Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.

Waardering: B 4

Vervallen.

Handeling: Het verlenen van mandaat aan het NIVR om het Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling uit te voeren.

Periode: 2000–

Grondslag: Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Beschikking

Waardering: V 20 jaar

Handeling: Het benoemen van de voorzitter van het bestuur van de stichting Coördinatie Maritiem Onderzoek (CMO).

Periode: 1980–1995

Product: Benoemingbesluit, zoals:

Pieter van Vollenhoven voorzitter Stichting CMO (Stcrt. 1988, 250)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie aan het CMO.

Periode: 1980–1995

Bron: TK II 1995–1996, 24 400-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1996, nr. 2, p. 85.

TK II 1995–1996, 24 400-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1996, nr. 3, p. 51.

TK II 1995–1996, 24 400-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1996, nr. 2, p. 140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het (mede) verstrekken van een vergoeding aan het Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek (NIM).

Periode: 1995–2002

Bron: TK II 1996–1997, 25 000-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1997, nr. 2, p. 94 en 98.

TK II 1996–1997, 25 000-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1997, nr. 2, p. 263.

TK II 1996–1997, 25 000-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1997, nr. 2, p. 139–140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.

Periode: 1993–1994

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de Beoordelingscommissie Maritiem onderzoek.

Periode: 1995–1997

Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikel 5 lid 3, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

Product: Benoemingsbesluit

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de Adviescommissie Maritiem onderzoek.

Periode: 1997–2001

Grondslag: Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikel 5 lid 3, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Beschikking (benoeming), zoals:

Benoeming leden Adviescommissie SMO (Stcrt. 2000, 230)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek buiten de Subsidieregeling Maritiem onderzoek en de SMO om.

Periode: 1995–

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 4.

TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 84.

Product: Beschikking

Opmerking: Naast de SMO-regeling werden op instigatie van onder andere het Nederlands Instituut voor maritiem onderzoek (NIM) onderzoeksprojecten gesubsidieerd.

Waardering: V 20 jaar

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)