Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

Type Archiefselectielijst
Publication 2006-10-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 23 juni 2006, nr. arc-2006.02959/2);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Verkeer en Waterstaat en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument industrie- en technologiebeleid 1945–

September 2006

Ministerie van Economische Zaken

Rijksarchief/PIVOT

1. Afkortingen en begrippen

ARA: Algemeen Rijksarchief

RAD: Rijksarchiefdienst

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

BSD: Basisselectiedocument

Stb.: Staatsblad (jaar, nummer)

Stcrt.: Staatscourant (jaar, nummer)

Actor: overheidsorgaan of particuliere organisatie/persoon die rol speelt op het beleidsterrein

Handeling: complex van activiteiten, gericht op het tot stand brengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

B de selectiebeslissing ‘(blijvend) te bewaren’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling

V: de selectiebeslissing ‘(op termijn) vernietigen’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling

BuZa: Buitenlandse Zaken

BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

EZ: Economische Zaken

LNV: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

OC&W: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid

V&W: Verkeer en Waterstaat

VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

AMvB: Algemene maatregel van Bestuur

R&D: Research & Development

O&O: Onderzoek & Ontwikkeling

CBIN: Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland [EZ-O/CBIN]

CMO: Stichting Coördinatie Martitiem Onderzoek

DIR: Dienst Investeringsrekening [EZ]

ESA: European Space Agency

EU: Europese Unie

EVD: Economische Voorlichtingsdienst

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

MARIN: Maritiem Research Instituut Nederland

NEHEM: Nederlandse Herstructureringsmaatschappij

NIB: Nationale Investeringsbank (Herstelbank)

NIM: Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek

NIVR: Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart

NWO: Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

RSV: Rijn-Schelde-Verolme-concern

TWA: Technisch-wetenschappelijk attaché

VN: Verenigde Naties

CISB: Commissie Informatiestimulering Bedrijfsleven

ICOMAR: Interdepartementale Commissie voor het Maritieme Onderzoek

ICR: Interdepartementale Commissie Ruimtevaart

IOP-b: Tijdelijke adviescommissie Innovatiegericht Onderzoekprogramma Biotechnologie

IOT: Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid

PC-b: Programmacommissie biotechnologie

PcIB: Tijdelijke programmacollege Industriële Biotechnologie

VCT: Tijdelijke Vervolgcommissie Technologiebeleid

VIB: Adviescommissie inzake de voortgang van het industriebeleid

Commissie-Dekker: Tijdelijke Adviescommissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid

Commissie-Wagner: Adviescommissie inzake het industriebeleid

Commissie-Zandbergen: Adviescommissie Maritieme Onderzoeksinfrastructuur

WIR-commissie: Interdepartementale Commissie Wet Investeringsrekening

BIS: Branchegewijze Informatiestimulering

BIT: Bedrijfsgerichte Internationale Technologieprogrammma’s

BSZ: Besluit Subsidies Zeescheepsnieuwbouw

BTIP: Bedrijfsgerichte technologiestimulering Internationale Programma’s

BTOC: Bedrijfsgerichte Technologisch Onderzoek door Collectieven

BTS: Bedrijfsgerichte Technologiestimulering

CVO: Civiele Vliegtuigontwikkeling

E.E.T.: Economie, Ecologie en Technologie

FES: Fonds Economisch Structuurbeleid

ICES: Interdepartementale Commissie inzake het Economische Structuurbeleid

INSTIR: Innovatiestimuleringsregeling

IOP’s: Innovatiegerichte Onderzoekprogramma’s

IT: Informatietechnologie

ITeR: Informatietechnologie en Recht

KREDO: Kredieten Electronische Dienstenontwikkeling

PBTS: Programmatische Bedrijfsgerichte Technologiestimulering

SBI: Subsidieregeling Bedrijfsvoorlichting informatietechnologie

SMO: Subsidies Maritiem Onderzoek

SPIN-OV: Stimuleringsprogramma Informatietechnologie Overheidsaanschaffingen

T&S: Technologie & Samenleving

T&U: Toeleveren & Uitbesteden

TGP: Telematica Gidsprojecten

TOK: Technische Ontwikkelingskredieten

TOP: Technische Ontwikkelingsprojecten

WIR: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368)

2. Verantwoording

2.1. Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder archiefbescheiden worden niet slechts papieren documenten verstaan, maar álle documenten – ongeacht hun vorm – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband kent de Archiefwet 1995 zowel een vernietigingsplicht (artikel 3) als een overbrengingsplicht (artikel 12). Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de Ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Algemeen Rijksarchief (ARA) in Den Haag. Het ARA is onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OC&W en staat onder leiding van een Algemeen Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast, maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens artikel 2, lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

Voorts moet ingevolge artikel 3 van het Archiefbesluit 1995 bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn: één deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan, één deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan en (een vertegenwoordiger van) de Algemeen Rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van het BSD als selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst.

2.2. Het basisselectiedocument

Een basisselectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van een enkele organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voorzover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Door de beleidsgerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid enz.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisatie van overheidsorganen dienen een aantal ‘horizontale’ BSD’s. Deze zijn van toepassing op alle organisaties van de Rijksoverheid.

Het opgestelde ontwerp-BSD wordt voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot vaststelling. Het BSD wordt vastgelegd in een gezamenlijk besluit van de Minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de Minister van OC&W) en de betrokken zorgdrager(s).

2.3. Het BSD-industrie- en technologiebeleid

Het PIVOT-rapport Innovatie gesubsidieerd. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de overheid op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid, 1945–2001 vormt de grondslag voor dit ontwerp-BSD. Het RIO geeft een historische beschrijving van het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid en een overzicht van de handelingen die overheidsorganen hebben verricht.

Het onderzoek naar dit beleidsterrein werd uitgevoerd in het kader van de tussen de Algemene Rijksarchivaris en de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Economische Zaken gesloten convenant. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd inzake de overdracht van de na 1940 gevormde archieven.

Het institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid is verricht in de periode september 2000 tot en met oktober 2001. Het rapport, is na in oktober 2001 te zijn vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken vastgelegd als nr. 148 van de PIVOT-reeks.

Dit ontwerp-BSD omvat voorstellen voor de selectie van de administratieve neerslag van de handelingen van de overheid op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid.

De afbakening ten opzichte van andere beleidsterreinen in verantwoord in § 2.2 van het RIO. Hier kan dus worden volstaan met deze verwijzing.

Voor de toetsing van dit ontwerp-RIO is het raadzaam om eerst de leeswijzer bij de handelingenlijst te raadplegen. Afwijzingen van de handelingenlijst uit het RIO worden hierin toegelicht.

2.4. Actorenoverzicht

– Vakminister

2.5. Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Bij de behandeling van het ontwerp van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer op 13 april 1994 verwoordde de Minister van WVC deze doelstelling als volgt:

‘dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven’.

Door het Convenant van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald in de richting van de (bewaar)doelstelling van de RAD als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.’

De algemene selectiedoelstelling is in dit BSD geoperationaliseerd voor het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid. Bij de hier geformuleerde selectievoorstellen stond steeds de vraag centraal: ‘ten aanzien van welke handelingen is de administratieve neerslag noodzakelijk om een reconstructie mogelijk te maken van de hoofdlijnen van het overheidshandelen op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid?’

2.6. Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd: het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met een B (‘blijvend bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd in zijn geheel dient te worden overgebracht naar het ARA. De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (‘vernietigen’), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging plaats dient te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Overigens verlangt artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in exceptionele gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. PIVOT heeft daarom het volgende uitzonderingscriterium geformuleerd:

‘Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.’

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria:

1.

Handelingen die betrekking hebben op de voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van het beleid en terugkoppeling van beleid; dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op de evaluatie van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: het beschrijven en beoordelen van de inhoud het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij de terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op de verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over het beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie

4.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop de beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan: het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.