Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot de reikwijdte en toegang tot de financiële markten (Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft)
- g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de beleggingsonderneming als verbonden agent optreedt; en
- h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of de beleggingsonderneming volledig verantwoordelijk is voor de verbonden agent als bedoeld in artikel 2:97, vijfde lid, van de wet.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn:
- 1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- 2°. een curriculum vitae;
- 3°. een opgave van de relevante diploma’s;
- 4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- 5°. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
§ 2.5. Aanbieden van beleggingsobjecten
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
§ 2.4b. Uitoefenen van bedrijf van premiepensioeninstelling
§ 2.4c. Uitoefenen van bedrijf van wisselinstelling
§ 2.4d. Uitoefenen van bedrijf van kredietunie
§ 2.6a. Uitoefenen van het bedrijf van kredietservicer
§ 2.7a. Beheren van icbe’s en aanbieden van rechten van deelneming in icbe’s
§ 2.7a. Beheren van icbe’s en aanbieden van rechten van deelneming in icbe’s
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Bijlage
1.1. Veroordelingen
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
Wet op de economische delicten (WED):
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving, artikel 9 van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 2, eerste, tweede en zesde lid, 5, 6, 7, 8 van de Wet identificatie bij dienstverlening 1993.
Wet wapens en munitie:
– Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
1. Strafrechtelijke antecedenten
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Wetboek van Strafrecht:
Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
1. Strafrechtelijke antecedenten
– Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
Wet op de economische delicten (WED):
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Wetboek van Strafrecht:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 2.1. Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling
§ 2.3. Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraar en schadeverzekeraar
§ 2.4a. Uitoefenen van bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie
§ 2.4a. Uitoefenen van bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie
§ 2.9. Bemiddelen
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
§ 2.4c. Uitoefenen van bedrijf van wisselinstelling
§ 2.4d. Uitoefenen van bedrijf van kredietunie
§ 2.9. Bemiddelen
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Bijlage
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
Buitenlandse strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 11a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:26b, derde lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar voornemens is te verrichten;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
- l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53 van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
- m. indien van toepassing:
- 1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
- 2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
- 3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
- a. een opgave van de naam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, zijn niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11b
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken of van de aard van de overeenkomsten die de herverzekeraar voornemens is te sluiten;
- b. de aard van de herverzekeringsregelingen die de herverzekeraar voornemens is met de cederende verzekeraars te treffen;
- c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere verzekeraar overdraagt;
- d. de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens vormen van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:53, eerste en vierde lid, van de wet voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt;
- e. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
- f. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;
- g. voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel f bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- h. voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel f bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- i. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;
- j. voor de eerste drie boekjaren een raming van de andere dan de in onderdeel e bedoelde inrichtingskosten, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
- k. voor de eerste drie boekjaren een raming van de premies en de schaden.
Artikel 11c
De gegevens, bedoeld in artikel 2:26e, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. het adres van het bijkantoor;
- f. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- g. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
- k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- l. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
- m. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar;
- n. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de herverzekeraar, blijkt en op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge dat artikel is bepaald, en waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de herverzekeraar blijkt.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11d
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat voor het bijkantoor het volgende:
- a. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken of van de aard van de overeenkomsten die de herverzekeraar voornemens is te sluiten;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere verzekeraar overdraagt;
- c. een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- d. een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- e. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:55a, eerste lid, in samenhang met artikel 3:53, eerste en vierde lid, van de wet voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
- f. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
- g. een uiteenzetting over de structuur van het governancesysteem;
- h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel b bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
- i. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
- j. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie;
- k. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie; en
- l. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste.
De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de herverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 11e
De gegevens, bedoeld in artikel 2:26f, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de herverzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;
- g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van verzekeraar uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten de herverzekeraar bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;
- h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit de staat van de zetel;
- i. gegevens waaruit de te verwachte solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele door de herverzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en
- j. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken.
§ 2.2. Uitoefenen van een bedrijf van bank
§ 2.4. Uitoefenen van bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar
Artikel 31a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54b, derde lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
- b. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- c. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- d. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- e. een programma van werkzaamheden die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te verrichten;
- f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- i. een beschrijving van de zeggenschapstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
- k. indien van toepassing:
- 1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
- 2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
- 3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdelen g en k, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31b
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31a, eerste lid, onderdeel e, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit voor risico-acceptatie een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie overdraagt;
- c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
- d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
- e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
- f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
- g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen.
Artikel 31c
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54e, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
- b. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- c. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- d. het adres van het bijkantoor;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een programma van werkzaamheden die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
- j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
- l. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31d
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31c, eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit voor risico-acceptatie een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie overdraagt;
- c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
- d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
- e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
- f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
- g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen.
De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
Artikel 31e
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54f, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de entiteit voor risico-acceptatie;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is de diensten te verrichten;
- g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten de entiteit voor risico-acceptatie bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;
- h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie vanuit de staat van de zetel;
- i. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken.
§ 2.4d. Uitoefenen van bedrijf van kredietunie
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
§ 2.6. Aanbieden van krediet
§ 2.11. Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent
§ 2.11. Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent
§ 2.12. Verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Bijlage
Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
– Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):
Opiumwet:
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
1. Strafrechtelijke antecedenten
1.1. Veroordelingen
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:3b, zesde lid, en artikel 2:10b, derde lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een opgave van de activiteiten die de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling voornemens is te verrichten;
- g. een bedrijfsplan met inbegrip van een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
- h. een beschrijving van de interne controlemechanismen die de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling heeft opgezet om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de in Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1781/2006 (PbEU 2015, L 141), neergelegde verplichtingen in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering na te komen;
- i. een beschrijving van de organisatiestructuur, met inbegrip van, voor zover van toepassing, een beschrijving van het voorgenomen gebruik van agenten en bijkantoren, van de minimaal jaarlijkse controles van deze agenten en bijkantoren, van de uitbestedingregelingen, alsmede van de deelname van de aanvrager aan een nationaal of internationaal betaalsysteem;
- j. een opgave van de identiteit van personen die een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 1:1 van de wet in de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling bezitten, alsmede de omvang van hun deelneming en het bewijs van hun geschiktheid, gelet op de noodzaak de gezonde en prudente bedrijfsvoering van de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling te garanderen;
- k. een opgave van de accountantsorganisatie of, indien van toepassing, het auditkantoor, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a onderscheidenlijk c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle als bedoeld in artikel 2 van die richtlijn van de jaarrekening van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;
- l. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- m. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- n. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- o. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet;
- p. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
- q. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a, eerste lid bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners;
- r. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken;
- s. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a, tweede lid, bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven;
- t. een beschrijving van de procedures voor het registreren en afhandelen van veiligheidsincidenten en veiligheidsgerelateerde klachten van cliënten en de nabehandeling ervan, met inbegrip van een mechanisme voor het melden van incidenten dat rekening houdt met de kennisgevingsverplichtingen voor betaalinstellingen die zijn vastgelegd in hoofdstuk III van Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PbEU 2022, L 333);
- u. een beschrijving van de procedures voor het opslaan, monitoren, traceren en beperken van de toegang tot gevoelige betaalgegevens;
- v. een beschrijving van de procedures ter waarborging van de bedrijfscontinuïteit, waaronder de bedrijfscontinuïteit op het gebied van de informatie- en communicatievoorziening, waarin de kritieke bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen, met inbegrip van respons- en herstelplannen voor de informatie- en communicatievoorziening en een procedure om de toereikendheid en efficiëntie van deze procedures en plannen periodiek te toetsen en te herzien met inachtneming van Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PbEU 2022, L 333);
- w. een beschrijving van de uitgangspunten en standaarden die worden toegepast bij het verzamelen van statistische gegevens over prestaties, transacties en fraude;
- x. een beschrijving van het beveiligingsbeleid, met inbegrip van een gedetailleerde risicoanalyse met betrekking tot de aangeboden betaaldiensten, onder meer in relatie tot digitale operationele weerbaarheid als bedoeld in Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PbEU 2022, L 333);
- y. een beschrijving van de maatregelen op het gebied van beveiliging en risicobeperking die worden genomen om de gebruikers van de betaaldiensten tegen de vastgestelde beveiligingsrisico’s, waaronder fraude en illegaal gebruik van gevoelige betaalgegevens en persoonsgegevens, te beschermen; en
- z. voor zover van toepassing, gegevens omtrent de aansprakelijkheid van een betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 24, tweede en derde lid, Besluit prudentiële regels Wft.
Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdelen i, p, q en s, geeft de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling een beschrijving van de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die zij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van betaaldienstgebruikers of houders van elektronisch geld te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten dan wel de uitgifte van elektronisch geld te garanderen.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel m, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Indien de betaaldienstverlener uitsluitend betaaldiensten verleent als bedoeld onder 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten, is het eerste lid, onderdelen h, j, k, q, r, s en w, niet van toepassing.
Artikel 3b
De gegevens, bedoeld in artikel 2:3c, eerste lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
- b. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme geregelde verplichtingen na te komen; en
- c. de identiteit van de personen die het beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en geschikt zijn;
- d. de betaaldiensten die de betaaldienstagent namens de betaalinstelling verleent; en
- e. voor zover van toepassing, de unieke identificatiecode of het unieke identificatienummer van de betaaldienstagent.
§ 2.1. Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling
§ 2.1a. Uitoefenen van het bedrijf van bewaarder
§ 2.2. Uitoefenen van een bedrijf van bank
§ 2.3. Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraar en schadeverzekeraar
§ 2.4b. Uitoefenen van bedrijf van premiepensioeninstelling
§ 2.4a. Uitoefenen van bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie
§ 2.8. Adviseren
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
Artikel 42a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:106a, tweede lid, van de wet zijn:
- a. indien de betaalinstelling voornemens is door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf naar een andere lidstaat uit te oefenen:
- 1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en, voor zover van toepassing, het vergunningsnummer van de betaalinstelling;
- 2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de betaalinstelling;
- 3°. de lidstaat of lidstaten waarin zij voornemens is haar werkzaamheden uit te oefenen; en
- 4°. een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die de betaalinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;
- b. indien de betaalinstelling voornemens is in een andere lidstaat betaaldiensten aan te bieden vanuit een in die lidstaat gelegen bijkantoor:
- 1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van het bijkantoor;
- 2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van het bijkantoor;
- 3°. een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die de betaalinstelling voornemens is te verlenen vanuit het bijkantoor;
- 4°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
- 5°. een bedrijfsplan met een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de aanvrager in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis ter opereren; en
- 6°. een beschrijving van de regelingen op het gebied van bestuur en de mechanismen voor interne controle die de aanvrager heeft ingesteld, waaronder de administratieve en boekhoudkundige procedures van de procedures voor risicobeheersing, waaruit blijkt dat die bestuursregelingen, controlemechanismen en procedures evenredig, passend, degelijk en adequaat zijn;
- c. indien de betaalinstelling voornemens is betaaldiensten te verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst van een in die lidstaat gevestigde betaaldienstagent:
- 1°. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
- 2°. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en
- 3°. de identiteit van de personen die het beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en geschikt zijn;
- 4°. de betaaldiensten die de betaaldienstagent namens de betaalinstelling verleent; en
- 5°. voor zover van toepassing, de unieke identificatiecode of het unieke identificatienummer van de betaaldienstagent.
§ 2.8. Adviseren
§ 2.13. Overige bepalingen
§ 3.0. Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
Bijlage
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Wet op de economische delicten (WED):
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
1. Strafrechtelijke antecedenten
1. Strafrechtelijke antecedenten
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1. Strafrechtelijke antecedenten
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
1. Strafrechtelijke antecedenten
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1. Strafrechtelijke antecedenten
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 31f
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54h, derde lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de internetpagina van de premiepensioeninstelling;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de premiepensioeninstelling;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een programma van werkzaamheden die de premiepensioeninstelling voornemens is te verrichten;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
- l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
- m. indien de aanvrager zetel heeft in Nederland en voornemens is tevens als adviseur, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in verzekeringen in Nederland op te treden:
- 1°. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9, eerste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat lid bedoelde personen en hetgeen ingevolge het tweede lid van dat artikel van de wet is bepaald met betrekking tot de vakbekwaamheid van de in dat lid bedoelde personen;
- 2°. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1° en 2°, van de wet; en
- 3°. indien het bemiddelen in verzekeringen betreft: een afschrift van de polis en polisvoorwaarden van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of gegevens met betrekking tot de daarmee vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:75 van de wet.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en m, onder 1°, zijn:
- a. met betrekking tot de geschiktheid van de in artikel 4:9, eerste lid, van de wet bedoelde personen:
- 1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
- 2°. een curriculum vitae;
- 3°. een opgave van de relevante diploma’s;
- 4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- 5°. een opgave van referenten;
- b. met betrekking tot de vakbekwaamheid van de in artikel 4:9, tweede lid, van de wet bedoelde personen: een beschrijving van de wijze waarop deze vakbekwaamheid wordt gewaarborgd.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, onder 2°, zijn:
- a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de premiepensioeninstelling in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
- b. indien de premiepensioeninstelling afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet, de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31g
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31f, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de premiepensioeninstelling voornemens is te sluiten;
- b. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de premiepensioeninstelling beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
- c. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel b bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
- d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies.
Artikel 31h
De aanvraag van instemming, bedoeld in artikel 2:121a, tweede lid, gaat vergezeld van een opgave van:
- a. de staat waarvan de voor bedrijfspensioenvoorziening geldende sociale- en arbeidswetgeving van toepassing is op de rechtsverhouding tussen de bijdragende onderneming en de werknemers of op degene die een vrij beroep uitoefent;
- b. de zetel, statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen van de bijdragende onderneming; en
- c. de voornaamste kenmerken van de pensioenregeling die voor de bijdragende onderneming zal worden uitgevoerd.
§ 2.5. Aanbieden van beleggingsobjecten
§ 2.6. Aanbieden van krediet
§ 2.8. Adviseren
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
§ 2.8. Adviseren
§ 2.12a. Verlenen van datarapporteringsdiensten
§ 3.0a. Uitoefenen van bedrijf van afwikkelonderneming
§ 3.0a. Uitoefenen van bedrijf van afwikkelonderneming
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Bijlage
– Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
1. Strafrechtelijke antecedenten
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
1. Strafrechtelijke antecedenten
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
2.1. Veroordelingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 35a
Vervallen
§ 2.5. Aanbieden van beleggingsobjecten
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
§ 3.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling
§ 2.10. Herverzekeringsbemiddelen
§ 3.0. Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling
§ 3.2. Uitoefenen van bedrijf van bank en financiële instelling
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Bijlage
1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
2. Overige strafrechtelijke antecedenten
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 57a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:122a, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is diensten te verrichten;
- b. een opgave van de financiële diensten die de beheerder voornemens is te verlenen;
- c. een beschrijving van de procedures met betrekking tot het beheer van risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de wet; en
- d. een beschrijving van de interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, van de wet.
Artikel 57b
De gegevens, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, van de wet zijn:
- a. het fondsreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging in effecten;
- b. het prospectus van de instelling voor collectieve belegging in effecten;
- c. de essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
- d. de wijze van in- en verkoop van rechten van deelneming in de andere lidstaat;
- e. in voorkomend geval, de laatste jaarrekening en halfjaarcijfers van de instelling voor collectieve belegging in effecten;
- f. het factuuradres; en
- g. informatie over de getroffen voorzieningen om de taken, bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten, te kunnen vervullen.
De kennisgeving, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, van de wet wordt opgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 1 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 584/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft de vorm en inhoud van de gestandaardiseerde kennisgeving en icbe-verklaring, het gebruik van elektronische communicatie tussen bevoegde autoriteiten voor kennisgevingsdoeleinden, alsook procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten (PbEU L 176).
§ 3.1. Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Bijlage
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 42b
De gegevens bedoeld in artikel 2:107a, derde lid, van de wet zijn:
- a. Indien de elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland voornemens is door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf naar een andere lidstaat uit te oefenen:
- 1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en, voor zover van toepassing, het vergunningsnummer van de elektronischgeldinstelling;
- 2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de elektronischgeldinstelling;
- 3°. de lidstaat of lidstaten waarin zij voornemens is haar werkzaamheden uit te oefenen; en
- 4°. een beschrijving van de aard van de diensten die de elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;
- b. Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is in een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in die lidstaat gelegen bijkantoor:
- 1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van het bijkantoor;
- 2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de elektronischgeldinstelling;
- 3°. een beschrijving van de aard van de diensten die de elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;
- 4°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
- 5°. een bedrijfsplan met een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de aanvrager in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis ter opereren; en
- 6°. een beschrijving van de regelingen op het gebied van bestuur en de mechanismen voor interne controle die de aanvrager heeft ingesteld, waaronder de administratieve en boekhoudkundige procedures van de procedures voor risicobeheersing, waaruit blijkt dat die bestuursregelingen, controlemechanismen en procedures evenredig, passend, degelijk en adequaat zijn;
- c. Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is betaaldiensten te verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst van een in die lidstaat gevestigde betaaldienstagent:
- 1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
- 2°. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en
- 3°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en geschikt zijn;
- 4°. de betaaldiensten waartoe de betaaldienstagent door de elektronischgeldinstelling wordt gemachtigd; en
- 5°. voor zover van toepassing, de unieke identificatiecode of het unieke identificatienummer van de betaaldienstagent.
§ 2.9. Bemiddelen
§ 2.12. Verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten
§ 2.13. Overige bepalingen
§ 3.2. Uitoefenen van bedrijf van bank en financiële instelling
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Bijlage
Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Wetboek van Strafrecht:
– Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
Wet op de economische delicten (WED):
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 34a
De gegevens die noodzakelijk zijn voor het doen van een volledige aanvraag als bedoeld in artikel 2:67, derde lid, en artikel 2:68, derde lid, van de wet, zijn de gegevens, bedoeld in:
- a. artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen;
- b. artikel 7, derde lid, onderdelen a en b, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)