Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 november 2006, nr. WJZ 6098739, houdende regels omtrent de eisen bij het gebruik van in Europese richtlijnen opgenomen en in het Meetinstrumentenbesluit I en Meetinstrumentenbesluit II geregelde meetinstrumenten en houdende enkele voorschriften inzake de installatie van die instrumenten (Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op deartikelen 9 en 14 van het Meetinstrumentenbesluit I en artikel 8 van het Meetinstrumentenbesluit II;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

Meetinstrumenten als bedoeld in artikel 5 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers en niet-automatische weegwerktuigen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers voldoen na ingebruikneming aan de volgende voorschriften:

Artikel 3

Meetinstrumenten als bedoeld in artikel 5 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers voldoen na ingebruikneming aan de in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten opgenomen essentiële eisen.

Artikel 4
1.

Niet-automatische weegwerktuigen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers voldoen na ingebruikneming aan de essentiële eisen van bijlagen I en III van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen.

Artikel 5

Indien ten aanzien van het gebruik een specifieke nauwkeurigheidsklasse voor een meetinstrument is voorgeschreven, mag ook een meetinstrument worden gebruikt dat in een hogere nauwkeurigheidsklasse valt.

§ 3. Specifieke bepalingen inzake meetinstrumenten van de richtlijn meetinstrumenten

Artikel 6
1.

Gasmeters en volumeherleidingsinstrumenten voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage IV van de richtlijn meetinstrumenten met dien verstande dat:

2.

Voordat een gasmeter op de bestemde plaats in gebruik wordt genomen, stelt degene die zorg draagt voor de installatie van de meter vast of de meter geschikt is voor de omstandigheden met het oog op een correcte meting van het te verwachten gebruik.

Artikel 7
1.

Kilowattuurmeters voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage V van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat:

2.

Voordat een kilowattuurmeter op de bestemde plaats in gebruik wordt genomen, stelt degene die zorgdraagt voor de installatie hiervan vast of in de gegeven omstandigheden de kilowattuurmeter geschikt is voor een correcte meting van het te verwachten gebruik.

Artikel 8
1.

Indien meerdere kilowattuurmeters ingevolge artikel 7 van de wet opnieuw een overeenstemmingsbeoordeling moet ondergaan, kan de overeenstemmingsbeoordeling op verzoek van de aanvrager worden uitgevoerd door middel van een beoordeling van een aantal meters dat is geselecteerd door middel van een representatieve steekproef, indien de kilowattuurmeters de volgende eigenschappen hebben:

2.

Bijlage II, module F, onderdelen 5.2, 5.3 en 5.4, eerste volzin, van de richtlijn meetinstrumenten is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9
1.

Vloeistofmeetinstallaties voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VII van de richtlijn meetinstrumenten.

2.

Vloeistofmeetinstallaties die voor 1 januari 2009 ingevolge artikel 45 van de Metrologiewet rechtmatig in gebruik zijn genomen, voldoen aan het ingevolge artikel 11a van de IJkwet toegelaten model van de installaties, zoals aangepast volgens een aanhangsel bij de verklaring van toelating van het model, mits

3.

Indien een vloeistofmeetinstallatie wordt aangesloten op onder de werking van de IJkwet toegelaten andere apparatuur en deze apparatuur eveneens het meetresultaat vastlegt en weergeeft, voldoet deze apparatuur wat betreft het vastleggen en weergeven van het meetresultaat aan de eisen van de richtlijn meetinstrumenten en mag de weergave van het meetresultaat op die andere apparatuur niet afwijken van het door de vloeistofmeetinstallatie vastgestelde meetresultaat.

Artikel 10

Automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel e, onder 1°, of artikel 2a van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers bedoelde taak voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VIII van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat:

Nettolast m Maximaal toelaatbare standaarddeviatie voor klasse X
m ≤ 50g 0,6 %
50 g < m ≤ 100g 0,3 g
100 g < m ≤ 200g 0,3 %
200 g < m ≤ 300g 0,6 g
300 g < m ≤ 500g 0,2 %
500 g < m ≤ 1000g 1,0 g
1000 g < m ≤ 10.000g 0,1 %
10.000 g < m ≤ 15.000g 10 g
15.000 g < m 0,067 %
Artikel 11

Automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel e, onder 2°, van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers bedoelde taak voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VIII van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat:

Artikel 12

Automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel e, onder 3°, van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers bedoelde taak voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VIII van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat de in hoofdstuk IV, onderdeel 2, tabel 6, opgenomen maximaal toelaatbare fout van de getotaliseerde last telkens met een factor 2 wordt vermenigvuldigd.

Artikel 13

Automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel e, onder 4°, van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers bedoelde taak voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VIII van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat de in hoofdstuk V, onderdeel 3, tabel 8, opgenomen maximaal toelaatbare fout voor de totale last telkens met een factor 2 wordt vermenigvuldigd.

Artikel 14

Automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel e, onder 5°, van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers bedoelde taak voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VIII van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat:

Artikel 15

Een automatisch weegwerktuig dat niet in een hogere nauwkeurigheidsklasse valt dan, wat betreft:

mag slechts worden gebruikt voor:

Artikel 16
1.

Nadat een taxameter in combinatie met een afstandssignaalgenerator is ingebouwd, wordt zij in een taxi niet eerder gebruikt dan nadat door een aangewezen instantie of een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 11 van de Metrologiewet is onderzocht, dat de meting op correcte wijze geschiedt en dat de taxameter onder deze omstandigheden aan de in deze regeling gestelde eisen voldoet.

2.

Taxameters voldoen na installatie bij gebruik aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage IX van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat:

3.

Taxameters die voor 15 oktober 2011 ingevolge artikel 45 van de Metrologiewet rechtmatig in gebruik zijn genomen, voldoen aan het ingevolge artikel 11a van de IJkwet toegelaten model van de meters, zoals aangepast volgens een aanhangsel bij de verklaring van toelating van het model, mits:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.