Regeling van de Nederlandsche Bank N.V. van 12 december 2006, nr. Juza/2006/02470/IH, houdende uitvoering van de artikelen 131, eerste lid, 133, eerste lid, en 135, tweede en vijfde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft (Regeling staten financiële ondernemingen Wft)

Type ZBO-regeling
Publication 2025-12-03
State In force
Source BWB
artikelen 17
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Na raadpleging van de betrokken representatieve organisaties;

Gelet op de artikelen 131, eerste lid, 133, eerste lid, en artikel 135, tweede en vijfde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit prudentiële regels Wft in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1:1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Staten financiële ondernemingen

Artikel 2:1

1.

De modellen van de staten, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit, worden vastgesteld voor:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, worden de modellen van de staten voor een clearinginstelling die tevens een beleggingsonderneming is vastgesteld zoals opgenomen in bijlage 4.

3.

De regels met betrekking tot de staten, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdelen b, c, d, e, f, g, en h, van het Besluit, zijn opgenomen in de modellen van de staten, bedoeld in het eerste lid, en de bijbehorende toelichting op de staten.

Artikel 2:2

1.

Een clearinginstelling, beleggingsonderneming of bank als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van het Besluit, een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 130, tweede of derde lid, van het Besluit, een elektronische geldinstelling of betaalinstelling als bedoeld in artikel 130, zevende lid van het Besluit, een bijkantoor als bedoeld in artikel 130, achtste lid en dertiende lid, van het Besluit, een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 130, negende lid, van het Besluit en een beheerder als bedoeld in artikel 130, tiende lid, van het Besluit verstrekken de staten, bedoeld in artikel 130, eerste, tweede, derde, zevende, achtste, negende en tiende lid, van het Besluit aan DNB met de frequenties en binnen de termijnen, zoals vermeld in bijlage 6 bij deze regeling.

2.

Vervallen.

3.

De verzekeraar verstrekt de staten opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling aan DNB met inachtneming van de frequenties en binnen de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 bij deze regeling.

4.

In aanvulling op de ingevolge de artikelen 54 en 55 van de IFR te verstrekken staten, verstrekken een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 130, tweede lid, van het Besluit en een beheerder als bedoeld in artikel 130, tiende lid, tweede zin, balans- en resultaatgegevens ten behoeve van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18aa, vierde lid, van de wet met de frequenties en binnen de termijnen, zoals vermeld in bijlage 6 bij deze regeling en volgens het model, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.

5.

Een beheerder als bedoeld in artikel 130, tiende lid, tweede zin, van het Besluit die voldoet aan de in artikel 12, eerste lid, IFR bepaalde voorwaarden om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden, verstrekt de in artikel 54 van de IFR bedoelde gegevens op basis van de onder artikel 54, derde lid, IFR door de Europese Commissie vastgestelde technische uitvoeringsnormen zoals die gelden voor een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming.

6.

Een beheerder als bedoeld in artikel 130, tiende lid, tweede zin, van het Besluit die niet voldoet aan de in artikel 12, eerste lid, IFR bepaalde voorwaarden om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden, verstrekt de in artikel 54 van de IFR bedoelde gegevens op basis van de onder artikel 54, derde lid, IFR door de Europese Commissie vastgestelde technische uitvoeringsnormen zoals die gelden voor een beleggingsonderneming niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming.

7.

Vervallen.

8.

Vervallen.

9.

Een beheerder op welke het ingevolge de wet bepaalde, met uitzondering van de artikelen 3:74c, 4:37l tot en met 4:37m,5:19a en 5:25c van de wet, niet van toepassing is op grond van artikel 1:13b van de wet, verstrekt de staten als bedoeld in bijlage 6 die op hem van toepassing zouden zijn indien de beheerder zou beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 van de wet, met uitzondering van de staten genoemd in onderdeel B van tabel 6.5 van die bijlage.

10.

Een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, verstrekt tevens de staten met de frequenties en indieningstermijnen zoals bepaald door de technische uitvoeringsnorm inzake rapportages van de EBA;

11.

Vervallen.

12.

Een afwikkelonderneming als bedoeld in artikel 130, elfde lid, van het Besluit verstrekt de staten zoals opgenomen in bijlage 14 aan DNB met de frequenties en binnen de termijnen, zoals vermeld in de bijlage 6 bij deze regeling.

13.

Een bank als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van het Besluit, niet zijnde een bank die geen vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11 van de wet, verstrekt de staten, bedoeld in artikel 130, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit aan DNB met de frequenties en binnen de termijnen, zoals vermeld in de bijlage 6.6 bij deze regeling.

Artikel 2:3

1.

Een financiële onderneming waardeert de posten in de staten overeenkomstig de waarderingsmethoden die de financiële onderneming in haar jaarrekening toepast.

2.

De staten van een financiële onderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is bevatten uitsluitend de gegevens die betrekking hebben op het bedrijf uitgeoefend vanuit het bijkantoor in Nederland, tenzij een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 3:60, eerste lid, van de Wet.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een verzekeraar als bedoeld in artikel 130, vijfde lid, van het Besluit.

Artikel 2:4

1.

Een daartoe verplichte financiële onderneming dient geconsolideerde, waaronder gesubconsolideerde, staten in, in die gevallen waar dit uit de Wet, de CRR, de IFR of hetgeen bij of krachtens de Wet, de CRR of de IFR is vastgesteld, voortvloeit.

2.

Een financiële onderneming waardeert ten behoeve van de geconsolideerde, waaronder gesubconsolideerde, staten de actiefposten en de posten buiten de balansstelling overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving, tenzij uit de Wet, de CRR, de IFR of hetgeen bij of krachtens de Wet, de CRR of de IFR is vastgesteld, anders voortvloeit.

3.

Een financiële onderneming betrekt ten behoeve van geconsolideerde (waaronder gesubconsolideerde) staten uitsluitend die gerelateerde entiteiten die op grond van de Wet, de CRR, de IFR of hetgeen bij of krachtens de Wet, de CRR of de IFR is vastgesteld, in de reikwijdte van consolidatie opgenomen moeten worden.

4.

Een deelnemende verzekeraar, verzekeringsholding of een gemengde financiële holding verstrekt geconsolideerde staten zoals bepaald door de technische uitvoeringsnormen solvabiliteit II aan DNB met inachtneming van de indieningstermijnen zoals bedoeld in artikel 373 van de verordening solvabiliteit II.

5.

Indien een EU-moederbeleggingsonderneming, EU-moederbeleggingsholding of gemengde financiële EU-moederholding, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de IFR, op basis van die bepaling de rapportages bedoeld in artikel 54 en artikel 55 van de IFR op geconsolideerde basis aan DNB dient te verstrekken, verstrekt zij ook de gegevens bedoeld in artikel 2:2, vierde lid, op basis van haar geconsolideerde situatie met de frequenties en binnen de termijnen, zoals vermeld in bijlage 6.3 bij deze regeling.

6.

Indien het een beleggingsondernemingsgroep is toegestaan om artikel 8 van de IFR toe te passen, worden naast de rapportages bedoeld in Annex VIII en IX van de door de Europese Commissie, op basis van artikel 54, derde lid, IFR, vastgestelde technische uitvoeringsnormen, ook de gegevens bedoeld in artikel 2:2, vierde lid, met de frequenties en binnen de termijnen, zoals vermeld in bijlage 6.3 bij deze regeling aan DNB verstrekt.

Artikel 2:5

Een accountant betrekt bij zijn onderzoek, bedoeld in artikel 133, van het Besluit, de staten die zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling.

Hoofdstuk 3. Branchegroepen en opgave van gesloten verzekeringen

Artikel 3:1

Vervallen

Artikel 3:2

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit, in te dienen door een levensverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering, wordt vastgesteld zoals het is opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel 3:3

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit, in te dienen door een levensverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in Nederland uit hoofde van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat gesloten overeenkomsten van verzekering, wordt vastgesteld zoals het is opgenomen in het onderdeel bijkantoren en vrije dienstverrichting levensverzekeraars van bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 3:4

Vervallen

Artikel 3:5

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering, worden vastgesteld zoals zij zijn opgenomen in bijlage 9 bij deze regeling.

Artikel 3:6

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in Nederland uit hoofde van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat gesloten overeenkomsten van verzekering, worden vastgesteld zoals zij zijn opgenomen in het onderdeel bijkantoren en vrije dienstverrichting schadeverzekeraars van bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 3:7

Vervallen

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4:1

Vervallen

Artikel 4:2

Vervallen

Artikel 4:3

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit in werking treedt.

Artikel 4:4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling staten financiële ondernemingen Wft 2011.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Bijlage 1

Gepubliceerd op https://www.dnb.nl/login/dienst-rapportages/toezichtrapportages/verzekeraars/.

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 3

Gepubliceerd op https://www.dnb.nl/login/dienst-rapportages/toezichtrapportages/banken/.

Bijlage 4

Gepubliceerd op https://www.dnb.nl/login/dienst-rapportages/toezichtrapportages/beleggingsondernemingen-en-fondsbeheerders/.

Bijlage 5

Gepubliceerd op https://www.dnb.nl/login/dienst-rapportages/toezichtrapportages/betaalinstellingen-en-elektronischgeldinstellingen.

6.1. Banken en clearinginstellingen in Nederland

6.1. Banken en clearinginstellingen in Nederland

6.2. Elektronische geldinstellingen en betaalinstellingen

6.2. Elektronische geldinstellingen en betaalinstellingen

6.3. Beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65 Wft of beheerders van een ICBE als bedoeld in artikel 2:69b Wft

Bijlage 7. bij artikel 2:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

6.6. Beheerders – fondsrapportages

Bijlage bij artikel 3:2 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

Bijlage 8

Bijlage bij artikel 3:2 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

Een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van IFR.

Bijlage 9

Bijlage bij artikel 3:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:82, eerste lid, van de wet en die, indien zij in Nederland zou zijn gevestigd, onder het toepassingsbereik van de CRR zou vallen

Bijlage 7. bij artikel 2:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

6.5. Afwikkelondernemingen

1 De vaststelling van het model voor de staat volgt uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening, de frequentie en de indieningstermijn worden bij deze regeling vastgesteld.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5 en 11, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

Bijlage bij artikel 2:2, eerste lid, van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

Bijlage 7. bij artikel 2:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

6.5. Afwikkelondernemingen

Bijlage 8

Een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen die voldoet aan de voorwaarden van artikel 12, eerste lid, van de IFR om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden.

Bijlage 9

Bijlage bij artikel 3:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

1 Onder geconsolideerd wordt naast de situatie in artikel 2:4, vijfde lid, ook bedoeld de situatie in artikel 2:4, zesde lid, met dien verstande dat indien het een beleggingsondernemingsgroep is toegestaan om artikel 8 van de IFR toe te passen, in dat kader voor de toepassing van de tweede rij voor ‘Annex I en Annex II’ wordt gelezen ‘Annex VIII en Annex IX’.

Bijlage 10

6.4. Premiepensioeninstellingen

2 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

Bijlage 8

Bijlage bij artikel 3:2 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

1 Onder geconsolideerd wordt naast de situatie in artikel 2:4, vijfde lid, ook bedoeld de situatie in artikel 2:4, zesde lid, met dien verstande dat indien het een beleggingsondernemingsgroep is toegestaan om artikel 8 van de IFR toe te passen, in dat kader voor de toepassing van de tweede rij voor ‘Annex III en Annex IV’ wordt gelezen ‘Annex VIII en Annex IX’ en de in deze Annexen bedoelde informatie per kalenderkwartaal wordt ingediend (uiterlijk op 12 mei, 11 augustus, 11 november en 11 februari; of indien dit valt op een feestdag, zaterdag of zondag; de eerstvolgende werkdag).

Bijlage 9

Bijlage bij artikel 3:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:82, eerste lid, van de wet en die, indien zij in Nederland zou zijn gevestigd, onder het toepassingsbereik van de IFR zou vallen

Bijlage 10

6.4. Premiepensioeninstellingen

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, derde lid, van het Besluit, in te dienen door een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:87, eerste lid, van de wet.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

1 Rapportageplicht indien kapitaalbeslag kredietrisico > vastekosteneis.

2:6

Vervallen

Hoofdstuk 3. Branchegroepen en opgave van gesloten verzekeringen

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 6. bij artikel 2:2, eerste lid – Frequentie en indieningstermijn staten

Een beleggingsmaatschappij die geen aparte beheerder heeft als bedoeld in artikel 2:65, onderdeel b van de Wft of een maatschappij voor collectieve beleggingen in effecten die geen aparte beheerder heeft als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, onderdeel b van de Wft

Bijlage 7. bij artikel 2:5 – Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

Beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65 Wft die het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in artikel 2:67a, tweede lid, Wft of beheerders van een ICBE als bedoeld in artikel 2:69b die het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in artikel 2:69c, tweede lid, Wft en die, indien zij onder het toepassingsbereik van de IFR zouden vallen, niet zouden voldoen aan de voorwaarden van artikel 12, eerste lid, van de IFR om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden.

Bijlage 7. bij artikel 2:5 – Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

6.6. Beheerders – fondsrapportages

Bijlage 8

6.7. Banken in Nederland niet zijnde banken die geen vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 Wft (DGS-banken)

1 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

Bijlage 8

Bijlage 7.A

1Geen waarmerking/certificering maar via ‘Agreed Upon Procedure’ (AUP).

Bijlage 9

6.7. Banken in Nederland niet zijnde banken die geen vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 Wft (DGS-banken)

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

Bijlage 10

Vervallen

Bijlage 9

Bijlage 11

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5,11, 12 en 13 die ter inzage worden gelegd bij DNB.

Beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65 Wft die het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in artikel 2:67a, tweede lid, Wft of beheerders van een ICBE als bedoeld in artikel 2:69b die het is toegestaan de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in artikel 2:69c, tweede lid, Wft en die, indien zij onder het toepassingsbereik van de IFR zouden vallen, zouden voldoen aan de voorwaarden van artikel 12, eerste lid, van de IFR om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden.

Vervallen.

Bijlage 7. bij artikel 2:5 – Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

1 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

Bijlage 9

Bijlage 7.B Verzekeraars als bedoeld in artikel 3:72, derde lid en artikel 3:82, tweede lid, van de wet.

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

Bijlage 7. bij artikel 2:5 – Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, derde lid, van het Besluit, in te dienen door een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:87, eerste lid, van de wet.

Bijlage 12

Ligt ter inzage bij DNB.

Bijlage 10

Vervallen

Bijlage 11

Vervallen

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5,11, 12 en 13 die ter inzage worden gelegd bij DNB.

Overzicht van de staten die de accountant betrekt bij zijn onderzoek

1 De vaststelling van het model voor de staat volgt uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening, de frequentie en de indieningstermijn worden bij deze regeling vastgesteld.

B. Verzekeraars

A. Banken en clearinginstellingen als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet en bijkantoren als bedoeld in artikel 3:75, 3:77 of 3:82 van de wet

**) Geen waarmerking/certificering maar via ‘Agreed Upon Procedure’ (AUP).

Bijlage 12

Gepubliceerd op https://www.dnb.nl/login/dienst-rapportages/toezichtrapportages/premiepensioeninstellingen/.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5 en 11 tot en met 14, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5 en 11 tot en met 14, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

Bijlage 8

Bijlage bij artikel 3:2 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

2 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

Bijlage 8

Bijlage bij artikel 3:2 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit, in te dienen door een levensverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

Een beleggingsmaatschappij die geen aparte beheerder heeft als bedoeld in artikel 2:65, onderdeel b van de Wft of een maatschappij voor collectieve beleggingen in effecten die geen aparte beheerder heeft als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, onderdeel b van de Wft

1 Zowel de vaststelling van het model als de frequentie en de indieningstermijn volgen uit artikel 110 van de Gedelegeerde Verordening.

B. Verzekeraars

Bijlage bij artikel 3:2 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

Het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, eerste lid, van het Besluit, in te dienen door een levensverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

Bijlage 13

Gepubliceerd op https://www.dnb.nl/login/dienst-rapportages/toezichtrapportages/beleggingsondernemingen-en-fondsbeheerders/.

Bijlage bij artikel 3:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

Bijlage 10

Vervallen

Bijlage 11

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.

Bijlage 12

Ligt ter inzage bij DNB.

Bijlage 13

Ligt ter inzage bij DNB.

Bijlage 14

Ligt ter inzage bij DNB.

Bijlage 15

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5 en 11 tot en met 14, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

1Indien van toepassing op basis van bepalingen zoals vastgelegd in de ECB FINREP Regulation (Regulation (EU) 2015/534)

Bijlage bij artikel 3:5 van de Regeling staten financiële ondernemingen Wft

De branchegroepen en het model van de opgave, bedoeld in artikel 135, tweede lid, van het Besluit, in te dienen door een schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, met betrekking tot de vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering.

Bijlage 14

Gepubliceerd op https://www.dnb.nl/login/dienst-rapportages/toezichtrapportages/afwikkelondernemingen/.

Bijlage 15

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 5 en 11 tot en met 14, die ter inzage worden gelegd bij DNB.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)