Wet van 21 juli 2007, houdende regels inzake de verwerking van politiegegevens (Wet politiegegevens)

Type Wet
Publication 2025-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 91
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

In specifieke gevallen verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke de volgende informatie aan de betrokkene:

  • a. de rechtsgrondslag van de verwerking;
  • b. de bewaartermijn van de politiegegevens;
  • c. in voorkomend geval, de categorieën van de ontvangers van de politiegegevens;
  • d. indien noodzakelijk, extra informatie, in het bijzonder wanneer de politiegegevens zonder medeweten van de betrokkene worden verzameld;
  • e. het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 7a, eerste lid, bedoelde profilering, en nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.
3.

De verwerkingsverantwoordelijke kan de verstrekking van informatie, als bedoeld in het tweede lid, uitstellen, beperken of achterwege laten voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is in verband met een belang, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdelen a tot en met e.

4.

Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van de verwerking van gegevens van personen, bedoeld in artikel 6b, onder a.

Artikel 25. (recht op inzage)

1.

De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke binnen zes weken uitsluitsel te verkrijgen over de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om die persoonsgegevens in te zien en om informatie te verkrijgen over:

  • a. de doelen en de rechtsgrond van de verwerking;
  • b. de betrokken categorieën van politiegegevens;
  • c. de vraag of de deze persoon betreffende politiegegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
  • d. de voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
  • e. het recht te verzoeken om rectificatie, vernietiging of afscherming van de verwerking van hem betreffende politiegegevens;
  • f. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
  • g. de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende politiegegevens.
2.

De verwerkingsverantwoordelijke kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen, dan wel voor ten hoogste zes weken indien blijkt dat bij verschillende regionale eenheden of bij een landelijke eenheid van de politie politiegegevens over de verzoeker worden verwerkt. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.

Artikel 26. (formaliteiten)

1.

Bij de behandeling van verzoeken als bedoeld in de artikelen 25 en 28 draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de persoon die het verzoek doet, kan hij de nodige aanvullende informatie vragen ter bevestiging van de identiteit van de betrokkene.

2.

De verzoeken ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden worden gedaan door hun wettelijk vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijk vertegenwoordigers.

3.

De verzoeken kunnen tevens worden gedaan door een advocaat aan wie de betrokkene een bijzondere machtiging heeft verleend met het oog op de uitoefening van zijn rechten krachtens deze wet en die het verzoek uitsluitend doet met de bedoeling de belangen van zijn cliënt te behartigen. De betrokken mededeling geschiedt aan de advocaat. De verantwoordelijke kan aan de bijzondere machtiging eisen stellen.

Artikel 27. (uitzonderingen)

1.

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, en 28, eerste en tweede lid, wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is:

  • a. ter vermijding van belemmering van de gerechtelijke onderzoeken of procedures;
  • b. ter vermijding van nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;
  • c. ter bescherming van de openbare veiligheid;
  • d. ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden;
  • e. ter bescherming van de nationale veiligheid;
2.

Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek als bedoeld in het eerste lid is schriftelijk en bevat de redenen voor de afwijzing.

3.

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, en 28, eerste lid, wordt afgewezen als het verzoek de gegevens betreft, die worden verwerkt bij of krachtens artikel 12.

Artikel 28. (recht op rectificatie en vernietiging van politiegegevens)

1.

De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke rectificatie van de hem betreffende onjuiste politiegegevens te verkrijgen en, rekening houdend met het doel van de verwerking, het recht om onvolledige politiegegevens te laten aanvullen, onder meer door middel van een aanvullende verklaring. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

2.

De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging vernietiging van de hem betreffende politiegegevens te verkrijgen indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of om te voldoen aan een wettelijke verplichting. In plaats van vernietiging draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor afscherming als:

  • a. de juistheid van de gegevens door de betrokkene wordt betwist en de juistheid of onjuistheid niet kan worden geverifieerd, in welk geval de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeert voordat de afscherming wordt opgeheven, of
  • b. de gegevens moeten worden bewaard als bewijsmateriaal.
3.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen vier weken schriftelijk in kennis met betrekking tot de opvolging van zijn verzoek.

4.

De verwerkingsverantwoordelijke geeft de rectificatie van de onjuiste politiegegevens door aan de bevoegde autoriteit van wie de gegevens afkomstig zijn.

5.

Indien de verwerkingsverantwoordelijke politiegegevens heeft gerectificeerd, vernietigd of afgeschermd, stelt hij de ontvangers daarvan in kennis.

§ 4a. Rechtsbescherming

Artikel 29. (toepasselijkheid Awb)

1.

Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 25 of 28 geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

De belanghebbende kan zich binnen de termijn bepaald voor het beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke. In dat geval kan in afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep nog worden ingesteld nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.

3.

In klachtprocedures waarbij de verwerkingsverantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ingevolge artikel 9:31 van de Algemene wet bestuursrecht worden verplicht tot het verstrekken van inlichtingen of het overleggen van stukken aan de Nationale ombudsman met betrekking tot politiegegevens die zijn te herleiden tot een informant als bedoeld in artikel 12, zevende lid, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie beslissen dat artikel 9:31, vijfde en zesde lid, van die wet buiten toepassing blijft.

4.

Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie heeft beslist dat artikel 9:31, vijfde en zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing blijft en de verwerkingsverantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen worden verplicht tot het overleggen van stukken, wordt volstaan met het ter inzage geven van de desbetreffende stukken. Van de desbetreffende stukken wordt op generlei wijze een afschrift vervaardigd.

5.

In procedures inzake beslissingen als bedoeld in het eerste lid waarbij de verwerkingsverantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ingevolge artikel 8:27, 8:28 of 8:45 van de Algemene wet bestuursrecht worden verplicht tot het verstrekken van inlichtingen of het overleggen van stukken met betrekking tot politiegegevens die zijn te herleiden tot een informant als bedoeld in artikel 12, zevende lid, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie beslissen dat artikel 8:29, derde tot en met vijfde lid, van die wet buiten toepassing blijft. Indien aan de rechtbank stukken dienen te worden overgelegd, wordt alsdan met het ter inzage geven van de desbetreffende stukken volstaan. Van de desbetreffende stukken wordt op generlei wijze een afschrift vervaardigd. Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie de rechtbank mededeelt dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken, kan de rechtbank slechts met toestemming van de andere partijen mede op grondslag van die inlichtingen of stukken uitspraak doen.

Artikel 30. (mededeling van verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming)

Vervallen

Artikel 31. (vergoeding van kosten)

Vervallen

Artikel 31a. (klacht bij Autoriteit persoonsgegevens)

1.

Onverminderd bestaande rechtsmiddelen heeft iedere betrokkene het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens indien de betrokkene van mening is dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens niet in overeenstemming is met het bij of krachtens deze wet bepaalde.

2.

Indien de Autoriteit persoonsgegevens niet bevoegd is op grond van artikel 35, eerste lid, zendt zij de klacht zonder onnodige vertraging door aan de autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie die bevoegd is tot het uitoefenen van het toezicht, bedoeld in artikel 35, eerste lid. De betrokkene wordt van de doorzending in kennis gesteld.

3.

Op verzoek van de betrokkene verleent de Autoriteit persoonsgegevens verdere bijstand.

4.

De Autoriteit persoonsgegevens faciliteert het indienen van klachten door maatregelen te nemen, zoals het ter beschikking stellen van een klachtformulier dat ook elektronisch kan worden ingevuld, zonder dat andere communicatiemiddelen worden uitgesloten.

5.

De Autoriteit persoonsgegevens neemt binnen drie maanden een beslissing op een klacht als bedoeld in het eerste lid. Een beslissing op een klacht geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

6.

In het geval van een kennelijk ongegronde of buitensporige klacht, met name vanwege de geringe tussenpozen tussen klachten, kan de Autoriteit persoonsgegevens weigeren gevolg te geven aan de klacht.

Artikel 31b. (rechtsvordering tegen Autoriteit persoonsgegevens)

Een vordering tegen de Autoriteit persoonsgegevens wordt ingesteld bij een gerecht, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, in Nederland.

Artikel 31c. (schadevergoeding)

1.

Indien iemand schade lijdt doordat ten opzichte van hem in strijd wordt gehandeld met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften zijn de volgende leden van toepassing, onverminderd de aanspraken op grond van andere wettelijke regels.

2.

Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.

3.

De verwerkingsverantwoordelijke is aansprakelijk voor de schade of het nadeel, voortvloeiende uit het niet-nakomen van de in het eerste lid bedoelde voorschriften. De verwerker is aansprakelijk voor die schade of dat nadeel, voor zover ontstaan door zijn werkzaamheid.

4.

De verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van deze aansprakelijkheid, indien hij bewijst dat de schade hem niet kan worden toegerekend.

§ 5. Controle en toezicht op de gegevensverwerking

Artikel 31d. (register)

1.

De verwerkingsverantwoordelijke houdt een register bij dat de volgende gegevens bevat:

  • a. de naam en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke, de gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken en de functionaris voor gegevensbescherming;
  • b. de doelen van de verwerking;
  • c. de categorieën van ontvangers aan wie politiegegevens zijn of zullen worden verstrekt, met inbegrip van ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
  • d. een beschrijving van de categorieën van betrokkenen en van de categorieën van persoonsgegevens;
  • e. in voorkomend geval, het gebruik van profilering;
  • f. in voorkomend geval, de categorieën van doorgiften van politiegegevens aan een derde land of een internationale organisatie;
  • g. een aanwijzing van de rechtsgrondslag van de verwerking, met inbegrip van doorgiften, waarvoor de politiegegevens bedoeld zijn;
  • h. zo mogelijk, de beoogde termijnen waarbinnen de verschillende categorieën van gegevens worden verwijderd of vernietigd;
  • i. zo mogelijk, een algemene beschrijving van de technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging, bedoeld in artikel 4a;
  • j. de toekenning van de autorisaties, bedoeld in artikel 6.
2.

De verwerker houdt een register bij dat de volgende gegevens bevat:

  • a. de naam en de contactgegevens van de verwerker of verwerkers en van iedere verwerkingsverantwoordelijke ten behoeve van wie de verwerker handelt en, in voorkomend geval, van de functionaris voor gegevensbescherming;
  • b. de categorieën van verwerkingen die namens iedere verwerkingsverantwoordelijke zijn uitgevoerd;
  • c. indien van toepassing, doorgiften van politiegegevens aan een derde land of een internationale organisatie, onder vermelding van dat derde land of die internationale organisatie, indien door de verwerkingsverantwoordelijke uitdrukkelijk daartoe geïnstrueerd;
  • d. indien mogelijk, een algemene beschrijving van de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld in artikel 4a.

Artikel 32. (documentatie)

1.

De verwerkingsverantwoordelijke draagt zorg voor de schriftelijke vastlegging van:

  • c. de feitelijke of juridische redenen die ten grondslag liggen aan een afwijzing, bedoeld in artikel 27, eerste lid;
  • d. een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 33a, inclusief de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen ervan en de maatregelen die zijn getroffen ter correctie.
2.

Bij de doorgifte van politiegegevens aan een verwerkingsverantwoordelijke in een derde land of aan een internationale organisatie, bedoeld in artikel 17a, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, omvat de schriftelijke vastlegging de datum en tijd van doorgifte, informatie over de ontvangende bevoegde autoriteit, de reden van doorgifte en de doorgegeven gegevens zelf.

3.

De verantwoordelijke draagt zorg voor de schriftelijke melding van een gemeenschappelijke verwerking van politiegegevens aan de Autoriteit persoonsgegevens.

4.

De politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, worden bewaard tenminste tot de datum waarop de laatste controle, bedoeld in artikel 33, is verricht.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze van vastlegging.

Artikel 32a. (logging)

1.

De verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker dragen zorg voor de vastlegging langs elektronische weg (logging) van ten minste de volgende verwerkingen van politiegegevens in geautomatiseerde systemen: het verzamelen, wijzigen, raadplegen, verstrekken onder meer in de vorm van doorgiften, combineren of vernietigen van politiegegevens.

2.

De vastgelegde gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, voor interne controles, ter waarborging van de integriteit en de beveiliging van de politiegegevens en voor strafrechtelijke procedures.

Artikel 33. (audits)

1.

De verwerkingsverantwoordelijke doet de uitvoering van de bij of krachtens deze wet gegeven regels controleren door middel van het periodiek doen verrichten van privacy audits.

2.

De verwerkingsverantwoordelijke zendt een afschrift van de controleresultaten van de privacy audits aan de Autoriteit persoonsgegevens.

3.

Indien uit de controleresultaten blijkt dat niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze wet bepaalde, laat de verwerkingsverantwoordelijke binnen een jaar een hercontrole uitvoeren op die onderdelen die niet voldeden aan de gestelde voorwaarden. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

4.

Een ieder die betrokken is bij een controle als bedoeld in het eerste of derde lid is verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens waarover hij de beschikking heeft gekregen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of zijn taak daartoe noodzaakt.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende de inhoud en wijze van uitvoering van de controles, bedoeld in het eerste en derde lid.

Artikel 33a. (melding datalekken)

1.

De verwerkingsverantwoordelijke meldt een inbreuk op de beveiliging onverwijld en uiterlijk binnen 72 uur nadat hij ervan heeft kennis genomen aan de Autoriteit persoonsgegevens, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk een risico voor de rechten en vrijheden van personen met zich meebrengt. In het geval de melding na 72 uur wordt gedaan, gaat deze vergezeld van een motivering voor de vertraging.

2.

De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste de volgende informatie:

  • a. een beschrijving van de aard en omvang van de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen, waar mogelijk, de categorieën van betrokkenen en van gegevensbestanden en, bij benadering, het aantal betrokkenen en gegevensbestanden;
  • b. de mededeling van de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming of een ander contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen;
  • c. een beschrijving van de waarschijnlijke gevolgen van de inbreuk, bedoeld in het eerste lid;
  • d. een beschrijving van de voorgestelde of uitgevoerde maatregelen om de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, te beëindigen en, in voorkomend geval, de maatregelen ter beperking van de eventuele nadelige gevolgen ervan.
3.

Voor zover het niet mogelijk is de informatie, bedoeld in het tweede lid, gelijktijdig te verstrekken, kan deze zonder onnodige vertraging in stappen worden verstrekt.

4.

De verwerkingsverantwoordelijke deelt een inbreuk op de beveiliging van politiegegevens, die zijn doorgezonden door of aan een verwerkingsverantwoordelijke van een andere lidstaat, zonder onnodige vertraging mee aan de verwerkingsverantwoordelijke van deze lidstaat.

5.

De verwerkingsverantwoordelijke deelt een inbreuk op de beveiliging mede aan de betrokkenen als deze inbreuk waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van personen met zich meebrengt. De mededeling bevat een omschrijving van de aard van de inbreuk op de beveiliging en ten minste de informatie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d.

6.

De mededeling aan de betrokkenen, bedoeld in het vijfde lid, is niet vereist wanneer:

  • a. de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische beschermingsmaatregelen heeft getroffen en deze maatregelen zijn toegepast op de politiegegevens waarop de inbreuk, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft;
  • b. de verwerkingsverantwoordelijke maatregelen heeft getroffen om ervoor te zorgen dat het hoge risico, bedoeld in het vijfde lid, zich waarschijnlijk niet meer zal voordoen, of
  • c. de mededeling een onevenredige inspanning zou vergen. In dat geval volgt een openbare mededeling of vergelijkbare maatregel waarmee de betrokkenen even doeltreffend worden geïnformeerd.
7.

De mededeling aan de betrokkene kan worden uitgesteld, beperkt of achterwege gelaten op de gronden, bedoeld in artikel 27, tweede lid.

Artikel 33b. (voorafgaand raadplegen Autoriteit persoonsgegevens)

1.

De Autoriteit persoonsgegevens wordt door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker geraadpleegd over de voorgenomen verwerking van politiegegevens die in een nieuw bestand zullen worden opgenomen, wanneer:

  • a. de aard van de verwerking, in het bijzonder met gebruikmaking van nieuwe technologieën, mechanismen of procedures, een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkene met zich meebrengt;
  • b. uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, blijkt dat de verwerking een hoog risico zou opleveren als de verwerkingsverantwoordelijke geen maatregelen treft om het risico te beperken.
2.

De Autoriteit persoonsgegevens kan een lijst opstellen van de verwerkingen waarvoor raadpleging, overeenkomstig het eerste lid, vereist is.

3.

De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de Autoriteit persoonsgegevens de gegevensbeschermingseffectbeoordeling, bedoeld in artikel 4c, en, desgevraagd, alle andere informatie op grond waarvan de Autoriteit persoonsgegevens de conformiteit van de verwerking en met name de risico’s voor de bescherming van persoonsgegevens van de betrokkene en de betrokken waarborgen kan beoordelen.

4.

Wanneer de Autoriteit persoonsgegevens van oordeel is dat de voorgenomen verwerking van politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan het bij of krachtens deze wet bepaalde, geeft zij binnen een termijn van ten hoogste zes weken schriftelijk advies aan de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, aan de verwerker.

5.

De termijn, bedoeld in het vierde lid, kan, rekening houdend met de complexiteit van de voorgenomen verwerking, worden verlengd met een maand. In dit geval wordt de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, de verwerker, binnen een maand na de ontvangst van het verzoek in kennis gesteld van de verlenging en de redenen daarvoor.

Artikel 34. (privacyfunctionaris)

1.

De verwerkingsverantwoordelijke benoemt een of meer privacyfunctionarissen. De privacyfunctionaris dient de verwerkingsverantwoordelijke en de personen die voor de verwerkingsverantwoordelijke werkzaam zijn van advies en ziet namens de verwerkingsverantwoordelijke toe op de verwerking van politiegegevens overeenkomstig het bij of krachtens de wet bepaalde.

2.

De privacyfunctionaris houdt een overzicht bij van de schriftelijke vastlegging van de gegevens, bedoeld in artikel 32, eerste lid.

3.

De privacyfunctionaris stelt jaarlijks een verslag op van zijn bevindingen.

Artikel 35. (toezicht Autoriteit persoonsgegevens)

1.

De Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, ziet in het Europese deel van Nederland toe op de verwerking van politiegegevens overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde.

Artikel 35a. (positie Autoriteit persoonsgegevens)

1.

De Autoriteit persoonsgegevens treedt bij de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden volledig onafhankelijk op.

2.

Ieder lid van de Autoriteit persoonsgegevens beschikt over de nodige kwalificaties, ervaring en vaardigheden, met name op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, voor het uitvoeren van zijn taken en het uitoefenen van zijn bevoegdheden.

3.

De leden van de Autoriteit persoonsgegevens blijven vrij van al dan niet rechtstreekse externe invloed en vragen noch aanvaarden instructies van wie dan ook bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden overeenkomstig deze paragraaf.

4.

De leden van de Autoriteit persoonsgegevens onthouden zich van alle handelingen die onverenigbaar zijn met hun taken en verrichten gedurende hun ambtstermijn geen al dan niet bezoldigde beroepswerkzaamheden die onverenigbaar zijn met hun taken.

Artikel 35b. (taken Autoriteit persoonsgegevens)

1.

De Autoriteit persoonsgegevens heeft tot taak:

  • a. het toezien op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde en het handhaven daarvan;
  • b. het geven van advies over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of voor een belangrijk deel betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens;
  • c. het beter bekend maken van het brede publiek met, en verschaffen van meer inzicht in de risico's, de regels, de waarborgen en de rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens;
  • d. het beter bekend maken van de verwerkingsverantwoordelijken en de verwerkers met hun verplichtingen uit hoofde van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
  • e. het desgevraagd verstrekken van informatie aan iedere betrokkene over de uitoefening van zijn rechten uit hoofde van het bij of krachtens deze wet bepaalde en het, in voorkomend geval, daartoe samenwerken met de autoriteiten in andere lidstaten, bedoeld in artikel 35d, eerste lid, die zijn belast met het toezicht;
  • f. het behandelen van klachten van betrokkenen, of van organen, organisaties of verenigingen die de betrokkene vertegenwoordigen, het onderzoeken van de inhoud van de klacht en de klager binnen een redelijke termijn in kennis stellen van de voortgang en het resultaat van het onderzoek, met name indien verder onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit nodig is;
  • g. het naar aanleiding van een klacht, bedoeld in artikel 31a, eerste lid, controleren van de rechtmatigheid van de verwerking en de betrokkene binnen een redelijke termijn informeren over het resultaat van de controle of van de redenen waarom de controle niet is verricht;
  • h. het samenwerken met andere autoriteiten die zijn belast met het toezicht, bedoeld in artikel 35d, eerste lid, teneinde voor de samenhang in de toepassing en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde te zorgen, onder meer door informatie te delen en wederzijdse bijstand aan te bieden;
  • i. het verrichten van onderzoeken naar de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ook op basis van informatie die de Autoriteit persoonsgegevens ontvangt van een andere autoriteit die is belast met het toezicht, bedoeld in artikel 35, eerste lid, of een andere overheidsinstantie;
  • j. het volgen van de relevante ontwikkelingen voor zover deze de bescherming van persoonsgegevens beïnvloeden, met name de ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologieën;
  • k. het verstrekken van advies naar aanleiding van een voorafgaande raadpleging, bedoeld in artikel 33b, eerste lid, en
  • l. het leveren van een bijdrage aan de activiteiten van het Comité, opgericht bij Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
2.

De Autoriteit persoonsgegevens verricht haar taken kosteloos voor de betrokkene en voor de functionaris voor gegevensbescherming.

Artikel 35c. (bevoegdheden Autoriteit persoonsgegevens)

1.

De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd:

  • a. de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te waarschuwen dat met de voorgenomen verwerkingen waarschijnlijk een inbreuk wordt gemaakt op het bij of krachtens deze wet bepaalde;
  • b. een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
  • c. een bestuurlijke boete op te leggen indien de verwerkingsverantwoordelijke handelt in strijd met hetgeen is bepaald bij of krachtens:
  • d. een advies te verstrekken aan de verwerkingsverantwoordelijke naar aanleiding van een voorafgaande raadpleging, bedoeld in artikel 33b, eerste lid;
  • e. de verwerkingsverantwoordelijke te verplichten een inbreuk in verband met persoonsgegevens te melden aan de betrokkene.
2.

Bij het besluit over het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in het vierde lid, en over de hoogte daarvan wordt voor elk concreet geval naar behoren rekening gehouden met:

  • a). de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, rekening houdend met de aard, de omvang of het doel van de verwerking in kwestie alsmede het aantal getroffen betrokkenen en de omvang van de door hen geleden schade;
  • b). de opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk;
  • c). de door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker genomen maatregelen om de door betrokkenen geleden schade te beperken;
  • d). de mate waarin de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker verantwoordelijk is gezien de technische en organisatorische maatregelen die hij heeft uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 4a en 4b;
  • e). eerdere relevante inbreuken door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker;
  • f). de mate waarin er met de Autoriteit persoonsgegevens is samengewerkt om de inbreuk te verhelpen en de mogelijke negatieve gevolgen daarvan te beperken;
  • g). de categorieën van persoonsgegevens waarop de inbreuk betrekking heeft;
  • h). de wijze waarop de Autoriteit persoonsgegevens kennis heeft gekregen van de inbreuk, met name of, en zo ja in hoeverre, de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker de inbreuk heeft gemeld;
  • i. de naleving van de in het eerste lid genoemde maatregelen, voor zover die eerder ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker in kwestie met betrekking tot dezelfde aangelegenheid zijn genomen.
3.

De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt respectievelijk beroep is ingesteld, op het bezwaar respectievelijk het beroep is beslist.

4.

De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e, gelden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 35d. (samenwerking met toezichthoudende autoriteiten in andere lidstaten)

1.

De Autoriteit persoonsgegevens verstrekt aan een autoriteit in een andere lidstaat die is belast met het toezicht, bedoeld in artikel 35, eerste lid, relevante informatie en wederzijdse bijstand om deze richtlijn op een consequente manier ten uitvoer te leggen en toe te passen, en neemt maatregelen om doeltreffend met elkaar samen te werken.

2.

De Autoriteit persoonsgegevens neemt alle passende maatregelen die nodig zijn om een verzoek om informatie of wederzijdse bijstand van een andere autoriteit, bedoeld in het eerste lid, zonder onnodige vertraging en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst ervan te beantwoorden. De verzoekende autoriteit wordt geïnformeerd over de resultaten of, in voorkomend geval, de voortgang van de maatregelen die naar aanleiding van het verzoek zijn genomen.

3.

Een verzoek om bijstand van de Autoriteit persoonsgegevens bevat alle nodige informatie, waaronder het doel van en de redenen voor het verzoek. De uitgewisselde informatie wordt alleen gebruikt voor het doel waarvoor om die informatie is verzocht.

4.

De Autoriteit persoonsgegevens kan een verzoek om bijstand van een andere autoriteit, bedoeld in het eerste lid, gemotiveerd afwijzen indien:

  • a. zij niet bevoegd is voor het onderwerp van het verzoek of voor de maatregelen die zij wordt verzocht uit te voeren, of
  • b. inwilliging van het verzoek indruist tegen de richtlijn of het Unierecht of het Nederlandse recht dat op de Autoriteit persoonsgegevens van toepassing is.
5.

Behoudens regels voor vergoeding voor specifieke uitgaven die voortvloeien uit het verstrekken van wederzijdse bijstand in uitzonderlijke omstandigheden geschiedt de wederzijdse bijstand, bedoeld in het tweede lid, kosteloos.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van verstrekking van de informatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 36. (functionaris voor gegevensbescherming)

1.

De verwerkingsverantwoordelijke benoemt een functionaris voor gegevensbescherming. Voor verschillende bevoegde autoriteiten kan, rekening houdend met hun organisatiestructuur en omvang, één functionaris voor gegevensbescherming worden aangewezen. De functionaris voor gegevensbescherming wordt door de verwerkingsverantwoordelijke tijdig en naar behoren betrokken bij alle aangelegenheden die verband houden met de bescherming van politiegegevens.

2.

De functionaris voor gegevensbescherming wordt aangewezen op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de wetgeving en de praktijk inzake gegevensbescherming en zijn vermogen de taken, bedoeld in het derde lid, te vervullen.

3.

De functionaris voor gegevensbescherming is tenminste belast met de volgende taken:

  • a. het toezien op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en op het beleid van de verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, met inbegrip van de toewijzing van de autorisaties, bedoeld in artikel 6, de bewustmaking en opleiding van de ambtenaren van politie die zijn betrokken bij de verwerking van politiegegevens en de audits, bedoeld in artikel 33;
  • b. het informeren en adviseren van de verwerkingsverantwoordelijke en de ambtenaren van politie die politiegegevens verwerken over hun verplichtingen op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet en andere gegevensbeschermingsbepalingen op grond van het Unierecht of het Nederlandse recht;
  • c. het desgevraagd verstrekken van advies over de gegevensbeschermingseffectbeoordeling, bedoeld in artikel 4c, en het toezien op de uitvoering ervan;
  • d. het samenwerken met de Autoriteit persoonsgegevens;
  • e. het optreden als contactpunt voor de Autoriteit persoonsgegevens inzake aangelegenheden in verband met de verwerking van persoonsgegevens en, voor zover dienstig, het plegen van overleg over enige andere aangelegenheid.
4.

De functionaris voor gegevensbescherming stelt jaarlijks een verslag op van zijn bevindingen.

5.

De verwerkingsverantwoordelijke maakt de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming openbaar en meldt de functionaris voor gegevensbescherming aan bij de Autoriteit persoonsgegevens.

6.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de functionaris voor gegevensbescherming de benodigde middelen ter beschikking voor het vervullen van de taken, bedoeld in het derde lid, en voor het in standhouden van zijn deskundigheid.

§ 5a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Artikel 36a. (toepasselijkheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde.

Artikel 36b

In afwijking van artikel 1, onder b, f en k, wordt voor de toepassing van deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitsluitend verstaan onder:

  • b. verantwoordelijke: dit is bij:
  • 2°. de rijksrecherche: het College van procureurs-generaal;
  • 3°. de Koninklijke marechaussee: Onze Minister van Defensie;
  • 4°. de buitengewone agenten van politie: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;

Artikel 36c. (omzetting bepalingen naar toepasselijkheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

1.

Voor de toepassing van:

2.

De artikelen 1, onder h, 4, derde lid, 4a, 4b, 4c, 6b, 6c, 7a, 15a, 17a, 24a, 24b, 31a, 31b, 32a, 33a, 33b, 35, 35a, 35b, 35c, 35d, 36 en 46 zijn niet van toepassing.

3.

De verwerkingsverantwoordelijke treft passende technische en organisatorische maatregelen om politiegegevens te beveiligen tegen onbedoelde of onrechtmatige vernietiging, tegen wijziging, ongeoorloofde mededeling of toegang, met name indien de verwerking verzending van gegevens via een netwerk of beschikbaarstelling via directe geautomatiseerde toegang omvat, en tegen alle andere vormen van onrechtmatige verwerking, waarbij met name rekening wordt gehouden met de risico’s van de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau, gelet op de risico’s van de verwerking en de aard van de politiegegevens.

5.

De verwerkingsverantwoordelijke meldt de privacyfunctionaris, bedoeld in artikel 34, eerste lid, aan bij de Commissie van toezicht bescherming persoonsgegevens BES.

Artikel 36d. (verstrekking aan gezagsdragers Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

1.

In afwijking van artikel 16, eerste lid, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke politiegegevens aan:

  • a. leden van het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag of zeggenschap over de politie of over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast, en voor de uitvoering van andere hen bij of krachtens de wet opgedragen taken;
  • b. de gezaghebbers voor zover zij deze behoeven:
  • 1°. in verband met hun gezag en zeggenschap over de politie; of
  • 2°. in het kader van de handhaving van de openbare orde;
  • c. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, Onze Minister van Defensie en het College van procureurs-generaal voor zover zij deze behoeven in verband met:
2.

Artikel 16, tweede lid, is uitsluitend van toepassing op de verstrekking, bedoeld in het eerste lid, onder b.

Artikel 36e. (verstrekking aan Nederlandse opsporingsinstanties en het openbaar ministerie en aan derde landen en internationale organisaties)

1.

Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan de verwerkingsverantwoordelijken, bedoeld in artikel 1, onder f, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de politietaak, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder a, dan wel de politietaak in het Europese deel van Nederland.

2.

Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie van het Europese deel van Nederland, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag of zeggenschap over de politie of over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast, en voor de uitvoering van andere hen bij of krachtens de wet opgedragen taken.

3.

Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan opsporingsambtenaren die werkzaam zijn bij een bijzondere opsporingsdienst in het Europese deel van Nederland voor zover zij deze behoeven voor de vervulling van hun taak.

4.

Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan een internationaal orgaan of aan een internationaal strafgerecht voor zover dit voortvloeit uit een verdrag.

5.

Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan autoriteiten in een land binnen het Koninkrijk of aan een ander land die zijn belast met de uitvoering van de politietaak, of van onderdelen daarvan, voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in Bonaire, Sint Eustatius en Saba of de politietaak in het desbetreffende land.

6.

Politiegegevens worden alleen ingevolge het vierde en vijfde lid verstrekt of doorgegeven indien het ontvangende land of internationale orgaan een toereikend beschermingsniveau voor de voorgenomen gegevensverwerking garandeert. Of het beschermingsniveau toereikend is wordt beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden die op de doorgifte van gegevens of een groep van gegevensverstrekkingen van invloed zijn. In het bijzonder wordt rekening gehouden met de aard van de gegevens, met het doel en de duur van de voorgenomen verwerking en verwerkingen, het land van herkomst en het land of internationale orgaan van eindbestemming van de gegevens, de algemene en sectorale rechtsregels die in het derde land of het internationale orgaan gelden, alsmede de beroepscodes en de veiligheidsmaatregelen die in het land of voor het orgaan van toepassing zijn.

7.

In afwijking van het zesde lid kunnen politiegegevens worden verstrekt of doorgegeven indien:

  • a. dit noodzakelijk is ten behoeve van specifieke belangen van de betrokkene of een dringend zwaarwegend algemeen belang, of
  • b. het betreffende land of ontvangende internationale orgaan passende garanties biedt voor een zorgvuldige gegevensverwerking in het concrete geval.
8.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verstrekking of doorgifte van politiegegevens, bedoeld in het vierde tot en met het zevende lid, alsmede over de verdere verwerking en de daarbij te stellen voorwaarden aan het gebruik daarvan door ontvangstgerechtigde autoriteiten of internationale organen en over de ontvangst van politiegegevens vanuit het buitenland.

Artikel 36f. (toepasselijkheid Wet administratieve rechtspraak BES)

1.

In afwijking van artikel 29 geldt een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 25 of 28 gericht aan de verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder b, als een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Wet administratieve rechtspraak BES.

2.

De artikelen 38 en 39 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

In procedures inzake beslissingen als bedoeld in het eerste lid waarbij de verwerkingsverantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ingevolge artikel 37 van de Wet administratieve rechtspraak BES worden verplicht tot het geven van inlichtingen met betrekking tot politiegegevens die zijn te herleiden tot een informant als bedoeld in artikel 12, zevende lid, kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie beslissen dat hieraan geen uitvoering wordt gegeven. Artikel 29, vijfde lid, tweede en derde zin, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 36g. (toezicht)

1.

De Commissie van toezicht bescherming persoonsgegevens BES, bedoeld in artikel 44 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES, ziet toe op de verwerking van politiegegevens in Bonaire, Sint Eustatius en Saba overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde.

2.

De artikelen 50 en 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 6. Wijziging van andere wetten

Artikel 37

Wijzigt de Politiewet 1993, de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur en de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 38

Wijzigt de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.

Artikel 39

Wijzigt de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 40

Wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 41

Wijzigt de Wet melding ongebruikelijke transacties.

Artikel 42

Wijzigt de Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991.

Artikel 43

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 44

Wijzigt de Wet documentatie vennootschappen.

Artikel 45

Wijzigt de Luchtvaartwet.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 46. (toepassing op gegevensverwerking door bijzondere opsporingsdiensten)

1.

Het bij of krachtens de Wet politiegegevens bepaalde met betrekking tot de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid onder a, en 12, is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een ambtenaar, werkzaam bij een bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. Op voordracht van Onze Ministers en Onze Minister wie het mede aangaat worden bij algemene maatregel van bestuur ook andere onderdelen van het bij of krachtens deze wet bepaalde van overeenkomstige toepassing verklaard op de verwerking van persoonsgegevens door een ambtenaar, werkzaam bij een bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, of een buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

2.

Voor zover toepassing is gegeven aan het eerste lid:

  • b. stelt de verwerkingsverantwoordelijke van de bijzondere opsporingsdienst of van de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, de gegevens waarop het bepaalde bij of krachtens deze wet van toepassing of van overeenkomstige toepassing is ter beschikking aan personen die overeenkomstig artikel 6, tweede lid, zijn geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover zij deze behoeven voor de vervulling van hun taak.

Artikel 15, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de ambtenaren die werkzaam zijn bij een bijzondere opsporingsdienst, die tot het verwerken van politiegegevens als bedoeld in het eerste lid kunnen worden geautoriseerd, alsmede over het beheer en de organisatie van de bijzondere opsporingsdienst waar zij werkzaam zijn.

Artikel 47. (evaluatiebepaling)

Onze Ministers zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, gehoord de Autoriteit persoonsgegevens, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 48. (overgangsbepaling)

In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen een beslissing die op grond van de Wet politieregisters is genomen op een verzoek om kennisneming, verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van politiegegevens, dan wel op tegen een dergelijke beslissing in te stellen of ingesteld beroep, blijven, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing, die golden voor de intrekking van die wet.

Artikel 49. (intrekking Wet politieregisters)

De Wet politieregisters wordt ingetrokken.

Artikel 50. (aanpassing aan Wet op de bijzondere opsporingsdiensten)

Wijzigt deze wet.

Artikel 51. (inwerkingtreding)

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 52. (citeertitel)

Deze wet wordt aangehaald als: Wet politiegegevens.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)