Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 september 2007, nr. TRCJZ/2007/2968, houdende regels inzake de kwaliteit van landbouwproducten (Landbouwkwaliteitsregeling 2007)
Gelet op de Europese verordeningen en richtlijnen met betrekking tot het in de handel brengen van verschillende landbouwproducten, alsmede gelet op artikel 10 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Biologische productiemethode
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- exploitant: de persoon als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van verordening (EU) 2018/848;
- minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- verordening (EG) 1580/2007: Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (PbEU 2007, L 350);
- verordening (EU) 2020/464: Uitvoeringsverordening 2020/464 van de Commissie van 26 maart 2020 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de documenten die nodig zijn voor de erkenning met terugwerkende kracht van perioden in het kader van de omschakeling, de productie van biologische producten en de door de lidstaten te verstrekken informatie (PbEU 2020, L 98);
- verordening (EU) 2021/279: Uitvoeringsverordening (EU) 2021/279 van de Commissie van 22 februari 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft controles en andere maatregelen ter waarborging van de traceerbaarheid en naleving in de biologische productie en de etikettering van biologische producten (PbEU 2021, L 62);
- verordening (EU) 2021/2305: Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder biologische producten en omschakelingsproducten zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten en inzake de plaats van officiële controles voor dergelijke producten, en tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 van de Commissie (PbEU 2021, L 461);
- verordening (EU) 2021/2306: Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat (PbEU 2021, L 461);
- verordening (EU) 2021/2307: Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot vaststelling van regels betreffende documenten en kennisgevingen die vereist zijn voor biologische en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie (PbEU 2021, L 461).
Artikel 2
Exploitanten en groepen exploitanten, als bedoeld in artikel 36 van verordening (EU) 2018/848, melden zich overeenkomstig artikel 15, aanhef en onderdeel b, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 bij de Stichting Skal overeenkomstig artikel 34, eerste lid, van verordening (EU) 2018/848.
Exploitanten die onverpakte biologische producten, met uitzondering van diervoeders, direct aan de eindconsument of eindgebruiker verkopen zijn vrijgesteld van de toepassing van artikel 34, eerste lid, van verordening (EU) 2018/848, mits ze voldoen aan artikel 35, achtste lid, van verordening (EU) 2018/848.
Artikel 3
Indien de Stichting Skal constateert dat de bij of krachtens verordening (EU) 2018/848 gestelde voorschriften niet worden nageleefd met betrekking tot een product waarvoor overeenkomstig die verordeningen aanduidingen worden gebezigd, kan zij de betreffende marktdeelnemers de verplichting opleggen om de aanduidingen van de desbetreffende producten te verwijderen of te doen verwijderen overeenkomstig artikel 42 van verordening (EU) 2018/848.
Artikel 4
De Stichting Skal wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot biologische productie en etikettering van biologische producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, aanhef en onderdeel i, van verordening (EU) 2017/625, voor zover het betreft:
- a. het beoordelen van een verzoek tot erkenning met terugwerkende kracht van perioden in het kader van de omschakeling als bedoeld artikel 1, eerste en tweede lid van verordening 2020/464;
- b. het verlengen van de omschakelingsperiode als bedoeld in bijlage II, deel I, punt 1.7.2 van verordening (EU) 2018/848;
- c. het opleggen van een nieuwe omschakelingsperiode als bedoeld in bijlage II, deel I, punt 1.7.3.
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
De Stichting Skal kan op aanvraag een vrijstelling verlenen voor het gebruik in Nederland van niet volgens de biologische productiemethode verkregen ingrediënten van agrarische oorsprong, als bedoeld in artikel 25, eerste en derde lid, van verordening (EU) 2018/848.
Overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 kan de minister een gebeurtenis formeel als rampzalige gebeurtenis overeenkomstig artikel 22 van verordening (EU) 2018/848 jo. artikel 1 van verordening (EU) 2020/2146 erkennen en dan door middel van een vrijstelling of ontheffing toestemming verlenen om gedurende een beperkte periode, tot de biologische productie kan worden hervat, af te wijken van de biologische productievoorschriften onder de bij of krachtens artikel 22 verordening (EU) 2018/848 gestelde voorwaarden.
De Stichting Skal kan op aanvraag ontheffing verlenen voor het gebruik van plantaardig niet overeenkomstig de biologische productiemethode verkregen teeltmateriaal overeenkomstig bijlage II, deel I, punten 1.8.5.1 en 1.8.6, van verordening (EU) 2018/848.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Hoofdstuk 2. Het in de handel brengen van groenten en fruit
Artikel 9
Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van verordening (EU) 543/2011 verstrekken de in het vijfde en zesde lid van dat artikel bedoelde gegevens aan de Stichting KCB ten behoeve van de gegevensbank, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, die wordt beheerd door deze Stichting.
Artikel 10
Marktdeelnemers die bananen in de handel brengen, die op grond van artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) 2898/95 worden vrijgesteld van de controle, registreren zich bij de Stichting KCB overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van deze verordening.
Artikel 11
De Minister is de coördinerende autoriteit, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) 543/2011.
Artikel 12
De Stichting KCB is belast met:
- a. het verlenen van de in artikel 12, eerste lid, van verordening (EU) 543/2011 bedoelde toestemming;
- b. de vaststelling van het minimum percentage, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EU) 543/2011;
- c. het verlenen van vrijstellingen en de afgifte van vrijstellingscertificaten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) 2898/95.
Artikel 13
De controle van groenten en fruit door de Stichting KCB geschiedt overeenkomstig de artikelen 11 en 17 en bijlage V van verordening (EU) 543/2011 en artikel 113 bis, vierde lid en de krachtens artikel 194 van verordening (EG) 1234/2007 vastgestelde voorschriften bij de normcontroles op de interne markt.
De keuring en controle van bananen door de Stichting KCB geschiedt overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 7 van verordening (EG) 2898/95.
Artikel 14
Indien door de Stichting KCB bij een normcontrole wordt vastgesteld dat een partij groenten of fruit, die zich in het vrije verkeer binnen de Europese Unie bevindt, niet voldoet aan de in de verordening (EU) 543/2011 en de bij of krachtens verordening (EU) 1308/2013 gestelde eisen, wordt een verklaring van niet-conformiteit opgesteld als bedoeld in artikel 17, derde lid, van verordening (EU) 543/2011.
Een partij groenten of fruit, waarvoor de Stichting KCB een verklaring van niet-conformiteit heeft afgegeven, mag niet worden vervoerd, verplaatst, verhandeld of vernietigd zonder toestemming van de Stichting KCB overeenkomstig artikel 17, derde lid, van verordening (EU) 543/2011.
Voor de toestemming, bedoeld in het tweede lid kan als voorwaarde worden gesteld dat aan door de Stichting KCB gestelde eisen wordt voldaan.
Hoofdstuk 3. Het in de handel brengen van vlees van pluimvee
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Hoofdstuk 3. Het in de handel brengen van vlees van pluimvee
Artikel 17
Bij de Minister worden ingediend:
- a. een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 49 van verordening (EU) 1151/2012;
- b. een verzoek tot wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 53 van verordening (EU) 1151/2012;
- c. een verzoek tot annulering van een registratie als bedoeld in artikel 54 van verordening (EU) 1151/2012.
De Minister geeft kennis van een aanvraag tot registratie en een verzoek tot niet-minimale wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 49 dan wel 53 van verordening (EU) 1151/2012 in de Staatscourant.
Binnen vier weken na de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, kan een belanghebbende als bedoeld in artikel 49, derde lid, van verordening (EU) 1151/2012 bedenkingen tegen de aanvraag of het verzoek kenbaar maken bij de Minister.
Indien de aanvraag tot registratie of het verzoek tot wijziging of annulering aan de voorschriften van verordening (EU) 1151/2012 voldoet, zendt de minister deze door naar de Europese Commissie.
Indien de Minister besluit tot doorzending van een aanvraag tot registratie of van een verzoek tot niet-minimale wijziging van een productdossier, wordt dit besluit tezamen met de versie van het productdossier waarop het besluit betrekking heeft, gepubliceerd in de Staatscourant.
De Minister voorziet in de openbaarmaking, bedoeld in artikel 49, vierde lid, laatste alinea, van verordening (EU) 1151/2012.
Artikel 18
De Minister geeft kennis van een door de Europese Commissie voorgenomen of ingeschreven registratie, wijziging van een productdossier of annulering van een registratie onmiddellijk na publicatie daarvan in het Publicatieblad van de Europese Unie in de Staatscourant.
Binnen 8 weken na de datum van publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie kan een belanghebbende als bedoeld in artikel 51, eerste lid, tweede alinea, van verordening (EU) 1151/2012 bedenkingen tegen een voorgenomen registratie als bedoeld in artikel 49 van verordening (EU) 1151/2012 of niet-minimale wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 53 van verordening (EU) 1151/2012 kenbaar maken door middel van toezending van een gemotiveerde verklaring aan de Minister.
De minister betrekt de verklaring, bedoeld in het tweede lid, bij de overweging omtrent het instellen van bezwaar tegen een registratie of niet-minimale wijziging van een productdossier bij de Europese Commissie als bedoeld in artikel 51 van verordening (EU) 1151/2012.
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Hoofdstuk 5. Zuigelingenvoeding bestemd voor derde landen
Artikel 22
Vervallen
Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bloembollen
Artikel 23
Onder bloembollen wordt verstaan: bollen, knollen, wortelstokken en andere voor vermeerdering of bloemproductie bestemde plantendelen van de in de bijlage II bij deze regeling onder I genoemde gewassen, voor zover zij behoren tot de daarachter onder II vermelde botanische families, geslachten of soorten.
Artikel 24
Leveranciers van teeltmateriaal van bloembollen registreren zich overeenkomstig artikel 6 van richtlijn 98/56/EG voor de activiteiten die zij uit hoofde van deze richtlijn uitoefenen bij de Stichting BKD.
Artikel 25
De aanvraag tot registratie vindt plaats door inzending van een volledig ingevuld, door de Stichting BKD te verstrekken aanvraagformulier dat vergezeld gaat van de volgende bescheiden:
- a. een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de aanvrager;
- b. een bewijs van inschrijving in het handelsregister, dat door de bevoegde instantie niet langer dan twee maanden vóór de datum van aanvraag tot registratie is afgegeven.
Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bloembollen
Artikel 26
Als personen belast met het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet worden aangewezen:
- a. de daartoe gekwalificeerde medewerkers van de Stichting BKD;
- b. de daartoe gekwalificeerde medewerkers van de Stichting KCB;
- c. de inspecteurs van de Stichting Skal;
- d. de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te ’s-Gravenhage;
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Artikel 27
De op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel bij het Hoofdproductschap Akkerbouw aanhangige aanvragen en verzoeken, bedoeld in artikel 17, eerste lid, worden met ingang van 1 januari 2014 overeenkomstig deze regeling behandeld door de daartoe bevoegde autoriteit met inachtneming van de termijn die op dat tijdstip is verstreken sinds het tijdstip van indiening van de aanvraag of het verzoek.
Artikel 28
De volgende regelingen worden ingetrokken:
- g. Landbouwkwaliteitsbeschikking vrijstellingen, ontheffingen en nadere voorschriften groenten en fruit;
- k. De Regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 15 augustus 1977 inzake het rijkstoezicht op de controle-instellingen (Stcrt. 1977, 159).
Artikel 29
Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling 2007.
Artikel 30
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.
Bijlage I. als bedoeld in artikel 7 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007
Omvang van de mestproductie voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in artikel 7
| Diersoorten | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof |
|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |
| – Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 96,1 | |
| In grupstal met vaste mest | 90,6 | |
| In potstal met vaste mest | 86,4 | |
| – Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 32,3 | |
| – 1 jaar en ouder | 66,0 | |
| – Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,7 | |
| – 1 jaar en ouder | 51,0 | |
| Roodvleesproductie | ||
| – Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 66,2 | |
| – Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 6,6 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 27,2 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 23,4 | |
| – Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën ‘weidekoeien’ of ‘vleesstieren’; ook vleesstieren, vrouwelijkedieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,4 | |
| – 1 jaar en ouder | 65,4 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |
| – Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||
| – waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 12,0 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 15,3 | |
| – Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 5,9 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 9,1 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact | 6,1 | |
| – Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 5,5 | |
| – Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 11,7 | |
| – Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 2,0 | |
| Mesterij | ||
| – Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 12,8 | |
| – Vleesvarkens (varkens 6,1 die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25kg) | 6,1 | |
| III Kippen | Legrassen | |
| – Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennenen -hanen voor de vervanging van hennen enhanen van legrassen,inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 0,159 | |
| – Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren -, vanaf exact 18 weken) | 0,371 | |
| Vleesrassen | ||
| – Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot-)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 0,110 | |
| – Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 0,411 | |
| – Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 0,332 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |
| – Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 0,290 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 1,165 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 1,513 | |
| Vleeskalkoenen | ||
| – Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 0,884 | |
| V Schapen | – Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 10,3 |
| – Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 9,3 | |
| VI Geiten | – Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 7,3 |
| – Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 5,2 | |
| VII Eenden | – Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 0,50 |
| – Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 0,39 | |
| VIII Konijnen | – Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 1,24 |
| – Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 0,75 | |
| – Opfokkonijnen (jonge nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 1,01 | |
| – Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 0,40 | |
| IX Parelhoenders | – Vleesparelhoenders | 0,437 |
Bijlage I. als bedoeld in artikel 7 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007
Omvang van de mestproductie voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in artikel 7
| Diersoorten | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof |
|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |
| – Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 96,1 | |
| In grupstal met vaste mest | 90,6 | |
| In potstal met vaste mest | 86,4 | |
| – Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 32,3 | |
| – 1 jaar en ouder | 66,0 | |
| – Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,7 | |
| – 1 jaar en ouder | 51,0 | |
| Roodvleesproductie | ||
| – Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 66,2 | |
| – Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 6,6 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 27,2 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 23,4 | |
| – Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën ‘weidekoeien’ of ‘vleesstieren’; ook vleesstieren, vrouwelijkedieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,4 | |
| – 1 jaar en ouder | 65,4 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |
| – Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||
| – waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 12,0 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 15,3 | |
| – Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 5,9 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 9,1 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact | 6,1 | |
| – Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 5,5 | |
| – Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 11,7 | |
| – Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 2,0 | |
| Mesterij | ||
| – Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 12,8 | |
| – Vleesvarkens (varkens 6,1 die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25kg) | 6,1 | |
| III Kippen | Legrassen | |
| – Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennenen -hanen voor de vervanging van hennen enhanen van legrassen,inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 0,159 | |
| – Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren -, vanaf exact 18 weken) | 0,371 | |
| Vleesrassen | ||
| – Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot-)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 0,110 | |
| – Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 0,411 | |
| – Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 0,332 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |
| – Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 0,290 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 1,165 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 1,513 | |
| Vleeskalkoenen | ||
| – Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 0,884 | |
| V Schapen | – Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 10,3 |
| – Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 9,3 | |
| VI Geiten | – Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 7,3 |
| – Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 5,2 | |
| VII Eenden | – Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 0,50 |
| – Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 0,39 | |
| VIII Konijnen | – Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 1,24 |
| – Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 0,75 | |
| – Opfokkonijnen (jonge nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 1,01 | |
| – Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 0,40 | |
| IX Parelhoenders | – Vleesparelhoenders | 0,437 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 26a
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder marktdeelnemer: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die bedrijfsmatig betrokken is bij het in de handel brengen van producten.
Artikel 26b
Een controle-instelling kan de tarieven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet, in rekening brengen bij aan haar toezicht of keuring onderworpen marktdeelnemers.
De controle-instelling kan de tarieven, bedoeld in het eerste lid, in rekening brengen ter dekking van de kosten die verband houden met de activiteiten ten behoeve van het toezicht of de keuring waarmee deze op grond van de artikelen 11 tot en met 16 en 18 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 of de artikelen 2.10 en 2.11 van het Besluit dierlijke producten is belast. De tarieven kunnen in rekening worden gebracht in de vorm van:
- a. een retributie op basis van de activiteiten die worden verricht door of in opdracht van de controle-instelling ten behoeve van het toezicht of de keuring bij de desbetreffende marktdeelnemer, of
- b. een heffing op basis van het verrichten van activiteiten door marktdeelnemers als gevolg waarvan zij onderworpen zijn aan het toezicht of de keuring door de controle-instelling.
Een retributie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kan worden gerelateerd aan:
- 1°. de tijd besteed aan de activiteiten;
- 2°. het aantal of het gewicht van de producten of partijen producten waarop de activiteiten betrekking hebben;
- 3°. de oppervlakte van het areaal waarop de activiteiten betrekking hebben, of
- 4°. documenten die zijn verstrekt.
Een heffing, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan worden gerelateerd aan:
- 1°. de omzet van de marktdeelnemer, behaald met de activiteiten die aan het toezicht of de keuring door de controle-instelling zijn onderworpen;
- 2°. het aantal locaties ten behoeve van de aan het toezicht of de keuring onderworpen activiteiten van de marktdeelnemer;
- 3°. het aantal producten waarop de aan het toezicht of de keuring onderworpen activiteiten van de marktdeelnemer betrekking hebben, of
- 4°. de omvang van het risico op niet-naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde door de desbetreffende marktdeelnemer.
Bijlage II. als bedoeld in artikel 23 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007
| I | II |
|---|---|
| Bravoa | Agavaceae |
| Polianthes | Agavaceae |
| Pseudobravoa | Agavaceae |
| Allium | Alliaceae |
| Ancrumia | Alliaceae |
| Androstephium | Alliaceae |
| Bessera | Alliaceae |
| Bloomeria | Alliaceae |
| Brodiaea | Alliaceae |
| Caloscordum | Alliaceae |
| Dandya | Alliaceae |
| Dichelostemma | Alliaceae |
| Erinna | Alliaceae |
| Garaventia | Alliaceae |
| Gethyum | Alliaceae |
| Gilliesia | Alliaceae |
| Ipheion | Alliaceae |
| Latace | Alliaceae |
| Leucocoryne | Alliaceae |
| Miersia | Alliaceae |
| Milla | Alliaceae |
| Milula | Alliaceae |
| Muilla | Alliaceae |
| Nectaroscordum | Alliaceae |
| Nothoscordum | Alliaceae |
| Petronymphe | Alliaceae |
| Solaria | Alliaceae |
| Speea | Alliaceae |
| Trichlora | Alliaceae |
| Tristagma | Alliaceae |
| Triteleia | Alliaceae |
| Triteleiopsis | Alliaceae |
| Tulbaghia | Alliaceae |
| Amaryllis | Amaryllidaceae |
| Ammocharis | Amaryllidaceae |
| Apodolirion | Amaryllidaceae |
| Bokkeveldia | Amaryllidaceae |
| Boophone | Amaryllidaceae |
| Braxireon | Amaryllidaceae |
| Brunsvigia | Amaryllidaceae |
| Caliphruria | Amaryllidaceae |
| Calostemma | Amaryllidaceae |
| Carpolyza | Amaryllidaceae |
| Castellanoa | Amaryllidaceae |
| Champmanolirion | Amaryllidaceae |
| Chlidanthus | Amaryllidaceae |
| Clivia | Amaryllidaceae |
| Crinum | Amaryllidaceae |
| Cryptostephanus | Amaryllidaceae |
| Cybistetes | Amaryllidaceae |
| Cyrtanthus | Amaryllidaceae |
| Elisena | Amaryllidaceae |
| Eucharis | Amaryllidaceae |
| Eucrosia | Amaryllidaceae |
| Eustephia | Amaryllidaceae |
| Famatina | Amaryllidaceae |
| Galanthus | Amaryllidaceae |
| Gemmaria | Amaryllidaceae |
| Gethyllis | Amaryllidaceae |
| Griffinia | Amaryllidaceae |
| Habranthus | Amaryllidaceae |
| Haemanthus | Amaryllidaceae |
| Hannonia | Amaryllidaceae |
| Haylockia | Amaryllidaceae |
| Hessea | Amaryllidaceae |
| Hieronymiella | Amaryllidaceae |
| Hippeastrum | Amaryllidaceae |
| Hyline | Amaryllidaceae |
| Hymenocallis | Amaryllidaceae |
| Ismene | Amaryllidaceae |
| Lapiedra | Amaryllidaceae |
| Leucojum | Amaryllidaceae |
| Lycoris | Amaryllidaceae |
| Mathieua | Amaryllidaceae |
| Namaquanula | Amaryllidaceae |
| Narcissus | Amaryllidaceae |
| Pamianthe | Amaryllidaceae |
| Pancratium | Amaryllidaceae |
| Paramongaia | Amaryllidaceae |
| Phaedranassa | Amaryllidaceae |
| Placea | Amaryllidaceae |
| Plagiolirion | Amaryllidaceae |
| Proiphys | Amaryllidaceae |
| Pseudostenomesson | Amaryllidaceae |
| Pyrolirion | Amaryllidaceae |
| Rauhia | Amaryllidaceae |
| Rhodophiala | Amaryllidaceae |
| Scadoxus | Amaryllidaceae |
| Sprekelia | Amaryllidaceae |
| Stenomesson | Amaryllidaceae |
| Sternbergia | Amaryllidaceae |
| Strumaria | Amaryllidaceae |
| Tedingea | Amaryllidaceae |
| Traubia | Amaryllidaceae |
| Ungernia | Amaryllidaceae |
| Urceolina | Amaryllidaceae |
| Vagaria | Amaryllidaceae |
| Vallota | Amaryllidaceae |
| Zephyranthes | Amaryllidaceae |
| Aphyllanthes | Aphyllanthaceae |
| Amorphophallus | Araceae |
| Arisaema | Araceae |
| Arum | Araceae |
| Biarum | Araceae |
| Dracontium | Araceae |
| Dracunculus | Araceae |
| Helicodiceros | Araceae |
| Pinellia | Araceae |
| Sauromatum | Araceae |
| Zantedeschia | Araceae |
| Asphodelus | Asphodelaceae |
| Bulbine | Asphodelaceae |
| Bulbinella | Asphodelaceae |
| Eremurus | Asphodelaceae |
| Hemiphylacus | Asphodelaceae |
| Jodrellia | Asphodelaceae |
| Paradisea | Asphodelaceae |
| Simethis | Asphodelaceae |
| Trachyandra | Asphodelaceae |
| Dahlia | Asteraceae |
| Begonia tuberhybrida | Begoniaceae |
| Blanfordia | Blanfordiaceae |
| Canna | Cannaceae |
| Androcymbium | Colchicaceae |
| Baeometra | Colchicaceae |
| Bulbocodium | Colchicaceae |
| Burchardia | Colchicaceae |
| Camptorrhiza | Colchicaceae |
| Colchicum | Colchicaceae |
| Gloriosa | Colchicaceae |
| Hexacyrtis | Colchicaceae |
| Iphigenia | Colchicaceae |
| Littonia | Colchicaceae |
| Merendera | Colchicaceae |
| Neodregea | Colchicaceae |
| Onixotis | Colchicaceae |
| Ornithoglossum | Colchicaceae |
| Sandersonia | Colchicaceae |
| Wurmbea | Colchicaceae |
| Cyanastrum | Cyanastraceae |
| Eriospermum | Eriospermaceae |
| Albuca | Hyacinthaceae |
| Alrawia | Hyacinthaceae |
| Amphisiphon | Hyacinthaceae |
| Androsiphon | Hyacinthaceae |
| Bellevalia | Hyacinthaceae |
| Bowiea | Hyacinthaceae |
| Brimeura | Hyacinthaceae |
| Camassia | Hyacinthaceae |
| Chionodoxa | Hyacinthaceae |
| Chlorogalum | Hyacinthaceae |
| Daubenya | Hyacinthaceae |
| Dipcadi | Hyacinthaceae |
| Drimia | Hyacinthaceae |
| Drimiopsis | Hyacinthaceae |
| Eucomis | Hyacinthaceae |
| Fortunatia | Hyacinthaceae |
| Galtonia | Hyacinthaceae |
| Hastingsia | Hyacinthaceae |
| Hesperocallis | Hyacinthaceae |
| Hyacinthella | Hyacinthaceae |
| Hyacinthoides | Hyacinthaceae |
| Hyacinthus | Hyacinthaceae |
| Lachenalia | Hyacinthaceae |
| Ledebouria | Hyacinthaceae |
| Leopoldia | Hyacinthaceae |
| Litanthus | Hyacinthaceae |
| Massonia | Hyacinthaceae |
| Muscari | Hyacinthaceae |
| Muscarimia | Hyacinthaceae |
| Neopatersonia | Hyacinthaceae |
| Ornithogalum | Hyacinthaceae |
| Polyxena | Hyacinthaceae |
| Pseudogaltonia | Hyacinthaceae |
| Pseudomuscari | Hyacinthaceae |
| Puschkinia | Hyacinthaceae |
| Rhadamanthus | Hyacinthaceae |
| Rhodocodon | Hyacinthaceae |
| Schizobasis | Hyacinthaceae |
| Schoenolirion | Hyacinthaceae |
| Scilla | Hyacinthaceae |
| Sypharissa | Hyacinthaceae |
| Thuranthos | Hyacinthaceae |
| Urginea | Hyacinthaceae |
| Veltheimia | Hyacinthaceae |
| Whiteheadia | Hyacinthaceae |
| Curculigo | Hypoxidaceae |
| Empodium | Hypoxidaceae |
| Hypoxidia | Hypocidaceae |
| Hypoxis | Hypoxidaceae |
| Molineria | Hypoxidaceae |
| Pauridia | Hypoxidaceae |
| Rhodohypoxis | Hypoxidaceae |
| Saniella | Hypoxidaceae |
| Spiloxene | Hypoxidaceae |
| Ainea | Iridaceae |
| Alophia | Iridaceae |
| Anapalina | Iridaceae |
| Anomatheca | Iridaceae |
| Antholyza | Iridaceae |
| Aristea | Iridaceae |
| Babiana | Iridaceae |
| Barnardiella | Iridaceae |
| Belamcanda | Iridaceae |
| Bobartia | Iridaceae |
| Calydorea | Iridaceae |
| Cardenanthus | Iridaceae |
| Chasmanthe | Iridaceae |
| Cipura | Iridaceae |
| Cobana | Iridaceae |
| Crocosmia | Iridaceae |
| Crocus | Iridaceae |
| Cypella | Iridaceae |
| Devia | Iridaceae |
| Dierama | Iridaceae |
| Dietes | Iridaceae |
| Diplarrhena | Iridaceae |
| Duthiastrum | Iridaceae |
| Eleutherine | Iridaceae |
| Ennealophus | Iridaceae |
| Eurynotia | Iridaceae |
| Ferraria | Iridaceae |
| Fosteria | Iridaceae |
| Galaxia | Iridaceae |
| Geissorhiza | Iridaceae |
| Gelasine | Iridaceae |
| Geosiris | Iridaceae |
| Gladiolus | Iridaceae |
| Gynandriris | Iridaceae |
| Herbertia | Iridaceae |
| Hermodactylus | Iridaceae |
| Hesperantha | Iridaceae |
| Hesperoxiphion | Iridaceae |
| Hexaglottis | Iridaceae |
| Homeria | Iridaceae |
| Iris excl. I.germanica, I.kaempferi, I.ensata, I.pumila, I.foetidissima, I.laevigata, I.sibirica, I.japonica (incl. I.Chinensis), I.chryso- | Iridaceae |
| graphes, I.halophila (I.spuria ssp halophila) en I.spuria | |
| Isophysis | Iridaceae |
| Ixia | Iridaceae |
| Kelissa | Iridaceae |
| Klattia | Iridaceae |
| Lapeirousia | Iridaceae |
| Larentia | Iridaceae |
| Lethia | Iridaceae |
| Libertia | Iridaceae |
| Mastigostyla | Iridaceae |
| Melasphaerula | Iridaceae |
| Micranthus | Iridaceae |
| Moraea | Iridaceae |
| Nemastylis | Iridaceae |
| Neomarica | Iridaceae |
| Nivenia | Iridaceae |
| Olsynium | Iridaceae |
| Onira | Iridaceae |
| Orthrosanthus | Iridaceae |
| Pardanthopsis | Iridaceae |
| Patersonia | Iridaceae |
| Phalocallis | Iridaceae |
| Pillansia | Iridaceae |
| Pseudotrimezia | Iridaceae |
| Radinosiphon | Iridaceae |
| Rheome | Iridaceae |
| Rigidella | Iridaceae |
| Roggeveldia | Iridaceae |
| Romulea | Iridaceae |
| Savannosiphon | Iridaceae |
| Schizostylis | Iridaceae |
| Sessilanthera | Iridaceae |
| Sessilistigma | Iridaceae |
| Solenomelus | Iridaceae |
| Sparaxis | Iridaceae |
| Sphenostigma | Iridaceae |
| Syringodea | Iridaceae |
| Tapeinia | Iridaceae |
| Thereianthus | Iridaceae |
| Tigridia | Iridaceae |
| Trimezia | Iridaceae |
| Tritonia | Iridaceae |
| Tritoniopsis | Iridaceae |
| Watsonia | Iridaceae |
| Witsenia | Iridaceae |
| Zygotritonia | Iridaceae |
| Ixiolirion | Ixioliriaceae |
| Calochortus | Liliaceae |
| Cardiocrinum | Liliaceae |
| Erythronium | Liliaceae |
| Fritillaria | Liliaceae |
| Gagea | Liliaceae |
| Korolkowia | Liliaceae |
| Lilium | Liliaceae |
| Lloydia | Liliaceae |
| Nomocharis | Liliaceae |
| Notholirion | Liliaceae |
| Tulipa | Liliaceae |
| Zigadenus | Melanthiaceae |
| Mirabilis | Nyctaginaceae |
| Oxalis | Oxalidaceae |
| Cyclamen excl. C. persicum cultivars | Primulaceae |
| Anemone apennina | Ranunculaceae |
| A. blanda | Ranunculaceae |
| A. coronaria | Ranunculaceae |
| A. cylindrica | Ranunculaceae |
| A. flaccida | Ranunculaceae |
| A. fulgens | Ranunculaceae |
| A. ranunculoides | Ranunculaceae |
| A. trifolia | Ranunculaceae |
| Eranthis | Ranunculaceae |
| Ranunculus ficaria | Ranunculaceae |
| R. asiaticus | Ranunculaceae |
| R. millefoliatus | Ranunculaceae |
| Conanthera | Tecophilaeaceae |
| Cyanella | Tecophilaeaceae |
| Odontostomum | Tecophilaeaceae |
| Tecophilaea | Tecophilaeaceae |
| Walleria | Tecophilaeaceae |
| Zephyra | Tecophilaeaceae |
| Abolboda | Xyridaceae |
| Achlyphila | Xyridaceae |
| Aratitiyopea | Xyridaceae |
| Orectanthe | Xyridaceae |
| Xyris | Xyridaceae |
| Aframomum | Zingiberaceae |
| Alpinia | Zingiberaceae |
| Amomum | Zingiberaceae |
| Aulotandra | Zingiberaceae |
| Boesenbergia | Zingiberaceae |
| Burbidgea | Zingiberaceae |
| Camptandra | Zingiberaceae |
| Caulokaempferia | Zingiberaceae |
| Cautleya | Zingiberaceae |
| Curcuma | Zingiberaceae |
| Curcumorpha | Zingiberaceae |
| Cyphostigma | Zingiberaceae |
| Elettaria | Zingiberaceae |
| Elettariopsis | Zingiberaceae |
| Etlingera | Zingiberaceae |
| Gagnepainia | Zingiberaceae |
| Geocharis | Zingiberaceae |
| Geostachys | Zingiberaceae |
| Globba | Zingiberaceae |
| Haniffia | Zingiberaceae |
| Haplochorema | Zingiberaceae |
| Hedychium | Zingiberaceae |
| Hemiorchis | Zingiberaceae |
| Hitchenia | Zingiberaceae |
| Hornstedtia | Zingiberaceae |
| Kaempferia | Zingiberaceae |
| Leptosolena | Zingiberaceae |
| Mantisia | Zingiberaceae |
| Nanochilus | Zingiberaceae |
| Paracautleya | Zingiberaceae |
| Parakeampferia | Zingiberaceae |
| Plagiostachys | Zingiberaceae |
| Pleuranthodium | Zingiberaceae |
| Pommereschea | Zingiberaceae |
| Pyrgophyllum | Zingiberaceae |
| Renealmia | Zingiberaceae |
| Rhynchanthus | Zingiberaceae |
| Riedelia | Zingiberaceae |
| Roscoea | Zingiberaceae |
| Scaphochlamys | Zingiberaceae |
| Siliquamomum | Zingiberaceae |
| Siphonochilus | Zingiberaceae |
| Stadiochilus | Zingiberaceae |
| Stahlianthus | Zingiberaceae |
| Vanoverberghia | Zingiberaceae |
| Zingiber | Zingiberaceae |
Bijlage I. als bedoeld in artikel 7 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007
Omvang van de mestproductie voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in artikel 7
| Diersoorten | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof |
|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |
| – Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 96,1 | |
| In grupstal met vaste mest | 90,6 | |
| In potstal met vaste mest | 86,4 | |
| – Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 32,3 | |
| – 1 jaar en ouder | 66,0 | |
| – Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,7 | |
| – 1 jaar en ouder | 51,0 | |
| Roodvleesproductie | ||
| – Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 66,2 | |
| – Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 6,6 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 27,2 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 23,4 | |
| – Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën ‘weidekoeien’ of ‘vleesstieren’; ook vleesstieren, vrouwelijkedieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,4 | |
| – 1 jaar en ouder | 65,4 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |
| – Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||
| – waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 12,0 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 15,3 | |
| – Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 5,9 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 9,1 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact | 6,1 | |
| – Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 5,5 | |
| – Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 11,7 | |
| – Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 2,0 | |
| Mesterij | ||
| – Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 12,8 | |
| – Vleesvarkens (varkens 6,1 die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25kg) | 6,1 | |
| III Kippen | Legrassen | |
| – Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennenen -hanen voor de vervanging van hennen enhanen van legrassen,inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 0,159 | |
| – Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren -, vanaf exact 18 weken) | 0,371 | |
| Vleesrassen | ||
| – Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot-)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 0,110 | |
| – Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 0,411 | |
| – Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 0,332 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |
| – Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 0,290 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 1,165 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 1,513 | |
| Vleeskalkoenen | ||
| – Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 0,884 | |
| V Schapen | – Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 10,3 |
| – Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 9,3 | |
| VI Geiten | – Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 7,3 |
| – Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 5,2 | |
| VII Eenden | – Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 0,50 |
| – Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 0,39 | |
| VIII Konijnen | – Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 1,24 |
| – Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 0,75 | |
| – Opfokkonijnen (jonge nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 1,01 | |
| – Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 0,40 | |
| IX Parelhoenders | – Vleesparelhoenders | 0,437 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 8
De periode waarin uitlopen leeg moeten blijven als bedoeld in bijlage I, onderdeel B, punt 8.4.6 van verordening (EEG) 2092/91, wordt vastgesteld op 60 dagen, telkens na het houden van een koppel pluimvee.
Hoofdstuk 2. Het in de handel brengen van groenten en fruit
Hoofdstuk 3. Het in de handel brengen van vlees van pluimvee
Hoofdstuk 3. Het in de handel brengen van vlees van pluimvee
Hoofdstuk 5. Zuigelingenvoeding bestemd voor derde landen
Hoofdstuk 5. Zuigelingenvoeding bestemd voor derde landen
Hoofdstuk 6. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van bloembollen
Hoofdstuk 7. Toezichthouders
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage I. als bedoeld in artikel 4 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007
Omvang van de mestproductie voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in artikel 4
| Diersoorten | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof |
|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |
| – Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 96,1 | |
| In grupstal met vaste mest | 90,6 | |
| In potstal met vaste mest | 86,4 | |
| – Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 32,3 | |
| – 1 jaar en ouder | 66,0 | |
| – Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,7 | |
| – 1 jaar en ouder | 51,0 | |
| Roodvleesproductie | ||
| – Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 66,2 | |
| – Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 6,6 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 27,2 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 23,4 | |
| – Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën ‘weidekoeien’ of ‘vleesstieren’; ook vleesstieren, vrouwelijkedieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||
| – jonger dan 1 jaar | 26,4 | |
| – 1 jaar en ouder | 65,4 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |
| – Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||
| – waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 12,0 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 15,3 | |
| – Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 5,9 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 9,1 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact | 6,1 | |
| – Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 5,5 | |
| – Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 11,7 | |
| – Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 2,0 | |
| Mesterij | ||
| – Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 12,8 | |
| – Vleesvarkens (varkens 6,1 die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25kg) | 6,1 | |
| III Kippen | Legrassen | |
| – Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennenen -hanen voor de vervanging van hennen enhanen van legrassen,inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 0,159 | |
| – Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren -, vanaf exact 18 weken) | 0,371 | |
| Vleesrassen | ||
| – Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot-)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 0,110 | |
| – Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 0,411 | |
| – Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 0,332 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |
| – Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 0,290 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 1,165 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 1,513 | |
| Vleeskalkoenen | ||
| – Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 0,884 | |
| V Schapen | – Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 10,3 |
| – Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 9,3 | |
| VI Geiten | – Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 5,8 |
| – Overige geiten (geitelammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 3,1 | |
| VII Eenden | – Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 0,50 |
| – Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 0,39 | |
| VIII Konijnen | – Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 1,24 |
| – Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 0,75 | |
| – Opfokkonijnen (jonge nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 1,01 | |
| – Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 0,40 | |
| IX Parelhoenders | – Vleesparelhoenders | 0,437 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 7a
Vervallen
Artikel 8a
Voor het reinigen en ontsmetten van gebouwen en installaties voor de plantaardige productie, inclusief opslag in een landbouwbedrijf, en van verwerkings- en opslagfaciliteiten mag overeenkomstig artikel 5, vierde lid, van verordening (EU) 2021/1165, slechts gebruik worden gemaakt van de in bijlage III genoemde producten onder de daarbij genoemde beperkingen.
Om gebouwen en andere installaties voor de plantaardige productie te ontdoen van insecten en andere parasieten, mag gebruik worden gemaakt van rodenticiden en de in bijlage I van verordening (EU) 2021/1165 opgenomen producten. Rodenticiden worden uitsluitend gebruikt in vallen.
Hoofdstuk 2. Het in de handel brengen van groenten en fruit
Hoofdstuk 3. Het in de handel brengen van vlees van pluimvee
Artikel 16a
Vervallen
Hoofdstuk 4. Het in de handel brengen van landbouwproducten en levensmiddelen met een beschermde geografische aanduiding, oorsprongsbenaming en een bescherming als een gegarandeerde traditionele specialiteit
Hoofdstuk 5. Zuigelingenvoeding bestemd voor derde landen
Hoofdstuk 7. Toezichthouders
Bijlage II. als bedoeld in artikel 23 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)