Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 september 2007, nr. TRCJZ/2007/3100, houdende nadere regels omtrent gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 215
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
9.

Richtlijn nr. 89/107/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (PbEG L 40).

10.

Richtlijn nr. 88/388/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma’s voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma’s (PbEG L 184).

11.

Richtlijn nr. 95/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 61).

12.

Richtlijn nr. 89/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (PbEG L 40).

13.

Richtlijn nr. 92/46/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (PbEG L 268).

14.

Richtlijn nr. 89/437/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1989 inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten (PbEG L 212).

15.

Richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268).

16.

Richtlijn nr. 90/167/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking (PbEG L 92).

17.

Richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PbEG L 270).

18.

Richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (PbEG L 213).

19.

Richtlijn nr. 77/101/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1976 betreffende de handel in enkelvoudige diervoeders (PbEG L 32).

20.

Richtlijn nr. 76/768/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake cosmetische producten (PbEG L 262).

21.

Richtlijn nr. 95/5/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 februari 1995 tot wijziging van Richtlijn nr. 92/120/EEG houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de algemeen verkrijgbare communautaire gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong (PbEG L 51).

22.

Richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230).

Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.

1.

Richtlijn nr. 65/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (PbEG L 22).

2.

Richtlijn nr. 81/851/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 317).

3.

Richtlijn nr. 90/677/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1990 tot uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, en houdende aanvullende bepalingen voor immunologische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 373).

4.

Richtlijn nr. 92/73/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de Richtlijnen nr. 65/65/EEG en nr. 75/319/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen (PbEG L 297).

5.

Richtlijn nr. 92/74/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 297).

6.

Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214).

7.

Richtlijn nr. 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PbEG L 189).

8.

Richtlijn nr. 93/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PbEG L 169).

9.

Richtlijn nr. 89/107/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (PbEG L 40).

10.

Richtlijn nr. 88/388/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma’s voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma’s (PbEG L 184).

11.

Richtlijn nr. 95/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 61).

12.

Richtlijn nr. 89/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (PbEG L 40).

13.

Richtlijn nr. 92/46/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (PbEG L 268).

14.

Richtlijn nr. 89/437/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1989 inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten (PbEG L 212).

15.

Richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268).

16.

Richtlijn nr. 90/167/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking (PbEG L 92).

17.

Richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PbEG L 270).

18.

Richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (PbEG L 213).

19.

Richtlijn nr. 77/101/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1976 betreffende de handel in enkelvoudige diervoeders (PbEG L 32).

20.

Richtlijn nr. 76/768/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake cosmetische producten (PbEG L 262).

21.

Richtlijn nr. 95/5/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 februari 1995 tot wijziging van Richtlijn nr. 92/120/EEG houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de algemeen verkrijgbare communautaire gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong (PbEG L 51).

22.

Richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230).

Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.

Vervallen

Bijlage II. Richtlijnen die bij de beoordeling van een biocide onverminderd van kracht zijn

Vervallen

Bijlage III. Beschermingsfactoren van persoonlijke beschermingsmiddelen

Vervallen

A. Eindtermen voor onderwijs inzake het getuigschrift voor het afweren of bestrijden van een dierplaag of het bestrijden van houtrotverwekkende schimmel

De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:

A. Eindtermen voor het onderwijs inzake het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen

De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:

De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:

Deel A: richtsnoeren

Werkzaamheid

Fysische/chemische eigenschappen

Werkzaamheid

College (2008) Nadere specificering beoordeling werkzaamheid van desinfectantia voor drinkwater.

Humane toxicologie

Hakkert, B.C. (2001). – Occupational risk assessment of pesticides – Method used in the Netherlands for the setting of Acceptable Operator Exposure Levels. TNO-report V4245.

Hakkert, B.C. (2001). – Occupational risk assessment of pesticides – Method used in the Netherlands for the setting of Acceptable Operator Exposure Levels. TNO-report V4245.

Bremmer et al. Pest control products factsheet, to assess the risk for the consumer. RIVM 2002. Report 613340003/2002. (Nederlandse versie - Rapport 613340002/2002).

R. Gerritsen-Ebben et al. (2007) Effective personal protective equipment (PPE). TNO report V733.

L.CH. Lodder et al. Disinfectants products factsheet. To assess the risks for the consumer( 2006). RIVM report 320005003.

Milieu

Ctb (2005) Tijdelijke beoordelingsmethodiek drinkwatercriterium1Voor verhardingen.

College (2009) Metabolieten

MAMPEC 2.5 http://delftsoftware.wldelft.nl/

Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a

Bacterie log reduction Bacteriespore log reduction Gist log reduction Schimmel log reduction Virus log reduction
Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep
Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden 5 3 5 4 4
Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden 4 1 4 3 4
Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders 5 3 4 4 4

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8.12. Tarief voor vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen

Vervallen

Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving

§ 5. Reiniging

Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen

A. Eindtermen voor onderwijs inzake het getuigschrift voor het afweren of bestrijden van een dierplaag of het bestrijden van houtrotverwekkende schimmel

De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:

B. Eindtermen voor het onderwijs inzake de verlenging van een bewijs van vakbekwaamheid voor het afweren of bestrijden van een dierplaag of het bestrijden van een houtrotverwekkende schimmel

Degene die in het bezit is van een getuigschrift voor het afweren of bestrijden van een dierplaag of het bestrijden van houtrotverwekkende schimmels en in aanmerking wil komen voor verlenging van het getuigschrift dat op het moment waarop de verlenging van kracht wordt niet ouder is dan vijf jaar, dient:

Deel A bevat de op grond van artikel 12, tweede lid, Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, aangewezen richtsnoeren.

Algemeen

Werkzaamheid

Fysische/chemische eigenschappen

Deel b: nationaal aangewezen methodieken en modellen

Algemeen

Milieu

College (2009) Combinatietoxicologie

Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a

Bacterie log reduction Bacteriespore log reduction Gist log reduction Schimmel log reduction Virus log reduction
Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep
Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden 5 3 5 4 4
Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden 4 1 4 3 4
Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders 5 3 4 4 4

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 11.10d

Een licentie voor het beheersen van knaagdieren door een agrarische ondernemer op het eigen bedrijf die is afgegeven voor 1 november 2017 geldt als een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf, bedoeld in bijlage VI, onderdeel E.

B. Voorwaarden voor verlenging van een bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen

Een bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen wordt door de Stichting Examen- en Certificeringsinstituut Plaagdierpreventie of de Stichting Certificeringsinstituut Plaagdierbeheersing, Milieu en Volksgezondheid verlengd indien:

A. Eindtermen voor het onderwijs inzake het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8.13. Reiniging van verpakkingen

Vervallen

Artikel 8.14. Keuring van gewasbeschermingsapparatuur
1.

Een keuringsbewijs als bedoeld in artikel 32b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden heeft een geldigheid van drie jaren na de datum van afgifte.

2.

In afwijking van het eerste lid heeft een keuringsbewijs voor laagvolume ruimtebehandelingsapparatuur, granulaat- en poederstrooiers, mechanisch voortbewogen onkruidstrijkers en neerwaartse spuitapparatuur met een spuitboom kleiner dan of gelijk aan drie meter een geldigheid van zes jaren na de datum van afgifte.

3.

Apparatuur specifiek bestemd voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die professioneel worden gebruikt is uiterlijk iedere drie jaar gekeurd; voor deze apparatuur met een bouwjaar na 2013 geldt dat deze uiterlijk drie jaar na de aankoopdatum voor het eerst is gekeurd.

4.

In afwijking van de drie jaar bedoeld in het derde lid wordt laagvolume ruimtebehandelingsapparatuur, granulaat- en poederstrooiers, mechanisch voortbewogen onkruidstrijkers en neerwaartse spuitapparatuur met een spuitboom kleiner dan of gelijk aan drie meter uiterlijk iedere zes jaar gekeurd.

5.

Op handapparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en rugspuiten is de keuring als bedoeld in artikel 32b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden niet van toepassing.

6.

Apparatuur voor het behandelen van zaaizaad wordt elke zes jaar gekeurd, voor het eerst uiterlijk:

Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 11.10e
1.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verleent op aanvraag voor een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren het Bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming als wordt aangetoond dat de aanvrager voor 1 juni 2018 werkzaam was als voorlichter op het gebied van gewasbescherming en daarnaast voldoet aan de eisen gesteld in artikel 6.3, negende lid, onderdeel a, of een vergelijkbaar vakbekwaamheidsbewijs verleend door een andere lidstaat.

2.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verleent op aanvraag voor een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren het Bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming als wordt aangetoond dat de aanvrager zich heeft ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 6.3, negende lid, onderdeel b, en deze opleiding voldoet aan de eisen gesteld in artikel 6.3, negende lid, onderdeel a en uiterlijk op 1 januari 2021 met succes is afgerond.

3.

Een voor 1 januari 2019 verleend Bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming is tot uiterlijk 1 januari 2024 geldig. Een na 31 december 2018 verleend bewijs van Vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming is uiterlijk tot vijf jaar na de datum van afgifte geldig. De geldigheid van deze vakbekwaamheidsbewijzen kan telkens met een maximale periode van vijf jaren verlengd worden.

Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8.3a. (Uitzonderingen op gebruiksverbod aflopend op 1 april 2022)

Vervallen

§ 4. Heffingen

B. Gasmeetdeskundige

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 4.1a. Erkenning voor onderzoek met niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen of niet-toegelaten gebruik

Bij de beoordeling van een aanvraag van een bedrijf of instelling voor een erkenning als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de wet wordt gekeken of een bedrijf of een instelling voldoende zekerheid biedt dat aan de volgende voorwaarden kan worden voldaan:

Hoofdstuk 5. Het register van het college en openbaarmaking

Hoofdstuk 6. Bewijs van vakbekwaamheid voor handel en gebruik

§ 1. Bewijs van vakbekwaamheid

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen inzake handel

Hoofdstuk 8. Gebruik

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 9.8. Strafrechtelijke handhaving

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 69, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625.

Artikel 6.8. Goedkeuring tarieven bewijs van vakbekwaamheid
1.

De instantie die een bewijs van vakbekwaamheid kan verlenen of intrekken, bedoeld in artikel 71, derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, van de wet, kan tarieven vaststellen voor de gemaakte kosten ter zake van het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c, en artikel 17a, eerste lid, van het besluit.

2.

Tarieven, alsmede de wijzigingen daarvan, voor de vergoeding die de instantie in rekening brengt voor het verlenen van een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in het eerste lid behoeven de goedkeuring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

3.

De goedkeuring van de tarieven, bedoeld in het tweede lid, wordt onthouden indien de tarieven hoger zijn dan noodzakelijk, uitgaande van een redelijke toerekening van de totale kosten en opbrengsten, waarbij de vergoeding van een bewijs van vakbekwaamheid niet meer bedraagt dan nodig ter dekking van de gemaakte kosten in verband met de verrichte activiteiten.

4.

De instantie die een bewijs van vakbekwaamheid kan verlenen of intrekken, bedoeld in artikel 71, derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, van de wet, maakt de tarieven bekend op haar website.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)