Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945-2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Type Archiefselectielijst
Publication 2007-10-14
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 16 maart 2007, arc-2007.03686/1);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) en de daaronder ressorterende actoren op het beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945–2000’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument

voor het beleidsterrein Voedselvoorziening en Agrarisch Markt- en prijsbeleid (1934) (1945–2000)

Dit document is geldig voor de zorgdragers:

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Minister van Justitie

Minister van Economische Zaken

Minister van Financiën,

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVE)

Versie september 2007

Inhoudsopgave

Lijst van Afkortingen

Verantwoording

Doel en de werking van het BSD

Afbakening van het beleidsterrein

Doelstelling en beleidsinstrumenten

De actoren op het beleidsdsterrein die in dit BSD worden meegenomen

Selectiedoelstelling

Selectiecriteria

Verslag vaststellingsprocedure

Leeswijzer

Actorenoverzicht

Markt en prijsbeleid

Deel 1: Handelingen van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Deel 2. Handelingen van actoren onder het zorgdragersschap van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Aan- en Verkoopbureaus

Algemene Inspectie Dienst (AID)

Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening

College van Overleg voor de Voedselvoorziening

College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden

College van Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening

College voor de Voedselvoorziening

Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven

Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen

Commissie van beheer Voedselvoorziening Importbureau (VIB)

Commissie van Bijstand

Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen

Commissie voor de Bodemproductie

Commissies van Bijstand Voedselvoorziening Importbureau (VIB)

Coördinatieraden voor de voedselvoorziening

Landbouw-Economisch Instituut (LEI)

Landelijke adviescommissie inzake de superheffing

Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen

Productiecommissarissen

Raad van Advies en Toezicht van de Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)

Raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau

Raad voor de Voedselvoorziening

Regeringscommissaris voor de Akkerbouw en de Veehouderij

Regeringscommissaris voor de Bodemproductie

Sectorspecifieke commissies garantieprijsbeleid

Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening

Staatsbosbeheer (SBB)

Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (O&S-fonds)

Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen (STULM 1963)

Stichting tot uitvoering van landbouwmaatregelen (STULM 1974)

Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)

Deel 3. Handelingen van overige actoren

Minister van Economische Zaken

Minister van Financiën

Minister van Justitie

Actoren die ressorteren onder het zorgdragerschap van de Minister van Justitie

Tuchtrechters voor de voedselvoorziening

Centraal College voor de Tuchtrechtspraak

Hoofdambtenaren en ambtenaren voor de tuchtrechtspraak

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Productschap voor Vee en Vlees (PVV)

Lijst van Afkortingen

AID: Algemene Inspectiedienst

AO: Administratieve organisatie

APVA: Agrarische Produktie, Verwerking en Afzet (directie -, LNV)

BNP: Bruto Nationaal Product

BSE: Boviene spongiforme encefalopathie (gekke-koeienziekte)

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

CB: Coördinerend Bureau van de directie Internationale Zaken (LNV)

CCCD: Centrale Crisis Controledienst

CCD: Centrale Controledienst

CDK: Centraal Distributiekantoor

CEVV: Commissie voor de Economische Verdedigingsvoorbereiding

DBA: Directie Bedrijfsstructurele Aangelegenheden (LNV)

DBH: Districtsbureauhouder

DGIS: Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (BuiZa)

DUR: Dienst Uitvoering Regelingen

DUR: Directie Uitvoering Regelingen (LNV)

EBU: Europese Betalingsunie

EC: Europese Commissie

EEG: Europese Economische Gemeenschap

EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

EG: Europese Gemeenschap

EMS: Europees Monetair Stelsel

EMU: Europese Monetaire Unie

EOGFL: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw

EOGFL-G: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie

EOGFL-O: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie

EU: Europese Unie

EZ: Economische Zaken (ministerie van -)

FAO: Food and Agricultural Organisation (Wereldvoedselorganisatie)

GATT: General Agreement on Tariffs and Trade

GLB: Gemeenschappelijk landbouwbeleid

GMO: Gemeenschappelijke marktordening

GVE: Grootvee-eenheid

GWWD: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Stb. 1992, 585)

HID: Hoofdingenieur-directeur (voor de bedrijfsontwikkeling) (LNV)

HPA: Hoofdproductschap Akkerbouw

IDES: Interactive Data Entry System

I&R: Identificatie en registratie

LASER: Landelijke Service bij Regelingen van het ministerie van LNV

LEF: Landbouw-Egalisatiefonds

LEI: Landbouw-Economisch Instituut

LNO: Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie (Provinciaal Apparaat -, LNV)

LNV: Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (ministerie van -)

LRE: Landbouwrekeneenheid

LVV: Landbouw, Voedselvoorziening en Visserij (Commissie voor -) (Benelux)

MCB’s: Monetair Compenserende Bedragen

MIO: Methode Institutioneel Onderzoek

MKZ: Mond- en klauwzeer

MOEL: Landen van Midden- en Oost-Europa

MvA: Memorie van Antwoord

MVH: Medeverantwoordelijkheidsheffing

MvT: Memorie van Toelichting

NGE: Nederlandse grootte-eenheid

OVO: Onderwijs, voorlichting & onderzoek

PA: Productschap Akkerbouw

PbEG: Publicatieblad der Europese Gemeenschappen

PBO: Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (product- of bedrijfschap)

PGF: Productschap voor Groenten en Fruit

PGZP: Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten

Pivot: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PVV: Productschap voor Vee en Vlees

PZ: Productschap Zuivel

RBVVO: Rijksbureau voor de Voorbereiding van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (later: Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd)

RECOBAA: Regeringscommissaris voor de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden

SER: Sociaal-Economische Raad

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

STOPA: Stichting Overname Pootaardappelen

STULM: Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen 1974

Trb.: Tractatenblad

VB: 1. Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied

VIB: 2. Voedselvoorziening Import Bureau (Stichting -);

Voedselvoorzieningsin- en verkoopbureau

WBO: Wet op de Bedrijfsorganisatie

WHO: Wereldhandelsorganisatie

WTO: World Trade Organization

ZBO: Zelfstandig bestuursorgaan

Verantwoording

Voor u ligt het Basis Selectie Document (BSD) Agrarisch Markt- en Prijsbeleid en Voedselvoorziening. Een onderzoek naar het overheidshandelen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op het gebied van het Markt- en prijsbeleid (1934) (1945-2000).

Een deel van de handelingen die vallen onder het zorgdragerschap van het ministerie van defensie

Doel en de werking van het BSD

De voorliggende selectielijst geldt voor alle actoren onder de archiefzorg van de minister van LNV. Elke actor selecteert de neerslag van zijn handelen binnen het beleidsterrein Pachtbeleid voortaan met deze lijst. Voor handelingen op andere beleidsterreinen gelden andere selectielijsten.

Enkele in het oog springende kenmerken van een selectielijst zijn de volgende.

Afbakening van het beleidsterrein

Het beleidsterrein Agrarisch markt- en prijsbeleid en Voedselvoorziening heeft raakvlakken met veel andere beleidsterreinen.

Agrarische exportbevordering

Het stimuleren van de agrarische export kent twee niveaus: autonoom door de Nederlandse overheid en binnen de regels van de Europese Unie.

De uitvoer van agrarische producten naar markten buiten de EU, waar de prijzen lager liggen dan in Europa, kan in het kader van het gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid worden ondersteund door exportrestituties. Sinds het begin van de jaren ’60 bepaalt de EU hoeveel subsidie de lidstaten mogen verstrekken ten behoeve van agrarische exporten naar derde landen. De regelgeving die van toepassing is op deze vorm van markt- en prijsbeleid kan niet los worden gezien van het stelsel van invoerheffingen en invoer- en uitvoercertificaten, en wordt behandeld in het voorliggende rapport.

De agrarische exportbevordering die bestaat uit het Nederlandse stimuleringsbeleid dat niet onder de noemer van markt- en prijsbeleid valt, wordt behandeld in het beleidsfacet Agrarische exportbevordering. Dit beleidsterrein, beschreven in Pivot-rapport nr. 80 (Agrarische handelspolitiek en exportbevordering), heeft als spits de zuivere bevordering van de agrarische export middels onder meer promotie en marktonderzoek, sinds 1998 geformuleerd als: stimulering van de internationalisering en internationale markttoegang van de agribusiness. In het voorliggende rapport wordt echter de generieke promotie van landbouwproducten in derde landen, die naadloos aansluit op die op de interne markt, behandeld (zie Deel 7).

Agrarische handelspolitiek

Het doel van de overheid ten aanzien van de agrarische handelspolitiek kan worden samengevat als: het bevorderen van de verruiming van de internationale agrarische handel en de vermindering van handelsbelemmeringen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen het beleid op de lange en op de korte termijn. Op de lange termijn is het doel gericht op zo gezond mogelijke internationale concurrentieverhoudingen en op de korte termijn staat het oplossen van plotselinge marktverstoringen voorop.

In de zin als hierboven geschetst heeft de agrarische handelspolitiek een ruimere, meer overstijgende strekking dan het specifiekere, op de Europese landbouwmarkt gerichte agrarisch markt- en prijsbeleid.

In het contextrapport betreffende de agrarische handelspolitiek zijn overigens ook handelingen betreffende vergunningen en invoerheffingen opgenomen, en wel voor de producten cacao en koffie.

Bedrijfsorganisatie

De bedrijfsorganisatie (bedrijfschappen en vakorganisaties), ontstaan tijdens de bezetting, was gericht op de agrarische en voedselverwerkende sectoren en ressorteerde dan ook onder het departement van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Pas in de jaren ’50 werden de bedrijfslichamen-oude stijl vervangen door product- en bedrijfschappen op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie, een wet die tevens de instelling van de SER regelde en het stelsel van de bedrijfslichamen uitbreidde tot de niet-agrarische sectoren van productie en handel. Deze bedrijfsorganisatie-nieuwe stijl heeft een ruimere economische strekking en wordt daarom niet beschreven in het onderhavige rapport, maar in een afzonderlijk Pivot-contextrapport (nr. 58, Sociaal-Economische Raad).

Buitenlandse Zaken

In het onderwerp voedselhulp aan derde landen raakt het beleidsterrein Agrarisch markt- en prijsbeleid dat van Buitenlandse Zaken. Binnen dit laatste ministerie is de minister van Ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk voor de voedselhulp, soms afkomstig uit interventievoorraden, vaker uit specifieke voedselaankopen. In Pivot-rapport nr. 103, Gedane buitenlandse zaken, zijn enkele handelingen terzake (maar niet van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) opgenomen. (Zie verder onder kopje Ontwikkelingssamenwerking.)

Gezondheid en welzijn van dieren

De Europese dierpremieregelingen zijn nauw gerelateerd aan het I&R-systeem voor dieren, dat valt onder de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Deze wet neemt een belangrijke plaats in in Pivot-rapport nr. 107, Gezondheid en welzijn van dieren.

Invoerrechten en accijnzen

Het agrarisch markt- en prijsbeleid raakt aan het beleid op het gebied van invoerrechten en accijnzen. De invoer is immers gebonden aan heffingen, terwijl in 1996 de landbouwheffingen onder het regime van de douanerechten werden gebracht. Pivot-rapport nr. 38, De grens geslecht, gaat over de invoerrechten en accijnzen in algemenere zin. In het voorliggende rapport wordt onder meer naar rapport nr. 38 verwezen in het kader van vrijstelling van belastingen bij invoer (actief veredelingsverkeer).

Landbouwstructuurbeleid

Landbouwstructuurbeleid is een van de pijlers van landbouwbeleid, samen met markt- en prijsbeleid. Door ondersteuning van en ingrijpen in de structuur van de agrarische productie, verwerking en afzet poogt de overheid middels een complex van technische overheidsmaatregelen met betrekking tot de landbouw sturing te geven aan de productiefactoren of productiemiddelen in de landbouw. Het agrarisch markt- en prijsbeleid daarentegen richt zich – zoals al in de naam tot uitdrukking komt – op de prijsvormingskant van de producten. In de praktijk blijkt echter dat de grens soms niet scherp is te trekken. Een afzonderlijk Pivot-rapport behandelt het landbouwstructuurbeleid.

Landbouwkwaliteit en voeding

Als het gaat om de voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid, dan kan men niet heen om de kwaliteit van de betreffende landbouwproducten. Met name ook in het kader van de invoer en uitvoer is het van groot belang dat de producten voldoen aan hoge standaarden. Vandaar ook de vele uitvoercontrolebeschikkingen. Deze en daarmee samenhangende zaken worden behandeld in het contextrapport over landbouwkwaliteit en voeding.

Ontwikkelingssamenwerking

Voedselhulp kan worden gegeven door aankoop van aparte partijen voedsel, maar ook door aanwending voor dat doel van interventievoorraden. In die zin is er een relatie te leggen met het agrarisch markt- en prijsbeleid en de voedselvoorziening. Aangezien echter de hoofdverantwoordelijkheid ligt bij de minister van Ontwikkelingssamenwerking, behoort het onderwerp voedselhulp aan derde landen in het daarop betrekking hebbende contextrapport (Pivot-rapport nr. 103, Gedane buitenlandse zaken) te worden ondergebracht.

Pachtbeleid

Beleid waarbij de grondgebonden productie zo belangrijk is als bij het agrarisch markt- en prijsbeleid, heeft onvermijdelijk raakvlakken met het pachtbeleid. Zo heeft bedrijfsoverdracht vrijwel altijd consequenties voor de toepassing van productieregelingen, zoals de superheffing. Het pachtbeleid wordt uitgewerkt in Pivot-rapport nr. 35, Pacht- en Grondprijsbeleid.

Prijsbeleid

De algemene kaders van het prijsbeleid worden bepaald door Economische Zaken (Prijzenwet, behandeld in Pivot-rapport nr. 108, Prijsbeleid en Economische controle). De minister van Landbouw kan echter regels stellen ten aanzien van de prijzen voor landbouwproducten (o.a. Landbouwwet, art. 17). In 1958 is bij KB vastgesteld dat overeenstemming met de minister van EZ vereist is, wanneer beschikkingen bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen (Stb. 1958, 167). Het eerder genoemde rapport beschrijft met name het aandeel van de minister van Economische Zaken en verwijst voor de rol van LNV en de productschappen naar de contextrapporten van LNV (blz. 5 en 13).

Sociaal-Economische Raad

De productschappen spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het agrarisch markt- en prijsbeleid. De bedrijfschappen-oude stijl werden ingesteld en opgeheven door de daarvoor verantwoordelijke ministers, meestal de minister van Landbouw. De op de WBO gebaseerde bedrijfslichamen eveneens, totdat de SER die rol kreeg toebedeeld in 1992. De instellingshandelingen betreffende de product- en bedrijfschappen staan in Pivot-rapport nr. 58, Sociaal-Economische Raad (handelingen nr. 79 t/m 84).

Doelstelling en beleidsinstrumenten

Tijdens de schaarste van voor de Tweede Wereldoorlog werden de prijzen van landbouwproducten niet alleen gereguleerd om macro-economische redenen, maar ook als garantie voor de voedselvoorziening. Er was niet zozeer sprake van markt- en prijsbeleid als wel van een bepaling van zowel de prijzen als de gewenste productie.

Pas begin jaren ’50 werd begonnen met het systeem van garantieprijzen, onder andere gerealiseerd middels invoerheffingen en exportrestituties, het eigenlijke markt- en prijsbeleid. Dit beleid streeft naar stabilisering van de prijsvorming voor landbouwproducten.

In het kort kunnen de doelstellingen van het voedselvoorzienings- en markt- en prijsbeleid als volgt worden weergegeven:

De Landbouwwet (1957), ten slotte, kan worden aangemerkt als wettelijke basis van het latere voedselvoorzienings- en markt- en prijsbeleid. De doelstelling van deze kaderwet kan derhalve ook worden gelegd onder het agrarisch markt- en prijsbeleid. Die doelstelling luidt als volgt: ‘Het bevorderen van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van producten’ (art. 13).

De actoren op het beleidsdsterrein die in dit BSD worden meegenomen

In dit BSD wordt de neerslag beschreven van de handelingen van ondermeer de onderstaande actoren:

Aan- en Verkoopbureaus

Algemene Inspectiedienst (AID)

Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening

College van Overleg voor de Voedselvoorziening

College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden

College van Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening

College voor de Voedselvoorziening;

Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven (plaatselijk/provinciaal)

Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen

Commissie van beheer VIB

Commissies van Bijstand (voor de Bodemproductie)

Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen

Commissie voor de Bodemproductie

Commissies van Bijstand VIB

Coördinatieraden voor de voedselvoorziening

Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen

Productiecommissarissen

Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB

Raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau

Raad voor de Voedselvoorziening

Regeringscommissaris voor de Akkerbouw en de Veehouderij

Regeringscommissaris voor de Bodemproductie

Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening

Staatsbosbeheer

Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (O&S-fonds)

Stichting tot uitvoeringk van landbouwmaatregelen (STULM 1963)

Stichting tot uitvoeringk van landbouwmaatregelen (STULM 1974)

Stichting VIB

Minister van Ecnomische Zaken,

Minister van Financiën,

Minister van Justitie,

Actoren die onder het zorgdragerschap van de Minister van Justitie ressorteren:

– Hoofdambtenaren en ambtenaren voor de tuchtrechtspraak,

– Tuchtrechters,

– Centraal college voor de tuchtrechtspraak,

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Productschap voor Vee en Vlees (PVV)

Selectiedoelstelling

De selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst (RAD) is bij de behandeling van de nieuwe Archiefwet (1995) in 1994 verwoord door de Staatssecretaris van Cultuur. Deze is erop gericht dat met de te bewaren gegevens een reconstructie van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving mogelijk moet zijn, waardoor bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring.

Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.

Selectiecriteria

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria. De cultuurhistorische waarde van handelingen wordt getoetst aan de onderstaande algemene selectiecriteria.

1.

Handelingen die betrekking hebben op de voorbereiding en bepaling van het beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Agendavorming, analyse van informatie, beleidsadvisering, beleidsvoorbereiding of -planning, besluitvorming over de inhoud van beleid, terugkoppeling van beleid. Zowel de keuze als de specificatie van de doeleinden en instrumenten

2.

Handelingen die betrekking hebben op de evaluatie van het beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Beschrijving en beoordeling van de inhoud, het proces of de effecten van beleid, toetsing van en toezicht op beleid. Niet perse leidend tot consequenties zoals bij terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op de verantwoording aan andere actoren van de hoofdlijnen van het beleid

Toelichting: Ook verslaglegging ten aanzien van de beleidsmatige hoofdlijnen

4.

Handelingen die betrekking hebben op de (her)inrichting van organisaties belast met het beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Instelling, wijziging, opheffing en werkwijze van organen, organisaties of onderdelen daarvan

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt de toepassing verstaan van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen, voor zover die in direct verband staan met voor Nederland bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Zoals wanneer de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of in noodsituaties

Naast de algemene criteria kunnen in overleg met de RAD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).

Conform het Archiefbesluit 1995, art. 5, onder d 1° worden in het BSD de algemene criteria en eventuele beleidsterrein-specifieke criteria opgesomd om verantwoording te geven van de wijze waarop toepassing is gegeven aan het selectiebeleid van de RAD.

Overigens verlangt art. 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 276) dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is

gewaardeerd in speciale gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. Hiertoe moet de volgende formule in het BSD worden opgenomen:

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Verslag vaststellingsprocedure

Vaststelling BSD

In 2005 is het ontwerp-BSD namens de zorgdragers aan destijds de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 2 januari 2007 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals bij de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 16 maart 2007 bracht de RvC advies uit (arc-2007.03686/1), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

Daarop werd het BSD op 18 september 2007 door de algemene rijksarchivaris namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (C/S&A/07/2282] en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit [C/S&A.07/2277], de minister van Financiën [C/S&A.07/2278], de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [C/S&A.07/2279], de minister van Justitie [C/S&A.07/2280] en de minister van Economische Zaken [C/S&A.07/2281] vastgesteld.

Leeswijzer

De selectielijsten bestaan uit handelingenblokken. In onderstaande tabel wordt uiteengezet welke informatie in een handelingenblok te vinden is.

(X) : Dit is het volgnummer van de handeling.

Dit nummer is overgenomen uit het RIO. Als het volgnummer van één of meerdere handelingen in het BSD afwijkt van het oorspronkelijke RIO-nummer, dan wordt deze vermeld in een concordans.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Bijvoorbeeld:

Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Is geen specifiek beginjaar bekend dan wordt een beginjaar geschat, of 1945– genoemd. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht, indien bekend,.Deze wordt op de volgende manier vermeld:

Bijvoorbeeld:

Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1;

Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3

Besluit registratie justitiële gegevens, art. 8 (Stb. 1958, 467)

NB: Met vindplaats wordt de vermelding in het staatsblad of staatscourant bedoeld.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron (interne regelgeving, beleidsnota’s) worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product: Hier achter staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren.

Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.

Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn, zonodig aangevuld met een bewerkingsinstructie, bijvoorbeeld: ‘v 5 jaar na voltooiing project’.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

Actorenoverzicht

Voor het ministerie van LNV is de selectielijst Agrarisch markt- en prijsbeleid en voedselvoorziening van toepassing voor:

De vastgestelde selectielijst vormt de formele grondslag voor bewerking van archiefbestanden tot vernietiging dan wel overbrenging naar de Rijksarchiefdienst. Tevens wordt de lijst toegepast in het informatiebeheer van alle LNV-onderdelen die bij dit beleidsterrein betrokken zijn. De lijst heeft overigens geen betrekking op het interne functioneren van de genoemde actoren; daarvoor worden beleidsterreinoverstijgende onderzoeken toegepast naar de aandachtsgebieden financiën, personeel, organisatie, huisvesting, informatievoorziening en voorlichting.

De selectielijst treedt in werking twee dagen na publicatie in de Staatscourant en blijft in de huidige vorm hoogstens 20 jaar geldig.

De formeel geldige selectielijsten van LNV strekken zich uit over een heel beleidsterrein (bv. Bosbouw, Mestbeleid) en worden vastgesteld namens de minister van LNV en de staatssecretaris van OCW.

De formeel geldige selectielijsten van LNV strekken zich uit over een heel beleidsterrein (bv. Bosbouw, Mestbeleid) en worden vastgesteld namens de minister van LNV en de staatssecretaris van OCW.

Markt en prijsbeleid

Deel 1: Handelingen van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: B, 1

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van het nationale beleid van andere ministers, voorzover dit (mede) betrekking heeft op (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Opmerking: Met name beleidsmatig overleg met de minister van EZ.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Opmerking: Het gaat hierbij om wet- en regelgeving die niet valt onder specifieke handelingen als geformuleerd in volgende hoofdstukken.

Waardering: B, 1

Handeling: Het instellen van commissies voor advisering over het beleid, de uitvoering daarvan en wet- en regelgeving ten aanzien van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Opmerking: Deze handeling betreft de commissies die niet reeds in andere handelingen zijn benoemd.

Waardering: B, 5

Handeling: Het benoemen van leden van adviescommissies ten aanzien van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Opmerking: Deze handeling gaat ook over plaatsvervangende leden, secretaris en adjunct-secretaris.

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het deelnemen aan advies- en overlegcommissies op een (deel)gebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat bij het ministerie berust

Periode: 1945–

Waardering: B, 1

Handeling: Het deelnemen aan advies- en overlegcommissies op het gebied van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat niet bij het ministerie berust

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het deelnemen aan (het bestuur van) niet als overheidsorgaan aan te merken instellingen op een deelgebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het verlenen van subsidies aan instellingen die een adviserende of uitvoerende taak hebben op het terrein of een deelterrein van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het verlenen van vergoedingen aan commissies die een adviserende of uitvoerende taak hebben op het terrein of een deelterrein van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het voorbereiden van overleg met en informeren van (leden van) de Staten-Generaal over (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: B, 3

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de kamers der Staten-Generaal ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: B, 3

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan (de Commissie van de Verzoekschriften van) de Staten-Generaal naar aanleiding van klachten van burgers betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: B, 3

Handeling: Het informeren van de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: B, 3

Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleidsterrein

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar na uitspraak

Handeling: Het voeren van verweer in beroepschriftenprocedures voor administratiefrechtelijke organen

Periode: 1945–

Opmerking: Te denken valt met name aan het CBB en de Raad van State.

Waardering: V, 20 jaar

Handeling: Het voeren van verweer in strafrechtelijke of civielrechtelijke procedures ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 20 jaar

Handeling: Het informeren van belanghebbenden over beleidsontwikkelingen, regelgeving, subsidiemogelijkheden en overheidsfaciliteiten betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Bron: Begrotingen

Opmerking: Het betreft hier informatie over zowel nationale als internationale (m.n. EU) regelgeving e.d.- Wanneer de internationale (EU-)regelingen niet erg complex zijn, komt er geen afzonderlijke nationale regelgeving en volstaat het ministerie met het opstellen van folders.

Waardering: V. 10 jaar

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en van de resultaten van interne (wetenschappelijke) studies met het oog op de beleidsontwikkeling betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: B, 1 opdracht en het eindproduct

V, 10 jaar het overige materiaal

Handeling: Het (mede) voorbereiden en begeleiden van externe (wetenschappelijke) studies betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 20 jaar

Handeling: Het verlenen van subsidies voor onderzoeksprojecten op het terrein of een deelterrein van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van beleidsvoorbereiding of -evaluatie, dan wel ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Waardering: V, 20 jaar

Handeling: Het machtigen van personen tot het nemen van beslissingen en het ondertekenen van stukken namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor wat betreft aangelegenheden in relatie tot het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Product: machtigings- en mandaatbesluiten

Waardering: B, 5

Handeling: Het instellen van een Nationale Commissie van Advies voor de Europese Landbouwintegratie

Periode: 1952–1957

Grondslag: Besluit tot instelling van de Nationale Commissie van Advies voor de Europese Landbouwintegratie (Stcrt. 1952, 132)

Opmerking: Deze commissie werd genoemd in de Staatsalmanakken van 1954 tot 1957.

Waardering: B, 4

Handeling: Het benoemen van leden van een Nationale Commissie van Advies voor de Europese Landbouwintegratie

Periode: 1952–1957

Opmerking: De samenstelling van de eerste lichting leden werd in het instellingsbesluit bekendgemaakt.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Waardering: B, 1

Handeling: Concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (deze handeling is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).

Product: concept-fiches

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan beheerscomités op het terrein van het agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level-groepen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Waardering: B, 1

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen

Periode: 1958–

Opmerking: Hieronder valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van de commissies en werkgroepen.

Waardering: B, 1

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.

Waardering: B, 1

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1993–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voordragen dan wel benoemen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité inzake het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Grondslag: Richtlijnen

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité

Periode: 1958–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatieoverleg. Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités, alsook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.

Waardering: B, 1

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit op het gebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzing voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Product: Implementatieplan

Waardering: B, 5

Handeling Het rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1945–

Opmerking: De Europese regelgeving (bijv. verordeningen) waarmee de EC de communautaire besluiten uitwerkt, geven aan op welke aspecten de informatie betrekking heeft, bijvoorbeeld de aanwijzing van bevoegde instanties.

Waardering: B, 3

Handleing: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid

Periode: 1958–

Product: Bijv. circulaires

Waardering: B, 5

Handeling: Het benoemen van regeringscommissarissen en/of een College van regeringscommissarissen

Periode: 1934–1940

Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het vaststellen van de instructies voor regeringscommissarissen en/of een College van regeringscommissarissen

Periode: 1934–1940

Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a

Waardering: B, 5

Handeling: Het instellen van een Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening

Periode: 1934–1957

Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 1

Waardering: B,4

Handeling: Het ter benoeming door de Kroon voordragen van leden van de Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening

Periode: 1934–1957

Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 3

Opmerking: Eén lid van de commissie werd voorgedragen door de minister van Financiën en de overige door de minister van Landbouw.

Waardering: V, 2 jaar

Handleing: Het aanwijzen van een of meer regeringscommissarissen die ambtshalve lid zijn van de Centrale Commissie

Periode: 1934–1957

Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 3

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het benoemen van leden van het College voor de Voedselvoorziening, later het College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden

Periode: 1940–1957

Grondslag: Besluit bevoegdheden D-G Voedselvoorziening en instelling College voor de Voedselvoorziening, art. 3

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het vaststellen van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941

Periode: 1940–1957

Waardering: B, 1 Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941 (VB 1941, 69)

Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor de uitvoering van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 25

Waardering: B, 1

Handeling: Het stellen van regels omtrent de opbouw en bevoegdheden van een organisatie voor de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 1, lid 1, en art. 5, lid 2

Product: o.a. Algemeen Reglement betreffende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van organisaties, ingesteld op het gebied der voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 136), Besluit verordenende bevoegdheid Bedrijfsorganisaties Voedselvoorziening (Stcrt. 1943, 186)

Waardering: B, 1

Handeling: Het instellen en opheffen van (hoofd)bedrijfschappen en vakorganisaties op het gebied van de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 5, lid 1

Opmerking: De organisaties konden zelf plaatselijke en provinciale afdelingen instellen (art. 3).

Product Instellingsbesluiten, zoals: Instelling Bedrijfsorganisaties voor Zuivel, Margarine, Vetten en Oliën (Stcrt. 1942, 21), Instelling Bedrijfsorganisatie voor Akkerbouwprodukten, enz. (Stcrt. 1942, 62); Opheffingswetten Bedrijfschappen (Stb. 1954, 452 e.v.)

Waardering: B, 4

Handeling: Het vaststellen van de reglementen van (hoofd)bedrijfschappen en vakorganisaties op het gebied van de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 5, lid 2

Product: Reglementen ‘regelende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid’ van de desbetreffende organisaties

Waardering: B, 1

Handeling: Het aanwijzen van gemachtigden die (mede) toezicht kunnen uitoefenen op de (hoofd)bedrijfschappen

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 11, lid 1

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van bestuursleden van een voedselvoorzieningsorganisatie dan wel het goedkeuren van besluiten daartoe

Periode: 1941–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 5; Wijziging Algemeen Reglement, art. 3a

Opmerking: De voorzitter werd rechtstreeks door de minister benoemd. De benoeming van de overige leden (vanaf 1946 door o.a. de Stichting voor de Landbouw) moest door hem worden goedgekeurd. In bijzondere gevallen kon de minister deze andere leden zelf ontslaan of schorsen.

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het instellen van Commissies van Bijstand voor voedselvoorzieningsorganisaties

Periode: 1946–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 2, lid 2

Waardering: B, 4

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van leden van een Commissie van Bijstand voor een voedselvoorzieningsorganisatie dan wel het goedkeuren van besluiten daartoe

Periode: 1946–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 5; Wijziging Algemeen Reglement, art. 3a

Opmerking: Deze bevoegdheid ontstond bij wijziging van het Algemeen Reglement in 1946 en werd slechts in bijzondere gevallen toegepast. De reguliere benoemingen werden gedaan door o.a. de Stichting voor de Landbouw en de Stichting van de Arbeid. Voordien bepaalde het Algemeen Reglement slechts dat de samenstelling van de commissie voor iedere organisatie afzonderlijk werd geregeld in het reglement van de desbetreffende organisatie.

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het gezamenlijk vaststellen van een arbeidsreglement voor voedselvoorzieningsorganisaties

Periode: 1941–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 10

Opmerking: De organisaties regelden binnen de gestelde kaders zelf de aanstelling van personeel en de arbeidsvoorwaarden.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het goedkeuren van de begroting en het financieel jaarverslag van een voedselvoorzieningsorganisatie

Periode: 1941–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 15, lid 1, en art. 16, lid 1

Waardering: B, 1

Handeling: Het machtigen van een voedselvoorzieningsorganisatie tot het doen van uitgaven en het innen van inkomsten betreffende posten uit de begroting die nog niet zijn goedgekeurd

Periode: 1941–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 15, lid 3

Waardering: B 5

Handeling: Het goedkeuren van bestuursbesluiten tot benoeming of ontslag van een directeur of secretaris van een (hoofd)bedrijfschap-oude stijl

Periode: 1941–1957

Grondslag: Reglementen (hoofd)bedrijfschappen, bijv. Reglement, regelende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit, art. 5, Reglement, regelende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van de Onderbedrijfsorganisatie voor Veevoeder, art. 5

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van een of meer accountants door het bestuur van een organisatie voor de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 18

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor de controle op het financiële beheer van organisaties voor de voedselvoorziening en op de controle die deze organisaties uitoefenen op de bedrijfsgenoten

Periode: 1941–1957

Grondslag: Algemeen Reglement, art. 20, lid 1

Opmerking: Wanneer de minister iemand gemachtigd had voor de uitoefening van het toezicht op een organisatie, werden de controlerende ambtenaren aangewezen door deze gemachtigde.

Waardering: B 5

Handeling: Het goedkeuren, schorsen of vernietigen van verordeningen en uitvoeringsbesluiten van organisaties op het gebied van de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 12, lid 2 en 3; instellingsbesluiten (hoofd)bedrijfschappen; Besluit verordenende bevoegdheid Bedrijfsorganisaties Voedselvoorziening, art. 4, lid 1 en 2

Opmerking: De minister van Landbouw kon bepaalde instanties aanwijzen die deze handeling voor bepaalde verordeningen en besluiten konden uitvoeren. Zo zijn de DG van de Voedselvoorziening (intern) en de hoofdbedrijfschappen (extern) daartoe bevoegd verklaard. Verordeningen inzake prijzen, marges, betalings- en leveringsvoorwaarden behoefden in ieder geval goedkeuring van de minister (tijdens de oorlog: de SG in samenspraak met de Gemachtigde voor de Prijzen). Bij schorsing of vernietiging werden tevens de gevolgen daarvan geregeld. Onder deze handeling vielen dus ook de in de uitvoeringsverordeningen vervatte onderdelen die aparte ministeriële goedkeuring behoefden (cf. Stcrt. 1952, 177 betreffende opslagkostenvergoeding oliën en vetten).

Waardering: B, 5

Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van (hoofd)productschappen waarin de medewerking wordt gevorderd van provinciale en/of gemeentelijke besturen

Periode: 1941–1957

Grondslag: Besluit betreffende verplichte medewerking tot uitvoering van verordeningen op het gebied der voedselvoorziening, art. 3

Opmerking: Andersom gold deze handeling ook, namelijk wanneer in provinciale of gemeentelijke verordeningen op het gebied van de voedselvoorziening de medewerking van (hoofd)bedrijfschappen-oude stijl nodig was.

Waardering: B, 5

Handeling: Het aanwijzen van een ander orgaan voor de uitvoering van taken die eerst aan een voedselvoorzieningsorganisatie waren opgelegd

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 10, lid 2

Waardering: B, 4

Handeling: Het, in het kader van toezicht, inbrengen van departementale standpunten in bestuursvergaderingen van bedrijfschappen-oude stijl

Periode: 1941–1957

Grondslag: Afzonderlijke besluiten verlening verordenende bevoegdheid bedrijfschappen (bijv. Stcrt. 1942, 245)

Waardering: B, 1

Handeling: Het instellen van raden voor de coördinatie van de werkzaamheden van de voedselvoorzieningsorganisaties

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 11, lid 2 en 4

Waardering: B, 4

Handeling: Het stellen van regels voor de benoeming van leden van de Coördinatieraden voor de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 11, lid 3

Waardering: B, 4

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van de Coördinatieraden voor de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 11, lid 3

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het instellen van een Raad voor de Voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 15, lid 1 en 2

Product: Besluit Raad voor de Voedselvoorziening (Stcrt. 1942, 58)

Waardering: B, 4

Handeling: Het benoemen en ontslaan van leden van de Raad voor de Voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Grondslag: Besluit Raad voor de Voedselvoorziening, art. 1, lid 2

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het instellen van het (onofficiële) College van overleg voor de voedselvoorziening

Periode: 1942–1945

Bron: G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger de voedselvoorziening, 1940-1945. Utrecht, 1985. Blz. 122-123.

Opmerking: Dit gebeurde zonder wettelijke grondslag door de DG voor de Voedselvoorziening.

Waardering: B, 4 en 6 jaar

Handeling: Het benoemen van leden van het (onofficiële) College van overleg voor de voedselvoorziening

Periode: 1942–1945

Bron: G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger de voedselvoorziening, 1940-1945. Utrecht, 1985. Blz. 122-123.

Opmerking: Dit gebeurde zonder wettelijke grondslag door de DG voor de Voedselvoorziening.

Waardering: B, 6

Handeling: Het instellen en opheffen van Aan- en Verkoopbureaus

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 14; instellingsbesluiten (hoofd)bedrijfschappen

Waardering: B, 4

Handeling: Het bepalen van het tijdstip waarop de rechten van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam overgaan op een aan- en verkoopbureau dat hiervoor in de plaats komt en het beslissen inzake het overnemen van verplichtingen

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 16

Waardering: B, 4 jaar

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van reglementen betreffende de inrichting, taak en bevoegdheden van Aan- en Verkoopbureaus

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 14

Waardering: B, 4 Reglementen

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van directeuren van Aan- en Verkoopbureaus

Periode: 1941–1957

Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van gemachtigden die (mede) toezicht kunnen uitoefenen op de aan de (hoofd)bedrijfschappen toegevoegde Aan- en Verkoopbureaus

Periode: 1941–1957

Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 14, lid 3

Opmerking: De toezichtstaak werd eerst uitgevoerd door de DG van de Voedselvoorziening, daarna door de productschappen.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het instellen van een raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau

Periode: 1941–1957

Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Tuinbouw- en Sierteeltprodukten, art. 5, lid 1

Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening kon deze handeling uitvoeren in het kader van het aan hem opgedragen toezicht.

Product: Beschikkingen tot instelling van een Raad van Toezicht van een Aan- en Verkoopbureau, bijv. Beschikking Raad van Toezicht van het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwproducten (Stcrt. 1952, 107)

Waardering: B, 4

Handeling: Het benoemen van de leden van een raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau

Periode: 1941–1957

Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Tuinbouw- en Sierteeltprodukten, art. 5, lid 1

Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening kon deze handeling uitvoeren in het kader van het aan hem opgedragen toezicht.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het beslissen over geschillen tussen een Aan- en Verkoopbureau en de raad van toezicht daarvan

Periode: 1941–1957

Grondslag: Beschikkingen tot instelling van een Raad van Toezicht van een Aan- en Verkoopbureau, bijv. Beschikking Raad van Toezicht van het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwproducten (Stcrt. 1952, 107), art. 4, lid 2

Waardering: B 5

Handeling: Het beslechten van geschillen tussen een Aan- en Verkoopbureau en een (hoofd)bedrijfschap-oude stijl

Periode: 1941–1957

Grondslag: Reglementen (hoofd)bedrijfschappen, bijv. Reglement Onderbedrijfsorganisatie voor Granen, Zaden en Peulvruchten, art. 7, lid 2

Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening was hiertoe aangewezen.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van regels voor de financiële administratie van Aan- en Verkoopbureaus

Periode: 1941–1957

Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten, art. 7, lid 1

Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening kon deze handeling uitvoeren in het kader van het aan hem opgedragen toezicht.

Waardering: B, 5

Handeling: Het vaststellen van regels voor het door de Aan- en Verkoopbureaus opleggen van heffingen ter financiering van de administratiekosten

Periode: 1941–1957

Opmerking: De heffing bedroeg een bepaald klein percentage van de monopolieheffing op in- of uitvoer.

Waardering: B, 5 Heffingsbesluit 1943 Vee- en Vleesch Aankoopbureau (Stcrt. 1943, 28); e.a.

Handeling: Het vaststellen van regels betreffende de interne mandatering van bevoegdheden op het gebied van de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Opmerking: Bijv. mandatering van DG, Provinciale Voedselcommissarissen en bijzondere functionarissen voor grote-stadsgebieden.

Waardering: B, 5 Mandateringsbesluiten gepubliceerd in Stcrt. 1944, 173A

Handeling: Het (intern) verantwoording afleggen van de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden op het gebied van de voedselvoorziening

Periode: 1941–1957

Waardering: B, 5 jaar

Handeling: Het aanwijzen van functionarissen belast met de leiding over de voedselvoorziening in grote-stedengebieden

Periode: 1941–1957

Bron: Besluit nr. 6051, d.d. 27 april 1943, als gewijzigd, art. 1, lid 3

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het deelnemen aan bestuursvergaderingen van product- en bedrijfschappen

Periode: 1954–

Grondslag: WBO

Opmerking: Het gaat om het algemene toezicht via de vertegenwoordiging in bestuursvergaderingen.

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van KB’s waarbij productschappen de bevoegdheid krijgen om prijzen voor landbouwproducten vast te stellen

Periode: 1958–

Grondslag: Instellingswetten productschappen

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van regelgeving inzake de overdracht van bevoegdheden aan product- of bedrijfschappen ten aanzien van de uitvoering van het communautaire agrarisch markt- en prijsbeleid (medebewind)

Periode: 1958–

Grondslag: Landbouwwet, art. 45, lid 1; Wijziging Landbouwwet (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 1; In- en uitvoerwet, art. 11

Product: Prijzenbeschikking Siergewassen 1958 (Stcrt. 1958, 89); In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1958 (Stcrt. 1958, 81) (elf stuks); In- en uitvoerbeschikking landbouwprodukten 1958 (Stcrt. 1958, 115); In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1963 (Stcrt. 1962, 242) (elf stuks), Overdrachtsbeschikking In- en uitvoerwet 1968 (Stcrt. 1968, 189);

Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen (Stcrt. 1966, 205); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967, Produktschap voor Groenten en Fruit (Stcrt. 1967, 121); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967 Produktschappen voor GZP en MVO (Stcrt. 1967, 114); Besluit Delegatie bepaalde bevoegdheden In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1998, 13); Regeling houdende Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999 (Stcrt. 1999, 108)

Opmerking: Wanneer het bevoegdheden betreft die de minister van Landbouw uitoefent in overeenstemming met de minister van Economische Zaken, gebeurt de overdracht uiteraard in onderlinge overeenstemming. De genoemde producten vormen slechts een greep uit de vele specifieke overdrachtsregelingen.

Waardering: B, 4 en 5

Handeling: Het stellen van regels inzake de uitoefening van aan product- of bedrijfschappen overgedragen bevoegdheden inzake het markt- en prijsbeleid voor agrarische producten

Periode: 1966–

Grondslag: Landbouwwet, als gewijzigd (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 1

Opmerking: Hieronder vallen ook de aanwijzingen als bedoeld in de overdrachtsbeschikkingen.

Waardering: B, 4 en 5

Handeling: Het goedkeuren van ontwerp-verordeningen van productschappen die zijn vastgesteld op basis van een overgedragen bevoegdheid

Periode: 1958–

Grondslag: Landbouwwet, als gewijzigd (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 2; Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen, art. 3; In- en uitvoeringsbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963

Opmerking: Goedkeuring van de minister van Economische Zaken is vereist wanneer het voorschrift waarbij de bevoegdheid is overgedragen, werd vastgesteld in overeenstemming met deze minister. Goedkeuring kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht en het algemeen belang.

Waardering: B, 5

Handeling: Het aanwijzen van productschappen die aan functionarissen van een ander productschap volmacht mogen verlenen tot het verrichten van bepaalde handelingen krachtens een op grond van artikel 23 Landbouwwet overgedragen bevoegdheid

Periode: 1975–

Grondslag: Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen, als gewijzigd, art. 3a; Beschikking Landbouwheffingen- en -restitutieregime 1968-II, als gewijzigd, art. 33a

Opmerking: De beschikkingen terzake noemen de volmachtgevende en de volmachtontvangende productschappen, alsmede de producten en/of handelingen ten aanzien waarvan de bevoegdheid mag worden uitgeoefend.

Product: Toepassingsbeschikkingen art. 3a van de Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen c.q. art. 33a van de Beschikking Landbouwheffingen- en -restitutieregime 1968-II

Waardering: B, 4 en 5

Handeling: Het goedkeuren van door productschappen vastgestelde controlememoranda betreffende de uitvoering in medebewind van Europese agrarische markt- en prijsregelingen

Periode: 1996–

Bron: Gedragscode Medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Waardering: B, 3 en 5

Handeling: Het goedkeuren van de Administratieve Organisatie van productschappen in het kader van de uitvoering in medebewind van Europese agrarische markt- en prijsregelingen

Periode: 1996–

Bron: Gedragscode Medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Waardering: B 4 en 5

Handeling Het rapporteren in het kader van de controle op de uitvoering van de door de productschappen in medebewind uitgevoerde Europese agrarische markt- en prijsregelingen

Periode: 1966–

Bron: Gedragscode Medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Waardering: B, 3

Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen naar aanleiding van aanbevelingen en conclusies van controlerapporten betreffende de in medebewind uitgevoerde Europese agrarische markt- en prijsregelingen

Periode: 1966–

Bron: Gedragscode Medebewind Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Waardering: B, 3 en 5

Handeling: Het vaststellen van regelingen betreffende de vergoeding van de kosten van medebewind aan de productschappen

Periode: 1980–

Grondslag: Landbouwwet, art. 4, lid 2; na intrekking van dit artikel: Landbouwwet, art. 23 (cf. Stcrt. 2000, 132)

Product: Medebewindskostenbeschikking 1980 (J.3992)

Waardering: B, 5

Handeling: Het vaststellen van verdeelsleutels voor de toerekening van de gemeenschappelijke directe kosten die de productschappen maken bij de uitvoering van medebewindstaken

Periode: 1980–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 6, lid 2

Opmerking: Het betreft direct aanwijsbare kosten van personele en materiële aard, evenals een aandeel in de indirecte kosten van toezicht en leiding en van hulpverlenende afdelingen. Dit gebeurt in overleg met de productschappen. Bij gebrek aan overeenstemming beslist de minister.

Waardering: V, 6 jaar

Handeling: Het vaststellen van verdeelsleutels voor de berekening van het op de Rijksbijdrage in mindering te brengen evenredig aandeel van aan een productschap toegevallen baten

Periode: 1980–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 14, lid 2

Opmerking: Het betreft bijvoorbeeld renten op uitstaande gelden, opbrengsten van buiten gebruik gestelde bedrijfsmiddelen, enz.Dit gebeurt in overleg met de productschappen.

Waardering: V, 6 jaar

Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen betreffende de wijze van uitvoering van medebewindstaken

Periode: 1980–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 6, lid 3, art. 8

Opmerking: Het kan gaan over verlaging van de uitvoeringskosten (vereenvoudiging van werkzaamheden, verhoging van efficiency, enz.), maar ook over voorgenomen investeringen door de productschappen. In bepaalde gevallen kan gebrek aan overeenstemming leiden tot een door de minister vast te stellen korting.

Product: overlegverslagen

Waardering: B, 5

Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen betreffende de vraag welke kosten, en in welke mate, bij de berekening van de financiële bijdrage in de medebewindskosten in aanmerking moeten worden genomen

Periode: 1980–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 11

Opmerking: Het kan gaan over de kosten van bijvoorbeeld wachtgeld of kosten die voortvloeien uit de beëindiging of inkrimping van medebewindswerkzaamheden. Bij gebrek aan overeenstemming beslist de minister.

Waardering: B 5

Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen betreffende de afwikkeling van daden van medebewind die hebben geleid tot negatieve financiële consequenties

Periode: 1980–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 16

Producten: onderlinge afrekeningen tussen LNV en productschappen, terugvorderingen van productschappen aan het bedrijfsleven.

Opmerking: Het kan bij deze dossiers gaan over de kosten van bijvoorbeeld schadeloosstellingen, onterechte betalingen of nalating van invorderingen of verbeurdverklaringen.

Bij gebrek aan overeenstemming beslist de minister. De minister neemt de financiële gevolgen van tekortkomingen in de uitvoering voor zijn rekening (Gedragscode medebewind).

Waardering: B, 5

Handeling: Het goedkeuren van door de productschappen ingediende begrotingen voor de uitvoering van medebewindstaken

Periode: 1966–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 18, lid 7

Waardering: B, 5

Handeling: Het goedkeuren van de door elk betrokken productschap ingediende rekening betreffende de in het afgelopen begrotingsjaar verrichtte medebewindswerkzaamheden

Periode: 1966–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 19a, lid 4

Waardering: B, 5

Handeling: Het aan de productschappen vergoeden van de kosten van de uitvoering van medebewindstaken

Periode: 1966–

Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 19

Opmerking: Betaling geschiedt in eerste instantie door bevoorschotting per kwartaal, op grond van opgaven van de productschappen.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende organisatie, bevoegdheden en werkzaamheden van de Stichting VIB

Periode: 1945–1957

Product: Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB; Gewijzigde statuten Stichting VIB

Opmerking: De uitwerking van de onder deze handeling vallende regelingen is terug te vinden in het hoofdstuk betreffende de uitvoering van het nationale markt- en prijsbeleid, hoewel ook het voedselvoorzieningsbeleid er als basis onder kan worden gelegd.

Waardering: B 4 en 5

Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende organisatie, bevoegdheden en werkzaamheden van het VIB

Periode: 1957–

Opmerking: De uitwerking van de onder deze handeling vallende regelingen is terug te vinden in het hoofdstuk betreffende de uitvoering van het communautaire interventiebeleid.

Waardering: B 4 en 5 o.a. Mandaatsbeschikking VIB (Stcrt. 1966, 119), Beschikking VIB-erkenningen 1978 (Stcrt. 1978, 86), Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980 (Stcrt. 1979, 245)

Handeling: Het instellen en opheffen van de Stichting VIB

Periode: 1945–1958

Grondslag: Stichtingsakte gevoegd bij de Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB; Gewijzigde statuten Stichting VIB, art. 14

Waardering: B, 4

Handeling: Het vaststellen en/of wijzigen van de statuten van de Stichting VIB

Periode: 1945–1958

Grondslag: Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB

Opmerking: Vanaf de wijziging van de statuten in 1952 kon ook het VIB-bestuur de statuten veranderen.

Waardering: B, 4

Handeling: Het goedkeuren van door het VIB-bestuur gewijzigde statuten van de Stichting VIB

Periode: 1952–1958

Grondslag: Gewijzigde statuten Stichting VIB, art. 13

Waardering: B, 4

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting VIB

Periode: 1945–1958

Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 3, lid 1

Waardering: V, 10 jaar na opheffing van het VIB

Handeling: Het beslissen over de uitvoering van opdrachten van een (hoofd)bedrijfschap- oude stijl die het bestuur van de Stichting VIB onuitvoerbaar acht

Periode: 1945–1958

Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 3, lid 3

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het goedkeuren van beslissingen van de Stichting VIB om bijkantoren te vestigen of om zich te laten bijstaan door buitenlandse instellingen

Periode: 1945–1958

Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 4

Waardering: B, 5

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van bestuursleden van de Stichting VIB

Periode: 1945–1958

Grondslag: Statuten Stichting VIB, artt. 5 en 8

Opmerking: De minister wees aanvankelijk in ieder geval vertegenwoordigers aan van het Kunstmest Distributie Bureau en het Bureau Grondstoffen; daarnaast kon hij nog andere leden benoemen.

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het goedkeuren van bestuursbesluiten tot benoeming, schorsing of ontslag van directieleden van de Stichting VIB

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)