Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945-2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Opmerking: In bepaalde gevallen mocht de door de lidstaat aangewezen instantie de verwerking (bijv. distillatie) onderhands uitbesteden (cf. Verordening (EEG) nr. 1885/70) i.p.v. via openbare inschrijving, dit o.a. in verband met bederfelijkheid van de waar in relatie tot lange procedures.Ter waarborging van nakoming van verplichtingen kan een zekerheid worden gesteld.
Waardering: V 12 jaar
Handeling: Het toekennen en uitbetalen van verwerkingssteun (productierestitutie) voor interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 986/68 (ondermelk, magere melkpoeder), art. 3; Verordening (EEG) nr. 429/90, art. 8, lid 3 (boterconcentraat); Verordening (EG) nr. 2571/97, art. 22, lid 4 (room, boter, boterconcentraat); Suikerbeschikking 1968-II, art. 14; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 2, lid 2, en art. 16c, lid 1; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 22
Opmerking: Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten gaat over de verwerking van mager melkpoeder of ondermelk en de verwerking van suiker (voor suiker tot 1999 in mandaat, daarna krachtens gedelegeerde bevoegdheid).De productschappen kunnen zelf nadere voorschriften (verordeningen) geven m.b.t. het verlenen van steun. - De steunverlenende productschappen informeren het VIB / LASER en de AID omtrent de verleende steunbedragen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van locaties voor de openbare opslag van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1014/68, art. 3, lid 1 (magere melkpoeder); Verordening (EEG) nr. 859/89, art. 6, lid 1 (rundvlees); Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 5, lid 1, en art. 12, lid 1
Opmerking: Hiertoe kan aan bijv. vrieshuizen de mogelijkheid worden geboden om offertes aan te bieden.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van offertes voor de met steun uit te voeren particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) 275/74, art. 7 (rundvlees); Verordening (EEG) nr. 1091/80, art. 11 (rundvlees); Verordening (EEG) nr. 3445/90, art. 12 (rundvlees)
Opmerking: De offertes worden vervolgens anoniem ingediend bij de EC, die beslist over toewijzing.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het toekennen van steun voor de particuliere opslag in het kader van de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor verdere verwerking
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1468/79, art. 4 (boter)
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften inzake de verkoop tegen verlaagde prijs van landbouwproducten uit interventie of uit de markt
Periode: 1972–1998
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1717/72, art. 4, lid 3 (boter); Verordening (EEG) nr. 2991/82, art. 5, lid 2 en 3, en art. 10 (boter); Beschikking steun boter met bijzonder gebruik of bijzondere bestemming 1981, art. 17, lid 2, en art. 18
Opmerking: Deze voorschriften betroffen o.a. welke instellingen de producten tegen verlaagde prijs kunnen kopen, de hoeveelheden interventieboter die instellingen konden kopen, maximumprijzen, verpakkingsvoorschriften, de bij aanvraag vereiste gegevens en de controlevoorschriften. Het kan ook gaan om de wijze van melding aan het interventiebureau van voorgenomen of gerealiseerde verkopen of bewerkingen, enz. Deze handeling heeft betrekking op alle modaliteiten van de steun voor verkoop tegen verlaagde prijs: aan instellingen zonder winstoogmerk of aan het leger dan wel aan leveranciers ten behoeve van directe consumptie of verdere verwerking (boterconcentraat).
Waardering: B, 5
Handeling: Het toekennen van steun voor de particuliere opslag in het kader van de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor rechtstreekse consumptie
Periode: 1968–1998
Grondslag: Zuivelverordening 1977, Kerstboter (PZ), art. 3
Opmerking: Het gaat hierbij om bijv. steun voor van de particuliere opslag betrokken kerstboter en later ook om steun in het kader van bevordering van de afzet voor rechtstreekse consumptie.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het toekennen van steun aan (erkende) leveranciers voor de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor rechtstreekse consumptie
Periode: 1977–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1762/78 (boter); Verordening (EEG) 1269/79, art. 2, lid 1 (boter); Verordening (EEG) nr. 2990/82, art. 1 (boter); Beschikking steun boter met bijzonder gebruik of bijzondere bestemming 1981, art. 13
Opmerking: Het gaat in de meeste gevallen om boter bestemd voor het leger of sociale instellingen of voor rechtstreekse consumptie (bijv. kerstboter, bak- en braadboter). Het Productschap voor Zuivel regelde de uitbetaling van steun voor kerstboter.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het organiseren van de gratis uitreiking van interventieproducten via liefdadigheidsinstanties
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1035/72, art. 21, lid 3 (groenten en fruit); Verordening (EG) 2200/96, art. 30, lid 3 (groenten en fruit)
Opmerking: De lidstaten zorgen voor de totstandkoming van de contacten tussen de telersverenigingen en de liefdadigheidsinstellingen of –organisaties die de op hun grondgebied uit de markt genomen producten kunnen gebruiken voor de gratis uitreiking. Voor de sector groenten en fruit zijn de telersverenigingen verantwoordelijk, onder toezicht van de lidstaat. Eventueel kunnen in dit verband contractuele afspraken worden gemaakt.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het organiseren van inschrijvingsprocedures voor de verwerking van interventieproducten bestemd voor gratis uitreiking
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2515/69, art. 7ter, lid 4 (boter); Verordening (EEG) nr. 1560/70, art. 1; Verordening (EEG) nr. 659/97, art. 14ter, lid 1
Opmerking: In bepaalde gevallen mocht de door de lidstaat aangewezen instantie de verwerking (tot bijv. tomatensap of -pasta) onderhands uitbesteden (cf. Verordening nr. 159/66/EEG in combinatie met Verordening (EEG) nr. 846/72) i.p.v. via openbare inschrijving, dit o.a. in verband met bederfelijkheid van de waar in relatie tot lange procedures.
Criteerium: V 10 jaar
Handeling: Het sluiten van contracten voor de verwerking van interventieproducten bestemd voor gratis uitreiking
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2515/69, art. 7ter, lid 4 (boter); Verordening (EEG) nr. 1560/70, art. 5; Verordening (EG) nr. 659/97, art. 14ter, lid 1
Opmerking: Sinds 2000: beloning in natura.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van voedsel uit interventievoorraden aan organisaties ter verstrekking aan behoeftigen
Periode: 1987–1998
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 3744/87, artt. 1-4
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle op het juiste gebruik of de juiste bestemming van uit interventie of uit de markt verkochte landbouwproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 262/79, art. 21; Verordening (EEG) nr. 3143/85, art. 6, lid 1; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 8 en art. 14, lid 1
Opmerking: Vanaf 1976 is de controle aanzienlijk uitgebreid.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het uitwisselen van informatie met buitenlandse interventiebureaus inzake de steunverlening voor het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten
Periode: 1976–1998
Grondslag: Diverse Europese verordeningen
Opmerking: Het gaat landbouwproducten die in de ene lidstaat geproduceerd zijn en in een andere de verwerking ondergaan waarvoor steun is toegekend.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het als gelijkwaardig erkennen van andere dan de voorgeschreven controledocumenten
Periode: 1976–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1687/76, art. 14, lid 1 en 2; Verordening (EEG) nr. 569/88, artt.12 en 20
Waardering: B, 5
Handeling: Het beslissen dat in geval van overmacht ten aanzien van de controle op gebruik en bestemming wordt afgeweken van de standaardvoorschriften
Periode: 1976–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1687/76, art. 11, lid 3; Verordening (EEG) nr. 569/88, art.27, lid 1; Beschikking controlevoorschriften interventieproducten 1976, art. 6, lid 1; Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, art. 11
Opmerking: Het kan zijn dat wordt besloten om de gegeven termijn voor het bijzonder gebruik en/of de bijzondere bestemming van interventieproducten te verlengen, of dat bij onherroepelijke teloorgang de controle als verricht is beschouwd. De EC moet van deze beslissingen periodiek op de hoogte worden gesteld.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het rapporteren in het kader van de uitoefening van toezicht op de bewerking van interventieproducten
Periode: 1979–1998
Grondslag: Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, art. 12
Opmerking: Het betreft met name toezicht op de denaturatie. Het productschap kan de denaturatie ook in eigen beheer laten uitvoeren.
Waardering: B 5
Handeling: landbouwproductenHet afgeven van attesten in het kader van de toekenning van bijzondere exportrestituties voor rundvlees
Periode: 1982–1998
Grondslag: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982, art. 9, lid 1; Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982, art. 5, lid 1, en art. 10, lid 1; Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 7, lid 1, en art. 12, lid 2
Product: Identificatie-attesten en attesten ‘uitgebeend vlees’
Opmerking: Het originele attest vergezelt de partij en dient bij het doen van aangifte ten uitvoer te worden overgelegd. Een afschrift blijft bij de VIB/LASER-functionaris, het andere gaat naar het PVV. Douanefunctionarissen controleren of partijen rundvlees overeenkomen met de begeleidende attesten en viseren de originele attesten, die vervolgens naar het PVV worden verzonden. Het uitbenen mag alleen gebeuren door uitsnijderijen die door het VIB en LASER (na 1998) zijn erkend.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van een ontheffing om rundvlees in andere delen uit te benen of uit te snijden dan is gespecificeerd in de voor verlening van bijzondere restitutie opgestelde limitatieve lijst
Periode: 1982–1998
Grondslag: Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 14, lid 3
Waardering: V 5 jaar
Het tegen de gegarandeerde prijs aankopen van preferentiële suiker
Periode: 1981–1998
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 31
Waardering: V 10 jaar
Deel 3. Handelingen van overige actoren
Minister van Economische Zaken
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van KB’s waarbij productschappen de bevoegdheid krijgen om prijzen voor landbouwproducten vast te stellen
Periode: 1958–
Grondslag: Instellingswetten productschappen
Waardering: B, 1
Handeling: Het vaststellen van regelgeving inzake de overdracht van bevoegdheden aan product- of bedrijfschappen ten aanzien van de uitvoering van het communautaire agrarisch markt- en prijsbeleid (medebewind)
Periode: 1958–
Product: Prijzenbeschikking Siergewassen 1958 (Stcrt. 1958, 89); In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1958 (Stcrt. 1958, 81) (elf stuks); In- en uitvoerbeschikking landbouwprodukten 1958 (Stcrt. 1958, 115); In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1963 (Stcrt. 1962, 242) (elf stuks), Overdrachtsbeschikking In- en uitvoerwet 1968 (Stcrt. 1968, 189);
Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen (Stcrt. 1966, 205); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967, Produktschap voor Groenten en Fruit (Stcrt. 1967, 121); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967 Produktschappen voor GZP en MVO (Stcrt. 1967, 114); Besluit Delegatie bepaalde bevoegdheden In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1998, 13); Regeling houdende Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999 (Stcrt. 1999, 108)
Grondslag: Landbouwwet, art. 45, lid 1; Wijziging Landbouwwet (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 1; In- en uitvoerwet, art. 11
Opmerking: Wanneer het bevoegdheden betreft die de minister van Landbouw uitoefent in overeenstemming met de minister van Economische Zaken, gebeurt de overdracht uiteraard in onderlinge overeenstemming. De genoemde producten vormen slechts een greep uit de vele specifieke overdrachtsregelingen.
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het goedkeuren van ontwerp-verordeningen van productschappen die zijn vastgesteld op basis van een overgedragen bevoegdheid
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, als gewijzigd (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 2; Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen, art. 3; In- en uitvoeringsbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963
Opmerking: Goedkeuring van de minister van Economische Zaken is vereist wanneer het voorschrift waarbij de bevoegdheid is overgedragen, werd vastgesteld in overeenstemming met deze minister. Goedkeuring kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht en het algemeen belang.
Waardering: B, 5
Handeling: Het (mede) voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende veiligstelling van de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden
Periode: 1939–
Product: Bodemproductiewet 1939 (Stb. 1939, 632); Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633); Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939 (Stb. 1939, 634); Hamsterwet (Stb. 1962, 542); Noodwet voedselvoorziening (Stb. 1962, 566)
Opmerking: Onder deze handeling vallen ook regelingen bij de totstandkoming waarvan de minister van Landbouw, gelet op de landbouwaspecten, als tweede ondertekenaar betrokken is (bijv. Stcrt. 1947, 87, waarbij enkele artikelen van de Algemene Bonaanwijzingsbeschikiking kwamen te vervallen).
Waardering: B, 1
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot (tijdelijke) in- of buitenwerkingstelling van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 2 en 5; Distributiewet 1939, art. 24, lid 2 en 5; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 1 en 4; Hamsterwet, art. 1, lid 1 en 4; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 1 en 6 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, artt. 7 en 8
Opmerking: Zie voor de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939 ook handeling 2 van Pivot-rapport nr. 108, Prijsbeleid en Economische controle.
Waardering: B, 1 en 6
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving betreffende het voortduren van de werking van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 4; Distributiewet 1939, art. 24, lid 4; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 3; Hamsterwet, art. 1, lid 2; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 4 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Opmerking: Vanaf 1997 geldt deze handeling (de zogenoemde verlengingswetprocedure) alleen voor de inwerkingstelling van de relevante bepalingen ‘in buitengewone omstandigheden’, dus niet in uitzonderingstoestanden.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–
Grondslag: Distributiewet 1939, art. 5, lid 2; distributiebeschikkingen
Opmerking: De vergunningen konden met name betrekking hebben op het kopen, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, voorhanden of in voorraad hebben van de distributiegoederen.
Waardering: B 6 voor de periode 1939-1952
V, 5 jaar na 1952
Handeling: Het met betrekking tot landbouwgoederen nader aanwijzen en voor een bepaald tijdvak geldig verklaren van distributiebonnen of toewijzingen
Periode: 1939–1949
Grondslag: distributiebeschikkingen, bijv. Levensmiddelendistributiebeschikking 1947 (Stcrt. 1947, 105), art. 2
Product: aanwijzingen, rantsoenlijsten, e.a.
Opmerking: De bonnen en toewijzingen (die recht geven op het in ontvangst nemen van een bepaald aantal rantsoenen) werden uitgereikt door de distributiediensten.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het geven van aanwijzingen betreffende het aanbieden van bonnen, toewijzingen of vergunningen aan een distributiedienst ter verkrijging van de desbetreffende landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–1949
Grondslag: distributiebeschikkingen, bijv. Kaasdistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1946, 159), art. 6, lid 1; Vleesch- en vleeschwarendistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1947, 25), art. 6, lid 1; Levensmiddelendistributiebeschikking 1947 (Stcrt. 1947, 105), art. 6, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het goedkeuren van regels die product- of bedrijfschappen in buitengewone omstandigheden hebben opgesteld voor de uitvoering van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 15, lid 2
Opmerking: De goedkeuring van de minister van Economische Zaken is noodzakelijk wanneer de beschikking waarbij de medewerking is ingeroepen, in overeenstemming met de minister van Economische Zaken is vastgesteld.
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het (mede) vaststellen van regels ten aanzien van de prijzen voor landbouwproducten
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 17; Prijzenwet, art. 2
Product: Prijzenbeschikkingen, zoals Prijzenbeschikking suiker 1958 (Stcrt. 1958, 81) en Prijzenbeschikking keukenboter 1963 (Stcrt. 1963, 44); Prijzenbeschikking brood 1981 (Stcrt. 1981, 12)
Opmerking: Wanneer de beschikkingen bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen, is overeenstemming met de minister van Economische Zaken vereist (Stb. 1958, 167). Van medevaststelling is dikwijls sprake wanneer een prijzenbeschikking ter zake van een landbouwproduct door EZ is opgesteld op basis van de Prijzenwet (cf. Prijzenbeschikking brood 1981 (Stcrt. 1981, 12)). Wanneer in het onderwerp waarop de beschikking gericht is, al wordt voorzien door een op grond van een autonome bevoegdheid vastgestelde PBO-verordening, wordt de ministeriële beschikking ingetrokken.De uitdrukkelijke vaststelling van garantieprijzen in het kader van het nationale beleid terzake valt onder een andere, nader gespecificeerde handeling.
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het al dan niet goedkeuren van ontwerp-verordeningen van productschappen die zijn vastgesteld op basis van een vordering tot medewerking
Periode: 1958–1966
Grondslag: Landbouwwet, art. 23, lid .2 en 3; besluit inzake overeenstemming met de minister van Economische Zaken, art. 2
Opmerking: Ook krachtens dergelijke verordeningen opgestelde nadere regels en besluiten konden zijn onderworpen aan goedkeuring, namelijk wanneer de ministers dat bepaalden in hun goedkeuring van de ontwerp-verordening. Goedkeuring van de minister van Economische Zaken was vereist, wanneer het voorschrift waarbij de medewerking was ingeroepen, was vastgesteld in overeenstemming met deze minister. Dit gold voor PBO-verordeningen op grond van overgedragen bevoegdheden die de minister van Landbouw toekomen krachtens art. 17, 19 of 22 van de Landbouwwet.Het in 1966 gewijzigde artikel 23 vormt de basis voor medebewindshandelingen.
Waardering: B, 5
Minister van Financiën
Handeling: Het ter benoeming door de Kroon voordragen van leden van de Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 3
Opmerking: Eén lid van de commissie werd voorgedragen door de minister van Financiën en de overige door de minister van Landbouw.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels voor de uitoefening van toezicht op het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1958–1978
Grondslag: Landbouwwet, art. 3, lid 2
Opmerking: Het betrof het toezicht dat ingevolge art. 12 van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) aan de minister van Financiën was opgedragen. De minister van Financiën handelde in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).Vgl. handeling 73 uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: B, 3 en 5
Handeling: Het onderzoeken van rekeningen van het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1934–1996
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 20; Landbouwwet, art. 7, lid 2
Opmerking: Sinds 1973 had de inbreng van de minister van Financiën alleen betrekking op afdeling A (Wijziging Landbouwwet (Stb. 1973, 269) art. 11). De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) was in de periode 1973-1999 verantwoordelijk voor het sluiten van de rekeningen van afdeling B.Vgl. handeling 84 en 261 uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanhouden van een rekening-courant van de geldelijke betrekking tussen het rijk en het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds en het jaarlijks vaststellen van het rentepercentage dat daarin zal worden berekend
Periode: 1934–1973
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 24; Landbouwwet, art. 11
Opmerking: Er is nooit rente gevraagd aan het fonds (MvT wetswijziging 1973).Vgl. handeling 75 uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: B, 5
Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het rentepercentage.
Periode: 1934–1973
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 24; Landbouwwet, art. 11
Opmerking: Er is nooit rente gevraagd aan het fonds (MvT wetswijziging 1973).Vgl. handeling 75 uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de invoer van crisisproducten aan voorwaarden wordt gebonden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1
Opmerking: Als voorwaarde kon worden gesteld bijvoorbeeld de betaling van een bedrag per eenheid, waarvan de hoogte periodiek kon worden vastgesteld. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van regelingen waarmee wordt bepaald dat voor het invoeren of (doen) voortbrengen, verwerken, verhandelen, merken, enz. van crisisproducten, alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben van een inrichting of werktuig, een geldsom moet worden betaald of een betalingsverplichting geldt
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1, en art. 14, lid 1
Waardering: B, 1
Handeling: Het vaststellen van beschikkingen waarmee wordt afgeweken van de verplichting tot het opleggen van extra invoerheffingen of het verlenen van extra restituties
Periode: 1971–1992
Grondslag: Compensatiebeschikking landbouwgoederen 1971 I, art. 2, lid 3, en art. 4, lid 3
Opmerking: In overeenstemming met de minister van LNV.
Waardering: B, 5
Handeling: Het vaststellen van criteria voor instellingen om garanties af te geven bij de aanvraag voor invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaten voor landbouwgoederen
Periode: 1970–1988
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1373/70, art. 5; Verordening (EEG) nr. 93/75, art. 5; Verordening (EEG) nr. 3183/80, art. 13, lid 3
Waardering: B, 5
Handeling: Het bevoegd verklaren van instellingen om garanties af te geven bij de aanvraag voor invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaten voor landbouwgoederen
Periode: 1970–1988
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1373/70, art. 5; Verordening (EEG) nr. 93/75, art. 5; Verordening (EEG) nr. 3183/80, art. 13, lid 3
Waardering: B, 5
Handeling: Het informeren van de EC over de instellingen die bevoegd verklaard zijn om garanties af te geven bij de aanvraag voor invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaten voor landbouwgoederen
Periode: 1970–1988
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1373/70, art. 5; Verordening (EEG) nr. 93/75, art. 5; Verordening (EEG) nr. 3183/80, art. 13, lid.3
Opmerking: Bij deze handeling hoort tevens het informeren van de EC over de criteria voor bevoegdverklaring.
Waardering: B, 2 en 3
Minister van Justitie
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende tuchtrechtspraak op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening (Stcrt. 1942, 183)
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften ter uitvoering van het Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, art. 55
Waardering: B, 5
Actoren die ressorteren onder het zorgdragerschap van de Minister van Justitie
Handeling: Het doen van uitspraken in tuchtrechtzaken in hoger beroep tegen beslissingen van tuchtrechters voor de voedselvoorziening
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, art. 29
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het schorsen of intrekken van door voedselvoorzieningsorganisaties opgelegde voorlopige tuchtmaatregelen
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, art. 51
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het doen van uitspraken in tuchtrechtzaken in hoger beroep tegen beslissingen van tuchtrechters voor de voedselvoorziening
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, art. 36
Waardering: B, 5
Handeling: Het op het gebied van de voedselvoorziening voorbereiden en voeren van tuchtrechtzaken voor de tuchtrechter en het tenuitvoerleggen van tuchtrechtelijke uitspraken
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, artt. 11-37
Waardering: B, 5
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Handeling: Het gezamenlijk vaststellen van een arbeidsreglement voor voedselvoorzieningsorganisaties
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 10
Opmerking: De organisaties regelden binnen de gestelde kaders zelf de aanstelling van personeel en de arbeidsvoorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van KB’s waarbij productschappen de bevoegdheid krijgen om prijzen voor landbouwproducten vast te stellen
Periode: 1958–
Grondslag: Instellingswetten productschappen
Waardering: V 10 jaar
Productschap voor Vee en Vlees (PVV)
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opstellen en wijzigen van criteria voor de classificatie van landbouwproducten
Periode: 1952–1968
Product: o.a. Verordening classificatiemerken geslachte varkens 1956 (Productschap Vee en Vlees) en
Uitvoeringsbesluit vaststelling classificatiemerken geslachte varkens 1956 (Productschap Vee en Vlees).
Opmerking: In overleg met de PBO’s en andere vertegenwoordigers van het bedrijfsleven.
Waardering: B, 5
Handeling: Het benoemen van de leden van de Commissie kwaliteitsbewaking classificatie
Periode: 1988–
Grondslag: Regeling instelling Commissie kwaliteitsbewaking classificatie, art. 4, lid 2
Opmerking: Het productschap benoemt één lid en een adviserend lid, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) benoemt de overige maximaal twee leden, waaronder de voorzitter.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beslissen over de toekenning van een vroegslachtpremie voor kalveren
Periode: 1996–1998
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 3886/92, als gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2311/96, art. 50
Waardering: V 12 jaar
Handeling: Het beslissen over het aan rundvleesproducenten toekennen van slachtpremies
Periode: 2000–
Grondslag: Verordening (EG) nr. 1254/1999, art. 11; Verordening (EEG) nr. 2342/1999; Regeling dierlijke EG-premies, als gewijzigd (Stcrt. 1999, 246), art. 2.3, lid 2
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is verantwoordelijk voor de toekenning van de slachtpremie voor runderen ouder dan acht maanden, de PVV voor de slachtpremie voor kalveren. Indien de runderen in een Nederlands abattoir worden geslacht, wordt de premieaanvraag namens de producent door dit abattoir ingediend.
Waardering: V 12 jaar
Handeling: Het beslissen over verlening van bijzondere exportrestituties voor rundvlees
Periode: 1982–
Grondslag: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982, art. 2, lid 1; Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982, art. 2, lid 1; Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 2, lid 1
Waardering: V 12 jaar.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)