Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Beroepenkwaliteit vanaf 1945 (Nederlandse Orde Accountant-administratieconsulenten)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 30 augustus 2007, nr. arc-2007.03943/6);
Besluit:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Nederlandse Orde van Accountant-administratieconsulenten en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Beroepenkwaliteit over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument
Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag voor de zorgdragers
Minister van Economische Zaken;
Minister van Justitie;
Minister van Financiën;
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB);
Octrooicentrum Nederland;
Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA); en
Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten (NOvAA)
Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten (NOvAA),
Doxis b.v., en
Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA)
in samenwerking met het Nationaal Archief
1. Lijst van afkortingen
AA: Accountants-Administratieconsulenten
AID: Algemene Inspectiedienst
amvb: Algemene maatregel van bestuur
Arbo: Arbeidsomstandigheden
art.: Artikel
B: Bewaren
BAVK: Besluit Algemeen Verbod Kleinbedrijf 1941
BSD: Basisselectiedocument
CEDEC: Centrale Dienst voor Economische Controle, met als taak ‘de coördinatie, centralisatie en leiding van de controlewerkzaamheden van de onder het ministerie […] ressorterende diensten en instellingen’; voorganger van de Economische Controledienst
ECD: Economische Controledienst
EEG: Europese Economische Gemeenschap
EG: Europese Gemeenschap
EIMK: Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf
EU: Europese Unie
federatiediploma: diploma van de Nederlandse Federatie van Makelaars, uitgereikt aan aspirant-makelaars
HdTK: Handelingen der Tweede Kamer
juridisering: het verschijnsel waarbij de bedrijfsvoering van een onderneming of bedrijfstak in toenemende mate wordt aangestuurd door wettelijke regelgeving van een overheidsinstelling; bijvoorbeeld door de Arbowet of Wet Milieubeheer
KB: Koninklijk Besluit
KNOV: Koninklijke Nederlandse Ondernemersbond
KvK(s): Kamer(s) van Koophandel en Fabrieken
MDW: Marktwerking, Deregulering, Wetgevingskwaliteit; projectgroep van het Ministerie van Economische Zaken, opgezet in 1994
MKB: Midden- en Kleinbedrijf
NCOV: Nederlandse Christelijke Ondernemersverbond
NFM: Nederlandse Federatie van Makelaars
NIVRA: Nederlands Instituut van Registeraccountants
NOvAA: Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten
OC&W: Minister(ie) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek
SER: Sociaal-Economische Raad
spertijd: tijdsbestek waarvoor een Vbg geldig is; afkondiging van een spertijd = vaststellen van een Vbg.
Stb.: Staatsblad
STEVES: Stichting toezicht examens vestigingswet
Stcrt.: Staatscourant
V: Vernietigen
Vb: Vestigingsbesluit: amvb, waarbij aan een bepaald bedrijf (tot 1954: aan een inrichting, vallende onder een bepaalde bedrijfstak) een vergunning verplicht wordt gesteld
Vbg: Vestigingsbeschikking: ministeriële regeling, waarbij in afwachting van een vestigingsbesluit aan een bepaald bedrijf (tot 1954: aan een inrichting, vallende onder een bepaalde bedrijfstak) een verbod wordt opgelegd zonder vergunning van een bepaalde instantie te opereren; de geldigheidsduur van deze beschikking is beperkt
VEDAA: Voortgezette Educatie Accountants-Administratieconsulenten
VVK: Vereniging van Kamers van Koophandel
VWB: Vestigingswet Bedrijven 1954
VWD: Vestigingswet Detailhandel 1971
VWK: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937
WAA: Wet op de accountants-administratieconsulenten
WRA: Wet op de registeraccountants
WVC: Minister(ie) van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
2. Verantwoording
2.1. Het doel en de werking van het Basis Selectiedocument
Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.
Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.
Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In een Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken actoren op dat beleidsterrein. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.
Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.
Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.
2.2. De definitie van het beleidsterrein
Beroepenkwaliteit kan worden omschreven als de kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening. Het begrip kwaliteitszorg is nauw verbonden met betrouwbaarheid of vertrouwen. Wanneer de kwaliteit van de ondernemers in bepaalde bedrijfstakken goed is, omdat ze voldoen aan de specifieke inhoudelijke eisen die aan hen worden gesteld, neemt vrijwel automatisch het gevoel van vertrouwen van de consument in deze groep ondernemers toe. Kwaliteitszorg heeft de volgende kenmerken:
Om vorm te geven aan deze kwaliteitszorg stond de regering een aantal middelen ter beschikking:
2.3. Afbakening van het (deel)beleidsterrein
Het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening heeft raakvlakken met een aantal andere gebieden. Hiermee valt het stimuleren van de kwaliteitszorg samen met beleidsterreinen van verschillende ministeries:
2.4. Afbakening ten opzichte van andere Rapporten Institutionele Onderzoeken (RIO’s)
De Kamers van Koophandel en Fabrieken speelden in het beleid met betrekking tot de kwaliteitszorg een belangrijke rol, met name op het gebied van de vestigingswetgeving. Handelingen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken zijn echter niet in dit RIO opgenomen, en wel om de volgende reden. De Kamers van Koophandel zijn afzonderlijke zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s). Deze ZBO’s zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen selectielijst(en). Er bestaat een gezamenlijk door de Kamers van Koophandel opgestelde vernietigingslijst. Naar aanleiding van de Archiefwet van 1995 (Stb. 1995, 276) werd het door de Vereniging van Kamers van Koophandel (VVK) wenselijk geacht het selectiebeleid in overeenstemming te brengen met de nieuwe regelgeving. Er is toen dan ook gezocht naar een geschikt moment waarop een gezamenlijke selectielijst volgens de Archiefwet 1995 de bestaande vernietigingslijst zou kunnen vervangen. Omdat op 1 januari 1998 de nieuwe Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken (Stb. 1997, 783) in werking trad en bovendien de nieuwe Handelsregisterwet 1996 van kracht was geworden aan het einde van 1997 (Stb. 1996, 181), is er uiteindelijk voor gekozen om 1998 als scheidslijn te hanteren en de selectielijst vanaf dat jaar te laten gelden. Het RIO dat is opgesteld over het handelen van de Kamers van Koophandel en Fabrieken heeft dan ook 1998 als begindatum.
Voor de Sociaal-Economische Raad geldt voor een deel hetzelfde als voor de Kamers van Koophandel. Hoewel de SER verschillende taken en bevoegdheden had op het gebied van de kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening, zijn handelingen waarbij hij als actor optreedt niet opgenomen in dit RIO. Als ZBO beschikt de SER namelijk reeds over een eigen rapport.
Voor de verschillende productschappen en (hoofd)bedrijfschappen geldt eigenlijk hetzelfde. Als publiekrechtelijke bedrijfsorganen dienen hun taken en handelingen in een apart rapport aan de orde gesteld te worden. In het onderhavige RIO zal dan ook geen van deze bedrijfslichamen als actor opgevoerd worden.
Ook in een aantal andere RIO’s komen aspecten van het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening, aan de orde, te weten in de rapporten over Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (in verband met diploma’s die verplicht werden gesteld voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning), Milieubeheer (met betrekking tot de milieueisen die aan het vestigen van en bedrijf werden gesteld), Prijsbeleid en economische controle (voor het handelen van de Economische Controle Dienst) en Mededingingsbeleid (voor informatie over de Octrooiraad en octrooigemachtigden).
Handelingen van de Octrooiraad/BIE zijn tot slot ook terug te vinden in het BSD Mededingingsbeleid (Stcrt. 2002, nr. 187).
2.5. Doelstelling van de overheid op het beleidsterrein Beroepenkwaliteit
Het kwaliteitsbeleid voor bedrijven is aanvankelijk bedoeld geweest als een door de overheid gevoerd selectiebeleid om ondeugdelijke en voor de economie schadelijke bedrijfsvoering tegen te gaan. Later veranderde de kwaliteitszorg van het midden- en kleinbedrijf in het weren van niet-gezonde concurrentie. Voorkomen moest worden dat onbekwame personen ondernemer konden worden.
Het handelsregister was oorspronkelijk bedoeld als informatiebron voor de Kamers van Koophandel en Fabrieken met betrekking tot het reilen en zeilen van meer complexe handelszaken onder firma, zoals een maatschap of coöperatie. Gaandeweg ontwikkelde het register zich als informatiebron voor en controlemiddel van goede handelspraktijken.
Het beleid van het Ministerie van Economische Zaken met betrekking tot de makelaardij richt zich op de vraag of de praktijk voldoende waarborgen biedt voor de betrouwbaarheid van de makelaardij. Dit beleid kent twee aspecten:
Als beleidsadviserende instantie traden de Kamers van Koophandel op, die afzonderlijk of in verenigingsverband de Minister van Economische Zaken van advies dienden.
2.6. De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen
Ministeries:
Minister van Economische Zaken, (1940) 1945–;
Staatscommissie Van der Grinten, 1954–1959;
Curatorium voor de opleiding van registeraccountants, 1967–;
(Dit Curatorium is vanaf 1994 ook het curatorium voor accountants-administratieconsulenten.);
Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), 1995–;
ECD, 1949–1999.
Minister van Justitie, (1940) 1945–
Raad van Beroep voor registeraccountants, 1968.
Minister van Financiën, (1940) 1945–;
ECD, (1985) 1999–
Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, 1962–1965
Curatorium, 1967–1994
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1972–1994
Overige actoren:
College van Beroep voor het Bedrijfsleven, 1954–;
Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten
Bureau voor Examens van accountants-administratieconsulenten, 1967–;
Commissie voor de toelating van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994;
Commissie voor de inschrijving van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994;
Commissie van Beroep, 1972–1994;
Stichting Voortgezette Educatie Accountants-administratieconsulenten (VEDAA), 1981–1993;
Stichting Beroepsopleiding NOvAA, 1988–1993
Examencommissie, 1974–1994;
Examenadviescommissie voor de examens van accountants-administratieconsulenten, 1974–1994;
Examenbureau AA, 1994–;
Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) te Amsterdam, 1967–;
Octrooiraad, 1912–
2.7. Wijzigingen ten opzichte van het RIO
Dit BSD is gebaseerd op het rapport institutioneel onderzoek nr. 104, Beroepenkwaliteit, door dr. J.A.A. Bervoets en A.H. Poelwijk. Ten opzichte van het RIO zijn een aantal dingen gewijzigd.
Een aantal actoren die in het RIO worden genoemd, zijn niet in het BSD opgenomen:
Vervolgens zijn handeling 122 en 131 van de actor NIVRA vervallen. Handeling 121 wordt niet door de NIVRA uitgevoerd maar door de Raad van Geschillen. Handeling 135 wordt door de Raad van Beroep uitgeoefend, die onder de Minister van Justitie valt.
Hiernaast zijn er twee actoren onder de zorgdrager Octrooicentrum Nederlands ondergebracht: de Octrooiraad en diens opvolger Octrooicentrum Nederland. Voor de laatstgenoemde actor zijn twee handeling opgenomen, beginnend in 2004, toen de Octrooiraad werd opgeheven (handeling 352 en 353).
Tot slot is aan dit basisselectiedocument een nieuwe selectielijst toegevoegd, die is opgesteld door de zorgdrager NOvAA. Het BSD is in 2001 opgesteld door drs. I.E. Guicherit (Doxis b.v.) en spitst zich toe op actoren die onder de zorg voor het archiefbeheer van de NOvAA vallen. De selectielijst is gebaseerd op handelingen betreffende de NOvAA uit het toenmalige concept PIVOT-Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO), nr. 104: Beroepenkwaliteit. Aan de oorspronkelijke lijst van de NOvAA zijn een aantal nieuwe handelingen toegevoegd. Deze handelingen zijn doorgenummerd vanaf het RIO (vanaf nr. 326).
De selectielijst van de NOvAA behandelt de periode 1972–2001 (juli). In deze periode was het dagelijks bestuur van de NOvAA verantwoordelijk voor het archiefbeheer van de NOvAA en verzorgde de NOvAA ook het archief van het Examenbureau. Daarom heeft de selectielijst zowel betrekking op het archief van de NOvAA als dat van het Examenbureau.
Het dagelijks bestuur van de NOvAA is in het kader van dit BSD zorgdrager voor de volgende actoren:
Hoewel de NOvAA het secretariaat en het archief van het Examenbureau AA verzorgt, is het presidium van het Examenbureau, dat in de praktijk als dagelijks bestuur optreedt, in het kader van dit BSD zorgdrager voor de archiefbescheiden van het Examenbureau en voor de volgende actoren:
Omdat het secretariaat zich bij de NOVAA bevindt, is in het BSD is het Examenbureau onder het zorgdragerschap van de NOVAA geplaatst.
3. Selectiedoelstelling
In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste grondslagen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’
4. Selectiecriteria
Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.
De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.
De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.
Handelingen die worden gewaardeerd met B (ewaren)
Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, evenals het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met het NA, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7). In dit BSD is geen aanvullend selectiecriterium toegekend.
5. Actorenoverzicht
5.1. Overheidsinstellingen
Op 3 juli 1946 werd het departement van Economische Zaken ingesteld en daarmee is de Minister van Economische Zaken belast met de zorg voor de beroepenkwaliteit voor zover hierin economische ordening moest plaatsvinden. Binnen het ministerie is de uitvoering van de daartoe strekkende wetten in 1946 opgedragen aan het Directoraat Generaal voor Midden- en Kleinbedrijf, later ook het Directoraat-Generaal, belast met ordeningsvraagstukken. Momenteel is de ‘kwaliteitszorg’ een taak van de directie Marktwerking van het Directoraat-Generaal voor Economische Politiek.
NB: Onder de actor de Minister van Economische Zaken wordt ook de rechtsvoorganger, de Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, begrepen.
De Minister van Justitie wijst ambtenaren aan ter opsporing strafbare feiten. Hij stelt nadere regels ten aanzien van de rechtsgang bij de tuchtrechtspraak voor accountants. Verder is hij betrokken bij de samenstelling van de Raad van beroep van het Nederlands Instituut van Registeraccountants en de raden van tucht voor accountants-administratieconsulenten.
De Minister van Financiën is mede verantwoordelijk voor het beleid inzake het accountantswezen.
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is verantwoordelijk voor het opstellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants. Hij benoemt de curatoren voor de accountantsopleiding. Verder is hij betrokken bij de samenstelling van het examenbureau, de Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten en de raden van tucht voor accountants-administratieconsulenten.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij adviseert de Minister van Economische Zaken met betrekking tot de benoeming van leden van de Commissie voor toelating van accountants-administratieconsulenten.
Een door het Ministerie van Economische Zaken ingestelde dienst voor het handhaven van behoorlijk economisch verkeer en het opsporen van economische delicten (Stcrt. 1949, 108). De ECD werd in 1955 aangewezen om toezicht uit te oefenen op overtredingen van de vestigingswetgeving die in 1954 haar beslag had gekregen (Stcrt. 1955, 127). In 1993 werd deze taak stilzwijgend als afgesloten beschouwd, alhoewel de wettelijke basis bleef bestaan. In 1999 ging de ECD over naar het Ministerie van Financiën.
5.2. Vakorganisaties met een publiekrechtelijke certificeringstaak
Deze raad heeft tot taak de Minister van Economische Zaken te adviseren omtrent hetgeen dienstig kan zijn voor een goede beroepsuitoefening door accountants-administratieconsulenten. Tevens oefent ze toezicht uit op instellingen voor de opleiding van accountants-administratieconsulenten.
Zij onderzoekt de bij haar ingeschreven aanvragen en het eventueel horen van bepaalde personen in dit verband.
Zij schrijft namen in van accountants-administratieconsulenten in het accountantsregister, of haalt namen door. Tevens beslist ze op een schriftelijke ingediende aanvraag om inschrijving in het accountantsregister.
Zij informeert jaarlijks de Minister van Economische Zaken over de bevindingen inzake het examen.
Zij laat jaarlijkse examens afnemen voor accountants-administratieconsulenten, stelt examenprogramma’s en examenreglementen vast, benoemt examinatoren en beslist op verzoeken van kandidaten om vrijstelling van een onderdeel van het examen.
5.2.1. Openbare beroepsinstellingen van accountants
Het optreden van het NIVRA als publiekrechtelijke organisatie begon na de feitelijke inwerkingtreding van de WRA in 1967. Daarvoor zijn verschillende verenigingen van accountants als particuliere belangenorganisatie werkzaam geweest.
Het instituut is al vanaf 1962 een regelgevende beroepsorganisatie voor de registeraccountants, waarvan de hoogste macht de ledenvergadering is. Deze vergadering stelt de verordeningen vast die als richtlijn dienen voor de uitoefening van het beroep. Deze verordeningen en nadere regels zijn bindend voor de leden van de orde. Concept-verordeningen worden openbaar gemaakt in de Staatscourant. De NIVRA heeft een eigen opleidingsinstituut en een eigen tuchtcollege.
Op de werkzaamheden van het bovengenoemd examenbureau wordt toezicht uitgeoefend door het Curatorium, dat ingesteld is krachtens de Wet op de Registeraccountants en dat ook toezicht uitoefent op de examens van de registeraccountants.
Dit Curatorium is vanaf 1993 ook het curatorium voor accountants-administratieconsulenten. Het Curatorium was een zelfstandige actor, maar heeft de archieven van de periode na 1993 overgedragen aan het Ministerie van Economische Zaken. Voor de periode voor 1993 valt het Curatorium onder het zorgdragerschap van de Minister van OCW.
De NOvAA is voortgekomen uit de fusie van 1 januari 1968 van de volgende zes (vanaf 1969 zeven) belangenorganisaties van accountants:
In 1969 sloot ook de Algemene Vereniging van Accountants zich bij de nieuwe beroepsvereniging aan. De naam van de nieuwe vereniging werd de Nederlandse Orde van Accountants (NOvA), omdat die zich het meest had ingespannen voor de fusie en ook omdat de naam het beste klonk.
De naam werd (althans op papier) op 12 december 1972 in overeenstemming met de nieuwe benaming in de wet op de Accountants-administratieconsulenten (WAA) van 13 december 1972 veranderd in NOvAA (goedgekeurd door de ledenvergadering op 7 januari 1976). Het lidmaatschap van de NOvAA was op vrijwillige basis en de vereniging gaf zichzelf de taak om het beroep van Accountant-administratieconsulent vorm en bekendheid te geven.
In 1993 werd de WAA 1972 herzien en werd het openbaar lichaam NOvAA ingesteld. De publiekrechtelijke status van de NOvAA had twee belangrijke consequenties.Ten eerste werd het lidmaatschap verplicht voor alle AA beroepsbeoefenaren en ten tweede kreeg de NOvAA verordenende bevoegdheid. De verordeningen van de NOvAA tot de beroepsuitoefening en die van het Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) dienden voortaan op elkaar afgestemd te zijn.
Een andere taak waarvoor de nieuwe publieksrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA zich gesteld zag, was het gestalte geven aan de nieuwe Accountant-Administratieconsulent met certificerende bevoegdheid. De NOvAA nam (een deel van) de taken over van de van 1972 tot en met 1994 werkzame Raad voor Accountants-administratieconsulenten en van de Commissie voor inschrijving van Accountants-administratieconsulenten.
Bij wet van 1993 kreeg de NOvAA de volgende taken opgelegd:
Het Examenbureau AA organiseert de jaarlijkse examens voor AA accountants. De leden worden door de Minister van Economische zaken benoemd. De NOvAA betaalt alle kosten en heeft recht op alle baten van het Examenbureau. Tevens verzorgt de NOvAA het secretariaat en beheert zij het archief van het Examenbureau AA. De taken van de Examencommissie (1972–1994) en van de Commissie van advies inzake het examen voor Accountants-administratieconsulenten (1972–1994) zijn in 1994 overgegaan op het Examenbureau. Het presidium van het Examenbureau treedt op als dagelijks bestuur.
Dit bureau neemt bijzondere aanvullende examens af voor het verkrijgen van de bevoegdheid van wettelijk controleur door toegelaten accountants-administratieconsulenten. Verder kan het op aanvraag verklaringen uitgeven van gelijkwaardigheid van diploma’s aan het theoretisch gedeelte van het examen accountant-administratieconsulent aan hogere onderwijsinstellingen. Ook toetst het jaarlijks ingezonden examenprogramma’s van onderwijsinstellingen met een gelijkwaardig gesteld diploma. Het geeft bewijzen uit van vakbekwaamheid aan accountants met een buitenlands diploma. Het stelt verder tentameneisen vast en de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens. Ten slotte kan het ook vrijstellingen geven voor tentamens.
Zij kan beschikken op een beroep tegen beslissingen van de Commissie voor inschrijving voor accountants-administratieconsulenten.
Zij kan beslissen in een beroep tegen de uitspraak van het bestuur over de indeling van een accountant in een contributieklasse. Deze Raad valt onder het zorgdragerschap van de Minister van Justitie.
5.2.2. Openbare beroepsinstellingen van octrooigemachtigden
Vanaf 1912 bestaat de Octrooiraad, als een aparte bijzondere afdeling met eigen bevoegdheden van het Bureau voor Industriële Eigendom (BIE) (Rijksoctrooiwet 1910 (Stb. 1910, 313), art. 14). De leden van de Octrooiraad zijn op voordracht van het Ministerie van Economische Zaken benoemd door de Kroon. Ingevolge de Rijksoctrooiwet 1995 is de afdoening van vanaf april 1995 ingediende octrooiaanvragen – een vereenvoudigde procedure – toegewezen aan het BIE; voordien ingediende aanvragen worden door de Octrooiraad afgedaan.
De Octrooiraad moet handelen volgens bij de wet vastgestelde procedures. Deze procedures worden nader gespecificeerd in het Octrooireglement dat bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld. Binnen de procedure is ook beroep mogelijk: hiervoor is bij de Octrooiraad een aparte afdeling ingericht.
De raad is bevoegd tot inschrijving van octrooigemachtigden in een register; deze inschrijving vindt plaats nadat een voorgeschreven examen is afgelegd. De Octrooiraad werd op 1 september 2004 opgeheven. De opvolger is het Octrooicentrum Nederland.
5.2.3. Particuliere organisaties
Brancheorganisaties en vakorganisaties spelen op het gebied van kwaliteitszorg vooral een rol in verband met:
Dit is de beroepsinstantie voor alle beschikkingen en beslissingen van de lichamen die tot het toekennen van vergunningen, het toekennen van ontheffingen of het uitgeven van verklaringen bevoegd zijn. Het beslist inzake beroepen met betrekking tot ontheffingen en examens en tegen uitspraken van de raden van tucht.
Stichting VEDAA verzorgt de bijscholing voor accountants-administratieconsulenten.
De stichting is samen met de Stichting Beroepsopleiding in 1993 opgegaan in de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA
Stichting Beroepsopleiding NOvAA leidt aspirant accountants-administratieconsulenten op voor het diploma accountants-administratieconsulenten (oude stijl).
De stichting is samen met de Stichting VEDAA in 1993 opgegaan in de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA.
STEVES is een onafhankelijke stichting, die sinds 1995 toezicht houdt op de wettelijke ondernemersexamens zoals AOV, Bedrijfstechniek en Vaktechniek. Ook houdt zij toezicht op al die examens die direct een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de onderneming en van het ondernemerschap.
STEVES is opgericht vanuit MKB Nederland en VNO NCW en staat onder toezicht van de Minister van Economische Zaken. De minister delegeerde dit toezicht aan de STEVES op basis van een mandaatbeschikking en een door de stichting opgesteld protocol. De stichting nam hierbij een aantal bevoegdheden van de minister – en nadien ook van de SER – over.
Verzoeken op het gebied van diplomawaardering en -vergelijking op het gebied van de Vestigingswet Bedrijven 1954 worden sinds 1 augustus 2006 door het Ministerie van Economische Zaken beantwoord, omdat STEVES, die deze zaken voorheen afhandelde, sinds die datum heeft opgehouden te bestaan. STEVES valt daarom onder het zorgdragerschap van de Minister van Economische Zaken.
6. Verslag van de vaststellingsprocedure
Op 4 april 2007 is het ontwerp-BSD door de Minister van Economische Zaken, de Minister van Justitie, de Minister van Financiën, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB), het Octrooicentrum Nederland (OCN), het Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIvRA) en de Nederlandse Orde van Accountant-Administratieconsulenten (NOvAA) aan de Minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 2 juli 2007 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van de studiezaal en op de website van het Nationaal Archief evenals op de website van het Ministerie van OCW, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 13 augustus 2007 bracht het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) uit (07.137), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.
– teneinde de archiefselecteur de mogelijkheid te geven neerslag met betrekking tot onenigheden over de toelatingsprocedure voor accountant-administratieconsulenten voor bewaring in aanmerking te laten komen is de volgende handeling geformuleerd:
Actor: Commissie voor toelating Accountant-Administratieconsulenten
Handeling: Het adviseren over beleid inzake het beroep Accountant-Administratieconsulent
Periode: 1972–1994
Producten:
Waardering: B1
Op 30-8-2007 bracht de RvC advies uit (aca-2007.03943/6), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.
Daarop werd het BSD op 20 september 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Economische Zaken (C/S&A/07/2242), de Minister van Financiën (C/S&A/07/2243), de Minister van Justitie (C/S&A/07/2244), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/07/2245), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (C/S&A/07/2357), het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) (C/S&A/07/2358), het Octrooicentrum (OCN) (C/S&A/07/2359), het Nederlandse Instituut van Registeraccountants (NIvRA) (C/S&A/07/2360) en de Nederlandse Orde van Accountant-Adminsitratieconsulenten (NOvAA) (C/S&A/07/2361) vastgesteld.
7. Leeswijzer
De selectielijst is primair ingedeeld naar zorgdrager en secundair naar actor. De tertiaire indeling is de volgorde van de handelingen Tussen de handelingen treft u bij de actor Minister van Financiën de titels van de hoofdstukken uit het RIO. Dit is gedaan om het opzoeken van de handelingen van de grootste en eerstverantwoordelijke actor op dit beleidsterrein in de aanvulling op het RIO te vergemakkelijken.
De handelingen zijn verwerkt in uniek genummerde gegevensblokken die als volgt zijn opgebouwd:
Handelingnr.: Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.
Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.
Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.
Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.
Vermeld worden: de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;
het betreffende artikel en lid daarvan;
de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;
wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.
Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de grondslag worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.
Product: Waar mogelijk wordt hier vermeld welke documenten uit de handeling zijn voortgekomen.
Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.
Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).
Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.
Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.
Eventueel een nadere toelichting op de waardering.
De ‘B’ staat voor bewaren, ofwel: het na afloop van de overbrengingstermijn krachtens de Archiefwet 1995 overdragen aan de Rijksarchiefdienst. De ‘V’ staat voor vernietigen na afloop van de aangegeven termijn. Achter de ‘B’ of ‘V’ is aangegeven welk selectiecriterium, zoals geformuleerd in de inleiding, is toegepast.
8. Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken
8.1. Actor: De Minister van Economische Zaken
8.1.1. Algemene handelingen
Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties, etc.
Opmerking: Onder deze handeling valt ook:
– het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;
– het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;
– het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;
– het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein; zie ook handelingen 5, 177 en 183 van het BSD ‘Per slot van Rijksrekening’;
– het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);
– het leveren van commentaar op de recht- en doelmatigheidscontroles van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein (zie ook ‘Per Slot van Rijksrekening’, handeling 295, 357 en 374);
– het aan externe adviescommissies verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;
– het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening;
– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (als beleidsinstrument).
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten, circulaires
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over ontwikkelingen op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: B 3
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal inzake het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Grondslag: Grondwet
Product: Brieven, notities
Waardering: B 3
Handeling: Het informeren van de Commissies voor Verzoekschriften en andere tot het onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B 3
Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.
Periode: (1940) 1945–
Product: Beschikkingen, verweerschriften
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het medevoorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.
Periode: (1940) 1945–
Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten
Waardering: B 1
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleid ten aanzien van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Opmerking: Eén exemplaar van het eindproduct blijft bewaard.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Offerte, brieven en rapport
Waardering: B 1
Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek naar kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Notities, notulen en brieven
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek naar kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Notities, brieven, etc.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek naar kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Rekeningen en declaraties
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslissen op een subsidieaanvraag van een particuliere instelling die actief is op het beleidsterrein kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: (1940) 1945–
Product: Ministeriële beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het detacheren/benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG.
Periode: 1958–
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan werkgroepen van de Europese Commissie inzake kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen over de geleverde inbreng in de werkgroepen.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Product: Concept-fiches
Opmerking: De interdepartementale WBCN stelt de informatiefiches vast. De handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;
– de handeling leidt in het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten;
– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van Raadswerkgroepen.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;
de handeling leidt in het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten;
onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van Raden/Attachés.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;
– de instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van Buitenlandse Zaken;
– de handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten;
– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van de vergaderingen van het Coreper.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;
de handeling leidt in het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van High Level groepen.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Opmerking: nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo);
onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.
Waardering: B 1
Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité.
Periode: 1958–
Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité.
Periode: 1958–
Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;
wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg;
– onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités;
– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en de beroepsuitoefening, voor zover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen.
Periode: 1958–
Opmerking: als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven;
– wanneer meerdere departementen betrokken zijn, leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg;
– onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités;
– onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit.
Periode: 1993–
Grondslag: Aanwijzingen voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230)
Product: Implementatieplan
Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijke standpunt heeft vastgesteld, voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.
Waardering: B 1
Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende kwaliteitszorg voor de bedrijfsvoering en beroepsuitoefening.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 5 jaar
8.1.2. Kwaliteitszorg in het midden- en kleinbedrijf
Handeling: Het stellen van voorwaarden en regels met betrekking tot de inschrijving van ondernemingen in het Handelsregister, alsmede het geven van nadere aanwijzingen en voorschriften inzake de inschrijving in het Handelsregister.
Periode: (1940) 1945–
Grondslag: Handelsregisterbesluit 1956 (Stb. 1956, 432
Handelsnaamwet (Stb. 1954, 410)
Handelsregisterbesluit 1984 (Stb. 1984, 578)
Handelsregisterwet 1984 (Stb. 1984, 353)
Handelsregisterwet 1996 (Stb. 1996, 181)
Product: Ministeriële regelingen
Opmerking: De Kamers van Koophandel treden bij de wetgever afzonderlijk of in verenigingsverband als adviesorgaan op. Bij deze advisering hebben een rol gespeeld: de Nederlandse delegatie in Europese verenigingen van Kamers van Koophandel (‘Eurochambre’) en de Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland.
De nadere aanwijzingen en voorschriften hebben betrekking op de vaststelling van de inschrijvingsformulieren en op de regeling van het toezicht van het ministerie op de administratie van het Handelsregister. Als adviesorgaan treedt hierbij met name de Vereniging van Kamers van Koophandel op.
Waardering: B 1
Handeling Het vaststellen van nadere regels voor de uitvoering van de Handelsregisterwet.
Periode 1954–
Grondslag Handelsregisterwet 1954 (Stb. 1954, 557), art. 2
Handelsregisterwet 1984 (Stb. 1984, 353)
Handelsregisterwet 1996 (Stb. 1996, 181)
Product Handelsregisterbesluit 1956 (Stb. 1956, 432) en wijzigingen Handelsregisterbesluit 1984 (Stb. 1984, 578)
Handelsregisterbesluit 1996 (Stb. 1996, 417)
Opmerking Deze bevoegdheid bestaat vooral uit het aanwijzen van categorieën rechtspersonen die tot inschrijving in het handelsregister verplicht zijn en het opstellen van inschrijvingsvoorschriften.
Bij de vaststelling van deze besluiten maakt de minister gebruik van zijn bevoegdheid om:
– bedragen te bepalen voor de te heffen leges bij de inzage van het Handelsregister;
– categorieën rechtspersonen nader aan te wijzen die tot inschrijving in het
Handelsregister verplicht zijn;
– de Kamers van Koophandel voorschriften te geven met betrekking tot de controle
op de aanmelding voor het Handelsregister;
– inschrijvingsvoorschriften op te stellen.
Waardering B 1
Handeling: Het vaststellen van tarieven voor publicatie van mededelingen over in het Handelsregister ingeschreven naamloze en/of besloten vennootschappen.
Periode: (1940) 1945–1956
Grondslag: Handelsregisterwet 1918 (Stb. 1918, 493), art. 30a
Opmerking: De publicatie in de Staatscourant geldt als criterium voor de rechtsgeldigheid van een gewijzigde mededeling inzake een nv of bv.
Waardering V 5 jaar na wijziging tarief
Handeling: Het op verzoek van holdings van meervoudig ingeschreven bedrijven verlenen van vrijstellingen van de verplichting tot vermelding van het handelsregisternummer in hun correspondentie.
Periode: 1985–1996
Grondslag: Handelsregisterwet 1984 (Stb. 1984, 353), art. 32a.5
Product: o.a. Beschikking van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 19 april 1985 (Stcrt. 1985, 84), houdende vrijstelling van bondsspaarbanken
Opmerking: Artikel 75 en 186 van boek 2 van het nieuw Burgerlijk Wetboek verplicht ondernemingen om in hun gedrukte stukken ook het inschrijvingsnummer in het handelsregister te vermelden. Dit kan bezwaarlijk zijn voor ondernemingen die onder meerdere nummers zijn ingeschreven, zoals de Rabo-bank; daaronder ressorteren namelijk verschillende bondsspaarbanken en coöperatieve vestigingen, die zelf onder een eigen nummer ingeschreven staan. In de Hrw zijn hiervoor voorzieningen opgenomen.
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede) voorbereiden van vestigingswetten voor het bedrijfsleven.
Periode: (1940) 1945–
Product: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stb. 1937, 619)
Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb.1954, 99) (Stb. 1964, 66)
Wet houdende voorzieningen in verband met het vervallen van het OrganisatiebesluitVoedselvoorziening (Stb. 1957, 40)
Wet wederverkoop van brood (Stb. 1962, 465)
Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569)
Wet houdende intrekking van de Vestigingswet Detailhandel en wijziging van de Drank- en Horecawet en van de Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1995, 607)
Opmerking: De regelgeving heeft voor zover het levensmiddelen betreft, tevens betrekking op afwikkelingen van problemen inzake het landbouwstructuurbeleid.
Waardering: B 1, 2
Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen inzake wettelijke regelingen inzake de opleiding voor de vereiste bewijzen van bekwaamheid in het kader van de vestigingswetgeving.
Periode: (1940) 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van soorten bedrijven in het kleinbedrijf waarvoor een vestigingsvergunning is vereist.
Periode: (1940) 1945–1954
Grondslag: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (*Stb.* 1937, 619), art. 1
Product: Vestigingsbesluit
Opmerking: Tot 1950 heeft de minister krachtens het BAVK ook de bevoegdheid om bij regeling een bedrijf aan te wijzen waarvoor een vergunning bij de minister ‘of zijn gemachtigde’ moet worden aangevraagd.
Waardering: B 1
Handeling: Het afkondigen van een verbod op het uitoefenen van een bedrijf in afwachting van een vestigingsbesluit (het afkondigen van een spertijd).
Periode: (1940) 1945–1954
Grondslag: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stb. 1937, 619), art. 1.5
Product: Ministeriële beschikkingen, de zgn. spertijdverklaringen
Opmerking: Hierbij is inbegrepen het intrekken van deze verbodsbeschikking. Een beschikking houdt in ieder geval op zes maanden na haar inwerkingtreding; de minister kan de termijn ten hoogste nog eens zesmaal verlengen. Zij vervalt ook als er een vestigingsbesluit is vastgesteld. De minister heeft er met name gebruik van gemaakt bij de voorbereiding van de Vestigingswet Bedrijven 1954.
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen in beroep tegen beschikkingen van een Kamer van Koophandel op een aanvraag voor een vestigingsvergunning.
Periode: (1940) 1945–
Grondslag: Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stb. 1937, 619), art. 8
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen aan de Kamers van Koophandel over de uitvoering van vestigingsbesluiten.
Periode: (1940) 1945–
Grondslag: Besluit tot afwijking van de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 (Stcrt. 1943, 235)
Product: Beschikking betreffende model van een vergunning (Stcrt. 1948, 40)
Waardering: V, 10 jaar na wijziging model
Handeling: Het goedkeuren van verordeningen en ontheffingsregelingen van het Productschap voor Granen en Peulvruchten inzake de vergunningverlening voor de verkoop van brood.
Periode: (1940) 1945–1952
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening (Verordeningenblad 1941, 69)
Waardering: B 6
Handeling: Het toelaten van (verplaatsingen van) inrichtingen en ondernemingen, die een door de minister aangewezen tak van bedrijf uitoefenen.
Periode: (1940) 1945–
Grondslag: Besluit Algemeen Vestigingsverbod Kleinbedrijf 1941 (Stcrt. 1941, 234), art. 3.1 en 4
Opmerking: NB. Van deze handeling is één voorbeelddossier bewaard gebleven.
Waardering: B 6
Handeling: Het na advies van de Middenstandsraad aanwijzen van bedrijven waarvoor een vergunning krachtens het BAVK is vereist.
Periode: (1940) 1945–1951
Grondslag: BAVK 1941 (Stcrt. 1941, 234), art. 3 jo. art. III
Product: Uitvoeringsbeschikkingen BAVK, bijvoorbeeld in: Stcrt. 1946, 109, 127, 165, 243 en Stcrt. 1947, 36
Opmerking: In deze regeling kunnen ook besluiten worden opgenomen die de geldigheid van het BAVK beperken en het BAVK opheffen.
Waardering: B 6
8.1.3. De Vestigingswet Bedrijven 1954
Handeling: Het stellen van nadere uitvoeringsregels met betrekking tot de vestigingswet.
Periode: 1954–
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1954, 99)
Product: Uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1955, 169, 518) (Stb. 1958, 690) (Stb. 1962, 523, 561) (Stb. 1963, 525) (Stb. 1964, 270)
Besluit vestigingseisen kredietwaardigheid en handelskennis (Stb. 1958, 417)
Besluit gegevens vestigingsvergunningen (Stb. 1958, 484) (Stb. 1959, 334) (Stb. 1962, 525) (Stb. 1964, 270)
Besluit registratie vestigingsvergunningen en ontheffingen (Stb. 1990, 484)
Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1995, 609)
Opmerking: De minister heeft de bevoegdheid tot:
– het vaststellen van legeskosten voor de aanvraag van een vestigingsvergunning (art. 19);
– het vaststellen van nadere eisen van kredietwaardigheid en handelskennis, zoals die in een vestigingsbesluit dienen te worden toegepast (art. 7);
– het vaststellen van de gegevens die bij een aanvraag dienen te worden ingediend (art. 8).
Waardering: B 5
Handeling Het stellen van ministeriële regelingen met betrekking tot de Vestigingswet 1954 en het daaraan verbonden Uitvoeringsbesluit.
Periode: 1954–1996
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99); Uitvoeringsbesluit Vestigingswet
Bedrijven 1954 (Stb. 1955, 169)
Product: Beschikking richtlijnen verklaringen handelskennis en vakbekwaamheid 1961 Stcrt. 1961, 12 en 18) (Stcrt. 1962, 31, 64, 251) (Stcrt. 1963, 206) (Stcrt. 1966, 123, 172)
Beschikking richtlijnen verklaringen handelskennis en vakbekwaamheid (groothandels- en dergelijke bedrijven) (Stcrt. 1962, 251) (Stcrt. 1965, 206)
Beschikking aanvraaggelden Vestigingswet Bedrijven 1954 II (Stb. 1955, 69)
Delegatiebeschikkingen I, II en III (Stcrt. 1963, 12), (Stcrt. 1971, 100) en (Stcrt. 1963, 12)
Beschikking houdende aanwijzing van formulieren voor de Vestigingswet Bedrijven (Stcrt. 1966, 164)
Aanwijzingsbeschikkingen van bewijzen van handelskennis en vakbekwaamheid (Stcrt. 1965, 26, 88, 203)
Regeling ex art. 4 vestigingswet bedrijven (Stcrt. 1990, 184)
Opmerking: De minister heeft de volgende bevoegdheden:
– het bepalen onder welke omstandigheden aanvragers zijn vrijgesteld van het behalen van bepaalde diploma’s;
– het nader bepalen van legestarieven en de verrekening daarvan (Uitvoeringsbesluit, art. 4);
– het delegeren van bevoegdheden tot het verlenen van ontheffingen aan de SER of hoofdbedrijfschapen;
– het aanwijzen van bewijsstukken van handelskennis en vakbekwaamheid (Vestigingswet Bedrijven, art. 7.2);
– de bij de aanvraag in te vullen formulieren (Uitvoeringsbesluit, art. 6; ingetrokken in 1958, wanneer de formulieren bij AMVB zijn vastgesteld (Stb. 1958, 417)).
Waardering B 5
Handeling: Het stellen van ministeriële regelingen met betrekking tot de Vestigingswet 1995 en het daaraan verbonden Uitvoeringsbesluit.
Periode: 1996–
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1995, 607); Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1995, 610)
Product: Regeling ontheffing vestigingsvergunningen bedrijven (Stcrt. 1995, 247) (Stcrt. 1996, 72)
Regeling verklaringen vestigingseisen bedrijven (Stcrt. 1995, 247)
Regeling modellen vestigingsvergunning bedrijven (Stcrt. 1995, 247)
Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de Vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182)
Opmerking De minister heeft de volgende bevoegdheden:
– het delegeren van bevoegdheden tot het verlenen van ontheffingen aan de SER of hoofdbedrijfschappen;
– het aanwijzen van bewijsstukken van handelskennis en vakbekwaamheid;
– de vaststelling van bij de aanvraag in te vullen formulieren;
– de regeling van het toezicht op examens.
Waardering B 5
Handeling: Het in afwachting van een vestigingsbesluit uitvaardigen van een verbod tot het uitoefenen van een bedrijf zonder vergunning van de SER (het uitroepen van een spertijd).
Periode: 1954–
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 16
Product: Vestigingsbeschikking; vestigingsregeling (na 1995)
Opmerking: Een dergelijk verbod kan worden opgelegd wanneer er door een brancheorganisatie om een vestigingsbesluit is gevraagd. In deze vestigingsbeschikking worden tevens de voorwaarden vastgelegd waarop de vergunning door de SER dient te worden verleend. Een vestigingsregeling is een jaar van kracht en kan daarna nog zes maanden worden verlengd; zij vervalt als de termijn is verstreken of als het desbetreffende vestigingsbesluit is vastgesteld.
Deze B-waardering geldt ook voor geweigerde verzoeken.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van de Vestigingswet.
Periode: 1954–
Grondslag: Wet op de Economische Delicten (Stb. 1950, K258) (Stb. 1951, 91) (Stb. 1951, 214)
Product: Beschikking van 2 juli 1955 (Stcrt. 1955, 127) houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren voor opsporen van overtredingen van de Vestigingswet Bedrijven 1954;
Beschikking van 25 juli 1972 (Stcrt. 1972, 146) houdende aanwijzing van ambtenaren van de Economische Controledienst als ambtenaar voor het opsporen van overtredingen van de Vestigingswet Detailhandel;
Besluit van 20 mei 1986 (Stcrt. 1986, 96) houdende aanwijzing van opsporingsambtenaren voor het opsporen van overtredingen van de Vestigingswet Detailhandel en de Handelsregisterwet;
Opmerking: Als opsporingsambtenaren zijn aangewezen de ambtenaren bij de Economische Controledienst en de Algemene Inspectie Dienst.
Waardering: V 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: Het aanwijzen van bedrijven waarvoor een vestigingsvergunning is vereist.
Periode: 1954–1996
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 4
Product: Vestigingsbesluit
Opmerking: Een vestigingsbesluit kan door de minister worden uitgevaardigd, indien er al in 1954 een verbod bestaat voor de gehele branche om zonder een vergunning een bedrijf uit te oefenen. Anders mag een dergelijk besluit slechts worden uitgevaardigd op verzoek van een bedrijfschap; indien dit ontbreekt: van een productschap of hoofdbedrijfschap, indien dit ontbreekt van een vakorganisatie die naar het oordeel van de Kroon voldoende representatief is.
De SER adviseert bij de totstandkoming van een besluit. Er kan dus door groepen binnen de SER bezwaar worden aangetekend tegen de representativiteit van een rechtspersoon die om een vestigingsbesluit verzoekt. Verder wordt bij de totstandkoming overwogen: 1) of het bedrijf binnen de branche daadwerkelijk door ondeskundigheid wordt bedreigd en 2) of de branche kan voorzien in een goede en voor iedereen bereikbare vakopleiding (dus: schriftelijk of decentraal georganiseerd).
De afzonderlijke vestigingsbesluiten per bedrijf zijn in 1972 opgeheven voorzover het de detailhandel betreft; in enkele gevallen zijn de vestigingsbesluiten aangepast en gewijzigd. Ook de aanpassing en wijziging van deze besluiten zijn in deze handeling inbegrepen.
Door de invoering van een Algemeen Vestigingsbesluit in 1995 zijn alle vestigingsbesluiten ingetrokken.
De B-waardering geldt ook voor geweigerde verzoeken.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van richtlijnen voor de toelating van bedrijven door de SER of een hoofdbedrijfschap in het kader van een vestigingsbeschikking.
Periode: 1954–1996
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 16; Leyendekkers, Vestigingswet Bedrijven 1954, 39.
Waardering: B 5
Handeling: Het incidenteel subsidiëren van brancheorganisaties voor het opstarten van cursorische opleidingen voor de vereiste vakbekwaamheid en/of handelskennis.
Periode: 1954–
Grondslag: Veurtjes, De vestigingswet en het onderwijs
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het nader stellen van eisen van kredietwaardigheid en (vak)bekwaamheid aan bedrijven.
Periode: 1958–1996
Grondslag: Besluit vestigingseisen kredietwaardigheid en handelskennis (Stb. 1958, 417)
Product: Bijlage II Vestigingseisen voor groothandelsbedrijven
Opmerking: De vestigingseisen voor kleinhandelsbedrijven waren reeds toegevoegd als bijlage bij het Basisbesluit vestigingseisen 1958. Na 1990 worden er aan de bedrijven geen eisen van kredietwaardigheid meer gesteld (Stb. 1990, 19).
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffing van de verplichte vereisten voor de aanvraag van een vestigingsvergunning.
Periode: 1954–
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 15; Delegatiebeschikking I ontheffingen Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stcrt. 1963, 12)
Wijziging van de Vestigingswet Bedrijven, art. 15 in de: Vestigingswet Detailhandel 1972 (Stb. 1971, 569), art. 25e
Opmerking: De ontheffing kan worden verleend aan:
– een filiaal van een bedrijf dat reeds een vestigingsvergunning heeft of een bedrijf van dezelfde ondernemer;
– indien naar het oordeel van de minister sprake is van een bijzonder belang of bijzonder geval;
– na 1992: overeenkomstig Europese richtlijnen inzake de vrije vestiging van reeds toegelaten vestigingen in andere lidstaten en ter uitvoering van Europese verdragen.
Waardering: V 10 jaar na einde ontheffing
Handeling: Het nader vaststellen van bijzondere gevallen op grond waarvan ontheffing van de verplichte vereisten voor de aanvraag van een vestigingsvergunning wordt verleend.
Periode: 1954–1996
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1954, 99), art. 15; wijziging van de Vestigingswet Bedrijven (Stb. 1995, 607), art. 15 in de: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 25e
Opmerking: De minister heeft in bepaalde situaties vastgesteld, dat aan bepaalde groepen ondernemers ontheffing kan worden verleend voor de verplichting tot het overleggen van de vereiste bewijzen van bekwaamheid voor een vestigingsvergunning. Dit is met name het geval bij allochtonen, die daarvoor via een speciale regeling in aanmerking komen. In de nota Onderneem het maar heeft de Minister van Economische Zaken zo’n regeling aangekondigd. Omdat aan ontheffingen ook voorwaarden kunnen worden verbonden, zijn aan deze regelingen wel opleidingen verbonden, die door de Minister van Economische Zaken worden gesubsidieerd.
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen van een commissie van deskundigen ter vaststelling van de vakbekwaamheid en/of de handelskennis van een aanvrager voor ontheffing bij het hoofdbedrijfschap voor het ambacht, bij de Sociaal-Economische Raad, of bij het hoofdbedrijfschap voor de detailhandel.
Periode: 1963–1972
Grondslag: Delegatiebeschikking I ontheffingen (Stcrt. 1963, 12), art. 7; Delegatiebeschikking II ontheffingen (Stcrt. 1963, 12), art. 7–8; Delegatiebeschikking III ontheffingen (Stcrt. 1963, 12); Delegatiebeschikking (II) a-ontheffingen (Stcrt. 1971, 100), art. 7–8
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het subsidiëren van cursorische vakopleidingen in het kader van ontheffingsregelingen.
Periode: 1972–
Grondslag: Veurtjes, De Vestigingswet en het onderwijs, 21; Memorie van Toelichting begroting Economische Zaken 1991, p. 44
Opmerking: Doel van deze steun is het weghalen van financiële knelpunten bij de opzet van deze vakopleidingen c.q. de ombouw van oude vakbekwaamheidscursussen in het kader van de nieuw aangenomen Vestigingswet Detailhandel. In 1977 moest bij wijziging van het Uitvoeringsbesluit Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1977, 609) de termijn waarna detailhandelaren een nieuwe vergunning moesten aanvragen worden verlengd, omdat met name bij kleinere branches de modellen voor de opzet van de vereiste geïntegreerde cursussen ontbraken.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van examenregelingen van branchegerichte cursussen, die leiden tot de vastgestelde vereisten van bekwaamheid voor de uitoefening van een bedrijf.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 4.2
Waardering: V 10 jaar na einde goedkeuring
Handeling: Het uitoefenen van toezicht op het verloop van examens voor branchegerichte vakopleiding door middel van gecommitteerden.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Beschikkingen ter aanwijzing van bewijzen van vakbekwaamheid en handelskennis
Aanwijzingsbeschikkingen van bewijzen van handelskennis en vakbekwaamheid (Stcrt. 1965, 26, 88, 203)
Opmerking: Het gaat hier om examens waarbij het diploma door gecommitteerden mede wordt ondertekend.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het door middel van voorlichting aanbevelen van vakopleidingen voor de detailhandel.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Veurtjes, De vestigingswet en het onderwijs, 21.
Opmerking: Eén exemplaar van het eindproduct wordt bewaard.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van examenregelingen die leiden tot de vastgestelde vereisten van bekwaamheid voor de uitoefening van een bedrijf.
Periode: 1990–
Grondslag: Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 1990, 19), art. 7.1
Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring
Handeling: Het goedkeuren van (gewijzigde) protocollen inzake het toezicht op examens voor vakbekwaamheid.
Periode: 1996–
Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182)
Opmerking: Het eerste goedgekeurde protocol is al gepubliceerd als bijlage bij de mandaatbeschikking.
Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring
Handeling: Het met de STEVES houden van het toezicht op examens ten behoeve van de vestigingswet.
Periode: 1996–
Grondslag: Mandaatbeschikking toezicht examens in het kader van de vestigingswetgeving aan de STEVES (Stcrt. 1995, 182), protocolbepalingen, art. 5
Opmerking: Een evaluatie vindt plaats aan de hand van de verslaglegging van STEVES.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van het Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten inzake de vergunningverlening voor de verkoop van brood door detailhandelaren.
Periode: 1962–1972
Grondslag: Wet wederverkoop van brood (Stb. 1962, 465), art. 9.3
Opmerking: Hierbij is inbegrepen het goedkeuren van een verordening tot benoeming van een commissie van advies inzake de toekenning van een vergunning B.
Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring
Handeling: Het verlenen van ontheffing van verboden of vergunningsplichten, omschreven in de Wet Wederverkoop van Brood.
Periode: 1963–1972
Grondslag: Wet Wederverkoop van Brood (Stb. 1962, 465), art. 10
Waardering: V 10 jaar na einde ontheffing
Handeling: Het stellen van nadere uitvoeringsregels met betrekking tot de Vestigingswet Detailhandel.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569)
Opmerking: De minister heeft de bevoegdheid tot:
– het vaststellen van regels en voorwaarden tot het houden van veilingen die rechtstreeks concurrentie met de detailhandel uitoefenen (art. 2.3);
– het nader vaststellen van in detailhandel te verhandelen goederen die in bijzondere omstandigheden buiten het vergunningstelsel van de wet komen te vallen (art. 3.2 sub n);
– het vaststellen van een termijn waarbinnen bepaalde getuigschriften tot een samenstel van bewijsstukken kunnen worden samengevoegd (art. 4.3);
– het vaststellen van de bedragen die voor de aanvrage van een vergunning of ontheffing dienen te worden betaald en de verrekening van deze bedragen (art. 15);
– het stellen van voorwaarden met betrekking tot eisen van en bekwaamheid voor de detailhandel (art. 20);
– het aanwijzen van categorieën goederen waarvoor bedrijfsleiders bij de verhandeling daarvan niet behoeven te voldoen aan de door de minister vast te stellen eisen van kredietwaardigheid en/of bekwaamheid (art. 20).
Waardering B 5
Handeling: Het stellen van ministeriële regelingen met betrekking tot de Vestigingswet detailhandel en het daaraan verbonden Uitvoeringsbesluit.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569); Uitvoeringsbesluit Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1972, 152)
Opmerking: De minister heeft de bevoegdheid tot:
–het voorschrijven van het volgen van onderwijs (VWD art. 21.1);
– het vaststellen van gegevens die voor de aanvraag van een vergunning zijn vereist (VWD art. 5.1);
– het delegeren van bevoegdheden tot het verlenen van ontheffingen aan de SER of hoofdbedrijfschappen (VWD art. 13.1);
– het aanwijzen van bewijsstukken van handelskennis en vakbekwaamheid (art. 4.2);
– de bij de aanvraag in te vullen formulieren (VWD art. 5.1; ingetrokken in 1958, wanneer de formulieren bij AMVB zijn vastgesteld (Stb. 1958, 417)).
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de uitvoering van en de opsporing van overtredingen tegen de Vestigingswet Detailhandel.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Wet op de Economische Delicten (Stb. 1950, K258) (Stb. 19951, 91) (Stb. 9151, 214)
Product: Aanwijzing van de Algemene Inspectiedienst AID voor het toezicht op de detailhandel (Stcrt.1986, 96).
Waardering: V 10 jaar na einde dienstverband
Handeling: Het aanwijzen van bewijsstukken van bekwaamheid in de detailhandel.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Vestigingswet Detailhandel 1972 (Stb. 1971, 569), art. 4.2
Opmerking: De eisen waaraan moet worden voldaan, de eisen van bekwaamheid voor de detailhandel, worden bij algemene maatregel van bestuur gesteld (VWD art. 4.1), en vallen onder handeling 59.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het erkennen van tentoonstellingen waarop goederen zonder vestigingsvergunning mogen worden verhandeld.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 3.2 sub l
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het op aanvraag van meerdere bedrijfsleiders van een detailbedrijf aanwijzen van hun diploma’s tot een samenstel van vereiste bewijsstukken van vakbekwaamheid.
Periode: 1972–1996
Grondslag: Vestigingswet Detailhandel (Stb. 1971, 569), art. 4.3
Waardering: V 5 jaar
8.1.4. Het beroep accountant
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het accountantswezen.
Periode: (1940) 1945–
Opmerking: Onder deze handeling valt ook:
– het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;
– het voorbereiden van een in te brengen standpunt in de vergaderingen van de Ministerraad voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;
– het voeren van of het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein;
– het voorbereiden van de Memorie van Toelichting op de rijksbegroting;
– het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);
– het leveren van commentaar op de rechts- en doelmatigheidscontrole van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein; zie hiervoor echter ook PIVOT-rapport nr. 15, Per slot van rijksrekening, handeling 295, 357 en 374;
– het aan een externe adviescommissie verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;
– het informeren (voorlichten) van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;
– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van intern onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten betreffende het accountantswezen, alsmede het voorbereiden en begeleiden van extern onderzoek betreffende het accountantswezen.
Periode: 1975–
Grondslag: De Jager, Inventaris van de archieven van het NIVRA
Waardering: Eindproduct, offerte: B5
Overige neerslag: V, 10 jaar na onderzoek
Handeling: Het (mede) voorbereiden van wettelijke regelingen inzake het accountantswezen.
Periode: (1940) 1945–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258)
Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)
Wet wijziging accountantswetgeving (Stb. 1986, 677)
Wet tot wijziging van de Wet op de Registeraccountants en de Wet op de accountants administratieconsulenten (Stb. 1993, 465) (Wet Achttienribbe-Buijs)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het Nederlands Instituut voor Registeraccountants.
Periode: 1962–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258)
Product: Koninklijk Besluit van 1 juni 1967 (Stb. 1967, 300)
Opmerking: De minister is bevoegd om regels op te stellen over:
– de wijze van bekendmaking van de door het bestuur op te stellen ontwerp-verordeningen;
– welke soorten verordeningen naast die welke in de wet staan vermeld de goedkeuring van de minister behoeven alvorens zij aan de ledenvergadering worden voorgedragen.
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking KB
Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants.
Periode: 1962–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258)
Product: Examenbesluit registeraccountants (Stb. 1966, 324) (Stb. 1969, 363) (Stb. 1974, 58) (Stb. 1981, 177) (Stb. 1986, 277) (Stb. 1987, 115)
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het accountantsexamen voor registeraccountants en het accountantsexamen voor accountants AA.
Periode: 1986–1993
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 80c; Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 61.2
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden en afkondigen van algemene maatregelen van bestuur op grond van de WAA 1972.
Periode: 1972–1993
Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)
Product: Besluit regelen beroepsuitoefening accountants-administratieconsulenten (Stb. 1974, 17)
Besluit houdende instelling van een Raad van Tucht [AA] (Stb. 1972, 48)
Opmerking: De minister is bevoegd om AMVB’s vast te stellen over:
– het aantal raden van tucht, het rechtsgebied en de zetel van deze raden (art. 30, lid 5);
– de regels omtrent de uitoefening van het beroep van accountant-administratieconsulent (art. 31).
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden en afkondigen van algemene maatregelen van bestuur op grond van de WAA 1993.
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469)
Opmerking: De minister is bevoegd om AMVB’s vast te stellen over:
– de wijze van bekendmaking van verordeningen van de NOvAA en de ontwerpen daarvan (art. 26);
– de wijze van bekendmaking van inschrijvingen en mutaties in het Register accountants-administratieconsulenten;
– de omvang en inhoud van het theoretisch gedeelte en het praktijkgedeelte van het examen accountants-administratieconsulenten (art. 81–82).
Waardering: V 10 jaar na intrekking of wijziging
Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van de rechtsgang bij de tuchtrechtspraak voor accountants.
Periode: 1972–
Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 46; Wet op de accountants-administratieconsulenten 1993 (Stb. 1993, 469), art. 67
Opmerking: Deze regels gelden in eerste instantie de accountants AA. Na 1994 is deze bevoegdheid uitgebreid tot de tuchtrechtspraak over de registeraccountants, die eveneens in deze wet is geregeld.
Waardering: V 10 jaar na intrekking regels
Handeling: Het vaststellen van een evaluatieverslag over de werking van de Wet op de registeraccountants en de Wet op de accountants-administratieconsulenten aan de Staten-Generaal.
Periode: 1993–
Grondslag: Wet tot wijziging van de Wet op de Registeraccountants en de Wet op de accountants administratieconsulenten (Stb. 1993, 465) art. V
Opmerking: De evaluatie is voorzien op een tijdstip zes jaar na de inwerkingtreding van de wet en is bedoeld om de werking van de wet te toetsen aan de Europese richtlijnen en verdragen.
Waardering: B 2
Handeling: Het instellen en benoemen van leden van een commissie voor de toelating van registeraccountants.
Periode: 1963–1968
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 87
Product: Instellingsbeschikking commissie toelating registeraccountants 1963 (Stcrt. 1963, 132); nadere instellingsbeschikking (Stcrt. 1965, 5)
Waardering: B5
Handeling: Het benoemen van leden van een commissie van beroep inzake de toelating van registeraccountants.
Periode: 1963–1968
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 87
Product: Instellingsbeschikking commissie van beroep inzake toelating van registeraccountants (Stcrt. 1963, 142); nadere instellingsbeschikkingen: Stcrt. 1966, 141; Stcrt. 1967, 10, 96, 125
Waardering: B5
Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de titelvermelding voor de inschrijving van buitenlandse registeraccountants.
Periode: 1994–
Grondslag: Wet op de registeraccountants 1993 (Stb. 1993, 468), art. 58c
Waardering: V 10 jaar na intrekking regels
Handeling: Het verlenen en intrekken van vergunningen tot het uitgeven van verklaringen van getrouwheid aan niet in een register ingeschreven accountants.
Periode: 1986–1994
Grondslag Wet op de registeraccountants 1984 (Stb. 1986, 677), art. 70b.1b, 70d
Opmerking: Intrekking kan geschieden als de vergunning blijkt te zijn verstrekt op grond van onjuiste gegevens of wanneer de houder in strijd handelt met aan de vergunning verbonden voorschriften.
Waardering: V 10 jaar na einde vergunning
Handeling: Het vergoeden van reis- en verblijfkosten van NIVRA-bestuursleden.
Periode: 1967–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 458), art. 4
Product: Verordening kostenvergoeding (Stcrt. 1967, 215)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van door het NIVRA vastgestelde verordeningen.
Periode: 1967–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 30
Opmerking: De door de minister goed te keuren verordeningen betreffen in ieder geval:
– de arbeidsvoorwaarden voor het personeel: de minister moet erop toezien dat de rechtspositie van het in dienst genomen personeel evenredig is aan die van vergelijkbaar personeel bij de centrale overheid;
– de inschrijfkosten in het register van accountants (art. 60, lid 2);
– de kosten voor de verstrekking van gegevens uit het register van accountants (art. 56, lid 4);
– de gelden voor de toelating tot het accountantsexamen. (art. 73, lid 2);
– de vast te stellen vergoedingen voor leden van de raad van beroep, het examenbureau en het curatorium (art. 76, lid 2);
– verordeningen inzake regels en procedures voor de raad van tucht behoeven de goedkeuring van het Ministerie van Justitie (art. 30).
Waardering: V 10 jaar na intrekking
Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit tot vernietiging van een besluit van het NIVRA.
Periode: 1967–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 31
Opmerking: Deze vernietiging kan voorafgegaan worden door een schorsing; een dergelijke beslissing kan worden uitgesproken als het besluit in strijd lijkt met de wet of het algemeen belang. Het besluit tot schorsing wordt in het Staatsblad gepubliceerd, waarna zij voor een jaar geldig is; als er nadien geen besluit tot vernietiging is genomen, is de verordening alsnog geldig. Tevoren kan in de Staatscourant worden afgekondigd dat vernietiging niet zal plaats vinden.
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van verordeningen tot instelling en de toekenning van vergoedingen aan leden van Raden van Tucht.
Periode: 1967–1994
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 36.3
Product: Verordening op de tuchtrechtspraak (Stcrt. 1968, 33)
Waardering: V 10 jaar na opheffing
Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij de benoeming van leden van het examenbureau.
Periode: 1967–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74.2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij de benoeming van leden van het curatorium voor de opleiding van accountants.
Periode: 1967–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 75.2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van verordeningen door het Nederlands Instituut van Registeraccountants op het gebied van kostendeclaraties van het examenbureau en het curatorium.
Periode: 1967–
Grondslag: Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258), art. 74b, 75b, 76
Waardering: V 10 jaar na intrekking goedkeuring
Handeling: Het beschikken op een beroep tegen de intrekking van de gelijkstelling van een universitair diploma aan een accountantsdiploma.
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de registeraccountants 1993 (Stb. 1993, 468), art. 79a.5–79a.8
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van regelingen voor proeven van bekwaamheid aan accountants uit de lidstaten van de Europese Gemeenschap zonder erkend diploma.
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de registeraccountants 1993 (Stb. 1993, 468), art. 80b.2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van de Commissie voor inschrijving van accountants-administratieconsulenten, met name ten aanzien van de aanwijzing van accountants-administratieconsulenten door deze Commissie.
Periode: 1972–1994
Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748)
Product: Regelingen in: Stcrt. 1975, 77 en 266
Opmerking: Deze regelingen kunnen betrekking hebben op de vereiste bewijzen van vakbekwaamheid (art. 65.1 onder b), de samenstelling van de Commissie voor inschrijving van accountants-administratieconsulenten en de indeling van deze Commissie in verschillende kamers.
Waardering: B 4, 5
Handeling: Het benoemen van leden van de Commissie van Beroep tegen beslissingen van de Commissie voor de inschrijving.
Periode: 1972–1994
Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 18.2
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de Commissie van Beroep (tegen beslissingen van de Commissie voor inschrijving).
Periode: 1972–1994
Grondslag: Wet op de accountants-administratieconsulenten (Stb. 1972, 748), art. 18.2
Product: Regelingen in: Stcrt. 1975, 98
Opmerking: De Minister van Economische Zaken kan regels stellen met betrekking tot:
– de bedragen die indiener van een beroep dient te betalen (WAA, art. 24.1);
– de aan de leden van de commissie toe te kennen vergoedingen (WAA, art. 25);
– de samenstelling en werkwijze van het secretariaat (WAA, art. 27);
– de indienstneming, rechtspositie en geheimhoudingsplicht van het personen (WAA, art. 27).
Waardering: V 10 jaar na intrekking
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)