Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geldzuivering, over de periode 1942–1986 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 30 augustus 2007, nr. aca-2007.03943/5);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Verkeer en Waterstaat en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Geldzuivering, over de periode 1942–1986’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument
Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdragers
Minister van Financiën
Minister van Justitie
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Minister van Verkeer en Waterstaat
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Op het beleidsterrein
Geldzuivering
1942–1986
Versie SDU september 2007
Lijst van afkortingen
AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur
BSD: Basisselectiedocument
BZK: (ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Def: (ministerie van) Defensie
EZ: (ministerie van )Economische Zaken
Fin: (ministerie van) Financiën
Jus: (ministerie van) Justitie
KB: Koninklijk Besluit
KvK: Kamer van Koophandel
LNV: (ministerie van) Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit
MvA: Memorie van Antwoord
MvT: Memorie van Toelichting
NA: Nationaal Archief
OCW: (ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek
Stb.: Staatsblad
Stcrt.: Staatscourant
TK: Tweede Kamer
VROM: (ministerie van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
VenW: (ministerie van) Verkeer en Waterstaat
ZBO: Zelfstandig Bestuursorgaan
1. Verantwoording
1.1 Doel en werking van het Basis Selectiedocument
Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.
Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.
Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.
Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.
Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.
1.2 Afbakening van het beleidsterrein
De geldzuivering die na de Tweede Wereldoorlog plaatsvond is voor Nederland een unieke operatie geweest. Het ministerie van Financiën draagt de verantwoordelijkheid
voor de voorbereiding van het algemeen financieel-economisch beleid, het doelmatig beheer van ’s Rijks financiën, de belastingpolitiek en fiscale wetgeving en voor de heffing, inning en controle van de door de rijksoverheid geheven belastingen1Voorstel van wet tot vaststelling van de begroting van uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Financiën (IX B) voor het jaar 1995, Memorie van Toelichting, p. 13..
Er zijn vier beleidsterreinen te onderscheiden:
De beleidsterreinen waarop het ministerie van Financiën zich beweegt zijn in de periode na 1940 niet al te zeer veranderd. Het ministerie van Financiën speelde naast de hiervoor geschetste beleidsterreinen een belangrijke rol bij de afhandeling van de (financieel-economische) gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Het betreft dan onder andere schadevergoedingsregelingen maar ook de sanering van het geldwezen. De geldzuivering uit 1945 is het dichtst te plaatsen als onderdeel van het eerste geformuleerde beleidsterrein: het financieel-economische en monetaire beleidsterrein.
1.3 Ontwikkelingen op het beleidsterrein Geldzuivering
Gedurende de bezetting was enerzijds door intensief handelsverkeer richting Duitsland en anderzijds door het laten draaien van de drukpersen de maatschappelijke geldhoeveelheid in Nederland enorm toegenomen. Tegenover de grote geldvoorraad stond een beperkte verkrijgbaarheid van goederen. Het gevaar van grote inflatie was dan ook aanwezig. De koopkracht van het publiek moest naar normale proporties teruggebracht worden en zwarthandel uitgebannen. Ook de overheidsfinanciën moesten weer gezond gemaakt worden. Door blokkering en afroming van overtollige of ten onrechte verkregen geldmiddelen en het heffen van (achterstallige) belastingen kon de overheid zijn financiën weer op orde krijgen.
Er zijn een drietal belangrijke fasen binnen de totale geldzuivering te onderscheiden:
1.3.1 Historische ontwikkeling van het beleidsterrein
Het eerste begin: bezet Nederland
Ook de bezetter had al getracht greep te krijgen op het geldwezen en trof maatregelen met betrekking tot de waardeloos verklaring en omwisseling van bankbiljetten van f 500 en f 1000. De bezetter voerde ook andere (zinken) munten in en trof maatregelen ter beperking van het betalingsverkeer2Witboek betreffende de maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, ’s-Gravenhage, 1946, p. 17–20; The Dutch Money purge: the monetary concequences of German occupation and their redress after liberation, 1940-1952, Jaap Barendregt, Amsterdam, 1993, p. 290..
Vanuit Nederlands initiatief werd al tijdens de bezetting door verschillende groeperingen en personen, zowel in ambtelijke als particulier kring, nagedacht over het herstel nadat de oorlog voorbij was en de noodzaak van doorvoering van een geldzuivering hiertoe. Soms werd geheel zelfstandig gewerkt aan een plan, soms ook werd de Nederlandse regering in Londen op de hoogte gebracht. Zo waarschuwde de door de bezetter afgezette Secretaris-generaal van Financiën en President van De Nederlandsche Bank mr. L.J.A. Trip, via de legatie in Bern, de Nederlandse regering in Londen dat kort na de bevrijding een geldzuivering moest plaatsvinden3Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 12, eerste helft, dr L. de Jong, ’s-Gravenhage, 1988, p. 269..
De plannen van de Weyergroep en de Verrijn Stuartgroep/Groep van Tien
Het plan van de Weyergroep uit 1944 voorzag in een bankenmoratorium en het gelijktijdig buiten omloop stellen van alle munt- en bankbiljetten. De munt- en bankbiljetten zouden ingeleverd moeten worden. Hierdoor zou een vermogensregistratie ontstaan die later bij belastingheffing gebruikt kon worden4Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 12, eerste helft, dr. L. de Jong, ’s-Gravenhage, 1988, p. 271.. De Weyergroep pleitte voor inschrijving van overgebleven geblokkeerde saldi in een Grootboek nadat belastingheffing had plaatsgevonden5Witboek betreffende de maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, ’s-Gravenhage, 1946, p. 31–32..
De Verrijn Stuartgroep legde zijn aanbevelingen in 1945 neer in de ‘Nota inzake de monetaire en budgettaire positie in Nederland’. Eerst zou de monetaire sanering plaats moeten vinden, daarna de budgettaire sanering6Nota inzake de monetaire en budgettaire positie in Nederland, Amsterdam, 1945, p. 5.. De commissie stond een stelsel voor van een geleide economie die kon overgaan naar een vrije economie. De primaire doelstelling van de monetaire sanering werd als volgt geformuleerd: een snelle terugkeer naar een vrij betalingsverkeer op basis van een gesaneerd, niet door inflatie bedorven geldwezen. Kortweg adviseerde de groep tot:
Budgettaire sanering kon bereikt worden door hergroepering van schulden, door consolidatie en conversie.
De regering in Londen
Er werd in Londen wel nagedacht over de situatie na de bevrijding op financieel-economisch gebied en het herstel daarvan.
In 1942 werd geopperd om de soldaten die Nederland zouden bevrijden te voorzien van speciale dollarbiljetten. Ook werd gedacht aan de verspreiding van zogenaamd United Nations Money. Bovendien bestond de mogelijkheid om Britse troepen uit te rusten met ponden of gemerkte ponden. De Nederlandse regering gaf echter de voorkeur aan eigen geld.
Om zoveel mogelijk geld beschikbaar te krijgen voor wederopbouw na de oorlog werden verschillende blokkeringbesluiten en in- en uitvoerverboden van deviezen afgekondigd (zie Stbldn. E 89, E 90, E 91, E 92) terwijl, om te voorkomen dat na de bevrijding bij banken grote bedragen opgenomen zouden worden, een bankenmoratorium afgekondigd werd (Stb. E 28)8Geschiedenis van De Nederlandsche Bank, Vijfde deel, Trips tijdvak 1931–1948, Amsterdam, 1994, p. 405..
Na de bevrijding
Na de bevrijding werd dr. p. Lieftinck aangezocht om minister van Financiën te worden. Hij zou de geldsanering gaan leiden. Lieftinck formuleerde de doelstellingen van het naoorlogse herstel als volgt:
Binnen de doelstelling van het financiële herstel was het herstel van het monetaire evenwicht het belangrijkst, daarna kwam de budgettaire sanering10Witboek betreffende de maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, ’s-Gravenhage, 1946, p. 14..
Ter voorbereiding van de geldzuivering werden juli 1945 (Stb. F 115) de munt- en bankbiljetten van f 100 ingetrokken. Het Besluit hield in dat alle biljetten ingeleverd konden worden. De tegenwaarde werd op een renteloze geblokkeerde rekening geschreven. De grote slag liet nog op zich wachten tot september 1945. Ondertussen werd een plan van te nemen maatregelen opgesteld. Dit plan werd ook wel ‘het grote veldtochtplan’ genoemd. Zo werd het noodzakelijk geacht een inleveringweek vast te stellen waarin totale blokkering van al het geld bereikt zou worden. In die inleveringweek moest men al het buiten omloop gestelde geld ingeleverd hebben en werden alle rekeningen geblokkeerd.
Ter verdere voorbereiding van de geldzuiveringsoperatie werd officieel geregeld dat de minister van Financiën bevoegd was alle maatregelen te treffen die hij noodzakelijk achtte. Dit werd vastgelegd in Het Machtigingsbesluit Geldzuivering van 3 augustus 1945, Stb. F 133.
Vanaf september 1945
Tussen 19 en 25 september 1945 konden de Nederlanders geld met een waarde van f 10 inleveren (omruilen) tegenover uitreiking van door de Staat uitgegeven biljetten van f 1 en f 2,50 (‘het tientje van Lieftinck’ bestond dus uit gulden- en rijksdaalderbiljetten). Op 26 september 1945 werd al het overige papiergeld uit de circulatie genomen. Die week kon alleen met nieuw geld (dus de tien gulden) betaald worden, iedereen had dezelfde koopkracht11The Dutch Money purge: the monetary concequences of German occupation and their redress after liberation, 1940-1952, Jaap Barendregt, Amsterdam, 1993, p. 291..
Op 28 september werd door Lieftinck het bankgeheim opgeheven zodat de Belastingdienst kon nagaan hoe groot de saldi op geblokkeerde rekeningen waren. Bij De Nederlandsche Bank en enkele belangrijke banken kwamen belastingambtenaren te zitten12idem., p. 276..
Men introduceerde ook het gebruik van speciale girale rekeningen waardoor toch (in een geblokkeerd circuit) betalingen verricht konden worden. Hiermee werd het probleem van een tekort aan bankbiljetten ondervangen13The Dutch Money purge: the monetary concequences of German occupation and their redress after liberation, 1940-1952, Jaap Barendregt, Amsterdam, 1993, p. 291..
Nadat in de laatste week van september 1945 de blokkering volledig was kon geleidelijk met deblokkering begonnen worden. Vrije rekeningen werden beschikbaar voor bepaalde overheidscomptabelen, diplomaten en weldadigheidsinstellingen14Geschiedenis van De Nederlandsche Bank, Vijfde deel, Trips tijdvak 1931-1948, Amsterdam, 1994, p. 463.. En in de regelgeving werden ook andere betalingen, bijvoorbeeld van salarissen en belastingen, vrijgegeven. Geleidelijk en ten slotte per 1-1-1946 geheel werden de girale rekeningen gedeblokkeerd en opgeheven15Geschiedenis van De Nederlandsche Bank, Vijfde deel, Trips tijdvak 1931-1948, Amsterdam, 1994, p. 463;The Dutch Money purge: the monetary concequences of German occupation and their redress after liberation, 1940-1952, Jaap Barendregt, Amsterdam, 1993, p. 134..
Kapitaalverkeer
Ten aanzien van het kapitaalverkeer werden ook maatregelen getroffen. Zo moesten volgens de Beschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945, Stbldn. F 235, F 295, G 61, bepaalde verzekeringsuitkeringen gestort worden op een rekening (herstelrekening) bij de Herstelbank. De Beschikking Levensverzekeringsuitkeringen regelde dat periodieke (lijfrenten, pensioenen) en niet periodieke uitkeringen geheel of gedeeltelijk op geblokkeerde-, vrije- of girale rekeningen gestort dienden te worden. Hypotheekbetalingen en -verstrekkingen uit/naar geblokkeerde rekeningen werden geregeld in de Deblokkeringbeschikking 1945. Deblokkering werd nader geregeld in de Achtste Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 57, en de Tiende Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945.
Vanaf juli 1945 werd al het schatkistpapier geregistreerd, Stb. F 197. Banken mochten beleggen in geblokkeerd schatkistpapier, herbelegging van ontstane tegoeden door aflossing van schatkistpapier was toegestaan. Artikel 6, lid 1, Beschikking Deblokkering 1945 bepaalde dat betaling op vervallen waardepapieren slechts door tussenkomst van De Nederlandsche Bank en leden van de Bedrijfsgroepen kon plaatsvinden op geblokkeerde rekeningen. De Negende Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 90, bepaalde weer dat bij overdracht of verval van schatkistpapier in bepaalde gevallen weer mocht worden goedgeschreven op vrije rekeningen16Witboek betreffende maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, ’s-Gravenhage, 1946, p. 158..
In november 1945 werd een commissie van deskundigen ingesteld die in januari 1946 adviseerde over regeling van het kapitaalverkeer. De commissie van deskundigen oordeelde dat het hele kapitaalverkeer onder blokkadeverband gebracht moest worden en dat daarna individuele beoordelingen deblokkering moest bewerkstelligen maar zag in dat praktische onoverkomelijkheden hiertoe een belemmering zouden zijn. Lieftinck koos voor de methode van manipulatie van de gang van zaken (door voor een aantal aspecten in het kapitaalverkeer regels te stellen) waarbij individuele beoordeling niet nodig zou zijn17Witboek betreffende maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, ’s-Gravenhage, 1946, p. 139-141..
Belastingheffing
Vanaf juni 1945 werd een aanvang gemaakt met het innen van achterstallige belastingen over de oorlogsjaren. Er werd de mogelijkheid geboden om zekerheidstellingen te doen voor eventueel verschuldigde belastingen. De geldzuivering werd ook aangegrepen voor vermogensregistratie. Instellingen dienden opgaven te verstrekken aan de Belastingdienst van (geblokkeerde) saldi. De Belastingdienst kreeg een stem bij verzoeken tot deblokkering en oefende toezicht uit op deblokkering als gevolg van algemene vergunningen van De Nederlandsche Bank.
Bij de Wet van 11 juli 1947, Stb. H 238, werd een eenmalige buitengewone belastingheffing ingevoerd. Deze voor eenmaal te heffen belasting kreeg de naam van ‘vermogensheffing ineens’. Het betrof een directe belasting van natuurlijke personen. De grondslag was het zuivere vermogen dat vast te stellen viel middels bepalingen in de Wet vermogensbelasting 1892 en de Wet vermogensaanwasbelasting. De belasting werd bij aanslag geheven.
Net als de vermogensaanwasbelasting was ook de vermogensheffing ineens een eenmalige heffing bestemd om de tijdens de bezettingsperiode opgeblazen geldvoorraad weg te zuiveren. Ook werden de vermogens van zwarthandelaren en collaborateurs door de eenmalige heffingen aangepakt.
De afwikkeling
Vanaf 1946 vindt steeds verdergaande deblokkering plaats. De machtiging die de minister van Financiën heeft om de door hem nodig geachte maatregelen te treffen met betrekking tot de zuivering van het geldwezen wordt een aantal malen verlengd. Ook de Beschikking
Deblokkering wordt een aantal malen hernieuwd vastgesteld. Aansluitend op de Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947 werd in 1949 de Wet Afwikkeling Geldzuivering aangenomen18Voor een uitgebreidere behandeling van de inhoud van de Afwikkelingswet raadplege men het hoofdstuk waarin enkele van de belangrijkste besluiten en wetten nader worden toegelicht.. Belanghebbenden worden in staat gesteld inschrijvingen te doen in het Grootboek 1946. Resterende geblokkeerde tegoeden kunnen omgewisseld worden tegen certificaten. In 1950, in de Vijfde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering wordt bekend gemaakt wanneer resterende geblokkeerde tegoeden of aan de Schatkist of aande Agent overgemaakt moeten worden. De afwikkeling van de geldzuivering, en dan met name de deblokkering, was in praktische zin in 1952 voltooid. De Afwikkelingswet en het Machtigingsbesluit werden in 1986, Stb. 631, ingetrokken. Ook de Beschikking Beursverkeer 1947 wordt in 1986 ingetrokken. De laatste uitbetalingen op inschrijvingen in het Grootboek 1946, dat een looptijd heeft van 50 jaar en vanaf 1 maart 1949 in 47 termijnen afgelost moet worden, zijn vóór het einde van de 20e eeuw (volgens het aangekondigde schema) verricht.
1.4 Totstandkoming BSD
Voorafgaand aan het Basisselectiedocument (BSD) is er een institutioneel onderzoek verricht naar de taakontwikkeling van het ministerie van Financiën in de periode na 1945. Dit leidde tot het opstellen van het rapport institutioneel onderzoek (RIO) Geld speelt een hoofdrol. Een institutioneel onderzoek naar het handelen in het kader van de geldzuivering, onderdeel van het financieel-economische en monetaire beleidsterrein waarvoor de minister van Financiën verantwoordelijk is 1942–1986. Dit rapport is verschenen 2003 in de PIVOT reeks onder nummer 151. De auteur van dit rapport is P.C.A. Lamboo.
Dit BSD Basisselectiedocument Geldzuivering behandelt de periode vanaf 1942. In die jaren was de minister van Financiën de eerste verantwoordelijke minister voor het beleidsterrein en daarom verantwoordelijk voor het laten opstellen en vaststellen van het BSD.
In het concept-BSD waren handelingen opgenomen voor de zorgdragers de minister van Defensie, de minister van Economische Zaken en de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Deze handelingen worden echter niet vastgesteld omdat de gerelateerde archiefbescheiden van de genoemde ministeries al zijn vernietigd of overgebracht naar het Nationaal Archief.
Verschillende andere actoren worden eveneens niet opgenomen in het BSD. Deze zijn onder te verdelen in vier categorieën:
Herstelbank N.V.
Deze ook aangeduid als Maatschappij tot Financiering van het Nationaal Herstel N.V.
Deze actor is overgegaan in Nederlandse Investeringsbank. In 2000 is bij wet het overheidsaandeel in het bestuur van deze bank beëindigd.
Commissie Weyer (1944-1945)
Studiecommissie van de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel.
Archiefbestanden van de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel bevinden zich in het Gemeentearchief Amsterdam en het RHC Noord-Holland te Haarlem.
Verrijn Stuart-groep (1944-1945)
Gemeenten
Burgermeesters en Wethouders
Plaatselijke Distributiekantoren /- Diensten
De Nederlandsche Bank (DNB)
Verzekeringskamer
Kamers van Koophandel
Notarissen
Rechterlijke macht, waaronder de kantongerechten, rechtbanken, president rechtbank te Amsterdam, gerechtshoven, Hoge Raad, 1945–1986 en Raden van beroep voor de directe belastingen
De handelingen in het RIO zijn voor een groot deel gebaseerd op gedetailleerde uitvoeringsprocedures en instructies. Dat heeft tot gevolg dat er nogal wat actoren voorkomen, die feitelijk ‘subactoren’ zijn, dat wil zeggen functionarissen of organisaties die hiërarchisch of organisatorisch ondergeschikt zijn aan een eveneens voorkomende actor op een hoger niveau. Dit is met name het geval bij handelingen die verricht worden door (onderdelen van) het ministerie van Financiën. Ook worden in het RIO actoren van elkaar onderscheiden die slechts in naam verschillen, bijv. ‘de agent van het ministerie van Financiën’ en ‘het Agentschap van het ministerie van Financiën te Amsterdam’. Voor het samenstellen van het BSD zijn ‘aliassen’ en ‘subactoren’ zoveel mogelijk samengevoegd tot op het niveau van de archiefvormer. Uit het actorenoverzicht is dit op te maken.
Algemene Rekenkamer
Centraal Distributiekantoor
Staatsbedrijf der P.T.T.
Postcheque- en Girodienst
Wat betreft de handelingen verschilt het BSD ook enigszins met het RIO.
2. Selectiedoelstelling
In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste grondslagen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’
2.1 Selectiecriteria
Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft het Nationaal Archief in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.
De algemene selectiecriteria van het Nationaal Archief zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.
De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.
Algemene selectiecriteria
Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, evenals het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met het NA, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7). In dit BSD is geen aanvullend selectiecriterium toegekend.
3. Actorenoverzicht
In dit actorenoverzicht zijn alleen de actoren opgenomen uit het RIO waarvan handelingen in dit BSD zijn terug te vinden.
De minister was verantwoordelijk voor de regelgeving en de organisatie van de Geldzuivering.
Deze werkgroep bereidde een plan voor dat na de bezetting het financiële verkeer/ de financieel-economische situatie in bevrijd Nederland zou moeten herstellen.
Adviescommissie Smeets, Houwing en Keesing, 1946;
De commissie adviseerde over vereenvoudiging van voorschriften betreffende de Geldzuivering en het rechtsherstel.
De Belastingdienst was belast met opsporing en registratie van (zwarte) vermogens.
Deze opsporing en registratie gebeurden o.a. bij de behandeling van deblokkeringverzoeken.
Daarnaast was de belastingdienst belast met heffing van belastingen welke tijdens de bezettingsjaren verschuldigd geworden was. In 1946 en 1948 werden de eenmalige heffingen door de Belastingdienst gedaan.
Subactor: algemeen
Subactor: Inspecteurs der Belastingen 1945–
Subactor: Ontvangers der Belastingen
Subactor: Fiscale Recherche
Het Agentschap/de Agent beheerde na de afwikkeling van de geldzuivering de door banken overgemaakte resterende geblokkeerde saldi.
Onder verantwoordelijkheid van de Directie (directeur) Grootboeken der Nationale Schuld beheerde een afdeling/onderdeel het Grootboek 1946.
Subactor: Directeur Grootboek 1946,
Subactor: Directeur Grootboeken der Nationale Schuld
De Investeringscommissie adviseerde De Nederlandsche Bank bij deblokkeringverzoeken om grote transacties ten behoeve van de wederopbouw ten behoeve van het herstel van productie en industrie mogelijk te maken.
De Minister van Justitie was betrokken bij de voorbereiding van regelgeving en de opsporing van overtreding van geldzuiveringbepalingen.
De Raad verleende machtigingen/vergunningen tot deblokkering van lossingsrekeningen.
De minister was betrokken bij de voorbereiding van de inleveringweek.
De Minister van Verkeer en Energie was betrokken bij het overleg over de opstelling en toepassing van Algemene vergunningen tot deblokkering.
De minister kon een lid van de Investeringscommissie benoemen. De minister voerde overleg over het opstellen en toepassen van de Algemene vergunningen tot deblokkering.
4. Verslag vaststellingsprocedure
Op 3 april 2007 is het ontwerp-BSD door de minister van Financiën, de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Verkeer en Waterstaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juli 2007 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van de studiezaal en op de website van het Nationaal Archief evenals op de website van het ministerie van OCW, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 30 augustus 2007 bracht de RvC advies uit (kenmerk: aca-2007.03943/5), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.
Daarop werd het BSD op 14 september 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en door de projectdirecteur van het PWAA namens de minister van Financiën (kenmerk C/S&A/07/2209), de minister van Justitie (kenmerk C/S&A/07/2210), de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (kenmerk C/S&A/07/2208) en de minister van Verkeer en Waterstaat (kenmerk C/S&A/07/2212), en de directeur Informatiebeleid & Facilitaire Zaken van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (kenmerk C/S&A/07/2211) namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vastgesteld.
5. Leeswijzer
De selectielijst is primair ingedeeld naar zorgdrager en secundair naar actor. De tertiaire indeling is de volgorde van de handelingen Tussen de handelingen treft u bij de actor Minister van Financiën de titels van de hoofdstukken uit het RIO. Dit is gedaan om het opzoeken van de handelingen van de grootste en eerstverantwoordelijke actor op dit beleidsterrein in het RIO te vergemakkelijken.
De handelingen zijn verwerkt in uniek genummerde gegevensblokken die als volgt zijn opgebouwd:
Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.
Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.
Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.
Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.
Vermeld worden:
de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling; het betreffende artikel en lid daarvan;
de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;
wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.
Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.
Waar mogelijk wordt hier vermeld welke documenten uit de handeling zijn voortgekomen.
Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.
Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).
Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.
Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.
Eventueel een nadere toelichting op de waardering.
De ‘B’ staat voor bewaren, ofwel: het na afloop van de overbrengingstermijn krachtens de Archiefwet 1995 overdragen aan het Nationaal Archief. De ‘V’ staat voor vernietigen na afloop van de aangegeven termijn. Achter de ‘B’ of ‘V’ is aangegeven welk selectiecriterium, zoals geformuleerd in de inleiding, is toegepast.
Selectielijsten
6. Actoren onder de zorg van de minister van Financiën
6.1 Minister van Financiën
Handeling: Het (mede-)voorbereiden, wijzigen en intrekken van Besluiten en Wetten betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–1986
Product: Besluiten en Wetten
Besluit van 5 juli 1945, betreffende Besluit intrekking bank- en muntbiljetten van honderd gulden, Stb. F 115.
Wet van 31 oktober 1986 houdende intrekking van het Machtigingsbesluit geldzuivering en de Wet afwikkeling Geldzuivering, Stb. 631.19Voor een compleet productoverzicht: zie bijlage 1.
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen, aanvullen en intrekken van (alle door hem nodig geachte) bepalingen met betrekking tot de zuivering van het geldwezen en de afwikkeling daarvan.
Periode: 1942–1986
Grondslag: 1 Machtigingsbesluit Geldzuivering, Stb. F 133; verlengd bij wetten Stb. G 203, Stb. H 287, Stb. I 339, allen art. 1,
2 Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 23,
(In artikel 23, Stb. J 53, wordt bepaald dat de minister alle maatregelen die hij genomen heeft op grond van het Machtigingsbesluit Geldzuivering mag wijzigen, intrekken of aanvullen. De voorwaarde hierbij is dat e.e.a. niet tot gevolg mag hebben dat de beschikking over geblokkeerd vermogen belemmerd wordt of verdere blokkering in plaats van deblokkering plaats vindt. Artikel 25 bepaalt dat de vergaande machtiging ‘tot het vaststellen van alle door hem nodig geachte bepalingen’ ingetrokken wordt.)
Product: Min. Regelingen
Beschikking van de Minister van Financiën van 9 augustus 1945, houdende vaststelling van de Eerste Uitvoeringsbeschikking Machtigingsbesluit geldzuivering, Stb. F 135; ingetrokken 1971 Stb. 648.
Opmerking: Voor de opstelling van bepalingen betreffende de inlevering/sanering van munten zie het PIVOT-rapport Smelten, Ponsen, Pletten en Slaan, handeling 88 t/m 90.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van instructies en aanwijzingen voor onder hen ressorterende diensten/instellingen/afdelingen en aangesloten leden betreffende de uitvoering van regels betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–
Grondslag: o.a. Witboek betreffende maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland
Product: Instructies
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van personen welke belast worden met de opsporing van strafbare feiten en de zorg voor het toezicht op uitvoering en naleving van door de Minister van Financiën gestelde bepalingen met betrekking tot de zuivering van het geldwezen.
Periode: 1945–1986
Grondslag: Machtigingsbesluit Geldzuivering, Stb. F 133, art. 3, vervallen 1950 Stb. K 258.
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 25,
Product: Aanwijzingen
Waardering: B 4
Handeling: Het opstellen van voorwaarden waaraan verdachten moeten voldoen om strafvervolging te voorkomen.
Periode: 1945–1986
Grondslag: Machtigingsbesluit Geldzuivering, Stb. F 133, art. 4, vervallen 1950 Stb. K 258;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 26,
Product: Voorwaarden/Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het verrichten van studies en het vaststellen van beleidsnota’s ter voorbereiding van en/of evaluatie van het voorgenomen en ten uitvoer gelegde beleid betreffende geldzuivering.
Periode: 1942–1986
Product: Nota’s/Rapporten
Waardering: B 2
Handeling: Het inbrengen van standpunten in interdepartementale coördinatiecommissies betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–ca. 1952
Product: Nota’s, Verslagen
Waardering: B 1
Handeling: Het aan externe adviescommissies, voor zover niet opgericht of voorgeschreven in specifieke wet- en regelgeving op dit terrein, verzoeken om adviezen betreffende de voorbereiding, vaststelling en evaluatie van beleid betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–ca. 1952
Product: Adviesaanvragen
Waardering: B 1
Handeling: Het instellen en opheffen van adviescommissies, commissies, werkgroepen e.d. die adviseren, onderzoek verrichten, documenteren of belast zijn met andere opdrachten op het gebied van de geldzuivering en voor zover deze niet op grond van bepalingen in specifieke regelgeving ingesteld worden of hun werk verrichten.
Periode: 1942–1952
Bron Witboek, p. 139, 140; The Dutch Money purge, Jaap Barendregt, 1993, p. 157,
Product: Beschikkingen; Instelling Commissie van advies ordening kapitaalmarkt, nov. 1945–jan. 1946;
Instelling Investeringscommissie, maart 1946; Adviescommissie Smeets, Keesing, en Houwink betr. vereenvoudiging in de voorschriften betreffende de geldzuivering en het rechtsherstel, 1946–augustus;
Waardering: B 4
Handeling: Het informeren van (individuele leden van) de Staten-Generaal betreffende het beleid en de uitvoering daarvan betreffende de geldzuivering.
Periode: 1945–1986
Product: Nota’s, Beantwoording Kamervragen
Waardering: B 3
Handeling: Het informeren van (individuele) burgers betreffende de geldzuivering.
Periode: 1945–
Product: Publicaties, Folders, Beantwoording informatieverzoeken
Waardering: B 3
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van vertegenwoordigers in commissies, werkgroepen, stuurgroepen etc. die adviseren bij de totstandkoming of de uitvoering van het beleid betreffende de geldzuivering of daar studie naar verrichten.
Periode: 1942–1986
Product: Beschikkingen
Waardering: B 4
Handeling: Het instellen, wijzigen en opheffen van organisatie-eenheden welke belast zijn met de voorbereiding en uitvoering van het beleid betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–1986
Product: Beschikkingen
Waardering: B 4
Handeling: Het opstellen van week-, maand-, kwartaal- of jaar- en andere verslagen betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–1986
Product: Verslagen
Waardering: B 3
Handeling: Het voeren van verweer in gerechtelijke procedures of bezwaarprocedures bij de Raad van State tegen genomen beslissingen betreffende de uitvoering van maatregelen in het kader van de geldzuivering.
Periode: 1945–1986
Product: Verweerschriften
Waardering: B 3
Handeling: Het (mede-) voorbereiden van internationale (monetaire) overeenkomsten, verdragen en afspraken waarin bepalingen betreffende de geldzuivering zijn opgenomen.
Periode: 1942–1986
Product: Overeenkomsten, Verdragen
Waardering: B 1
Handeling: Het voeren van overleg in internationaal verband met betrekking tot de uitvoering van overeengekomen bepalingen betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–1986
Product: Nota’s, Verslagen, Rapporten
Waardering: B 1
Handeling: Het verzoeken om/verlenen van bijstand aan/van andere landen en verdragspartners in zaken betreffende de geldzuivering.
Periode: 1942–1986
Product: Kennisgevingen, Bijstandsdossiers
Waardering: B 1
Handeling: Het innemen (registreren/controleren) van aangiften betreffende bij overeenkomst aangegane verplichtingen tot betaling voor in de toekomst te leveren goederen.
Periode: 1945
Grondslag: Tweede Uitvoeringsbeschikking Machtigingsbesluit geldzuivering, Stb. F 153, art. 1; ingetrokken bij Beschikking d.d. 10-12-1945 Stb. F 311,
Product: Registratie
Waardering: B 6
Handeling: Het laten vervaardigen van nieuwe munt- en bankbiljetten en zilverbons benodigd voor de omwisseling van f10 oud geld in f 10 gulden nieuw geld.
Periode: 1942–1945
Grondslag: Witboek betreffende maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, p. 51,
Product: Aanbesteding, controleverslagen
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van overleg met vakministers en vertegenwoordigers van uitvoeringsorganen en verenigingen van belangenbehartiging over aangelegenheden betreffende voorbereiding van de geldzuivering.
N.B.
In de voorbereidende fase werden afspraken gemaakt met o.a.
de directie van het Centraal Distributiekantoor;
het Staatsbedrijf der P.T.T.
de Belastingdienst;
het Ministerie van Binnenlandse Zaken;
het Ministerie van Oorlog;
De Nederlandsche Bank;
Geallieerde legerautoriteiten
Periode: 1942–1945
Grondslag: Witboek betreffende maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, p. 62–66
Product: Verslagen, Afspraken
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van een formulier
dat bij de kantoren der Posterijen aangevraagd kan worden en waarmee bij de kantoren van de leden van de Bedrijfsgroepen Handelsbanken en Landbouwcredietbanken geldkaarten B aangevraagd kunnen worden.
dat verkrijgbaar is bij de kantoren van de leden van de Bedrijfsgroepen, Handelsbanken, Landbouwcredietbanken en de kantoren der Posterijen waarop een natuurlijk persoon een ander dan natuurlijk persoon machtigt tot inlevering van zijn munt- en bankbiljetten en zilverbons.
dat verkrijgbaar is bij de Distributiekantoren waarop bij inlevering gespecificeerd dient te worden welk aantal van iedere coupure munt- en bankbiljetten en zilverbons ingeleverd wordt.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169,
art. 4,
art. 7.3,
art. 7.4,
Product: Ministeriële regelingen, formulieren
Waardering: B 5: eindproducten
V, 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het aanwijzen van rekeningen bij de Postcheque- en Girodienst waarvoor wel (in de blokkeringsperiode) opdrachten tot overschrijving of uitbetaling in behandeling mogen worden genomen.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 5.2,
Product: Beschikkingen/Regelingen
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van nadere regels, De Nederlandsche Bank gehoord, betreffende de inlevering van bank- en muntbiljetten en zilverbons.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 6.4,
Product: Regels
Eerste Uitvoeringsbeschikking Muntzuivering, d.d. 12-9-1945, no. 180, Generale Thesaurie, Afd. Geldwezen, Stcrt. 1945 no. 67;
Derde Uitvoeringsbeschikking Muntzuivering, d.d. 12-9-1945, no. 182, Generale Thesaurie, Afd. Geldwezen, Stcrt. 1945 no. 67;
Vierde Uitvoeringsbeschikking Geldzuivering, d.d. 13-9-1945, no. 163, Generale Thesaurie, Afd. Geldwezen, Stcrt. 1945 no. 68;
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van de gegevens die vanwege de Minister van Financiën door niet hier te lande verblijvende natuurlijke personen bij het inleveren van buiten omloop gestelde munt- en bankbiljetten en zilverbons verstrekt moeten worden.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 8,
Product: Beschikking/Regeling
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van een schema met betrekking tot de inlevering van buiten omloop gestelde munt- en bankbiljetten en zilverbons (als bedoeld in art. 7–11).
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 12.1,
Product: Schema
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van nadere voorzieningen betreffende geblokkeerde tegoeden die zijn ontstaan na inlevering conform art. 7-11 van deze Beschikking van buiten omloop gestelde munt- en bankbiljetten en zilverbons.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 12.2,
Product: Nadere Voorzieningen Beschikking/Regeling
Tweede Uitvoeringsbeschikking Muntzuivering, d.d. 12-9-1945, Generale Thesaurie, Afd. Geldwezen, no. 183, Stcrt. 1945 no. 67;
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van nadere voorzieningen betreffende 1) geblokkeerde tegoeden van rekeninghouders bij De Nederlandsche Bank, bij leden van de Bedrijfsgroepen Effectenhandel, Handelsbanken en Landbouwcredietbanken waarover per cheque of door af- of overschrijving beschikt kan worden, en 2) betreffende geblokkeerde tegoeden op deposito-rekeningen en tegoeden bij Spaarbanken.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 14,
Product: Nader voorzieningen Beschikkingen/Regelingen
Waardering: B 5
Handeling: Het krachtens beschikking verlenen van vrijstellingen om uitbetalingen of overschrijvingen ten laste van geblokkeerde tegoeden (art. 12 en 14) bij de DNB en leden van de Bedrijfsgroepen Effectenhandel, Handelsbanken, Landbouwcredietbanken en Spaarbanken te verrichten.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 15,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het opstellen van nadere regels betreffende de duur, grenzen en gevolgen van betalingsverplichtingen die door deze Beschikking (gedeeltelijk) zijn opgeschort.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 16.2,
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het, aan de leden van de Bedrijfsgroepen Effectenhandel, Handelsbanken, Landbouwcredietbanken en Spaarbanken, ten laste van de schatkist toekennen van provisie van een 1/2 0/00 (promille) van de bij hen aan ingeleverde waarde ingeleverde buiten omloop gestelde munt- en bankbiljetten en zilverbons wegens de uitvoering van de in deze Beschikking getroffen maatregelen.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 17,
Product: Provisie-uitkeringen
Waardering: B 6
Handeling: Het van De Nederlandsche Bank ontvangen van de tegenwaarde van niet of niet tijdig, overeenkomstig art. 7–11, ingeleverde bankbiljetten.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 20,
Product: Afdrachten/Overboekingen
Waardering: B 6
Handeling: Het regelen van alle gevallen waarin deze Beschikking niet voorziet.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Geldzuivering 1945, Stb. F 169, art. 21,
Product: Beschikkingen/Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van gemeenten waarin bij de burgemeesters de houders van geldkaarten buiten omloop gestelde munt- en bankbiljetten en zilverbons kunnen inleveren.
Periode: 1945
Grondslag: Vierde Uitvoeringsbeschikking Geldzuivering, Stcrt. 1945 no. 68, art.2,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen dat de voldoening van bepaalde verplichtingen aan personen of lichamen, die in strijd met het Machtigingsbesluit geldzuivering hebben beschikt over tegoeden op geblokkeerde rekeningen of betalingen op vrije rekeningen of betaalmiddelen hebben aangenomen, slechts mogen worden verricht door tussenkomst van een bank door goedschrijving op een geblokkeerde rekening.
Periode: 1947–
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, v.a. wijz. Stb. H 374, art.6e.1,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen dat tegoeden op vrije rekeningen, lossingsrekeningen, overgangsrekeningen of herstelrekeningen bij banken of de Herstelbank die ten name staan van personen of lichamen, die in strijd met het Machtigingsbesluit geldzuivering hebben beschikt over tegoeden op geblokkeerde rekeningen of betalingen op vrije rekeningen of betaalmiddelen hebben aangenomen, door goedschrijving op een geblokkeerde rekening moeten worden geboekt.
Periode: 1947–
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, v.a. wijz. Stb. H 374, art.6e.2,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van verenigingen en instellingen met charitatief doel waarvan de rekeningen worden aangemerkt als vrije rekening.
Periode: 1945–
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 8.1,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het krachtens de beschikking aanwijzen van tegoeden en het storten in betaalmiddelen die toegelaten worden op vrije rekeningen.
Periode: 1945–
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 8.3,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van betalingen van het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, veenschappen, veenpolders en De Nederlandsche Bank die slechts mogen geschieden ten gunste van een geblokkeerde rekening of een herstelrekening ten name van de begunstigde.
Periode: 1947–1950
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, v.a. wijz. Stb. H 374, art. 9.3; ingetrokken 1950 Stb. K 231.
Product: Beschikkingen
Vijftiende Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. H 375. (betaling oorlogsschadevergoedingen op geblokkeerde rekeningen) Ingetrokken 30-12-1947, Stb. H 456.
Zestiende Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. H 376; ingetrokken 1950 Stb. K 231 (Uitbetaling van op grond van de Beschikking na-inlevering bank- en muntbiljetten en zilverbons (Stb. G 62) en de Beschikking bankbiljetten van f 500,– en f 1000,– (Stcrt. 1946 no. 67) van de tegenwaarde van ingeleverde biljetten op geblokkeerde rekening waarvan 25% op vrije rekening).
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van toestemming, in individuele gevallen of bij beschikking, om uitkeringen wegens geleden oorlogsschaden op ander wijze te doen uitbetalen dan overschrijving van vrije rekening naar geblokkeerde rekening van rechthebbenden.
Periode: 1949–1950
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, v.a. Stb. J 60, art. 9.4; ingetrokken 1950, Stb. K 231.
Product: Beschikking/Regeling
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van de wijze waarop in de periode 8-13 oktober 1945 de inleverkantoren maximaal f 100,–, en v.a. wijz. Stb. F 211 max. f 300,–, uit dienen te betalen aan houders van geldkaarten.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 11.1; ingetrokken bij wijz. Stb. F 332.
Product: Regels, instructies
Tweede Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945, Stcrt. 1945 no. 82, ingetrokken 28-12-1945 Stcrt. 1946 no. 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van stichtingen en instellingen met charitatief doel aan welke ten laste van geblokkeerde rekeningen zonder vergunning of vrijstelling bijdragen overgeschreven kunnen worden.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 14.3; ingetrokken Stb. H 374,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het aanwijzen van betalingen welke zonder vergunning of vrijstelling krachtens beschikking ten laste van geblokkeerde rekeningen overgeschreven kunnen worden.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 14.4; ingetrokken Stb. H 374,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het aanwijzen van beroepen als zelfstandig uitgeoefend beroep waarvoor vrijstelling van de verboden in art 5 en 7 wordt verleend om betalingen ten laste van geblokkeerde en girale rekeningen te kunnen doen.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 16.2; ingetrokken bij wijz. Stb. F 332,
Product: Beschikkingen/Regelingen
Eerste Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945, Stcrt. 1945 no. 82, ingetrokken 28-12-1945 Stcrt. 1946 no. 1.
Vierde Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945, Stcrt. 1945 no. 85, ingetrokken 28-12-1945, Stcrt. 1946 no. 1.
Waardering: B 5
Handeling: Het verlengen van de vrijstellingen neergelegd in art. 15 (betaling lonen e.d.) en 16 (betaling door zelfstandige beroepen) van verboden neergelegd in art. 5 en 7 om geblokkeerde en girale rekeningen te mogen aanspreken.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 17; ingetrokken v.a. wijziging Stb. F 332,
Product: Verlenging vrijstellingen/beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van overleg betreffende de toepassing en opstelling van Algemene Vergunningen tot deblokkering en reblokkering.
Periode: 1945–
Grondslag: Witboek betreffende maatregelen tot zuivering van het geldwezen in Nederland, p. 88,
Product: Verslagen/afspraken
Opmerking Deze handeling betreft het overleg met de DNB, andere ministers en commissies.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van algemene regels betreffende het beslissen op aanvragen voor vergunningen om te mogen beschikken over tegoeden op geblokkeerde en girale rekeningen voor het verrichten van betalingen.
Periode: 1945–
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 18.2, 18a v.a. Stb. F 202; ingetrokken Stb. H 374,
Product: Regels
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van regels, De Nederlandsche Bank gehoord, volgens welke periodiek opgave moet worden verstrekt inzake het verloop van de deblokkering en reblokkering.
Periode: 1945–
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 23,
Product: Regels, instructies
Waardering: B 5
Handeling: Het regelen van alle gevallen waarin de Beschikking Deblokkering 1945 niet voorziet.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 26,
Product: Regels
Derde Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945, Stcrt. 3-10-1945 no. 82, ingetrokken 28-12-1945 Stcrt. 1946 no. 1. (Deblokkering f 100,– voor studenten)
Vijfde Uitvoeringsbeschikking 1945, Stcrt. 4-11-1945 no. 112, ingetrokken 28-12-1945, Stcrt. 11-1-1946 no. 1. (Afzondering van tegoed van geblokkeerde f 100,– rekeningen op girale rekeningen (25% minus reeds op vergunning vrijgegeven bedragen)
Zesde Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945, Stcrt. 1946 no. 8.
Zevende Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945, Stcrt. 28-1-1946 no. 41. (overboeking tegoed kleiner dan f 100,– van geblokkeerde naar vrije rekening)
Negende Uitvoeringsbeschikking Deblokkering 1945, Stcrt. 12-4-1946 no. 75.
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op verzoeken om vergoedingen uit te betalen voor ingeleverde bank- en muntbiljetten en zilverbons welke zich op 9 juli 1945 in het buitenland bevonden, op geblokkeerde rekeningen en voor 25% op vrije rekening.
Periode: 1947–
Grondslag: Zestiende aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. H 375, art. 2,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het betalen van vergoedingen voor bankbiljetten, ingeleverd op grond van de krachtens het KB van 10 juli 1945, Stb. F 121 uitgegeven Beschikking bankbiljetten van f500,– en f1000,– (Stcrt. 1946 no. 67) op geblokkeerde rekeningen en voor 25% op vrije rekeningen.
Periode: 1947–1950
Grondslag: Zestiende Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. H 376, art. 3; ingetrokken 1950, Stb. K 231.
Product: Beschikkingen/Uitbetalingen
Waardering: B 6
Handeling: Het opstellen van nadere regels betreffende de bestemming van ten gunste van optierekeningen overgeschreven bedragen.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 3.3 onder c, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 3.4 onder c;
Product: Nadere regels
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels volgens welke De Nederlandsche Bank vergunningen, onder voorwaarden, kan verlenen ter overboeking van bedragen hoger dan f3500,– van optierekeningen naar beleggingsrekeningen (een speciale rentedragende geblokkeerde rekening).
N.B. De Nederlandsche Bank verleende vergunningen op grond van art. 17 van zowel het Besluit H 377 als de Wet J 53. Met betrekking tot overboekingen van optierekeningen naar beleggingsrekeningen worden nadere regels gegeven bij aanvullings-/uitvoeringsbeschikking.
Beleggingsrekeningen worden in 5 jaarlijkse termijnen gedeblokkeerd door overboeking naar vrije rekeningen in de periode 1 juni 1948 tot 1 juni 1953.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 4.2, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 4.3;
Product: Regels
Eerste Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 378.
Tweede Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 7-3-1949, Stb. J 104.
Vierde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 14-6-1950, Stb. K 227.
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffen de verlening van vergunningen (overeenkomstig art. 17) door de Nederlandsche Bank betreffende het beschikken over niet op geblokkeerde rekeningen staande bedragen die gehouden worden bij bedrijven, diensten of lichamen bedoeld in art. 6b Beschikking Deblokkering 1945.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 12, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 12;
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van een datum waarop tegoeden die dan nog op een optierekening staan volgens te stellen regels door de banken overgedragen moeten worden aan de schatkist.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 16.1, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 22.1;
Product: Regels/Bekendmaking
Vijfde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 14-6-1950, Stb. K 228.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van een datum waarop de tegoeden op geblokkeerde rekeningen door de banken volgens te stellen regels overgeboekt moeten worden naar een renteloze rekening van de Agent van het Ministerie van Financiën te Amsterdam.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 16.3, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 18.1;
Product: Regels/Bekendmaking
Vijfde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 14-6-1950, Stb. K 228.
Zesde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 21-9-1950, Stb. K 411.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van een wettelijke voorziening houdende regelen betreffende de bestemming van door de banken naar de Agent van het Ministerie van Financiën overgeboekte tegoeden van geblokkeerde rekeningen.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 16.3, ingetrokken Stb. J 53;
Product: Wet
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53 (art. 18).
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van algemene regels betreffende het door De Nederlandsche Bank beslissen op aanvragen tot het verlenen van vergunningen.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 17.4, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 17.4;
Product: Algemene Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het regelen van alle gevallen waarin de Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, niet voorziet.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 18, ingetrokken Stb. J 53,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten (de Raad van State gehoord) houdende beslissingen op beroepschriften alsnog over aan de Staat vervallen op renteloze rekening bij de Agent gestort tegoed van opgeheven geblokkeerde rekening te mogen beschikken.
Periode: 1949–1986
Grondslag: Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 20.5,
Product: Koninklijke Besluiten
Waardering: B 6
Handeling: Het aanwijzen van instanties die in het kader van de geldzuivering het bezit van schatkistpapier of participatiebewijzen daarin registreren.
N.B.
De instanties zijn aangewezen in art. 5 van deze Beschikking en zijn met uitzondering van De Nederlandsche Bank particuliere banken.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Registreering Schatkistpapier, Stb. F 197, art. 1,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 4
Handeling: Het van de registrerende instanties ontvangen van een exemplaar van de formulieren die worden opgemaakt voor de registratie van bezit van schatkistpapier of participatie daarin.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Registreering Schatkistpapier, Stb. F 197, art. 3,
Product: Formulieren/controle
Waardering: B 6
Handeling: Het betalen van f 1,– per geregistreerd stuk aan de registrerende instanties.
Periode: 1945
Grondslag: Beschikking Registreering Schatkistpapier, Stb. F 197, art. 4
Product: Betalingen van provisies
Waardering: B 5
Handeling: Het in het algemeen of in bijzondere gevallen verlenen van ontheffing van het verbod uitkeringen te doen of aan te nemen of het beleenbaarstellen op levens-, pensioen en lijfrenteverzekeringen of inschrijvingen in spaarkassen waarvan de overeenkomsten voor of na 10-5-1940 zijn gesloten en die na die tijd zijn verhoogd, omgezet of waarop stortingen zijn gedaan.
Periode: 1945–1949
Grondslag: Besluit van 5 juli 1945 houdende bijzondere voorzieningen in zake uitbetalingen door verzekeringsinstellingen en spaarkassen, Stb. F 120, art. 3.1, ingetrokken 13-1-1949 Stb. J 24.
Product: Ontheffingen en Regelingen
Waardering: B 6 voor individuele ontheffingen
B 5 bij algemeen geldende ontheffingen
Handeling: Het opstellen van voorschriften ter uitvoering van het Besluit van 5 juli 1945 houdende bijzondere voorzieningen in zake uitbetalingen door verzekeringsinstellingen en spaarkassen, Stb. F 120.
Periode: 1945–1949
Grondslag: Besluit van 5 juli 1945 houdende bijzondere voorzieningen in zake uitbetalingen door verzekeringsinstellingen en spaarkassen, Stb. F 120, art. 3.2, ingetrokken 13-1-1949 Stb. J 24.
Product: Voorschriften
Beschikking van de minister van Financiën d.d. 8-10-1946, no. 254 (BGW), Stcrt. no. 198.
Beschikking/Aanschrijving aan de inspecteurs der belastingen houdende instructie betreffende uitbetalingen door verzekeringsinstellingen en spaarkassen d.d. 25-10-1946 no. 146 Afd. BGW en Afd. Directe Belastingen.
Waardering: B 5
Handeling: Het machtigen van de Herstelbank om te bepalen dat bepaalde uitkeringen of categorieën van uitkeringen door één of meerdere onderlinge molestverzekeringsmaatschappijen rechtstreeks hetzij als geblokkeerd hetzij als vrij tegoed aan verzekerden ter beschikking mogen worden gesteld.
Periode: 1946–1955
Grondslag: Beschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945, Stb. F 235 vanaf wijziging Stb. G 61, art. 2.4; vervallen 1955 Stb. 219.
Product: Machtigingen
Waardering: B 6
Handeling: Het opstellen van aanwijzingen volgens welke de Herstelbank toestemming kan verlenen om uitkeringen van onderlinge molestverzekeringsmaatschappijen die op geblokkeerde rekeningen, v.a. wijz. Stb. H 380 Herstelrekeningen, bij de Herstelbank zijn gestort mogen worden vervreemd of verpand.
Periode: 1946–1955
Grondslag: Beschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945, Stb. F 235 vanaf wijziging Stb. G 61, art. 2.6; vervallen 1955 Stb. 219.
Product: Aanwijzingen
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffende de uitbetaling of overschrijving uit geblokkeerde rekeningen, v.a. wijz. Stb. H 380 herstelrekeningen, waarop door molestverzekeringsmaatschappijen uitkeringen betreffende schaden hebben moeten storten (bij ‘de Herstelbank’).
Periode: 1945–1955
Grondslag: Beschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945, Stb. F 235, art. 4; gewijzigd bij Stb. G 61 in art. 3; vervallen 1955 Stb. 219.
Product: Regels
Eerste Uitvoeringsbeschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945 van de Minister van Financiën van 27-4-1949, Stb. J 191; hernieuwd vastgesteld 1950 Stb. K 230; ingetrokken 1955 Stb. 219.
Waardering: B 5
Handeling: Het treffen van nadere voorzieningen ter uitvoering van de Beschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945.
Periode: 1945–1955
Grondslag: Beschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945, Stb. F 235, art. 5; vervallen 1955 Stb. 219.
Product: Nader voorzieningen/Regels
Eerste Uitvoeringsbeschikking Molestverzekeringsuitkeringen 1945 van 27-4-1949, Stb. J 191; hernieuwd vastgesteld 1950 Stb. K 230; ingetrokken 1955 Stb. 219.
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van toestemming, onder voorwaarden, tot gelijkstelling van pensioenfondsen met verzekeringsmaatschappijen waarnaar ten laste van optierekeningen aankoopsommen voldaan mogen worden.
Periode: 1949–1986
Grondslag: Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 7.5,
Product: Toestemmingen/Afwijzingen/Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffende het verrichten van overschrijvingen of betalingen waarmee kredietverlening of het beschikken over openstaand krediet gepaard gaat.
Periode: 1945–1953
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, Stb. F 196, art. 19.1; ingetrokken 1953 Stb. 508.
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van leden van Bedrijfs- of Vakgroepen, van instellingen en van personen die krachtens beschikking van de minister voor de verstrekking van hypothecaire geldleningen uit geblokkeerd tegoed (welke moet worden goedgeschreven op geblokkeerde rekening van de kredietnemer) worden gelijkgesteld met leden van de bedrijfsgroepen Levensverzekering, Landbouwcredietbanken Spaarbanken en van de Vakgroepen Scheepshypotheekbanken, Hypotheekbanken en Bouwkassen.
Periode: 1946
Grondslag: Achtste Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 57, art. 3.3; ingetrokken Stb. G 250 ‘behoudens strafbare gevallen’,
Product: Beschikkingen/Aanwijzingen
Waardering: B 6
Handeling: Het, in afwijking van art. 6 Beschikking Deblokkering 1945, bepalen dat indien de aflossing op uit geblokkeerd tegoed verstrekte hypothecaire geldleningen hoger dan 5%, v.a. Stb. G 250 10%, is, de aflossing niet op geblokkeerde rekening van de kredietgever behoeft te worden gestort maar op een andere (vrije) rekening.
Periode: 1946–
Grondslag: Achtste Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 57, art. 7,
Elfde Aanvullingsbeschikking Deblokkering Stb. G 181 v.a. wijziging in de Twaalfde Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 250 art. II, art. 2; ingetrokken 1947 Stb. H 374,
Product: Ontheffingen/Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het regelen van alle gevallen waarin de Achtste Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945 (betreffende hypotheekverstrekking uit vrije en geblokkeerde tegoeden) niet voorziet.
Periode: 1946–
Grondslag: Achtste Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 57, art. 9,
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van nadere afwijkende regels voor de afrekening in guldens voor bepaalde vorderingen, waarden en vermogensbestanddelen op/uit het buitenland geheel of gedeeltelijk op vrije rekening, geblokkeerde rekening, lossingsrekening of overgangsrekening.
Periode: 1946–
Grondslag: Tiende Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 173, art. 2.5; gewijzigd bij Stb. G 250 in art. 2.6; opgenomen in de Beschikking Deblokkering 1945 v.a. wijz. Stb. H 374 in art. 6d.3,
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van vermogensobjecten (andere dan onroerende goederen en schepen) waarvoor onder te stellen voorwaarden door De Nederlandsche Bank vergunning kan worden verleend om ten laste van de optierekening de aankoopsom te mogen voldoen.
N.B.
Eén van de voorwaarden is dat banken die ten laste van de optierekening de aanschaf van vermogensobjecten boeken de verkoopprijs rechtstreeks overboeken naar de ontvanger der directe belastingen.
Periode: 1948–
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 5.1, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 5.1;
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het opstellen van voorschriften betreffende de door De Nederlandsche Bank te stellen nadere voorwaarden waaronder 1) de aankoop van vermogensobjecten en 2) de verkrijging van een door hypotheek bezwaarde vordering, overdrachten van/naar een optierekening kan plaatsvinden.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 5.3, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 5.3;
Product: Voorschriften
Waardering: B 5
Handeling: Het in bijzondere gevallen toestaan dat in plaats van verkrijging van een door hypotheek gedekte vordering een niet door hypotheek gedekte vordering wordt verkregen door overschrijving van een optierekening.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 5.4, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 5.3;
Product: Beschikkingen/Ontheffingen
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van effecten waarvoor de aankoopsom door de houder van een optierekening ten laste van een optierekening mag worden voldaan.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 6.1, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 6.1;
Product: Beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van effecten met een gelijke koerswaarde die aangekocht moeten worden uit de opbrengst van de verkoop van effecten, aangekocht ten laste van een optierekening, die gestort is op een herbeleggingsrekening waardoor de verplichte bewaarneming van ten laste van een optierekening verworven effecten bij inleveringskantoren als bedoeld in het Besluit Rechtsherstel (art. 39) kan worden opgeheven en deze door de aangewezen effecten (gekocht ten laste van de herbeleggingsrekening) in bewaarneming vervangen worden.
Periode: 1948
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 6.4, ingetrokken Stb. J 53,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van banken (andere dan leden van de bedrijfsgroepen Landbouwcredietbanken en Spaarbanken) welke een afzonderlijke spaarafdeling hebben en welke als tussenpersoon kunnen optreden bij de aanvraag van vergunningen door optierekeninghouders tot het mogen overboeken van geblokkeerd tegoed naar beleggingsrekeningen.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Eerste Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 378, art. 1.1, ingetrokken Stb. J 53,
Product: Beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van toestemming om rechten met betrekking tot optierekeningen, beleggingsrekeningen en herbeleggingsrekeningen toe te kennen aan derden.
Periode: 1949–1986
Grondslag: Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 16.1,
Product: Afwijzingen/Toestemmingen
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van leningen waarvan de houders van saldi van herbeleggingsrekeningen (waarop de te gelde making van in bewaarneming gegeven effecten aangekocht van saldi van optierekeningen werd gestort) schuldbewijzen of certificaten van schuldbewijzen dienden te kopen.
Periode: 1948
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 6.6, ingetrokken Stb. J 53,
Product: Beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van vermogensobjecten waarvoor ter verkrijging daarvan inschrijvingen in het grootboek 1946 overgedragen kunnen worden.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Beschikking afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 11.1, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 11.1; buiten werking per 1-3-1949 (zie art. 29 van de Wet),
Product: Beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffende door De Nederlandsche Bank nader te stellen voorwaarden bij de verlening van vergunningen tot overdracht van inschrijvingen in het Grootboek 1946 ter verkrijging van vermogensobjecten of door hypotheek gedekte vorderingen.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 11.5, ingetrokken Stb. J 35;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 11.5; buiten werking per 1-3-1949 (zie art. 29 van de Wet),
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op door tussenkomst van de ontvanger der directe belastingen ingediende verzoeken om in bijzondere gevallen toestaan dat tegen overdracht van een inschrijving in het Grootboek 1946 niet een door hypotheek gedekte vordering verkregen wordt maar een vordering verkregen wordt die niet door een hypotheek wordt gedekt.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 11.6, ingetrokken Stb. J 53;
Product: Afwijzingen/Toewijzingen
Waardering: B 5
Handeling: Het in bijzondere gevallen verlenen van toestemming aan anderen dan banken om, onder te stellen voorwaarden, tegoeden op geblokkeerde rekeningen aan te mogen wenden voor belegging in schatkistpapier.
Periode: 1949–1950
Grondslag: Beschikking Deblokkering 1945, v.a. Stb. J 60, art. 6.5; ingetrokken 1950 Stb. K 231,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen van het model van de verklaring die rechthebbenden moeten overleggen bij verzoeken aan leden van de bedrijfsgroepen Effectenhandel, Handelsbanken, Landbouwcredietbanken en Spaarbanken en welke verklaring ook door een (ander) lid van de Bedrijfsgroep ondertekend moet zijn, om de opbrengsten van na 26-9-1945 verkregen schatkistpapier te boeken op hun vrije rekeningen (in afwijking van art. 6.4 Beschikking Deblokkering 1945).
Periode: 1946–
Grondslag: Negende Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1945, Stb. G 90, art. 1.3; v.a. wijziging Stb. 374 opgenomen in de Beschikking Deblokkering 1945, art. 6.6,
Product: Formulier
Het model is gepubliceerd in Stcrt. no. 75 van 16-4-1946.
Waardering: B 5: één exemplaar van het eindproduct
V, 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het opstellen voorwaarden waaronder bewijzen van inschrijving van rentedragende Nederlandse Staatsschuld uitgegeven kunnen worden 3% Investeringscertificaten, alsmede 3,25% Beleggingscertificaten (v.a. wijz. Stb. I 192) die ten laste van optierekeningen (in veelvouden van f 500,–) kunnen worden verworven.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 8, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 8;
Product: Investeringscertificaten/Beleggingscertificaten/Beschikking houdende voorwaarden
Derde aanvullingsbeschikking Geldzuivering 1947, Stb. H 457 3% Investeringscertificaten).
Vierde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 158 (Schuldregister Investeringscertificaten).
Vijfde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 193 (3.25% Beleggingscertificaten).
Zesde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 237 (Schuldregister 3.25% Beleggingscertificaten).
Beschikking van 9-2-1949, Stb. J 63, tot wijziging van de Vierde en Zesde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947.
Derde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 17-3-1949, Stb. J 123.
Opmerking Vanaf Wet d.d. 13-1-1949, Stb. J 23, werden houders van de certificaten in de gelegenheid gesteld omwisseling aan te vragen tegen inschrijving in per lening aan te houden schuldregisters.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van richtlijnen volgens welke, binnen 5 jaar, ten laste van optierekeningen aangekochte 3% Investeringscertificaten en 3.25% Beleggingscertificaten verhandelbaar zullen worden gesteld.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 8, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 8;
Product: Richtlijnen
Vierde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 158.
Vijfde Aanvullingbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 193.
Zesde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 237.
Beschikking van 9-2-1949, Stb. J 63, tot wijziging van de Vierde en Zesde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947.
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van voorwaarden waarop aan rechthebbenden op tegoeden op optierekeningen, die overdragen moeten worden aan de schatkist, schuldbewijzen van een Nederlandse Staatslening, 3% Investeringscertificaten en 3.25% Beleggingscertificaten, verstrekt worden.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 16.2, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 22.2;
Product: Voorwaarden
Vijfde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 14-6-1950, Stb. K 228.
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffende de verhandelbaarheid van schuldbewijzen van een Nederlandse Staatslening die zij uitgereikt aan degenen van wie de tegoeden op optierekeningen zijn overgedragen aan de schatkist.
Periode: 1948
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 16.2, ingetrokken Stb. J 53;
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het nader beschikken dat recepissen (deelnamebewijzen) en bijhorende coupons beleenbaar mogen zijn.
Periode: 1948–1968
Grondslag: Derde Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1947, Stb. H 457, art. 1.11,
Product: Beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van de wijze waarop, bij het Agentschap van het ministerie van Financiën, verwisseling van recepissen van 3% Investeringscertificaten in verhandelbare definitieve schuldbewijzen plaats kan vinden.
Periode: 1948–1968
Grondslag: Derde Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1947, Stb. H 457, art. 1.13,
Product: Beschikking/Instructie
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels volgens welke in individuele gevallen toestemming kan worden gegeven tot vervroegde verwisseling van recepissen in verhandelbare definitieve schuldbewijzen.
Periode: 1948–1968
Grondslag: Derde Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1947, Stb. H 457, art. 1.13,
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffende het opnemen van inschrijvingen op 3% Investeringscertificaten van f 100.000,– of groter worden gedaan in een afzonderlijk door de Agent bij te houden schuldregister (‘Schuldregister Investeringscertificaten’).
Periode: 1948–
Grondslag: Derde Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1947, Stb. H 457, art. 1.14,
Product: Regels
Vierde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 158.
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van voorwaarden waaronder houders van 3% Investeringscertificaten deze certificaten kunnen omwisselen in 3.25% Beleggingscertificaten of het Schuldregister daarvan.
Periode: 1948–
Grondslag: Vijfde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 193, art. 1.7,
Product: Voorwaarden
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van de wijze waarop recepissen van 3.25% Beleggingscertificaten kunnen worden verwisseld in verhandelbare definitieve schuldbewijzen.
Periode: 1948–1998
Grondslag: Vijfde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 193, art. 1.13,
Product: Regels/Instructies
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffende het opnemen van inschrijvingen op 3.25% Beleggingscertificaten van f 100.000,– of groter worden gedaan in een afzonderlijk door de Agent bij te houden schuldregister (‘Schuldregister 3.25 % Beleggingscertificaten’).
Periode: 1948–
Grondslag: Vijfde Aanvullingsbeschikking Deblokkering 1947, Stb. I 193, art. 1.14,
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van een nadere beschikking betreffende het beleenbaar zijn van bedragen welke ter deelneming in het Schuldregister 3.25% Beleggingscertificaten zijn geboekt op een rekening A
Periode: 1948–
Grondslag: Zesde Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. I 237, art. 3.7,
Product: Beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels volgens welke na delging van de belastingschuld het restant op renteloze rekening bij het Agentschap gestorte tegoed van opgeheven geblokkeerde rekeningen ter keuze van belanghebbenden omgewisseld kan worden tegen 3% Investeringscertificaten of 3.25% Beleggingscertificaten.
Periode: 1949–1986
Grondslag: Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 20.2,
Product: Regels
Vijfde Uitvoeringsbeschikking Wet Afwikkeling Geldzuivering d.d. 14-6-1950, Stb. K 228.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van de tijdstippen waarop schuldverplichtingen tot het gemachtigde bedrag ten laste van het Rijk gevestigd worden i.v.m. de consolidatie van Staatsschuld met behulp van geblokkeerde tegoeden.
Periode: 1946–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 1.2,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen van de voorwaarden waartegen schuldverplichtingen worden aangegaan i.v.m. de consolidatie van Staatsschuld met behulp van geblokkeerde tegoeden.
Periode: 1946–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 2.1,
Product: Voorwaarden
Waardering: B 5
Handeling: Het afleggen van verantwoording over aangegane schuldverplichtingen ten laste van het Rijk i.v.m. de consolidatie van Staatsschuld met behulp van geblokkeerde tegoeden.
Periode: 1946–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 2.2,
Product: Verantwoordingen
Waardering: B 3
Handeling: Het besluiten tot versterkte delging van de krachtens het Besluit Grootboek 1946 gevestigde schuld of inkoop daarvan beneden pari.
Periode: 1946–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 2.4,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 6
Handeling: Het instellen van het Grootboek 1946 waarin gevestigde schuld ingeschreven wordt.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 3.1,
Product: Grootboek 1946
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van een tijdstip waarop inschrijvingen in het Grootboek 1946 worden verwisseld in schuldbekentenissen aan toonder.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 3.2,
Product: Beschikking
Beschikking van de Minister van Financiën d.d. 9-2-1949, no. 317, Stcrt. no. 30, tot vaststelling van de Beschikking overdracht en aflossing Grootboek 1946; gewijzigd bij Beschikking d.d. 30-9-1950, Stcrt. 191.
Beschikking van de Minister van Financiën van 10 september 1949, betreffende de Beschikking Verwisseling Grootboek 1946, Stcrt. no. 186; gewijzigd d.d. 30-9-1950, Stcrt. no. 191.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van een Algemene Maatregel van Bestuur houdende voorschriften met betrekking tot het Grootboek 1946.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 3.3,
Product: AMVB
Besluit d.d. 8-1-1946, houdende regelen nopens het beheer van het Grootboek 1946, Stb. G 9, gewijzigd bij Besluit d.d. 9-2-1949, Stb. J 64
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van het opperbeheer over de zorg en uitvoeringswerkzaamheden verband houdende met het Grootboek 1946.
Periode: 1946–
Grondslag: Besluit regelen beheer Grootboek 1946, Stb. G 9, art. 1,
Product: Aanwijzingen/toezichtsverslagen
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van voorwaarden
waaronder inschrijvingen of gedeelten daarvan worden omgezet in schuldbewijzen aan toonder en schuldbewijzen kunnen worden omgezet in inschrijvingen;
waaronder opening van een nieuwe rekening, alsmede inschrijving op een bestaande rekening tengevolge van eigendomsovergang van een inschrijving is toegestaan.
Periode: 1949–
Grondslag: 1. Besluit regelen beheer Grootboek 1946, Stb. G 9 v.a. wijzigings- en aanvullingsbesluit 1949 Stb. J 64, art. 2,
Besluit regelen beheer Grootboek 1946, Stb. G 9 v.a. wijzigings- en aanvullingsbesluit 1949 Stb. J 64, art. 4,
Product: Voorwaarden
1+2 Beschikking van de Minister van Financiën d.d. 9-2-1949, no. 317, Stcrt. no. 30, tot vaststelling van de Beschikking overdracht en aflossing Grootboek 1946; gewijzigd bij Beschikking d.d. 30-9-1950, Stcrt. 191.
ad 1 Beschikking van de Minister van Financiën van 10 september 1949, betreffende de Beschikking Verwisseling Grootboek 1946, Stcrt. no. 186; gewijzigd d.d. 30-9-1950, Stcrt. no. 191.
Waardering: B 5
Handeling: Het verkorten van de termijnen van de aan de vervaldata der rente (art. 8) of aflossing ( art. 8a) voorafgaande kalendermaand waarbinnen geen inschrijvingen, overschrijvingen of afschrijvingen tot stand mogen worden gebracht.
Periode: 1946–
Grondslag: Besluit regelen beheer Grootboek 1946, Stb. G 9, art. 8, 8a v.a. wijz. 1949 Stb. J 64,
Product: Beschikkingen
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van nadere regels betreffende 1) de aflossing op rekeningen met een saldo van tenminste f 100.000, 2) de jaarlijkse aflossingen op commissionairsrekeningen, 3) de aflossing door uitloting op rekeningen met een saldo minder dan f 100.000 en op schuldbewijzen aan toonder.
Periode: 1949
Grondslag: Besluit regelen beheer Grootboek 1946, Stb. G 9 v.a. wijz. 1949 Stb. J 64, art. 8a,
Product: Regels
Beschikking van de Minister van Financiën d.d. 9-2-1949, no. 317, Stcrt. no. 30, tot vaststelling van de Beschikking overdracht en aflossing Grootboek 1946; gewijzigd bij Beschikking d.d. 30-9-1950, Stcrt. 191.
Beschikking houdende regeling van uitloting en aflossing van de inschrijvingen en schuldbewijzen 3% Grootboek 1946, Stcrt. 25-8-1950 no. 165.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van de belastingen waarvan de aanslagen betaald/verrekend kunnen worden met gevestigde (ingeschreven) schuld.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit Grootboek 1946, Stb. F 268, art. 7.1,
Product: Aanwijzing/Beschikking
Waardering: B 6
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het vervaardigen van lotingskaartjes en het verrichten van uitloting van rekeningen en schuldbewijzen 3%-Grootboekschuld 1946 welke aflosbaar gesteld zullen worden.
Periode: 1950–
Grondslag: Regeling van uitloting en aflossing van de inschrijvingen en schuldbewijzen 3%-Grootboekschuld 1946, Stcrt. 25-8-1950 no. 165, art. 2-6,
Product: Beschikkingen
Opmerking De uitlotingskaartjes worden gedeponeerd in trommels die onder
beheer staan van de Thesaurier-generaal
Waardering: B 6
Handeling: Het uitloten van rekeningen en schuldbewijzen 3% Grootboek 1946 welke aflosbaar gesteld zullen worden.
Periode: 1950–
Grondslag: Regeling van uitloting en aflossing van de inschrijvingen en schuldbewijzen 3%-Grootboekschuld 1946, Stcrt. 25-8-1950 no. 165, art. 2-6,
Product: Processen-verbaal van uitloting
Waardering: B 6
Handeling: Het opstellen van een rekening van verantwoording ten behoeve van de Algemene Rekenkamer en de Staten Generaal, betreffende de plaatsing van schuldbewijzen tegen inwisseling van schuldbewijzen van te converteren leningen.
Periode: 1946–
Grondslag: Conversieleeningwet 1946, Stb, G 407, art. 2 lid 2,
Conversieleningwet 1948, Stb. I 115, art. 2 lid 2,
Product: Rekeningen van verantwoording
Waardering: B 3
Handeling: Het opstellen van regels volgens welke houders van aflosbaar gestelde schuldbewijzen kenbaar kunnen maken geen gebruik te willen maken van aangeboden conversiemogelijkheid.
Periode: 1946–
Grondslag: Conversiegeldleening 1946, Stb. G 407, art. 3,
Conversieleningwet 1948, Stb. I 115, art. 3,
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels betreffende het goedschrijven naar (geblokkeerde) conversierekeningen van aflossingen op schuldbewijzen waarvan de houder te kennen heeft gegeven geen gebruik te willen maken van conversie.
Periode: 1946–
Grondslag: Conversiegeldleening 1946, Stb. G 407, art. 4 lid 1
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen onder welke voorwaarden en te welken tijde over het tegoed van een (geblokkeerde) conversierekening beschikt kan worden.
Periode: 1946–
Grondslag: Conversiegeldleening 1946, Stb. G 407, art. 4, lid 4,
Product: Beschikking/Regeling
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van voorschriften betreffende het aanvragen en verlenen van machtigingen die door de ontvangers der directe belastingen worden verleend tot omzetting van geblokkeerde rekeningen in optierekeningen.
Periode: 1948–1986
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 2.2, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 2.2,
Product: Voorschriften
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels volgens welke ontvangers der directe belastingen machtigingen kunnen verstrekken voor de overdracht van inschrijvingen in het Grootboek 1946 (die op 15-10-1947 groter zijn dan f 500,–).
Periode: 1948–1949
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377, art. 9.3, ingetrokken Stb. J 53,
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 9.3; buiten werking per 1-3-1949 (zie art. 29 van de Wet),
Product: Regels
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van regels volgens welke bij de overdracht van een inschrijving in het Grootboek 1946 aan een derde, waarvoor machtiging is verstrekt conform art. 9, het bedrag van die inschrijving rechtstreeks, door de directeur van het grootboek, geboekt wordt naar de ontvanger der directe belastingen ter voldoening van verschuldigde zekerheidstelling of aanslagen in de vermogensaanwasbelasting of de vermogensheffing ineens.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Beschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 377. art. 10, ingetrokken Stb. J 53;
Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 10; buiten werking per 1-3-1949 (zie art. 29 van de Wet),
Product: Regels
Tweede Aanvullingsbeschikking Afwikkeling Geldzuivering 1947, Stb. H 379, ingetrokken 1949 Stb. J 66.
Waardering: B 5
Handeling: Het onder voorwaarden in bijzondere gevallen toestaan dat tegoeden op optierekeningen aan de ontvanger der directe belastingen worden overgeschreven ter betaling of zekerheidstelling wegens vermogensaanwasbelasting of vermogensheffing ineens van derden.
Periode: 1949–1986
Grondslag: Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 15.2,
Product: Toestemming/Weigeringen
Waardering: B 6
Handeling: Het onder voorwaarden in bijzondere gevallen toestaan dat inschrijvingen in het Grootboek 1946 aan de ontvanger der directe belastingen worden overgeschreven ter betaling of zekerheidstelling wegens vermogensaanwasbelasting of vermogensheffing ineens van derden.
Periode: 1949
Grondslag: Wet Afwikkeling Geldzuivering, Stb. J 53, art. 15.3; buiten werking per 1-3-1949 (zie art. 29 van de Wet),
Product: Toestemming/Weigeringen
Waardering: B 6
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)